Eindexamen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Door de tijd heen, Prehistorie en oudheid, De middeleeuwen, Vroegmoderne tijd, Moderne tijd.

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van burgers en stoommachines (5), historische vaardigheden (3) en tijd van Grieken en Romeinen (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tijd van burgers en stoommachines7, 10-135
Historische vaardigheden1, 17, 243
Tijd van Grieken en Romeinen2-3, 153
Tijd van wereldoorlogen14, 16, 183
Koude Oorlog20-21, 233
Tijd van televisie en computer19, 222
Tijd van monniken en ridders41
Tijd van steden en staten51
Tijd van ontdekkers en hervormers61
Tijd van regenten en vorsten81
Tijd van pruiken en revoluties91

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over tijd van burgers en stoommachines (21% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over tijd van ontdekkers en hervormers (4% van de vragen, gemiddeld 10%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Door de tijd heen

De volgende gebeurtenissen in Brugge staan in willekeurige volgorde:

1 Dankzij de burgerwacht en ingekwartierde soldaten bleef Brugge als een van de weinige steden gespaard tijdens de Beeldenstorm.

2 Door de bouw van de haven in Damme verbeterde de toegang van Brugge tot de Noordzee, wat leidde tot een betere aansluiting op de handel met de Hanzesteden.

3 Het Hotel du Commerce liet voor de aangekondigde komst van Napoleon een eretrap bouwen.

4 Kort voor de val van de jakobijnen veroverden Franse revolutionairen Vlaanderen, waarna ze in Brugge de Sint-Donaaskathedraal sloopten.

5 Stadhouder Maurits van Nassau zag af van zijn voornemen om tijdens de Opstand Brugge te veroveren op de Spaanse troepen.

6 Tijdens de Blijde Intocht van Karel V in Brugge werd hij met veel pracht en praal onthaald en toegejuicht door de bevolking.

Vraag 1 2 punten

Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

De juiste volgorde is: 2, 6, 1, 5, 4, 3

Opmerking

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Prehistorie en oudheid

In het jaar 40 gaf de Romeinse keizer Caligula het bevel om een standbeeld van zichzelf te plaatsen in een joodse tempel in Jeruzalem. De Romeinse gouverneur van Jeruzalem voerde dit bevel niet uit omdat hij verwachtte dat er rellen zouden uitbreken onder de joodse bevolking.

Vraag 2 2 punten

Verklaar telkens met behulp van een verschillend kenmerkend aspect:

  • wat Caligula wilde bereiken met het laten plaatsen van een standbeeld van zichzelf, en
  • de verwachting van de gouverneur dat er rellen zouden uitbreken onder de joodse bevolking.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Caligula liet het standbeeld plaatsen vanuit 'de groei van het Romeinse imperium (waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde)' omdat hij hiermee zijn/de Romeinse macht over Jeruzalem wilde tonen / de Romeinse keizercultus in Jeruzalem wilde introduceren. (1)
  • De gouverneur verwachtte dat er rellen zouden uitbreken onder de joodse bevolking vanuit 'de ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten' omdat het vereren van (een standbeeld van) een Romeinse keizer inging tegen de verering van één god. (1)

Opmerking

Als een antwoord alleen een kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

bron 1

In 275 na Christus wordt de Romeinse keizer Aurelianus vermoord. In de Romeinse boekenreeks Historia Augusta staat dat in de Senaat¹⁾ de Romeinse consul²⁾ Velius Cornificius Gordianus zegt:

We zullen aan u, heren senatoren voorleggen wat we al vaak hebben voorgelegd: we moeten een keizer kiezen¹⁾, want het is niet juist dat het leger zonder opperbevelhebber blijft. (…) Dus doe iets, heren senatoren, benoem een keizer. Dan zal het leger de man die u kiest aanvaarden, of als het leger die man afwijst, een ander kiezen.

noot 1 De Senaat bestaat uit senatoren die de keizer van advies voorzien. Officieel kiest de Senaat de nieuwe keizer.

noot 2 Elk jaar worden twee senatoren gekozen tot consul, een hoge bestuurlijke functie.

Gebruik bron 1.

De derde eeuw wordt door historici beschouwd als een tijd van politieke crisis in het Romeinse Rijk.

Vraag 3 2 punten

Geef een argument voor deze visie door:

  • met de bron aan te tonen dat de positie van de Senaat bijdraagt aan de politieke crisis in het Romeinse Rijk, en
  • met een kenmerkend aspect te verklaren waardoor Gordianus vindt dat er snel een keizer moet komen.

