Eindexamen filosofie havo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Hobbits, Hooligans en Vulcans, Opgave 2 De Platoschool, Opgave 3 Alle mensen zijn sterfelijk.
Het centraal examen filosofie havo 2025, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (22), ethiek (3) en kennisleer (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Politieke filosofie | 1-16, 20-22, 24-26 | 22 |
| Ethiek | 18-19, 23 | 3 |
| Kennisleer | 17 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over politieke filosofie (85% van de vragen, gemiddeld 51%). Minder over mens en techniek (0% van de vragen, gemiddeld 25%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Hobbits, Hooligans en Vulcans

Tegen democratie is een boek van de Amerikaanse filosoof Jason Brennan. Daarin schrijft hij dat je tijdens verkiezingen burgers in drie soorten kiezers kan opdelen. Hij noemt ze Hobbits, Hooligans en Vulcans. Elk van deze groepen kiezers heeft kenmerkende eigenschappen:
tekst 1
- Hobbits weten niet veel van politiek en laten de boze buitenwereld het liefst voor wat die is.
- Hooligans verdiepen zich alleen in politiek om hun eigen mening bevestigd te krijgen. Ze zijn overtuigd van hun eigen gelijk.
- Vulcans denken als enige rationeel en filosofisch na over politiek en denken niet alleen vanuit zichzelf.
bron: Jason Brennan, Against Democracy, 2016
De Vulcans vormen de kleinste groep. De Hobbits en Hooligans vormen volgens Brennan bijna de hele Amerikaanse bevolking. Toch kunnen ze volgens hem beter niet deelnemen aan politiek.
Ook Plato verdeelt de samenleving in drie groepen: mensen die moeten leidinggeven, mensen die de staat moeten bewaken en mensen die moeten werken.
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat Plato’s verdeling in drie groepen voortkomt uit zijn mensbeeld.
Leg vervolgens uit dat Plato Vulcans ideale heersers zou vinden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Plato trekt een parallel tussen de drie delen van de ziel en de functie van mensen in de maatschappij. De ziel bestaat uit de rede, het gemoed en de begeerte. Redelijke mensen moeten volgens Plato leidinggeven, moedige mensen moeten de staat bewaken en mensen met voornamelijk lagere behoeften moeten werken.
Plato zou Vulcans ideale heersers vinden. Volgens hem moet politieke macht namelijk samenvallen met filosofische wijsheid. Net zoals de koning-filosofen, denken de Vulcans rationeel en filosofisch na over politiek.
Brennan is tegen democratie. Volgens hem hebben burgers niet genoeg kennis om te participeren in politiek. Brennan schrijft:
tekst 2
Je zou kunnen tegenwerpen: ‘Kiezers hoeven geen politiek expert te zijn. Ze moeten net genoeg weten om de zittende klojo’s eruit te gooien wanneer ze hun werk slecht doen.’ Maar om te weten of de klojo’s hun werk slecht doen, heb je een heleboel sociaalwetenschappelijke kennis nodig. Kiezers moeten weten wie de zittende klojo’s zijn, wat ze gedaan hebben, wat ze hadden kunnen doen […], en of de nieuwe uitdagers wel beter zullen zijn dan de zittende klojo’s. Over het algemeen hebben kiezers hier geen enkele kennis van. Ze weten meestal niet wie de macht heeft, of wat voor macht deze mensen hebben. […] Vaak weten ze zelfs niet of zaken [zoals criminaliteitscijfers of de economie] beter of slechter zijn geworden.
bron: Jason Brennan, Against Democracy, 2016
Joseph Schumpeter is niet tegen democratie, maar zou het wel met Brennan eens kunnen zijn dat kiezers niet genoeg kennis hebben om deel te nemen aan politiek. Schumpeter geeft vier redenen waarom participatie volgens hem weinig oplevert.
Vraag 2 2 punten
Geef een argumentatie voor Brennans opvatting in tekst 2 dat kiezers onvoldoende kennis hebben om deel te nemen aan politiek. Gebruik daarbij twee van Schumpeters redenen waarom participatie volgens hem weinig oplevert.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
De gewone burger ervaart een grote afstand tot politieke besluiten. Door die grote afstand weten mensen vaak niet eens wie politiek gezien de macht heeft. Zonder dat soort algemene kennis heeft het geen zin om deel te nemen aan politiek.
Er zijn ook allerlei irrationele invloeden die grip krijgen op de kiezer. Zo kan deze zich laten leiden door het onderbewuste. Door reclame voor digitale beveiliging van je huis en deurbellen met camera, kun je bijvoorbeeld de indruk krijgen dat het in een land onveiliger is geworden, terwijl dit helemaal niet het geval hoeft te zijn. Kiezers hebben dus niet de kennis die nodig is om deel te nemen aan politiek.
In het model van democratie als markt is democratische participatie van burgers volgens Schumpeter wel nodig.
Vraag 3 1 punt
Leg dit uit.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
In Schumpeters model van democratie als markt draait democratie om de strijd om stemmen. Burgers zijn dus nodig als kiezers, zodat er een strijd om stemmen plaatsvindt en er sprake is van concurrentie.
Schumpeter wil met zijn model van democratie als markt een realistische beschrijving van democratie bieden en noemt vier voordelen van dat model. Schumpeter heeft kritiek op het democratische ideaal van John Stuart Mill en Jean-Jacques Rousseau.
