Eindexamen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Geschiedenis vwo 2025 tijdvak 1.

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over historische vaardigheden (6), tijd van wereldoorlogen (4) en Koude Oorlog (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Historische vaardigheden1, 5-6, 15, 22, 266
Tijd van wereldoorlogen17-204
Koude Oorlog21, 23-254
Tijd van Grieken en Romeinen2-43
Tijd van pruiken en revoluties11-133
Tijd van steden en staten7-82
Tijd van regenten en vorsten9-102
Tijd van burgers en stoommachines14, 162

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over historische vaardigheden (23% van de vragen, gemiddeld 15%). Minder over tijd van ontdekkers en hervormers (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en tijd van televisie en computer (0% van de vragen, gemiddeld 6%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Geschiedenis vwo 2025 tijdvak 1

Bron 1

In 203 arresteren de Romeinse autoriteiten in Noord-Afrika de christen Perpetua. In de gevangenis schrijft Perpetua in haar dagboek:

Toen we aan het middagmaal zaten, werden we weggesleurd voor verhoor. (...) Toen was ik aan de beurt. En onmiddellijk verscheen daar mijn vader met mijn zoontje en zei: "Breng nu toch een offer, heb medelijden met je kind!" Procurator¹ Hilarianus (...) zei: "Heb medelijden met de witte haren van je vader, heb medelijden met je kleine kind! Breng het offer voor het heil van de keizers!" En ik zei: "Dat doe ik niet!" "Ben jij een christen?" vroeg Hilarianus. En ik antwoordde: "Ja, ik ben een christen!" En terwijl mijn vader daar zo stond om mij omlaag te halen, gaf Hilarianus bevel hem weg te duwen, en hij kreeg ervan langs met de stok. Ik had verdriet om mijn vaders lot alsof ik er zelf van langs kreeg: zo verdrietig was ik om zijn ellendige oude dag. Toen sprak Hilarianus over ons allen het vonnis en veroordeelde ons tot de wilde dieren. In blije stemming gingen we naar de gevangenis.

noot 1 Dit is een Romeinse gerechtsdienaar.

Bron 2

De Frankische koning Karel de Grote (748-814) wil de Saksische volken onderwerpen. In de Kronieken van het Frankische Rijk, die aan het hof van Karel de Grote worden geschreven, staat bij het jaar 776:

Ze [de Saksen] begonnen te vechten en katapulten in te zetten om zo met geweld de vesting Syburg¹ te kunnen innemen. (...) Toen de Saksen hadden gezien dat het allemaal niet hielp, hebben ze ook nog takkenbossen aangevoerd om de gracht te vullen om definitief met geweld de vesting te veroveren. Maar Gods macht is – terecht – sterker geweest dan die van hen, en op een dag toen ze de strijd hadden voorbereid tegen de christenen die in de vesting zaten, verscheen helder en duidelijk Gods glorie boven de kerk die onderaan de vesting staat. En veel mensen zowel binnen als buiten de vesting zagen dat; en van hen zijn er nog vele getuigen onder ons. En die zeggen dat ze twee rode schilden zagen opvlammen en bewegen boven die kerk. En toen de heidenen die buiten stonden, dat teken hadden gezien, waren ze meteen in paniek en begonnen ze doodsbang te vluchten naar hun kamp; in de paniek vluchtte de grote massa Saksen en daarbij trapten ze elkaar dood.

noot 1 een Frankische vesting in het westen van Duitsland

Bron 3

In 1312 schrijven bisschoppen tijdens een concilie¹ in de Franse stad Vienne:

Uit betrouwbare bron is vernomen dat sommige begijnen (...) er meningen op na houden die tegengesteld zijn aan het katholieke geloof als het aankomt op geloofsideeën en sacramenten van de kerk. Deze begijnen trekken vele eenvoudige lieden aan en verleiden hen tot allerlei fouten. Ze vormen een gevaar voor zielen onder de mantel van heiligheid. We hebben vaak kritische berichten over hun leer gekregen en beschouwen ze terecht met argwaan. Met instemming van het heilige concilie, verbieden we voor eeuwig hun manier van leven en verwijderen hen volkomen uit de kerk van God. (...) Verder hebben wij met dit verbod op geen enkele manier de intentie om welke gelovige vrouw, of ze nu de geloften hebben afgelegd of niet, te verbieden eerbaar te leven in hun hofjes, als zij een leven willen leiden van boetedoening en dienstbaarheid aan de Heer.

noot 1 Een concilie is een vergadering waarin beslissingen worden genomen over de geloofsleer en de organisatie van de kerk.

Bron 4

De Rotterdamse stadssecretaris¹ Jan Allertsz. houdt een boek bij met aanwijzingen voor zijn opvolgers. Hij schrijft over het bezoek van de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1468:

Toen hij in Holland was, hield Karel audiëntie in de Grote Zaal te Den Haag. (...) Daar gaf Karel zijn dienaren alle ambten waar ze hem om vroegen. Ook al hadden de betrokken steden het privilege die ambten zelf in te vullen, toch schonk Karel ze weg. Het kostte steden veel geld om dit aan te vechten, maar niet alle steden konden dat. (...) Ook werden, terwijl Karel in Den Haag was, alle baljuwschappen, schoutenambten, klerkenfuncties, dijkgraafschappen en alle andere ambten verpacht. Zijn rentmeesters organiseerden dit. De kandidaat die het meeste bood, was het eerst aan de beurt. Of hij geschikt of ongeschikt was, deed er niet toe.

noot 1 Een stadssecretaris legt de besluiten van het stadsbestuur schriftelijk vast en bewaart akten en archiefstukken. Hij geeft ook juridisch en beleidsmatig advies aan het stadsbestuur.

