Eindexamen biologie vwo 2022, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: NIPT, De fipronilcrisis in de pluimveesector, Bruinvis werd rivierbewoner, Warkruid verbindt planten, Gene drive voor malariabestrijding, Mosselen voorkomen vissterfte.
Het centraal examen biologie vwo 2022, tijdvak 2 loopt tot vraag 43. Van 40 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over DNA en eiwitsynthese (13), ecologie (7) en erfelijkheid (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| DNA en eiwitsynthese | 2, 14-17, 21-24, 35-38 | 13 |
| Ecologie | 28-29, 33, 40-43 | 7 |
| Erfelijkheid | 1, 3-6 | 5 |
| Evolutie | 12, 19, 27, 39 | 4 |
| Planten en fotosynthese | 20, 25-26 | 3 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 8-9 | 2 |
| Voeding en vertering | 10, 34 | 2 |
| Afweer | 31-32 | 2 |
| Voortplanting | 7 | 1 |
| Bloedsomloop | 30 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over DNA en eiwitsynthese (33% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over ademhaling (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vwo 2022, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vwo 2022, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vwo 2022, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
NIPT
De NIPT, de niet-invasieve prenatale test, is sinds 2017 voor alle zwangere vrouwen in Nederland beschikbaar. Na bloedafname bij de vrouw wordt met deze test het risico op afwijkingen van het aantal chromosomen bij het ongeboren kind vastgesteld.
Bij de NIPT worden DNA-fragmenten onderzocht die in het bloedplasma van de moeder aanwezig zijn (ccfDNA). Dit ccfDNA is afkomstig van afgestorven cellen van zowel de moeder als de foetus. Het ccfDNA van de moeder is voornamelijk afkomstig van afgestorven witte bloedcellen. Het ccfDNA van de foetus komt via de placenta in de bloedbaan van de moeder terecht. Het DNA wordt door lichaamseigen enzymen in het bloedplasma van de moeder geknipt tot fragmenten.
In afbeelding 1 is de baarmoeder met foetus en een gedeelte van de placenta rond 10 weken zwangerschap weergegeven.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
In afbeelding 1 zijn drie plaatsen met een nummer aangegeven.
Vraag 1 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de cellen op de betreffende plaats van de foetus of van de moeder zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 1 moeder 2 moeder 3 foetus indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Rond de elfde week van de zwangerschap is ongeveer 10% van het ccfDNA afkomstig van de foetus (foetale fractie). Daarmee is er genoeg foetaal ccfDNA om de NIPT te kunnen uitvoeren. Na bloedafname bij de moeder worden de DNA-fragmenten uit het bloedplasma geïsoleerd en gezuiverd. Na vermeerdering van de fragmenten wordt van elk fragment vastgesteld van welk chromosoom het afkomstig is. Zo kan van elk chromosoom worden bepaald hoeveel fragmenten aanwezig zijn en welk percentage van het totaal deze fragmenten vormen. Als het percentage fragmenten van een bepaald chromosoom groter is dan normaal kan dit wijzen op een extra kopie van dit chromosoom bij de foetus. In Nederland wordt alleen gerapporteerd of er een verhoogde kans is op een trisomie van chromosoom 13 (syndroom van Patau), van chromosoom 18 (syndroom van Edwards) of van chromosoom 21 (syndroom van Down). Het risico op deze vormen van trisomie is namelijk het grootst. Trisomie ontstaat doordat bij een van de ouders een fout is opgetreden tijdens de meiose bij de vorming van de geslachtscellen.
Vraag 2 1 punt
Noteer de naam van de techniek waarmee een kleine hoeveelheid DNA wordt vermeerderd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- PCR / polymerase-kettingreactie(-techniek) (1)
Een vrouw die 11 weken zwanger is, laat de NIPT afnemen. In het bloedmonster zijn in totaal 1 miljoen fragmenten van chromosoom 21 aangetroffen. Uit de test blijkt dat er geen chromosomale afwijking is.
Vraag 3 2 punten
Hoeveel fragmenten van chromosoom 21 zouden er ongeveer zijn aangetroffen als deze vrouw in verwachting was van een kind met trisomie 21?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Het is in Nederland wettelijk verboden het biologisch geslacht van het kind mee te delen bij de uitslag van de NIPT.
Vraag 4 1 punt
Verklaar dat uit de NIPT informatie kan worden verkregen over het biologisch geslacht van de foetus.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Als er DNA van het Y-chromosoom gevonden is, is het een jongetje. − Als er alleen maar fragmenten van het X-chromosoom aanwezig zijn, is het een meisje. − De hoeveelheid DNA van de geslachtschromosomen wijst op een mannelijk of op een vrouwelijk embryo. − Bij de NIPT wordt ook gekeken of fragmenten afkomstig zijn van de geslachtschromosomen. (1)
Tijdens de zwangerschap kunnen ook andere afwijkingen bij het kind aanwezig zijn. Enkele van die afwijkingen zijn:
1 een groeiachterstand als gevolg van een rokende moeder
2 syndroom van Turner, waarbij bij meisjes slechts één X-chromosoom aanwezig is per cel
Vraag 5 2 punten
Welk van deze afwijkingen zou kunnen worden aangetoond met de NIPT?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De NIPT kan een vals negatief resultaat opleveren; er is dan wel een trisomie, maar dit blijkt niet uit de test. De kans op een vals negatief resultaat is groot als de foetale fractie te laag is. Hieronder zijn drie situaties beschreven.
