Eindexamen filosofie havo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: naar: ellengry.com - Toddlers and tiaras - 2011, bron: Peeters verbiedt Mini Miss België - de Standaard - 2016, bron: Advies betreffende kinderarbeid in mini-missverkiezingen - 2013, bron: Wat andere mensen denken, boeit me niet - de Standaard - 2016, Opgave 2 Online roleplayinggames, bron: miriamrasch.nl - Het conflict tussen ervaring en herinnering - 2012, naar: TED.com - Kahneman: Het raadsel van ervaring vs. geheugen - 2010.
Het centraal examen filosofie havo 2018, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (12), ethiek (6) en kennisleer (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Mens en techniek | 10-16, 19-21, 24-25 | 12 |
| Ethiek | 5-7, 9, 17-18 | 6 |
| Kennisleer | 1-2, 22-23 | 4 |
| Politieke filosofie | 3-4, 8 | 3 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (48% van de vragen, gemiddeld 22%) en ethiek (24% van de vragen, gemiddeld 15%). Minder over politieke filosofie (12% van de vragen, gemiddeld 55%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
naar: ellengry.com - Toddlers and tiaras - 2011
De opvatting van Ellen is dat de deelneemsters zichzelf niet goed leren kennen. Veel mensen gaan ervan uit dat je jezelf leert kennen door naar binnen te kijken, door introspectie. Volgens Descartes is kennis door introspectie betrouwbaar vanwege twee kenmerken. Anderen gaan bij zelfkennis uit van de interpretatietheorie.
Vraag 1 2 punten
Geef de twee kenmerken van zelfkennis volgens Descartes’ introspectietheorie weer. Leg vervolgens uit dat de opvatting van Ellen beter aansluit bij de interpretatietheorie dan bij de introspectietheorie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de twee kenmerken van zelfkennis volgens Descartes’ introspectietheorie: onfeilbaarheid en alwetendheid (1) • een uitleg dat de opvatting van Ellen beter aansluit bij de interpretatietheorie dan bij de introspectietheorie: de deelneemsters kunnen tot een verkeerde conclusie komen omdat ze alleen indirecte kennis over zichzelf hebben (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Descartes is zelfkennis door introspectie onfeilbaar en alwetend (1) • Volgens Ellen leren de deelneemsters aan de mini-missverkiezing zichzelf niet goed kennen. Volgens Descartes kunnen de deelneemsters tot zelfkennis komen door gewoon naar binnen te kijken. Maar volgens de interpretatietheorie kunnen we tot een verkeerde conclusie komen over onszelf omdat we alleen indirecte zelfkennis hebben. De deelneemsters leren zichzelf interpreteren op basis van de bevestiging van anderen en door zich te plooien naar wat ‘in’ is. Daarom leren ze zichzelf volgens Ellen niet goed kennen (1) (2)
Krista Lawlor heeft een andere opvatting over wat zelfkennis inhoudt. Stel, een jong meisje vraagt zich af of meedoen aan een mini- missverkiezing iets voor haar is.
Vraag 2 1 punt
Leg uit hoe dit meisje er volgens Lawlor achter kan komen of ze echt wil meedoen aan een mini-missverkiezing.
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een uitleg met een voorbeeld dat zelfkennis volgens Lawlor verkregen kan worden door heftige emotionele reacties op een onverwachte gebeurtenis kan ook een scorepunt toegekend worden, mits adequaat toegepast op hoe het meisje er volgens Lawlor achter kan komen of ze echt wil meedoen aan een mini-missverkiezing.
bron: Peeters verbiedt Mini Miss België - de Standaard - 2016
De Belgische overheid vindt dat zij zich actief moet bemoeien met de mini-missverkiezingen omdat het hier om kinderen gaat. Volgens de klassiek-liberaal John Stuart Mill mag de overheid zich niet zomaar met het leven van haar burgers bemoeien. Maar Mill vindt dat overheidsbemoeienis wel is toegestaan als het om de scholing van kinderen gaat.
Vraag 3 2 punten
Leg met Mills opvatting van autonomie uit:
- wat volgens Mill de verhouding tussen overheid en individu moet zijn en
- dat leerplicht niet in strijd is met Mills liberalisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Mills opvatting over de verhouding tussen individu en overheid met zijn opvatting van autonomie: het individu moet zichzelf in vrijheid kunnen bepalen, dus de overheid mag alleen ingrijpen als die vrijheid geschaad wordt (1) • een uitleg dat leerplicht niet in strijd is met Mills liberalisme omdat een kind scholing nodig heeft om zich te ontwikkelen tot autonoom (vrij) individu (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Mill zijn we autonoom als we zelf kunnen bepalen wat we willen en daarin niet gehinderd worden door anderen. De overheid mag dus niet ingrijpen in de vrijheid van individuen, tenzij zij met hun gedrag schade toebrengen aan de vrijheid van anderen (1) • Kinderen zijn echter nog niet volledig autonoom en hebben juist scholing nodig om autonomie te ontwikkelen. Het zou kinderen dus schaden wanneer ze geen scholing zouden krijgen. Daarom kan de overheid ouders verplichten hun kinderen naar school te laten gaan, zodat de kinderen zich ontwikkelen tot autonome individuen (1) (2)
Het klassiek-liberale mensbeeld gaat uit van twee vooronderstellingen.