Let op: je moet na het opschrijven van het kenmerkende aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Uit de bron blijkt dat de positie van de Senaat (ver)zwak(t) is, omdat er strijd is tussen Senaat en leger over wie de keizer mag benoemen / het leger ook politieke macht naar zich toe trekt door benoemde keizers af te wijzen (wat bijdraagt aan de politieke crisis in het Romeinse Rijk). (1)
  • Vanwege 'de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa' wil Gordianus een snelle benoeming van een keizer, omdat het Rijk een legeraanvoerder nodig heeft / omdat de strijd tegen de Germanen moet worden geleid/opgepakt. (1)

Opmerking

Als het antwoord bij de tweede deelvraag alleen een kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

De middeleeuwen

bron 2

Tussen 997 en 1001 wordt Engeland elk jaar geteisterd door plunderaars uit Scandinavië. De Engelse koning Ethelred II geeft de opdracht om alle Denen¹⁾ die in zijn rijk wonen te doden. In 1004 laat de koning hierover opschrijven:

Het is aan iedereen, die zich in dit land ophoudt, bekend dat een besluit is genomen door mij, in overeenstemming met de raad van mijn leidinggevende mannen en bestuurders, en dat dit is verspreid. Namelijk dat alle Denen die aan dit eiland zijn ontsproten, zoals onkruid in een tarweveld, moesten worden vernietigd door middel van zeer rechtvaardige uitroeiing, en dat dit besluit moest worden uitgevoerd (…). De Denen die in de hiervoor genoemde stad [Oxford] woonden, probeerden aan hun dood te ontsnappen. Zij gingen het heiligdom van Christus²⁾ binnen, nadat ze met geweld de deuren en grendels hadden vernield, en besloten om daar hun toevlucht en verdediging te zoeken tegen de mensen van de stad en de voorsteden. En toen het volk probeerde om de Denen te verdrijven, zette het volk noodgedwongen de planken in brand en verbrandden zij deze kerk met alle ornamenten en boeken. Daarna werd de kerk met de hulp van God, door mij opnieuw opgebouwd.

noot 1 Hiermee bedoelt Ethelred II mensen uit Scandinavië. noot 2 De Denen vluchten de grootste kerk in Oxford binnen.

Gebruik bron 2.

Volgens historici wil Ethelred II in 1002 met zijn opdracht de Denen te doden zijn positie als koning versterken en vervolgens in 1004 kritiek op de gebeurtenis in Oxford weerleggen.

Vraag 4 3 punten

Ondersteun de beweringen van de historici door:

  • te beredeneren op welke manier Ethelred II zijn positie als koning denkt te versterken met het geven van de opdracht de Denen te doden, en
  • met een verwijzing naar de bron aan te tonen dat Ethelred II in 1004 zijn opdracht rechtvaardigt, en
  • te beredeneren vanuit welk politiek motief Ethelred II benadrukt dat hij de kerk laat herbouwen.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Ethelred II wil zijn onderdanen laten zien dat hij oog heeft voor de verliezen die zijn volk lijdt door de Scandinaviërs / dat hij een daadkrachtige koning is (waarmee hij zijn positie als koning versterkt). (1)
  • Ethelred II schrijft dat het doden van de Denen rechtvaardig is omdat de Denen onkruid zijn / dat hij zijn besluit heeft overlegd met de raad van leidinggevende mannen. (1)
  • Ethelred II benadrukt dat hij de kerk laat herbouwen omdat hij als koning de steun nodig heeft van de kerk/geestelijkheid / omdat hij hiermee de steun van het gelovige volk behoudt. (1)

Vroegmoderne tijd

De Habsburgse landsheer verplichtte in 1531 stadsbesturen in de Nederlanden tot het oprichten van een Gemene Beurs, een speciaal fonds om armen in de stad te ondersteunen. Het armenfonds werd beheerd door het stadsbestuur.

Vraag 5 2 punten

Toon aan:

  • dat de oprichting van de Gemene Beurs paste bij een verandering in de sociale zorg in de late middeleeuwen, en
  • welk politieke beleid van de Habsburgers in de Nederlanden met de verplichte oprichting van de Gemene Beurs werd bevorderd.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • De oprichting van de Gemene Beurs paste bij de verandering dat de stedelijke overheid/burgerij de armenzorg overnam van de geestelijkheid. (1)
  • De centralisatiepolitiek van de Habsburgers werd bevorderd omdat door de verplichting tot het oprichten van een Gemene Beurs hetzelfde armenbeleid werd ingevoerd in steden in de Nederlanden. (1)

Opmerkingen: − Als bij het eerste antwoord alleen de term bonum commune wordt genoemd zonder in te gaan op de daadwerkelijke verandering in de sociale zorg, wordt geen scorepunt toegekend.

− Als het antwoord bij de tweede deelvraag alleen een voorbeeld van politiek beleid bevat zonder uitleg op welke wijze de maatregel het politieke beleid bevordert, wordt geen scorepunt toegekend.

bron 3

In 1568 laat Willem van Oranje in de Nederlanden een pamflet verspreiden waarin staat:

De onchristelijke en onmenselijke daden van de hertog van Alva, zijn aanhang en zijn bloeddorstige troepen worden gepleegd in strijd met de plechtige en verzegelde overeenkomst (…) tussen Zijne Majesteit de Koning¹⁾ en de Nederlanden; ja zelfs tegen de gelofte en eed van Zijne Majesteit. Daarom is het meer dan duidelijk dat Alva met deze gruwelijke tirannie niet alleen misbruik maakt van het bevel dat hij van Zijne Majesteit heeft ontvangen (…) maar ook dat hij die op eigen initiatief uit eigenbelang en uit bloeddorstigheid heeft uitgeoefend. Wat zeker tegen de zin van Zijne Majesteit is, die bekend staat als een goede en milde koning.

noot 1 Willem van Oranje bedoelt Filips II.