1 De vrouw heeft een hoog percentage witte bloedcellen in haar bloed als gevolg van een orgaantransplantatie.
2 De vrouw is zwanger van een eeneiige tweeling.
3 De vrouw is zwanger van een twee-eiige tweeling.
Vraag 6 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende situatie wel of niet leidt tot een verhoogde kans op een vals negatief resultaat als gevolg van een lagere foetale fractie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 1 wel 2 niet 3 wel indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Als uit de NIPT blijkt dat er een verhoogde kans is op een chromosomale afwijking, wordt verder onderzoek gedaan. Vaak wordt er dan gekozen voor een vlokkentest. Bij een vlokkentest wordt via de vagina een kleine hoeveelheid placentaweefsel afgenomen. Tijdens deze ingreep wordt met een echoapparaat bepaald hoe de placenta en de foetus liggen. De echo wordt gemaakt vanaf de buikzijde. Omdat de geluidsgolven uit het echoapparaat niet door botweefsel heen kunnen, wordt aan de vrouw gevraagd om te zorgen dat zij tijdens het onderzoek een volle blaas heeft (afbeelding 2).
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vraag 7 1 punt
Licht toe hoe bij een lege blaas de baarmoeder minder goed in beeld kan komen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat (bij een lege blaas) de baarmoeder (gedeeltelijk) achter het schaambeen komt te liggen (waardoor deze minder goed zichtbaar is op de echo). (1)
De fipronilcrisis in de pluimveesector
In 2017 werd de pluimveesector in Nederland en België getroffen door de fipronilcrisis. Voor de bestrijding van vogelmijt waren stallen van legkippen gereinigd met het verboden middel fipronil. Deze stof was door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aangetroffen in eieren en in producten waarin eieren verwerkt worden. Miljoenen eieren werden uit de supermarkten gehaald en vernietigd.
De vogelmijt (Dermanyssus gallinae, afbeelding 1) voedt zich vooral ’s nachts met het bloed van rustende en slapende vogels, waaronder kippen.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
In Nederland is op veel pluimveebedrijven vogelmijt aanwezig. Dit leidt tot economische schade omdat een door vogelmijt besmette kip minder eieren legt. De huid van een besmette kip wordt bleek (te zien aan de kam op de kop) en de kip vermagert.
Vraag 8 2 punten
− Verklaar waardoor besmetting met vogelmijt leidt tot het bleek worden van de huid van de kip.
- Verklaar waardoor besmetting met vogelmijt leidt tot vermagering van de kip.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist antwoord:
- De kip krijgt een bleke huid doordat de vogelmijten bloed van de kip gebruiken. De kip vermagert doordat de kip voedingsstoffen uit haar vetweefsel gebruikt om te zorgen dat er weer meer bloedcellen gemaakt worden.
- Vogelmijten drinken bloed, waardoor de kip een tekort aan rode bloedcellen heeft zodat de huid minder doorbloed wordt en er bleker uitziet. De kippen verliezen met het bloed veel energie en vallen dus af.
De toxiciteit van het bestrijdingsmiddel fipronil berust op het blokkeren van de GABAA-receptoren van geleedpotigen zoals vogelmijt. GABAA- receptoren zijn chloride-kanalen en bevinden zich in het centraal zenuwstelsel. GABAA-receptoren komen ook voor bij gewervelden, maar lijken bij deze groep een minder grote affiniteit voor fipronil te hebben dan de receptoren bij geleedpotigen. Afbeelding 2 toont een GABAA-receptor. Als de neurotransmitter GABA aan deze receptor bindt, gaat het chloridekanaal open en stromen chloride-ionen de cel in. Fipronil verhindert de binding van GABA aan de receptor, waardoor het chloridekanaal gesloten blijft.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vraag 9 2 punten
Wordt door binding van fipronil aan de GABAA-receptor de drempelpotentiaal van het postsynaptisch membraan sneller of minder snel bereikt? En leidt binding van fipronil tot excitatie of tot inhibitie van het postsynaptisch neuron?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (2)
drempelpotentiaal invloed op postsynaptisch neuron
A sneller bereikt excitatie
B sneller bereikt inhibitie
C minder snel bereikt excitatie
D minder snel bereikt inhibitie
De Duitse warenautoriteit publiceerde cijfers over eieren die afkomstig waren uit België. Er werden hoeveelheden fipronil gemeten van 0,0031 tot 1,2 mg/kg. Volgens de normwaarden mag een kortdurende blootstelling aan fipronil bij mensen niet boven de 0,009 mg/kg lichaamsgewicht komen.
Over de gemeten hoeveelheden werden in de media diverse beweringen gedaan door toxicologen. Een citaat: “Een kind dat 10 kilo weegt en 1 ei binnenkrijgt, zit net op de uiterste waarde voor acute toxische effecten.”
