Eindexamen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Door de tijd heen, Prehistorie en oudheid, De middeleeuwen, Vroegmoderne tijd, Moderne tijd.

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 27. Van 21 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over Koude Oorlog (5), tijd van wereldoorlogen (4) en historische vaardigheden (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Koude Oorlog23-275
Tijd van wereldoorlogen18-214
Historische vaardigheden1, 11, 143
Tijd van ontdekkers en hervormers9-10, 123
Tijd van Grieken en Romeinen2-32
Tijd van burgers en stoommachines16-172
Tijd van monniken en ridders41
Tijd van pruiken en revoluties131

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over Koude Oorlog (24% van de vragen, gemiddeld 12%). Minder over tijd van regenten en vorsten (0% van de vragen, gemiddeld 6%) en tijd van televisie en computer (0% van de vragen, gemiddeld 6%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Door de tijd heen

De volgende werken van schrijvers die kritisch commentaar leverden op ontwikkelingen in hun eigen tijd, staan in willekeurige volgorde:

1 De humanist François Rabelais gaf in de humoristische romanreeks Gargantua en Pantagruel kritiek op de katholieke geestelijkheid, wat bijdroeg aan de reformatie.

2 De verlichtingsfilosoof Voltaire maakte in zijn roman Candide de Duitse filosoof Leibniz belachelijk.

3 Giovannino Guareschi gaf in Don Camillo in Rusland een tragikomische weergave van de strijd tussen communisten en katholieken in Italië tijdens de Koude Oorlog.

4 Jan Zoet gaf in zijn pamflet 't Grote visnet kritiek op de religieuze tegenstellingen tijdens de bloeitijd van de Nederlandse Republiek.

5 Kurt Tucholsky waarschuwde in zijn korte artikel Hepp hepp hurra! voor het toenemende antisemitisme in de Republiek van Weimar.

6 Nicolaas Beets beschreef in de Camera Obscura op grappige wijze de tegenstelling die tijdens de industriële revolutie ontstond tussen de langzame trekschuit en de snellere stoomtrein.

Vraag 1 2 punten

Zet deze werken in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Prehistorie en oudheid

De Atheense staatsman Perikles zei in 431 voor Christus tijdens een plechtigheid voor de slachtoffers van de grote oorlog die op dat moment werd gevoerd tussen de Griekse stadstaten Athene en Sparta: "Wij wijden ons zowel aan onze persoonlijke belangen als aan het belang van de staat (…). Wij verschillen van andere staten door de man die zich aan het openbare leven onttrekt niet te beschouwen als een rustig, maar als een nutteloos mens." Een interpretatie: De uitspraak van Perikles was politieke propaganda.

Vraag 2 2 punten

Licht deze interpretatie toe door aan te geven:

  • welke politieke boodschap Perikles wilde overbrengen aan de burgers van Athene en
  • welk doel hij daarmee wilde bereiken.
Bekijk het antwoord
  • Perikles wilde de politieke boodschap overbrengen dat de Atheense democratie / vorm van bestuur beter was dan die van andere stadstaten (zoals Sparta) / dat de Atheense burgers actief moesten deelnemen aan de politiek (door te zeggen dat in Athene iemand die zich onttrekt aan het openbare leven als nutteloos werd beschouwd) (1)
  • waarmee hij het moreel van de burgers in de strijd tegen Sparta wilde vergroten / het belang van de oorlog tegen Sparta wilde onderstrepen / de burgers wilde mobiliseren (om zo sterker te staan in de oorlog) (1)

Gebruik bron 1. Deze grafsteen kan gebruikt worden om twee delen van hetzelfde kenmerkend aspect uit de oudheid te illustreren.

Vraag 3 3 punten

Toon dit aan door:

  • dit kenmerkend aspect te noemen en
  • beide delen van dit kenmerkend aspect, elk met een ander gegeven uit de bron, te illustreren.
Bron 1

Een grafsteen uit de tweede eeuw na Christus, die is gevonden bij een Romeins fort in Groot-Brittannië:

Vertaling van het onderschrift: In het Latijn: Aan de zielen van de gestorvenen. Barates uit Palmyra1) [heeft deze steen geplaatst] voor zijn vrijgelatene en echtgenote Regina, afkomstig uit het volk der Catuvellauni2). Ze werd 30 jaar. In het Palmyreens: Regina, de vrijgelatene van Barates, helaas!

noot 1 Palmyra lag in het oosten van het Romeinse Rijk (het huidige Syrië). noot 2 De Catuvellauni waren een Keltische stam in het zuidoosten van de Romeinse provincie Britannia.

VW-1021-a-b De middeleeuwen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als bij de tweede deelvraag een deel van het kenmerkend aspect op een juiste manier wordt verbonden met de bron, wordt telkens 1 scorepunt toegekend.