Vroegmoderne tijd

Bron 5

Madame Palatine is getrouwd met de broer van de Franse koning Lodewijk XIV. Zij schrijft brieven aan familie over het hofleven. In 1719 schrijft zij:

Madame Béjon¹ zag een paar dagen geleden tijdens een bezoek aan de opera dat een vrouw in een dure jurk, behangen met een grote hoeveelheid juwelen, maar heel lelijk, het theater binnenkwam. Haar dochter zei: "Mama, tenzij ik me heel erg vergis, is die vrouw daar Maria, onze kokkin." "Houd je mond, mijn schat", zei de moeder, "en praat geen onzin". (...) De dame in de mooie jurk stond op en zei: "Ja, mevrouw, ik ben Maria, de kokkin; ik heb wat geld verdiend in de Rue de Quincampoix²; ik vind het leuk om goed gekleed te zijn. Ik heb een paar mooie jurken gekocht en ik heb ervoor betaald. Kunt u dat over uzelf zeggen?"

noot 1 een dame van adel

noot 2 Straat in Parijs waar wordt gehandeld in aandelen.

Bron 6

Benjamin Franklin is in Londen de vertegenwoordiger van de Amerikaanse kolonie Pennsylvania. Hij maakt in 1766 deze prent:

De prent zelf is niet overgenomen; zie de figure-verwijzing bij vraag 12.

Toelichting: De vrouw staat symbool voor Groot-Brittannië. Op de armen en benen staan afkortingen van namen van verschillende Britse koloniën in Noord-Amerika. Op de achtergrond zijn schepen te zien met een bezem in de mast, wat betekent dat ze te koop zijn.

Bron 7

In 1788 moet Willem Frederik van Oranje Nassau, de latere Nederlandse koning Willem I, een opstel schrijven van zijn docent. Hij schrijft in dit opstel met de titel 'Volksregering':

Hij [een vorst] moet zich alle vorstelijke deugden eigen maken, te weten: godsvrucht, rechtvaardigheid en billijkheid, dapperheid, geheimhouding, voorzichtigheid, goedheid en weldadigheid. Dat laatste zonder verkwisting, een zeer gevaarlijke ondeugd. De nadelen van een democratie of volksregering zijn dat daarbij de toestemming van een groot aantal mensen nodig is. Dat maakt het zeer moeilijk om a: geheimhouding te garanderen en b: tot verstandige besluiten te komen. Een volksregering biedt een al te grote vrijheid, die vaak in een harde slavernij verandert omdat er meestal iemand opstaat die zich meester maakt van de gedachten van het volk, en zich door zijn invloed over dat volk vervolgens tot tiran ontwikkelt.

Moderne tijd

Bron 8

De Belgische schilder Ferdinand De Braekeleer maakt in 1837 het schilderij De Spaanse Furie in Antwerpen:

Het schilderij zelf is niet overgenomen; zie de figure-verwijzing bij vraag 14.

Toelichting: Het schilderij verbeeldt de plundering van de stad Antwerpen in 1576. Links de Spaanse troepen, rechts de Antwerpse burgers onder leiding van Gozewijn van Varick.

Bron 9

In 1890 wil Wilhelmina Drucker toespraken houden in Friesland om de invoering van het vrouwenkiesrecht te bevorderen. De voorzitter van de Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht schrijft aan haar:

Mejuffrouw! Omdat wij heden te Leeuwarden vergadering hielden van het hoofdbestuur van de Nederlandse Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht (...) achtte ik het verstandig met deze heren eens over uw voorgenomen reis door Friesland te spreken, omdat ik uw komst op dit ogenblik, of liever in dit seizoen, althans wat het platteland betreft, als geheel nutteloos beschouw. Dit bleek ook het gevoel van de heren te zijn. Alleen te Leeuwarden zou u op een enigszins talrijk publiek kunnen rekenen. Wij zijn dus overeengekomen dat men te Leeuwarden overleg zou plegen (...), om vervolgens, bij enig uitzicht op voldoende belangstelling, u te berichten omtrent de dag van uw optreden aldaar, waarschijnlijk aanstaande zaterdagavond. (...) Gij stedelingen kunt u geen denkbeeld vormen van de bekrompenheid van de plattelandsvrouwen. Hier in Gorredijk hebben wij het nooit zover kunnen brengen dat meer dan 10 à 12 vrouwen een openbare bespreking van een maatschappelijk vraagstuk bezoeken. En die vrouwen worden als het ware met de vinger nagewezen en bekeken als zeldzame beesten in de dierentuin. Nu is het daarom juist nodig om te proberen enige belangstelling te wekken onder de vrouwen hier. En dat zou natuurlijk het best dóór de vrouw kunnen geschieden.

Bron 10

Een foto, omstreeks 1920 gemaakt in de omgeving van Berlijn:

De foto zelf is niet overgenomen; zie de figure-verwijzing bij vraag 17.

Toelichting: De tank is door het Duitse leger gebruikt tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Bron 11

De voormalige Britse minister-president David Lloyd George bezoekt in 1936 Duitsland en schrijft daarover in de Britse krant The Daily News:

Hitler is een geboren leider. Een charismatische, dynamische persoon die maar een doel nastreeft, een sterke wilskracht heeft en een dapper hart. Hij is niet alleen op papier maar ook in werkelijkheid de Nationale Leider. (...) Het is waar dat elke openlijke kritiek op de regering in welke vorm dan ook is verboden. Dat betekent niet dat er geen kritiek is. Ik heb de toespraken van bekende nazi's openlijk veroordeeld horen worden. Maar ik heb geen enkele kritiek op of afkeuring van Hitler gehoord. Hij is net zo immuun voor kritiek als een koning in een monarchie. Hij is meer. Hij is de George Washington van Duitsland – de man die zijn land onafhankelijk heeft gemaakt van al haar onderdrukkers. (...) Wat Hitler in Neurenberg¹ zei was waar. De Duitsers zullen elke indringer van hun eigen land tot de dood weerstaan maar ze hebben niet langer de wens om enig ander land binnen te vallen. De leiders van het moderne Duitsland weten maar al te goed dat Europa te groot is om door welke natie dan ook overlopen of vertrapt te worden, hoe krachtig haar bewapening ook mag zijn. Die les hebben ze in de oorlog geleerd.

noot 1 In september 1936 vindt de jaarlijkse Rijkspartijdag van de NSDAP plaats in Neurenberg. Hitler spreekt tijdens de partijdag een aantal malen de menigte toe.