Vraag 10 2 punten
− Noteer de berekening waarop deze bewering is gebaseerd, uitgaande van een ei van 75 gram.
- Geef een argument waaruit blijkt dat deze bewering niet altijd waar is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juiste berekening:
- 1 ei (van 75 gram met 1,2 mg/kg fipronil) bevat 0,075 x 1,2 = 0,09 mg fipronil en dat is (voor een kind van 10 kg) precies de norm van 0,009 mg/kg
- 0,075 x 1,2 = 0,09 en 0,009 x 10 = 0,09
voorbeelden van een juist argument:
- Niet elk ei bevat 1,2 mg/kg fipronil.
- Misschien eet het kind ook andere ei-houdende producten.
- Een ei kan zwaarder zijn dan 75 gram.
- Niet alle fipronil wordt in het lichaam opgenomen.
- Bij dit soort grenzen wordt altijd een veilige marge genomen.
Naast de norm voor kortdurende blootstelling wordt ook een andere norm gehanteerd: de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van 0,0002 mg/kg lichaamsgewicht die iedere dag geconsumeerd kan worden zonder dat er effecten op de gezondheid optreden.
Vraag 11 1 punt
Geef een argument waarom deze norm strenger is dan de norm voor kortdurende blootstelling.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Bij een langdurige dagelijkse opname vindt ophoping van fipronil plaats. − Fipronil wordt langzaam afgebroken, er kan dus bij langdurige blootstelling te veel fipronil in het lichaam komen. − Fipronil wordt niet uitgescheiden, waardoor accumulatie plaatsvindt. − Blootstelling aan een bepaalde concentratie kan kleine schade opleveren die bij langdurige blootstelling niet hersteld kan worden. − Er komt bij langdurige blootstelling in totaal veel meer gif binnen, waardoor effecten op de gezondheid zich opstapelen. (1)
Bestrijdingsmiddelen tegen vogelmijt blijken vaak minder effectief te zijn doordat niet op alle schuilplekken van de mijt voldoende van het middel terechtkomt. Een sub-letale dosis
- een concentratie waarbij geen sterfte van de vogelmijt optreedt
- zou de ontwikkeling van een populatie vogelmijt die resistent is tegen fipronil kunnen versnellen.
Vraag 12 2 punten
Leg uit hoe het opnemen van een sub-letale dosis fipronil door vogelmijten de ontwikkeling van resistentie versnelt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- er vogelmijten zijn die bepaalde genetische eigenschappen hebben waardoor ze beter bestand zijn tegen fipronil / er genetische variatie bestaat in de mate waarin vogelmijten fipronil verdragen (1)
- (waardoor) vogelmijten die beter bestand zijn tegen fipronil zich meer voortplanten (waardoor op termijn de populatie vogelmijten resistent kan worden) (1)
Een mogelijk alternatief voor fipronil bij de bestrijding van vogelmijt is de ‘warmte-stookmethode’. Bij deze methode wordt de lege stal een aantal dagen verhit tot een temperatuur van ongeveer 45 °C. Over het werkingsmechanisme van deze methode worden de volgende beweringen gedaan:
1 Door deze temperatuurverhoging denatureert DNA.
2 Door deze temperatuurverhoging denatureren eiwitten.
Vraag 13 2 punten
Welk van deze beweringen kan juist zijn?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Bruinvis werd rivierbewoner
De Indische bruinvis die in de Chinese rivier de Yangtze (Chang Jiang) voorkomt, leefde oorspronkelijk in zee. Door het genoom van deze walvisachtige te analyseren hebben wetenschappers inzicht gekregen in de evolutionaire geschiedenis van deze diersoort.
Het genoom van de bruinvis (Neophocaena asiaeorientalis) werd gesequencet met de shotgun-sequencing-techniek. Bij deze techniek wordt het DNA uit een weefsel geïsoleerd en willekeurig in kleine stukken geknipt. Vervolgens wordt van deze fragmenten de basenvolgorde bepaald. Door overlappende delen van de fragmenten met behulp van geavanceerde software te combineren wordt de basenvolgorde van de complete DNA-ketens afgeleid. In afbeelding 1 is dit voor een deel van een DNA-keten getoond.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Een deel van het gen dat codeert voor de β-keten van hemoglobine van de Indische bruinvis uit de Yangtze is hieronder weergegeven. 5′-AAGTTGGTGGTGAGGCCCTGGGCAGGCTGCTGGTTGTCTACCCC TGGACTCAG-3′ Hieronder zijn drie resultaten van shotgun-sequencing weergegeven waarmee de bovenstaande sequentie kon worden afgeleid. fragment 1 5′-AAGTTGGTGGTGAGGCCCTG-3′ fragment 2 5′-GCTGGTTGTCTACCCCTGGACTCAG-3′ fragment 3 5′-CAGCAGCCTGCCCAGGGCCTCA-3′
Vraag 14 2 punten
Geef in de uitwerkbijlage door middel van arcering voor ieder fragment aan welk deel van de basenvolgorde ermee is vastgesteld.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juist ingevulde tabel: indien drie fragmenten correct (2) indien twee fragmenten correct (1) indien minder dan twee fragmenten correct (0) (2)
De shotgun-sequencing-techniek wordt toegepast om een volledig genoom in beeld te brengen. Wanneer het DNA veel repeterende sequenties bevat, is deze techniek echter minder geschikt.