Gebruik bron 3.

Een bewering:

Willem van Oranje brengt met dit pamflet meerdere boodschappen over.

Vraag 6 3 punten

Ondersteun deze bewering door:

  • aan te tonen dat Willem van Oranje met dit pamflet zijn eigen optreden in de Nederlanden onderbouwt, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
  • te beredeneren welk politiek motief Willem van Oranje heeft voor het beeld dat hij schetst van Filips II.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Willem van Oranje wil laten zien dat zijn verzet tegen de Spanjaarden terecht is / dat hij terecht een oorlog begint tegen de Spaanse troepen, (1)
  • door te schrijven dat (een van de volgende): (1)

− de hertog van Alva / de troepen van de hertog van Alva onchristelijke/bloeddorstige daden pleegt/plegen.

− de hertog van Alva tegen de overeenkomst tussen Filips II en de Nederlanden handelt.

− de hertog van Alva een gruwelijke tirannie voert.

  • Willem van Oranje schetst het beeld van Filips II (als een goede koning/die wordt misbruikt door de hertog van Alva), omdat het beschuldigen van de koning weerstand kan oproepen/mensen afschrikt zich aan te sluiten bij de Opstand / omdat zijn eigen politieke positie als stadhouder afkomstig is van de koning. (1)

Opmerking

Alleen als het antwoord bij de eerste deelvraag een juiste uitleg bevat over het onderbouwen van het optreden van Willem van Oranje, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

bron 4

Een Duitse huursoldaat houdt tussen 1625 en 1649 een dagboek bij van zijn leven in het Heilige Roomse Rijk. In 1635 schrijft hij:

We trokken naar Reichenweier in de Elzas. We hebben het stadje belegerd en beschoten. Op 3 juli gaven ze zich over. (…) Vervolgens trokken we naar Gemar, dat we ook veroverden. Toen gingen we terug naar Colmar. Daar waren we tijdens de oogsttijd in het veld gelegerd. We hebben de inwoners van Colmar het koren van de akkers rondom de stad ontnomen door het te maaien, met onze paarden te vertrappen en te verbranden. Vanuit de stad schoot men hevig met kanonnen op ons.

Gebruik bron 4.

Stel: je besluit deze bron te gebruiken voor je onderzoek naar de komst van seizoenarbeiders uit het Heilige Roomse Rijk naar de Republiek.

Vraag 7 3 punten

Ondersteun je beslissing door:

  • vanuit de aard van de bron te verklaren dat je de informatie in de bron betrouwbaar vindt, en
  • aan de bron een oorzaak te ontlenen voor het vertrek van Duitse seizoenarbeiders naar de Republiek, en
  • zonder bron het conflict te noemen dat in het Heilige Roomse Rijk wordt uitgevochten in die tijd.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • De soldaat houdt het dagboek bij voor zichzelf waardoor hij geen reden heeft om de situatie anders voor te stellen. (1)
  • Uit de bron blijkt dat de oorlogvoering leidt tot vernietiging van oogsten / dat de bevolking lijdt onder de oorlog zodat sommigen/seizoensarbeiders naar de Republiek trekken (om daar te werken/veilig te zijn). (1)
  • In die tijd wordt de Dertigjarige Oorlog uitgevochten. (1)

bron 5

In 1684 maakt Michael Burghers deze prent:

Prent met de Engelse koning Karel II op de troon, een kroon boven hem, edelen en rechters, Vrouwe Justitia en het wapen van Engeland, met labels bij elk onderdeel.

Toelichting:

Boven Karel II staat vanuit de hemel de tekst: "Door Mij regeren koningen". Rechtsonder staat de tekst: "Voor hemzelf en voor zijn rechtmatige opvolgers."

Gebruik bron 5.

Twee ontwikkelingen in Engeland rond 1684:

1 De positie van de koning wordt aangevochten door het parlement.

2 Karel II is al enige tijd ziek. Omdat hij geen wettige kinderen heeft, is zijn broer Jacobus aangewezen als troonopvolger.

In deze prent wordt een mening weergegeven over beide ontwikkelingen.

Vraag 8 3 punten

Toon aan:

  • welke mening over de positie van de koning wordt weergegeven, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de prent, en
  • dat de prent Jacobus steunt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • In de prent wordt de mening weergegeven dat Karel II absolute macht heeft/macht heeft boven het parlement vanwege het droit divin (of een juiste omschrijving hiervan), (1)
  • wat wordt afgebeeld met de kroon die Karel II vanuit de hemel wordt aangereikt / door de tekst "door Mij (God) regeren koningen". (1)
  • De tekst “voor hemzelf en zijn rechtmatige opvolgers” geeft weer dat (het goddelijk) recht te regeren ook voor de troonopvolger/Jacobus geldt (waarmee diens claim op de troon wordt ondersteund). (1)

Opmerking

Alleen als het antwoord bij de eerste deelvraag een juiste mening over de positie van de koning bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de prent.

bron 6

In 1788 schrijft Olympe de Gouges in een pamflet over slaafgemaakten:

Almachtige God! En de natuur huivert niet! Als ze¹⁾ dieren zijn, zijn wij dan niet net zo? Hoe verschillen witte mensen van hen? Het is slechts kleur. (…) De kleur van de mensheid is gevarieerd, net als alle dieren die de natuur heeft voortgebracht, evenals de planten en mineralen. Waarom concurreert de dag niet met de nacht of de zon niet met de maan en de sterren van het firmament? Alles is gevarieerd, dat is de schoonheid van de natuur.

noot 1 Olympe de Gouges bedoelt zwarte slaafgemaakten.

