Eindexamen filosofie havo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: 2015/woe-27-05-15/virtuele-map/verslag-woe-27-05-15, 2015/woe-27-05-15/virtuele-map/verslag-woe-27-05-15, 2015/woe-27-05-15/virtuele-map/verslag-woe-27-05-15, naar: M. Puett, De weg, 2016, bron: M. Puett, De weg, 2016, naar: M. Puett, De weg, 2016, naar: M. Puett, De weg, 2016, bron: Dagboek van Anne Frank, 15 juli 1944.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie havo 2021, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (12), ethiek (7) en kennisleer (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie havo 2021, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Mens en techniek1-2, 5-7, 9-11, 13, 22-2412
Ethiek8, 15-17, 19, 25-267
Kennisleer12, 18, 20-214
Politieke filosofie3-4, 143

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (46% van de vragen, gemiddeld 22%) en ethiek (27% van de vragen, gemiddeld 15%). Minder over politieke filosofie (12% van de vragen, gemiddeld 55%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

2015/woe-27-05-15/virtuele-map/verslag-woe-27-05-15

Om vast te stellen of Eddy na het slikken van de drug NZT dezelfde persoon is gebleven, maakt het uit of je kijkt naar numerieke identiteit of naar kwalitatieve identiteit.

Vraag 1 1 punt

Leg uit of Eddy als zakenman kwalitatief identiek is aan Eddy als schrijver.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat Eddy als zakenman niet kwalitatief identiek is aan Eddy als schrijver: zijn uiterlijk / karaktereigenschappen zijn veranderd. voorbeeld van een goed antwoord: Eddy was een ploeterende, sombere, mislukte schrijver met een slonzig, ongeschoren uiterlijk. Nadat hij de pil heeft geslikt, verandert zowel zijn uiterlijk als zijn karakter. Hij wordt dynamisch en slim, strak gekapt en succesvol in allerlei opzichten. Kwalitatief gezien lijkt Eddy de zakenman nauwelijks nog op Eddy de schrijver. Ze zijn dus niet kwalitatief identiek. (1)

Vraag 2 1 punt

Leg met het voorbeeld van Eddy uit wat numerieke identiteit inhoudt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat numerieke identiteit gaat over de vraag waardoor Eddy ondanks alle veranderingen door de tijd heen dezelfde persoon blijft. voorbeeld van een goed antwoord: Numerieke identiteit gaat over de vraag hoe we door de tijd heen dezelfde persoon blijven ondanks alle veranderingen. Wie Eddy is, zit hem niet zozeer in dat hij van uiterlijk of beroep verandert, maar in hoe hij ondanks die veranderingen toch Eddy blijft. (1)

Eddy’s succes groeit met de dag sinds hij NZT gebruikt. Hij gaat op Wall Street werken en wordt door belangrijke zakenmensen gevraagd om financieel advies te geven. Hierdoor verandert Eddy’s zelfbeeld. Toen hij nog een ploeterende schrijver was, keken mensen op hem neer. Nu wordt hij door veel mensen uitgenodigd op feesten. Volgens Axel Honneth zijn er drie vormen van erkenning nodig om als individu autonoom te zijn.

Vraag 3 1 punt

Leg uit welke vorm van erkenning uit Honneths theorie is te herkennen in Eddy’s veranderde zelfbeeld.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat in Eddy’s veranderde zelfbeeld sociale waardering te herkennen is: zijn identiteit wordt vanuit de gemeenschap erkend als waardevol. voorbeeld van een goed antwoord: Eddy wordt sinds hij NZT gebruikt, vanuit de gemeenschap gewaardeerd. De mensen om hem heen kijken kennelijk neer op ploeterende schrijvers en vinden het waardevol als iemand in de zakenwereld werkt. Als jij vanuit je sociale omgeving erkend wordt om wat je doet, is er volgens Honneth sprake van erkenning in de vorm van sociale waardering. (1)

De overheid heeft volgens Honneth de plicht om de autonomie van burgers te waarborgen. Volgens sommigen schuilt er in Honneths theorie van relationele autonomie juist een gevaar in deze plicht van de overheid.

Vraag 4 1 punt

Geef een gevaar van Honneths theorie van relationele autonomie weer.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een weergave van een gevaar van Honneths theorie van relationele autonomie: het ingrijpen van de overheid om de relationele autonomie van individuen te waarborgen / de nadruk op positieve vrijheid kan leiden tot een autoritaire staat. voorbeeld van een goed antwoord: Een gevaar van Honneths theorie van relationele autonomie is dat de overheid gaat bepalen wat mensen waardevol moeten vinden. De nadruk op positieve vrijheid kan ertoe leiden dat een staat zo wordt ingericht dat de overheid bepaalt wat mensen ‘echt’ zouden moeten willen en mensen een bepaalde levensinvulling opdringt. (1)

De pil met NZT die Eddy slikt, vergroot onder andere zijn geheugen. Hij kan zich plotseling gebeurtenissen van jaren geleden herinneren, die hij al lang vergeten was. Met zijn nieuwe herinneringen kan hij situaties gemakkelijk naar zijn hand zetten. Aan de andere kant zou hij zich ook vervelende dingen kunnen herinneren, bijvoorbeeld dat hij ooit klasgenoten heeft gepest. John Locke maakt in zijn opvatting over identiteit een onderscheid tussen mens en persoon.

