Eindexamen filosofie havo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Asterix en Obelix, bron: René van Royen en Sunnyva van der Vegt, De erfenis van Asterix, 2003, Opgave 2 GrondFest, bron: grondfest.com/over-grondfest, bron: grondfest.com/grondhouding, Opgave 3 De fascistische uitdaging aan de democratie, bron: Michela Murgia, Fascist worden, 2020, bron: Michela Murgia, Fascist worden, 2020, bron: decorrespondent.nl, bron: Michela Murgia, Fascist worden, 2020.
Het centraal examen filosofie havo 2024, tijdvak 2 telt 23 vragen. Alle vragen vallen onder politieke filosofie. De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
Alle 23 vragen van dit examen vallen onder politieke filosofie. Bij dit vak toetst het centraal examen één vaardigheid; de verschillen zitten in de teksten en de vraagsoorten.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Asterix en Obelix
De kleine, slimme Asterix en de grote, sterke Obelix zijn de helden uit de stripreeks Asterix en Obelix. Deze strips spelen in de tijd dat een groot gedeelte van West-Europa wordt overheerst door de Romeinen. Het fictieve dorpje van Asterix en Obelix houdt dapper stand tegen de Romeinse overheersing. De bewoners hebben hun eigen democratische organisatie. Belangrijke beslissingen in het algemeen belang van de dorpsbewoners worden gezamenlijk genomen op een vergadering waar iedereen zijn zegje kan doen. Op basis van alle meningen zoeken de dorpsbewoners naar consensus en nemen ze gezamenlijk een besluit dat geldt als wet voor iedereen. Volgens Jean-Jacques Rousseau is het vaststellen van de algemene wil de juiste manier om vrijheid en gelijkheid met elkaar te verzoenen.
Vraag 1 1 punt
Leg uit dat bij het vaststellen van de algemene wil in het dorp van Asterix vrijheid en gelijkheid met elkaar worden verzoend.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat bij het vaststellen van de algemene wil in het dorpje van Asterix vrijheid en gelijkheid met elkaar worden verzoend: iedereen beslist in vrijheid mee over wetten die voor iedereen gelijk zijn / door zelfgekozen wetten die voor iedereen gelijk zijn, vergroten dorpsbewoners hun vrijheid. voorbeeld van een goed antwoord: Door gezamenlijk de algemene wil vast te stellen, binden burgers zichzelf volgens Rousseau in vrijheid aan een wet die voor iedereen geldt en die het algemeen belang vertegenwoordigt. Op deze manier worden wederkerige verplichtingen voor iedereen in vrijheid aangegaan en is iedereen gelijk aan elkaar. Dit is volgens Rousseau te bereiken door directe democratie, zoals in het dorpje van Asterix en Obelix gebeurt: iedereen geeft zijn visie, waarna een gezamenlijke beslissing wordt genomen die voor iedereen geldt als wet. (1)
In een van de verhalen moet een besluit worden genomen over het openen van nieuwe winkels. Er zijn namelijk plotseling veel Romeinen die in het dorp boodschappen komen doen. Tijdens een vergadering blijken alle dorpsbewoners het in het algemeen belang te vinden om nieuwe winkels te mogen openen, zodat ze geld kunnen verdienen aan de Romeinen. Rousseaus directe democratie gaat uit van uniformiteit.
Vraag 2 1 punt
Leg met de vergadering over het openen van nieuwe winkels uit wat Rousseau bedoelt met ‘uniformiteit’.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met de vergadering over het openen van nieuwe winkels van Rousseaus begrip ‘uniformiteit’: er zijn geen grote verschillen in opvattingen over het goede leven / belangen / normen en waarden in de samenleving, alle dorpsbewoners willen graag meer verdienen door een winkel te openen. voorbeeld van een goed antwoord: Met uniformiteit bedoelt Rousseau dat de omstandigheden waarin burgers leven min of meer aan elkaar gelijk zijn en dat burgers min of meer dezelfde opvattingen hebben over wat het goede leven inhoudt. Het volk is niet verdeeld in groepen met verschillende belangen. In het dorp van Asterix lijkt sprake te zijn van uniformiteit. De bewoners hebben allemaal het idee dat het goed voor ze is om een nieuwe winkel te openen en geld te verdienen. (1)
Naarmate er meer winkels in het dorp worden geopend, neemt de onrust toe. Veel bewoners zijn namelijk tegen het openen van viswinkels. Er wordt een nieuwe vergadering gehouden over de situatie. De redenering van veel dorpsbewoners luidt: ‘Viswinkels stinken en als er naast mijn winkel een nieuwe viswinkel komt, dan lopen mijn klanten weg en verdien ik niks.’ Iedereen roept door elkaar en de gemoederen lopen hoog op over de vraag of het mogen openen van nieuwe winkels ook betekent dat je een stinkende viswinkel mag beginnen. In Robert Dahls analyse van Plato ontbreekt het gewone mensen aan drie deugden of vermogens.
Vraag 3 2 punten
Beargumenteer voor twee van deze vermogens of gewone mensen die volgens jou hebben. Gebruik bij beide vermogens het voorbeeld van het openen van nieuwe viswinkels.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een goed antwoord bevat een argumentatie met het voorbeeld van het openen van nieuwe viswinkels of het gewone mensen ontbreekt aan twee van deze vermogens:
- het intellectuele vermogen om hun eigen belang te scheiden van het algemeen belang;
- de morele gesteldheid om werkelijk het algemeen belang na te streven;
- de technische kennis om het algemeen belang concreet te realiseren.