Bron 12

Op 17 november 1959 staat in de Peking Review, een weekblad van de Chinese Communistische Partij:

Er wordt geschat dat de opbrengst van voedselgewassen ongeveer 275 miljoen ton zal zijn, dus ongeveer 10 procent hoger dan in 1958; de katoenproductie zal waarschijnlijk meer dan 10 procent hoger zijn dan vorig jaar. Deze uitstekende resultaten zijn bereikt ondanks zeer ongunstige weersomstandigheden. Droogte, onbarmhartig zware regens en wateroverlast, stormen en insectenplagen; de ernstigste natuurrampen sinds de bevrijding hebben grote delen van het platteland geteisterd. (...) Rampen op deze schaal zouden in het oude China duizenden vierkante kilometers landbouwgrond tot woestenij hebben gemaakt (...). Dankzij de volledige inzet van het volk, geleid door de Communistische Partij, en de collectieve kracht en het gecoördineerde werk van de volkscommunes, was China in staat om al deze natuurrampen het hoofd te bieden en de sprong voorwaarts in de landbouw door te zetten.

Bron 13

In het veelgelezen damestijdschrift Margriet staat in februari 1957 het fictieve verhaal 'Caro en haar Katoentje'. Hierin koopt Caro een afgeprijsde coupon (lap) gebloemde stof, wat er uiteindelijk toe leidt dat ze de man van haar dromen tegenkomt:

Het is eigenlijk heel gek, dat Caro's leven radicaal werd veranderd op het moment dat haar oog viel op dat gebloemde couponnetje. Caro, die nog nooit zelf iets had gemaakt, die meer een draagster is van model-japonnen uit de Haute Couture¹ (...). Omdat ze een flatje had gekocht, en ingericht, maakte ze een tijdelijke financiële crisis door en was op de kleintjes gaan letten. (...) "Reuzekoopje", constateerde Caro met voldoening, "van 17,78 voor 2,50." Caro kan geweldig goed rekenen, dat merkt u wel, want u of ik zouden nooit uit ons hoofd kunnen uitrekenen hoeveel 3,95 x 4,50² is. Maar Caro is een slim meisje en heeft niet voor niets een reuze-baan op een accountantskantoor.

noot 1 exclusieve op maat gemaakte kleding

noot 2 Caro ziet dat de lap stof 4,5 meter lang is en oorspronkelijk 3,95 gulden per meter kost, wat een prijs zou opleveren van 17,78 gulden. Caro kan de stof nu kopen voor 2,50 gulden.

Kenmerkende aspecten

Tijdvak 1

  • de levenswijze van jagers-verzamelaars.
  • het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
  • het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

Tijdvak 2

  • de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.
  • de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
  • de groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
  • de ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.

Tijdvak 3

  • de verspreiding van het christendom in geheel Europa.
  • het ontstaan en de verspreiding van de islam.
  • de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
  • het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

Tijdvak 4

  • de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.
  • de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
  • het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.
  • de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.
  • het begin van staatsvorming en centralisatie.

Tijdvak 5

  • het begin van de Europese overzeese expansie.
  • het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid.
  • de protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

Tijdvak 6

  • het streven van vorsten naar absolute macht.
  • de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.
  • wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
  • de wetenschappelijke revolutie.

Tijdvak 7

  • rationeel optimisme en 'verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
  • voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
  • uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
  • de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

Tijdvak 8

  • de industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
  • discussies over de 'sociale kwestie'.
  • de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
  • de opkomst van emancipatiebewegingen.
  • voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
  • de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

Tijdvak 9

  • de rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • de crisis van het wereldkapitalisme.
  • het voeren van twee wereldoorlogen.
  • racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
  • de Duitse bezetting van Nederland.
  • verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
  • vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

Tijdvak 10

  • de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
  • de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
  • de eenwording van Europa.
  • de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
  • de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

Door de tijd heen

De volgende gebeurtenissen, waarbij beelden en afbeeldingen werden vernield en verboden, staan in willekeurige volgorde:

  • 1 Amerikaanse kolonisten smolten meteen na het uitroepen van de onafhankelijkheid een standbeeld van koning George III om tot kogels.
  • 2 De Spaanse ontdekkingsreiziger Cortés liet na de verovering van Mexico Azteekse godenbeelden uit tempels verwijderen.
  • 3 Een Byzantijnse keizer verbood in zijn Rijk de verering van afbeeldingen, om inwoners tevreden te houden die zich hadden bekeerd tot de opkomende islam.
  • 4 Het bestuur in Frankrijk dat de privileges voor standen afschafte, beval alle beelden die 'sporen van feodalisme bevatten' te vernietigen.
  • 5 Kort na het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog vernielden calvinisten alle heiligenbeelden in de Sint-Vituskathedraal in Praag.
  • 6 Taiping-rebellen verwijderden boeddhistische afbeeldingen van de porseleinen pagode van Nanking en braken de 80 meter hoge toren af.

Vraag 1 2 punten

Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

De juiste volgorde is: 3, 2, 5, 1, 4, 6

Opmerking: Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Prehistorie en oudheid

In de vijfde eeuw voor Christus lieten leden van de Atheense elite niet langer grote en rijk versierde grafmonumenten bouwen maar eenvoudige bouwwerken, in de stijl van de graven van andere Atheense burgers. Volgens sommige historici is er een verband tussen deze verandering in grafbouw en het burgerschap in Athene.

Vraag 2 2 punten

Geef aan welk verband dit is, waarbij je in je antwoord ingaat op de bestuursvorm van Athene.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • In de vijfde eeuw is Athene een democratie waarin burgers (ongeacht hun economische of sociale status) dezelfde politieke rechten hadden,
  • zodat de leden van de elite (door gelijke graven te laten bouwen) wilden benadrukken dat zij zichzelf niet meer politieke invloed toeschreven dan andere burgers / niet extra politieke macht opeisten.

Opmerking: Als wordt geantwoord dat de elite wilde benadrukken dat zij gelijk waren aan de andere burgers, wordt geen scorepunt toegekend (omdat het specifiek gaat om politieke rechten).

Gebruik bron 1.

Na de dood van Perpetua verspreidt de vroegchristelijke gemeenschap haar dagboek.

