Eindexamen filosofie havo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Het socratisch gesprek, Digitale democratie, Straatpolitiek.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie havo 2025, tijdvak 2 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (19), ethiek (3) en kennisleer (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie havo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Politieke filosofie1-7, 10-13, 17, 19-2519
Ethiek8-9, 143
Kennisleer16, 182
Mens en techniek151

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over politieke filosofie (76% van de vragen, gemiddeld 51%). Minder over mens en techniek (4% van de vragen, gemiddeld 25%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Het socratisch gesprek

Op veel scholen worden bij filosofielessen socratische gesprekken gevoerd. Bij een socratisch gesprek gaat het niet om het verdedigen van je eigen gelijk, maar om een gezamenlijk onderzoek vanuit een filosofische vraag. Er is een gespreksleider die ervoor zorgt dat het gesprek een gezamenlijk onderzoek wordt.

Een socratisch gesprek begint met het kiezen van een onderwerp. De gespreksleider vraagt aan leerlingen welk onderwerp hen het meest interesseert en spreekt zelf geen voorkeur uit. De keuze is aan de leerlingen en ze kunnen dus ook voor sociaal gevoelige thema’s kiezen zoals discriminatie, seks en geweld. Vervolgens is het voor het gesprek noodzakelijk dat leerlingen een verhaal delen waarin hun persoonlijke ervaring met het onderwerp naar voren komt.

Volgens socratisch gespreksleider Kristof van Rossem kan je met jongeren in een socratisch gesprek werken aan burgerschapsvorming:

tekst 1

Je oefent er immers niet alleen de kritische houding maar ook dialoogvaardigheden als het zich helder kunnen uitdrukken, het zich kunnen verplaatsen in het standpunt van een ander, actief en onbevooroordeeld luisteren.

bron: Kristof van Rossem, Socratisch filosoferen met jongeren, 2009

Amy Gutmann maakt een onderscheid tussen onderwijs voor democratie en onderwijs door democratie.

Vraag 1 1 punt

Leg uit dat er in tekst 1 sprake kan zijn van onderwijs door democratie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Onderwijs door democratie houdt in dat leerlingen bij het nadenken over de lesstof betrokken worden of dat ze democratische vaardigheden aanleren. In de tekst is er sprake van onderwijs door democratie omdat het volgens Van Rossem draait om het aanleren van democratische vaardigheden zoals je in een ander verplaatsen en onbevooroordeeld luisteren.

Sommige scholen gaan gesprekken over ervaringen van jongeren met discriminatie of seks liever uit de weg, bijvoorbeeld omdat ze op weerstand bij ouders stuiten of omdat ze geen onderdeel zijn van de verplichte leerstof.

Volgens Gutmann moeten de staat, ouders en onderwijsprofessionals gedeelde zeggenschap over onderwijs hebben.

Vraag 2 4 punten

Leg Gutmanns opvatting uit:

  • dat de staat geen volledige zeggenschap over onderwijs moet hebben,
  • dat ouders geen volledige zeggenschap over onderwijs moeten hebben, en
  • dat onderwijsprofessionals geen volledige zeggenschap over onderwijs moeten hebben.

Beargumenteer vervolgens of ouders volgens jou mogen bepalen of sociaal gevoelige thema’s bij een socratisch gesprek besproken worden.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

  • De staat moet volgens Gutmann geen volledige zeggenschap hebben over het onderwijs omdat er nu eenmaal verschillende meningen zijn over wat het goede leven is. De staat kan niet een van die meningen verplichten als de juiste opvatting die onderwezen moet worden. Dat zou volgens haar een soort Platoonse staatsopvoeding zijn.
  • Ouders moeten volgens Gutmann geen volledige zeggenschap over onderwijs hebben, omdat het recht op vrijheid inhoudt dat kinderen onderwijs krijgen dat vrijheid mogelijk en betekenisvol maakt. Daarvoor moeten ze tolerantie aanleren die deze vrijheid mogelijk maakt. Ouders moeten dus ten minste accepteren dat de school deze tolerantie aanleert.
  • Onderwijsprofessionals moeten volgens Gutmann geen volledige zeggenschap over onderwijs hebben, omdat het onderwijs onmogelijk kan garanderen dat er geen voorkeur voor een bepaalde manier van leven in doorwerkt. Omdat onderwijsprofessionals niet neutraal kunnen zijn, is het beter om de zeggenschap over het onderwijs te verdelen.
  • Ik vind dat ouders niet moeten kunnen bepalen of sociaal gevoelige onderwerpen bij een socratisch gesprek besproken mogen worden. Zoals Gutmann aangeeft, is het belangrijk dat kinderen leren over andere manieren van leven, om tolerantie voor die manieren van leven aan te leren, ook al keuren ouders die af. Juist op het gebied van geweld en discriminatie is het goed mogelijk dat ouders bepaalde dingen afkeuren die wel in de maatschappij voorkomen.

of

Ik vind dat ouders moeten kunnen bepalen of sociaal gevoelige onderwerpen bij een socratisch gesprek besproken mogen worden. Tijdens een socratisch gesprek delen leerlingen persoonlijke verhalen. Leerlingen vertellen mogelijk ook over privésituaties waar ouders bij betrokken zijn en ze kunnen nog niet goed genoeg inschatten welke verhalen ze beter niet kunnen delen. Uit privacyoverwegingen en om kinderen in bescherming te nemen, moeten ouders kunnen bepalen welke sociale thema’s bij een socratisch gesprek besproken mogen worden.