- Ik denk dat gewone mensen best wel de technische kennis in huis hebben om het algemeen belang concreet uit te voeren. Het algemeen belang van de vrijheid om winkels te openen, en dus ook viswinkels, betekent dat iedereen meer kan gaan verdienen, maar er kleven ook reële problemen aan: stankoverlast kan klanten wegjagen. Of het de bewoners van het dorp van Asterix lukt, weet ik niet, maar gewone mensen hebben absoluut de expertise om een bijkomend probleem, zoals stankoverlast, op te lossen. Misschien zijn er luchtfilters nodig in viswinkels en kan het algemeen belang van de vrijheid om winkels te openen daarmee prima worden gerealiseerd. (1p)
- Ik denk dat gewone mensen ook het intellectuele vermogen hebben om hun eigen belang van het algemeen belang te scheiden. Die dorpsbewoners bij Asterix en Obelix komen egoïstisch en opvliegend over, maar ze vergaderen er wel over. Ze geven elkaar de ruimte om over het openen van winkels en viswinkels alles op tafel te gooien. Het lijkt dan alsof ze alleen aan hun eigen belang denken, maar ik denk dat mensen juist door zo’n verhitte discussie kunnen ontdekken dat hun eigen belang kan verschillen van het algemeen belang. (1p)
Opmerking Per juist toegepast vermogen 1 scorepunt toekennen.
voorbeeld van een goed antwoord:
Stel, na hevige discussie komt de vergadering tot het gezamenlijke besluit dat het openen van alle soorten winkels is toegestaan, behalve het openen van een viswinkel. De reden is dat dit in de toekomst tot de minste irritatie zal leiden. Volgens John Stuart Mill neemt de rationaliteit van beslissingen toe door de vrijheid van meningsuiting.
Vraag 4 4 punten
Leg deze opvatting van Mill uit met:
- zijn kritiek op een regering van experts, en
- zijn opvatting over ongelijk stemrecht. Geef vervolgens een argument voor Mills opvatting dat de rationaliteit van beslissingen toeneemt door vrijheid van meningsuiting. Gebruik daarbij:
- het voorbeeld van de vergadering over de viswinkels, en
- het begrippenpaar 'gevoel en verstand'.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Bij vrijheid van meningsuiting is er zowel ruimte voor argumenten en meningen die vanuit het gevoel komen als voor argumenten die vanuit het verstand komen. In het voorbeeld van de gesprekken over het openen van nieuwe winkels lijken misschien veel gevoelens mee te spelen omdat er steeds geruzied wordt, maar je kan ook zeggen dat er juist op basis van verstand is besloten. Als de mening dat het klandizie weghoudt om naast een stinkende viswinkel te zitten, niet was uitgesproken, dan was daarmee niet de onrust over de komst van stinkende viswinkels verdwenen. Juist door die emotionele zorgen ook te horen en mee te nemen in een beslissing, kan er een betere en rationelere beslissing genomen worden met uiteindelijk minder sociale onrust en irritatie als gevolg. (2p)
bron: René van Royen en Sunnyva van der Vegt, De erfenis van Asterix, 2003
Ga uit van de volgende definitie van democratie: ‘een staatsvorm waarin organiseren een zaak is van iedereen’.
Vraag 5 2 punten
Geef bij deze definitie van democratie een vooronderstelling. Beargumenteer vervolgens of volgens jou de stelling ‘van geheimzinnigheid of afspraken achter de schermen houdt niemand’ een implicatie is van deze definitie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van een vooronderstelling bij de definitie van democratie als staatsvorm waarin organiseren een zaak is van iedereen (1) • een argumentatie of ‘van geheimzinnigheid of afspraken achter de schermen houdt niemand’ een implicatie is van deze definitie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Een vooronderstelling bij de definitie van democratie dat organiseren een zaak is van iedereen, is dat blijkbaar iedereen betrokken kan worden bij organiseren / is dat het in een democratie kennelijk om organiseren gaat en niet zozeer om het nemen van beslissingen. (1) • ‘Niemand houdt van afspraken achter de schermen’ is een implicatie van de definitie dat democratie een staatsvorm is waarin organiseren een zaak is van iedereen. Want 'afspraken achter de schermen' suggereert dat toch niet iedereen meedoet aan het organiseren, maar dat sommige belangrijke personen onderling besluiten nemen. (1) of • Als democratie betekent dat organiseren een zaak is van iedereen, dan hoeft het feit dat niemand houdt van afspraken achter de schermen daar geen implicatie van te zijn, want of mensen ergens van houden of niet kan ook aan die mensen zelf liggen. Dus of niemand van afspraken achter de schermen houdt, hoeft niet per se een implicatie van de definitie van democratie te zijn. (1) (2)
Een andere kwestie die de schrijvers van De erfenis van Asterix belichten is die van culturele diversiteit. In de strips dragen de Galliërs broeken en de Romeinen toga’s, een soort lange jurken. Dit was ook in werkelijkheid zo. Galliërs en Romeinen leefden op steeds meer plekken samen in het Romeinse Rijk. Zo reisden Galliërs bijvoorbeeld naar Rome, waar ze dan in hun broeken probeerden om werk te vinden tussen de Romeinen in toga’s. Niet alle Romeinen waren hiervan gediend en de Romeinse machthebbers namen wetten aan die het dragen van broeken in de straten van Rome verboden. Het Romeinse Rijk was in die tijd geen democratie maar een keizerrijk waarin de keizer de macht had.