Gebruik bron 6.

Vraag 9 2 punten

Toon aan dat dit pamflet van De Gouges past bij het rationalisme, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • In het pamflet maakt Olympe de Gouges gebruik van een logische redenering / haar verstand / haar kennis van natuurwetten om tot een conclusie te komen over slaafgemaakten (wat past bij het rationalisme), (1)
  • door te schrijven dat kleurverschil een natuurlijk verschijnsel is bij mensen, net als bij dieren/planten/mineralen. (1)

Opmerking

Alleen als het antwoord een juiste uitleg bevat over het gebruik van de rede, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Moderne tijd

bron 7

In 1830 schrijft de Oostenrijkse minister Klemens von Metternich aan de Oostenrijkse ambassadeur in Den Haag:

Het is bovendien te hopen dat het verlichte deel van de Belgische natie, rekening houdend met de voor- en nadelen van een scheiding, zelf de [Nederlandse] regering zal helpen bij haar pogingen om de afscheiding zo min mogelijk schadelijk te maken voor de soevereiniteit. En om deze te beperken tot regelingen met betrekking tot het interne bestuur, de vrijheid van eredienst¹⁾ en misschien tot een nauwkeurigere verdeling van de nationale vertegenwoordiging. Het is te verwachten dat elke concessie die buiten deze zaken om wordt gedaan, de vijandigheid tussen de verschillende volken van het koninkrijk niet zal wegnemen, maar juist zal leiden tot een totale scheiding – een gebeurtenis waar Frankrijk met ongeduld naar uitkijkt.

noot 1 Von Metternich bedoelt vrijheid van godsdienst.

Gebruik bron 7.

Von Metternich streeft continuïteit en verandering na ten opzichte van de uitgangspunten van het Congres van Wenen.

Vraag 10 5 punten

Geef aan:

  • bij welke historische gebeurtenis deze beschrijving van Von Metternich past, en
  • welk uitgangspunt van het Congres van Wenen Von Metternich loslaat en aan welk uitgangspunt hij blijft vasthouden, waarna je je antwoord telkens ondersteunt met een verwijzing naar de bron.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De beschrijving past bij (gebeurtenissen voorafgaand aan/die leiden tot) de Belgische afscheiding. (1)
  • Von Metternich laat het uitgangspunt van het Congres van Wenen los dat verlichte liberale ideeën moeten worden ingedamd, (1)
  • omdat hij schrijft dat hij hoopt dat het verlichte deel van de Belgische natie met het Nederlandse gezag zal samenwerken / een aantal veranderingen door mag voeren in de Nederlanden. (1)
  • Von Metternich blijft vasthouden aan het uitgangspunt dat machtsevenwicht (in Europa) belangrijk is / dat het Koninkrijk der Nederlanden niet mag splitsen, (1)
  • omdat hij schrijft dat een definitieve scheiding moet worden voorkomen / dat een scheiding te gunstig zal zijn voor Frankrijk (en daarmee de balans verstoort). (1)

Opmerking

Alleen als het antwoord bij de tweede en derde deelvraag een juist voorbeeld bevat van een uitgangspunt van het Congres van Wenen dat Von Metternich loslaat/vasthoudt, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Een geschiedenis:

In 1839 bepaalde de Chinese ambtenaar Lin Zexu dat buitenlandse handelaren China alleen mochten binnenkomen als zij een verklaring ondertekenden dat ze geen illegale goederen bij zich hadden. De Britse admiraal Charles Elliot verbood Britse handelaren deze verklaring te ondertekenen.

Vraag 11 3 punten

Licht deze geschiedenis toe door:

  • het handelsproduct te noemen dat Lin Zexu wilde uitbannen uit China, en
  • een verklaring te geven voor de bepaling van Lin Zexu en voor het verbod van Elliot, telkens met een verschillend kenmerkend aspect van de moderne tijd.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Lin Zexu wilde in het bijzonder de handel in opium tot een halt brengen. (1)
  • De bepaling van Lin Zexu paste bij 'vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme' omdat hij hiermee zeggenschap wilde krijgen over de handel die werd gedreven door buitenlandse/Britse handelaren. (1)

of

  • De bepaling van Lin Zexu paste bij 'de opkomst van politiekmaatschappelijke stromingen: nationalisme' omdat hij hiermee zijn land wilde beschermen tegen de schadelijke import van opium. (1)
  • Het verbod van Elliot de verklaring te tekenen paste bij het streven naar 'de moderne vorm van imperialisme' omdat de Britten via de handel in opium meer macht wilden krijgen in China / de verklaring voor de Britten een aanleiding vormde tegen China op te treden. (1)

of

  • Het verbod van Elliot de verklaring te tekenen paste bij 'de opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen: nationalisme' omdat Elliot vond dat de Britten superieur waren/niet ondergeschikt waren aan Chinese wetten. (1)

Opmerking

Als het antwoord bij de tweede deelvraag alleen een kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

bron 8

In 1906 verschijnt deze prent van J.A. Mitchell in het Amerikaanse weekblad Appeal to Reason. De titel is "Vanuit de diepte":

Spotprent From the Depths: boven een feestende rijke elite, onder in de diepte arbeiders die de vloer omhoog duwen.