Gert Biesta bekritiseert het idee dat onderwijs jongeren vormt tot democratische burgers.

Vraag 3 1 punt

Leg uit dat burgerschapsonderwijs volgens Biesta uitgaat van een te individualistische benadering van onderwijs.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Biesta is het aanleren van democratische vaardigheden een te individualistische benadering van onderwijs, omdat deze benadering zich niet afvraagt welke relaties kinderen met elkaar hebben en in welke sociale en politieke context zij leven, terwijl dit wel van invloed is op wat leerlingen leren van het burgerschapscurriculum.

In het socratisch gesprek gaat het niet alleen om het aanleren van vaardigheden, maar worden deelnemers ook gestimuleerd om zich op een bepaalde manier tot zichzelf en tot anderen te verhouden.

Vraag 4 1 punt

Leg uit dat je het socratisch gesprek als een vorm van politiek existeren kan zien.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

In het socratisch gesprek is er sprake van politiek existeren. Politiek existeren houdt in dat je met andere mensen – vreemden – voor altijd in dezelfde wereld leeft. Dat houdt in dat leerlingen de kans moeten krijgen om op hun eigen manier met anderen samen te leven en anderen diezelfde mogelijkheid te geven. In dit gesprek bepalen leerlingen samen een onderwerp en zie je dat ze naar de opvattingen van anderen luisteren. Iedereen heeft de kans om een onderwerp aan te dragen en dus op zijn subjectieve manier te bepalen waarover gesproken gaat worden. De leerlingen krijgen hier dus de kans om zichzelf op hun eigen manier uit te drukken en ze laten de ruimte aan anderen om dat ook te doen.

Gespreksleider Van Rossem geeft een voorbeeld van een socratisch gesprek in een klas. In dit gesprek vertelt Sofie erg openhartig over het uitgaansleven van een vriendin, waarop de andere leerlingen vrouwonvriendelijke opmerkingen maken en beledigingen roepen. Sofie vindt de beledigingen onterecht en ze legt de moeilijke omstandigheden van haar vriendin uit. Hierdoor stoppen de beledigingen en veroordelingen en wordt het stil. Sofies klasgenoten stellen vragen en trekken hun eerdere oordelen in twijfel.

Bhikhu Parekh vindt dat sommige uitingen verboden moeten worden als deze opzettelijk beledigend zijn.

Vraag 5 3 punten

Leg uit dat groepsbelediging volgens Parekh verboden moet worden, met:

  • zijn opvatting dat er een verschil is tussen kritiek en belediging, en
  • zijn opvatting dat je rekening moet houden met de machtspositie van een groep.

Geef vervolgens een argument tegen Parekhs opvatting dat sommige beledigende uitingen verboden moeten worden. Ga daarbij in op het voorbeeld van vrouwonvriendelijke opmerkingen in het socratisch gesprek.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

  • Volgens Parekh kun je makkelijk onderscheid maken tussen belediging en eerlijke kritiek. Bepaalde beledigingen en racistische uitingen zijn heel moeilijk op te vatten als pogingen tot debat en eerlijke kritiek. Het is daarom dus goed mogelijk om groepslaster te verbieden terwijl eerlijke kritiek wel mogelijk blijft.
  • Parekh is voor een verbod op groepslaster, omdat sommige gemeenschappen extra kwetsbaar zijn voor laster. De wet is een zwaar instrument, maar debat veronderstelt wel een vorm van gelijkwaardigheid, die soms ontbreekt. Hoe zwakker de groep, hoe ernstiger volgens Parekh het strafbaar stellen van groepslaster moet worden overwogen.
  • Als je zoals Parekh sommige beledigende uitingen wilt verbieden, dan sluit je uit dat mensen daarover met elkaar in gesprek gaan en hun mening kunnen aanpassen. Sofie legt de situatie van de vriendin uit, waardoor de vooroordelen juist verdwijnen. Als de klasgenoten niks hadden gezegd omdat dat verboden was geweest, had Sofie er ook niet op kunnen reageren en hadden de klasgenoten hun oordelen misschien niet gewijzigd.

De Duitse filosoof Leonard Nelson introduceerde het socratisch gesprek ongeveer een eeuw geleden, tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog in. Volgens Nelson kon iedereen door het voeren van een socratisch gesprek, en het gebruiken van het verstand, bepalen wat goede wetten zijn. Zo wilde Nelson het denken van mensen stimuleren en ze behoeden voor politieke waanideeën.

