Eindexamen biologie vwo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Een brouwerij in de darmen, Jakobskruiskruid uit de berm, Verouderende eicellen, Zwanger met de ziekte van Graves, Epilepsie door lintwormlarven, Dwergolifanten op Sicilië.
Het centraal examen biologie vwo 2025, tijdvak 2 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (10), voortplanting (7) en zenuwstelsel en hormonen (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 6, 8, 10-13, 31-32, 34, 40 | 10 |
| Voortplanting | 14, 16-18, 20-22 | 7 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 23-24, 26, 28-30, 37 | 7 |
| Voeding en vertering | 1-5, 33 | 6 |
| Erfelijkheid | 15, 19 | 2 |
| DNA en eiwitsynthese | 25, 41 | 2 |
| Cellen | 35-36 | 2 |
| Evolutie | 38-39 | 2 |
| Planten en fotosynthese | 7 | 1 |
| Bloedsomloop | 9 | 1 |
| Afweer | 27 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over voortplanting (17% van de vragen, gemiddeld 2%) en voeding en vertering (15% van de vragen, gemiddeld 5%). Minder over DNA en eiwitsynthese (5% van de vragen, gemiddeld 13%) en ademhaling (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vwo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vwo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vwo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Een brouwerij in de darmen
Kevin raakte betrokken bij een auto-ongeluk. Hoewel hij geen alcohol had gedronken, was zijn alcoholpromillage gelijk aan dat na het drinken van elf glazen bier. Na onderzoek bleek hij het darmfermentatie-syndroom (DFS) te hebben.
Kevin heeft een aantal jaren voor het auto-ongeluk een maagverkleiningsoperatie gehad. Bij deze operatie wordt het bovenste gedeelte van de maag verbonden aan een deel van de dunne darm dat na de twaalfvingerige darm komt. Zo ontstaat een mini-maag (afbeelding 1). Het resterende gedeelte van de maag en de twaalfvingerige darm blijven in het lichaam achter, en worden verbonden met de dunne darm. Door de maagverkleining is het deel van de dunne darm waar voedingstoffen en alvleesklier-enzymen gelijktijdig aanwezig zijn, anderhalve meter korter.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Mensen die een maagverkleining hebben ondergaan, verliezen daarna snel gewicht. Hiervoor zijn verschillende oorzaken, die zijn af te leiden uit de gegevens in het informatiekader.
Vraag 1 2 punten
Geef twee van deze oorzaken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van juiste oorzaken: − Door de kleinere maag kan minder voedsel worden gegeten. − Enzymen kunnen minder lang op de voedselbrij inwerken, waardoor er minder verteringsproducten zijn. − Door de kortere (effectieve) lengte van de dunne darm is er minder vertering. − Als gevolg van een kortere darm kunnen er minder voedingsstoffen opgenomen worden. − Omdat de maag kleiner is, wordt er minder maagzuur geproduceerd, waardoor eiwitten minder goed verteerd kunnen worden. per juiste oorzaak (1) (2)
Vraag 2 1 punt
Verklaar dat na de operatie het emulgeren van vetten nog steeds kan plaatsvinden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat gal (via de twaalfvingerige darm) de voedselbrij kan bereiken. (1)
Door Kevins maagverkleiningsoperatie wordt de gastrine-concentratie in zijn bloed beïnvloed, waardoor ook de productie van maagzuur door de pariëtale cellen verandert. Gastrine wordt geproduceerd door gastrine-cellen die zich bevinden in de wand van het onderste gedeelte van de maag en in de wand van de twaalfvingerige darm. In afbeelding 2 is vereenvoudigd weergegeven hoe gastrine de pH van de maag beïnvloedt.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
In de mini-maag van Kevin is de pH hoger dan bij mensen zonder maagverkleiningsoperatie.
Vraag 3 2 punten
Leg dit uit aan de hand van afbeelding 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- door afwezigheid van gedeeltelijk verteerde peptiden de afgifte van gastrine lager is, (1)
- (waardoor) de afgifte van H+ (door pariëtale cellen) vermindert (waardoor de pH stijgt). (1)
Vaak verandert na een maagverkleining de soortensamenstelling van het microbioom (alle micro-organismen) in de darm. Bij Kevin leidde dit tot het ontstaan van DFS. DFS is een zeer zeldzame aandoening waarbij bepaalde schimmels en bacteriën in de darm glucose omzetten in alcohol. In het ziekenhuis werd bij Kevin in de ontlasting de bacterie Klebsiella pneumoniae aangetoond, die onder bepaalde omstandigheden alcohol produceert. Hiermee kon de diagnose DFS worden gesteld. Na deze diagnose kreeg Kevin een streng koolhydraat-arm dieet en een breed- spectrum-antibioticumkuur. Een breed-spectrum-antibioticum bestrijdt veel verschillende bacteriesoorten.
