Eindexamen biologie vwo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De herintroductie van het przewalskipaard, Bestrijding van ambrosia, Gentherapie nagemaakt, Slaap herstelt DNA, Schadelijke peuken.
Het centraal examen biologie vwo 2024, tijdvak 2 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over DNA en eiwitsynthese (8), ecologie (8) en planten en fotosynthese (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| DNA en eiwitsynthese | 5, 24, 26-27, 33-36 | 8 |
| Ecologie | 9-12, 15-18 | 8 |
| Planten en fotosynthese | 37-41 | 5 |
| Evolutie | 1-4 | 4 |
| Voeding en vertering | 19-21, 23 | 4 |
| Erfelijkheid | 6, 8, 28 | 3 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 14, 29-30 | 3 |
| Ademhaling | 13, 31 | 2 |
| Voortplanting | 7 | 1 |
| Bloedsomloop | 22 | 1 |
| Afweer | 25 | 1 |
| Cellen | 32 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over DNA en eiwitsynthese (20% van de vragen, gemiddeld 12%). Minder over afweer (2% van de vragen, gemiddeld 10%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie vwo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie vwo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie vwo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
De herintroductie van het przewalskipaard
In 1969 stierven przewalskipaarden uit in het wild. Vanaf 1992 worden przewalskipaarden uit dierentuinen geherintroduceerd in hun natuurlijke habitat. In 2020 maakte San Diego Zoo Global bekend dat het eerste gekloonde przewalskipaard was geboren in hun dierentuin.
Het przewalskipaard behoort tot de familie van de paardachtigen. Over de wetenschappelijke naam zijn taxonomen het nog steeds niet eens. Het przewalskipaard (afbeelding 1) wordt aangeduid als Equus przewalskii of als Equus ferus przewalskii. Het ‘gewone’ paard, dat door de mens tam is gemaakt (gedomesticeerd), heeft de naam Equus ferus caballus. Het genoom van deze dieren is verschillend: het przewalskipaard heeft 66 chromosomen; het gewone paard heeft 64 chromosomen. Een kruising van een gewoon paard met een przewalskipaard levert vruchtbare nakomelingen (F1) op met 65 chromosomen.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Stel dat jij mag bepalen welke van de twee wetenschappelijke namen het przewalskipaard krijgt.
Vraag 1 1 punt
Noteer welke naam je dan kiest, en geef een biologisch argument dat jouw keuze ondersteunt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt toekennen voor een correcte toelichting, passend bij de gekozen naamgeving.
Lange tijd werd aangenomen dat przewalskipaarden wilde paarden zijn: de voorouders van przewalskipaarden zouden nooit gedomesticeerd zijn geweest. Daarmee zouden przewalskipaarden de enige nog levende wilde paarden zijn. Wetenschappers uit verschillende landen hebben onderzocht of dat inderdaad zo is. Het genoom van de eerste gedomesticeerde paarden uit Kazachstan (botaj-paarden en borly- paarden, die circa 5000 jaar geleden leefden) werd vergeleken met dat van andere groepen paarden. Op grond van de resultaten is een cladogram opgesteld (afbeelding 2).
[afbeelding 2: zie het originele examen] uitgestorven gedomesticeerde paarden
huidige gedomesticeerde paarden
huidige przewalskipaarden
in het wild uitgestorven przewalskipaarden
borly-paarden (gedomesticeerd)
botaj-paarden (gedomesticeerd)
prehistorische wilde paarden
ezels
Over het cladogram worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De huidige przewalskipaarden zijn wilde paarden.
2 De ezels zijn voorouders van de huidige przewalskipaarden.
3 De huidige przewalskipaarden zijn meer verwant aan huidige gedomesticeerde paarden dan aan prehistorische wilde paarden.
Vraag 2 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak wel of niet door het cladogram wordt ondersteund.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 niet 3 wel indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
In de eerste helft van de vorige eeuw werden tientallen przewalskipaarden gevangen om in dierentuinen te houden. Uiteindelijk hebben slechts twaalf dieren zich daar succesvol voortgeplant. Alle nu levende przewalskipaarden stammen af van deze dieren.
Door de enorme afname van het aantal przewalskipaarden is de genenpool afgenomen.