Vraag 4 2 punten
Leg deze kritiek van Schumpeter uit.
Beargumenteer vervolgens met een van de voordelen van democratie als markt of jij het eens bent met deze kritiek.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Schumpeter vindt de opvattingen van Mill en Rousseau over democratie veel te utopisch. Mill gaat bijvoorbeeld uit van een gedeelde opvatting van het goede in de vorm van het grootste geluk. Schumpeter gelooft niet dat een democratie zoiets tot uitdrukking kan brengen, omdat er altijd verschillende ideeën zullen zijn over wat waardevol is.
Ik ben het eens met Schumpeters kritiek. Mill denkt veel te idealistisch over democratie. Op papier klinkt het mooi om uit te gaan van het grootste geluk voor de grootste groep, maar in werkelijkheid is dat helemaal niet zo makkelijk te bepalen. Volgens mij heeft Mill daarbij te weinig aandacht voor de cruciale rol die leiderschap speelt in een democratie. Uiteindelijk is dat bepalend in een democratie en niet een gedeelde opvatting van het goede in de vorm van algemeen nut, zoals Mill denkt.
of
Ik ben het niet eens met Schumpeters kritiek. Schumpeter is veel te pessimistisch. Hij stelt dat zijn model als voordeel heeft dat je een goed onderscheid kunt maken tussen democratische en niet-democratische regimes, omdat ook niet-democratische regimes een beroep kunnen doen op een volkswil. Ik vind dat geen sterk punt. Een dictator en een democratische politicus kunnen inderdaad allebei namens het volk spreken. Maar het is juist dan duidelijk dat ze dat op een totaal andere manier doen. Volgens mij hebben we juist idealen nodig om te zien waar democratie om draait.
Volgens Brennan denken veel filosofen dat een ongeïnteresseerde en onwetende Hobbit door mee te doen aan politiek in een rationele Vulcan kan veranderen, die wel inhoudelijk over politiek kan nadenken en oordelen. Brennan is het daar niet mee eens. Hij stelt dat Hobbits hooguit in Hooligans kunnen veranderen. Net zoals de meest fanatieke supporters hebben Hooligans een zeer uitgesproken mening en bekijken ze alles vanuit hun eigen perspectief. Ze kijken vaak neer op mensen die een andere opvatting hebben, stelt Brennan.
Mill is voor betrokken burgerschap en legt zijn kritiekpunten op een regering van experts uit aan de hand van het idee van een goede despoot.
Vraag 5 2 punten
Beargumenteer met twee van Mills kritiekpunten op een regering van experts of jij het met Brennan eens bent dat Hobbits niet betrokken moeten worden bij politiek.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Ik ben het eens met Brennans standpunt dat Hobbits niet betrokken moeten worden bij politiek. Mill is een voorstander van democratie, omdat hij denkt dat een democratie beter geïnformeerd en doordachter zal zijn dan een regering van experts. Maar als Hobbits zich gaan gedragen als Hooligans dan gaat dat argument niet op. Meer informatie betekent dan niet per se betere informatie. En meerdere perspectieven hebben alleen zin wanneer mensen dat ook van elkaar accepteren en van elkaar willen leren. Dat geldt niet voor de fanatieke Hooligans. Het is dus helemaal niet wenselijk dat alle mensen hun stem laten horen en meedoen in een democratie. Misschien is het juist goed dat sommige mensen zoals de Hobbits, wat passiever en minder betrokken zijn bij politiek, zodat de mensen met kennis van zaken de discussies kunnen voeren. Ik vind dat Mill dat onterecht als iets negatiefs wegzet. We hoeven niet allemaal Vulcans te zijn.
of
Ik ben het niet eens met Brennans standpunt. Ik denk dat hij een karikatuur maakt van de kiezer en daarmee geen recht doet aan de goede kanten van democratie. Je kunt best kritisch zijn op hoe kiezers zich gedragen, maar als je ze niet zou betrekken zoals bij een regering van experts, loop je het risico dat mensen nog ongeïnteresseerder en passiever worden zoals Mill ook laat zien. Daar wordt helemaal niemand beter van. Hobbits moeten ook betrokken worden bij politiek. Het is goed voor de Hobbits zelf als zij zich ontwikkelen en ontplooien en goed voor de samenleving als geheel, wanneer meer mensen meedoen en betrokken zijn. Juist doordat ze anders naar politiek kijken in vergelijking met de Vulcans, zullen ze andere informatie en perspectieven inbrengen.
Brennan legt zijn kritiek op democratie uit door de uitkomst van verkiezingen te vergelijken met het halen van een cijfer voor een toets.
tekst 3
Stel je voor dat een docent tegen haar klas van 210 miljoen leerlingen zegt: ‘Over drie maanden hebben jullie een toets. Je zal geen persoonlijk cijfer krijgen. In plaats daarvan zal ik al jullie cijfers optellen en krijgen jullie allemaal het gemiddelde.’ Niemand zal gaan leren voor zo’n toets en het gemiddelde cijfer zal een onvoldoende zijn.
bron: Jason Brennan, Against Democracy, 2016
Robert Nozick heeft kritiek op democratie als staatsvorm.