De middeleeuwen

Een anekdote: In 989 wilde hertog Richard I van Normandië dat zijn zoon Robert de Deen tot aartsbisschop van Rouen (in Frankrijk) werd benoemd. De geestelijken gingen hiermee akkoord op voorwaarde dat Richard I een kerkelijk huwelijk zou sluiten met zijn vrouw, de moeder van Robert. Sommige historici beweren dat deze anekdote:

1 aantoont dat de kerstening in Normandië in de tiende eeuw nog niet was voltooid en

2 een voorloper was van 'het conflict over het primaat' uit de late middeleeuwen.

Vraag 4 4 punten

Leg beide beweringen uit, waarbij je je antwoord ondersteunt met een hierbij passende verwijzing naar de anekdote.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Deze anekdote was een voorloper van 'het conflict over het primaat' omdat (een van de volgende): (2p)
    • de hertog van Normandië wilde dat zijn zoon tot aartsbisschop werd benoemd, waardoor de wereldlijke macht haar invloed op de geestelijke macht kon uitbreiden.
    • de geestelijkheid afdwong dat een wereldlijk huwelijk in de kerk moest worden gesloten, waardoor de geestelijke macht haar invloed op de wereldlijke macht kon uitbreiden.

Opmerking Alleen als bij de tweede bewering wordt uitgelegd welke macht haar aanspraak op het primaat bevestigt, worden scorepunten toegekend.

Gebruik bron 2. Twee conclusies: Uit het verdrag blijkt dat:

1 de verhouding tussen Jaime I en de burgers van Barcelona continuïteit laat zien met politieke verhoudingen in de vroege middeleeuwen.

2 op economisch gebied sprake is van een verandering ten opzichte van de vroege middeleeuwen.

Vraag 5 2 punten

Ondersteun beide conclusies, elk met een argument.

Bron 2

In 1227 schrijft Jaime I, koning van Aragon (in huidig Spanje):

Laat het bekend zijn dat ik (…) mij bewust ben van de trouw en diensten die de trouwe burgers van Barcelona mij hebben geschonken en nog steeds schenken. Om uw rijkdom te doen stijgen verlenen wij dit verdrag aan (…) de stad Barcelona, namelijk dat elk schip of vaartuig dat over zee aankomt uit Alexandrië 1) of uit Egypte of daarheen wil varen vanuit Barcelona geen koopwaar of lading mag meenemen of daarheen mag brengen als een Barcelonees schip deze koopwaar of lading wil vervoeren. En als iemand van plan is een lading of koopwaar naar deze plaatsen te sturen dan moet hij dat doen met een vaartuig uit Barcelona.

noot 1 stad in Noord-Afrika

Vroegmoderne tijd

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Dat Jaime I de burgers van Barcelona beloont voor trouw (door ze bepaalde rechten te geven) laat zien dat het feodale systeem (of een juiste omschrijving daarvan) nog invloed heeft (1)
  • Op economisch gebied is sprake van verandering omdat Barcelona in 1227 een bloeiende handelsstad is / handel drijft met verschillende landen terwijl in de vroege middeleeuwen handel lokaal plaatsvindt (1)

Vroegmoderne tijd

De Portugese prins Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) besloot:

1 deel te nemen aan de belegering van de islamitische havenstad Ceuta in Afrika.

2 te investeren in de ontwikkeling van nieuwe scheepstypen en navigatie-instrumenten, zoals het karveel en het kwadrant.

3 een fort te laten bouwen op het Afrikaanse eiland Arguin. Een bewering: Deze besluiten van Hendrik de Zeevaarder passen bij één middeleeuwse en bij twee zestiende eeuwse ontwikkelingen.

Vraag 6 3 punten

Ondersteun deze bewering door per besluit aan te geven bij welke ontwikkeling die past.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Alleen voor een combinatie van een besluit en een daarbij passende middeleeuwse of zestiende eeuwse ontwikkeling, wordt 1 scorepunt toegekend.
  • Alleen als voor de zestiende eeuw twee verschillende ontwikkelingen worden genoemd, worden 2 scorepunten toegekend.

VW-1021-a-o Twee gegevens over de Index librorum prohibitorum, een lijst van door de katholieke kerk verboden boeken omdat ze een gevaar voor het geloof en goed gedrag zouden zijn:

1 In 1559 liet paus Paulus IV de Index opstellen.

2 In 1966 liet paus Paulus VI de Index opheffen. Zowel het opstellen van de Index als het opheffen ervan kunnen verklaard worden met een kenmerkend aspect uit die tijd.