Gebruik bron 8.

De prent brengt een boodschap over aan welgestelde Amerikanen.

Vraag 12 3 punten

Geef aan:

  • welke boodschap deze prent overbrengt aan welgestelde Amerikanen, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de prent, en
  • bij welke politiek-maatschappelijke stroming deze prent past.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Deze prent brengt de boodschap over aan welgestelde Amerikanen dat zij er rekening mee moeten houden dat arbeiders voor zichzelf beginnen op te komen/meer rechten opeisen / dat hun onderdrukking de arbeiders in opstand doet komen, (1)
  • door af te beelden dat (een van de volgende): (1)

− de vuist van de arbeiders door de vloer omhoog komt. − de rijke feestvierders verschrikt/verbaasd/verontwaardigd kijken naar de vuist van de arbeiders.

  • Deze prent (die kritiek geeft op de uitbuiting van arbeiders) past bij het socialisme/communisme. (1)

Opmerking

Alleen als het antwoord bij de eerste deelvraag een juiste boodschap aan de welgestelde Amerikanen bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de prent.

Vanaf 1915 ontvingen Belgische soldaten 'frontblaadjes' met daarin nieuws over de oorlog. In deze blaadjes stonden regelmatig artikelen over twee gebeurtenissen uit het verleden:

1 de Guldensporenslag.

2 de Belgische Opstand.

De artikelen over deze twee gebeurtenissen moesten dezelfde boodschap overbrengen aan de frontsoldaten, zowel voor de Vlaamstalige als de Franstalige soldaten.

Vraag 13 2 punten

Beredeneer welke boodschap dat was, waarna je je antwoord illustreert met een van beide gebeurtenissen.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • De boodschap werd overgebracht dat Belgen met succes hun onafhankelijkheid konden bevechten/zich succesvol konden verzetten tegen onderdrukkers/de Duitsers, (1)
  • door te verwijzen naar de Guldensporenslag waarin de (Vlaamse) boeren/het gemeen kans had gezien de adel/machthebbers te verslaan. (1)

of

  • door te verwijzen naar de Belgische Opstand waarin de (voornamelijk Franstalige) Belgen het leger van Willem I weerstonden / zich afscheidden van Nederland. (1)

bron 9

In januari 1919 schrijft de Duitse ondernemer Oskar Münsterberg in zijn dagboek:

Rijk en arm, oud en jong, mannen en vrouwen stonden in lange rijen, vaak urenlang, om de nieuwe plicht te vervullen: het kiezen van de eerste nationale vergadering van de nieuwe republiek. Alles verliep rustig en zakelijk. De straten leken wit, vol met folders en de muren van de huizen waren kleurrijk vol met opgeplakte posters. Verder was er geen luide, opdringerige, vervelende reclame zoals in Amerika en Engeland. Alles is zakelijk en ordelijk. Iedereen beschouwt de verkiezingen als zijn plicht en gaat op tijd naar het gewenste stembureau. Hoe snel drong het democratische idee door tot alle klassen en bereikte de democratische stemplicht alle kringen. Ik heb zelf voor het eerst in mijn leven gestemd. Tot nu toe, onder de oude regering, wist ik dat mijn stem toch geen invloed had. De Rijksdag was een podium voor sprekers maar zonder macht.

Gebruik bron 9.

Een bewering:

Oskar Münsterberg geeft een gekleurd beeld weer van de start van de Republiek van Weimar.

Vraag 14 2 punten

Ondersteun deze bewering door:

  • met een verwijzing naar de bron aan te geven welk beeld dit is, en
  • voor een groepering in de Duitse samenleving van 1919 uit te leggen waarom die het niet eens zou zijn met deze beschrijving.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Münsterberg geeft het beeld weer dat bij de start van de Republiek van Weimar het democratische idee doordringt tot alle klassen / de Duitsers allen achter (de parlementaire democratie van) de Republiek staan. (1)
  • De conservatieve elite / de legerleiding/soldaten / de aanhangers van extreemlinkse/communistische / extreemrechtse groepen zijn het niet eens met deze beschrijving, omdat zij de regering van Weimar de schuld geven van de wapenstilstand/de Duitse overgave / het neerslaan van de Spartakusopstand (zodat zij het niet eens zijn met het geschetste beeld dat alle Duitsers de parlementaire democratie omarmen). (1)

Opmerking

Alleen als het antwoord bij de tweede deelvraag een juiste combinatie bevat van groepering en een uitleg waarom deze groepering het niet eens is met de beschrijving, wordt 1 scorepunt toegekend.

bron 10

Op 1 juli 1927 wordt in Bandung, een stad in de kolonie Nederlands-Indië, De vakschool voor meisjes van het Indo-Europese Verbond geopend. De krant Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië schrijft hierover:

Deze school stelt zich ten doel om aan jonge meisjes een algemeen praktische opleiding te geven en haar te bekwamen in verschillende vakken van vrouwelijk handenarbeid, waardoor zij in staat zullen zijn om (…) in eigen levensonderhoud te voorzien en tevens gevormd worden tot handige en bekwame huisvrouwen. Het leerprogramma omvat:

  • Huishoudkunde, koken en wasbehandeling.
  • Het linnen-, kostuum- en hoedenvak.