Vraag 6 2 punten
Geef een argument voor de opvatting dat er in een democratie meer ruimte is voor culturele diversiteit dan in een keizerrijk. Gebruik daarbij:
- de begrippen ‘eenheid’ en ‘verscheidenheid’, en
- het voorbeeld van de wet over broeken dragen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- het voorbeeld van de wet over broeken dragen (1p)
voorbeeld van een goed antwoord: Ook al zie je dat in veel democratieën culturele diversiteit voor allerlei problemen zorgt, toch hebben mensen met verschillende culturele achtergronden of opvattingen in een democratie meer ruimte voor hun eigen manier van leven dan in een keizerrijk. In een democratie kan er eenheid bestaan in de vorm van rechten die voor iedereen gelden waarbij ieders verscheidenheid wordt beschermd. In een democratie kan het dragen van kledingstukken niet zomaar ineens worden verboden door een keizer die de macht heeft en die om eenheid te creëren ieders verscheidenheid de kop indrukt. Of als dat wel gebeurt, dan is dat met instemming van de meerderheid van het volk.
Opgave 2 GrondFest
GrondFest is een festival voor de democratie. De organisatoren vinden het zorgelijk dat we in een tijd leven waarin de democratische cultuur wereldwijd onder druk staat en niet iedereen het belang van democratie vanzelfsprekend vindt. Met het festival willen ze stimuleren dat zoveel mogelijk mensen meehelpen met het bouwen aan een open samenleving en een open democratie. Dat willen ze doen door op het festival zoveel mogelijk mensen samen te brengen, van jong tot oud, van links tot rechts, met verschillende meningen en achtergronden en vanuit alle hoeken van onze samenleving. GrondFest is een festival om te experimenteren met ideeën over democratie en met manieren waarop mensen kunnen samenleven, juist ook voor wie zich in het dagelijks leven niet met democratie bezighoudt. Volgens John Stuart Mill is het goed om je in te zetten voor democratie.
Vraag 7 2 punten
Leg uit wat het verband is tussen Mills mensbeeld en zijn ontplooiingsliberalisme. Leg vervolgens met dit verband uit dat Mill voorstander zou kunnen zijn van GrondFest.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het verband tussen Mills mensbeeld en het ontplooiings- liberalisme: mensen moeten de vrijheid hebben zich te ontwikkelen tot autonome wezens (1) • een uitleg met dit verband dat Mill voorstander zou kunnen zijn van GrondFest: democratische participatie/open politieke discussie zoals die plaatsvindt op GrondFest geeft ruimte aan de vrijheid van mensen om zich te ontwikkelen tot autonome wezens (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens het mensbeeld van Mill worden mensen geregeerd door het streven naar genot en het vermijden van pijn en zijn mensen autonome, vrije, creatieve, zelfstandig denkende wezens, of zouden ze dat in ieder geval kunnen zijn. Daarom moeten mensen zich volgens Mills ontplooiingsliberalisme ontwikkelen tot mensen met karakter, met verlangens en hartstochten die uit henzelf komen en die uitdrukking zijn van hun eigen natuur, ontwikkeld en gevormd door hun eigen beschaving. (1) • Mill is een voorstander van open politieke discussie, omdat mensen zich hierdoor kunnen ontwikkelen tot autonome en authentieke wezens. Open politieke discussie bevordert de individualiteit, het sociaal gevoel en het algemene welzijn. GrondFest wil stimuleren dat zoveel mogelijk mensen meehelpen met het bouwen aan een open samenleving en een open democratie. Daarom zou Mill een voorstander kunnen zijn van GrondFest. (1) (2)
GrondFest wil, door mensen met verschillende meningen in discussie te laten gaan, bijdragen aan begrip voor elkaar en het vinden van een algemene wil. Joseph Schumpeter ziet democratie daarentegen als een markt. Volgens hem neemt de rationaliteit van gewone mensen in hun rol als burger af ten opzichte van hun alledaagse rationaliteit.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat GrondFest volgens Schumpeters opvatting van democratie niet bijdraagt aan democratie, met:
- een van Schumpeters redenen dat de rationaliteit van mensen in hun rol als burger afneemt, en
- het voordeel van het model van democratie als markt dat competitie bepaalt welke leider geaccepteerd wordt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat GrondFest volgens Schumpeters opvatting van democratie niet bijdraagt aan democratie, met: • een van Schumpeters redenen dat de rationaliteit van mensen afneemt als het om politieke besluiten gaat: afstand tot politieke besluiten / een tekort aan persoonlijke invloed op politieke besluiten (1) • het voordeel van het model van democratie als markt dat competitie bepaalt welke leider geaccepteerd wordt: Schumpeters model maakt duidelijk dat democratie gaat om het winnen van verkiezingen en niet om het vinden van een algemene wil (1) voorbeeld van een goed antwoord: • GrondFest gaat over de politieke meningen van de gewone burgers, waar ze met elkaar over in gesprek gaan. Dergelijke democratische participatie van gewone burgers levert volgens Schumpeter echter niet veel op, omdat gewone mensen geen verstandige keuzes maken op het moment dat zij zich als burger met politiek bezighouden. De rationaliteit van mensen wordt volgens hem sowieso overschat en in hun rol als burger reageren mensen nog minder verstandig. Ze hebben nu eenmaal een te grote afstand tot politieke besluiten. Daarom draagt GrondFest volgens Schumpeters opvatting van democratie niet bij aan democratie. (1) • Bovendien functioneert democratie volgens Schumpeter als een markt en handelt een politicus in de stemmen van de massa. Daar komt geen algemeen nut of belang bij kijken dat het volk naar voren brengt. Schumpeters model geeft volgens hem een realistischere beschrijving van wat democratie is dan het idee van GrondFest dat democratie draait om het zoeken naar een algemene wil. Dat leidt alleen maar tot misverstanden en draagt niet bij aan een goed begrip van democratie. (1) (2)
bron: grondfest.com/over-grondfest
Ook volgens Paul Cliteur vormt culturele diversiteit een uitdaging voor de democratie. Deze uitdaging moet volgens hem worden opgelost met de invoering van een lekenstaat. Cliteur verdedigt zich tegen drie bezwaren bij het idee van de lekenstaat.