Vraag 5 2 punten

Leg uit dat volgens Locke:

  • Eddy’s identiteit als mens niet zou veranderen wanneer hij NZT slikt,
  • maar zijn identiteit als persoon wel.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Locke Eddy’s identiteit als mens niet zou veranderen als hij NZT heeft geslikt, omdat de functionele organisatie van zijn lichaam hetzelfde is gebleven (1) • een uitleg dat volgens Locke Eddy’s identiteit als persoon wel zou veranderen als hij NZT slikt, omdat persoonlijke identiteit zo ver reikt als het bewuste geheugen en dat dit veel groter is geworden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Locke is de identiteit van een mens gelegen in de functionele organisatie van zijn lichaam. Deze blijft door de tijd heen hetzelfde, ook al verandert een lichaam bijvoorbeeld qua uiterlijk en groei (1) • Volgens Locke reikt de identiteit van een persoon zo ver als zijn of haar bewuste geheugen. Dit is Lockes psychologisch criterium voor persoonlijke identiteit. Eddy’s geheugen reikt als hij NZT slikt veel verder dan voordat hij NZT slikte. Zijn bewuste geheugen is dus veranderd, waardoor zijn identiteit als persoon ook is veranderd. (1) (2)

Thomas Reid geeft vier bezwaren tegen Lockes opvatting over persoonlijke identiteit. Zo is Lockes idee van persoonlijke identiteit volgens Reid nog geen bewijs voor het bestaan van persoonlijke identiteit.

Vraag 6 2 punten

Geef nog twee van Reids bezwaren tegen Lockes opvatting over persoonlijke identiteit weer.

Bekijk het antwoord
  • Reid zegt dat Locke in zijn opvatting over persoonlijke identiteit de begrippen ‘bewustzijn’ en ‘geheugen’ verwart (bewustzijn gaat volgens Reid alleen over het heden, terwijl geheugen juist over het verleden gaat) (1)
  • Reid zegt dat iemands identiteit helemaal niet uit bewustzijn kan bestaan, omdat identiteit gaat over wat hetzelfde blijft, terwijl bewustzijn voortdurend verandert (1)

NZT blijkt bijwerkingen te hebben, zoals hoofdpijn en black-outs. Op een gegeven moment is Eddy 18 uur ‘kwijt’. Hij weet niet wat hij in die uren heeft gedaan of waar hij is geweest. Precies in die periode wordt een vrouw vermoord, van wie Eddy zich vagelijk herinnert dat hij haar heeft ontmoet. Eddy wordt door een getuige herkend als mogelijke dader. Eddy kan van zichzelf niet geloven dat hij de vrouw heeft vermoord, maar omdat hij geen herinneringen meer heeft aan de periode waarin hij haar ontmoette, weet hij ook niet zeker of hij onschuldig is. Stel dat Eddy de vrouw heeft vermoord en dit zelf niet meer weet. De opvatting over persoonlijke identiteit van Paul Ricoeur heeft praktische gevolgen voor het toeschrijven van verantwoordelijkheid in een situatie zoals die van Eddy.

Vraag 7 2 punten

Geef Ricoeurs opvatting over persoonlijke identiteit weer. Beargumenteer met deze opvatting van Ricoeur of Eddy volgens jou verantwoordelijk kan worden gehouden voor de moord op de vrouw.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • Een weergave van Ricoeurs opvatting van persoonlijke identiteit: het gaat niet om wat door de tijd hetzelfde blijft (idem-identiteit), maar wie door de tijd heen dezelfde blijft (ipse-identiteit) / het zelf dat zich door de tijd heen tot zichzelf verhoudt (1) • een argumentatie met Ricoeurs opvatting van persoonlijke identiteit of Eddy verantwoordelijk is voor de moord op de vrouw (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Ricoeurs opvatting over persoonlijke identiteit gaat het erom wie er door de tijd heen dezelfde blijft en niet wat er hetzelfde blijft (1) • Eddy weet al een tijdje dat hij black-outs heeft als gevolg van zijn NZT- gebruik. Hij kan zich tot zichzelf en zijn toekomst verhouden door te stoppen met het gebruik van NZT, waardoor hij geen black-outs meer heeft. Of, als hij zijn hernieuwde identiteit met NZT echt niet wil opgeven, er bijvoorbeeld voor zorgen dat hij nooit alleen is, zodat hij tijdens zijn black-outs geen gekke dingen gaat uithalen. Ik vind dus dat Eddy wel degelijk verantwoordelijk is te houden voor de moord op de vrouw. Hij had, wetende van de black-outs, verantwoordelijkheid moeten nemen voor elk mogelijk toekomstig zelf (1) of • Eddy weet dan wel dat hij black-outs heeft, maar hij heeft misschien nog nooit iemand vermoord of ook maar plannen in die richting gehad. Verantwoordelijkheid nemen voor je toekomstige zelf betekent niet dat je er rekening mee moet houden dat je zomaar ineens in een moordlustige crimineel zult veranderen. Verantwoordelijkheid nemen voor je toekomstige zelf zou hooguit kunnen betekenen dat Eddy vraagt of er iemand bij hem blijft en vertelt wat er is gebeurd tijdens een black-out, of dat hij stopt met zijn NZT-gebruik. Maar je kunt niet verantwoordelijk zijn voor dingen die je doet zonder dat je daar enige weet van hebt, ook niet als je je wel degelijk tot jezelf verhoudt. Ik vind, ook met Ricoeurs opvatting, dus niet dat Eddy verantwoordelijk is (1) (2)

Later in de film wordt Eddy belaagd door een crimineel die achter zijn NZT-pillen aanzit. Ook Eddy’s vriendin Lindy moet ontsnappen aan deze crimineel. Dit lukt haar door zelf een NZT-pil te slikken. Daardoor kan ze fysiek en tactisch meer dan ze van zichzelf wist. Lindy is na deze ervaring niet enthousiast over de pil. Zij zegt: “Ik was mezelf niet door de pil, ik deed dingen die ik anders nooit zou doen.” Eddy is het niet met haar eens. Hij zegt: “Ik ben helemaal mezelf, door de pil weet ik precies wat ik wil en wat ik moet doen.” Of je wel of niet jezelf bent, hangt af van je definitie van ‘authenticiteit’.