Vraag 15 1 punt
Geef een verklaring waardoor bij shotgun-sequencing de aanwezigheid van veel repeterende delen kan leiden tot onjuiste resultaten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Fouten kunnen worden gemaakt door het combineren van verschillende fragmenten met dezelfde repeterende sequenties. − Er zullen ook fragmenten bestaan uit alleen repeterende delen. Het aantal herhalingen is dan lastig vast te stellen. − Repeterende nucleotidensequenties komen op verschillende plaatsen in het DNA voor. (1)
Nadat het genoom van de Indische bruinvis was ontrafeld, gebruikten de onderzoekers de basenvolgorde van een aantal genen om de verwantschap met andere zoogdieren in beeld te brengen. Deze evolutionaire stamboom is weergegeven in afbeelding 2.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Naar aanleiding van deze evolutionaire stamboom worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De Indische bruinvis heeft een recentere gemeenschappelijke voorouder met de Chinese vlagdolfijn dan met de tuimelaar.
2 De voorouders van de huidige walvisachtigen trokken waarschijnlijk minder dan 60 miljoen jaar geleden vanuit land naar zee.
3 Ongeveer 20 miljoen jaar geleden ontstonden genetische verschillen tussen voorouders van de Indische bruinvis en voorouders van de tuimelaar.
Vraag 16 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
In afbeelding 3 is te zien dat er verschillende populaties Indische bruinvissen leven in de Yangtze (N. a. asiaeorientalis) en in de Gele Zee en Zuid-Chinese Zee (N. a. sunameri).
[afbeelding 3: zie het originele examen]
De onderzoekers vonden verschillen tussen het DNA van de Yangtze- bruinvissen en dat van de zoutwater-bruinvissen, onder andere in een gen dat betrokken is bij ADH-gereguleerde waterresorptie.
In afbeelding 4 is een schema van deze regeling weergegeven waarin op zes plaatsen nog een keuze moet worden gemaakt.
[afbeelding 4: zie het originele examen] hypofyse / doorlaatbaarheid hypothalamus inname osmotische glomeruli / reabsorptie geeft van zoet waarde verzamelbuisjes neemt meer / minder water stijgt / daalt wordt toe / af ADH af aan groter / kleiner het bloed
Vraag 17 2 punten
Maak in de uitwerkbijlage dit schema af door bij de zes keuzemogelijkheden steeds het juiste woord te omcirkelen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voor hypofyse en verzamelbuisjes (1)
- voor daalt, minder, kleiner, af (1)
De onderzoekers ontdekten ook een opvallend verschil in een gen dat is betrokken bij het transport van ureum in de nieren. Bij de zoutwater- bruinvissen draagt uitscheiding van ureum bij aan het handhaven van hun osmotische waarde.
Vraag 18 2 punten
Is het milieu waarin zoutwaterbruinvissen leven hypertoon of hypotoon? En hoe verandert de verhoogde uitscheiding van ureum de osmotische waarde van het interne milieu?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (2)
omgeving is door uitscheiding ureum wordt osmotische waarde interne milieu
A hypertoon verhoogd
B hypertoon verlaagd
C hypotoon verhoogd
D hypotoon verlaagd
De onderzoekers vonden grote verschillen tussen het genoom van de Yangtze-bruinvissen en dat van de zoutwater-bruinvissen. Daarom stellen ze dat er sprake is van twee aparte soorten: Neophocaena asiaeorientalis en Neophocaena sunameri.
Vraag 19 3 punten
Beschrijf hoe uit bruinvissen die in zee leefden bij de monding van de Yangtze een aparte soort kon ontstaan in het zoete water van die rivier.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- er (bij bruinvissen die bij de monding van de Yangtze leefden, toevallige) mutaties optraden / genetische variatie aanwezig was (waardoor sommige individuen beter aangepast waren aan het zoetwatermilieu) (1)
- de individuen (met gunstige mutaties) in zoet water (meer) nakomelingen kregen / een grotere fitness hadden (1)
- (reproductieve) isolatie optrad / er geen voortplanting meer optrad met individuen uit zee (waardoor aparte soorten konden ontstaan) (1)
Warkruid verbindt planten
Onderzoek van Saima Shahid, onderzoeker aan de universiteit van Pennsylvania, heeft aangetoond dat warkruid specifieke micro-RNA’s aanmaakt om de afweer van de gastheerplant te verstoren.
Warkruid (Cuscuta sp.) is een geslacht van afbeelding 1 eenjarige parasitaire planten. Deze planten nemen voedingstoffen op uit de vaatbundels van hun gastheerplant met behulp van speciale organen: de haustoria. Warkruid heeft geen bladeren en nauwelijks bladgroen. De planten zijn vaak geel, oranje of rood van kleur. Hierdoor hebben de planten tot de verbeelding sprekende volksnamen zoals duivelsnaaigaren of heksengaren. Afbeelding 1 is een foto van een brandnetelplant die is geïnfecteerd met warkruid.