Door een behandeling met een breed-spectrum-antibioticum is er een kans dat andere schadelijke bacteriën de darm koloniseren.
Vraag 4 1 punt
Verklaar dit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat ook gunstige bacteriën worden gedood / dat er ruimte komt voor andere bacteriën (waardoor andere schadelijke bacteriën de dikke darm kunnen koloniseren). (1)
Vraag 5 1 punt
Verklaar dat Kevin na de diagnose DFS een koolhydraat-arm dieet kreeg voorgeschreven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat er dan geen/nauwelijks glucose beschikbaar komt waar (door de micro-organismen die DFS veroorzaken) alcohol van gemaakt wordt. (1)
Jakobskruiskruid uit de berm
Jakobskruiskruid is een plant die geliefd is bij bijen en vlinders. De soort wordt daarom veel gebruikt bij ecologisch bermbeheer om bermen mee in te zaaien. Veehouders zijn daar meestal niet blij mee: de plant is namelijk giftig voor runderen en paarden.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris, afbeelding 1) is een inheemse plant die vroeger alleen voorkwam in de duinen. De plant groeit daar op zuidhellingen waar konijnen en zandverstuiving ervoor zorgen dat er weinig begroeiing is. De plant is tweejarig. Hij vormt in het eerste jaar een bladrozet en een groot wortelstelsel. In het tweede jaar komt de plant tot bloei en produceert dan enorm veel pluizige zaden. Hierna sterft de plant af.
Vraag 6 1 punt
Is jakobskruiskruid een climaxsoort of een pioniersoort? Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- een pioniersoort, met een toelichting waaruit blijkt dat jakobskruiskruid veel zaden vormt / dat jakobskruiskruid tweejarig is / dat jakobskruiskruid op open plekken groeit (1)
Grazers mijden jakobskruiskruid, afbeelding 2 omdat de plant bittere afweerstoffen tegen vraat produceert. Dit zijn de zogenoemde pyrrolizidine alkaloïden (PA’s). Een van deze PA’s is senecionine. Deze stof wordt gevormd uit de voorloperstof putrescine (afbeelding 2, C4H12N2). Senecionine wordt met de organische sapstroom vervoerd naar alle delen van de plant. Daar kan het vervolgens worden omgezet in andere PA’s, die ook via die route worden getransporteerd.
Om putrescine te produceren moet een plant ten minste drie verschillende anorganische verbindingen opnemen.
Vraag 7 1 punt
Noteer de namen van drie anorganische verbindingen die de plant ten minste moet hebben opgenomen als bouwstoffen voor putrescine.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat de lading niet of foutief noteert, dit niet aanrekenen.
Hieronder staan uitspraken over PA’s.
1 Vorming van senecionine uit putrescine is een vorm van stikstofassimilatie.
2 PA’s worden via de bastvaten vervoerd.
3 Transport van PA’s vindt vooral plaats door worteldruk.
Vraag 8 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Jakobskruiskruid in gedroogde vorm is gevaarlijk voor vee. De plant verliest door drogen zijn bitterheid maar niet zijn giftigheid. Runderen en paarden kunnen de plant, als die gemengd is in hooi, niet onderscheiden. Ze eten de plant met de rest van het hooi. De PA’s uit de plant worden dan opgenomen in het bloed en kunnen worden uitgescheiden door de nieren. De giftigheid ontstaat als levercellen de PA’s omzetten in pyrrolen. Deze stoffen tasten de levercellen aan.
Dieren met vergiftiging door pyrrolen krijgen last van portale hypertensie: een hoge bloeddruk in het poortadersysteem met als gevolg dat vocht vanuit de bloedvaten van de darmen in de buikholte terechtkomt.
Vraag 9 2 punten
− Noteer de naam van het proces waarbij bloedplasma de bloedvaten verlaat en weefselvloeistof wordt.