Vraag 8 2 punten

Geef twee verschillende definities van ‘authenticiteit’. Kies een van deze definities en beargumenteer of deze aansluit bij de opvatting van Lindy of bij de opvatting van Eddy.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van twee verschillende definities van authenticiteit (1) • een argumentatie of de gekozen definitie aansluit bij de opvatting van Lindy of bij de opvatting van Eddy (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Authenticiteit betekent dat je handelt vanuit wat jij waardevol en belangrijk vindt of authenticiteit betekent dat je handelt vanuit wie jij nou eenmaal bent, wat specifiek voor jou is (1) • Ik kies de eerste definitie. Als ik zo’n pil zou slikken, zou ik erachter komen dat ik meer blijk te kunnen dan ik tot dan toe altijd wist. Ik zou dan dus ook veel meer mogelijkheden hebben om te kunnen handelen naar wat ik waardevol en belangrijk vind. Ook Eddy gaat er in zijn opvatting over de pil vanuit dat hij juist beter weet wat hij wil, de definitie sluit dus aan bij zijn opvatting (1) of • Ik kies de tweede definitie. Authenticiteit betekent voor mij dat je handelt vanuit wie jij nou eenmaal bent, wat specifiek voor jou is Door die pil kan je meer dan je dacht en is het duidelijker wat je precies wil. Maar dat zijn dingen die je vóór die pil helemaal niet wilde. Die dingen horen dus niet oorspronkelijk bij jou en helpen jou dus niet om authentiek te zijn. Dat is precies wat Lindy over de pil zegt en de definitie sluit dus aan bij haar opvatting (1) (2)

NZT is op te vatten als een prestatiebevorderend middel: het vergroot immers je hersencapaciteit.

Vraag 9 1 punt

Geef een reden waarom bij NZT het onderscheid tussen genezen en verbeteren problematisch is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de reden waarom het onderscheid tussen genezen en verbeteren problematisch is bij NZT: NZT verbetert ons denken / geheugen waardoor een ‘normaal’ geheugen een gebrek kan lijken dat genezen moet worden. voorbeeld van een goed antwoord: NZT verbetert het geheugen en de hersencapaciteit. Daardoor kunnen mensen die NZT gebruiken ineens veel meer informatie verwerken dan mensen die geen NZT gebruiken. Door deze mensverbetering kunnen een normaal geheugen en een normale hersencapaciteit dus nogal gebrekkig gaan lijken. Daardoor is niet meer duidelijk wat een ‘ziekte’ is en wat een ‘algemeen menselijk gebrek’. Moet NZT als geneesmiddel worden aangeboden aan mensen die lijden aan geheugenafwijkingen? Of moet juist iedereen het middel gebruiken om de gebrekkigheid van de mens te verbeteren? Of moet het helemaal verboden worden? (1)

2015/woe-27-05-15/virtuele-map/verslag-woe-27-05-15

Allen Buchanan geeft vier verschillende voorbeelden waarin verwijzingen naar de menselijke natuur gebruikt worden om mensverbeterings- technieken moreel te beoordelen. Hieruit trekt Buchanan een conclusie.

Vraag 10 2 punten

Leg deze conclusie van Buchanan uit. Beargumenteer vervolgens met tekst 2 of jij, als het gaat over de wenselijkheid van NZT, het met Buchanan eens bent.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik vind in tegenstelling tot Buchanan wel dat verwijzingen naar de menselijke natuur een rol moeten spelen in de morele evaluatie van mensverbeteringstechnieken. Ook in tekst 2 wordt duidelijk dat het leven met NZT onmiddellijk terugslaat op Eddy: hij is verslaafd en gaat ten onder aan hebzucht. Daaruit blijkt duidelijk dat wij mensen inderdaad niet meer moeten verlangen dan we van nature hebben meegekregen. Aan alle technieken voor mensverbetering kleven nadelige aspecten die volgens mij duidelijk laten zien dat ze uiteindelijk niet wenselijk zijn (1p)

2015/woe-27-05-15/virtuele-map/verslag-woe-27-05-15

Stel dat NZT helemaal geen vervelende bijwerkingen zou hebben en dat iedereen het middel zou kunnen gebruiken. Dan zou je de samenleving een ‘hedonistische utopie’ kunnen noemen.