Vraag 9 3 punten
Geef een van deze drie bezwaren weer. Geef vervolgens Cliteurs verdediging tegen dit bezwaar weer. Beargumenteer tot slot wat volgens jou de beste oplossing is voor de uitdaging van culturele diversiteit: de lekenstaat of de regels van GrondFest.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- GrondFest biedt volgens mij de beste oplossing voor de uitdaging van culturele diversiteit. GrondFest gaat over hoe met elkaar om te gaan als er een kloof ontstaat tussen mensen op basis van geloof of overtuiging. De oplossing is dat mensen hun religieuze overtuiging kunnen uiten in het publieke domein zodat je kunt ingaan op elkaars verschillende overtuigingen. Daarvoor moet je respectvol met iedereen omgaan door mee te doen, je te verdiepen in de overtuigingen van andere mensen en daarover met elkaar van gedachten te wisselen. Volgens mij zorgt dat voor meer sociale samenhang in een cultureel diverse samenleving. (1p)
GrondFest vindt dat je altijd met elkaar in gesprek moet kunnen gaan. Je moet je standpunten onderbouwen zodat er ruimte is voor gesprek, je moet elkaar de mogelijkheid geven om argumenten toe te lichten en je moet naar elkaar luisteren zodat je argumenten kunt afwegen. Volgens GrondFest moet je de volgende basishouding aannemen: accepteren dat er geen absolute waarheid is, ongeacht of je gelijk hebt gekregen of niet. Michael Sandel heeft de opvatting dat neutraliteit in een democratie onwenselijk is.
Vraag 10 1 punt
Geef een argument dat de basishouding van GrondFest aansluit bij deze opvatting van Sandel.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argument dat de basishouding van GrondFest aansluit bij de opvatting van Sandel dat neutraliteit onwenselijk is, omdat de nadruk op neutraliteit burgerzin ondermijnt / opvattingen over rechtvaardigheid verbonden zijn met opvattingen over het goede leven. voorbeeld van een goed antwoord: De basishouding van GrondFest sluit aan bij de opvatting van Sandel. Volgens Sandel is neutraliteit onwenselijk, omdat de nadruk op neutraliteit en keuzevrijheid betrokkenheid en solidariteit in de samenleving ondermijnt. We moeten volgens Sandel juist aan elkaar blijven uitleggen waarom we iets vinden, zodat we op zoek kunnen gaan naar gezamenlijke waarden. Accepteren dat er geen absolute waarheid is, waar GrondFest vanuit gaat, betekent dat we altijd onze verschillen van opvatting aan elkaar moeten blijven uitleggen om wederzijds respect te ontwikkelen. (1)
bron: grondfest.com/grondhouding
Volgens Mill is volledige vrijheid van meningsuiting in het algemeen belang van de democratie. Hij geeft hier vier redenen voor. Daarnaast geeft hij twee redenen waarom het uiten van meningen die als kwetsend worden ervaren niet verboden moet worden.