Vier stofwisselingsprocessen zijn:
1 calvincyclus
2 citroenzuurcyclus
3 lichtreactie
4 oxidatieve fosforylering Door hun parasitaire levenswijze vindt in de cellen van warkruid een aantal van deze processen niet of nauwelijks plaats.
Vraag 20 2 punten
Welk van deze processen vindt of welke van deze processen vinden niet of nauwelijks plaats in cellen van warkruid? Noteer het nummer of de nummers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 1 en 3 indien alleen de twee juiste nummers (2) indien alleen één juist nummer (1) indien alleen de twee juiste nummers en één onjuist nummer (1) in alle andere gevallen (0) (2)
Warkruid maakt micro-RNA’s (miRNA) met een lengte van 22 nucleotiden die via de haustoria de gastheerplant binnenkomen. Door middel van RNA-interferentie (RNAi) veroorzaken deze miRNA’s verminderde expressie van bepaalde genen (target-genen) in de gastheerplant, waardoor de afweer van deze plant tegen warkruid wordt verminderd.
Vraag 21 1 punt
Hoe beïnvloeden de miRNA’s de expressie van target-genen in de cellen van de gastheerplant?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Op sommige planten waarvan de target-genen gemuteerd zijn, groeit warkruid veel beter dan op wildtype-planten.
Vraag 22 1 punt
Welk gevolg hebben deze mutaties waardoor warkruid beter kan groeien? De mutatie heeft tot gevolg dat …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Shahid onderzocht RNA-interferentie van het SEOR1-gen bij een zandraket (Arabidopsis thaliana) die met warkruid geïnfecteerd was. Het SEOR1-gen is een gen dat codeert voor een eiwit dat het verlies van suikers uit vaatbundels tegengaat na een beschadiging van de plant.
Vraag 23 1 punt
Verklaar dat het functioneel is dat warkruid de expressie van het SEOR1- gen remt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat er (door de remming van de expressie van het SEOR1-gen) meer suikers beschikbaar zijn voor warkruid. (1)
In een serie experimenten door Duitse en Chinese onderzoekers werd aangetoond dat de infectie met warkruid niet altijd alleen maar negatieve gevolgen heeft voor de gastheerplant. Als een plant wordt aangevreten door insecten gaat de plant jasmijnzuur aanmaken. Jasmijnzuur dient als signaalstof om de afweer in andere delen van de plant te activeren. Warkruid zou het jasmijnzuur mogelijk kunnen doorgeven van een aangevreten plant naar andere planten. In experimenten werden zandraketten en een tabaksplant (Nicotiana tabacum) met elkaar verbonden door warkruid (afbeelding 2). Van plant 1 liet men de bladeren aanvreten door rupsen. Na twee dagen werden er ook rupsen op de bladeren van de tabaksplant geplaatst. Drie dagen daarna werd van de rupsen op de tabaksplant de groei bepaald (afbeelding 3). Als controle werd hetzelfde experiment uitgevoerd zonder dat de eerste zandraket werd aangevreten door rupsen.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
[afbeelding 3: zie het originele examen]
Uit de resultaten werd geconcludeerd dat signaalstoffen van een gastheerplant kunnen worden doorgeven naar andere planten. Om aan te tonen dat het transport via warkruid plaatsvindt moet een tweede controle- experiment worden uitgevoerd.
Vraag 24 2 punten
− Beschrijf dit controle-experiment.
- Geef aan wat er met dit controle-experiment moet worden uitgesloten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist antwoord:
- Het tweede controle-experiment is een proef waarbij er geen warkruidverbinding is tussen de tabaksplant en de zandraket met de rups. Daarmee kan worden uitgesloten dat signaalstoffen via een andere route bij de tabaksplant komen.
- De tabaksplant wordt in een luchtdicht afgesloten ruimte geplaatst en staat alleen via het warkruid in verbinding met plant 1. Zo kan worden uitgesloten dat signaalstoffen door de lucht de tabaksplant bereiken.
In afbeelding 4 zijn houtvaten en bastvaten in verschillende organen met nummers aangegeven.
[afbeelding 4: zie het originele examen]
In afbeelding 5 is een vereenvoudigde weergave van de opzet van het experiment weergegeven. In de afbeelding zijn twee plaatsen aangegeven met P en Q. Op deze plaatsen wordt jasmijnzuur door de bastvaten getransporteerd.
[afbeelding 5: zie het originele examen]
Vraag 25 2 punten
Schrijf de letters P en Q onder elkaar en noteer erachter welk nummer uit afbeelding 4 de bastvaten aangeeft op de betreffende plaats.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- P=2 (1)
- Q=6 (1)
De onderzoekers stellen in hun onderzoeksartikel: “Verbindingen door warkruid maken het mogelijk voor individuele planten om informatie uit te wisselen binnen plantengemeenschappen. Op deze manier zou parasitisme door warkruid voordelen kunnen bieden aan de gastheerplanten. Warkruid kan zelf ook van deze informatie-uitwisseling profiteren.”