Vraag 11 2 punten

Geef weer wat ‘een hedonistische utopie’ is. Beargumenteer vervolgens met tekst 3 of jij een voor- of tegenstander van een hedonistische utopie met NZT zou zijn.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave wat een ‘hedonistische utopie’ is: een ideale niet- bestaande plaats die gebaseerd is op genot / geluk (1) • een argumentatie met tekst 3 of je voor- of tegenstander bent van een hedonistische utopie met NZT (1) voorbeeld van een goed antwoord: • een hedonistische utopie is een ideale niet-bestaande plaats die is gebaseerd op het bevredigen van genot / geluk (1) • Ik ben geen voorstander van een hedonistische utopie met NZT. Het hedonistische ideaal zou dan, zoals in tekst 3, vooral gericht zijn op economisch succes, roem en vrouwelijke aandacht. Dat is nogal eenzijdig, individualistisch en seksistisch. Natuurlijk zou het fijn zijn als iedereen zijn eigen plezier kan najagen en daarin succes kan behalen, maar een samenleving die alleen maar uitgaat van genot is per definitie eenzijdig. Naast genot zouden volgens mij ook dingen als ‘betekenis’ een rol moeten spelen (1) of • Ik ben wel een voorstander van een hedonistische utopie met NZT. Als we allemaal succesvol kunnen worden in dat wat voor ons plezier oplevert, is er volgens mij ook een stuk minder competitie onderling. Ik denk niet dat een fascinatie voor mensverbetering per se voortkomt uit een economisch belang, roem of vrouwelijke aandacht, zoals in tekst 3 wordt gesuggereerd. Als we onze hersencapaciteit beter kunnen gebruiken, weten we beter wat we willen en kunnen en zijn minder mensen gefrustreerd en ongelukkig. Dat in de film toevallig voor successen met vrouwen en geld wordt gekozen, zegt niet dat in een samenleving met NZT geen succes wordt behaald op artistiek, sociaal en idealistisch gebied (1) (2)

naar: M. Puett, De weg, 2016

In tekst 4 is de introspectietheorie van René Descartes te herkennen.

Vraag 12 2 punten

Leg uit welke twee aspecten van zelfkennis uit de introspectietheorie zijn te herkennen in tekst 4.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat in tekst 4 de introspectietheorie van Descartes te herkennen is met het kenmerk onfeilbaarheid: door naar binnen te kijken, kan ik me niet vergissen in mijn ware zelf (1) • een uitleg dat in tekst 4 de introspectietheorie van Descartes te herkennen is met het kenmerk alwetendheid: door naar binnen te kijken, kan ik alles over mezelf te weten komen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens de introspectietheorie van Descartes kun je weten wie je bent door naar binnen te kijken en ben je daarin onfeilbaar. Ook volgens tekst 4 moet je om jezelf te vinden naar binnen kijken en vind je daar je ware zelf en weet je wie je bent. Je vergist je dus niet (1) • Bovendien zijn we volgens de introspectietheorie van Descartes alwetend, omdat we kennis hebben van al onze verlangens en overtuigingen. Ook tekst 4 gaat ervan uit dat we bij het kennen van onszelf alwetend zijn. We weten niet alleen wat ons ware zelf is, maar ook hoe we alle geluk, voorspoed en persoonlijke bevrediging kunnen beleven die ons voor ogen stond (1) (2)

Volgens Puett moeten we juist ophouden met naar binnen te kijken om daar naar onszelf te zoeken. Wie naar een onveranderlijk bestaand zelf op zoek is, zal teleurgesteld raken als dat zelf niet blijkt te bestaan. In de westerse filosofie kan de opvatting dat er geen onveranderlijk zelf bestaat, worden toegeschreven aan bijvoorbeeld David Hume. Volgens Hume hebben we geen waarneming van een zelf en is het idee van een onveranderlijk, ononderbroken bestaan van het zelf een product van de verbeelding.

Vraag 13 1 punt

Leg met de rol van de verbeelding uit hoe het idee van een onveranderlijk, ononderbroken bestaan van het zelf volgens Hume tot stand komt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met de rol van de verbeelding hoe het idee van een onveranderlijk, ononderbroken bestaan van het zelf volgens Hume tot stand komt: de verbeelding construeert een identiteit op basis van losse, elkaar opvolgende percepties. voorbeeld van een goed antwoord Hume legt uit waarom wij de neiging hebben aan te nemen dat het zelf door de tijd heen een continu en ononderbroken bestaan heeft. Daarbij maakt Hume een vergelijking met een boom. Omdat een boom alleen geleidelijk en onmerkbaar verandert, verbeelden we ons volgens Hume dat die boom een onveranderlijke identiteit heeft: de verbeelding schrijft een identiteit toe aan losse, elkaar opvolgende waarnemingen. Volgens Hume doen we hetzelfde als het om onze eigen identiteit gaat: we verbeelden ons dat het zelf een onveranderlijke identiteit heeft. (1)

In onze huidige westerse opvatting is het belangrijk om een autonoom individu te zijn. Maar volgens Puett is dat helemaal niet zo belangrijk. De westerse opvatting over autonomie is gebaseerd op het klassiek- liberalisme dat ervan uitgaat dat mensen

  • als de overheid hen vrij laat
  • zelf het beste weten wat ze willen en naar hun keuzes kunnen handelen.

Op deze opvatting is kritiek te geven vanuit het nudgepaternalisme én vanuit het verschijnsel van aangepaste voorkeuren.