Vraag 7 4 punten

Leg dit voor beide maatregelen uit, waarbij je je antwoord telkens ondersteunt met een daarbij passend kenmerkend aspect.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als alleen een juist kenmerkend aspect wordt genoemd zonder juiste uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Gebruik bron 3. De werkwijze van Hadrianus Junius past bij de manier van onderzoek doen die ontstaat in de zestiende eeuw.

Vraag 8 2 punten

Geef hiervoor twee verschillende argumenten.

Bron 3

De Nederlandse geleerde Hadrianus Junius schrijft in 1567 aan een bestuurder in Dordrecht over zijn onderzoek naar de geschiedenis van het gewest Holland:

Niet zo lang geleden heb ik de taak van geschiedschrijver op mij genomen en nu ben ik geheel gericht op het verzamelen van materiaal om onze voorraad op te bouwen. Ik heb me namelijk voorgenomen, alvorens iets van de geschiedenis aan te roeren, eerst heel Holland te beschrijven en bij wijze van spreken ook in haar eigen kleuren te schilderen, op basis van geschriften van de klassieke schrijvers, vervolgens ook de steden afzonderlijk, onder welke Dordrecht de eerste plaats inneemt. Ik heb derhalve besloten volgende zomer door Holland te reizen om kennis te nemen van de loop van de grenzen, en van al wat de steden betreffende hun oorsprong in hun archieven herbergen dat kan bijdragen tot onze kennis.

VW-1021-a-b

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • de geschiedenis van Holland wil beschrijven op basis van de klassieke schrijvers, wat past bij het zestiende eeuwse humanisme / bij 'de heroriëntatie op de klassieke oudheid' (1)
  • door Holland reist om zelf kennis te nemen van het gewest / om onderzoek te doen in de archieven, wat past bij de ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de zestiende eeuw (1)

Gebruik bron 4. In 1576 sluiten de Staten-Generaal een overeenkomst met de opstandige provincies Holland en Zeeland. Er wordt beweerd dat het in deze bron beschreven gedrag van de Spaanse soldaten in Antwerpen heeft bijgedragen aan de definitieve ondertekening van deze overeenkomst door alle Nederlandse gewesten.

Vraag 9 3 punten

Ondersteun deze bewering door:

  • zonder bron aan te geven welke overeenkomst in 1576 wordt ondertekend en
  • met de bron uit te leggen dat het gedrag van de soldaten bijdraagt aan het ondertekenen van de overeenkomst door alle Nederlandse gewesten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als in het antwoord op de tweede deelvraag niet wordt ingegaan op de ondertekening van juist gewesten die katholiek / Spaansgezind waren, worden geen scorepunten toegekend.

Gebruik bron 5. Vázquez start met het schrijven van de kroniek tijdens het Twaalfjarig Bestand.

Vraag 10 3 punten

Geef aan welk beeld Vázquez van de Nederlanders schetst en leg daarmee uit welke boodschap Vázquez op dat moment wil overbrengen.

Bron 5

Alonso Vázquez vecht in dienst van het Spaanse leger tussen 1577 en 1592 in de Nederlanden. Hij schrijft over de Nederlanders in een kroniek:

Aan tafel, bij feestmalen, zijn de mannen en vrouwen zo geplaatst, dat er naast elke vrouw een man zit. Zij zitten dan arm in arm met het gevulde glas in de hand, en drinken en zoenen, zonder eerst de lippen af te drogen en zonder zich te bekommeren dat iemand andermans vrouw kust. Deze tafelkus noemt men 'de Hugenoot'1). Vele van dergelijke dronken worden er uitgebracht, die men slechts heeft verzonnen om een reden tot drinken te hebben; daarmee verdoen zij vrijwel de hele dag.

noot 1 De naam die in Frankrijk aan de calvinisten werd gegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als bij de tweede deelvraag de boodschap van Vázquez wordt gecombineerd met het Twaalfjarig Bestand, worden scorepunten toegekend.

Aan het einde van de zestiende eeuw kampte het Spaanse leger met een tekort aan rekruten, waarna aan Spaanse soldaten die in de Nederlanden vochten werd gevraagd hun herinneringen op papier te zetten. Stel: je doet onderzoek naar het gedrag van de Spaanse soldaten tijdens de Nederlandse Opstand en je wilt deze verslagen gebruiken als bron.

Vraag 11 2 punten

Geef een argument vóór de betrouwbaarheid en een argument tegen de betrouwbaarheid van juist deze verslagen als bron voor je onderzoek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als bij de eerste deelvraag wordt uitgelegd wat de bron betrouwbaar maakt / bij de tweede deelvraag wat de bron onbetrouwbaar maakt, wordt telkens 1 scorepunt toegekend.

VW-1021-a-o In 1581 werd vanuit Rome een aanpassing toegestaan van de regels voor het houden van de katholieke eredienst in Holland, Zeeland en Utrecht. Vóór 1581 mochten katholieke priesters de mis alleen opdragen voor een vast altaar, maar voortaan mochten de priesters ook gebruik maken van een draagbaar altaar.