Vraag 3 2 punten

Geef aan welke boodschap de gemeenschap hiermee wil overbrengen aan christenen en welke boodschap aan de Romeinse autoriteiten.

Bekijk het antwoord

De vroegchristelijke gemeenschap wil overbrengen:

  • aan christenen dat sterven voor je geloof beter is dan van het geloof vallen / dat je geen concessies moet doen (en dus moet weigeren de keizer te vereren).
  • aan de Romeinse autoriteiten dat zij met hun vervolging het christendom niet kunnen onderdrukken / dat zij kunnen ophouden met de vervolging omdat deze geen zin heeft (want de christenen zijn vasthoudend).

Opmerking: Als wordt geantwoord dat de gemeenschap wil waarschuwen voor de vervolging, wordt geen scorepunt toegekend.

De middeleeuwen

De Arabische dynastie van de Omajjaden veroverde delen van Spanje. In de negende eeuw schreef de islamitische rechtsgeleerde Yahya ibn Yahya dat moslims in Spanje niet mochten deelnemen aan de viering van het christelijke kerstfeest. Je concludeert dat de Arabieren het christendom in Spanje tolereerden, maar dat Ibn Yahya zich zorgen maakte over de gevolgen hiervan.

Vraag 4 2 punten

Licht deze conclusie toe door:

  • een politieke reden te noemen voor de tolerantie tegenover de christenen, en
  • met behulp van een kenmerkend aspect te beredeneren welk gevolg van het tolereren van het christendom Ibn Yahya wilde voorkomen.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • De tolerantie moest ervoor zorgen dat er geen verzet ontstond (onder de oorspronkelijke bevolking) tegen de Arabische overheersing.
  • Yahya ibn Yahya wilde voorkomen dat 'de verspreiding van de islam' vertraging zou oplopen / dat 'de verspreiding van het christendom in geheel Europa' werd bevorderd omdat moslims door contact met christenen / het vieren van christelijke feesten niet langer de (zuivere) islam zouden aanhangen / zich zouden bekeren tot het christendom.

Opmerking: Als het antwoord bij de tweede deelvraag alleen een juist kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Gebruik bron 2.

Stel: je wilt deze bron gebruiken voor twee verschillende onderzoeksgebieden:

  • 1 de oorzaak van de Frankische overwinning bij Syburg.
  • 2 de kerstening van Europa.

Vraag 5 4 punten

Geef aan, waarna je je antwoord telkens ondersteunt met een andere verwijzing naar de bron:

  • waardoor je de informatie in de bron als minder betrouwbaar beschouwt voor het eerste onderzoeksgebied, en
  • welke conclusie je met behulp van deze bron kunt trekken over de kerstening van Europa op dat moment.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De bron bevat minder betrouwbare informatie over de oorzaak van de overwinning bij Syburg omdat de auteur, die verbonden is aan het hof, de kant van Karel de Grote kiest / de Frankische legitimatie van de oorlog weergeeft,
  • wat blijkt uit de bron waarin de auteur (een van de volgende): beweert dat God terecht de Franken steunt. / de overwinning toeschrijft aan goddelijke interventie.
  • Je kunt de conclusie trekken dat de kerstening van Europa nog niet/gedeeltelijk is voltooid, omdat uit de bron is af te leiden dat de Saksen nog niet zijn bekeerd tot het christendom / het hof van Karel de Grote wel is gekerstend.
  • of: Je kunt de conclusie trekken dat kerstening op dat moment onderdeel is van conflicten, omdat uit de bron blijkt dat christenen de strijd ook interpreteren als strijd van God tegen heidenen.

Opmerking: Alleen als het antwoord (bij de eerste deelvraag) een juiste uitleg bevat over de mindere betrouwbaarheid van de informatie en (bij de tweede deelvraag) een juiste conclusie bevat over kerstening, wordt telkens 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

In 1241 liet de gravin van Vlaanderen de bepaling vastleggen dat in het bestuur van de stad Brugge: "geen enkele handwerker [ambachtsman] mag worden verkozen, tenzij hij zich sinds één jaar en één dag van alle handwerk heeft onthouden". Volgens een historicus droeg deze bepaling bij aan het oplopen van een conflict onder de poorters van Brugge.

Vraag 6 2 punten

Leg de redenering van de historicus uit.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is: Volgens de historicus droeg de bepaling bij aan het oplopende conflict tussen de ambachtslieden/handwerkers en de patriciërs over inspraak in het stadsbestuur / over de macht van de patriciërs in het stadsbestuur omdat handwerkers/ambachtslieden (die het zich niet konden veroorloven één jaar en één dag niet te werken) door deze bepaling niet in het bestuur konden worden verkozen.

Gebruik bron 3.

De katholieke kerk streeft in de veertiende eeuw naar continuïteit maar krijgt ook te maken met verandering.

Vraag 7 3 punten

Toon aan:

  • dat de bisschoppen met hun besluit continuïteit van de machtspositie van de kerk nastreven, en
  • met welke verandering in geloofsbeleving van stedelingen de bisschoppen rekening houden, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De kerk streeft naar continuïteit van haar machtspositie door de levenswijze van begijnen te verbieden omdat zij er meningen op na houden die tegengesteld zijn aan het katholieke geloof.
  • De kerk houdt rekening met het ontstaan van een meer individuele geloofsbeleving (of een juiste omschrijving daarvan),
  • door (een van de volgende): te schrijven dat het gelovige vrouwen toegestaan is in een hof een leven vol boetedoening/dienstbaarheid aan de Heer te leven. / oog te hebben voor het gegeven dat eenvoudige lieden zich makkelijk laten bekeren tot de levensstijl van de begijnen.

Opmerking: Alleen als het antwoord bij de tweede deelvraag ingaat op het ontstaan van een meer individuele geloofsbeleving, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Gebruik bron 4.

Jan Allertsz. heeft een bedoeling met deze beschrijving.