Opleiding voor het Staatsexamen in nuttige en fraaie handwerken en voor het examen ter verkrijging van het Nederlands-Indische Bondsgetuigschrift voor kostuumnaaister.

Gebruik bron 10.

Twee gegevens:

1 Bij de opening van de De vakschool voor meisjes is er sprake van continuïteit en van verandering in de opvatting over het burgerlijk gezinsideaal.

2 Het Indo-Europeesch Verbond, een organisatie die streeft naar onafhankelijkheid van Indonesië, beredeneert dat De vakschool voor meisjes bij zal dragen aan hun doel.

Vraag 15 3 punten

Ondersteun beide beweringen door:

  • bij het eerste gegeven aan te tonen van welke continuïteit en van welke verandering er sprake is, en
  • bij het tweede gegeven de redenering van het Indo-Europeesch Verbond weer te geven.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Er is sprake van continuïteit omdat De vakschool voor meisjes door meisjes op te leiden tot handige/bekwame huisvrouwen voldoet aan het burgerlijk gezinsideaal waar sprake is van een rolverdeling waarin de vrouw de rol van moeder/huisvrouw inneemt. (1)
  • Er is sprake van verandering omdat De vakschool voor meisjes opleidingen aanbiedt waarmee meisjes in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien / die meisjes de kans bieden zich te emanciperen (terwijl meisjes daarvoor niet werden opgeleid om in eigen levensonderhoud te voorzien). (1)
  • Het Indo-Europeesch Verbond denkt dat het bieden van onderwijs aan meisjes zal bijdragen aan het (economische) succes van een onafhankelijk Indonesië / mee kan helpen bij het vormgeven/ontstaan van een nationale identiteit. (1)

In 1920 kondigde de nieuwe communistische regering van Rusland aan dat zij de 'ongelijke verdragen' met China wilde beëindigen.

Vraag 16 2 punten

Geef aan:

  • dat het beëindigen van de 'ongelijke verdragen' paste bij de communistische ideologie, en
  • welk doel de Russische regering in China wilde bereiken met het beëindigen van deze verdragen.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het beëindigen van de 'ongelijke verdragen' paste bij de communistische afkeer van het (modern) imperialisme / van uitbuiting van (de arbeiders van) een land door een ander land. (1)
  • Met het beëindigen van de 'ongelijke verdragen' wilde de Russische regering bereiken dat er onder de Chinezen meer steun voor het communisme/de communistische partij zou komen / dat de communistische beweging zou gaan groeien. (1)

De volgende gebeurtenissen over de Chinese communistische leider Zhou Enlai (1898-1976) staan in willekeurige volgorde:

1 De economische hervormingen onder Deng Xiaoping waren geïnspireerd op ideeën van Zhou Enlai.

2 Kort na de Noordelijke Veldtocht kreeg Zhou Enlai een positie in de leiding van de Chinese Communistische Partij (CCP).

3 Nadat er een einde was gekomen aan de burgeroorlog in China werd Zhou Enlai benoemd tot premier van de Republiek.

4 Tijdens de periode van toenadering tussen China en de Verenigde Staten zette Zhou Enlai zich in voor een ontmoeting tussen Mao en de Amerikaanse president Nixon.

5 Vanwege zijn betrokkenheid bij de demonstraties van de 4 Meibeweging werd Zhou Enlai veroordeeld tot een paar maanden gevangenisstraf.

6 Zhou Enlai overtuigde Chiang Kaishek om samen te werken in de strijd tegen Japan.

Vraag 17 2 punten

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde van vroeger naar later, noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

De juiste volgorde is: 5, 2, 6, 3, 4, 1

Opmerking

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

bron 11

Eind december 1944 publiceert het Bozner Tagblatt de toespraak van Franz Hofer, een belangrijke nationaalsocialistische leider. Hij zegt:

De vijand probeerde tevergeefs de grenzen van het Rijk te overschrijden en Duitsland onderuit te halen. Onze vijanden stuitten op een verdediging die gedreven werd door een fanatieke strijdlust die de vijand niet alleen onverbiddelijk tegenhield, maar hen ook de zwaarste verliezen toebracht. We kregen de bevestiging dat, daar waar een paar vierkante kilometer Duits grondgebied tijdelijk in handen van de vijand viel, deze vijanden geen moment aarzelen om hun blinde haat in de meest brute vorm te uiten. Ze hebben maar één doel: de totale vernietiging van het Duitse volk. (…) We weten dat er in deze historische strijd om te overleven maar één ding is: vechten en nog meer vechten tot de dood erop volgt. Het woord "overgave" is uit ons vocabulaire geschrapt. Voor een stam met zo'n trotse militaire traditie als de onze is vechten geen gebod, maar een vanzelfsprekendheid.

Gebruik bron 11.