Vraag 12 2 punten

Leg uit welk probleem de katholieke kerk in die provincies met dit besluit wilde oplossen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • in de gewesten Holland, Zeeland en Utrecht (die deelnamen aan de Opstand / in protestantse handen waren) katholieke kerken werden gesloten / werden overgenomen door de protestanten / de katholieke eredienst niet meer in het openbaar mocht worden uitgeoefend (1)
  • dit besluit het houden van de eredienst weer mogelijk maakte omdat de priesters niet langer gebonden waren aan een kerkgebouw / omdat de eredienst overal kon worden gehouden (wat het probleem oploste) (1)

Gebruik bron 6. John Locke schrijft over het sociale contract. Hierbij gaat hij uit van:

1 het afsluiten van een contract tussen vorst en volk.

2 het afwijzen van het Droit Divin.

Vraag 13 4 punten

Leg uit, telkens met een verschillende verwijzing naar de bron:

  • welk gevolg het erkennen van een sociaal contract volgens Locke heeft voor de relatie tussen vorst en volk en
  • dat Locke door het aannemen van het sociale contract het bestaan van het Droit Divin afwijst.
Bron 6

In 1689 publiceert John Locke 'Twee verhandelingen over het staatsbestuur'. Hierin staat:

De reden waarom mensen toetreden tot de samenleving is het behoud van hun eigendom; en het doel waarom zij een wetgevende macht kiezen en bevoegdheid verlenen is dat er wetten gemaakt en regels gesteld zullen worden als wachten en bolwerken voor de eigendommen van alle leden van de samenleving, om de macht te beperken en de heerschappij te matigen van ieder onderdeel en lid van de samenleving. (…) Wanneer de wetgevers dan ook proberen het volk zijn eigendom te ontnemen en dat te vernietigen en het tot slavernij te brengen, onderworpen aan willekeurige macht, brengen zij zichzelf in staat van oorlog met het volk, dat daarop ontslagen is van alle verdere gehoorzaamheid.

Moderne tijd

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Locke schrijft dat volgens het contract (een van de volgende): (1p)
    • het volk de wetgevende macht kiest en bevoegdheid verleent
    • het volk geen gehoorzaamheid verplicht is aan een vorst die hun belangen niet dient
    • een vorst die de belangen van het volk niet dient in staat van oorlog is met het volk
  • Locke schrijft dat (een van de volgende): (1p)
    • het volk de wetgevende macht kiest en bevoegdheid verleent
    • dat er wetten zijn om macht te beperken / heerschappij te matigen
    • het volk willekeurige macht mag afwijzen
    • dat het volk geen gehoorzaamheid verplicht is aan een vorst die hun belangen niet dient

Opmerking Alleen als bij de eerste deelvraag een juist gevolg wordt genoemd / bij de tweede deelvraag een juiste uitleg wordt gegeven, wordt telkens

1 scorepunt toegekend aan een passende en verschillende verwijzing naar de bron.

De volgende gebeurtenissen komen uit het leven van Emmanuel Joseph Sieyès, een Franse revolutionair:

1 Als bijdrage aan het publieke debat over de organisatie van de door Lodewijk XVI bijeengeroepen Staten-Generaal publiceerde Sieyès het pamflet: 'Wat is de derde stand?'.

2 In de tijd van de Restauratie werd Sieyès uit Frankrijk verbannen en vertrok hij naar Brussel.

3 Kort nadat Sieyès betrokken was bij de staatsgreep die generaal Napoleon Bonaparte aan de macht had gebracht, werd Sièyes aan de kant gezet.

4 Sieyès droeg bij aan de opstelling van de Verklaring van de Rechten van de Mens.

5 Sieyès trad toe tot het gematigde revolutionaire bewind dat na de val van Robespierre Frankrijk bestuurde.

6 Tijdens het proces tegen 'burger Capet' stemde Sieyès voor de doodstraf.

Vraag 14 2 punten

Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Moderne tijd

Twee gebeurtenissen in Frankrijk:

1 In 1814 hield Lodewijk XVIII, een broer van Lodewijk XVI, als koning van Frankrijk een feestelijke intocht in Parijs.

2 In 1848 werd de Tweede Franse Republiek uitgeroepen nadat koning Lodewijk-Filips gedwongen afstand moest doen van de troon. Beide gebeurtenissen pasten bij Europese politieke ontwikkelingen van dat moment.

Vraag 15 2 punten

Toon dit voor elk van beide gebeurtenissen aan.