Vraag 26 2 punten
Leg uit hoe warkruid profiteert van het doorgeven van informatie aan andere planten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- warkruid jasmijnzuur niet zelf hoeft te maken (1p)
- (waardoor) warkruid is beschermd tegen insectenvraat (1p)
Gene drive voor malariabestrijding
Jaarlijks krijgen meer dan 200 miljoen mensen malaria en sterven er bijna een miljoen mensen aan. Onderzoekers proberen vanuit verschillende invalshoeken methoden te ontwikkelen om deze ziekte uit te bannen. Een nieuwe techniek is het genetisch veranderen van de malariamug.
Malaria bij de mens wordt veroorzaakt door vijf verschillende soorten van het geslacht Plasmodium. Dit zijn eencellige eukaryoten die worden overgedragen door geïnfecteerde vrouwelijke muggen, vooral van het geslacht Anopheles. De muggen hebben geen voordeel of nadeel van een infectie met Plasmodium. De levenscyclus van Plasmodium vindt gedeeltelijk plaats in de malariamug en gedeeltelijk in de mens (afbeelding 1).
[afbeelding 1: zie het originele examen]
1 Sporozoïeten vermenigvuldigen zich in levercellen van de mens en ontwikkelen zich tot merozoïeten.
2 Merozoïeten komen vrij en infecteren rode bloedcellen.
3 Merozoïeten vermenigvuldigen zich in de rode bloedcellen en komen vrij. Bij het vrijkomen ontstaan ziektesymptomen en worden nieuwe rode bloedcellen geïnfecteerd.
4 Een klein deel van de merozoïeten ontwikkelt zich tot gametocyten.
5 Gametocyten komen terecht in een muggendarm.
6 In de geïnfecteerde mug versmelten de gameten tot zygoten. Deze zygoten ontwikkelen zich tot sporozoïeten die naar de speekselklier van de mug migreren.
In de afgelopen miljoenen jaren heeft zowel de mug als Plasmodium veranderingen ondergaan.
Vraag 27 1 punt
Noteer de naam van het proces waarin de mug en Plasmodium steeds beter aan elkaar aangepast raken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- co-evolutie (1)
Tussen de organismen die bij malaria zijn betrokken, zijn symbiotische relaties te onderscheiden.
Vraag 28 2 punten
− Van welke vorm van symbiose is er sprake tussen mug en Plasmodium?
- Van welke vorm van symbiose is er sprake tussen Plasmodium en mens?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- commensalisme (1)
- parasitisme (1)
In zeldzame gevallen kan Plasmodium ook van mens tot mens overgedragen worden.
Vraag 29 1 punt
Noteer een situatie waarin dit kan gebeuren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − via een bloedtransfusie − via orgaantransplantatie − via besmette injectienaalden − tijdens de zwangerschap (1)
Een persoon is in zijn rechterhand geprikt door een malariamug en is daardoor besmet geraakt met Plasmodium. Binnen een paar minuten zijn er sporozoïeten aanwezig in de lever.
Vraag 30 2 punten
Kunnen er dan sporozoïeten aanwezig zijn in de darmslagader van deze persoon? En hoeveel keer zijn de sporozoïeten minimaal door het hart gegaan voordat ze in de lever terechtkwamen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (2)
in darmslagader? aantal keer door het hart
A ja 0 keer
B ja 1 keer
C ja 2 keer
D nee 0 keer
E nee 1 keer
F nee 2 keer
Plasmodium heeft verschillende strategieën ontwikkeld om de effectiviteit van de menselijke immuunrespons te verminderen. Twee voorbeelden hiervan zijn:
1 Bij infectie met Plasmodium zijn de rijping en activiteit van macrofagen verminderd.
2 Doordat de eiwitten aan de buitenkant van Plasmodium steeds veranderen, wordt Plasmodium niet herkend door bepaalde afweercellen.
Vraag 31 2 punten
Welk van deze voorbeelden beïnvloedt de werking van het specifieke (verworven) immuunsysteem?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De afweer tegen Plasmodium wordt verder bemoeilijkt doordat geïnfecteerde levercellen meestal niet worden herkend door cytotoxische T-cellen. Sporozoïeten in levercellen onderdrukken namelijk de aanmaak van MHC-I-moleculen.
Vraag 32 1 punt
Beschrijf hoe MHC-I-moleculen mogelijk maken dat geïnfecteerde cellen herkend worden door cytotoxische T-cellen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat (door middel van MHC- I) antigenen / fragmenten van de ziekteverwekker gepresenteerd worden (waardoor bepaalde cytotoxische T-cellen kunnen binden). (1)
De belangrijkste symptomen na een Plasmodium-infectie zijn griepachtige verschijnselen en koorts, soms gevolgd door ernstige complicaties. De koorts heeft vaak een periodiek optredend verloop. Afhankelijk van de soort Plasmodium kan koorts eens in de twee dagen, eens in de drie dagen of eens in de vier dagen optreden. In de periode tussen twee koortsaanvallen vermenigvuldigt Plasmodium zich.