Vraag 4 2 punten
Beargumenteer of het verbod door de Belgische arbeidsinspectie past bij de twee vooronderstellingen van het klassiek-liberale mensbeeld.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of het verbod door de arbeidsinspectie past bij de twee vooronderstellingen van het klassiek- liberale mensbeeld: • mensen weten zelf het best wat ze willen (1) • ze zijn in staat op basis hiervan te handelen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Ik denk dat een klassiek-liberaal het wel eens zou zijn met de arbeidsinspectie. Het klassiek-liberalisme gaat ervan uit dat mensen zelf het best weten wat ze willen en dat ze daarnaar kunnen handelen. Daarvoor moet je wel eerst volwassen zijn. Kinderen zijn echter nog volop in ontwikkeling en zijn nog geen volledig autonome individuen. Daarom kunnen ze niet altijd goed inschatten wat wel en wat niet bijdraagt aan hun vrijheid. Een klassiek-liberaal zou het dus eens zijn met de inspectie dat hier schade wordt gedaan aan kinderen. De kinderen leren niets van het oordeel over hun uiterlijk en worden alleen maar onzeker gemaakt (2) of • Ik denk dat een klassiek-liberaal geen bezwaar zou hebben tegen een mini-missverkiezing. Het klassiek-liberalisme gaat ervan uit dat mensen zelf het best weten wat ze willen en dat ze daarnaar kunnen handelen. In dit geval gaat het om een onschuldige schoonheidswedstrijd voor kinderen die daar vrijwillig aan meedoen. De ‘schadelijke impact’ uit het rapport van de arbeidsinspectie klinkt heel overdreven. Alsof de meisjes die meedoen aan zoiets niet snappen dat beoordeling op hun uiterlijk hoort bij zo’n verkiezing (2) (2)
bron: Advies betreffende kinderarbeid in mini-missverkiezingen - 2013
Volgens het advies dragen de mini-missverkiezingen eraan bij dat kinderen niet meer authentiek kind kunnen zijn, maar dat ze moeten voldoen aan seksistische stereotypen over vrouwelijkheid. Volgens Jean-Jacques Rousseau leidt de moderne samenleving tot een inauthentiek leven.
Vraag 5 3 punten
Geef aan:
- wat volgens Rousseau het verschil is tussen een authentiek en een inauthentiek leven en
- welke vooronderstelling over authenticiteit Rousseau daarbij heeft. Leg vervolgens met tekst 3 uit dat mini-missverkiezingen volgens Rousseau bijdragen aan een inauthentiek leven.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het verschil tussen een authentiek leven dat volgens Rousseau uitgaat van gezonde zelfliefde (amour de soi) en een inauthentiek leven dat uitgaat van ongezonde eigenliefde (amour propre) (1) • een weergave van Rousseaus vooronderstelling dat mensen van nature authentiek zijn / dat de moderne samenleving niet in overeenstemming is met de menselijke natuur (1) • een uitleg met tekst 3 dat mini-missverkiezingen bijdragen aan een ongezonde vorm van eigenliefde wanneer kinderen egoïstisch worden / gericht zijn op de sociale waardering van anderen / gericht zijn op status (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Rousseau is de mens van nature gericht op het vervullen van zijn basale behoeftes en heeft hij oog voor zijn medemens. Deze oorspronkelijke, authentieke manier van leven is gebaseerd op gezonde zelfliefde. Dit verandert in de moderne samenleving echter in ongezonde eigenliefde, waardoor mensen egoïstisch, statusgericht of gericht op uiterlijk worden (1) • Rousseau veronderstelt dat mensen van nature authentiek zijn en dat het leven in een moderne samenleving onnatuurlijk is (1) • In tekst 3 zie je dat kinderen geobsedeerd raken door hun uiterlijk en de waardering door anderen. Zo verandert hun gezonde zelfliefde in een ongezonde obsessie met hun uiterlijk. Ook blijkt uit tekst 3 dat kinderen veel stress hebben omdat de mini-missverkiezingen erg competitief zijn, waardoor ze niet-sociaal gedrag gaan vertonen. Hierdoor zijn het geen gewone kinderen meer die samen spelen (1) (3)
bron: Wat andere mensen denken, boeit me niet - de Standaard - 2016
Jean-Paul Sartre had kritiek op Rousseaus opvatting over het authentieke leven.
Vraag 6 1 punt
Geef deze kritiek weer.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een weergave van de kritiek van Sartre op Rousseau dat authenticiteit niet kan bestaan in het volgen van een vaststaande menselijke natuur. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Sartre moeten we onszelf vormgeven door onszelf te bepalen. Daarmee bekritiseert Sartre Rousseaus opvatting dat er een vastgestelde menselijke natuur is die je terug moet vinden. Volgens Sartre bestaat er niet zoiets als een vaststaande menselijke natuur. (1)
Volgens Sartre is te kwader trouw zijn een bedreiging voor authenticiteit.
Vraag 7 2 punten
Geef met een citaat uit tekst 4 een argument tegen de opvatting dat Laura te kwader trouw zou zijn. Leg vervolgens uit dat Laura volgens Sartre toch onvermijdelijk te kwader trouw is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argumentatie met tekst 4 dat Laura zelf kiest om mee te doen aan een mini-missverkiezing en de verantwoordelijkheid daarvoor niet afschuift (1) • een uitleg dat Laura volgens Sartre onvermijdelijk te kwader trouw is: door te kiezen geeft zij haar vrijheid op (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Laura kiest er duidelijk zelf voor om mee te doen aan een mini- missverkiezing. Op het moment dat we weglopen voor onze vrijheid en de verantwoordelijkheid voor onze keuzes afschuiven, handelen we volgens Sartre te kwader trouw. Maar Laura geeft juist aan dat het haar eigen keuze is. “Wat andere mensen daarover te zeggen hebben, boeit me niet.” (1) • Je bent volgens Sartre te kwader trouw als je je keuzevrijheid opgeeft. Dit gebeurt onvermijdelijk wanneer je een keuze maakt en handelt, want daarmee sluit je andere keuzemogelijkheden uit. Laura is te kwader trouw op het moment dat zij beslist mee te doen aan een mini- missverkiezing (1) (2)
Laura staat graag op het podium. Axel Honneth heeft een relationele opvatting van autonomie. Erkenning staat daarbij centraal.