Bekijk het antwoord
  • Dat Lodewijk XVIII de koning van Frankrijk was geworden, paste bij het herstel van monarchieën tijdens de Restauratie (1)
  • Dat Lodewijk-Filips zijn troon moest afstaan / dat Frankrijk een republiek werd, paste bij de liberale revoluties / bij de revoluties waarbij burgers meer inspraak eisten in het bestuur (1)

Op 1 mei 1855 trouwden Lucy Stone en Henry Browne Blackwell. Tijdens hun huwelijksvoltrekking lieten zij een tekst voorlezen waarin ze protesteerden tegen huwelijkswetten, zoals de wet dat de man alle eigendomsrechten kreeg over de persoonlijke bezittingen van zijn vrouw en over alles wat zijn vrouw produceerde.

Vraag 16 2 punten

Leg uit voor welke maatschappelijke verandering zij zich met dit protest inzetten.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het alleen noemen van een juiste verandering zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Gebruik bron 7. De Stuers verzet zich tegen de afbraak van middeleeuwse stadspoorten.

Vraag 17 3 punten

Licht zijn verzet toe door:

  • zonder bron aan te geven welke economische verandering in de negentiende eeuw de afbraak van de poorten noodzakelijk maakt en
  • met een verwijzing naar de bron uit te leggen dat De Stuers zijn verzet onderbouwt met een argument dat past bij de negentiende eeuw.
Bron 7

In november 1873 schrijft advocaat Victor de Stuers in het tijdschrift De Gids over de afbraak van de oude stadspoorten in een aantal Nederlandse steden:

In de middeleeuwen was het belangrijk om de toegangen tot een stad zo veel mogelijk te versperren; maar tegenwoordig heeft het toegenomen verkeer op vele punten het verruimen van de toegangen nodig gemaakt. Maar daaruit volgt volstrekt niet dat men zonder meer al onze oude poortgebouwen zou moeten opruimen. (…) In andere landen daarentegen probeert men meestal het oude te bewaren en het nieuwe daarmee in harmonie te brengen. Als voorbeeld wijs ik op de spoorweg die van Keulen tot Mainz over een zeer smalle strook grond loopt en toch geen enkel monument op zijn weg vernielde. (…) Vergeten wij niet, dat behalve Italië, geen ander land in de 16e-18e eeuw op het gebied der kunst zoveel heeft voortgebracht als Nederland, en dat wij, wat roemrijke rol in de geschiedenis betreft, voor niemand hoeven te wijken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De Stuers beweert dat (een van de volgende): (1p)
    • geen ander land in de 16e-18e eeuw op het gebied van kunst zoveel heeft voortgebracht als Nederland
    • Nederland, wat roemrijke rol in de geschiedenis betreft, voor niemand hoeft te wijken

Opmerking Alleen als bij de tweede deelvraag wordt geantwoord dat het argument van De Stuers nationalistisch is, wordt 1 scorepunt toegekend aan een passende verwijzing naar de bron.

Gebruik bron 8. Wilhelm II legitimeert met deze toespraak de Vlootwet.

Vraag 18 3 punten

Licht dit toe door:

  • met de bron uit te leggen dat Wilhelm II de aanname van de Vlootwet legitimeert met de Frans-Duitse oorlog en
  • zonder bron aan te geven op welke wijze de Vlootwet bijdraagt aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
Bron 7

In november 1873 schrijft advocaat Victor de Stuers in het tijdschrift De Gids over de afbraak van de oude stadspoorten in een aantal Nederlandse steden:

In de middeleeuwen was het belangrijk om de toegangen tot een stad zo veel mogelijk te versperren; maar tegenwoordig heeft het toegenomen verkeer op vele punten het verruimen van de toegangen nodig gemaakt. Maar daaruit volgt volstrekt niet dat men zonder meer al onze oude poortgebouwen zou moeten opruimen. (…) In andere landen daarentegen probeert men meestal het oude te bewaren en het nieuwe daarmee in harmonie te brengen. Als voorbeeld wijs ik op de spoorweg die van Keulen tot Mainz over een zeer smalle strook grond loopt en toch geen enkel monument op zijn weg vernielde. (…) Vergeten wij niet, dat behalve Italië, geen ander land in de 16e-18e eeuw op het gebied der kunst zoveel heeft voortgebracht als Nederland, en dat wij, wat roemrijke rol in de geschiedenis betreft, voor niemand hoeven te wijken.