John Stuart Mill geeft vier redenen voor volledige vrijheid van meningsuiting.

Vraag 6 1 punt

Geef met een van deze redenen een argument voor het voeren van een socratisch gesprek.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Mill zorgt de vrijheid van meningsuiting ervoor dat discussie de intellectuele activiteit van burgers stimuleert. Dit is een argument voor het voeren van een socratisch gesprek, omdat Nelson met het gesprek het denken van mensen wil stimuleren. Het doel van het socratisch gesprek sluit dus aan bij deze reden van Mill voor volledige vrijheid van meningsuiting.

Nelson was geen voorstander van democratie, maar hij geloofde in een maatschappij die volgens aristocratisch model zou worden ingericht. Hij richtte een politieke organisatie op, de Internationale Socialistische Kaderbond (ISK), die een soort scholingsorganisatie moest zijn voor de leiders van de toekomst. De leiders van de toekomst moesten strikt vegetarisch zijn en mochten niet roken of drinken. Ze mochten geen lid zijn van de kerk en er gold een verbod op liefdesrelaties.

De strikte regels van de ISK lijken op Plato’s maatregelen voor koningfilosofen.

Vraag 7 1 punt

Leg uit dat er in een aristocratie volgens Plato maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat koning-filosofen de ideale heersers zijn.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Plato is een aristocratie waarin koning-filosofen de macht hebben de beste staatsvorm. Maar er bestaat in een aristocratie het risico dat de machthebbers door hun absolute macht gecorrumpeerd raken. Om dit te voorkomen heeft Plato een aantal maatregelen bedacht die ervoor zorgen dat de koning-filosofen niet partijdig worden en niet gecorrumpeerd raken.

Een lid van de ISK beschrijft hoe de werken van Nelson hem ertoe bewogen om lid te worden van de ISK:

tekst 2

Ik begon te beseffen dat mijn leven, dat het leven van ieder mens alleen zin heeft als iemand zichzelf een taak stelt, de juiste taak, en als hij zijn leven vervolgens daarnaar inricht. Ik begon de wereld en de werkelijkheid anders te zien dan voorheen; ik zag hoe onrecht heerste, hoe de armen uitgebuit en onderdrukt werden en hoe weinig mensen bereid waren hen te helpen. Ik schaamde me dat ik mijn leven tot nu toe alleen maar met mezelf en met mijn neigingen bezig was geweest en niets tegen deze omstandigheden had gedaan. Ik wist dat mijn leven niet op de oude voet verder kon gaan. Nu vraag ik me bij alles wat ik doe van tevoren af: ‘Dient dit ook onze taak, de strijd voor recht en rechtvaardigheid?’

bron: Der Internationale Sozialistische Kampf-Bund (ISK) und seine Publikationen, 2006

De ISK kan worden opgevat als een van de revolutionaire bewegingen die zich volgens Friedrich Nietzsche zogenaamd tegen democratie uitlaten, maar ondertussen toch de kuddediermoraal uitdrukken.

Vraag 8 1 punt

Leg met tekst 2 uit dat de ISK door Nietzsche kan worden opgevat als een uitdrukking van kuddediermoraal.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Revolutionaire bewegingen zijn volgens Nietzsche een uitdrukking van de kuddediermoraal, omdat ze ook geleid worden door medelijden. Dit medelijden uit zich in hun betrokkenheid bij de zwakkere en uitgebuite groepen in de samenleving. Dit zie je duidelijk terug in de woorden van het ISK-lid als hij zegt dat hij zich schaamt omdat hij niet hielp om de armen en onderdrukten te helpen.

Jezelf een taak geven, zoals strijden voor recht en rechtvaardigheid, zou je kunnen zien als iets wat je vrijheid beperkt of juist als een uiting van vrijheid.

Vraag 9 2 punten

Geef een definitie van het begrip vrijheid.

Beargumenteer vervolgens of jouw definitie aansluit bij de opvatting in tekst 2 dat je leven alleen zin heeft als je jezelf een taak stelt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Mijn definitie van vrijheid is dat iemand zijn eigen wil kan vormgeven en kan volgen. Volgens mij sluit mijn opvatting van vrijheid aan bij de opvatting dat je leven alleen zin heeft als je jezelf een taak stelt. De persoon uit tekst 2 volgde eerst zijn neigingen. Nu reflecteert hij voorafgaand aan wat hij doet of hij dat ook wil doen. Hij stelt zichzelf een taak en volgt daarom dus ook zijn wil. Ook is hij bewust bezig met het vormgeven van zijn eigen wil door zichzelf elke keer opnieuw de vraag te stellen of dit bijdraagt aan rechtvaardigheid.

of

Mijn definitie van vrijheid is dat je je eigen waarden en normen vormgeeft. Volgens mij sluit mijn opvatting van vrijheid niet aan bij de opvatting dat je leven alleen zin heeft als je jezelf een taak stelt. De persoon uit tekst 2 is beïnvloed door de filosoof Nelson en denkt nu dat zijn leven alleen zin heeft als hij strijdt voor recht en rechtvaardigheid. Deze waarden heeft hij overgenomen en hij handelt er nu ook naar. Hij heeft niet de moed genomen om zijn eigen waarden en normen vorm te geven. Daarom sluit het niet aan bij mijn definitie van vrijheid.