Vraag 3 1 punt
Wat is de naam voor de afname van de genenpool als gevolg van een enorme afname van de populatiegrootte?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De kleine populatie przewalskipaarden heeft geleid tot inteelt bij de nakomelingen. Over inteelt worden de volgende uitspraken gedaan:
1 Door inteelt neemt de kans op het ontstaan van mutaties toe.
2 Inteelt vergroot de kans op een lagere fitness van de nakomelingen.
3 Door inteelt neemt het aandeel heterozygoten in de populatie toe.
Vraag 4 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
De Nederlandse biologen Annette Groeneveld en Inge en Jan Bouman maakten in 1977 een plan voor de herintroductie van przewalskipaarden in Mongolië. Zij haalden przewalskipaarden uit dierentuinen en bereidden de dieren in een natuurgebied in Flevoland voor op herintroductie. Tussen
1992 en 2000 zijn 82 ‘Flevolandse’ przewalskipaarden uitgezet in de Gobi-woestijn in Mongolië.
De tekst hieronder beschrijft het verblijf van de przewalskipaarden in het natuurgebied in Flevoland. Op de plaatsen 1 en 2 ontbreekt een woord. Door de przewalskipaarden te plaatsen in het natuurgebied in Flevoland, konden de dieren wennen aan de omstandigheden in het wild. Omdat er geen andere paarden voorkwamen in het gebied, was ...(1)... van de prezwalskipaarden nog niet bezet. Door de przewalskipaarden werd de successie in het gebied ...(2)... .
Vraag 5 2 punten
Wat moet worden ingevuld bij 1 en bij 2? bij 1 bij 2
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Wetenschappers proberen met fokprogramma’s de genetische diversiteit van de populatie przewalskipaarden te vergroten. Hierbij maken ze onder andere gebruik van genetisch materiaal dat is ingevroren en opgeslagen in een ‘frozen zoo’. Het gekloonde przewalskipaard in San Diego Zoo Global is hier een voorbeeld van. De wetenschappers gebruikten hierbij een eicel van een gedomesticeerd paard en de celkern van een ingevroren huidcel van een przewalski-hengst. Afbeelding 3 toont de werkwijze van de wetenschappers.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
In de frozen zoo waren cellen van verschillende hengsten opgeslagen. Om een geschikte hengst te kiezen voor het fokprogramma, werd sequencing toegepast.
Vraag 6 2 punten
Leg uit hoe sequencing gebruikt kan worden om de meest geschikte hengst te kiezen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat antwoordt dat de DNA-volgorde wordt bepaald, het eerste scorepunt toekennen.
- Als de kandidaat antwoordt dat op erfelijke afwijkingen / gunstige eigenschappen kan worden geselecteerd, het tweede scorepunt toekennen.
In afbeelding 3 zijn cellen aangegeven met P, Q en R.
Vraag 7 2 punten
Schrijf de letters P, Q en R onder elkaar en noteer erachter of de betreffende cel haploïd of diploïd is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- P diploïd Q haploïd R diploïd indien drie letters correct (2) indien twee letters correct (1) indien minder dan twee letters correct (0) (2)
De procedure die gebruikt is in San Diego Zoo Global levert een veulen op waarvan het genoom niet volledig identiek is aan dat van de gebruikte hengst.
Vraag 8 1 punt
Licht toe welk deel van het genoom van het przewalski-veulen niet identiek is aan dat van de hengst.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat mitochondriaal-DNA (in het veulen) afkomstig is uit de eicel. / afkomstig is van het gedomesticeerde/gewone paard. (1)
Bestrijding van ambrosia
Ambrosia is een plant uit Noord-Amerika die eind negentiende eeuw voor het eerst in Nederland werd waargenomen. Nick is allergisch voor de pollen van ambrosia, waardoor hij vaak last heeft van hooikoorts.
Ambrosia of alsemambrosia (Ambrosia afbeelding 1 artemisiifolia, afbeelding 1) is een eenjarige plant. De plant komt voor op verstoorde gronden, zoals omgewerkte bermen, akkers, fabrieks- en bouwterreinen. De onopvallende bloemen produceren een grote hoeveelheid stuifmeel (pollen), waar veel mensen een allergie voor ontwikkelen. Ook het aantal geproduceerde zaden is enorm groot. Het zaad kan meer dan 40 jaar kiemkrachtig blijven. De zaden van ambrosia zijn via hooi en vogelvoer in Nederland terechtgekomen. In Nederland kan de plant alleen in warme zomers kiemkrachtige zaden produceren.