- Verklaar hoe de hoge bloeddruk in de poortader de afvoer van de weefselvloeistof uit de buikholte remt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- filtratie (1)
- een verklaring waaruit blijkt dat (door de hogere bloeddruk in de poortader) er een verminderde (terug)resorptie plaatsvindt (in de weefsels rondom de buikholte) / er minder weefselvloeistof terug in het bloed kan worden opgenomen (1)
Het maaisel uit grasland waar jakobskruiskruid groeit, kan niet meer als voer worden gebruikt. Veehouders eisen daarom dat de overheid het jakobskruiskruid bestrijdt dat in de buurt van hun graslanden groeit.
Een gehalte van 2,5 mg PA per kilogram lichaamsgewicht is dodelijk voor koeien. De gemiddelde PA-concentratie in jakobskruiskruid is 0,2% van het drooggewicht van de plant. Veronderstel dat een koe hooi te eten krijgt dat 3% jakobskruiskruid bevat.
Vraag 10 2 punten
Laat aan de hand van een berekening zien hoeveel kilogram van dit hooi dodelijk is voor een koe van 600 kilogram.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juiste berekening:
- Een koe mag maximaal 600 × 2,5 = 1500 mg PA eten. Dat is 0,0015 kg.
1 kg hooi bevat 0,03 kg jakobskruiskruid met 0,2% aan PA’s.
1 kg hooi bevat dus 0,03 × 0,2 / 100 = 0,00006 kg PA. De koe kan dan maximaal 0,0015 / 0,00006 = 25 kg hooi eten.
- De dodelijke dosis is 600 × 2,5 = 1500 mg, dus 1,5 gram PA. Van de droge plant is de concentratie PA 0,2%. Een koe krijgt deze dosis binnen als ze 1,5 / 0,002 = 750 gram plant eet. Omdat hooi 3% plant bevat, zit dat dus in 750 g × 100 / 3 = 25 kg hooi.
- 600 × 2,5 = 1500. 1500 / 0,002 = 750000
750000 / 0,03 = 25.000.000 mg 25 (kg)
Om jakobskruiskruid op een duurzame manier te bestrijden, zou een vraatinsect kunnen worden ingezet dat zich gespecialiseerd heeft op jakobskruiskruid. Voorbeelden hiervan zijn de zebrarups (de geel-zwarte larve van de sint-jakobsvlinder Tyria jacobaeae, afbeelding 3), die algemeen in Nederland voorkomt, en de jakobskruid-aardvlo (Longitarsus jacobaeae, afbeelding 4), die voorkomt in duingebieden in het westen van Nederland.
afbeelding 3 afbeelding 4
Beide soorten zijn ongevoelig voor PA’s. Ze slaan PA’s op in hun lichaam, waardoor ze beschermd zijn tegen natuurlijke vijanden.
De sint-jakobsvlinder is zodanig aangepast dat hij als rups alleen nog leeft op jakobskruiskruid.
Vraag 11 1 punt
Van welk biologisch begrip is dit een voorbeeld?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Door de inzet van deze specialistische vraatinsecten verandert de concurrentie tussen planten.
Vraag 12 2 punten
Welke planten zijn dan in het voordeel? En wat zal dan vervolgens het effect zijn op het aantal niet-specialistische vraatinsecten? voordeel voor het aantal niet-specialistische planten met vraatinsecten
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De larven van de jakobskruid-aardvlo zijn heel effectief in het bestrijden van jakobskruiskruid. De aardvlo verspreidt zich echter zeer traag. Sommige veehouders planten daarom jakobskruiskruid dat is geïnfecteerd met de jakobskruid-aardvlo op hun weilanden.
Vraag 13 1 punt
Beargumenteer of de jakobskruid-aardvlo op die weilanden een exoot is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat het wel een exoot is, met het argument dat de soort door de mens is verspreid naar een plaats waar hij van nature niet voorkomt, het scorepunt toekennen.
Verouderende eicellen
De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland hun eerste kind krijgen, is in de afgelopen vijftig jaar gestegen van 24 naar 31 jaar. Met de leeftijd neemt de kans op chromosomale afwijkingen in eicellen toe. Wetenschappers hebben onderzocht of het mogelijk is om dit leeftijdseffect te vertragen.