Bron 8

Bij de tewaterlating van het slagschip SMS Wittelsbach op 3 juli 1900 zegt de Duitse keizer Wilhelm II:

De oceaan leert ons dat op haar golven en op haar verste kusten er geen belangrijke beslissing meer genomen kan worden zonder Duitsland en zonder de Duitse keizer. Ik geloof niet dat wij dertig jaar geleden hebben moeten bloeden en hebben overwonnen, om ons uit te laten sluiten van belangrijke buitenlandse aangelegenheden. (…) Ik ben niet bereid dit te laten gebeuren. Het is mijn plicht en voorrecht om dit, indien nodig met extreme middelen, te voorkomen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Wilhelm II beweert dat na het bloedvergieten / de overwinning van dertig jaar geleden (tijdens de Frans-Duitse oorlog) Duitsland zich niet meer buitenspel mag laten zetten bij buitenlandse aangelegenheden, wat rechtvaardigt dat (oorlogs)schepen worden gebouwd om de positie van Duitsland veilig te stellen (waarvoor de Vlootwet is aangenomen) (2)
  • andere (Europese) landen voelen zich bedreigd door de toename van de Duitse vloot / willen hun overzeese bezittingen verdedigen tegen de Duitse vloot / tegen Duitse overzeese gebiedsuitbreiding (wat bijdraagt aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog) (1)

Gebruik bron 9.

Vraag 19 4 punten

Leg uit dat Laufenberg zowel het economische als het politieke systeem van de Republiek van Weimar verwerpt.

Bron 7

In november 1873 schrijft advocaat Victor de Stuers in het tijdschrift De Gids over de afbraak van de oude stadspoorten in een aantal Nederlandse steden:

In de middeleeuwen was het belangrijk om de toegangen tot een stad zo veel mogelijk te versperren; maar tegenwoordig heeft het toegenomen verkeer op vele punten het verruimen van de toegangen nodig gemaakt. Maar daaruit volgt volstrekt niet dat men zonder meer al onze oude poortgebouwen zou moeten opruimen. (…) In andere landen daarentegen probeert men meestal het oude te bewaren en het nieuwe daarmee in harmonie te brengen. Als voorbeeld wijs ik op de spoorweg die van Keulen tot Mainz over een zeer smalle strook grond loopt en toch geen enkel monument op zijn weg vernielde. (…) Vergeten wij niet, dat behalve Italië, geen ander land in de 16e-18e eeuw op het gebied der kunst zoveel heeft voortgebracht als Nederland, en dat wij, wat roemrijke rol in de geschiedenis betreft, voor niemand hoeven te wijken.

Bron 8

Bij de tewaterlating van het slagschip SMS Wittelsbach op 3 juli 1900 zegt de Duitse keizer Wilhelm II:

De oceaan leert ons dat op haar golven en op haar verste kusten er geen belangrijke beslissing meer genomen kan worden zonder Duitsland en zonder de Duitse keizer. Ik geloof niet dat wij dertig jaar geleden hebben moeten bloeden en hebben overwonnen, om ons uit te laten sluiten van belangrijke buitenlandse aangelegenheden. (…) Ik ben niet bereid dit te laten gebeuren. Het is mijn plicht en voorrecht om dit, indien nodig met extreme middelen, te voorkomen.

Bron 9

Op 26 januari 1919 houdt Heinrich Laufenberg een redevoering ter herdenking van de bij de Spartakus-opstand vermoorde communistische leider Karl Liebknecht:

Er bestaat slechts één weg, en dat is de weg naar het socialisme. Er is op deze weg slechts één middel voorhanden, en dat is het beheer van de industrie door de arbeidersklasse zelf. En uit de oerbodem van de revolutie is het wapen van de arbeidersklasse ontsproten: de arbeidersraden! (…) Het radensysteem is nog niet het socialisme, maar het is de weg en het middel ernaartoe. Het is de uit de revolutie zelf voortgekomen vorm van arbeidersdemocratie, en deze arbeidersdemocratie is volstrekt tegengesteld aan de politieke democratie van de burgerlijke samenleving.

VW-1021-a-b

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Laufenberg wil dat de arbeiders zelf de industrie beheren, waarmee hij zich keert tegen het kapitalistische systeem van de Republiek van Weimar (dat uitgaat van particulier ondernemerschap) (2)
  • Laufenberg wenst een radensysteem / arbeidersdemocratie / wil af van de politieke democratie van de burgerlijke samenleving, waarmee hij zich keert tegen de parlementaire democratie van de Republiek van Weimar (2)

VW-1021-a-o In artikel 48 van de Duitse grondwet van de Republiek van Weimar werd vastgelegd dat de rijkspresident in tijden van onrust noodmaatregelen mocht nemen om de rust te herstellen, waarbij grondrechten tijdelijk werden uitgeschakeld. Artikel 48 droeg bij aan de ondergang van de Republiek van Weimar.