Vraag 6 1 punt
Geef met Nozicks opvatting en tekst 3 een argument tegen democratie.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Net zoals de medeleerlingen in tekst 3 altijd meer invloed zullen uitoefenen op mijn cijfer dan ikzelf, heerst de meerderheid in een democratie over een groot deel van het leven van een burger. Daardoor verliest de burger zijn autonomie. Democratie is niets anders dan een vorm van slavernij, waarbij de meester alleen veranderd is in een veelkoppige meester.
Democratie wordt vaak gedefinieerd op basis van de kernwaarde gelijkheid. Democratie en het stemrecht dat daarbij hoort, geven uitdrukking aan het idee dat alle burgers gelijk zijn.
Democratie kan ook worden gedefinieerd op basis van de kernwaarde vrijheid.
Vraag 7 2 punten
Geef een definitie van democratie waarbij je ingaat op vrijheid als kernwaarde.
Geef vervolgens een vooronderstelling bij deze definitie.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Democratie is een staatsvorm waarin burgers de vrijheid hebben om te leven onder wetten die ze zelf hebben gekozen.
Een vooronderstelling bij deze definitie is dat alle burgers inspraak moeten hebben gehad omdat de wetten anders niet zelfgekozen zijn.
Brennan stelt als alternatief voor democratie een epistocratie voor. Een epistocratie is een nieuw bedachte staatsvorm waarbij de macht in handen is van mensen met politieke kennis. Kiezers die goed geïnformeerd zijn over de politiek moeten daarbij meer invloed hebben dan kiezers die dat niet zijn.
Brennans epistocratie sluit aan bij Mills opvatting over stemrecht.
Vraag 8 1 punt
Leg dit uit.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
In een epistocratie wordt een onderscheid gemaakt tussen mensen met meer of minder kennis. Dat sluit aan bij Mills opvatting over ongelijk stemrecht. Volgens Mill zou het niet goed zijn wanneer onwetendheid gelijkgesteld wordt aan kennis bij het toekennen van stemrecht. De stem van mensen met meer kennis zou daarom volgens Mill zwaarder moeten meetellen. Precies zoals Brennan ook voorstelt.
Robert Dahl geeft tien voordelen van een democratie.
Vraag 9 2 punten
Beargumenteer of jij het eens bent met Brennan dat de democratie in een epistocratie moet veranderen. Ga daarbij in op twee door Dahl genoemde voordelen van democratie.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Ik ben het eens met Brennans opvatting dat democratie moet veranderen. Ik denk dat we beter moeten nadenken over haalbare alternatieven zoals een epistocratie. Ik denk namelijk dat Dahl het iets te rooskleurig voorstelt als hij zegt dat een democratische regering mensen maximaal in staat stelt om morele verantwoordelijkheid te nemen. Juist in een democratie kun je ook níet je verantwoordelijkheid nemen, zoals Brennan laat zien.
Bovendien vind ik dat Brennan terechte kritiek heeft gegeven op de manier waarop mensen zich in een democratie ontwikkelen. Mensen veranderen niet zo snel. Een ongeïnteresseerde Hobbit wordt echt niet opeens een rationele denker. Volgens Dahl zouden alternatieven voor democratie op dit punt tekortschieten, maar ik denk dat Dahl daarbij te veel uitgaat van de bestaande alternatieven. Ook de democratie zelf moet ontwikkeld worden en dus veranderen.
of
Ik ben het niet eens met Brennans opvatting dat democratie moet veranderen. Het alternatief dat hij voorstelt, gaat direct in tegen de manier waarop een democratie juist politieke gelijkheid bevordert. Ik denk dat hij terechte kritiekpunten aankaart, maar vervolgens doorschiet in het alternatief. Zijn epistocratie verschilt nauwelijks van een aristocratie, waarin gelijkheid ver te zoeken is.
Bovendien gaat hij ook voorbij aan de grote mate van vrijheid die burgers hebben in een democratie. Het lijkt me juist een stap achteruit wanneer andere mensen meer te zeggen hebben over het leven van anderen. Ook als zij meer kennis hebben, is het nog altijd een beperking van de vrijheid van een ander.
Opgave 2 De Platoschool
De documentaire De Platoschool gaat over een basisschool in Amsterdam die in 1983 werd opgericht door een groep ouders. Op deze school kregen kinderen naast de gebruikelijke basisschoolstof ook les in Indiase taal, dans en meditatie. De school was behalve op spirituele uitgangspunten ook gebaseerd op ideeën uit de filosofie en kreeg de naam ‘Platoschool’.
In de documentaire wordt duidelijk dat de Platoschool streng werd geleid. De docent bepaalde alles en duldde geen tegenspraak. Kinderen kregen vanaf de kleuterklas veel huiswerk om goed te presteren.
Paul van Oyen, een betrokkene bij de oprichting van de school, vertelt:
tekst 4
De hele school was een buitenbeentje. Zeker in die tijd: een tijd van democratisering in het onderwijs, een tijd van vrijheid, blijheid. Het ging overal om ‘persoonlijke ontwikkeling’ en ‘alles zelf doen’. Er mocht in het onderwijs vooral geen hiërarchie zijn, vooral geen gezag. Het heersende idee over onderwijs was: leerlingen moeten het allemaal zelf uitzoeken. Dat was bij ons op de Platoschool niet aan de orde.
bron: 2Doc, De Platoschool, 2023
Van Oyen zou het eens kunnen zijn met Plato’s opvatting dat democratie een negatief effect heeft op het karakter van mensen.