Bij vrouwen boven de 40 jaar is de kans op het ontstaan van een trisomie (een chromosoom extra) bij de bevruchting 30%. Een trisomie bij het embryo leidt meestal tot een miskraam. Trisomie ontstaat in de meeste gevallen door een fout tijdens de meiose bij de moeder. In afbeelding 1 zijn de verschillende stadia tijdens de oögenese en na de bevruchting met cijfers aangegeven.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Vraag 14 1 punt
Noteer de nummers van de stadia in afbeelding 1 die haploïd zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (alleen de nummers) 4, 5, en 7 (1)
Behalve trisomie kunnen er ook andere chromosomale afwijkingen ontstaan. Er zijn een aantal factoren bekend die kunnen bijdragen aan het ontstaan van chromosomale afwijkingen in eicellen. Zo wordt bij oudere vrouwen crossing-over minder goed uitgevoerd.
Vraag 15 2 punten
Gedurende welke vorm van deling kan crossing-over leiden tot recombinatie van erfelijk materiaal? En hoe ontstaan chromosomale afwijkingen door crossing-over? deling afwijkingen ontstaan doordat
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
In rustende eicellen kunnen chromosomale afwijkingen worden veroorzaakt door reactieve zuurstofverbindingen. Deze verbindingen ontstaan als gevolg van de weefselschade die optreedt tijdens de ovulatie.
Vraag 16 1 punt
Licht toe hoe bij ovulatie weefselschade ontstaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat tijdens de ovulatie de (wand van de) follikel / eierstok openbarst. (1)
De wetenschappers stelden de volgende hypothese op: de ovulatie- frequentie bepaalt het aantal chromosomale afwijkingen in eicellen. Zij toetsten dit bij drie groepen vrouwtjesmuizen:
1 muizen die voortdurend zwanger waren, doordat er mannetjes aanwezig waren
2 muizen waarbij de ovulaties onderdrukt werden met een hormoon- implantaat
3 muizen waarbij de puberteit geblokkeerd werd met behulp van een crispr-cas-behandeling
De muizen in groep 2 kregen een implantaat met een hormoon dat ovulaties onderdrukt.
Vraag 17 1 punt
Welk hormoon is in het implantaat aanwezig?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De puberteit van de muizen in groep 3 werd geblokkeerd door het gen Gpr54 knock-out te maken. Normaal zorgt dit gen ervoor dat de muizen geslachtsrijp worden. Met behulp van de crispr-cas-techniek werd midden in exon 1 een stuk van 67 baseparen ‘weggeknipt’, waardoor het gevormde eiwit niet functioneel is. Het bewerkte allel noteren we als Gpr54–, het normale allel als Gpr54+. In afbeelding 2 is het gen Gpr54 met daarin de vijf exons weergegeven.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Hieronder staan uitspraken over het gevolg van de modificatie van Gpr54.
1 In exon 1 treedt een frameshift-mutatie op.
2 Na translatie is het gevormde eiwit minstens 67 aminozuren korter.
3 De tertiaire structuur van het gevormde eiwit is veranderd.
Vraag 18 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Om een groep van 30 homozygote Gpr54-knock-out muizen (Gpr54– Gpr54–) te verkrijgen werd de volgende werkwijze gevolgd: stap 1 Uit enkele (wildtype) vrouwtjesmuizen werden bevruchte eicellen weggenomen. stap 2 De bevruchte eicellen kregen de crispr-behandeling. stap 3 Heterozygote bevruchte eicellen (Gpr54+Gpr54–) werden ingebracht bij draagmoedermuizen. stap 4 Toen de nakomelingen die hieruit ontstonden (F1) volwassen waren, werden ze onderling gekruist. Hieruit ontstond een F2.
Vraag 19 2 punten
Hoeveel nakomelingen (F2) werden naar verwachting geboren totdat er in totaal 30 muizen waren die volledig Gpr54-knock-out waren?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Bij de crispr-behandeling (stap 2) ontstonden ook enkele bevruchte eicellen met het genotype Gpr54– Gpr54–.
Vraag 20 1 punt
Licht toe waarom deze niet gebruikt konden worden voor stap 3 en 4.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de muizen die hieruit zouden ontstaan niet voor nageslacht kunnen zorgen. (1)
Afbeelding 3 toont de behandeling van de drie groepen vrouwtjesmuizen gedurende 14 maanden. Om het aantal chromosomale afwijkingen te bepalen, werden na twee maanden (2 m) en na veertien maanden (14 m) eicellen uit de eierstokken afgenomen bij alle vrouwtjesmuizen.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
In elke groep was een controle aanwezig (afbeelding 3).