Digitale democratie

In veel moderne democratieën wordt gezocht naar manieren om meer burgers te betrekken bij besluitvorming. In Barcelona gebeurt dit door digitale data van burgers te verzamelen en te gebruiken. Burgers hebben hiervoor zelf het initiatief genomen.

In Barcelona hadden burgers geluidsoverlast en last van slechte luchtkwaliteit. Zij bedachten samen een oplossing en hingen sensoren op die meten hoeveel geluid er wordt geproduceerd door het verkeer. Vervolgens zochten zij contact met de gemeente en gaven zij toestemming om alle data van deze sensoren anoniem door te sturen naar het gemeentebestuur. Met die informatie besloot het gemeentebestuur sommige wijken autovrij te maken. Daardoor verminderde de geluidsoverlast en verbeterde de luchtkwaliteit.

Volgens John Stuart Mill komen mensen tot bloei in een democratie.

Vraag 10 2 punten

Geef het verband weer tussen Mills mensbeeld en zijn ontplooiingsliberalisme.

Leg vervolgens met dit verband uit dat Mill voorstander zou kunnen zijn van het initiatief in Barcelona.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Mill ontwikkelen mensen die vanuit zichzelf en vanuit eigen hartstochten en verlangens leven, zich tot vrije en zelfstandig denkende mensen.

Mill is voorstander van politieke betrokkenheid. Hij zou een voorstander kunnen zijn van het initiatief in Barcelona, omdat deze burgers kunnen leven en handelen vanuit hun eigen verlangens naar minder luchtvervuiling en geluidsoverlast. Ze bedenken samen creatieve oplossingen zoals het ophangen van sensoren, waardoor het sociale gevoel en algemeen welzijn toenemen. Ze ontwikkelen zich hierdoor tot autonome wezens.

In Barcelona bepalen burgers welke data het gemeentebestuur mag gebruiken en ook waarvoor die data worden gebruikt. Bewoners delen niet zomaar al hun data, ze delen bijvoorbeeld niet bij welke verzekeringsmaatschappij ze verzekerd zijn. De data van hun luchtkwaliteitsmeter delen ze alleen als ze weten dat het gemeentebestuur die data gebruikt om het algemeen belang te dienen.

Jean-Jacques Rousseau legt met de begrippen zelfliefde en eigenliefde uit dat mensen in de moderne samenleving hun natuurlijke vrijheid zijn verloren. Deze natuurlijke vrijheid kunnen zij herwinnen als burgers (citoyen) in Rousseaus ideale samenleving.

Vraag 11 3 punten

Leg met de begrippen zelfliefde en eigenliefde uit dat burgers in de moderne samenleving hun natuurlijke vrijheid zijn verloren.

Leg vervolgens uit dat burgers in Barcelona door het delen van data niet hun natuurlijke vrijheid herwinnen als citoyen.

Geef tot slot met het voorbeeld van Barcelona een argument tegen de opvatting dat burgers in een moderne samenleving hun natuurlijke vrijheid verliezen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

  • Volgens Rousseau zijn mensen in de moderne samenleving hun natuurlijke vrijheid verloren, omdat ze niet leven uit zelfliefde maar uit eigenliefde. Ze vergelijken zichzelf met anderen, waardoor ijdelheid hun eigen innerlijke stem overheerst. Alleen als je leeft vanuit je eigen innerlijke stem en dus je eigen wet volgt, ben je volgens Rousseau werkelijk vrij.
  • De bewoners van Barcelona delen hun data en bepalen waarvoor het gemeentebestuur die data mag gebruiken. Maar dat is niet te vergelijken met het gezamenlijk vaststellen van de algemene wil en zo direct deelnemen aan het wetgevende proces. Ze hebben misschien wel indirect invloed op wat het gemeentebestuur kan besluiten op basis van die data, maar ze herwinnen niet hun vrijheid door zichzelf de wet te stellen, zoals de citoyen in de directe democratie van Rousseau.
  • Burgers verliezen in moderne samenlevingen niet hun natuurlijke vrijheid zoals Rousseau beweert. Het voorbeeld van Barcelona laat goed zien dat juist in moderne samenlevingen burgers de mogelijkheid hebben om te leven vanuit wat ze zelf belangrijk vinden. Niet met de eis van directe democratie en het vaststellen van de algemene wil zoals Rousseau wil, maar wel door als burger zelf de regie te nemen over welke data je wel en niet deelt met het gemeentebestuur.