Vraag 10 1 punt
Leg uit dat tekst 4 aansluit bij deze opvatting van Plato.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Volgens Plato heeft democratie een negatief effect op het karakter van mensen. In een democratie draait alles om vrijheid. Mensen worden daar volgens Plato te losbandig van, ze volgen vooral hun onderbuikgevoelens en verliezen uit het oog waar ze van nature het meest geschikt voor zijn. Van Oyens afwijzing van democratisering in het onderwijs sluit daarbij aan. Hij vindt dat het ‘vrijheid, blijheid’ wordt als leerlingen ‘het zelf mogen uitzoeken’ en dat wil hij op de Platoschool niet.
Amy Gutmann maakt een onderscheid tussen onderwijs voor democratie en onderwijs door democratie.
Je kunt je afvragen of op de Platoschool onderwijs door democratie mogelijk is.
Vraag 11 2 punten
Geef weer wat onderwijs voor democratie inhoudt.
Geef vervolgens met tekst 4 een argument dat op de Platoschool geen onderwijs door democratie mogelijk is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Onderwijs voor democratie is het promoten van democratie of democratische waarden zoals bijvoorbeeld gelijkheid en tolerantie.
Onderwijs door democratie is erop gericht dat leerlingen worden aangemoedigd om mee te denken over lesstof en democratische vaardigheden aanleren, zoals luisteren en kritisch denken. Dit is op de Platoschool niet mogelijk omdat de leraar de baas is en zaken als ‘zelf doen’ en ‘zelf uitzoeken’ worden afgewezen.
In de documentaire vertellen oud-leerlingen dat ze na de Platoschool moeite hadden om aansluiting te vinden met de wereld buiten de school. Ze geven aan dat ze bijzondere vakken hadden gevolgd zoals Indiase dans en meditatie, maar ook dat ze niet wisten hoe de maatschappij in elkaar zat of hoe ze onderling conflicten moesten oplossen zonder de autoriteit van een volwassene.
De documentairemaker heeft zelf op de Platoschool gezeten. Zij vindt dat leerlingen van de Platoschool niet dezelfde kansen hebben gekregen als leerlingen op andere basisscholen:
tekst 5
Zijn die eigen initiatieven van ouders wel zo’n goed idee? Moeten we kinderen niet beschermen tegen de gekte van idealistische ouders? Ik denk van wel. Je mag ze thuis meegeven wat je wil, maar als je kinderen dezelfde kansen wil bieden in de rest van hun leven moet je ze na de basisschool zo gelijk mogelijk afleveren.
bron: vprogids.nl, Een harde les, 2023
Gutmann en Gert Biesta hebben verschillende opvattingen over het vraagstuk of onderwijs leerlingen moet opvoeden tot democratische burgers. Gutmann pleit voor gedeelde zeggenschap van staat, ouders en onderwijsprofessionals. Biesta pleit voor ruimte om op school politiek te existeren.
Vraag 12 4 punten
Beargumenteer of jij het eens bent met de uitspraak in tekst 5 dat onderwijs leerlingen gelijke kansen moet bieden. Ga daarbij in op:
- Gutmanns opvatting dat ouders niet als enige zeggenschap over onderwijs moeten hebben,
- Biesta’s opvatting over politiek existeren,
- het spanningsveld tussen indoctrinatie en vrijblijvendheid, en
- het voorbeeld van de Platoschool.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Ik ben het met Gutmann eens dat ouders niet alleen zeggenschap over onderwijs moeten hebben, maar die zeggenschap moeten delen met de staat en onderwijsprofessionals. Dat garandeert volgens mij dat echt alle opvattingen over hoe je het leven invult, ruimte krijgen en dat iedereen op z’n minst leert om daar tolerant in te zijn.
Ik denk dat deze verdeling van zeggenschap bij Gutmann bovendien indoctrinatie tegengaat, omdat niet alleen de staat of de ouders of de leraren bepalen wat leerlingen moeten leren. Zolang ze alle drie zeggenschap hebben, kan nooit slechts één van deze opvattingen dominant worden en indoctrineren. Ook vrijblijvendheid, het idee dat alles wel goed is, is dan niet voor de hand liggend omdat door de drie verschillende invalshoeken op z’n minst tolerantie aangeleerd zal worden.
Ik vind dat onderwijs leerlingen gelijke kansen moet bieden en ben het eens met wat in tekst 5 staat: als ouders te veel zeggenschap krijgen over onderwijs, kunnen leerlingen door ouders geïndoctrineerd worden en ontstaat er ongelijkheid tussen leerlingen van de Platoschool en de leerlingen van andere basisscholen.