Vraag 11 2 punten
Leg uit in welk opzicht Mill zich niet in de regels voor communicatie in tekst 3 zou kunnen vinden, met:
- een van de vier redenen van Mill dat volledige vrijheid van meningsuiting in het algemeen belang van de democratie is, en
- een van Mills redenen dat het uiten van meningen die als kwetsend worden ervaren niet verboden moet worden.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg in welk opzicht Mill zich niet in de regels voor communicatie in tekst 3 zou kunnen vinden, met: • een van Mills vier redenen dat volledige vrijheid van meningsuiting in het algemeen belang van de democratie is omdat die mensen ertoe aanzet om argumenten te geven voor hun visie: feilbaarheid van de mens / mogelijke elementen van waarheid / gevaar van dogmatisme / waarde van discussie (1) • een van Mills redenen voor zijn opvatting dat het uiten van meningen die als kwetsend worden ervaren niet verboden moet worden, zoals GrondFest dat doet met regels voor de sociale kanalen: deze uitingen kunnen het maatschappelijk welzijn vergroten / de vrijheid van meningsuiting kan individuele burgers beschermen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Mill is voor volledige vrijheid van meningsuiting. Kwetsen, haatzaaien en belachelijk maken, zoals benoemd in tekst 3, vallen daaronder en kunnen zelfs iets goeds brengen. Ze zetten mensen er volgens Mill toe aan zich te verdedigen en de redenen en argumenten voor hun visie naar voren te brengen. Vrijheid van meningsuiting verdiept overtuigingen en voorkomt dat ze verworden tot vooroordeel of dogma. Daarom zou de vrijheid van meningsuiting niet zomaar door regels voor communicatie moeten worden ingeperkt. (1) • Schade door kwetsende meningen, zoals genoemd in tekst 3, kan volgens Mill gecompenseerd worden door een groter maatschappelijk belang. Meningen die als kwetsend worden ervaren, dienen volgens Mill toch vaak het maatschappelijk welzijn. Daarom zou de vrijheid van meningsuiting volgens Mill niet moeten worden ingeperkt, zoals GrondFest dat wil doen met de regels voor de sociale kanalen, zolang er niet wordt aangezet tot geweld. (1) (2)
De doelstelling van GrondFest is om ruimte te bieden aan een democratische cultuur en om mensen samen te laten bouwen aan een open samenleving. Scholieren zouden kunnen deelnemen aan GrondFest. Amy Gutmann is voorstander van onderwijs door democratie.
Vraag 12 1 punt
Leg uit dat deelname door scholieren aan GrondFest aansluit bij Gutmanns opvatting over onderwijs door democratie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat deelname aan GrondFest door scholieren aansluit bij Gutmanns opvatting van onderwijs door democratie: door deelname kunnen scholieren democratische vaardigheden aanleren. voorbeeld van een goed antwoord: Gutmann vindt dat scholen hun leerlingen moeten aanmoedigen om actief mee te denken over de lesstof en om democratische vaardigheden aan te leren, zoals leren luisteren, kritiseren en in het openbaar spreken. Deelname aan GrondFest past daar goed bij, omdat leerlingen daar samen met anderen bouwen aan een open samenleving en democratische cultuur en zo allerlei democratische vaardigheden leren. (1)
De overheid zou scholieren kunnen verplichten om voor burgerschapsonderwijs naar GrondFest te gaan. Milton Friedman vindt dat de overheid vanuit democratisch burgerschap eisen mag stellen aan onderwijs.
Vraag 13 2 punten
Leg deze opvatting van Friedman uit. Geef vervolgens met deze opvatting van Friedman een argument tegen een door de overheid verplichte deelname van scholieren aan GrondFest.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Friedmans opvatting dat de overheid vanuit democratisch burgerschap eisen mag stellen aan onderwijs: democratie is onmogelijk zonder een zekere mate van geletterdheid, kennis en de acceptatie van gedeelde waarden (1) • een argument met Friedmans opvatting tegen een door de overheid verplichte deelname van scholieren aan GrondFest: de overheid mag democratisch onderwijs niet zelf organiseren (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Friedman vindt dat de overheid vanuit democratisch burgerschap eisen mag stellen aan het onderwijs, omdat dit de samenleving als geheel ten goede komt en omdat democratie onmogelijk is zonder algemene kennis en waarden. (1) • Daarbij bepaalt de overheid alleen wat de kwaliteit van het onderwijs moet zijn en niet wat de inhoud daarvan moet zijn. Indoctrinatie moet worden tegengegaan. Een verplichting door de overheid om deel te nemen aan GrondFest betekent dat de overheid zich actief bemoeit met de inhoud van het onderwijs en dat is indoctrinatie. De eisen die een democratie aan onderwijs mag stellen, het opdoen van algemene kennis, waarden en vaardigheden, kunnen prima worden ingewilligd zonder de verplichting tot het deelnemen aan GrondFest. (1) (2)
Opgave 3 De fascistische uitdaging aan de democratie
Het fascisme was een politieke beweging, die aan het begin van de twintigste eeuw ontstond in Italië. Mussolini, de leider van de fascistische beweging, trok alle macht naar zich toe en dwong gehoorzaamheid af. Hij liet tegenstanders opsluiten en vermoorden en verbood alle andere partijen. Zo wierp hij met geweld de jonge Italiaanse democratie omver en vestigde een dictatuur. Alexis de Tocqueville wijst op het gevaar van zachtmoedig despotisme.