Vraag 8 2 punten
Leg uit:
- welke drie vormen van erkenning volgens Honneth nodig zijn voor autonomie en
- welke vorm van erkenning Laura krijgt door op het podium te staan.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Honneth zelfvertrouwen op basis van erkenning door je directe omgeving, zelfrespect op basis van juridische erkenning en zelfwaardering op basis van maatschappelijke waardering nodig zijn voor autonomie (1) • een uitleg dat Laura op het podium sociale waardering vindt, omdat sociale waardering de vorm van erkenning is die gaat over jouw sociale rol (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Honneth hebben we erkenning van anderen nodig om onze eigen autonomie te ontwikkelen. Door erkenning van onze familie en vrienden ontwikkelen we zelfvertrouwen. Daarnaast is het nodig dat we juridisch erkend worden en dat we waardering krijgen voor onze maatschappelijke rol. Op die manier ontwikkelen we naast zelfvertrouwen ook zelfrespect en zelfwaardering, wat we volgens Honneth allemaal nodig hebben om autonoom te kunnen zijn (1) • Laura wil op het podium laten zien wie zij is. Hier gaat het dus om erkenning door onbekenden voor wat ze doet in een bepaalde rol. Honneth noemt deze vorm van erkenning sociale waardering (1) (2)
Sommige mensen voelen weerzin tegen mini-missverkiezingen omdat deze verkiezingen jonge meisjes een misvormd beeld van vrouwelijkheid zouden voorhouden. Anderen vinden juist dat mini-missverkiezingen meisjes de mogelijkheid bieden om al jong zelf te experimenteren met verschillende vormen van vrouwelijkheid. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen vrouwelijkheid als biologisch kenmerk en vrouwelijkheid als gender. Bij vrouwelijkheid als gender speelt mogelijk het probleem van aangepaste voorkeuren.
Vraag 9 3 punten
Geef de betekenis van het begrip ‘gender’ weer. Geef vervolgens met dit begrip een argument voor en een argument tegen de stelling dat Laura’s wens om deel te nemen aan een mini- missverkiezing een aangepaste voorkeur is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het begrip ‘gender’ als sociale constructie van het onderscheid tussen man en vrouw (1) • een argument met het begrip ‘gender’ dat er bij Laura sprake is van een ‘aangepaste voorkeur’ om mee te doen aan een mini- missverkiezing (1) • een argument met het begrip ‘gender’ dat er bij Laura geen sprake is van een ‘aangepaste voorkeur’ om mee te doen aan een mini- missverkiezing (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Met ‘gender’ worden de verschillende beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid bedoeld en de verschillende rollen die vrouwen en mannen spelen in de samenleving (1) • Onze voorkeuren zijn nooit volledig individueel, maar zijn aangepast aan onze sociale omgeving. Mini-missverkiezingen zijn typisch iets voor meisjes. Mensen zouden het gek vinden als een jongen in zwembroek zijn danspasjes wil showen, terwijl dit gedrag van meisjes wel geaccepteerd wordt. Ik denk dat kinderen al heel jong gevoelig zijn voor wat de samenleving verwacht van jongens en meisjes, voor hun genderrol. Ik geloof daarom niet dat jonge meisjes als Laura helemaal zelf bedenken om aan een mini-missverkiezing mee te doen (1) • Het probleem met autonomie is dat we niet altijd weten of onze voorkeuren wel echt uit onszelf komen of dat ze zijn aangepast aan wat bijvoorbeeld onze omgeving van ons verwacht. In dit geval gaat het om een samenleving die verwacht dat meisjes zich gedragen volgens het beeld van vrouwelijkheid dat past bij hun gender. Maar Laura geeft duidelijk aan dat zij er zelf voor kiest aan mini- missverkiezingen mee te doen en dat zij zich niets aantrekt van wat anderen zeggen. Daarom denk ik dat haar verlangen tot deelname echt uit haarzelf komt (1) (3)
Opgave 2 Online roleplayinggames
Wereldwijd kruipen dagelijks miljoenen mensen achter hun computer om het spel World of Warcraft (WoW) te spelen. WoW is een online rollenspel dat je met meerdere mensen tegelijk speelt. In dergelijke games kruip je in de huid van een avatar (een virtuele figuur) die opdrachten uitvoert in het virtuele universum van de game. De WoW-speler heeft volledige controle over zijn avatar en kiest zelf de identiteit van zijn avatar: zijn karakter, uiterlijk, beroep, vaardigheden en talenten. Vervolgens stapt de speler als avatar de sprookjesachtige Warcraft-wereld binnen, bijvoorbeeld als Tauren Druid. Een Tauren Druid (zie afbeelding hiernaast) is een stierachtig, gehoefd wezen met een fictief gewicht tussen de 300 en 500 kilo. Deze avatar heeft als eigenschap dat hij in een luipaard kan veranderen, waardoor hij speciale opdrachten kan uitvoeren. Als hij in een hoger level komt, breiden zijn mogelijkheden en eigenschappen verder uit. Hij kan dan in steeds meer soorten dieren veranderen en daardoor ook meer gevechten winnen in de vorm van bijvoorbeeld een vogel, zeehond of leeuw. Als het gaat over identiteit kan er een onderscheid worden gemaakt tussen numeriek identiek zijn en kwalitatief identiek zijn.