Vraag 21 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter wat het verschil was van de bijbehorende controle ten opzichte van de behandeling.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat bij 1 de vrouwtjes (van de controlegroep) leven zonder mannetjes. / leven met onvruchtbare mannetjes. / niet zwanger worden gemaakt. bij 2 de vrouwtjes (van de controlegroep ) een implantaat zonder hormoon kregen. bij 3 de vrouwtjes (van de controlegroep) Gpr54+Gpr54+ zijn. / Gpr54+Gpr54– zijn. / de crispr-mutatie niet hebben. indien drie controlegroepen correct (2) indien twee controlegroepen correct (1) indien minder dan twee controlegroepen correct (0) (2)
De onderzoeksresultaten wijzen erop dat een verminderd aantal ovulaties bij de muizenmoeder het aantal chromosomale afwijkingen in de eicellen vermindert. Als dit bij mensen ook geldt, zou dat voor vrouwen die op latere leeftijd kinderen willen, een reden kunnen zijn om hun ovulaties te onderdrukken. Hieronder zijn drie vrouwen van 38 jaar beschreven.
- Azra, gebruikt sinds haar puberteit een anticonceptiepil.
- Bernadien, heeft zes kinderen gekregen en gebruikte nooit een anticonceptiepil.
- Claire, heeft een verstopping van de eileiders, is voor het eerst zwanger na een ivf-behandeling en gebruikte nooit een anticonceptiepil.
Vraag 22 2 punten
Welke vrouw zal de meeste ovulaties gehad hebben? En welke vrouw de minste? meeste ovulaties minste ovulaties
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Zwanger met de ziekte van Graves
Ellen heeft al vanaf haar dertiende de ziekte van Graves. Zij wordt daarvoor behandeld door haar huisarts. Ellen is nu 29 en is net in verwachting van haar eerste kind. Ze overlegt met haar huisarts wat de gevolgen zijn voor haar zwangerschap en de behandeling van haar ziekte.
De ziekte van Graves is een auto-immuunziekte die ontstaat doordat een infectie door het afweersysteem is bestreden met een bepaalde IgG- antistof. Deze IgG-antistof activeert bij sommige mensen ook de TSH- receptor op de schildklier waardoor er extra veel afbeelding 1 schildklierhormoon (T4) wordt afgegeven (afbeelding 1). De symptomen die optreden zijn: een vergrote schildklier, gewichtsverlies, een verhoogde hartslagfrequentie, een verhoogde ademhalings- frequentie en het snel warm hebben. Om de verhoogde vorming van T4 te verhinderen slikt Ellen pillen met methimazol. Deze stof blokkeert de vorming van T4. Om ervoor te zorgen dat er geen tekort aan T4 ontstaat, slikt Ellen ook T4-pillen.
Bij iemand met een verhoogde T4-afgifte is de ademhalingsfrequentie verhoogd, doordat het ademcentrum sterker wordt gestimuleerd.
Vraag 23 2 punten
Leg uit hoe een verhoogde T4-afgifte leidt tot een sterkere stimulering van het ademcentrum.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan het antwoord dat (door de toename van de T4-concentratie) de O 2- concentratie (in het bloed) afneemt, het tweede scorepunt toekennen.
TSH en TRH zijn hormonen die de T4-concentratie in een gezonde persoon op peil houden.
Vraag 24 1 punt
Zal de TSH-concentratie in het bloed van Ellen voorafgaand aan de behandeling met methimazol hoger of lager zijn geweest dan die bij een gezonde persoon? Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de TSH-concentratie lager is, doordat een hoge T4-concentratie de afgifte (van TRH door de hypothalamus en van TSH door de hypofyse) remt. (1)
In de lichaamscellen wordt T4 door een enzym omgezet in T3. Genen die gevoelig zijn voor regulatie door T3 bevatten een korte sequentie: het T3-responsief element (TRE). T3 bindt aan een receptor-co-repressor- complex dat is gebonden aan het TRE, waardoor de vorm van dit complex verandert en de repressor loslaat. Daarna wordt, door binding van een activator, het co-activator-complex gevormd, waarna de genexpressie begint (afbeelding 2). De binding van T3 aan het TRE verandert ook de methylering en acetylering van de door T3 gereguleerde genen.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vraag 25 2 punten
Welk effect heeft methylering van histonstaarten op de genen die gevoelig zijn voor regulatie door T3?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Hieronder staan uitspraken over T3 en de invloed van T3 op genexpressie.