Ambrosia wordt al meer dan een eeuw regelmatig in Nederland waargenomen. Toch lijkt de plant zich pas de laatste jaren in Nederland te hebben gevestigd: de plant kan er nu zijn hele levenscyclus voltooien.
Vraag 9 1 punt
Verklaar waardoor ambrosia zich pas de laatste jaren in Nederland heeft gevestigd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de plant kiemkrachtige zaden kan vormen door klimaatverandering. / door de warmere zomers van de laatste jaren. (1)
Vraag 10 1 punt
Noteer of ambrosia een pioniersoort of een climaxsoort is. Noteer een kenmerk van de soort die dit ondersteunt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan het antwoord ‘grote hoeveelheid stuifmeel’ geen scorepunt toekennen.
Nicks allergie werd vastgesteld met behulp van een krastest. Bij een krastest worden verschillende soorten pollen
- in een oplosmiddel
- aangebracht in een krasje in de huid. Daarnaast worden een positieve en een negatieve controle aangebracht. Voor de positieve controle wordt de lichaamseigen stof (mediator) afbeelding 2 gebruikt die verantwoordelijk is voor het ontstaan van allergische reacties. Voor de negatieve controle wordt het oplosmiddel zonder pollen gebruikt. Na korte tijd kan de reactie beoordeeld worden aan de hand van de mate van zwelling en roodheid (afbeelding 2).
Vraag 11 2 punten
Beschrijf met welk doel ...
- de positieve controle wordt aangebracht.
- de negatieve controle wordt aangebracht.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (met de positieve controle) duidelijk wordt hoe een allergische reactie / histamine-reactie (op de huid) bij een persoon eruitziet. (1)
- (met de negatieve controle) duidelijk wordt hoe de persoon reageert op het gebruikte oplosmiddel. / op krasjes. (1)
Blootstelling aan ambrosiapollen leidt bij Nick tot een allergische astma- aanval. Na blootstelling trekken
- onder invloed van de mediator histamine
- de spieren in de wand van zijn bronchiolen zich samen en zwelt het slijmvlies op. Ook wordt er meer en dikker slijm geproduceerd dan normaal. Deze reacties leiden ertoe dat sommige bronchiolen geen lucht doorlaten. Het gevormde slijm komt niet in de longblaasjes terecht.
Over deze allergische reactie worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De slijmproductie is onderdeel van het verworven afweersysteem.
2 Er treedt bloedvatvernauwing op in de slijmvliezen.
3 Bij een allergische reactie produceert het lichaam overdreven veel antigenen tegen pollen.
Vraag 12 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Door de reacties in de luchtwegen bij een allergische astma-aanval wordt de gaswisseling in de longen beïnvloed. Factoren die van invloed zijn op de snelheid van de gaswisseling zijn de diffusiecoëfficiënt (D), het diffusie-oppervlak (A), het verschil in partiële druk (∆c) en de diffusieafstand (∆x). Bij een allergische astma-aanval veranderen A en ∆c.
Vraag 13 2 punten
Schrijf A en ∆c onder elkaar en beschrijf bij elke factor de verandering die optreedt tijdens een astma-aanval. Geef in je beschrijving aan hoe de factor verandert en waardoor deze verandering optreedt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juiste beschrijving bij A:
- Het diffusie-oppervlak (A) vermindert doordat longblaasjes afgesloten raken als gevolg van samentrekking van spieren in de wand van de bronchiolen en ophoping van slijm.
- A wordt kleiner doordat sommige longblaasjes afgesloten zijn.
voorbeelden van een juiste beschrijving bij ∆c:
- Het verschil in partiële gasdruk (∆c) wordt kleiner, omdat door de vernauwde luchtwegen als gevolg van slijmophoping de lucht in de longblaasjes minder goed ververst wordt.
- ∆c neemt af, omdat in de bijna afgesloten longblaasjes minder snel verse lucht binnen kan komen.
Het samentrekken van spieren in de wand van de bronchiolen wordt veroorzaakt door activiteit in een deel van het zenuwstelsel.