Estland heeft zijn democratie gedigitaliseerd om het vertrouwen van burgers in de overheid te vergroten. Het Estse parlement gaf gehoor aan de oproep van burgers om gezamenlijk na te denken over het bestrijden van de vele corruptie in de politiek. Alle burgers van Estland konden digitaal voorstellen doen om corruptie tegen te gaan. Politieke experts gaven voordelen en nadelen aan en berekenden de kosten van elk voorstel. Vervolgens discussieerden burgers om te bepalen welke voorstellen het meest geschikt waren om de corruptie te bestrijden waar zij zoveel last van hadden. Het Estse parlement heeft deze voorstellen vertaald naar wetswijzigingen en deze wetten uitgevoerd. Alle burgers hadden online toegang tot het hele proces van voorstellen doen, overleg en besluitvorming.

In het deliberatieve model van democratie heeft ‘legitimiteit van de wet’ een specifieke invulling.

Vraag 12 2 punten

Leg met het begrip legitimiteit uit dat de digitalisering van Estland een voorbeeld is van het deliberatieve model van democratie.

Beargumenteer vervolgens of het voorbeeld van het deliberatieve model van Estland volgens jou een goed antwoord is op de anarchistische uitdaging aan democratie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

De digitalisering van Estland is een voorbeeld van het deliberatieve model voor democratie, omdat burgers met elkaar voorstellen doen, daarover geïnformeerd discussiëren en de regering op basis daarvan een wetswijziging heeft uitgevoerd. Er is gezocht naar instemming van burgers en politici door alle burgers op wie de corruptie effect heeft te betrekken bij online voorstellen doen en overeenstemming vinden over wetswijzigingen. Daarmee is er sprake van legitimiteit van de wet die door het volk is gesteld en die geldt voor datzelfde volk.

Voorbeeld van een goed antwoord bij de beargumentatie:

Ik vind het deliberatieve model van Estland een goed antwoord op de anarchistische uitdaging aan democratie. Kern van die uitdaging is dat niet iedereen in een democratie vrij is, omdat standpunten die in de minderheid zijn het bij stemmingen altijd verliezen van die van de meerderheid. Je moet dus iets anders doen dan alleen maar stemmen. Door burgers zelf voorstellen te laten doen, die allemaal van achtergrondinformatie te voorzien en het debat erover voor iedereen toegankelijk te maken, voorkom je zo goed mogelijk dat de standpunten van minderheden ondergesneeuwd raken door die van de meerderheid en dus niet iedereen vrij is. Op die manier kunnen de burgers van Estland dus zichzelf regeren.

of

Ik vind het deliberatieve model van Estland geen goed antwoord op de anarchistische uitdaging. Door die digitalisering is er begrip van alle betrokkenen voor de genomen wetswijziging, dat is goed voor de harmonie in een samenleving, maar het betekent niet dat elke burger ook zijn eigen wet volgt en dus vrij is. Er zullen burgers zijn van wie de voorstellen niet zijn uitgevoerd. Dat ze begrijpen waarom dat is gebeurd, is niet hetzelfde als kunnen leven volgens je eigen wetten. Voor een werkelijk goed antwoord op de anarchistische uitdaging aan democratie moet de staat verdwijnen.

Volgens Robert Dahl komen mensen tot bloei in een democratie.

Vraag 13 2 punten

Geef een reden waarom mensen volgens Dahl tot bloei komen in een democratie.

Leg vervolgens met deze reden van Dahl uit dat de burgers van Estland door de digitalisering tot bloei komen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

  • Volgens Dahl kunnen alleen in een democratie mensen zelfstandiger en verantwoordelijker zijn, omdat ze kunnen handelen in hun eigen belang en de ruimte hebben om belangen van anderen in acht te nemen.
  • In Estland mogen alle burgers voorstellen doen en ze kunnen allemaal deelnemen aan het overleg. Iedereen kan digitaal meedoen en volgen wat er gebeurt. Mensen worden in Estland dus uitgenodigd om zelfstandig en verantwoordelijk te zijn. Hierdoor komen zij volgens Dahl tot bloei.

Volgens data-deskundige Francesca Bria is het voor elke democratie belangrijk dat burgers zelf de baas zijn over hun eigen digitale gegevens. Bria wijst erop dat in veel democratische landen burgers niet weten welke digitale gegevens door wie en met welke reden worden bekeken. De overheid weet bijvoorbeeld hoeveel je verdient, wat je geloofsovertuiging is, in welk land je bent geboren, of je je hebt laten vaccineren en hoeveel verkeersboetes en schulden je hebt. Maar burgers weten vaak niet waarvoor de overheid deze gegevens gebruikt. Dat de overheid met deze informatie jou als mogelijke fraudeur kan zien, kun je als burger niet te weten komen.