1 T3 is een eiwit.
2 Het TRE is onderdeel van het coderend DNA van het T3-gevoelig gen.
3 In aanwezigheid van T3 is er meer ruimte rondom het histon, waardoor polymerase kan binden.
Vraag 26 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
De huisarts vertelt Ellen dat ze tijdens haar zwangerschap vaker haar T4- concentratie zal controleren. Door de veranderingen in haar lichaam als gevolg van de zwangerschap zal Ellen steeds minder medicijnen hoeven slikken. De hoeveelheid ‘verstorende’ IgG in het bloed van Ellen zal afnemen doordat de vouwing van de nieuw gevormde IgG-eiwitten verandert als gevolg van de zwangerschap. Zodra Ellen bevallen is, zullen de symptomen van de ziekte van Graves terugkomen en zal Ellen wel weer de hogere dosis medicijnen moeten gebruiken.
Vraag 27 2 punten
In welk organel ontstaat de secundaire en tertiaire structuur van IgG- eiwitten? En welk organel regelt het transport van IgG-eiwitten naar buiten de cel? vouwing transport naar buiten
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Door de veranderde structuur van het IgG verminderen de symptomen van de ziekte van Graves.
Vraag 28 2 punten
− Beschrijf op molecuulniveau wat het directe effect is van de veranderde structuur van het IgG.
- Beschrijf wat het gevolg is van de veranderde structuur van het IgG voor de werking van de schildklier.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (op molecuulniveau) het (veranderde) IgG niet meer aan de TSH- receptor bindt. / het (veranderde) IgG de TSH-receptor niet meer activeert. (1)
- de productie van T4 (door de schildklier) afneemt. (1)
Na twintig weken krijgt Ellen een echo-onderzoek. De echografist kijkt hierbij ook of de schildklier van de foetus is vergroot. Een vergrote schildklier is een indicatie dat de T4-concentratie bij de foetus te hoog is.
Vraag 29 1 punt
Verklaar waardoor een vergrote schildklier bij de foetus zou zijn ontstaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de (‘verstorende’) IgG (uit het bloed van de moeder) de placenta passeert (waardoor de schildklier van de foetus gestimuleerd wordt). (1)
Bij de 20 wekenecho worden geen afwijkingen gevonden bij de foetus. Na acht maanden zwangerschap is Ellen toch bezorgd. Ze heeft het namelijk sneller warm, en zelfs bij lichte inspanning wordt haar ademhalings- frequentie veel hoger. De T4-concentratie in het bloed van Ellen blijkt normaal te zijn. De huisarts legt uit dat de symptomen worden veroorzaakt door de aanwezigheid van de baby.
Hieronder staan uitspraken die een mogelijke verklaring geven voor de symptomen van Ellen.
1 Haar ademhalingsfrequentie neemt toe doordat haar vitale capaciteit lager wordt.
2 Ze heeft het sneller warm doordat de hoeveelheid bloed toeneemt.
3 Ze heeft het sneller warm doordat de oppervlakte-inhoudsverhouding kleiner wordt.
Vraag 30 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Epilepsie door lintwormlarven
Een zestienjarige jongen kreeg tijdens zijn verblijf in Nederland regelmatig epileptische aanvallen. Uit onderzoek bleek dat deze aanvallen het gevolg waren van een varkenslintworm.
Epilepsie is een aandoening van het centrale zenuwstelsel waarbij af en toe een sterk afwijkende hersenactiviteit ontstaat: een epileptische aanval. Tijdens een epileptische aanval kunnen ongecontroleerde spiersamentrekkingen optreden, en kan de patiënt het bewustzijn verliezen. Op de MRI-scan van het hoofd van de jongen (afbeelding 1) zijn holtes (cysten) te zien. Eromheen is oedeem te zien (afbeelding 2).
afbeelding 1 afbeelding 2
Hieronder staan uitspraken over de MRI-scan (afbeelding 1, afbeelding 2).