Vraag 14 1 punt
Welk deel van het zenuwstelsel laat de spieren in de wand van de bronchiolen samentrekken?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Met een spirometertest wordt Nicks longfunctie bepaald. Tijdens de test wordt een spirogram gemaakt (afbeelding 3). Voor de test moet Nick eerst zo diep mogelijk inademen. Dan begint de test. Nick moet daarbij:
- zo hard en lang mogelijk uitademen (afbeelding 3, bovenkant diagram),
- vervolgens weer volledig inademen (afbeelding 3, onderkant diagram). Tijdens de test worden de volgende grootheden gemeten:
- het volume van de uitgeademde lucht en van de ingeademde lucht
- de snelheid van de luchtstroom tijdens uitademing en tijdens inademing Afbeelding 3 toont het verband tussen deze grootheden bij Nick en bij een persoon zonder astma.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
Over afbeelding 3 worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De hoogste snelheid wordt bereikt aan het einde van de uitademing.
2 De maximale waarde van de grafiek op de x-as is gelijk aan de totale longcapaciteit (VTC of TLC).
3 De vitale capaciteit (VC) van Nick is gelijk aan die van de persoon zonder astma.
Vraag 15 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Nick leest dat ambrosia in Europa kan worden bestreden met het bladhaantje Ophraella communa. Deze blad-etende kever is afkomstig uit Noord-Amerika en heeft een voorkeur voor ambrosia. Bij gebrek aan ambrosia eet de soort daar ook van andere planten, zoals zonnebloemen. O. communa werd in 2013 per ongeluk in Italië geïntroduceerd. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid ambrosiapollen in het gebied met 82% afnam en dat de kever er nauwelijks van andere planten at.
In Noord-Amerika is de natuurlijke aanwezigheid van O. communa niet effectief om overlast door ambrosia tegen te gaan.
Vraag 16 1 punt
Geef een mogelijke verklaring waardoor het uitzetten van extra O. communa niet effectief zal zijn bij de bestrijding van ambrosia in Noord-Amerika.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een antwoord als ‘De extra bladhaantjes zullen niet alle ambrosia eten omdat ze ook andere planten eten’ geen scorepunt toekennen.
Wetenschappers onderzochten met behulp van een ecologisch model of O. communa ook in andere delen van Europa ingezet kan worden. Met het model zijn de tolerantiecurven van ambrosia en van het bladhaantje berekend (afbeelding 4).
[afbeelding 4: zie het originele examen]
Over de tolerantiecurven worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De tolerantie van ambrosia voor de minimumtemperatuur in de koudste maand is groter dan die van O. communa.
2 De maximum-tolerantiewaarden voor de jaarlijkse hoeveelheid neerslag van ambrosia en van O. communa zijn gelijk.
Vraag 17 2 punten
Welk van deze uitspraken is juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
In het model zijn mogelijk belangrijke biotische factoren niet verwerkt.
Vraag 18 1 punt
Noteer twee verschillende biotische factoren die de overlevingskans van O. communa zouden kunnen beïnvloeden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van juiste biotische factoren: − predatie − ziekteverwekkers − concurrentie − aanwezigheid voedsel indien twee juiste biotische factoren (1) indien minder dan twee juiste biotische factoren (0) (1)
Gentherapie nagemaakt
De gentherapie Glybera was effectief bij mensen met lipoproteïnelipase- deficiëntie, een zeldzame stofwisselingsziekte waarbij de stofwisseling van vetten is verstoord. Maar vanwege de hoge kosten is Glybera van de markt gehaald. Een groep onafhankelijke biologen maakt nu een alternatief voor deze gentherapie.
Het vervoer van vetten in de bloedbaan vindt onder andere plaats door chylomicronen. Chylomicronen zijn lipoproteïnen die worden gemaakt door de darmepitheelcellen. Voor de productie van chylomicronen worden de verteringsproducten van vetten gebruikt. In afbeelding 1 is de vorming van chylomicronen door een darmepitheelcel weergegeven. Daarin zijn proces P en de onderdelen Q, R en S aangegeven.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Voor proces P zijn stoffen nodig die worden geproduceerd door een bepaald orgaan.
Vraag 19 2 punten
− Noteer de naam van proces P.
- Noteer de naam van het orgaan waar de stoffen worden geproduceerd die betrokken zijn bij dit proces.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (proces P:) emulgeren (van vet waardoor vetdruppeltjes ontstaan) (1)
- (de) lever (1)
Darmepitheelcellen nemen de producten van de vetvertering op. In afbeelding 1 is te zien dat een deel van deze producten onbewerkt wordt afgevoerd en dat een ander deel wordt bewerkt tot chylomicronen.