Vraag 10 2 punten
Leg uit dat een avatar in WoW niet kwalitatief identiek is met zichzelf wanneer een hoger level wordt bereikt, maar wel numeriek identiek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat een avatar in WoW niet kwalitatief identiek is met zichzelf als hij een hoger level bereikt: zijn mogelijkheden/eigenschappen/kwaliteiten veranderen (1) • een uitleg dat een avatar in WoW wel numeriek identiek is met zichzelf wanneer hij een hoger level bereikt: het blijft dezelfde (oorspronkelijke) avatar (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Kwalitatieve identiteit gaat over het hebben van dezelfde eigenschappen. De Tauren Druid die in een hoger level als zeehond of vogel opdrachten kan vervullen, heeft andere eigenschappen dan toen hij alleen nog maar in een luipaard kon veranderen. Hij kan dus later in zijn virtuele leven andere dingen dan vroeger in zijn virtuele leven. Zijn eigenschappen veranderen en hij is dus niet kwalitatief identiek aan zichzelf (1) • Numerieke identiteit gaat over door de tijd heen hetzelfde blijven, juist ondanks veranderende eigenschappen. De avatar in WoW kan wel andere dingen op een hoger level, maar hij is nog altijd de oorspronkelijke avatar en is dus ondanks verschillen in mogelijkheden numeriek identiek aan zichzelf (1) (2)
Veel WoW-spelers vereenzelvigen zich met hun avatar. In de korte film Avatar days vertelt een WoW-speler over zijn vrouwelijke avatar die vijanden in schapen kan veranderen. Hij doet over haar de volgende uitspraak: “Ik verander helemaal niet als ik haar ben in het spel. Zij is precies zoals ik.” Hoewel de opvattingen van Derek Parfit en Paul Ricoeur gaan over identiteit door de tijd heen, kunnen ze ook worden toegepast op WoW- spelers die zich vereenzelvigen met hun avatar. De vraag in hoeverre de WoW-speler en zijn avatar echt dezelfde persoon zijn, zou voor Parfit een ‘lege vraag’ zijn. Ricoeur heeft kritiek op Parfits theorie over persoonlijke identiteit. In die kritiek speelt het onderscheid tussen idem-identiteit en ipse-identiteit en tussen eerste- en derde-persoonsperspectief een belangrijke rol.
Vraag 11 3 punten
Leg uit:
- dat de vraag in hoeverre de WoW-speler en zijn avatar echt dezelfde persoon zijn volgens Parfit een ‘lege vraag’ zou zijn en
- wat Ricoeurs onderscheid tussen ipse-identiteit en idem-identiteit inhoudt. Beargumenteer vervolgens met de uitspraak van de WoW-speler of jij het meer eens bent met de opvatting van Parfit of met die van Ricoeur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik ben het eens met Parfit. Vanuit de opvatting van Ricoeur verhoudt de WoW-speler in Avatar days zich tot zichzelf als zijn avatar als hij zegt dat zij precies is zoals hij. Ik denk niet dat dat echt iets zegt over de identiteit van deze speler. Hij houdt zichzelf voor de gek, want hij kan in het echte leven heus geen vijanden in schapen veranderen en hij is ook geen vrouw. Ik vind het derde-persoonsperspectief van waaruit Parfit kijkt veel aannemelijker. Uiteindelijk is persoonlijke identiteit onbelangrijk. Het gaat om de psychologische continuïteit en de psychologische toestanden zelf. De WoW-speler in Avatar days en zijn avatar hebben een aantal overeenkomstige eigenschappen en een aantal verschillende (1p)
In online roleplayinggames worden vaak vriendschappen gesloten. Sommige opdrachten kunnen namelijk alleen worden opgelost door samen te werken met andere avatars. Deze avatars communiceren via de chatfunctie van de game om samen plannen te maken, om teleurstellingen te verwerken als ze hun doel niet hebben gehaald, of om elkaar bij te praten als iemand even offline is geweest. Volgens Daniel Dennett is het zelf een fictief object, vergelijkbaar met een romanpersonage.
Vraag 12 1 punt
Leg uit of een avatar in WoW volgens Dennetts opvatting een zelf heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat een avatar in WoW volgens Dennetts opvatting een zelf heeft omdat een avatar een narratief zwaartepunt is van waaruit zijn gedrag kan worden begrepen. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Dennett is het zelf een narratief zwaartepunt. Daarmee bedoelt hij dat een zelf het centrum is waaromheen we alle verhalen over onszelf begrijpen. Een avatar is in principe hetzelfde als een romanpersonage. Andere spelers interpreteren het gedrag van de avatar, communiceren met de avatar, delen teleurstellingen en avonturen met de avatar. De avatar is weliswaar bedacht door de speler achter de avatar, maar dat is vergelijkbaar met de schrijver achter het romanpersonage. Net als echte mensen en romanpersonages zijn avatars dus het narratieve zwaartepunt van de gebeurtenissen. (1)
Uit psychologisch onderzoek naar het spelen van games als WoW blijkt dat deze games een positief effect hebben op het sociale gedrag van de gamers. Uit dit onderzoek wordt de conclusie getrokken dat er nauwelijks verschil is tussen sociaal contact in een virtuele wereld en sociaal contact in de echte wereld: mensen gaan op dezelfde manier om met avatars als met echte mensen. Dennett heeft een functionalistische opvatting over de menselijke geest.
Vraag 13 1 punt
Leg uit dat de conclusie van het psychologisch onderzoek te begrijpen is vanuit Dennetts functionalistische opvatting over de menselijke geest.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat de conclusie over het psychologisch onderzoek te begrijpen is vanuit Dennetts opvatting van de menselijke geest: als bewustzijn functionalistisch wordt opgevat dan is er geen verschil tussen virtuele en fysieke sociale interactie. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Dennett maakt het niet uit of onze geest draait op een computer of op ons brein, zolang die computer en dat brein maar hetzelfde functioneren. Hetzelfde geldt voor het onderzoek van de psychologen. Het gedrag van gamers verandert positief, of het nu via een avatar in een virtuele wereld wordt getraind of in de echte wereld. (1)
Dennett legt zijn functionalistische opvatting over de menselijke geest uit met een gedachte-experiment waarin hij wordt losgekoppeld van zijn brein. Kritiek op Dennett is dat hij daarmee nog niet bewijst dat de geest zonder het lichaam kan bestaan.