Vraag 33 1 punt
Welke fase in de levenscyclus van Plasmodium bepaalt de lengte van de koortsvrije periode?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Een verhoogde afbraak van rode bloedcellen kan leiden tot een gele gelaatskleur (geelzucht). Bij malariapatiënten speelt er een andere factor die, in combinatie met de verhoogde afbraak van rode bloedcellen, het optreden van geelzucht verergert.
Vraag 34 2 punten
− Verklaar hoe een verhoogde afbraak van rode bloedcellen leidt tot geelzucht.
- Noteer wat de andere factor is die de geelzucht verergert.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat bij malariapatiënten de gele kleur eerder zichtbaar is doordat de huid bleek is als gevolg van de afbraak van de rode bloedcellen, het scorepunt niet toekennen.
Wetenschappers van het Imperial College in Londen wilden met behulp van genetische modificatie vrouwtjesmuggen (Anopheles gambiae) onvruchtbaar maken door het DSX-gen uit te schakelen. Het autosomale DSX-gen bepaalt samen met de geslachtschromosomen het geslacht bij malariamuggen. De wetenschappers construeerden een genconstruct en brachten dit in bij muggenembryo’s in het DSX-gen. In afbeelding 2 is het pre-mRNA van het DSX-gen bij mannetjes en bij vrouwtjes weergegeven. Met een pijl is de plaats aangegeven waar het genconstruct is ingebracht.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Het DSX-gen bepaalt de geslachtelijke ontwikkeling van de mug tot mannetje of tot vrouwtje. Het DSX-eiwit bij mannetjes is anders dan het DSX-eiwit bij vrouwtjes.
Vraag 35 1 punt
Waardoor ontstaat het verschil tussen het DSX-eiwit bij mannetjes en vrouwtjes?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Het ingebouwde genconstruct bevat onder andere het GFP-gen. Dit codeert voor een eiwit (green fluorescent protein) dat in uv-licht groen oplicht.
Vraag 36 1 punt
Verklaar waarom de onderzoekers een GFP-gen in het construct hebben ingebouwd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat hierdoor zichtbaar is of de muggen succesvol gemodificeerd zijn / dat hierdoor de muggen geselecteerd kunnen worden die succesvol gemodificeerd zijn. (1)
Toen de gemodificeerde muggen volwassen waren, werden ze onderling gekruist om homozygote en heterozygote nakomelingen te verkrijgen. De vrouwtjes die homozygoot waren voor het gemodificeerde DSX-gen hadden veranderde monddelen en geslachtsdelen zodat zij niet meer konden steken en geen eitjes meer konden leggen. De heterozygote vrouwtjes waren nog wel vruchtbaar. Van de nakomelingen werd het genotype voor dit gen vastgesteld met behulp van gel-elektroforese. Hiervoor werd een stuk DNA van het DSX-gen gebruikt waarbinnen de insertie-plaats van het genconstruct ligt. Voorafgaand aan de gel-elektroforese werd dit stuk DNA vermeerderd. Bij gel-elektroforese migreren kleine fragmenten sneller door een gel dan grote. In afbeelding 3 is het resultaat van de gel-elektroforese weergegeven.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
In afbeelding 3 zijn DNA-monsters van drie vrouwtjes aangegeven met de nummers 1, 2 en 3.
Vraag 37 1 punt
Noteer het nummer van het monster dat DNA van een onvruchtbaar vrouwtje bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (nummer) 1 (1)
Om ervoor te zorgen dat onvruchtbaarheid zich snel kan verspreiden in de muggenpopulatie, werd in een vervolgexperiment het genconstruct in het DSX-gen uitgebreid met een ‘gene drive’. De gene drive zorgt ervoor dat het construct (gene-drive-construct) zichzelf kan kopiëren naar het homologe chromosoom (afbeelding 4).
[afbeelding 4: zie het originele examen]
Bij de modificatie van de muggenembryo’s kwam het gene-drive-construct meestal alleen terecht op een van de twee homologe chromosomen. Toen de muggen volwassen werden, kopieerde het gene-drive-construct zich
- in de cellen waaruit de geslachtscellen ontstaan
- naar het homologe chromosoom.
Over de embryo’s waarbij het gene-drive-construct succesvol was ingebracht, worden de volgende uitspraken gedaan:
1 Deze embryo’s zijn meestal heterozygoot voor het gene-drive- construct.
2 Alleen vrouwtjes zullen het gene-drive-construct door kunnen geven aan hun nakomelingen.
Vraag 38 2 punten
Welke uitspraak is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Als de genetisch veranderde muggen in het milieu losgelaten worden, hebben zij invloed op de wildtype-populatie. In afbeelding 5 zijn de diagrammen 1 en 2 weergeven, die de mogelijke ontwikkeling van de muggenpopulatie na toepassen van een gene drive laten zien.