Vraag 20 2 punten
Noteer de letters Q, R en S onder elkaar en noteer de naam van het bijbehorende onderdeel erachter.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Q: golgi-systeem R: haarvat/bloedvat/(poort)ader S: lymfevat/borstbuis indien drie letters correct (2) indien twee letters correct (1) indien minder dan twee letters correct (0) (2)
In de haarvaten van actieve weefsels worden de vetten in de chylomicronen afgebroken door het enzym lipoproteïnelipase (LPL). LPL wordt gemaakt door cellen van verschillende weefsels (zoals vetweefsel en spierweefsel), waarna het wordt afgegeven in de bloedbaan. Daar hecht LPL zich aan het celmembraan van de endotheelcellen. Het enzym breekt vanuit die positie de triglyceriden in de chylomicronen af, waarna de producten (monoglyceriden en vetzuren) door het weefsel kunnen worden opgenomen (afbeelding 2).
[afbeelding 2: zie het originele examen]
De vetzuren en monoglyceriden die na LPL-activiteit opgenomen kunnen worden, kunnen onder andere gebruikt worden voor de synthese van triglyceriden (vet). De vetzuren kunnen ook op een andere manier gebruikt worden. Hierover worden de volgende uitspraken gedaan: Vetzuren kunnen worden gebruikt voor …
1 de vorming van acetyl-CoA in de mitochondria.
2 de synthese van eiwitten aan de ribosomen.
3 de opbouw van membranen voor organellen.
Vraag 21 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Bij mensen met LPL-deficiëntie veroorzaakt een normaal dieet een veel te hoog triglyceridegehalte in het bloed. Een hoog triglyceridegehalte van het bloed is zichtbaar na centrifugeren. De fractie waarin de chylomicronen zich bevinden, is dan anders van kleur dan normaal. In afbeelding 3 is een buisje normaal bloed voor en na centrifugeren weergegeven. De fracties na centrifugeren zijn aangegeven met P en Q.
[afbeelding 3: zie het originele examen] voor na
Bloed bevat onder andere plasma, rode bloedcellen en witte bloedcellen.
Vraag 22 2 punten
− Schrijf de letters P en Q onder elkaar en noteer erachter welk of welke van de bovenstaande bloedbestanddelen in de betreffende fractie aanwezig is of zijn.
- Noteer ook in welke fractie de chylomicronen zich zullen bevinden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
P (bloed)plasma en chylomicronen Q witte bloedcellen en rode bloedcellen
Een ander symptoom van LPL-deficiëntie is chronische alvleesklier- ontsteking. De alvleesklier produceert dan minder ...(1)... waardoor de ontlasting dun en vettig is. Ook produceert de alvleesklier dan minder ...(2)... waardoor de glucoseconcentratie van het bloed vaak te hoog is. Bij 1 en 2 moeten de namen van twee stoffen worden ingevuld.
Vraag 23 2 punten
Schrijf de nummers 1 en 2 onder elkaar en noteer de naam van de betreffende stof erachter.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 lipase (1)
- 2 insuline (1)
Bij de behandeling met Glybera wordt een functioneel LPL-gen ingebracht. Hierbij is een virus de vector. Dit virus maakt niet ziek en vermenigvuldigt zich niet, maar brengt enkel het functionele LPL-gen in de kern van spiercellen. Daar blijft het gen los in de kern aanwezig. Na injecties met Glybera op zo’n zestig verschillende plaatsen in de beenspieren kan LPL-deficiëntie worden genezen.
Vraag 24 2 punten
Beredeneer waarom de injecties met Glybera in het beenspierweefsel volstaan om in het hele lichaam voldoende LPL-activiteit te bereiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Aan het antwoord dat het spierweefsel dan LPL afgeeft aan het bloed en dat dit lokaal zoveel LPL-activiteit heeft, dat voldoende afbraakproducten van chylomicronen ter beschikking komen aan alle lichaamscellen, 2 scorepunten toekennen.
- Aan het antwoord dat het virus meereist met het bloed en ook andere cellen infecteert die vervolgens LPL aanmaken en afgeven aan het bloed, in totaal 1 scorepunt toekennen.
Bij een Glybera-behandeling krijgt de patiënt medicijnen die de activiteit van B- en T-cellen remmen tijdens en vlak na de behandeling.