Vraag 14 1 punt
Leg deze kritiek uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg van de kritiek op Dennett dat hij niet bewijst dat de geest zonder lichaam kan bestaan omdat een brein in een vat ook een kunstmatig lichaam heeft. voorbeeld van een goed antwoord: Dennetts gedachte-experiment waarin zijn brein in een vat is geplaatst en is gekopieerd naar een computer, heeft eigenlijk ook zoiets als een lichaam om zich heen. Het soort vat dat je uiteindelijk nodig hebt om het brein in leven te houden en goed te laten functioneren verschilt niet of nauwelijks van een menselijk lichaam. (1)
Een ander positief effect dat uit het psychologisch onderzoek blijkt, is dat het zelfvertrouwen van de gamers toeneemt. Niet alleen in de game, maar ook in de echte wereld. Deze toename van zelfvertrouwen kun je begrijpen vanuit een dualistische opvatting over lichaam en geest, maar ook vanuit de kritiek hierop van Shaun Gallagher en Dan Zahavi.
Vraag 15 2 punten
Beargumenteer of het toegenomen zelfvertrouwen van de gamers volgens jou beter kan worden begrepen vanuit het dualisme of vanuit de kritiek hierop van Gallagher en Zahavi. Gebruik daarbij de begrippen ‘dualisme’ en ‘geleefd lichaam’.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of het toegenomen zelfvertrouwen van de gamers beter kan worden begrepen vanuit het dualisme of vanuit de kritiek hierop van Gallagher en Zahavi met de begrippen: • ‘dualisme’ en (1) • ‘geleefd lichaam’ (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het feit dat zelfvertrouwen groeit door het spelen van WoW sluit aan bij het dualisme. Het geleefde lichaam van Gallagher en Zahavi als voorwaarde voor waarnemen en cognitie is in de virtuele WoW- omgeving niet aanwezig, behalve als iemand die met een muis en een toetsenbord voor een scherm zit. Stel dat die speler twee benen mist en dus in een rolstoel door het leven gaat, maar in WoW als Tauren Druid in een luipaard kan veranderen en keihard kan rennen en dat daardoor zijn zelfvertrouwen in het echte leven ook vergroot, dan kan je toch moeilijk volhouden dat dit komt door het geleefde lichaam zonder benen: dat kan immers nooit rennen. Vanuit het dualisme kan je dit echter wel begrijpen: de geest bestaat los van het lichaam en die doet virtueel cognitieve vaardigheden op (2) of • Het feit dat zelfvertrouwen groeit door het spelen van WoW sluit aan bij het begrip van het geleefde lichaam van Gallagher en Zahavi. Uiteindelijk zit er een geleefd lichaam achter de computer dat vanuit een eerste-persoonsperspectief een avatar bedient. Die avatar traint sociaal gedrag en doet allerlei cognitieve vaardigheden op, maar in feite doet die avatar helemaal niks op, het geleefde lichaam achter het scherm doet die vaardigheden op. Die avatar zou zonder dat geleefde lichaam dat hem of haar bedient, helemaal geen enkele vaardigheid opdoen, want hij zou niet bestaan. Het dualisme kan onmogelijk verklaren hoe cognitieve vaardigheden die in een virtuele wereld zijn opgedaan een effect kunnen hebben op een fysiek lichaam in de echte wereld, omdat lichaam en geest in het dualisme strikt gescheiden substanties zijn (2) (2)
Een mooi voorbeeld van het positieve effect dat het spelen van een game kan hebben is WoW-speler Stephen Gillet. Gillet werd in 2014 aangenomen als manager bij Starbucks omdat hij in zijn cv had aangegeven aanvoerder van een team te zijn in WoW. Gillet beheerde de virtuele bank van zijn team, organiseerde gezamenlijke opdrachten en bleek een goed gevoel te hebben voor het aannemen van nieuwe, getalenteerde avatars. Volgens de sollicitatiecommissie had hij door zijn ervaring als aanvoerder in WoW precies die vaardigheden ontwikkeld waarover een goede manager moet beschikken. Gillet kwam dus verder in het leven door de techniek van internetgames.
Je zou in het geval van Gillet dan ook de volgende uitspraak kunnen doen: “Techniek is bepalend (constitutief) voor wie je bent.” Die uitspraak veronderstelt een specifieke opvatting over de grenzen van lichaam en geest.