Vraag 14 2 punten

Beargumenteer of jij het eens bent met de klassiek-liberale opvatting van autonomie met:

  • het nudgepaternalisme en
  • het verschijnsel van aangepaste voorkeuren.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argumentatie voor of tegen de autonomie- opvatting van de klassiek-liberalen met: • nudgepaternalisme: een ongemerkt sturende (sociale) omgeving ondermijnt autonoom kunnen kiezen / uitvoeren van handelingen (1) • aangepaste voorkeuren: onze voorkeuren blijken onbewust aangepast aan de sociale omgeving (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Nudgepaternalisme laat zien dat onze keuzes beïnvloed kunnen worden door de manier waarop onze omgeving is ingericht. Bij het aanbieden van standaardopties blijkt vaak dat onze keuzes minder autonoom zijn dan we denken. Ik denk dat we onbewust erg gestuurd worden door onze sociale omgeving en dat de klassiek-liberale opvatting dat onze keuzes en handelingen autonoom gemaakt of uitgevoerd zijn, daarom ook wat overtrokken is (1) • Het is zelfs zo dat niet alleen onze daadwerkelijke keuzes en ons handelen voor een belangrijk deel worden gevormd door onze sociale omgeving. Dat geldt ook voor onze voorkeuren, waarvan we zelf oprecht geloven dat het onze eigen voorkeuren zijn, maar die in de praktijk vaak onbewust blijken te zijn aangepast aan onze sociale omgeving. Ook vanuit deze theorie is het minder zinvol om te streven naar autonomie in de klassiek-liberale betekenis (1) of • Nudgepaternalisme laat zien dat onze keuzes beïnvloed kunnen worden door de manier waarop onze omgeving is ingericht. Toch is dit niet in strijd met de klassiek-liberale opvatting van autonomie. De nudges stellen ons namelijk in staat om te handelen naar onze eigen keuzes (1) • Een probleem daarbij is dat ook onze voorkeuren mede bepaald worden door onze sociale omgeving. We kunnen zelf oprecht geloven dat het onze eigen voorkeuren zijn, maar in de praktijk blijken ze vaak onbewust te zijn aangepast aan onze sociale omgeving. Dat wil wat mij betreft echter niet zeggen dat we de klassiek-liberale autonomie- gedachte dus maar moeten laten varen. Je kunt proberen je onbewuste voorkeuren bewust te maken en je keuzes heroverwegen. Op die (2)

bron: M. Puett, De weg, 2016

Dit moderne ideaal van authenticiteit is volgens Charles Taylor een moreel ideaal dat is beïnvloed door de opvattingen van authenticiteit van Rousseau en Herder.

Vraag 15 2 punten

Geef weer dat deze invloed van Rousseau te herkennen is in tekst 5. Geef weer dat de invloed van Herder te herkennen is in tekst 5.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de invloed van Rousseau op het moderne authenticiteitsideaal, ‘het herstellen van het authentieke morele contact met onszelf’, zoals deze in tekst 5 te herkennen is (1) • een weergave van de invloed van Herder op het moderne authenticiteitsideaal, ‘trouw zijn aan jezelf’, zoals deze in tekst 5 te herkennen is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De invloed van Rousseau op het moderne authenticiteitsideaal ‘het herstellen van het authentieke morele contact met onszelf’ is in tekst 5 herkenbaar als “We streven ernaar het zelf te verwezenlijken waarvoor we in de wieg zijn gelegd.” (1) • De invloed van Herder op het moderne authenticiteitsideaal ‘trouw zijn aan jezelf’ is in tekst 5 herkenbaar als “We vinden dat we authentiek moeten zijn, trouw aan een waarheid die we nu meestal niet meer bij een hogere macht vinden maar in onszelf.” (1) (2)

naar: M. Puett, De weg, 2016

Deze opvatting van Xun Zi heeft veel weg van de opvatting van de westerse filosoof Thomas Hobbes. Volgens Jean-Jacques Rousseau maakt Hobbes echter een denkfout.

Vraag 16 1 punt

Leg met tekst 6 uit dat Xun Zi dezelfde denkfout maakt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met tekst 6 dat Xun Zi dezelfde ‘denkfout’ maakt als Hobbes: ze beschrijven de natuur van de mens door uit te gaan van de mens zoals we die nu kennen, terwijl het volgens Rousseau juist de samenleving is die de mens egoïstisch maakt. voorbeeld van een goed antwoord: Xun Zi zou volgens Rousseau dezelfde ‘denkfout’ maken als Hobbes, omdat hij er net als Hobbes van uitgaat dat de natuur van de mens is zoals we de mens nu kennen, namelijk slecht. Volgens beiden zullen mensen onherroepelijk tot strijd en conflicten vervallen als ze gewoon maar hun natuur en hun neigingen volgen. Volgens Rousseau is de mens van nature juist goed, en is het de samenleving die zorgt dat we van onszelf vervreemden. Daardoor vergeten wie we echt zijn en wat we nodig hebben, waardoor we egoïstisch worden. (1)

naar: M. Puett, De weg, 2016

Volgens Puett zouden we onze gedragspatronen actief moeten proberen te veranderen. Christine Korsgaard en Nomy Arpaly hebben filosofische theorieën over authenticiteit. Korsgaard brengt authenticiteit in verband met het hebben van een praktische identiteit en Arpaly met zelfvervreemding.

Vraag 17 4 punten

Geef de opvatting weer:

  • van Korsgaard over wat een praktische identiteit is en
  • van Arpaly over authenticiteit en zelfvervreemding. Beargumenteer vervolgens met deze twee opvattingen of volgens jou het veranderen van je gedragspatronen zoals in tekst 7 een goede manier is om jezelf te ontwikkelen.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik ben het niet eens met Korsgaards opvatting over praktische identiteit. Ik denk dat wie je bent veel vaster staat dan zij beweert. Mijn praktische identiteiten zijn niet zo contingent en ik heb niet de vrijheid om al dan niet waarde te hechten aan een praktische identiteit. Wie ik ben is gelegen in mijn DNA en in mijn karakter dat daaruit is gevormd. Het kan zijn dat je een makkelijker leven hebt als je je moeder anders aanspreekt, maar nep is het wel. Ik ben het dan ook niet eens met de opvatting van Arpaly dat het onderdrukken van je gevoelens nog geen zelfvervreemding hoeft te zijn. Volgens mij is het onderdrukken van je gevoel naar je moeder toe wel een vorm van zelfvervreemding. En ik denk dat je bij je echte zelf uitkomt als je je onderdrukte gevoelens bekijkt. Dat ‘nep’ voelen van ander gedrag ten opzichte van je moeder moet je juist niet negeren (2p)

Opmerking Aan een adequate argumentatie met de opvattingen van Korsgaard en Arpaly of het actief veranderen van je gedragspatronen een goede manier is om jezelf te ontwikkelen, kan een scorepunt worden toegekend - ook als daarin wordt beargumenteerd vanuit instemming met Korsgaard dan wel Arpaly en afkeuring van de andere positie.