Vraag 8 2 punten

Geef deze bedoeling weer door:

  • aan te tonen dat hij kritiek levert op het centralisatiebeleid van de Bourgondische hertogen, en
  • te beredeneren welk doel Jan Allertsz. wil bereiken met het opnemen van deze kritiek in zijn boek.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Jan Allertsz. levert kritiek op het centralisatiebeleid door te schrijven dat Karel de Stoute in strijd met de privileges (lokale) ambten schenkt aan dienaren / door zijn rentmeesters aan de hoogst biedende laat verpachten.
  • Jan Allertsz. wil ervoor zorgen dat toekomstige stadssecretarissen zich ervan bewust zijn dat ze het stadsbestuur moeten waarschuwen als de landsheer (nog meer) privileges niet erkent (om de positie van de stad tegenover de landsheer te versterken) / wil dat toekomstige stadssecretarissen protesten tegen het centralisatiebeleid kunnen onderbouwen.

Vroegmoderne tijd

In het begin van de zeventiende eeuw kreeg de Republiek een leidende positie in de wereldhandel, die later werd overgenomen door Engeland.

Vraag 9 3 punten

Verklaar beide ontwikkelingen door:

  • een beslissing te noemen die in 1602 in de Republiek werd genomen om de positie in de wereldhandel te stimuleren, en
  • uit te leggen welk Engels economisch beleid in de zeventiende eeuw eraan bijdroeg dat de Republiek de leidende positie kwijtraakte.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • In 1602 werd de beslissing genomen om de VOC op te richten / een monopolie te geven (om de positie van de Republiek in de wereldhandel te stimuleren).
  • Engeland ging een mercantilistisch beleid voeren / gaf de East India Company het monopolie op de handel in Azië / voerde de Navigation Acts in, wat eraan bijdroeg dat de Republiek concurrentie kreeg / minder producten kon verhandelen / minder winst maakte.

In de zeventiende eeuw was het koninkrijk Xwéda (het huidige Benin in Afrika) een van de grootste centra van slavenhandel. De Xwéda bepaalden dat:

  • 1 handelaren uit verschillende Europese landen een handelspost mochten openen.
  • 2 Europese handelsposten niet aan de kust mochten worden gebouwd.

De Xwéda wilden met beide bepalingen voorkomen dat ze werden onderworpen door Europeanen.

Vraag 10 2 punten

Geef voor beide bepalingen apart de redenering weer die de Xwéda daarbij volgden.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

bij 1: Omdat verschillende Europese landen een handelspost mochten openen, zouden deze landen willen voorkomen dat één Europees land de macht greep (om hun eigen aandeel niet kwijt te raken) / werd voorkomen dat een Europees land zich buitengesloten voelde en daardoor Xwéda zou aanvallen.

bij 2: Europeanen konden wapens/troepen alleen via zee aanvoeren zodat het verbod om handelsposten aan de kust te bouwen een aanval op Xwéda lastiger maakte.

Gebruik bron 5.

Twee gegevens:

  • 1 Historici gebruiken de brieven van Madame Palatine als bron voor onderzoek naar de standensamenleving in de achttiende eeuw.
  • 2 Madame Palatine verstuurt haar brieven via een privébode omdat ambtenaren van de Franse koning alle brieven lezen die via het hof worden verzonden.

Vraag 11 4 punten

Toon aan, waarbij je je antwoord telkens ondersteunt met een andere verwijzing naar de brief:

  • bij gegeven 1 welke verandering in de visie op de standensamenleving Madame Palatine in haar brief naar voren laat komen, en
  • bij gegeven 2 dat Madame Palatine een privébode moet gebruiken om haar positie aan het hof veilig te stellen.
Bekijk het antwoord

Bij 1:

  • Madame Palatine laat zien dat het volk zich (meer) als gelijk beschouwt aan de adel / niet langer vindt dat de adel meer aanzien/privileges verdient,
  • want uit de brief blijkt dat de kokkin (een van de volgende): de leefwijze/kledingstijl van de adel imiteert. / een adellijke dame openlijk beledigt. / vindt dat zij het recht heeft zich te kleden/te gedragen als de adel omdat zij haar eigen geld heeft verdiend.

Bij 2:

  • Madame Palatine wil niet dat het bekend wordt dat zij gebeurtenissen/roddels doorvertelt die aantonen dat er problemen zijn aan het hof / die het hof/de koning liever niet naar buiten brengt,
  • zoals (een van de volgende): het gegeven dat Madame Béjon geen idee heeft dat haar kokkin ook naar het theater gaat. / een letterlijk gesprek tussen een adellijke moeder en dochter. / het gegeven dat Madame Béjon door haar kokkin publiekelijk de les wordt gelezen.

Opmerkingen: Alleen als het antwoord (bij de eerste deelvraag) een juiste verandering en (bij de tweede deelvraag) een juiste verklaring voor het beschermen van haar positie aan het hof bevat, wordt telkens 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron. Als het antwoord op de deelvragen dezelfde verwijzing naar de bron bevat, wordt alleen aan de eerste juiste verwijzing 1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 6.

Franklin stuurt deze prent in 1766 naar Britse politici.

Vraag 12 3 punten

Geef hiervoor een verklaring door:

  • zonder bron het Britse beleid in die tijd te noemen waardoor het verzet in Noord-Amerika toeneemt, en
  • aan te geven welke politieke waarschuwing Franklin wil overbrengen aan het Britse bestuur, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de prent.

Prent van Benjamin Franklin uit 1766: een vrouw die Groot-Brittannië voorstelt, met op armen en benen afkortingen van Britse koloniën in Noord-Amerika en op de achtergrond schepen met een bezem in de mast. Bekijk in Bijlage, pagina 5

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • In de koloniën neemt het verzet toe vanwege de onvrede over de belastingen die de Amerikaanse koloniën moeten betalen / vanwege het uitblijven van politieke inspraak voor Amerikaanse kolonisten.
  • Volgens Franklin zal het beleid van Groot-Brittannië leiden tot het verlies van Amerikaanse koloniën voor Groot-Brittannië / leiden tot een afname van de machtsbasis van Groot-Brittannië,
  • door (een van de volgende): het afbeelden dat de ledematen van Groot-Brittannië met de namen van Amerikaanse koloniën geamputeerd zijn. / af te beelden dat Groot-Brittannië speer en schild ongebruikt naast zich laat liggen / verslagen voor zich uit kijkt. / af te beelden dat de Britse schepen te koop staan.