Vraag 16 2 punten
Leg uit of de uitspraak er in het geval van Gillet van uitgaat dat de menselijke geest begrensd is of onbegrensd. Beargumenteer vervolgens met een opvatting van techniek als hulpmiddel of jij het met de uitspraak eens bent.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de uitspraak er in het geval van Gillet van uitgaat dat de menselijke geest onbegrensd is: het spelen van WoW is onderdeel van zijn cognitieve proces (1) • een argumentatie met een opvatting van techniek als hulpmiddel voor of tegen de uitspraak dat techniek bepalend is voor wie je bent (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de uitspraak dat de techniek bepalend is geweest voor wie Stephen Gillet is, wordt ervan uitgegaan dat de menselijke geest onbegrensd is. Deze strekt zich kennelijk uit naar Gillets omgeving, aangezien het spelen van WoW op internet bij hem functioneert als onderdeel van het cognitieve proces om manager te worden, zoals een boodschappenlijstje kan functioneren als onderdeel van een cognitief proces bij iemand die vergeetachtig is (1) • Ik ben het niet eens met de uitspraak. Stephen Gillet heeft in WoW ervaring opgedaan die hij net zo goed in het dagelijks leven had kunnen opdoen. Techniek is maar een hulpmiddel. Uiteindelijk zijn die ervaringen het belangrijkst, ongeacht of die met of zonder techniek zijn opgedaan. De ervaringen van Stephen Gillet hebben te maken met de manier waarop hij met mensen kan omgaan. Dat is een eigenschap die hem kenmerkt en daar is hij op aangenomen, niet op de manier waarop hij die eigenschap ontwikkeld heeft. Wie ik ben, wordt volgens mij bepaald door de vraag wie ik wil zijn, niet doordat ik van technische hulpmiddelen gebruikmaak (1) of • Ik ben het eens met de uitspraak. De mens maakt al sinds de prehistorie gebruik van techniek. Je kan je zelfs afvragen of we menselijke voorouders die nog geen hulpmiddelen als stenen en stokken bewerkten om te gebruiken voor hun overleving, al wel ‘mens’ mogen noemen. Iedere mens moet zijn eigen leven vormgeven en het is onmogelijk om dat zonder enige vorm van techniek te doen, of dat nou gaat om een pen en papier of het spelen van een computergame, zoals bij Gillet het geval is (1) (2)
In een andere online roleplayinggame, Rust, ontstond ooit een relletje over identiteit. In Rust moet je zien te overleven in onherbergzaam gebied, waarbij je afhankelijk bent van het gedrag van andere spelers. Sommigen kiezen ervoor medespelers te doden om nuttige spullen te verkrijgen, terwijl anderen onderhandelen over een geschikte ruil. Aanvankelijk speelde iedereen Rust met dezelfde avatar: die van een blanke man. Maar na een update bepaalde toeval of je speelt als man of vrouw en of je een lichte of donkere huidskleur hebt. Veel Rust-spelers waren boos over het ontbreken van een keuze. Spelen met een ander geslacht of een andere huidskleur ontneemt hun plezier in het spel, ook al hebben deze eigenschappen geen invloed op de spelmogelijkheden en spelprestaties. In Charles Taylors opvatting over authenticiteit is keuzes maken belangrijk. Daarbij onderscheidt hij sterke en zwakke evaluaties.
Vraag 17 2 punten
Leg Taylors onderscheid tussen sterke en zwakke evaluaties uit. Beargumenteer vervolgens met dit onderscheid of het bij de boze spelers van Rust om een authentieke keuze gaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Taylors onderscheid tussen sterke en zwakke evaluaties: een zwakke evaluatie betreft een keuze op basis van voorkeur, terwijl een sterke evaluatie een keuze betreft over wie jij als persoon wil zijn (1) • een argumentatie met dit onderscheid of het bij de boze Rust-spelers om een authentieke keuze gaat (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Een zwakke evaluatie is volgens Taylor een keuze op basis van een voorkeur, bijvoorbeeld dat sommige mensen graag ’s ochtends koffiedrinken terwijl anderen dat liever ’s middags doen of de hele dag door. Een sterke evaluatie heeft betrekking op een authentieke keuze, namelijk een keuze waarbij het erom gaat wat voor iemand jij wilt zijn (1) • Ik vind dat het bij de boze spelers van Rust niet om een authentieke keuze gaat. Ze geven zelf aan dat het gaat om hun plezier in de game. Dat lijkt mij eerder vergelijkbaar met wanneer je wel of geen koffie drinkt, dan met wat voor persoon je wilt zijn en wat jouw leven meer waarde geeft (1) of • Ik vind dat het bij de boze spelers van Rust om een authentieke keuze gaat. Het gaat niet over een kleur petje of de lengte van je haren, maar over je ras en je geslacht. In de virtuele, sociale wereld van het spel hebben die variabelen geen effect op je prestaties en mogelijkheden, maar ze hebben wel effect op hoe medespelers met je omgaan. De waarde en betekenis die het leven voor je heeft, ook in een virtuele wereld, zijn volgens mij afhankelijk van geslacht en ras, dus staat er een authentieke keuze zoals Taylor die beschrijft op het spel (1) (2)
Volgens sommige psychologen kunnen games als WoW en Rust een rol spelen bij het ontwikkelen van je identiteit. In Rust heb je maar één avatar. In WoW kun je met meerdere avatars tegelijk spelen. Volgens psychologen kun je daardoor in WoW verschillende identiteiten ‘uitproberen’ en jezelf beter leren kennen. Je kunt ontdekken of je je prettiger voelt bij een karakter dat vijanden aanvalt, gewonden helpt, of vrienden beschermt. In de opvatting over authenticiteit van Christine Korsgaard speelt het hebben van een ‘praktische identiteit’ een belangrijke rol.