Vraag 25 1 punt
Beredeneer waarom het nodig is om de activiteit van B- en T-cellen te remmen bij een behandeling met Glybera.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat een afweerreactie tegen het virus (in Glybera) geremd moet worden. (1)
De onafhankelijke biologen beweren dat ze op basis van de literatuur over Glybera een alternatief voor de therapie hebben gemaakt: Slybera. Ze plaatsten het LPL-gen in een plasmide en brachten die in bij E. coli. Vervolgens lieten de biologen de E. coli zich vermeerderen. Daarna werden de plasmiden uit de bacteriën gehaald en werd een bepaalde stof toegevoegd om de plasmide in twee delen te splitsen (afbeelding 4). Daarmee werden de overbodige delen uit de plasmide verwijderd en bleef een zo klein mogelijk relevant deel over: de minicircle. Na zuivering konden de minicircles worden geoogst en ingebracht in cellen. De minicircles werden niet in het DNA opgenomen. De biologen hebben aangetoond dat cellen van een zoogdier waarin de minicircles zijn ingebracht, het transgen tot expressie brengen.
[afbeelding 4: zie het originele examen]
De plasmide met transgen bevat onder andere de volgende delen:
1 het LPL-gen
2 een gen voor antibioticum-resistentie
3 een promotor voor het LPL-gen
4 de bindingsplaats voor prokaryoot DNA-polymerase
Vraag 26 2 punten
Schrijf de nummers 1 tot en met 4 onder elkaar en noteer erachter of het betreffende deel wel of niet in de minicircle aanwezig zal zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 wel 2 niet 3 wel 4 niet indien vier nummers correct (2) indien drie nummers correct (1) indien minder dan drie nummers correct (0) (2)
De biologen zijn van plan om Slybera uiteindelijk te verstrekken aan patiënten met LPL-deficiëntie, maar dan moeten de kwaliteit en veiligheid gegarandeerd zijn. Ze zoeken daarom de hulp van andere onderzoekers voor de volgende stappen die moeten worden gedaan, zoals het uitvoeren van dierproeven.
Onderzoekers ontwerpen een experiment om de effectiviteit van Slybera op muizen te testen. Ze gebruiken 40 LPL-deficiënte muizen.
Vraag 27 2 punten
Beschrijf het experiment.
- Geef aan welke behandeling de muizen krijgen.
- Noteer welke metingen moeten worden gedaan bij de muizen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist experiment:
- De ene groep krijgt injecties met een vloeistof met Slybera in de pootspieren, de andere groep krijgt dezelfde behandeling met alleen de vloeistof. Wekelijks wordt bloed afgenomen en hierin wordt de hoeveelheid triglyceriden bepaald.
- De groep muizen wordt in twee gedeeld. De ene helft krijgt het LPL- gen, de andere helft krijgt geen LPL-gen toegediend. Na verloop van tijd wordt de hoeveelheid vet in het bloed van de twee groepen muizen vergeleken.
Opmerking Het al dan niet toedienen van immunosuppressiva niet in de beoordeling meenemen.
LPL-deficiëntie erft recessief over. De frequentie van het allel dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van LPL-deficiëntie is 0,001.
Vraag 28 2 punten
Bereken hoeveel mensen in Nederland geholpen zouden kunnen worden met Slybera. Ga ervan uit dat de regel van Hardy-Weinberg van toepassing is en dat het bevolkingsaantal van Nederland 18 miljoen is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juiste berekening:
- q = 0,001, q2 = 0,000001 0,000001 x 18.000.000 inwoners = 18 mensen
- 0,001 x 0,001 x 18.000.000 = 18
Opmerking Als de kandidaat de letter p gebruikt voor weergave van het recessieve allel met een verder juiste berekening, dit niet aanrekenen.
Slaap herstelt DNA
Alle organismen met een zenuwstelsel blijken slaap nodig te hebben. Israëlische wetenschappers toonden aan dat slaap een belangrijke rol speelt bij het herstel van DNA-schade in neuronen.
Bij gewervelden wordt het slaap-waakritme geregeld door het peptide- hormoon melatonine. Melatonine wordt geproduceerd door de epifyse, een klier in de hersenen. De aanmaak doorloopt een 24 uurs-ritme én wordt beïnvloed door de hoeveelheid licht die door bepaalde receptoren in het netvlies wordt opgevangen. Om in te kunnen slapen moet de melatonineconcentratie boven een bepaalde drempelwaarde komen.