1 Het oedeem bevindt zich in het hersengebied dat is betrokken bij het gezichtsvermogen.
2 Al het hersenweefsel dat te zien is op de scan, behoort tot de grijze stof.
3 Het hersengebied dat de slikreflex aanstuurt, is zichtbaar op de scan.
Vraag 31 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Bij spiersamentrekkingen geven de eindplaatjes van motorische neuronen acetylcholine af. Hieronder staan uitspraken over de productie, afgifte en werking van acetylcholine.
1 Het enzym dat acetaat en choline omzet in acetylcholine, wordt vanuit het cellichaam naar het motorisch eindplaatje vervoerd.
2 Acetylcholine wordt afgegeven als gevolg van de instroom van calciumionen.
3 Binding van acetylcholine aan de receptoren op de postsynaptische membraan leidt tot hyperpolarisatie van die membraan.
Vraag 32 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is. Gebruik je informatieboek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
De jongen werd uitgebreid onderzocht door een medisch parasitoloog. Hij stelde de diagnose: neurocysticercose. Deze aandoening wordt veroorzaakt door de varkenslintworm (Taenia solium, afbeelding 3), een parasitaire worm waarvan de mens de enige eindgastheer is. Zowel de mens als het varken is tussengastheer. De larven bevinden zich in afbeelding 3 cysten in weefsels van de gastheer. Een volwassen varkenslintworm leeft in de dunne darm. Hij kan tot acht meter lang worden en heeft een plat lichaam. Zijn kop heeft zuignappen waarmee hij zich vasthecht aan de wand van de dunne darm. De worm heeft geen mond of spijsverterings- kanaal.
Vraag 33 1 punt
Licht toe hoe de vorm van de worm een efficiënte opname van voedingstoffen mogelijk maakt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − De worm is plat en heeft daardoor een groot oppervlak. − Taenia solium is aangepast om efficiënt voedsel op te nemen, doordat de worm lang is en een groot deel van het darmkanaal bezet waaruit deze voedingstoffen kan opnemen. − De lintworm heeft een grote oppervlakte ten opzichte van zijn inhoud. (1)
Mensen kunnen op twee manieren geïnfecteerd raken met de lintworm. Hieronder staat een schema van de levenscyclus van Taenia solium. Op de plaatsen P, Q, R en S ontbreken woorden.
Vraag 34 2 punten
Schrijf de letters P, Q, R en S onder elkaar. Noteer het bijbehorende ontbrekende woord of de ontbrekende woorden erachter. Kies uit:
- eindgastheer
- inname eieren
- inname larve
- tussengastheer
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- P: eindgastheer Q: inname eieren R: tussengastheer S: inname larve indien vier letters correct (2) indien drie of twee letters correct (1) indien minder dan twee letters correct (0) (2)
De parasitoloog schreef het medicijn albendazol voor. Albendazol doodt lintwormlarven doordat het een remmende werking heeft op fumaraatreductase (FRD). Normaal zet FRD in de mitochondriën van varkenslintwormlarven fumaarzuur om in barnsteenzuur. Deze omzetting is cruciaal voor de energievoorziening. Afbeelding 4 toont de oxidatieve fosforylering bij de mens, en de elektronentransportketen bij de lintworm, die in anaerobe omstandigheden leeft. Hierin is ook het effect van albendazol aangegeven.
[afbeelding 4: zie het originele examen]
Bij de mens heeft eiwitcomplex II (SQR) ook een functie in de citroenzuurcyclus, waar het barnsteenzuur omzet.
Vraag 35 1 punt
Noteer de namen van de twee stoffen die bij deze omzetting ontstaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- fumaarzuur en FADH2 (1)
De tekst hieronder beschrijft het effect van albendazol op de elektronentransportketen in een varkenslintworm. Op vier plaatsen ontbreekt een woord. Albendazol remt FRD, waardoor de omzetting van fumaarzuur verhinderd wordt. Fumaarzuur dient als …(1)… , en heeft dezelfde functie als …(2)… bij de oxidatieve fosforylering in de mens. Door remming van FRD wordt voorkomen dat NADH elektronen kan afstaan en ontstaat er geen gradiënt van …(3)... . Hierdoor wordt uiteindelijk de productie van …(4)… geremd.