Opmerking: Alleen als het antwoord op de tweede deelvraag een juiste politieke boodschap bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Gebruik bron 7.

Een bewering:

Willem Frederik leert tijdens zijn opleiding over verlichte denkbeelden.

Vraag 13 3 punten

Geef een argument voor deze bewering door aan te tonen:

  • dat Willem Frederik waarschuwt voor een gevolg van het idee van de 'algemene wil' van Rousseau, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
  • met behulp van een kenmerkend aspect, welke regeringsvorm uit de achttiende eeuw Willem Frederik in dit opstel ondersteunt.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Rousseau ging ervan uit dat de algemene wil de basis is voor een directe democratie/volksregering,
  • waartegen Willem Frederik waarschuwt door te schrijven dat dit uitloopt op een tirannie / dat teveel macht bij het volk het nemen van verstandige besluiten bemoeilijkt.
  • Willem Frederik ondersteunt het 'voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)' door te beweren dat een vorst zich deugden als goedheid/weldadigheid eigen moet maken maar dat hij wel vorst blijft.

Opmerkingen: Alleen als het antwoord (bij de eerste deelvraag) een juiste waarschuwing tegen een gevolg van de algemene wil bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron. Als het antwoord bij de tweede deelvraag alleen een kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Moderne tijd

Gebruik bron 8.

De Belgische regering roept kunstenaars op om schilderijen te maken die het Zuid-Nederlandse verleden tot onderwerp hebben.

Vraag 14 3 punten

Licht deze oproep toe door:

  • zonder bron de negentiende-eeuwse kunststroming te noemen die bij deze oproep past, en
  • uit te leggen dat de boodschap die De Braekeleer met dit schilderij wil weergeven past bij de bedoeling van de Belgische overheid, waarbij je in je antwoord ingaat op een gebeurtenis uit 1830.

Schilderij van Ferdinand De Braekeleer uit 1837, De Spaanse Furie in Antwerpen: de plundering van Antwerpen in 1576, met Spaanse troepen links en Antwerpse burgers rechts. Bekijk in Bijlage, pagina 6

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De oproep past bij de Romantiek.
  • De Braekeleer wil de boodschap overbrengen dat de Belgen (moeten blijven) vechten voor hun onafhankelijkheid/voor hun vaderland / wil het nationalisme onder de Belgen bevorderen,
  • waarmee de Belgische overheid de (strijd om de) Belgische afscheiding na 1830 wil steunen.

De volgende gebeurtenissen, die plaatsvonden in de Chinese stad Xi'an, staan in willekeurige volgorde:

  • 1 De taoïstische 'Tempel van de Acht Onsterfelijken' in Xi'an werd tijdens de Culturele Revolutie ernstig beschadigd.
  • 2 Het keizerlijk hof vluchtte tijdens de Bokseropstand naar Xi'an.
  • 3 Muitende generaals gijzelden de leider van de Chinese nationalistische beweging bij Xi'an totdat hij beloofde samen te werken met de communistische troepen.
  • 4 Studenten demonstreerden in Xi'an om steun te betuigen aan de studentendemonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede.
  • 5 Tijdens de opstand van de Nian braken er in Xi'an ernstige rellen uit onder voor- en tegenstanders van deze opstand.
  • 6 Vlak voor de troonsafstand van Puyi werd in Xi'an het fort van de Qing-dynastie bestormd.

Vraag 15 2 punten

Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

De juiste volgorde is: 5, 2, 6, 3, 1, 4

Opmerking: Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 9.

Twee gegevens:

  • 1 Drucker vindt het nodig de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK) op te richten.
  • 2 Socialisten uiten kritiek op Drucker omdat ze vindt dat kiesrecht eerst alleen aan vrouwen met een opleiding moet worden verleend.

Vraag 16 3 punten

Licht beide gegevens toe door:

  • aan te geven waarom Drucker de noodzaak voelt tot het oprichten van de VVK, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
  • zonder bron vanuit het socialistische gedachtegoed te verklaren dat de socialisten kritiek hebben op het uitgangspunt van Drucker.
Bekijk het antwoord

Drucker voelt de noodzaak tot het oprichten van de VVK omdat zij merkt dat er nog weinig vooruitgang is geboekt bij het bereiken/verkrijgen van vrouwenkiesrecht / zij (te) weinig steun verwacht van het bestuur (allen mannen) van de Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht,

  • omdat de voorzitter schrijft dat (een van de volgende): het moeilijk is om op het platteland vrouwen te interesseren voor kiesrecht. / plattelandsvrouwen bekrompen zijn. / er weerstand is tegen vrouwenkiesrecht waardoor de vrouwen worden nagewezen. / belangstelling voor kiesrecht onder vrouwen het best kan worden gewekt door een vrouw.

De socialisten die strijden voor gelijkheid/kansen voor arbeiders hebben kritiek op het standpunt van Drucker omdat zij arbeidersvrouwen uitsluit (die geen geld/tijd hebben voor een opleiding).

Opmerking: Alleen als het antwoord bij de eerste deelvraag een juiste uitleg bevat over de noodzaak die Drucker voelt, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Gebruik bron 10.

Een bewering:

De Duitse regering zal deze foto in de jaren 1920 wel willen verspreiden in geallieerde landen, maar niet in Duitsland.

Vraag 17 3 punten

Ondersteun deze bewering door:

  • met een verwijzing naar de foto aan te geven welke boodschap de Duitse regering hiermee kan overbrengen aan geallieerde landen, en
  • de reden te noemen waardoor de Duitse regering terughoudend is om deze foto te verspreiden binnen Duitsland.

Foto, omstreeks 1920 gemaakt in de omgeving van Berlijn, van een tank die door het Duitse leger in de Eerste Wereldoorlog is gebruikt. Bekijk in Bijlage, pagina 8

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • De Duitse regering kan met de foto waarop te zien is dat een tank wordt gesloopt de boodschap overbrengen dat zij zich aan (de bepalingen over de strikte beperking op het aantal zware wapens van) het Verdrag van Versailles houdt / Duitsland geen (militaire) bedreiging meer vormt.
  • De regering verspreidt de foto liever niet in Duitsland omdat de Duitse bevolking de regering kan verwijten dat Duitsland (door de sloop van tanks) weerloos wordt / zich niet meer kan verdedigen / vernederd wordt.