Vraag 29 2 punten
Is de epifyse een endocriene of een exocriene klier? En wordt de melatonineproductie door licht geremd of gestimuleerd? epifyse is melatonineproductie wordt door licht
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Op de celmembranen van veel verschillende celtypen zijn melatonine- receptoren te vinden. Zo ook op cellen van het centraal zenuwstelsel. Melatonine heeft verschillende effecten op cellen; het kan bijvoorbeeld de genexpressie beïnvloeden. Drie uitspraken over de doelwitcellen met melatoninereceptoren zijn:
1 Melatonine bereikt de celkern via diffusie.
2 Het effect van melatonine verloopt via second messengers.
3 Melatonine is een transcriptiefactor.
Vraag 30 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Doordat neuronen voornamelijk overdag actief zijn, lopen ze voornamelijk overdag DNA-schade op.
DNA-schade wordt veelal veroorzaakt door zuurstofradicalen. Deze stoffen ontstaan bij processen waarbij zuurstof wordt gebruikt.
Vraag 31 1 punt
Bij welk proces wordt zuurstof gebruikt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De DNA-schade ontstaat als gevolg van de productie van ATP.
Vraag 32 2 punten
Leg uit dat actieve neuronen veel ATP gebruiken. Gebruik in je uitleg een proces op cellulair niveau én een proces op moleculair niveau.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- ATP verbruikt wordt bij aanmaak/transport/afgifte van neurotransmitters. (1p)
Een voorbeeld van DNA-schade is een dubbelstrengsbreuk (dsb). Bij een dsb zijn beide strengen van een DNA-molecuul gebroken. Bij de reparatie van dsb’s kunnen soms inserties of deleties optreden.
Over inserties en deleties worden de volgende uitspraken gedaan:
1 Een insertie kan leiden tot een leesraamverschuiving.
2 Een deletie kan leiden tot de synthese van een langer eiwit.
Vraag 33 2 punten
Welke uitspraak is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De Israëlische wetenschappers onderzochten of slaap nodig is om dsb’s in neuronen te herstellen. Zij voerden dit onderzoek uit met larven van zebravisjes (afbeelding 1). Zebravisjes zijn vissen die overdag actief zijn. De larven zijn doorzichtig, waardoor het centraal zenuwstelsel goed zichtbaar is. De onderzoekers modificeerden de zebravisjes zodat ze in hun neuronen een groen-fluorescerend eiwit aanmaken dat bindt aan de chromosoomuiteinden (telomeren). Op deze manier maakten ze de beweeglijkheid van chromosomen (chromosoomdynamiek) zichtbaar in het zenuwstelsel van levende zebravis-larven (afbeelding 2). De onderzoekers gebruikten de chromosoomdynamiek als maat voor DNA-herstel. De chromosoomdynamiek wordt onder andere beïnvloed door de mate van spiralisatie van de chromatinedraad en door reparatieprocessen. De chromosoomdynamiek wordt uitgedrukt in de hoeveelheid ruimte waarbinnen de uiteinden van chromosomen bewegen. De lichte plaatsen op de foto in afbeelding 2 geven cellen aan met veel chromosoomdynamiek.
afbeelding 1 afbeelding 2
Vooral tijdens de slaap van de zebravis-larven namen de onderzoekers grote chromosoomdynamiek waar in neuronen. Als ze
- tijdens de slaap
- de activiteit van neuronen stimuleerden, nam de chromosoomdynamiek af.
De onderzoekers konden vaststellen dat chromosoomdynamiek inderdaad een goede maat is voor DNA-herstel, door in de neuronen van de zebravis-larven ook de stof γH2AX te meten. Bij het optreden van een dsb wordt γH2AX gevormd uit het histon-eiwit H2AX. Op plaatsen waar veel γH2AX aanwezig is dus zeer waarschijnlijk een dsb aanwezig.
De omzetting van H2AX in γH2AX maakt de reparatie van een dsb mogelijk doordat het de spiralisatie van de chromatinedraad vermindert.
Vraag 34 1 punt
Verklaar dat de afgenomen spiralisatie van de chromatinedraad het herstel van dsb’s makkelijker maakt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat in een juist antwoord een voorbeeld noemt van een reparatie-enzym zoals polymerase, het scorepunt toekennen.
Afbeelding 3 toont de gemeten hoeveelheid γH2AX en de chromosoom- dynamiek in neuronen van zebravis-larven gedurende 25 uur.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
In de legenda is niet weergegeven welke lijn bij welke as hoort.