Op de Platoschool is duidelijk geen sprake van wat Biesta politiek existeren noemt. Ik vind dat ruimte om politiek te existeren op school bijdraagt aan gelijke kansen voor iedereen, omdat je dan leert dat iedereen dezelfde ruimte als jij heeft om te handelen. Die ruimte hebben de leerlingen op de Platoschool niet gehad. Zij hebben niet geleerd hoe de wereld buiten de school functioneert, want ze kunnen bijvoorbeeld niet zelfstandig conflicten oplossen. Ze hebben op de Platoschool dus geen ruimte gehad om te handelen volgens hun eigen ideeën, met het besef dat die ruimte er voor iedereen moet zijn.
of
Ik vind dat onderwijs wel voor gelijke kansen voor leerlingen moet zorgen, maar niet dat die kansen ook per se een democratische invulling moeten krijgen. Er mag in het onderwijs wel aandacht zijn voor democratie, maar er mag ook ruimte zijn voor kritiek op democratie en democratische waarden. Ik ben het niet met Gutmann eens en ook niet helemaal met Biesta. Ik vind dat ouders meer zeggenschap over onderwijs zouden moeten hebben dan Gutmann voorstelt. Door ouders zeggenschap te geven, ontstaan er volgens mij meer verschillende invullingen van onderwijs. Als je het niet eens bent met het onderwijs op een bepaalde school, dan kun je naar een andere school gaan die misschien sommige democratische waarden afwijst, zoals de Platoschool.
Met Biesta ben ik het ook niet eens omdat het wel heel mooi klinkt ‘voor altijd met anderen in dezelfde wereld leven’, maar volgens mij ligt daar toch gewoon een democratisch uitgangspunt aan ten grondslag van iedereen moet kunnen meedoen. Dat gaat mij dus ook te weinig uit van de mogelijkheid om democratie te bekritiseren of misschien zelfs wel af te schaffen als dat beter is.
Wat dat betreft hebben Gutmann en Biesta volgens mij allebei een opvatting die stiekem indoctrinerend is, omdat democratie toch het uitgangspunt blijft en er te weinig ruimte is voor het stimuleren van opvattingen die tegen democratische waarden ingaan. Volgens mij zou het onderwijs niet vrijblijvend worden van het stimuleren van opvattingen die niet uitgaan van democratisch burgerschap, maar ermee verrijkt worden.
Ik ben het dan ook niet eens met wat er in tekst 5 staat. Ik denk niet dat die ouders gek zijn of dat leerlingen op de Platoschool geen gelijke kansen hebben gehad. Een school die leerlingen volgens een hiërarchisch idee allerlei bijzondere vakken en vaardigheden bijbrengt en niet bezig is met democratisering, moet gewoon kunnen bestaan. Dat die leerlingen het later, nadat ze van school af zijn, een beetje moeilijk hebben in de samenleving kun je zien als iets dat vervelend voor ze is, maar volgens mij kan het ze ook op andere gedachten brengen over democratie en samenleven. Leerlingen van de Platoschool hebben dus misschien andere dingen geleerd, maar daarmee is nog niet gezegd dat ze geen gelijke kansen krijgen.
Volgens Milton Friedman moet de overheid onderwijs financieren vanwege externe effecten van onderwijs.
Vraag 13 2 punten
Leg met een extern effect uit in welk opzicht de overheid zich volgens Friedman wel met het onderwijs op de Platoschool mag bemoeien.
Leg vervolgens uit in welk opzicht de overheid zich volgens Friedman niet mag bemoeien met wat er op de Platoschool wordt onderwezen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Friedmans externe effecten van onderwijs zijn effecten die niet zozeer (financieel) goed zijn voor individuen, maar die goed zijn voor veel burgers en voor de samenleving als geheel. Het zijn voordelen waarvan burgers niet kunnen weten wie ze in ruil voor die voordelen moeten betalen. Burgerschapsvaardigheden zijn een voorbeeld van zo’n extern effect. Volgens Friedman mag de overheid eisen stellen aan de kwaliteit van het onderwijs, voor zover het om dit soort democratische externe effecten gaat. Op de Platoschool leren de leerlingen ook de gewone basisschoolstof zoals lezen en schrijven.
Overheidsbemoeienis met de invulling van het onderwijs, bijvoorbeeld het aanbieden van Indiase dans en meditatie zoals op de Platoschool, zou volgens Friedman de vrijheid van burgers aantasten. In dat opzicht mag de overheid zich volgens Friedman niet bemoeien met het onderwijs op de Platoschool.
Als leerlingen op de Platoschool iets deden wat niet mocht, bijvoorbeeld op hun stoel wippen, dan bedacht de directeur een kwetsend gedicht dat die leerling moest overschrijven. Bijvoorbeeld:
tekst 6
De schedelinhoud van John
leek wel enen ballon
toen hij leuk op de trappen
wat keet stond te trappen.
bron: 2Doc, De Platoschool, 2023
Deze gedichten werden door de directeur gebundeld. De bundel werd verspreid onder ouders en leerlingen. Ook mensen van buiten de school konden de bundel kopen. Leerlingen werden daarin bij naam genoemd en er werd openlijk om ze gelachen.
Pas in de documentaire durven sommige oud-leerlingen te vertellen dat de bundel met gedichten kwetsend was en dat ze daar nog altijd last van hebben.
Volgens John Stuart Mill moeten kwetsende meningen niet verboden worden.