Wanneer je merkt dat je vastzit in een vervelend patroon, zoals bijvoorbeeld in tekst 7 met je moeder, kun je volgens Puett het best dit patroon doorbreken. De opvatting van Puett sluit aan bij de theorie over zelfregulatie. Deze theorie over zelfregulatie probeert het probleem van impliciete oordelen op te lossen.

Vraag 18 2 punten

Leg het probleem van impliciete oordelen uit. Leg vervolgens uit dat Puetts opvatting over het doorbreken van gedragspatronen aansluit bij de theorie over zelfregulatie.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het probleem van impliciete oordelen: onbewuste oordelen bepalen ons gedrag waardoor hoe we handelen niet per se overeenstemt met ons bewuste zelfbeeld (1) • een uitleg dat Puetts opvatting over het doorbreken van gedragspatronen aansluit bij de theorie over zelfregulatie: actief vanuit jezelf (eerste-persoonsperspectief) bepalen dat je een andere rol wilt aannemen en jezelf (vanuit derde-persoonsperspectief) beschouwen als iemand wiens overtuigingen en gedragingen niet altijd in overeenstemming zijn met elkaar (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Impliciete vooroordelen maken het moeilijk om zelfkennis te hebben. Het zijn namelijk onbewuste oordelen die ons gedrag bepalen zonder dat we daar erg in hebben. De impliciete-oordelen-test maakt duidelijk dat ons gedrag vaak niet overeenstemt met wat we over onszelf beweren. Het probleem is dat impliciete oordelen onbewust zijn en je dus niet in de gaten hebt dat je jezelf niet zo goed kent als je jezelf dacht te kennen (1) • Zelfregulatie is actief vanuit eerste-persoonsperspectief bepalen hoe je moet handelen en met welke redenen. Dat sluit aan bij Puetts opvatting over het actief doorbreken van gedragspatronen. Je beseft immers dat je vastzit in bepaalde gewoontes en je kunt vervolgens actief vanuit eerste-persoonsperspectief bepalen dat je een andere rol wilt aannemen. Bovendien beschouw je jezelf daarbij vanuit derde- persoonsperspectief als iemand wiens overtuigingen en gedragingen soms met elkaar in overeenstemming zijn, maar soms ook niet. Je speelt volgens Puett nu eenmaal vaak tegenstrijdige rollen (1) (2)

Volgens Puett kunnen we leren om medemenselijk te zijn. Puett legt dit uit met de filosofie van Confucius:

tekst 8

Volgens Confucius kunnen we alleen een ethisch persoon worden door medemenselijkheid te koesteren en in praktijk te brengen. Wat Confucius betreft, zet een praktische situatie als een vriendin in nood ons ertoe aan na te denken over ethisch gedrag. Volgens Confucius is er maar één ding dat je kunt doen: probeer de omstandigheden aan te voelen, zodat je kunt inschatten waar de problemen precies liggen. Elke situatie is uniek en verandert ieder moment.

naar: M. Puett, De weg, 2016

De ethiek van Confucius heeft overeenkomsten met de deugdethiek van Aristoteles.

Vraag 19 2 punten

Geef met tekst 8 een overeenkomst tussen de ethiek van Confucius en die van Aristoteles en leg deze overeenkomst uit. Leg vervolgens met deze overeenkomst uit op welke manier je een vriendin in nood kunt helpen volgens de deugdethiek van Aristoteles.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg welke overeenkomst er is tussen de ethiek van Confucius en die van Aristoteles: handelen afgestemd op de omstandigheden (1) • een uitleg met deze overeenkomst op welke manier je een vriendin in nood kunt helpen: het juiste midden zien te vinden dat verandert met / afhankelijk is van omstandigheden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens de ethiek van Confucius en Aristoteles kunnen we geen vaste regel volgen die bepaalt wat je moet doen in elke situatie. Ethisch handelen betekent op verschillende manieren praktisch handelen door telkens opnieuw af te stemmen op de veranderende omstandigheden (1) • Volgens de deugdethiek zou je je vriendin in nood kunnen helpen door het juiste midden te vinden in je praktische handelingen. Je moet bepalen tussen welke uitersten je houding van waaruit je helpt moet zitten. Als je vriendin in de stad wordt lastig gevallen door een groep vervelende medescholieren, dan moet je gedrag bijvoorbeeld het optimale midden tussen lafheid en overmoed zijn. Maar of je het juiste midden treft in de vorm van moed, is afhankelijk van de omstandigheden, hoe je die aanvoelt en de inschattingen die je maakt van wat het probleem eigenlijk is. Net doen alsof je niets ziet, lijkt laf te zijn, maar er zomaar op afstormen en de belagers aanvallen kan roekeloos zijn, afhankelijk van wat precies de situatie is (1) (2)

bron: Dagboek van Anne Frank, 15 juli 1944

Anne vindt dat ze zichzelf goed kent. Er zijn verschillende theorieën over zelfkennis. Moran heeft kritiek op de interpretatietheorie als het om zelfkennis gaat.