Vraag 35 2 punten
Wordt het aantal plaatsen met γH2AX per kern weergegeven door lijn P of door lijn Q? En waarom?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Om te bepalen hoe slaap en chromosoomdynamiek samenhangen, deden de onderzoekers een experiment waarbij een groep zebravis-larven overdag melatonine in een oplosmiddel toegediend kreeg. Een andere groep zebravis-larven kreeg alleen het oplosmiddel toegediend (controle). Afbeelding 4 toont de slaapduur vlak voor en na toediening. Afbeelding 5 toont de chromosoomdynamiek drie uur na toediening.
afbeelding 4 afbeelding 5
Vraag 36 2 punten
Welk model wordt ondersteund door de resultaten van het onderzoek? A
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (2)
Schadelijke peuken
Onderzoek heeft aangetoond dat weggegooide sigarettenpeuken verstoringen in ecosystemen kunnen veroorzaken. Ecologen van de University of Cambridge onderzochten de invloed van sigarettenpeuken op de twee plantensoorten die veel in grasvelden van parken te vinden zijn: Engels raaigras en witte klaver.
In het onderzoek werden drie typen sigarettenfilters gebruikt: filters van ongerookte sigaretten (schone filters), filters van gerookte sigaretten (filters zonder tabak) en filters van gerookte sigaretten waaraan nog een beetje tabak achter was gebleven (filters met tabak). Afbeelding 1 toont het percentage zaden dat is gekiemd (het kiemingssucces) van Engels raaigras en witte klaver, gezaaid op bodems met de drie typen filters en op controle-bodems.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Het relatieve kiemingssucces is de mate waarin de kieming van de behandeling verschilt van de controle. In het geval van Engels raaigras is dit in aanwezigheid van filters met tabak 83%.
Vraag 37 2 punten
Bereken het relatieve kiemingssucces van witte klaver in aanwezigheid van filters met tabak.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist antwoord:
- Het kiemingssucces in aanwezigheid van filters met tabak is 57% en 57 van de controle 72%. Het relatieve kiemingssucces is dus = 79% 72 56
- = 78% 72
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Eenentwintig dagen nadat de planten gekiemd waren, werden verschillende metingen gedaan aan de planten. De tabel toont de resultaten van planten die gegroeid waren op bodems met filters met tabak ten opzichte van planten die gegroeid waren op de controlebodems. Engels raaigras witte klaver lengte stengels –13% –28% drooggewicht wortels geen significant verschil –57% gehalte chlorofyl a geen significant verschil +10% gehalte chlorofyl b –18% geen significant verschil
Het grootste effect is het lagere wortelgewicht in witte klaver.
Vraag 38 2 punten
Beredeneer dat een klein procentueel verschil in wortelgewicht bij de kiemplant kan leiden tot een veel groter procentueel verschil in wortelgewicht na 21 dagen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat uitgaat van een groter wortelstelsel, scorepunten toekennen naar analogie van het correctievoorschrift.
De afname van het gehalte chlorofyl b bij Engels raaigras heeft invloed op de fotosynthese.
Vraag 39 2 punten
Welk effect heeft een afname in het gehalte chlorofyl b?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
In het onderzoek werden Engels raaigras en witte klaver gekweekt op bodems waarin de omstandigheden voor plantengroei optimaal zijn. Witte klaver behoort tot de vlinderbloemigen, die een symbiose kunnen aangaan met knolletjes-bacteriën. In de natuurlijke situatie beïnvloedt de symbiose het succes van witte klaver.
Vraag 40 1 punt
Op welk type bodem hebben witte-klaverplanten door symbiose met knolletjesbacteriën het grootste voordeel ten opzichte van niet-vlinderbloemigen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De vervuiling met sigarettenpeuken is ook nadelig voor de knolletjesbacteriën, doordat stengelgroei van de witte klaver afneemt.
Vraag 41 2 punten
Leg uit dat een kortere stengel van witte klaver nadelig is voor de knolletjesbacteriën als er ook andere plantensoorten aanwezig zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (planten met kortere stengels) minder licht opvangen, / minder aan fotosynthese doen, / meer last hebben van lichtconcurrentie, (1)
- (waardoor) er voor de knolletjesbacteriën minder voedingstoffen / minder organische stoffen beschikbaar komen. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Biologie 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1018-a-24-2-o
Andere examens biologie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie vwo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie vwo 2024, tijdvak 2 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over DNA en eiwitsynthese (8), ecologie (8) en planten en fotosynthese (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie vwo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie vwo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-1018-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie vwo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.