Vraag 14 1 punt
Geef met deze opvatting van Mill een argument voor het verspreiden van de bundel met kwetsende gedichten.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Kwetsende meningen kunnen volgens Mill een maatschappelijk belang dienen. Daarom vindt hij dat kwetsende meningen niet verboden moeten worden. In de situatie van de Platoschool was de directeur er misschien van overtuigd dat hij door de gedichten te bundelen en voor iedereen beschikbaar te maken, mensen opvoedde tot burgers die in de samenleving weten hoe ze zich wel en niet moeten gedragen. Dat mensen werden uitgelachen en zich gekwetst voelden, diende in de ogen van de directeur dus misschien een maatschappelijk belang.
Vraag 15 1 punt
Geef aan wanneer er volgens Mill een reden zou zijn om de vrijheid van meningsuiting in te perken.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Alleen als er sprake is van een openlijke aansporing tot direct geweld met onmiddellijke gevolgen, mag er volgens Mill worden ingegrepen en mag de vrijheid van meningsuiting worden beperkt.
Een jongen die op de Platoschool heeft gezeten, zegt in de documentaire:
tekst 7
Ik ging als kind met volle energie de wereld tegemoet en die wereld wilde mij op de Platoschool kneden op een manier waar ik moeite mee had. Het gevoel ‘ik mag zijn wie ik ben’ – dat mocht niet.
bron: 2Doc, De Platoschool, 2023
Volgens Jean-Jacques Rousseau is er een onderscheid tussen ‘zelfliefde’ en ‘eigenliefde’.
Vraag 16 2 punten
Leg uit dat mensen volgens Rousseau door het samenleven hun natuurlijke vrijheid zijn verloren, met:
- Rousseaus begrippen ‘zelfliefde’ en ‘eigenliefde’, en
- tekst 7.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
In een moderne samenleving zijn mensen volgens Rousseau hun natuurlijke vrijheid verloren omdat ze zichzelf vergelijken met anderen (eigenliefde). Deze eigenliefde gaat overheersen waardoor je het contact met je innerlijke stem (zelfliefde) verliest en niet meer vrij bent.
De jongen in tekst 7 kan niet zijn wie hij is. Hij is door het samenleven onder de ‘knedende’ regels van de school zijn autonomie verloren. Hij vervreemdde van zichzelf en verloor daardoor zijn natuurlijke vrijheid.
Op een gegeven moment komt de Platoschool slecht in het nieuws vanwege een onveilige sfeer voor leerlingen en docenten. De directeur en twee docenten worden bestraft door de rechter en moeten een boete betalen, maar de school met een ondemocratische levensovertuiging wordt niet verboden.
Volgens Hans Kelsen veronderstelt democratie een relativistische wereldbeschouwing.
Vraag 17 2 punten
Geef weer wat een relativistische wereldbeschouwing inhoudt.
Leg vervolgens uit dat het verbieden van de Platoschool niet past bij een relativistische wereldbeschouwing.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Een relativistische wereldbeschouwing houdt in dat je ervan uitgaat dat inzicht in de absolute waarheid onmogelijk is voor mensen.
Je kunt in een relativistische wereldbeschouwing dus niet zeggen dat de ene levensovertuiging meer waar of beter is dan de andere. Er is dus geen basis waarop je uitingen van die levensovertuiging, zoals die van de Platoschool, kunt verbieden. Wat wel kan, is strafbaar handelen veroordelen door de rechter, zoals is gebeurd bij de Platoschool. Maar een relativistische wereldbeschouwing staat toe dat een ondemocratische school als de Platoschool bestaat en mag blijven bestaan.
Uiteindelijk loopt het leerlingenaantal van de Platoschool terug en sluit de school in 2002 haar deuren. Ondanks alles wat er is misgegaan op de Platoschool kijken sommige oud-leerlingen ook positief op de basisschool terug. Ze geven bijvoorbeeld aan dat ze de meditatie-, zang- en danslessen als culturele verrijking hebben ervaren. Ouders geven aan dat de school positief heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van hun kinderen.
Je kunt zeggen dat de Platoschool gebaseerd was op de volgende definitie van menselijke bloei: kinderen laten uitgroeien tot gelukkige mensen met een spiritueel en filosofisch bewustzijnsniveau.
Dahl gaat er in zijn opvatting over menselijke bloei vanuit dat mensen zelfstandig, verantwoordelijk en betrokken zijn.
Vraag 18 1 punt
Beargumenteer of de definitie van menselijke bloei van de Platoschool volgens jou aansluit bij Dahls opvatting over menselijke bloei.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Ik denk dat de definitie van menselijke bloei van de Platoschool op zich wel aansluit bij Dahls opvatting over menselijke bloei. Als je kinderen laat uitgroeien tot gelukkige mensen met spiritueel en filosofisch bewustzijn, dan verwacht ik dat deze mensen allerlei filosofische en spirituele visies hebben ontwikkeld om zelfstandig te kunnen oordelen over dingen die goed zijn gegaan en dingen die zijn misgegaan. Zelfstandigheid en betrokkenheid zoals Dahl van belang vindt voor menselijke bloei kun je dus volgens mij heel goed aanleren met filosofie en spiritualiteit.
of
Ik denk niet dat de definitie van de Platoschool aansluit bij Dahls opvatting over menselijke bloei. Kinderen laten uitgroeien tot gelukkige mensen met een spiritueel en filosofisch bewustzijn kan ook zonder dat mensen zelfstandig en betrokken zijn. De Platoschool zelf is daar een voorbeeld van. Die kinderen konden niet zelfstandig conflicten oplossen. En zeggen dat je meditatielessen een verrijking vindt terwijl er ook kinderen gekwetst worden, getuigt niet van heel grote betrokkenheid bij anderen.