De Amerikaanse journalist Hersey schreef over zijn jeugd in de Chinese havenstad Tianjin in de jaren 1920: "Ik groeide op in een rare stad. Voor drie of vier Chinese koperen munten kon ik in een riksja [fietstaxi] van mijn huis naar Engeland rijden, naar Italië, Duitsland of Japan."

Vraag 18 2 punten

Licht dit toe door:

  • de beschreven situatie in Tianjin te verklaren vanuit afspraken die werden gemaakt na de opiumoorlogen in de negentiende eeuw, en
  • de protestbeweging te noemen die in 1919 werd opgericht uit verzet tegen situaties zoals deze.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Dat in Tianjin verschillende delen van de stad werden bebouwd door/in bezit waren van westerse landen kan worden verklaard door de afspraken (in de ongelijke verdragen) dat China over sommige (haven)steden zeggenschap moest afstaan aan westerse mogendheden.
  • De 4 Meibeweging (verzette zich tegen het (westerse) imperialisme).

Gebruik bron 11.

Historici trekken twee conclusies:

  • 1 Lloyd George geeft een eenzijdig beeld weer van de populariteit van Hitler in 1936.
  • 2 Lloyd George is in 1936 vooral onder de indruk van Hitler vanwege diens aanpak van de werkloosheid in Duitsland.

Vraag 19 5 punten

Onderbouw beide conclusies door:

  • uit te leggen waardoor het beeld dat Lloyd George weergeeft van de populariteit van Hitler in 1936 eenzijdig te noemen is, en
  • aan te geven welke kritiek op de Britse appeasementpolitiek Lloyd George wil wegnemen, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
  • met behulp van een kenmerkend aspect een argument te geven voor de tweede conclusie van de historici.

Let op: je moet na het opschrijven van het kenmerkende aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Het beeld dat Lloyd George weergeeft dat er in Duitsland geen kritiek is op Hitler, is eenzijdig omdat Lloyd George de mening van Joodse burgers / van (vervolgde) politieke tegenstanders buiten beschouwing laat (die wel kritiek hadden / die geen kritiek konden leveren).
  • Lloyd George wil de kritiek wegnemen dat de appeasementpolitiek kan leiden tot een nieuwe oorlog / de agressie van Hitler niet indamt, door te schrijven dat (een van de volgende): Duitsers niet langer de wens hebben om andere landen binnen te vallen. / de leiders van het moderne Duitsland weten dat Europa te groot is om door welke natie dan ook overlopen of vertrapt te worden.
  • In de jaren 1930 is er door de 'crisis van het wereldkapitalisme' overal / ook in Groot-Brittannië sprake van werkloosheid/armoede, wat zou verklaren dat Lloyd George geïnteresseerd is in een leider die dit succesvol bestrijdt.

Opmerkingen: Alleen als het antwoord bij de tweede deelvraag een juist voorbeeld van kritiek bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron. Als het antwoord bij de derde deelvraag alleen het juiste kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Een gegeven:

In april 1945 sloeg de Duitse bevolking wél massaal op de vlucht voor de troepen van de Sovjet-Unie, en niet voor de troepen van de Westerse geallieerden. In Oost-Duitsland werd tussen 1945 en 1989 weinig gepubliceerd over deze vlucht.

Vraag 20 3 punten

Licht dit gegeven toe door:

  • met behulp van een kenmerk van de nationaalsocialistische ideologie een verklaring te geven voor de vlucht van de Duitse bevolking voor de Sovjet-troepen in 1945, en
  • te beredeneren waardoor er in Oost-Duitsland tussen 1945 en 1989 weinig werd gepubliceerd over deze vlucht.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Volgens de nationaalsocialistische ideologie waren communisten vijanden / was het Russische volk barbaars/minder ontwikkeld,
  • waardoor de Duitse bevolking bang was dat de Russen hen als vijand zouden bestraffen / meedogenloos zouden handelen (zodat zij op de vlucht sloeg).
  • Na 1945 behoorde Oost-Duitsland tot de communistische invloedssfeer waardoor het schrijven over de vlucht/de angst van de Duitsers voor de Sovjettroepen niet was toegestaan.

Opmerking: Alleen als bij de eerste deelvraag een juist kenmerk van de nationaalsocialistische ideologie wordt genoemd, wordt 1 scorepunt toegekend aan de verklaring voor de vlucht.

Een geschiedenis:

In 1662 stichtte de Chinese generaal Zheng Chenggong een koninkrijk in Taiwan en streed van daaruit tegen de Qing-keizer in China. Chiang Kaishek liet zich na 1949 in propagandaboodschappen vaak vergelijken met Zheng Chenggong.

Vraag 21 2 punten

Geef aan:

  • welke politieke boodschap Chiang Kaishek wilde overbrengen met de vergelijking met Zheng Chenggong, en
  • welke beslissing van de Verenigde Naties in 1949 Chiang Kaishek sterkte in de gedachte dat hij 'de nieuwe Zheng Chenggong' was.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Chiang Kaishek wilde de politieke boodschap overbrengen dat hij vanaf Taiwan (waar hij heen was gevlucht) China wilde veroveren/heroveren / de CCP zou bestrijden (net zoals Zheng Chenggong de vijand in China bestreed).
  • De Verenigde Naties erkenden in 1949 Chiang Kaishek als wettige vertegenwoordiger van heel China.

Gebruik bron 12.

Twee onderzoeksonderwerpen over de Volksrepubliek China in de jaren 1950:

  • 1 Het succes van de Grote Sprong Voorwaarts.
  • 2 De legitimatie van de machtspositie van de Chinese Communistische Partij (CCP).