Vraag 14 2 punten
Leg uit dat volgens Tocqueville in een democratie zachtmoedig despotisme kan ontstaan. Leg vervolgens het verschil uit tussen zachtmoedig despotisme en het fascisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Tocqueville in een democratie zachtmoedig despotisme kan ontstaan: door individualisme verdwijnt de burgerzin en worden burgers te afhankelijk van de staat / krijgt de staat steeds meer macht (1) • een uitleg van het verschil tussen zachtmoedig despotisme en het fascisme: zachtmoedig despotisme is een verzorgende macht en fascisme een onderdrukkende macht / zachtmoedig despotisme is gebaseerd op gelijkheid, fascisme op ongelijkheid / zachtmoedig despotisme vertrekt vanuit individualisme, het fascisme gaat uit van gehoorzaamheid aan de leider (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Tocqueville zorgt individualisme ervoor dat mensen zich minder zullen organiseren en minder om elkaar zullen geven. In plaats daarvan gaan burgers naar de staat kijken voor hulp. Hierdoor zal de macht van de staat toenemen en zal uiteindelijk zachtmoedig despotisme ontstaan, waarbij burgers steeds minder in staat zijn om hun eigen vermogen en wil te gebruiken. (1) • Het zachtmoedig despotisme verschilt van het fascisme, omdat het niet gebaseerd is op onderdrukking en geweld. Het zachtmoedig despotisme is juist een verzorgende macht. Tocqueville was ervan overtuigd dat de tijd van gewelddadige revoluties voorbij was en de democratische mens zachtaardiger is. Het despotisme in een democratie zal daarom mild of zachtmoediger zijn. (1) (2)
bron: Michela Murgia, Fascist worden, 2020
De fictieve voorstander van het fascisme wijst op een gebrek aan daadkracht in een democratie. Een krachtige fascistische leider zou dat gebrek oplossen. John Stuart Mill heeft kritiek op een regering van een goede despoot.
Vraag 15 1 punt
Leg uit dat Mills kritiek op een regering van een goede despoot ook van toepassing is op het pleidooi voor fascisme in tekst 4.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat Mills kritiek op een regering van een goede despoot ook van toepassing is op het pleidooi voor fascisme in tekst 4: een goede despoot kan niet alwetend zijn / begrenst de capaciteiten van de bevolking. voorbeeld van een goed antwoord: − Volgens Mill moet een goede despoot, om goed te zijn, ook alwetend zijn. Dat vraagt ongekende vermogens en energie. Niemand heeft volgens Mill het vermogen en de energie om een dergelijke uitzonderlijke taak uit te oefenen. Deze kritiek is ook van toepassing op het pleidooi voor fascisme in tekst 4. Er wordt namelijk gesuggereerd dat er wel zo’n ‘sterke man’ zou bestaan, die precies weet wat er moet gebeuren. of − Als er al een goede, alwetende despoot zou bestaan, zou dat volgens Mill niet goed voor de bevolking zijn. Hun intellectuele en emotionele capaciteiten zouden hierdoor begrensd worden, omdat ze niet actief betrokken zijn bij hun eigen lot. Deze kritiek is ook van toepassing op het pleidooi voor fascisme. Misschien dat fascisme als staatsvorm goedkoper, sneller en efficiënter is, zoals in tekst 4 wordt gesteld, maar dat wil nog niet zeggen dat het goed is voor de bevolking. (1)
bron: Michela Murgia, Fascist worden, 2020
In Het bestel geeft Plato een aantal voorbeelden van hoe een democratie ten onder zal gaan. Bijvoorbeeld, jongeren zullen zich in een democratie niet de mindere voelen van ouderen.
Vraag 16 2 punten
Leg uit dat volgens Plato een democratie ten onder zal gaan, met:
- tekst 5 en het begrip ‘vrijheid’,
- tekst 5 en het begrip ‘gelijkheid’.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met tekst 5 dat een democratie volgens Plato ten onder zal gaan met het begrip ‘vrijheid’: het vrijheidsstreven van de democratische mens is onverzadigbaar, waardoor andere zaken verwaarloosd worden, zoals wanneer democratische burgers demonstreren en protesteren / niet dankbaar of gehoorzaam zijn (1) • een uitleg met tekst 5 dat een democratie volgens Plato ten onder zal gaan met het begrip ‘gelijkheid’: gelijkheid zorgt voor een gebrek aan respect en ontzag, zoals wanneer democratische burgers niet dankbaar en gehoorzaam zijn / door protesteren opkomen voor gelijkheid (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Plato wordt de democratische mens gekenmerkt door een onverzadigbaar streven naar vrijheid. Doordat mensen in een democratie de mond vol hebben van deze vrijheid worden andere taken verwaarloosd. In tekst 5 zijn democratische burgers vooral bezig om eisen te stellen, te demonstreren en te protesteren. (1) • Daarnaast beschrijft Plato hoe gelijkheid zorgt voor een gebrek aan respect en ontzag. Over de democratische burgers in tekst 5 wordt ook gesteld dat ze geen respect hebben voor autoriteit en daarom niet gehoorzaam en dankbaar zijn. (1) (2)
bron: decorrespondent.nl
Zowel Robert Nozick als Robert Dahl vindt dat democratie geen volledige individuele vrijheid kan bieden. Ze verschillen van mening of dit een fundamenteel probleem voor de democratie is.