Vraag 18 2 punten
Geef aan wat het begrip ‘praktische identiteit’ inhoudt volgens Korsgaard. Leg vervolgens met dit begrip uit of het volgens Korsgaard voor de authenticiteit van een gamer uitmaakt of hij WoW of Rust speelt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Korsgaards begrip ‘praktische identiteit’: een beschrijving van jezelf waaruit blijkt wat je waardevol vindt en hoe je dus moet handelen (1) • een uitleg dat het voor de authenticiteit van een gamer niet uitmaakt of hij WoW of Rust speelt, omdat het volgens Korsgaard niet gaat om welke praktische identiteit je hebt, maar om het vermogen om jezelf de vraag te stellen wie je wilt zijn en wat je moet doen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Korsgaard hebben we meerdere praktische identiteiten, beschrijvingen van onszelf waaruit blijkt wat we waardevol vinden, die ons leven betekenisvol maken en bepalen hoe we moeten handelen (1) • Het maakt volgens Korsgaard voor de authenticiteit van een gamer niet uit of hij WoW of Rust speelt, aangezien het voor Korsgaard uiteindelijk niet belangrijk is wélke praktische identiteit iemand heeft, maar dát hij of zij een praktische identiteit heeft. De invulling van onze praktische identiteit(en) is niet bepalend voor wie we zijn, maar een morele identiteit van waaruit we vragen wie we willen zijn. Een gamer die Rust speelt wordt met deze morele identiteit geconfronteerd, bijvoorbeeld als hij kiest of hij een medespeler wel of niet aanvalt, net als een gamer die WoW speelt, als hij merkt of hij liever iemand is die vijanden aanvalt of juist vrienden beschermt (1) (2)
bron: miriamrasch.nl - Het conflict tussen ervaring en herinnering - 2012
John Locke maakte een onderscheid tussen mens en persoon.
Vraag 19 2 punten
Geef aan wat dit onderscheid inhoudt. Leg vervolgens uit dat je volgens Locke ondanks de veranderende herinneringen uit tekst 5 dezelfde persoon blijft.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het onderscheid dat een mens volgens Locke zijn identiteit ontleent aan zijn functionele organisatie en een persoon aan het bewustzijn van zichzelf als een denkend wezen / de bewuste herinneringen aan zijn vroegere zelf (1) • een uitleg dat de veranderende herinneringen uit tekst 5 er volgens Locke niet toe leiden dat je een andere persoon wordt omdat de herinneringen aan een vroeger ‘zelf’ al voor identiteit zorgen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Locke is een mens een dier met een menselijke vorm. Het is een levend lichaam. Om te bepalen of het menselijk is doet het er volgens Locke niet zoveel toe welke geestelijke activiteit in dat lichaam plaatsvindt. Maar om een persoon te zijn moet een mens zich ook bewust zijn van zichzelf als een redelijk wezen of bewuste herinneringen aan zijn vroegere zelf hebben (1) • Omdat je nog steeds weet dat je in het verleden afspraakjes hebt gehad, en met wie en waar, ben je volgens Locke nog steeds dezelfde persoon. Deze herinneringen zijn namelijk een noodzakelijke en voldoende voorwaarde om te kunnen zeggen dat je dezelfde persoon bent. Dat die herinneringen zijn veranderd is niet erg, dat je herinneringen hebt aan je vroegere zelf, maakt dat je nog steeds kunt zeggen dat je dezelfde persoon bent als toen (1) (2)
David Hume beargumenteert zijn opvatting over persoonlijke identiteit vanuit het empirisme. Volgens het empirisme begint alle kennis bij de ervaring.
Vraag 20 1 punt
Geef Humes sceptische argumentatie weer dat er geen stabiel zelf bestaat.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een weergave van Humes sceptische argumentatie dat er geen stabiel zelf bestaat: alle ideeën, dus ook dat van een stabiel zelf, moeten herleidbaar zijn tot een ervaring, maar we ervaren slechts vluchtige percepties, dus is er geen stabiel en voortdurend zelf. voorbeeld van een goed antwoord: Humes empirisme vereist dat alle kennis voortkomt uit de waarneming. Dus om van een zelf te kunnen spreken, moet dat zelf ook worden waargenomen. Maar volgens Hume nemen we geen zelf waar, alleen maar losse gevoelens zoals pijn of genot en honger en vermoeidheid enzovoort. Al deze ervaringen komen en gaan, en er wordt nooit iets ervaren wat altijd hetzelfde blijft, dus is er geen zelf. (1)
Hume vergelijkt de geest in dit verband met een theater.
Vraag 21 1 punt
Leg met tekst 5 uit in welk opzicht de geest volgens Hume met een theater te vergelijken is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat de geest met een theater te vergelijken is omdat er geen eenheid is, maar er − net als in tekst 5 − slechts losse en veranderlijke percepties bestaan. voorbeeld van een goed antwoord: Hume vergelijkt de geest met een theater omdat in de geest, net als in het theater, losse percepties elkaar onsamenhangend opvolgen. Dit sluit aan bij de transformatie van het geluk in tekst 5, omdat dit geluk opeens omslaat in iets vreselijks en iets heel anders wordt. Volgens Hume is dit precies wat er in het theater van de geest gebeurt en is er niets wat hetzelfde blijft. (1)
Het vinden van een goede partner gaat soms met vallen en opstaan, zoals ook uit tekst 5 blijkt. Richard Moran zou de keuze voor een partner beschouwen als een kwestie van zelfkennis. Hij gaat daarbij uit van de deliberatietheorie.
Vraag 22 1 punt
Leg met het voorbeeld van het kiezen van een goede partner uit wat Morans deliberatietheorie inhoudt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg van Morans deliberatietheorie dat zelfkennis moet worden geformuleerd in termen van wereldkennis over wat een goede partner is, waarbij je jezelf als de hoogste autoriteit beschouwt om rationeel te oordelen. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Moran krijgen we zelfkennis niet door interpretatie, maar door onszelf als hoogste autoriteit te nemen bij het rationeel beoordelen van onze mentale toestanden. Bij zelfkennis moet je niet naar binnen kijken − omdat het niet om een passieve waarneming van je gevoelens gaat −, maar naar buiten om een redelijke afweging te maken wat een goede partner is. Deze deliberatie kan alleen door jouzelf gedaan worden. (1)
Kritiek op Morans deliberatietheorie is dat deze onvoldoende rekening houdt met impliciete oordelen.