Vraag 20 2 punten

Geef Morans kritiek op de interpretatietheorie weer. Leg vervolgens uit dat deze kritiek te herkennen is in tekst 9.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Morans kritiek op de interpretatietheorie: we kennen onszelf niet alleen vanuit een derde-persoonsperspectief als buitenstaander, maar vooral vanuit een eerste-persoonsperspectief als denkende en handelende persoon (1) • een uitleg dat Morans kritiek te herkennen is in tekst 9: Anne bekijkt zichzelf niet alleen als een vreemde maar bepaalt actief (eerste- persoonsautoriteit) wat goed en slecht is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens de interpretatietheorie kennen we onszelf op dezelfde indirecte manier als anderen ons kennen. Maar volgens Moran kennen we onszelf niet in de eerste plaats door onszelf van buitenaf te bekijken, maar door zelf actief te bepalen wat we ergens van vinden (1) • Net zo doet Anne in tekst 9. Ze zegt dat ze zichzelf als een vreemde kan beschouwen. Dit sluit nog aan bij de interpretatietheorie. Maar ze zegt direct daarna dat ze onmiddellijk weet bij alles wat zij zegt of het goed of slecht is wat zij doet. Zij bepaalt dus actief wat zij ergens van vindt en zo kent ze zichzelf (1) (2)

Anne houdt de inhoud van haar dagboek geheim voor de andere bewoners. Ze is ervan overtuigd dat die haar niet begrijpen. Volgens Wittgenstein leidt het idee dat zelfkennis een privé- aangelegenheid is tot solipsisme.

Vraag 21 2 punten

Leg deze opvatting van Wittgenstein uit met het voorbeeld van de kever in het doosje. Leg vervolgens uit dat ook het schrijven van een geheim dagboek volgens Wittgenstein een sociale aangelegenheid is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het voorbeeld van de kever in het doosje dat de introspectietheorie leidt tot solipsisme: zoals je niet kunt weten wat er in het doosje van een ander zit, zo leidt de opvatting dat we alleen onze eigen ervaring kunnen kennen tot de opvatting dat er geen gedeelde taal of betekenis bestaat (1) • een uitleg dat ook het schrijven van een geheim dagboek volgens Wittgenstein een sociale aangelegenheid is: als onze begrippen hun betekenis ontlenen aan een sociale context, dan is ook het schrijven van een geheim dagboek een sociale aangelegenheid (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Wittgenstein vraagt ons om ons in te denken dat iedereen in een doosje een kever heeft. We kunnen echter niet in elkaars doosje kijken. Hoe kunnen we dan weten dat het woord ‘kever’ inderdaad verwijst naar een en hetzelfde insect, een kever? Net zo is het volgens Wittgenstein met de introspectietheorie. Als iedereen alleen de betekenis van zijn eigen ervaringen kan kennen, dan kunnen we ook, zoals het solipsisme, denken dat er helemaal geen gemeenschappelijke betekenis van onze ervaringen is (1) • Taal is volgens Wittgenstein sociaal. Als Anne haar gedachten en gevoelens onder woorden kan brengen in een geheim dagboek, dan gebruikt zij de taal die ontwikkeld is door de gemeenschap. Ze gebruikt de taal die ze geleerd heeft van de mensen uit haar taalgemeenschap. In die zin is het schrijven van een dagboek, zelfs als dit dagboek niet wordt gelezen door andere mensen, een sociale aangelegenheid (1) (2)

De aantekeningen in het dagboek van Anne zijn gericht aan ‘Kitty’. Anne verlangt zo sterk naar iemand die naar haar wil luisteren dat ze de persoon van Kitty heeft verzonnen. Volgens Dennett is het zelf een fictief object.

Vraag 22 1 punt

Leg uit dat volgens Dennett zowel Annes zelf als Kitty een fictief object zijn.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat volgens Dennett Annes zelf, net als een fictioneel personage als Kitty, alleen bestaat als narratief zwaartepunt in de verhalen waarmee ze haar gedrag wil begrijpen. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Dennett bestaat persoonlijke identiteit als een narratief. Dit narratief heeft een bepaald zwaartepunt, namelijk dat wij de hoofdrol spelen in dit narratief. Een dergelijk zwaartepunt bestaat niet als iets tastbaars. Het is net zo fictief als een personage in een roman, of in een dagboek zoals Kitty. Het narratieve zelf bestaat volgens Dennett in die zin dat het ons in staat stelt om verklaringen en voorspellingen te doen over ons gedrag, maar niet omdat er een ‘echt’ zelf in ons zit. (1)

Het Achterhuis is klein. De bewoners zitten opgesloten, ergeren zich snel aan elkaar en kibbelen voortdurend. Anne vergelijkt haar bestaan in het Achterhuis met dat van een vogel, die tegen de spijlen van zijn nauwe kooi aanvliegt. Haar verlangen om vrij te zijn, is zo sterk dat dit haar gedachten beheerst. Volgens fenomenologen als Merleau-Ponty speelt het lichaam bij alles wat we doen een belangrijke rol.