Opgave 3 Alle mensen zijn sterfelijk
De roman Alle mensen zijn sterfelijk van de filosoof Simone de Beauvoir gaat over een man, genaamd Fosca, die in de dertiende eeuw in Italië is geboren. Door het drinken van een magisch drankje is hij onsterfelijk geworden. Tijdens zijn eeuwenlange leven doet hij veel ervaring op met politiek en macht. Hij moet strijden als heerser van een stadstaat, hij trekt de oceaan over met de legers van de keizer en hij raakt betrokken bij de Franse Revolutie. Gedurende zijn leven worstelt hij met het aangaan van relaties met de sterfelijke mensen om hem heen. Enerzijds wil hij hen met alle kennis die hij heeft beschermen en anderzijds moet hij hen vrij laten om hun eigen leven te leiden. Zijn lange leven dreigt hem soms onverschillig te maken, maar hij blijft zoeken naar een goede manier om met het leven om te gaan.
Aristoteles beantwoordt de vraag naar het goede leven met het begrip deugd.
Vraag 19 2 punten
Geef weer wat het begrip ‘deugd’ inhoudt volgens Aristoteles.
Leg vervolgens Aristoteles' begrip 'deugd' uit met een voorbeeld uit Fosca's leven.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
De deugd volgens Aristoteles is een houding die je in staat stelt om een weloverwogen keuze te maken die het juiste midden is tussen twee extremen.
Fosca’s leven staat in het teken van het zoeken naar een goede manier om met de sterfelijke mensen om hem heen om te gaan. Hij wil van de ene kant niet onverschillig worden voor de sterfelijke mensen, maar hij wil ze van de andere kant ook niet zozeer met zijn kennis van een onsterfelijke beschermen dat ze niet meer vrij zijn om hun eigen leven te leiden. Zo zoekt hij naar het juiste midden tussen verschillende extremen.
In het middeleeuwse Italië regeert de onsterfelijke Fosca over de stadstaat Carmona. De inwoners van Carmona, die familie of vrienden van elkaar zijn, hebben een sterke voorkeur om op hun eigen, gezamenlijke manier te leven. Ze zijn bereid om de stad met gevaar voor eigen leven te verdedigen.
Fosca verliest juist de wil om zich voor de stad in te zetten. Voor hem is Carmona slechts een verzameling individuen. Hij vindt dat een rechtvaardige leider zich alleen zou moeten inzetten voor de toename van individuele vrijheid en welvaart.
Michael Sandel heeft vanuit het communitarisme kritiek op het liberalisme.
Vraag 20 2 punten
Leg met het voorbeeld van Fosca en de andere inwoners van Carmona uit:
- wat het communitarisme inhoudt, en
- wat het liberalisme inhoudt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Het communitarisme benadrukt het belang van de banden tussen mensen. De inwoners van Carmona voelen zich sterk verbonden met elkaar en met hun stad. Ze zijn zelfs bereid hun leven op te offeren voor hun stad. Dit past bij het communitarisme.
Het liberalisme is gericht op de vrijheid van het individu. Een liberale leider zou proberen individuele vrijheden te vergroten. Dit zie je terug bij Fosca die vindt dat een leider zich moet inzetten voor een toename van individuele vrijheid en welvaart.
Volgens Sandel is neutraliteit in een democratie niet mogelijk.
Vraag 21 1 punt
Leg uit dat Fosca’s idee van een rechtvaardige leider volgens Sandel niet neutraal is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Volgens Sandel is de neutraliteit van opvattingen niet mogelijk, omdat je je bij opvattingen over rechtvaardigheid altijd baseert op opvattingen over het goede leven. Ook de nadruk op individuele vrijheid en welvaart is een specifieke opvatting over het goede leven.
Sandel vindt neutraliteit in een democratie niet alleen onmogelijk, maar ook onwenselijk.
Vraag 22 1 punt
Leg dit uit.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Volgens Sandel ondergraaft een neutrale staat de solidariteit tussen burgers. Het is van belang dat burgers in het publieke domein van gedachten wisselen over het goede leven, zodat mensen elkaar leren begrijpen en leren verdragen.
Een paar eeuwen later dient Fosca de christelijke keizer Karel V als politiek adviseur. Fosca haalt Karel V over om zijn rijk snel en met al het nodige geweld uit te breiden. De christelijke Karel V blijft twijfelen of hij wel naar de wil van God handelt. Hij vraagt zich af wat God van al dat bloedvergieten zou vinden.
Volgens Friedrich Nietzsche is de moraal van het christendom een ‘slavenmoraal’.
Vraag 23 2 punten
Leg dit uit.
Leg vervolgens uit dat Karel V volgens Nietzsche geen Übermensch is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Volgens Nietzsche is de moraal van het christendom een slavenmoraal omdat de waarden van het christendom, zoals gelijkheid, solidariteit en medelijden, in het belang van zwakke mensen, slaven, zijn. Volgens Nietzsche is het christendom hypocriet omdat de christelijke moraal een middel is om sterke mensen te overheersen.