Volgens Bria moeten medewerkers van de overheid daarom open zijn over hoe met digitale gegevens van burgers wordt omgegaan. Deze openheid kan je opvatten als een plicht (Kant) en als een deugd (Aristoteles).

Vraag 14 2 punten

Geef een argument voor Bria’s opvatting dat medewerkers van de overheid open moeten zijn over hoe er wordt omgegaan met digitale gegevens van burgers:

  • vanuit de plicht (plichtethiek), en
  • vanuit de deugd (deugdethiek).
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

In de plichtethiek moet je een algemene wet kunnen maken van de regels van waaruit je handelt. Als je dus wilt dat burgers open zijn en allerlei gegevens delen met de overheid, dan geldt die openheid voor iedereen en dus ook voor medewerkers van de overheid. Je moet dus als burger kunnen zien welke van jouw digitale gegevens de overheid met welke reden waarvoor gebruikt, zodat je weet dat de overheid jou bijvoorbeeld als mogelijke fraudeur ziet.

In de deugdethiek handel je vanuit het juiste midden tussen twee uitersten. Openheid van medewerkers van de overheid kan bijvoorbeeld het midden zijn tussen onbezonnen openheid en geheimzinnigheid. Die medewerkers moeten niet indiscreet privégegevens delen van burgers, maar ook niet bewust relevante informatie achterhouden. Medewerkers van de overheid die deugdzaam handelen, geven dus inzage in wat er met de digitale gegevens van burgers gebeurt, ze laten zien dat ze burgers niet ongefundeerd bespioneren en brengen burgers niet in gevaar door te veel openheid te geven over burgerinformatie.

Als burgers niet weten wat de overheid met hun gegevens doet, kunnen burgers die overheid niet controleren. Bria vindt dat de overheid dan te veel macht krijgt. Zij vindt dat ondemocratisch.

Dahl benoemt tien voordelen waardoor democratie wenselijker is dan welk alternatief ook.

Vraag 15 2 punten

Geef met twee van Dahls voordelen van democratie een argumentatie dat burgers zelf moeten kunnen beslissen over hun data.

Bekijk het antwoord

Een goed antwoord bevat een argumentatie dat burgers zelf moeten kunnen beslissen over hun data met twee van de volgende voordelen:

  • Democratie helpt een regering van kwaadaardige autocraten te voorkomen.
  • Democratie garandeert burgers een aantal fundamentele rechten die niet-democratische systemen niet verlenen en niet kunnen verlenen.
  • Democratie verzekert burgers een grotere mate van persoonlijke vrijheid dan enig haalbaar alternatief.
  • Democratie helpt mensen hun fundamentele belangen te beschermen.
  • Alleen een democratische regering kan personen maximaal in staat stellen om de vrijheid tot zelfbeschikking uit te voeren en te leven onder wetten die ze zelf gekozen hebben.
  • Alleen een democratische regering kan personen maximaal in staat stellen om morele verantwoordelijkheid te nemen.
  • Democratie bevordert menselijke ontwikkeling volwaardiger dan enig haalbaar alternatief.
  • Alleen een democratische regering kan een relatief hoge mate van politieke gelijkheid bevorderen.
  • Moderne representatieve regeringen voeren geen oorlog met elkaar.
  • Landen met democratische regeringen zijn over het algemeen welvarender dan landen met niet-democratische regeringen.

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Dahl helpt democratie om een regering van wrede en kwaadaardige autocraten te voorkomen. Als je de baas bent over je eigen data, kan je als burger zien dat de overheid jouw gegevens gebruikt en waarvoor. Mocht de overheid kwaadaardige bedoelingen hebben met jouw gegevens, dan kunnen burgers dat makkelijker voorkomen als ze inzage hebben in wat de overheid met hun gegevens van plan is dan wanneer ze die inzage niet hebben. Een regering die niet laat zien welke data ze van burgers waarvoor gebruikt, geeft burgers die mogelijkheid niet, maar regeert eigenlijk over de hoofden van burgers heen en legt de wet op van bovenaf, zonder inzicht voor burgers. Dat is dus niet democratisch.

Volgens Dahl verzekert democratie burgers bovendien een grotere mate van persoonlijke vrijheid dan enig haalbaar alternatief. Als je als burger zelf bepaalt en weet wie wat met welke gegevens van jou doet – bijvoorbeeld of de overheid per se moet weten of jij je tegen corona of mazelen hebt laten vaccineren of niet – dan wordt jouw persoonlijke vrijheid gegarandeerd. Je mag immers zelf bepalen welke gegevens van jou door wie worden ingezien. Als een overheid jou die mogelijkheid niet geeft, dan is die overheid niet democratisch omdat je als burger dan niet de macht hebt over jezelf en jouw gegevens.

Volgens Bria moet de overheid van een goede digitale democratie zichzelf morele vragen stellen over privacy, veiligheid en openheid als zij digitale gegevens van burgers gebruikt.