Vraag 36 2 punten
Schrijf de nummers 1 tot en met 4 onder elkaar. Noteer het woord dat op de bijbehorende plaats moet staan erachter. Kies uit:
- bij 1: elektronenacceptor / elektronendonor
- bij 2: CO2 / H+ / H2O / O2
- bij 3: CO2 / H+ / H2O / O2
- bij 4: ADP / ATP
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 elektronenacceptor 2 O2 3 H+ 4 ATP indien vier nummers correct (2) indien drie of twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Na de behandeling met albendazol waren de lintwormen gedood. Hierdoor nam bij de jongen de frequentie van epileptische aanvallen af, maar ze verdwenen niet volledig.
Vraag 37 1 punt
Verklaar waardoor de epileptische aanvallen nog steeds aanwezig zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Weefselresten van de larven blijven achter in de hersenen. − De dode wormen zijn er nog steeds. − De holtes zijn nog steeds aanwezig. − De beschadigingen in de hersenen herstellen niet. (1)
Dwergolifanten op Sicilië
Op eilanden hebben veel zoogdiersoorten een afwijkende grootte vergeleken met verwante soorten op het vasteland. Grote soorten zijn er kleiner, kleine soorten zijn er groter. Een team van wetenschappers heeft aan de hand van fossielen een schatting gemaakt van de snelheid van ‘verdwerging’ bij olifanten die leefden op Sicilië.
De ‘verreuzing’ en ‘verdwerging’ van zoogdiersoorten die eilanden koloniseren, wordt de wet van Foster genoemd (afbeelding 1). Bij de ontwikkeling richting de afwijkende afmetingen zijn verschillende factoren betrokken. Wetenschappers veronderstellen dat na vestiging eerst een sterke populatiegroei plaatsvindt, en daarna de ontwikkeling naar een optimale grootte van de individuen.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
De genetische samenstelling van een nieuw-gevestigde eilandpopulatie is anders dan die van de oorspronkelijke populatie van het vasteland. Hieronder staan uitspraken over dit verschil.
1 Er is sprake van het foundereffect.
2 Door de isolatie van de populatie op het eiland treedt gene flow op.
3 De genenpool van de eilandpopulatie is kleiner dan die van het vasteland.
Vraag 38 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
De verreuzing of verdwerging van zoogdieren op eilanden wordt veroorzaakt door natuurlijke selectie. Uiteindelijk kan de populatie op het eiland een aparte soort worden.
Vraag 39 1 punt
Is er dan sprake van allopatrische soortvorming of van sympatrische soortvorming? Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- allopatrische soortvorming, met een toelichting waaruit blijkt dat er (geografische) isolatie is / dat de soortvorming geografisch gescheiden plaatsvindt (1)
De verdwerging van grote zoogdieren op een gekoloniseerd eiland is mede te verklaren met de eilandtheorie van McArthur en Wilson. Een kleiner aantal soorten op een eiland maakt de kans groter dat predatoren afwezig zijn. Grote zoogdiersoorten kunnen dan verdwergen.
Vraag 40 2 punten
Op welk type eiland zal het aantal soorten het kleinst zijn volgens de eilandtheorie van McArthur en Wilson? afmeting nabijheid vasteland
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De wetenschappers onderzochten fossiele resten van de puntali-olifant (Palaeoloxodon mnaidriensis), een uitgestorven olifantensoort die leefde op het Italiaanse eiland Sicilië. Deze dwergolifant is een afstammeling van de veel grotere uitgestorven Europese bosolifant (Palaeoloxodon antiquus) die 781.000 tot 30.000 jaar geleden leefde. Zie afbeelding 2.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
De wetenschappers konden mitochondriaal DNA (mtDNA) isoleren uit een fossiel bot uit het binnenoor van een puntali-olifant. Dit mtDNA werd gebruikt om de lengte van de periode van verdwerging te bepalen.
Voor het onderzoek moest het mtDNA eerst worden vermenigvuldigd, waarna de basevolgorde ervan kon worden bepaald.
Vraag 41 2 punten
− Noteer de naam van de techniek waarmee DNA vermenigvuldigd kan worden.
- Noteer de naam van de techniek waarmee de basenvolgorde bepaald kan worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- PCR (1)
- sequencing (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Biologie 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-1018-a-25-2-o
Andere examens biologie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vwo 2025, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie vwo 2025, tijdvak 2 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (10), voortplanting (7) en zenuwstelsel en hormonen (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vwo 2025, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vwo 2025, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-1018-a-25-2-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vwo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.