Karel V vraagt zich af of wat hij doet wel goed is. Hij vertrouwt daarbij niet op zichzelf of zijn eigen waarden maar hij vraagt zich af wat God ervan zou vinden. Hij is dus niet ‘voorbij goed en kwaad’ maar volgt wat hij denkt dat God juist zou vinden. Een Übermensch vertrouwt alleen op zichzelf en heeft God niet nodig. Karel V is daarom geen Übermensch.
Fosca is erbij als Karel V door de paus ingehuldigd wordt tot keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Niet iedereen vindt het goed dat een staatshoofd door een religieuze leider zoals een paus kan worden ingehuldigd.
Paul Cliteur maakt een onderscheid tussen het multiculturele model en de lekenstaat.
Vraag 24 2 punten
Leg uit of een inhuldiging van een staatshoofd door een paus mogelijk is in een lekenstaat.
Beargumenteer vervolgens of jij vindt dat een inhuldiging van een staatshoofd door een paus mogelijk is in het multiculturele model.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
In een lekenstaat kan een inhuldiging van een staatshoofd geen religieuze aangelegenheid zijn, omdat religie geen rol mag spelen in het publieke domein waar vertegenwoordigers van de staat, zoals een staatshoofd, aanwezig zijn. Het is dus onmogelijk dat een paus de inhuldiging van een staatshoofd zou voltrekken.
Ik vind dat in het multiculturele model een inhuldiging van een staatshoofd door de paus mogelijk is. Een voorwaarde is wel dat verschillende religies en culturen op voet van gelijkheid aanwezig zijn in het publieke domein. Zo zouden andere religies ook een belangrijke rol moeten spelen bij deze inhuldiging.
of
In het multiculturele model kunnen religieuze uitingen een plek hebben in het publieke domein. Een voorwaarde is dat verschillende religies op voet van gelijkheid aanwezig zijn. Dit is niet het geval als de paus een koning inhuldigt. Daarom vind ik dat de inhuldiging van een staatshoofd door de paus in het multiculturele model onmogelijk is.
Een van de laatste politieke avonturen van Fosca speelt zich af rond de Franse Revolutie waar het vrijheidsideaal wordt verbonden aan het idee van een sociaal contract.
Volgens Rousseau worden in een directe democratie vrijheid en gelijkheid met elkaar verzoend door het sociaal contract.
Vraag 25 2 punten
Leg uit dat burgers in een directe democratie volgens Rousseau vrij kunnen zijn, met:
- het begrip ‘sociaal contract’, en
- de verhouding van vrijheid en gelijkheid.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Volgens Rousseau zijn we onze natuurlijke vrijheid verloren. Deze vrijheid kunnen we terugwinnen als we een sociaal contract afsluiten met alle medeburgers. Door dit contract zijn de burgers weer soeverein omdat ze zichzelf de wet stellen. Door deze afspraak herwint de burger in een directe democratie zijn vrijheid.
Vrijheid en gelijkheid worden in een directe democratie met elkaar verzoend omdat de wederkerige verplichtingen van het sociaal contract voor iedereen in gelijke mate gelden en iedereen er in gelijke mate voordeel van heeft. De burgers zijn vrij omdat ze zichzelf de verplichtingen als vrij individu opleggen.
De schrijver van de roman over Fosca, De Beauvoir, staat vooral bekend om haar feministische boek De tweede sekse. In dit boek bekritiseert ze de door mannen gedomineerde maatschappij waarin vrouwen worden onderdrukt. Het boek veroorzaakte in de jaren 50 van de vorige eeuw een schandaal. Het Vaticaan plaatste het zelfs op een lijst met verboden boeken. De mannelijke collega’s van De Beauvoir waren woedend, omdat ze met haar feministische opvattingen de Franse mannen zou hebben beledigd.
Volgens Bhikhu Parekh zou in sommige gevallen een verbod op groepsbelediging gerechtvaardigd zijn. Er zijn verschillende bezwaren tegen een verbod op groepsbelediging. Parekh verdedigt zich tegen drie van deze bezwaren.
Vraag 26 2 punten
Geef Parekhs verdediging weer tegen een van die drie bezwaren.
Leg met deze verdediging uit dat het boek De tweede sekse volgens Parekh niet verboden zou moeten worden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een goed antwoord:
Volgens Parekh zou een mogelijk bezwaar tegen het verbod op groepsbelediging kunnen zijn dat het niet de beste manier is om een groep te beschermen. Groepen zouden zich beter kunnen verdedigen door middel van een debat. Parekh is het hier niet mee eens en verdedigt het verbod op groepsbelediging met de vaststelling dat bepaalde gemeenschappen extra kwetsbaar zijn voor laster. Debat veronderstelt een vorm van gelijkheid die soms ontbreekt.
Bij de afweging of een belediging verboden moet worden, speelt de zwakte van de groep mee. De Franse mannen waren in de jaren 50 van de vorige eeuw niet een zwakke groep in de maatschappij die door de wet extra beschermd moest worden. Daarom hoeft de publicatie van De tweede sekse ook niet verboden te worden.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens filosofie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2025, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie havo 2025, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (22), ethiek (3) en kennisleer (1).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2025, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2025, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-1/ha-0311-a-25-1-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.