Vraag 22 2 punten

Leg uit met een verwijzing naar de bron voor welk onderzoeksonderwerp de informatie uit de bron het meest betrouwbaar is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is: De informatie is het meest betrouwbaar voor het tweede onderzoeksonderwerp omdat de bron het eigen weekblad van de CCP betreft, zodat de informatie betrouwbaar is om te onderzoeken op welke wijze de partij haar macht probeert te legitimeren, zoals door het opnemen van de bewering dat het Chinese volk zonder de leiding van de CCP aan rampen ten onder zal gaan / dat er in China onder de leiding van de CCP successen worden behaald.

of: De informatie is het meest betrouwbaar voor het tweede onderzoeksonderwerp omdat de CCP in het eigen weekblad het succes van hun beleid / de Grote Sprong Voorwaarts wil benadrukken / geen zaken zal opnemen die kritiek op de Partij zouden kunnen oproepen, zodat je twijfelt aan de betrouwbaarheid van de beschreven successen van de Grote Sprong Voorwaarts.

Vanaf de jaren 1960 besloot de CCP de Peking Review (zie bron 12) in grotere oplages in verschillende wereldtalen uit te brengen.

Vraag 23 2 punten

Leg uit dat dit besluit van de CCP een gevolg was van de veranderde internationale positie van de Volksrepubliek China.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is: Na de breuk met de Sovjet-Unie / door het internationale isolement probeerde de Chinese regering haar positie te verbeteren/haar invloed uit te breiden door via de positieve artikelen in de Peking Review het begrip voor de Volksrepubliek China te vergroten in het buitenland.

Opmerking: Alleen als in het antwoord wordt ingegaan op de breuk met de Sovjet-Unie / het internationale isolement en de daaruit voortkomende poging de positie te verbeteren, worden scorepunten toegekend.

Op 1 augustus 1961 sprak Chroesjtsjov, de leider van de Sovjet-Unie, met Ulbricht over het plan om de Berlijnse Muur te bouwen. Chroesjstjov stelde voor: "We moeten een gezamenlijk persbericht publiceren waarin de DDR wordt gevraagd de grens te sluiten in het belang van de socialistische landen."

Vraag 24 3 punten

Licht dit gesprek toe door:

  • uit te leggen welk probleem, dat kon ontstaan door het bouwen van de Berlijnse Muur, Chroesjtsjov wilde voorkomen met zijn voorstel, en
  • aan te geven welk intern probleem van de DDR de bouw van de Muur daadwerkelijk moest oplossen.

Aanvulling: geen aanvulling in dit bestand.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Chroesjtsjov wilde voorkomen dat Ulbricht de aanhang onder zijn volk verloor / voorkomen dat de beslissing binnen het Oostblok zou worden betwist, door te laten merken dat de Sovjet-Unie de bouw van de Muur steunde (zodat de (burgers van) Oostbloklanden geen kritiek durfden te geven). (2 scorepunten)
  • of: Chroesjtsjov wilde voorkomen dat de Westerse geallieerden zich gingen verzetten tegen de bouw van de Muur, omdat duidelijk was dat ze dan een conflict riskeerden met (niet alleen de DDR maar ook met) het Oostblok / de Sovjet-Unie. (2 scorepunten)
  • De bouw van de Muur moest de vlucht van DDR-burgers naar het Westen stoppen / moest verhinderen dat de DDR-burgers in aanraking kwamen met Westerse invloeden. (1 scorepunt)

In 1979 ondertekende de Oost-Duitse scholier Peer G. de verklaring: "Ik verplicht mij om op vrijwillige basis met het MfS [Staatssicherheitsdienst] samen te werken. Ik ben bereid om het MfS van alle zaken die zich tegen de veiligheid van de staat richten in schriftelijke en mondelinge vorm op de hoogte te brengen".

Bij het openbaar maken van de archieven van de Staatssicherheitsdienst in 1990:

  • 1 werd op de verklaring genoteerd dat Peer in 1979 in ruil voor deze verklaring geen celstraf kreeg wegens vandalisme.
  • 2 werden de persoonsgegevens van Peer, zoals achternaam en geboortedatum, onleesbaar gemaakt.

Vraag 25 3 punten

Verklaar beide gegevens door:

  • met het eerste gegeven uit te leggen welke boodschap de Duitse regering in 1990 wilde geven over de werkwijze van de Staatssicherheitsdienst, en
  • aan te geven welke onrust in de samenleving de Duitse regering wilde voorkomen door het onleesbaar maken van persoonsgegevens.
Bekijk het antwoord

Met de notitie op de verklaring wilde de Duitse regering de boodschap geven dat de Staatssicherheitsdienst gebruikmaakte van terreur / van chantage, door duidelijk te maken dat Peer onder druk was gezet om te spioneren. (2 scorepunten)

De Duitse regering wilde voorkomen dat er onrust ontstond onder Duitse burgers die erachter kwamen dat zij werden bespioneerd door familie/vrienden. (1 scorepunt)

of: De Duitse regering wilde voorkomen dat er onrust ontstond onder de burgers die hadden gespioneerd en zich zorgen maakten over hun positie/reputatie. (1 scorepunt)

Gebruik bron 13.

Stel: je doet onderzoek naar de voortschrijdende emancipatie van vrouwen in Nederland eind jaren 1950. Je besluit dat je met dit verhaal die emancipatie niet kunt illusteren vanwege het beeld dat het verhaal weergeeft van vrouwen.

Vraag 26 2 punten

Geef een argument voor je besluit, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar het verhaal.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het verhaal geeft het beeld dat de lezeressen van de Margriet onnozel zijn / neemt zelfstandige vrouwen als Caro niet serieus (zodat het niet de emancipatie van vrouwen kan illustreren),
  • omdat in het verhaal (een van de volgende): wordt beweerd dat de dames die het blad lezen moeite zouden hebben met een (eenvoudige) rekensom. / duidelijk wordt gemaakt dat werken bij een accountantskantoor bijzonder is voor een vrouw. / 'de radicale verandering in Caro's leven' de ontmoeting met de man van haar dromen is.

Opmerking: Alleen als het antwoord een juist argument bevat voor het niet illustreren van de emancipatie van vrouwen, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Geschiedenis 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens geschiedenis vwo

Hoe ToetsChecker geschiedenis per vraagtype nakijkt, lees je op geschiedenis toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over historische vaardigheden (6), tijd van wereldoorlogen (4) en Koude Oorlog (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-1021-a-25-1-c).

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis vwo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.