Vraag 17 1 punt
Leg Nozicks opvatting uit dat democratie niet leidt tot vrijheid.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg van Nozicks opvatting dat democratie niet leidt tot vrijheid: democratie is een vorm van tirannie, omdat een meerderheid de macht heeft over een groot deel van het leven van de burger. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Nozick is democratie in wezen niets anders dan een vorm van slavernij. De meester is alleen veranderd in een meerkoppige meester, die over de individuele burger heerst. Geen enkele staatsvorm kan volgens Nozick tot vrijheid leiden, ook een democratie niet. (1)
Vraag 18 4 punten
Beargumenteer of jij het eens bent met de opvatting dat democratie niet tot vrijheid leidt, met:
- een van Dahls voordelen van democratie,
- het begrip ‘positieve vrijheid’,
- het begrip ‘negatieve vrijheid’, en
- tekst 6.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Bovendien vind ik dat je je ook niet volledig kan ontplooien als antidemocraat in een democratische samenleving. Dit kan je uitleggen als een beperking van positieve vrijheid. Daarom vind ik dat democratie de belofte van vrijheid niet waarmaakt. (1p)
of
- Er is bovendien geen sprake van dwang binnen de democratie om echt democratisch te zijn. Daarmee heb je negatieve vrijheid. Als je nu ter plekke een eigen politieke gemeenschap wil stichten of op antidemocratische partijen wil stemmen, dan kan dat in principe. (1p)
- Dat alternatieve systemen niet worden overwogen of aangeboden, zoals in de tekst wordt gesteld, wil dus niet zeggen dat je die vrijheid niet hebt. Er is dus ook sprake van positieve vrijheid, waarbij je jezelf kan ontplooien en ontwikkelen. Binnen een fascistisch systeem heb je deze vrijheid niet. Ik vind het dus geen sterke redenering van de fictieve fascist. (2p)
bron: Michela Murgia, Fascist worden, 2020
Bhikhu Parekh vindt dat de vrijheid van meningsuiting beperkt moet worden.
Vraag 19 3 punten
Leg met een voorbeeld uit tekst 7 uit:
- Parekhs onderscheid tussen kritiek en belediging,
- een van Parekhs redenen dat traditionele argumenten voor vrijheid van meningsuiting ontoereikend zijn, en
- Parekhs opvatting dat belediging moet worden tegengegaan.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met een voorbeeld uit tekst 7 van Parekhs onderscheid tussen kritiek en belediging: bepaalde beledigingen, zoals de ontmenselijkende termen in tekst 7, zijn moeilijk op te vatten als kritiek en pogingen tot debat (1) • een uitleg met een voorbeeld uit tekst 7 van een van Parekhs redenen dat de traditionele argumenten voor vrijheid van meningsuiting ontoereikend zijn: niet elke uiting kan begrepen worden als een zoeken naar waarheid / sommigen profiteren meer van de vrijheid dan anderen / sommige uitingen dienen bepaalde belangen / ook andere maatschappelijke waarden zijn belangrijk (1) • een uitleg met een voorbeeld uit tekst 7 van Parekhs opvatting dat belediging moet worden tegengegaan: het brengt schade toe / zorgt voor sociale en politieke uitsluiting (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Parekh wordt vaak een beroep gedaan op de vrijheid van meningsuiting met een beroep op kritiek. Hij stelt daar tegenover dat we makkelijk onderscheid kunnen maken tussen belediging of laster en eerlijke kritiek. Als je iemand een ‘kakkerlak’ noemt, ben je echt niet bezig met opbouwende kritiek of een poging tot debat. (1) • Vrijheid van meningsuiting is volgens Parekh niet de enige belangrijke maatschappelijke waarde, die daarom altijd maar vrij spel moet krijgen. Hiermee weerlegt hij de traditionele argumenten voor de vrijheid van meningsuiting. We hebben als samenleving ook andere waarden, zoals respect voor je medemens. Ontsierende en ontmenselijkende termen zoals in de tekst hoeven we daarom echt niet te accepteren onder het mom van vrijheid van meningsuiting. (1) • Parekh stelt dat zulke beledigingen verboden zouden moeten worden. Individuen en groepen worden hiermee namelijk vernederd, verlaagd en uitgesloten. In de tekst is te zien dat de beledigende uitspraken het doel hebben om mensen tot een onderwerp van minachting en haat te maken. (1) (3)
Een andere stelling van de fictieve voorstander van het fascisme is dat democratisch onderwijs een vorm van indoctrinatie is. Die indoctrinatie bestaat volgens de fictieve voorstander van het fascisme uit de erkenning van rechten voor minderheden en de gelijkheid van mannen en vrouwen. Volgens Gert Biesta kan het onderwijs niet alleen verantwoordelijk gehouden worden voor burgerschap in een democratie.