Vraag 20 3 punten

Licht dit toe door:

  • aan te geven bij welke gebeurtenis in 1933 artikel 48 werd gebruikt en
  • uit te leggen waardoor de toepassing van artikel 48 bijdroeg aan het einde van de Republiek van Weimar.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Er werd gebruikgemaakt van artikel 48 na de Rijksdagbrand (1)
  • Door de toepassing van artikel 48 kon de persvrijheid / vrijheid van meningsuiting / vrijheid van samenkomst worden opgeschort / konden communisten worden gearresteerd, zodat Hitler tijdens de verkiezingen / in de Rijksdag minder tegenstand kreeg / waardoor het voor Hitler mogelijk werd de machtigingswet aan te laten nemen (waarmee de Rijksdag zich buiten werking stelde) (2)

Gebruik bron 10. In nazi-Duitsland worden voor de Hitlerjugend, de nationaalsocialistische jeugdorganisatie, 'grenslandreizen' georganiseerd naar de Duitse oostgrens. Op deze reizen vinden ontmoetingen plaats met Duitstalige inwoners aan de andere kant van de grens, zoals in Polen.

Vraag 21 3 punten

Geef voor drie uitgangspunten van het nationaalsocialisme aan dat deze 'grenslandreis' hierbij past.

Bron 10

In de Duitse Nationalzeitung verschijnt in 1936 een verslag van een 'grenslandreis' waarbij deze foto wordt afgedrukt:

Onderschrift (in vertaling): "De grenspalen in het oosten herinneren de jeugd aan het onrecht."

Toelichting: Op de grenspaal staat "Versailles 28.6.1919". De grenspaal staat bij de Duitse grens met Polen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het aanduiden van Versailles als 'onrecht' past bij het uitgangspunt dat de afspraken (over de grenzen) in het Verdrag van Versailles moeten worden verworpen (1)
  • De ontmoeting met Duitstalige inwoners van Polen past bij het uitgangspunt dat er aansluiting van Duitstalige gebieden moet plaatsvinden (1)
  • Dat de reizen voor jongeren worden georganiseerd past bij het uitgangspunt dat de jeugd genazificeerd / geïndoctrineerd moet worden (om het nationaalsocialisme te steunen) / bij het totalitaire karakter van het nationaalsocialisme (1)

Gebruik bron 11. De bron bevat vier fragmenten (1 tot en met 4) uit Nederlandse kranten. Hieronder staan vijf gebeurtenissen uit de Koude Oorlog in willekeurige volgorde (a tot en met e): a de aankondiging van het Marshallplan b de bestorming van Felix Meritis c de redevoering van senator McCarthy over communisten d het loslaten van de Breznjev-doctrine e het neerslaan van de Praagse Lente

Vraag 22 2 punten

Bepaal voor elk fragment welke gebeurtenis daarbij hoort. Doe het zo: fragment … (cijfer invullen) hoort bij … (gebeurtenis noemen). Let op! Er blijft één gebeurtenis over.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De juiste combinaties zijn: 1 - a, 2 - c, 3 - b, 4 - d indien vier combinaties juist (2) indien drie combinaties juist (1) indien minder dan drie combinaties juist (0) (2)

Gebruik bron 12. Op 26 april 1954 begint de Conferentie van Genève. Jordaan geeft een mening weer over de Conferentie van Genève die past bij de politieke achtergrond van Vrij Nederland.

Vraag 23 3 punten

Toon dit aan door:

  • met een verwijzing naar de bron uit te leggen welke mening Jordaan weergeeft over de Conferentie van Genève en
  • zonder bron aan te geven dat deze mening past bij de politieke achtergrond van Vrij Nederland.
Bron 12

Op 1 mei 1954 verschijnt in het socialistische weekblad Vrij Nederland onderstaande prent van de tekenaar Jordaan met de titel Het schaakspel en de pion:

Opschrift vlag: Dien Bien Phu De personen bovenaan stellen onderhandelaars in Genève voor.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Met (een van de volgende): (1p)
    • de titel 'het spel en de pion'
    • het afbeelden van de onderhandelaars die een schaakspel spelen
    • de dode soldaat op de voorgrond

Opmerking Alleen als bij de eerste deelvraag een juiste mening van Jordaan wordt weergegeven, wordt 1 scorepunt toegekend aan een passende verwijzing naar de prent.

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

VW-1021-a-o De regering van de DDR liet in 1956 een bioscoopfilm maken over de Duitse hervormer Thomas Müntzer (1489-1525). Müntzer was in 1524 een van de leiders van een boerenopstand tegen zware feodale belastingen, tegen het verrichten van herendiensten aan de adel en voor herverdeling van het land.