Volgens Plato moet een regering bestaan uit politieke experts. Dahl is dit niet met hem eens. Volgens hem bestaat er geen wetenschap van het regeren.

Vraag 16 2 punten

Leg Dahls kritiek op Plato uit dat er geen wetenschap van het regeren bestaat.

Beargumenteer of jij het eens bent met Dahl of met Plato. Ga daarbij in op Bria’s opvatting dat de overheid morele vragen moet stellen over het gebruiken van data van burgers.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Plato kan alleen een regering van politieke experts een land besturen. Zij zijn koning-filosofen en hebben absolute morele kennis. Volgens Dahl verwart Plato met de Idee van het Goede en Rechtvaardige morele wetenschap met natuurwetenschap. Morele kennis is niet te bewijzen volgens Dahl, er bestaat dus geen wetenschap van het regeren zoals Plato beweert.

Ik ben het met Bria eens dat de overheid morele vragen moet stellen over privacy, veiligheid en openheid bij het gebruik van digitale data van burgers. Ik denk dat je daarvoor een filosoof of een ethicus in de regering nodig hebt die begrijpt wat er bij datagebruik door de overheid voor burgers op het spel staat en hoe die belangen het best kunnen worden gewaarborgd. In die zin ben ik het eens met Plato dat een regering moet bestaan uit politieke experts die verstandig en redelijk zijn om op basis van morele afwegingen de juiste beslissingen hierover te nemen.

of

Ik ben het eens met Dahl: wetenschap van het regeren bestaat niet omdat morele wetenschap niet te vergelijken is met natuurwetenschap. Er bestaat niet zoiets als een absoluut moreel idee, dus je kunt regeerders nooit toerusten met een moreel kompas waarin ze altijd moreel de juiste beslissingen nemen. Ik vind wel dat Bria gelijk heeft en dat een overheid morele vragen moet stellen over datagebruik en privacy van burgers. Maar dat kan prima in een democratische regering zonder wetenschap van het regeren. Als burger kan je gewoon stemmen op een partij die morele vragen stelt over de privacy, veiligheid en openheid van jouw data.

Straatpolitiek

In Nederland brengen veel jongeren tussen de 18 en 25 jaar geen stem uit tijdens verkiezingen. Uit onderzoek blijkt dat deze groep weinig vertrouwen heeft in de politiek. Ze vinden dat politici op een ontoegankelijke manier spreken en niet begrijpen wat er in de samenleving speelt.

Volgens John Stuart Mill is democratie een meer rationele staatsvorm dan een regering van experts. Hij geeft daarvoor twee argumenten.

Vraag 17 1 punt

Leg met een van deze twee argumenten uit dat het belangrijk is dat ook jongeren deelnemen aan politiek.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Het is goed als deze jongeren wel zouden deelnemen aan politiek, omdat de kwaliteit van beslissingen beter wordt wanneer er meer burgers betrokken zijn bij de politiek. Ze zeggen zelf dat politici vaak niet begrijpen wat er in de samenleving speelt. Door wel mee te doen, zal er meer informatie zijn en zal de kwaliteit van de beslissingen toenemen dan wanneer alleen experts deze beslissingen zouden maken.

Als je politieke betrokkenheid opvat als het gebruiken van je stemrecht, dan is de politieke betrokkenheid onder jongeren laag. Politiek filosoof Femke Kaulingfreks heeft kritiek op deze stelling. Volgens haar zijn jongeren vaak afgehaakt van de formele politiek van politici, maar maken ze zich wel druk over maatschappelijke thema’s.

tekst 3

Een jongere zei in een interview […]: ‘Politiek interesseert mij helemaal geen klap, boeit me niks, dat gaat niet over mij. Ik ben met hele andere dingen bezig.’ Hij bleek hiphopmuziek te maken, en toen hij wat van zijn teksten liet zien, bleken die allemaal over maatschappelijke thema’s te gaan: de wooncrisis, racisme, waarom [Nelson] Mandela een voorbeeld is… Maar die jongere zei: ‘Dit is toch geen politiek, dit is wat ik vind.’

bron: Femke Kaulingfreks, Beschouw jongeren als expert, 2023

Joseph Schumpeter vindt dat burgers zich niet te veel met politici moeten bemoeien. Volgens hem levert democratische participatie weinig op. Er zijn vier redenen waarom mensen niet zo rationeel zijn in politieke kwesties. Twee van deze redenen zijn groepsdruk en de rol van het onderbewuste.

Vraag 18 2 punten

Geef een van de andere twee redenen weer.

Beargumenteer vervolgens met deze reden of jij het eens bent met Schumpeters opvatting dat democratische participatie weinig oplevert. Gebruik daarbij tekst 3.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Schumpeter zorgt de grote afstand tot politieke besluiten ervoor dat politieke participatie weinig oplevert.