[afbeelding 5: zie het originele examen]
Vraag 39 1 punt
Noteer welk diagram van toepassing zal zijn nadat muggen met dit gene- drive-construct in het milieu zijn losgelaten. Verklaar het verloop van dit diagram.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat diagram 2 bij deze situatie (waarbij muggen met dit gene-drive-construct in het milieu zijn losgelaten) van toepassing is omdat (door de gene drive) er steeds meer onvruchtbare muggen ontstaan waardoor de populatiegrootte sterk afneemt / waardoor het aantal nakomelingen steeds minder wordt. (1)
Mosselen voorkomen vissterfte
Wetenschappers hebben de relatie onderzocht tussen eutrofiëring en mosselen. Zij deden metingen in Limfjorden, een fjord in Denemarken.
Het zoute water in Limfjorden is erg voedselrijk. Daardoor kan in de zomermaanden de netto primaire productie van het fytoplankton tot wel
1000 mg C per m2 per dag zijn. Fytoplankton is voedsel voor de mosselen, die vastzitten op de bodem en harde oppervlakken. In Limfjorden wordt jaarlijks zo’n 100.000 ton mosselen geoogst. In Limfjorden is weinig getijdenbeweging, waardoor menging tussen oppervlaktewater en water van grotere diepte alleen optreedt als het hard waait. Menging is belangrijk voor de groei van zowel het fytoplankton als de mosselen.
Hoewel de netto primaire productie van het ecosysteem van Limfjorden vele malen hoger is dan dat van gematigd bos, wordt in het ecosysteem van Limfjorden netto veel minder CO 2 vastgelegd dan in de meeste bossen.
Vraag 40 2 punten
Leg uit dat in het ecosysteem van Limfjorden netto weinig CO2 wordt vastgelegd.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist antwoord:
- Een groot gedeelte van de primaire productie wordt opgenomen door consumenten die de biomassa weer omzetten in energie.
- Reducenten breken de biomassa van het fytoplankton af waardoor de CO2 weer vrijkomt.
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat om CO2 vast te leggen, biomassa moet worden opgeslagen in bijvoorbeeld hout, het eerste scorepunt toekennen.
Om de ontwikkeling van de hoeveelheid fytoplankton in Limfjorden in beeld te brengen, zijn gedurende twintig dagen dagelijks watermonsters genomen. In deze watermonsters is de chlorofyl-A-concentratie bepaald (afbeelding 1).
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Een bepaling van de chlorofyl-A-concentratie in een watermonster geeft een betere schatting van de hoeveelheid fytoplankton dan een bepaling van de biomassa in hetzelfde watermonster.
Vraag 41 2 punten
Licht dit toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- chlorofyl-A een fotopigment is / chlorofyl-A bij fotosynthese betrokken is / chlorofyl-A niet voorkomt bij ander/dierlijk plankton (1)
- dat bij biomassabepaling ook niet-fytoplankton / alle organismen worden meegenomen (1)
Op dagen met veel wind deelt fytoplankton zich sneller dan op windstille dagen. Behalve de wind is ook de diepte waarop het fytoplankton zich bevindt van invloed op de toename ervan. In afbeelding 2 is de delingssnelheid van fytoplankton in Limfjorden weergegeven op verschillende dieptes en onder verschillende weersomstandigheden.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vraag 42 2 punten
− Geef een verklaring voor de invloed van de wind op de delingssnelheid van het fytoplankton.
- Geef een verklaring voor het verschil in delingssnelheid op verschillende dieptes.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (onder invloed van de wind) door vermenging meer mineralen beschikbaar komen (voor de voortgezette assimilatie) / meer CO2 beschikbaar komt (voor de fotosynthese) (1)
- er aan de oppervlakte meer licht is / meer fotosynthese kan optreden (waardoor de groeisnelheid hoger is) (1)
Afbeelding 3 toont een eenvoudig afbeelding 3 schema van de stikstofkringloop in Limfjorden. Waterbloei, een overmatige groei van fytoplankton, kan optreden bij eutrofiëring van het oppervlaktewater. Als het fytoplankton afsterft, kan door de afbraak van dat fytoplankton massale vissterfte optreden. In Limfjorden kan de mosselpopulatie deze gevolgen van eutrofiëring verminderen, vooral als er veel wind is.
Vraag 43 2 punten
− Verklaar waardoor de afbraak van fytoplankton leidt tot vissterfte.
- Licht toe hoe de invloed van mosselen deze vissterfte tegengaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (door het afsterven van fytoplankton) de activiteit van / het aantal reducenten toeneemt, waardoor het zuurstofgehalte afneemt (wat leidt tot vissterfte) (1)
- de mosselpopulatie (een deel van het) detritus/fytoplankton eet / de mosselpopulatie een overmaat aan fytoplankton voorkomt (waardoor het zuurstofverbruik door reducenten minder toeneemt) (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Biologie 2022, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-2/vw-1018-a-22-2-o
Andere examens biologie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vwo 2022, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie vwo 2022, tijdvak 2 loopt tot vraag 43. Van 40 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over DNA en eiwitsynthese (13), ecologie (7) en erfelijkheid (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vwo 2022, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vwo 2022, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-2/vw-1018-a-22-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen biologie vwo 2022, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.