Vraag 24 2 punten

Leg uit welk marxistisch denkbeeld de regering van de DDR wilde benadrukken met de film over Müntzer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Kern van een juist antwoord is:

  • De regering van de DDR wilde met de film over Müntzer het marxistische denkbeeld benadrukken (een van de volgende): (2p)
    • van de klassenstrijd / van de (wereld)revolutie, waardoor de arbeiders / de boeren de macht zouden overnemen van de heersende klasse
    • dat productiemiddelen / land in handen van de gemeenschap zou(den) moeten zijn, zodat land niet in handen mocht zijn van de bezittende klasse / boeren geen herendiensten hoefden te verrichten

Opmerking Alleen als in het antwoord een marxistisch denkbeeld wordt uitgelegd, worden scorepunten toegekend.

Gebruik bron 13. Het tekenen van deze verdragen kan worden gezien als een reactie op ontwikkelingen in Europa in de jaren 1930, 1940 en 1950.

Vraag 25 3 punten

Geef voor de jaren 1930, 1940 en 1950 apart de redenering weer, waardoor de verdragen kunnen worden gezien als een reactie op een ontwikkeling in die tijd.

Bron 13

Een Italiaanse poster uit 1957:

Tekst boven: Europa verenigd voor de vooruitgang en voor de vrede. Tekst midden: Eindelijk zijn de grenzen in Europa vervaagd en zal er een enkele gemeenschap zijn met een vrije doorgang voor zowel personen, als voor goederen en vooral voor werk. Tekst onder: Rome, 25 maart 1957. Ondertekening van de verdragen van de gemeenschappelijke markt en de Euratom.

Toelichting: Onder de vrouwen staan de namen Luxemburg, België, Frankrijk, Italië, Duitsland en Nederland.

VW-1021-a-b 9/9 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1930, omdat ze een herhaling van de economische crisis uit die jaren moeten voorkomen, door de economie te bevorderen met een gemeenschappelijke markt (1)
  • 1940, omdat ze een herhaling van een (wereld)oorlog moeten voorkomen, door spanning weg te nemen met de betere samenwerking (1)
  • 1950, omdat de toenemende westerse welvaart vraagt om soepele regels rond (arbeids)migratie / omdat een front wordt gevormd tegen het communistische blok om de dreiging van de Koude Oorlog tegen te gaan (1)

Twee gebeurtenissen rond de dood en begrafenis van Imre Nagy (1896-1958), die in 1956 leider was van Hongarije:

1 Op 16 juni 1958 werd Nagy wegens hoogverraad opgehangen en onder een andere naam begraven op een begraafplaats in een buitenwijk van Boedapest.

2 Op 16 juni 1989 woonden 250.000 mensen de plechtige herbegrafenis van Nagy bij, die rechtstreeks werd uitgezonden door de Hongaarse televisie. Uit deze gebeurtenissen blijkt een verandering van de visie op Imre Nagy.

Vraag 26 2 punten

Verklaar deze verandering door voor beide gebeurtenissen aan te tonen dat ze voortkwamen uit de politieke situatie binnen het Oostblok op dat moment.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • De executie wegens hoogverraad (en de begrafenis onder een andere naam) kan verklaard worden omdat Nagy als leider van de regering ten tijde van de Hongaarse Opstand door de Sovjet-Unie werd gezien als iemand die hun grip op de invloedssfeer in gevaar bracht (en daarom uitgeschakeld moest worden / geen martelaar mocht worden) (1)
  • De herbegrafenis / de belangstelling voor de herbegrafenis kan verklaard worden vanuit de herwaardering voor hervormers als Nagy / vanuit het afwijzen van het communistische verleden / na het openen van de grens tussen het Oostblok en het Westen in Hongarije (1)

Drie dagen nadat Gerald Ford in 1974 werd beëdigd als de nieuwe president van de Verenigde Staten, zei hij tegen het Congres (volksvertegenwoordiging): "Een sterke defensie is de veiligste weg naar vrede. (…) Net zoals de Amerikaanse wens voor vrede voor niemand onderdoet, zo zal ook de Amerikaanse kracht voor niemand onderdoen." Gerald Ford wilde het Congres geruststellen over zijn politieke koers.

Vraag 27 2 punten

Leg uit welk beleid tijdens de Koude Oorlog Ford met deze toespraak nuanceerde.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Voorbeeld van een juist antwoord is: Gerald Ford wilde het beleid van onderhandelen over wapenvermindering / van het streven naar een betere relatie met de Sovjet-Unie (tijdens de detente) nuanceren, door aan te geven dat hij vindt dat een sterke defensie belangrijk is om de vrede te bewaren / dat de Verenigde Staten niet onder moeten doen voor andere landen. (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Geschiedenis 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1021-a-21-3-o

Andere examens geschiedenis vwo

Hoe ToetsChecker geschiedenis per vraagtype nakijkt, lees je op geschiedenis toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3?

Het centraal examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 27. Van 21 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over Koude Oorlog (5), tijd van wereldoorlogen (4) en historische vaardigheden (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1021-a-21-3-c).

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.