Vraag 20 3 punten
Leg deze opvatting van Biesta uit. Leg vervolgens uit dat Biesta kritiek heeft op een individualistische visie op democratie. Leg tot slot uit dat politiek existeren volgens Biesta tussen indoctrinatie en vrijblijvendheid in staat.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Biesta het onderwijs niet alleen verantwoordelijk kan worden gehouden voor burgerschap in een democratie: deze verantwoordelijkheid is onrealistisch groot, daarom moet de samenleving als geheel verantwoordelijk gehouden worden voor de toekomst van democratie (1) • een uitleg van Biesta’s kritiek op een individualistische visie op democratie: democratie is altijd verbonden met pluraliteit (1) • een uitleg dat politiek existeren volgens Biesta tussen indoctrinatie en vrijblijvendheid in staat: democratie heeft geen inhoud (geen indoctrinatie), maar vereist ruimte voor pluriformiteit (niet vrijblijvend) (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Biesta is het niet realistisch om scholen verantwoordelijk te maken voor de toekomst van de democratie door middel van burgerschapsonderwijs. Die verantwoordelijkheid ligt volgens hem bij de samenleving als geheel, omdat het onderwijs volgens hem machteloos staat als de samenleving niet (deels) democratisch is georganiseerd. (1) • Biesta heeft kritiek op burgerschapsonderwijs waarbij uitgegaan wordt van een bepaalde inhoud van democratie. De uitdaging van democratie ligt volgens hem juist in het samenleven met hen met wie we geen identiteit delen. Democratie is voor hem altijd verbonden met pluraliteit. Daarom kan democratisch burgerschap meerdere invullingen hebben. (1) • Biesta ziet politiek existeren als het midden tussen indoctrinatie en vrijblijvendheid. Politiek existeren betekent namelijk dat jouw mogelijkheid om iets nieuws te beginnen altijd samenhangt met die van anderen. Deze opvatting draagt geen specifieke inhoud van democratie over en is daardoor niet indoctrinerend. Tegelijkertijd vereist het wel van mensen dat ze ruimte geven aan anderen. In dat opzicht is het tegelijkertijd ook zeker niet vrijblijvend. (1) (3)
Tegenstanders van het fascisme vinden dat het fascisme wezenlijk verschilt van andere vormen van politiek. Fascisten zouden niet geïnteresseerd zijn in de uitwisseling van ideeën, maar vooral in het promoten van fascistische denkbeelden en het creëren van ophef. Pogingen tot een redelijk debat werken daarom in het voordeel van het fascisme en zorgen alleen maar voor meer media-aandacht. Daarom pleiten tegenstanders voor het ‘no platform’-principe: fascistische ideeën moeten geen platform krijgen in de media en mensen met fascistische ideeën moeten worden uitgesloten van het publieke debat. Het deliberatieve model van democratie vat democratie op als een gesprek of deliberatie. Dat heeft volgens voorstanders vier voordelen.
Vraag 21 2 punten
Geef met een van de voordelen van het deliberatieve model van democratie een argument voor het ‘no platform’-principe. Geef vervolgens met een ander voordeel van het deliberatieve model van democratie een argument tegen het ‘no platform’-principe.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument met een van de voordelen van het deliberatieve model voor het ‘no platform’-principe: deliberatie zorgt voor nieuwe oplossingen / het drukt respect uit voor de minderheid / er is sprake van een redelijk meningsverschil / het drukt respect uit voor de medeburger, dit is in strijd met de fascistische ideeën die het ‘no platform’-principe geen podium wil bieden (1) • een argument met een van de andere voordelen van het deliberatieve model tegen het ‘no platform’-principe: deliberatie zorgt voor nieuwe oplossingen / het drukt respect uit voor de minderheid / er is sprake van een redelijk meningsverschil / het drukt respect uit voor de medeburger, dit is niet mogelijk wanneer het ‘no platform’-principe mensen uitsluit van deliberatie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens het deliberatieve model van democratie heeft debat niet alleen een instrumentele, maar ook een expressieve waarde omdat een gesprek respect uitdrukt voor de medeburger. Op het moment dat mensen door fascisten moedwillig worden bespot, gaat dit voordeel verloren. Op die grond zou je wel voorwaarden mogen stellen aan de deelnemers van het gesprek en een ‘no platform’-principe kunnen hanteren. (1) • Een van de voordelen van deliberatie is dat het overeenstemming in de toekomst waarschijnlijker maakt, omdat het respect uitdrukt voor de minderheid. Als je mensen op basis van het ‘no platform’-principe buiten het publieke debat probeert te houden, dan zullen verschillen alleen maar groter worden. (1) (2)
Hans Kelsen en George van den Bergh onderzoeken allebei de vraag of een verbod op antidemocratische partijen past binnen een democratie.
Vraag 22 1 punt
Leg uit dat het ‘no platform’-principe aansluit bij Van den Berghs opvatting over een partijverbod.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat het ‘no platform’-principe aansluit bij Van den Berghs opvatting over een partijverbod: de beslissing om de democratie op te heffen is niet vatbaar voor zelfcorrectie en mag daarom uitgesloten worden / de grens van de vrijheid van overtuigingen ligt in de bereidheid tot gedachtewisseling. voorbeeld van een goed antwoord: Van den Bergh stelt dat de grens van de vrijheid van overtuigingen schuilt in de bereidheid tot gedachtewisseling. Voorstanders van het ‘no platform’-principe stellen dat fascisten niet geïnteresseerd zijn in de uitwisseling van ideeën. Daarom past het uitsluiten van deze groepen vanuit het ‘no platform’-principe bij Van den Berghs opvatting over een partijverbod. (1)
Vraag 23 1 punt
Geef met Kelsens opvatting over een partijverbod een argument tegen het ‘no platform’-principe.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argument tegen het ‘no platform’-principe met Kelsens opvatting over een partijverbod: door een verbod op antidemocratische opvattingen houdt een democratie op een democratie te zijn / een democratie vooronderstelt een relativistische wereldbeschouwing. voorbeeld van een goed antwoord: Een democratie houdt volgens Kelsen op een democratie te zijn wanneer je partijen verbiedt. Het ‘no platform’-principe past daarom niet binnen een democratie. Als je echt een democraat bent, moet je ook ruimte bieden aan openlijk antidemocratische geluiden zoals het fascisme. Je moet vasthouden aan je democratische waarden en zo antidemocratische geluiden bestrijden. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-24-2-o
Andere examens filosofie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen filosofie havo 2024, tijdvak 2 telt 23 vragen. Alle vragen vallen onder politieke filosofie.
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.