Je doet onderzoek naar:

1 de geallieerde opmars in 1944, en 2 de Duitse verdediging tegen de geallieerde opmars. Je wilt de bron gebruiken voor het tweede onderzoeksgebied.

Vraag 18 3 punten

Onderbouw je besluit door:

  • aan te geven waarom je twijfelt aan de betrouwbaarheid van de informatie van de bron voor je onderzoek naar de geallieerde opmars, en
  • met twee verschillende verwijzingen naar de bron aan te tonen dat Hofer hiermee de Duitsers wil motiveren zich te verdedigen tegen de geallieerde opmars.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Franz Hofer ziet als nationaalsocialistische leider de geallieerden als vijanden, zodat zijn beschrijving van (het geallieerde gedrag bij/het weinige succes tijdens) de opmars waarschijnlijk overdreven is / hij een vijandbeeld wil scheppen (zodat de informatie niet betrouwbaar is voor het onderzoeksgebied). (1)
  • Hofer wil de Duitsers motiveren zich te verdedigen tegen de geallieerde opmars door te zeggen dat (twee van de volgende): (2)

− de verdediging/strijdlust van de Duitsers de geallieerden tegenhoudt.

− de geallieerden uit zijn op de vernietiging van de Duitsers / bruut zijn.

− de Duitse stam militaristisch is / vechten vanzelfsprekend vindt.

Opmerking

Bij de tweede deelvraag wordt per juist antwoord 1 scorepunt toegekend.

Franz Hofer (bron 11) werd na de oorlog veroordeeld voor zijn rol tijdens de oorlog. Een West-Duits gerechtshof verkortte vervolgens zijn straf in de jaren 1950 sterk. Hofer woonde na zijn vrijlating met vrouw en kinderen tot in de jaren 1970 in de BRD en pakte succesvol zijn oude beroep van handelsondernemer weer op.

Vraag 19 1 punt

Geef aan welk standpunt de Baader-Meinhof Gruppe kon onderbouwen met de levensloop van Franz Hofer als voorbeeld.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

De Baader-Meinhoff Gruppe kon met de levensloop van Franz Hofer (wiens straf werd verkort / die een succesvol leven kon opbouwen in de BRD) zijn standpunt onderbouwen dat de denazificatie in West-Duitsland (te) beperkt was.

bron 12

Tussen 1950 en 1953 zijn het communistische Noord-Korea en het kapitalistische Zuid-Korea met elkaar in oorlog. In 1951 schrijft Matthew Ridgway, generaal van de Amerikaanse troepen die op dat moment in Korea strijden, aan zijn soldaten:

In de korte periode waarin ik hier de leiding heb, hoor ik uit verschillende bronnen, voornamelijk van de leden van gevechtseenheden, de vragen: "Waarom zijn we hier?" en "Waar vechten we voor?". Hieronder staan de antwoorden op die vragen. (…) Voor mij is het duidelijk. Het is geen kwestie van dit Koreaanse dorp of die Koreaanse stad. (…) Dit is allang niet meer een strijd voor de vrijheid van onze Koreaanse bondgenoten en het voortbestaan van hun land. Het is een strijd geworden, en dat zal het blijven, voor ons eigen voortbestaan als onafhankelijk natie. De offers die we hebben gebracht en nog moeten brengen, brengen we niet alleen voor anderen, maar ter verdediging van onszelf.

Gebruik bron 12.

Een bewering:

Uit de bron blijkt dat Ridgway zijn soldaten voorlicht.

Vraag 20 3 punten

Leg deze bewering uit door:

  • aan te tonen bij welk kenmerkend aspect de visie van Ridgway past, en
  • het Amerikaanse beleid te noemen dat Ridgway verdedigt, en
  • met behulp van een gebeurtenis in Azië in 1949 te verklaren waarom de Verenigde Staten besluiten in Korea te vechten.

Let op:

  • je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.
  • je moet na het opschrijven van een gebeurtenis in 1949 een uitleg geven.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De visie van Ridgway past bij 'de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog' omdat hij ervan uitgaat dat vechten tegen de communisten (het ene ideologische blok) nodig is om de eigen vrijheid/Amerika (het andere ideologische blok) te beschermen. (1)
  • Ridgway verdedigt hiermee de Trumandoctrine/containmentpolitiek (die bedoeld is om verdere expansie van het communisme te voorkomen). (1)
  • In 1949 wordt China communistisch / roept Mao de Volksrepubliek China uit, waardoor de Verenigde Staten gemotiveerd zijn te voorkomen dat Zuid-Korea communistisch wordt / waardoor de Amerikanen bezorgd zijn dat Zuid-Korea door het Chinese voorbeeld ook voor het communisme zal kiezen. (1)

Opmerkingen: − Als het antwoord bij de eerste deelvraag alleen een kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend. − Alleen als het antwoord bij de derde deelvraag een combinatie bevat van een juiste gebeurtenis en een uitleg voor het besluit van de Verenigde Staten om in Zuid-Korea te gaan vechten, wordt 1 scorepunt toegekend.

In 1953 riep het West-Duitse parlement 17 juni uit tot "Dag van de Duitse Eenheid". De parlementsleden wilden hiermee zorgen wegnemen over prioriteiten in de buitenlandse politiek van Adenauer.