Vraag 23 2 punten

Leg met Annes vergelijking van zichzelf met een vogel in een kooi uit:

  • wat het onderscheid is tussen het objectieve lichaam en het geleefde lichaam,
  • dat volgens Merleau-Ponty het lichaam ankerpunt van het narratieve zelf is.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met Annes vergelijking dat het objectieve lichaam gaat over het lichaam van buitenaf / als object, terwijl het geleefde lichaam gaat over het ervaren lichaam van binnenuit, zoals Anne die zich opgesloten voelt en naar vrijheid verlangt (1) • een uitleg met Annes vergelijking dat het lichaam het ankerpunt is van het narratieve zelf: de verhalen die Anne over zichzelf vertelt, hangen samen met haar lichaam in tijd en ruimte (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Er zijn twee manieren om naar het lichaam te kijken. Aan de ene kant kunnen we het lichaam van buitenaf bekijken als een object in de wereld. Aan de andere kant is het lichaam ook dat waarmee we de wereld ervaren. Dit is het geleefde lichaam. Anne leeft in een kleine ruimte met veel andere mensen. Doordat haar lichaam is opgesloten, ervaart zij de wereld ook als een kooi (1) • Volgens Merleau-Ponty is het lichaam het ankerpunt dat alles wat een persoon beleeft, vertelt en onthoudt met elkaar verenigt. Anne ziet zichzelf als een vogel die opgesloten is. Dit verhaal over haarzelf hangt onlosmakelijk samen met de plek waar haar lichaam zich op dat moment bevindt. Als zij in vrijheid had kunnen leven, had zij zichzelf ook niet op die manier ervaren (1) (2)

Het verblijf in het Achterhuis laat zijn sporen na. Na twee jaar ondergedoken te zijn, zegt Anne dat ze wordt bepaald door wisselende stemmingen. Ze noemt zichzelf een ‘bundeltje tegenspraak’, een gespleten ziel. Het lijkt alsof ze niet bestaat. Kant zou vinden dat Anne wel degelijk een zelf heeft.

Vraag 24 1 punt

Leg uit in welk opzicht Anne volgens Kant wel een zelf heeft.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat volgens Kant Annes zelf bestaat als mogelijkheidsvoorwaarde van ervaring: zonder zelf zou Anne zich ook niet kunnen ervaren als een ‘bundeltje tegenspraak’. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Kant is het zelf de mogelijkheidsvoorwaarde voor ervaring. Zonder zelf zou er geen eenheid in onze ervaringen zijn, zouden we de wereld niet als een samenhangend geheel kunnen ervaren. Ook Anne heeft volgens Kant een zelf. Zij ervaart namelijk haar wisselende stemmingen als een ‘bundeltje tegenspraak’. Maar om zichzelf zo te kunnen ervaren, moet er wel een zelf zijn dat deze ervaringen met elkaar verbindt. (1)

Anne is de jongste in het Achterhuis. Ze moet altijd gehoorzamen en tegen iedereen vriendelijk zijn. Dat ligt echter niet in haar aard. Anne bijt liever van zich af. Al snel vinden de oudere bewoners haar daarom brutaal. Deze kritiek laat haar niet onverschillig. Ze wil graag veranderen. “Maar dat lukt niet,” schrijft ze, want “mijn natuur is me gegeven.” Sartre zou het niet eens zijn met die bewering van Anne.

Vraag 25 1 punt

Leg uit dat Anne volgens Sartre te kwader trouw is als zij beweert dat ze niet kan veranderen wegens haar ‘gegeven natuur’.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat Anne volgens Sartre te kwader trouw is als zij beweert dat ze niet kan veranderen wegens haar ‘gegeven natuur’, omdat zij daarmee haar fundamentele vrijheid om te kiezen ontkent. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Sartre kun je zien wie iemand is door de manier waarop hij keuzes maakt. Wie zijn keuzes maakt in alle oprechtheid, zonder zich te laten leiden door andere stemmen of meningen en zich niet beroept op een autoriteit, handelt authentiek. Wie zich echter laat leiden door haar ‘gegeven natuur’, handelt niet oprecht, maar te kwader trouw. Anne is te kwader trouw als zij zegt dat ze niet kan veranderen, omdat zij wordt bepaald door haar natuur. (1)

De bewoners van het Achterhuis zijn volledig afhankelijk van mensen die hen willen helpen. Anne beseft hoe gevaarlijk het is wat deze helpers doen. De beslissing om, met gevaar voor eigen leven, anderen te helpen zal moeilijk zijn geweest. Taylor maakt een een onderscheid tussen zwakke en sterke evaluatie.

Vraag 26 1 punt

Leg uit dat de beslissing om onderduikers te helpen het gevolg is van wat Taylor een ‘sterke evaluatie’ noemt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: een uitleg dat de beslissing om onderduikers te helpen het gevolg is van een sterke evaluatie: wie zich afvraagt of hij onderduikers wil helpen, vraagt zich af wie hij wil zijn. voorbeeld van een goed antwoord: De keuze om onderduikers te helpen is het gevolg van een sterke evaluatie, omdat iemand heeft bepaald wie hij werkelijk wil zijn. Het gaat hier niet om een keuze tussen aangeboren of aangeleerde voorkeuren, maar om de vraag welke waarden voor iemand echt belangrijk zijn. Voor deze persoon doet het er toe dat hij mensen kan helpen die in nood verkeren, ook al gaat dat misschien ten koste van zijn eigen leven. In dit geval vertegenwoordigt de hulp die hij kan bieden de hoogste waarde. Hij wil liever iemand zijn die zijn leven in de waagschaal stelt om anderen te helpen dan iemand die toekijkt terwijl anderen in nood verkeren. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-21-2-o

Andere examens filosofie havo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen filosofie havo 2021, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (12), ethiek (7) en kennisleer (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.