Vraag 23 2 punten
Geef aan wat een impliciet oordeel is. Leg vervolgens de kritiek op Morans deliberatietheorie uit. Gebruik daarbij een voorbeeld van een impliciet oordeel dat jouw keuze voor een partner zou kunnen beïnvloeden.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave dat een impliciet oordeel een overtuiging is waarvan je je niet bewust bent, maar die wel je gedrag beïnvloedt (1) • een uitleg met een voorbeeld dat een impliciet oordeel de rationele deliberatie over partnerkeuze bemoeilijkt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Impliciete oordelen of stereotypen zijn overtuigingen waarvan je je niet bewust bent, maar die je gedrag wel beïnvloeden (1) • Bij de keuze voor een partner kun je bijvoorbeeld onbewust, vanwege je opvoeding of omgeving, van oordeel zijn dat alleen partners van het andere geslacht voor jou in aanmerking komen, waardoor je jezelf verhindert om ooit uit de kast te komen. Dit impliciete oordeel beïnvloedt dan jouw eerste-persoonsautoriteit (1) (2)
De psycholoog Daniel Kahneman onderzoekt de manier waarop mensen keuzes maken. Hij legt uit dat alle mensen twee zelven hebben, een ‘ervarend zelf’ en een ‘terugblikkend zelf’. Van de twee zelven beantwoordt volgens Kahneman het ervarende zelf de vraag: “Hoe voelt het nu?”, terwijl het terugblikkende zelf de vraag beantwoordt: “Hoe was het nou, alles bij elkaar genomen?” Volgens Kahneman vertelt het terugblikkende zelf verhalen over de ervaringen van het ervarende zelf. De opvatting over persoonlijke identiteit van Lynne Rudder Baker is in een bepaald opzicht vergelijkbaar met die van Kahneman.
Vraag 24 1 punt
Leg uit in welk opzicht Bakers en Kahnemans opvatting over persoonlijke identiteit met elkaar te vergelijken zijn. Gebruik daarbij het begrip ‘numerieke identiteit’.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat Bakers en Kahnemans opvatting over persoonlijke identiteit met elkaar vergelijkbaar zijn voor zover beide opvattingen stellen dat de ene identiteit niet mogelijk is zonder de andere: zonder ervarend zelf is er volgens Kahneman niets om verhalen over te vertellen en zonder numerieke identiteit is er volgens Baker geen zelfnarratief mogelijk. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Kahneman hebben we niet één zelf, maar twee. Het terugblikkende zelf karakteriseert en herinnert zich vroegere ervaringen. Maar dit terugblikkende zelf kan pas bestaan als eerst ook het ervarende zelf bestaat. Het zelfnarratief door het terugblikkende zelf is dus maar de helft van het verhaal en valt niet samen met de persoonlijke identiteit. Dit is vergelijkbaar met de opvatting van Baker dat je eerst iemand moet zijn voordat je een verhaal over jezelf kunt vertellen. Volgens Baker gaat de numerieke identiteit van een persoon vooraf aan de karakterisatievraag. (1)
naar: TED.com - Kahneman: Het raadsel van ervaring vs. geheugen - 2010
Stel, je hebt lang gespaard voor een zonvakantie aan de Middellandse Zee. De eerste dag is fantastisch. Maar vanaf dag twee is het één lange vervelende ervaring: je hotelkamer zit vol kakkerlakken, het warm water van de douche doet het niet, je krijgt een voedselvergiftiging van het eten in het hotel en de zon laat zich niet meer zien. Om het goed te maken biedt het reisbureau je een ‘geheugenpil’ aan. Dit nieuwe middel is ontwikkeld voor mensen die een oorlogstrauma hebben opgelopen, maar kan ook in andere situaties worden gebruikt. Door de geheugenpil worden al je vakantieherinneringen vanaf de tweede dag gewist, zodat je je alleen de eerste heerlijke dag zult herinneren. Door Kahnemans theorie over de twee zelven en het voorbeeld van de geheugenpil kun je je afvragen of er door technologische ingrepen iets verloren gaat van de menselijke identiteit.
Vraag 25 3 punten
Beargumenteer of de geheugenpil een bedreiging vormt voor de menselijke identiteit met:
- een eigen opvatting over de natuur van de mens,
- de rol van de twee zelven in tekst 6 en
- het onderscheid tussen genezen en verbeteren bij mensverbeteringstechnieken.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Zoals Kahneman in tekst 6 uitlegt gaat er niet één zelf op vakantie, maar zijn het er twee. Het is belangrijk dat die twee zelven hun natuurlijke proces kunnen volgen om een identiteit tot stand te brengen. Door het nemen van een geheugenpil maak je het verschil tussen het ervarende zelf en het terugblikkende zelf groter. En daarmee maak je de kans dat de twee zelven goed op elkaar aansluiten, en tot een stabiel zelf komen, juist kleiner. Ik denk dat het niet goed is om ervaringen te wissen, want dat verstoort ons vermogen om op lange termijn goede keuzes te maken (1p)
- Bij een oorlogstrauma is het natuurlijke proces tussen de twee zelven zo verstoord geraakt dat het iemands persoonlijke identiteit aantast. Zo iemand kan niet meer normaal leven en moet worden genezen. De geheugenpil toepassen bij slechte ervaringen door een vervelende vakantie is iets anders. Dan baal je, maar je kunt er prima mee leven. Je komt niet in een identiteitscrisis terecht. Je zou je persoonlijke identiteit juist kunnen versterken. Een geheugenpil haalt ervaringen en herinneringen weg die belangrijk zijn voor je persoonlijke identiteit. Van een beetje balen word je niet minder, het is misschien zelfs wel gezond (1p)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-0311-a-18-1-o
Andere examens filosofie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie havo 2018, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (12), ethiek (6) en kennisleer (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-0311-a-18-1-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.