Vraag 21 1 punt

Verklaar het uitroepen van de "Dag van de Duitse Eenheid" door aan te geven welke prioriteit Adenauer begin jaren 1950 had in zijn buitenlandse politieke beleid.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

Adenauer had in zijn buitenlandse politieke beleid de prioriteit om snel te integreren in het Westen/de Westbindung waardoor volgens het West-Duitse parlement het ideaal van de hereniging van de beide Duitslanden te weinig aan bod kwam.

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

bron 13

Porseleinen beeld, gemaakt in China in 1967:

Beeldje van twee soldaten van de Rode Garde achter twee geknielde gevangenen met bordjes om hun nek.

Toelichting:

De achterste figuren zijn Rode gardisten.

Op het bord van de man staat 'weg met de kapitalistische gebruikers'. Op het bord van de vrouw staat 'reactionaire academische autoriteit'.

Gebruik bron 13.

Dit beeld is gemaakt door een Chinese porseleinfabriek die sinds de keizertijd beelden produceert van boeddha's en Chinese godheden. In de jaren 1960 stopt de fabriek met het maken van godenbeelden en begint met de productie van beelden zoals bron 13.

Vraag 22 3 punten

Licht deze verandering in productie toe door:

  • aan te geven welke twee kenmerken van de Culturele Revolutie je kunt illustreren met deze verandering in productie, en
  • met een verwijzing naar de bron aan te geven waardoor de Culturele Revolutie de Chinese samenleving ontwrichtte.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Met het stoppen van de productie van beelden van boeddha’s/godheden kun je het kenmerk illustreren dat de Culturele Revolutie anti-traditioneel/antireligieus is. (1)
  • Met het produceren van beelden van academici die worden aangevallen/vernederd door Rode gardisten kun je het anti-intellectuele karakter van de Culturele Revolutie illustreren. (1)
  • Uit de afbeelding blijkt dat de Rode gardisten mensen vernederen/bestraffen, wat zorgt voor ontwrichting van de samenleving omdat het angst veroorzaakt onder de bevolking / omdat het onderwijs/de wetenschappelijke ontwikkeling in China ontregeld raakt. (1)

Drie gegevens:

1 Vanaf de jaren 1970 werd het makkelijker om te reizen tussen de DDR en de BRD.

2 DDR-burgers die een reis naar de BRD maakten, ontvingen van de BRD een geldbedrag om vrij te besteden in het Westen: het welkomstgeld.

3 Na de val van de muur besloot de regering van de BRD het welkomstgeld nog enkele maanden uit te betalen. Bijna alle Oost-Duitsers maakten er gebruik van.

Vraag 23 3 punten

Geef aan:

  • waardoor het in de jaren 1970 makkelijker werd om te reizen tussen de DDR en de BRD, en
  • welk ideologisch doel de regering van de BRD wilde bereiken met het beschikbaar stellen van het welkomstgeld, en
  • welk politiek proces de regering van de BRD met het doorbetalen van het welkomstgeld wilde bevorderen.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Reizen werd makkelijker door de toenadering tussen de DDR en de BRD / de Ostpolitik / de detente / de wederzijdse erkenning van de DDR en de BRD. (1)
  • De regering van de BRD wilde met het geven van welkomstgeld bereiken dat de burgers van de DDR een positief beeld van de BRD/het westen/kapitalisme kregen / zich aangetrokken voelden tot het westen. (1)
  • Met het doorbetalen van het welkomstgeld wilde de regering van de BRD de Duitse hereniging bevorderen (omdat dit ervoor zou zorgen dat Oost-Duitsers positief tegenover de hereniging met de BRD zouden staan). (1)

Een geschiedenis:

In 1968 werd de Leidse Studenten Werkgroep Homofilie (LSWH) opgericht. Een oud-lid zei in 1996 tijdens een interview: "de sfeer waarin de LSWH werd opgericht, was die van taboes doorbreken, hasj roken, een gevoel dat er een renaissance plaatsvond, dat er een heel andere manier van denken groeide."

Met deze geschiedenis kun je een verband aantonen tussen de sociaal-culturele veranderingsprocessen in de jaren 1960 en de ontwikkeling van de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving.

Vraag 24 1 punt

Geef aan welk verband dit is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

Uit de geschiedenis blijkt dat de leden van de LSWH bij de protestgeneratie hoorden / taboes wilden doorbreken / de seksuele normen en waarden wilden veranderen (wat past bij de sociaal-culturele veranderingsprocessen), waardoor groeperingen met verschillende standpunten over seksualiteit elkaar ontmoetten / waardoor er aandacht/begrip kwam voor mensen die op hetzelfde geslacht vielen (wat de pluriformiteit in de Nederlandse samenleving bevorderde).

Opmerking

Alleen als het antwoord beide delen van de redenering bevat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Geschiedenis 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens geschiedenis vwo

Hoe ToetsChecker geschiedenis per vraagtype nakijkt, lees je op geschiedenis toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2?

Het centraal examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van burgers en stoommachines (5), historische vaardigheden (3) en tijd van Grieken en Romeinen (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-2/vw-1021-a-26-2-c).

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis vwo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.