Ik ben het eens met Schumpeters opvatting dat democratische participatie weinig oplevert. De jongere in tekst 3 is misschien wel maatschappelijk betrokken, maar daarmee ben je nog niet rationeel als het om politiek gaat. In tekst 3 zie je juist goed de afstand die jongeren hebben tot de politiek. Hij lijkt bijvoorbeeld niet door te hebben dat onderwerpen als de wooncrisis of racisme met politiek te maken hebben. Democratische participatie heeft niet veel zin wanneer mensen niet eens precies weten waarover politiek gaat.

of

Ik ben het niet eens met Schumpeters opvatting dat democratische participatie weinig oplevert. De jongere in tekst 3 laat zien dat er veel minder afstand tot de politiek is dan vaak wordt gedacht. De wooncrisis en racisme spelen juist een rol in zijn dagelijks leven. Hij weet waar politiek over gaat, alleen misschien niet dat het ‘politiek’ heet. Ik denk dat mensen veel meer betrokken zijn dan Schumpeter denkt en dat democratische participatie door die betrokkenheid juist wel wat kan opleveren.

In onder andere Nederland en Frankrijk braken de afgelopen jaren verschillende rellen van kansarme jongeren uit. Door de straat op te gaan eisten deze jongeren aandacht op voor hun uitzichtloze situatie.

In haar boek Straatpolitiek beschrijft Kaulingfreks dit soort rellen als een alternatieve vorm van politieke betrokkenheid van jongeren. Ze noemt deze rellen ‘ontregelende politiek’:

tekst 4

Ontregelende politiek impliceert […] kritiek op de legitimiteit van de staat. Ontregelende politiek duidt niet op een verlangen naar wetteloosheid, maar eerder op een verlangen naar andere regels en wetten. Ontregelende politiek is niet gericht op het creëren van een staat van totale anarchie, maar wordt ingegeven door het verlangen naar een andere, meer inclusieve en rechtvaardige inrichting van de samenleving.

bron: Femke Kaulingfreks, Straatpolitiek, 2017

Robert Nozick heeft kritiek op de democratie. Hij sluit daarbij aan op de anarchistische uitdaging aan de democratie.

Vraag 19 2 punten

Geef een overeenkomst tussen Nozicks opvatting van democratie en Kaulingfreks’ opvatting van ontregelende politiek.

Geef vervolgens met tekst 4 een verschil tussen Nozicks opvatting van democratie en Kaulingfreks’ opvatting van ontregelende politiek.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Nozick bekritiseert de legitimiteit van de bestaande democratie door te stellen dat het een vorm van tirannie is. Ook ontregelende politiek heeft kritiek op de legitimiteit van de bestaande democratie.

In de tekst staat dat ontregelende politiek verlangt naar nieuwe regels en wetten, zodat een meer inclusieve en rechtvaardige samenleving kan ontstaan. De problemen met de legitimiteit van democratie kunnen dus verholpen worden. Vanuit Nozicks opvatting van democratie zijn juist die regels en wetten het probleem. Ook nieuwe wetten of regels vormen uiteindelijk een beperking voor het individu. Burgers volgen dan de wet van de staat en niet hun eigen wet.

Met ontregelende politiek dagen jongeren de autoriteiten uit, verstoren ze de openbare orde en overtreden ze soms de wet. Dit leidt tot oproepen om daar hard tegen op te treden.

Mill vindt volledige vrijheid van meningsuiting in het belang van democratie.

Vraag 20 1 punt

Leg met het verhaal van de graanhandelaar uit wanneer ontregelende politiek volgens Mill niet meer in het belang is van democratie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Volgens Mill is de vrijheid van meningsuiting in het belang van democratie. Daaronder vallen sommige vormen van ontregelende politiek. Met het verhaal van de graanhandelaar laat Mill tegelijkertijd wel een duidelijke grens zien. Als er een woedende menigte voor je staat, kun je niet zomaar alles zeggen. Radicale uitingen die onmiddellijk en vrijwel zeker tot geweld zullen leiden, moeten volgens hem wel verboden worden. Die zijn niet in het belang van de democratie, stelt Mill.

Hans Kelsen en George van den Bergh hebben verschillende opvattingen over hoe een democratie om moet gaan met antidemocratische bewegingen. Je kan hun argumenten toepassen op de ontregelende politiek van de kansarme jongeren die door rellen aandacht proberen op te eisen voor hun uitzichtloze situatie.

Vraag 21 1 punt

Geef met Kelsens relativistische wereldbeschouwing een argument voor het toelaten van deze ontregelende politiek binnen de democratie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Ontregelende politiek moet juist in een democratie toegelaten worden. De democratie veronderstelt volgens Kelsen een relativistische wereldbeschouwing. Inzicht in absolute waarheid is niet mogelijk voor mensen. Daarom moet elke opvatting een kans krijgen. Dat geldt ook voor de manier waarop de kansarme jongeren zichtbaarheid afdwingen. Het maakt niet uit of dat een minder gebruikelijke manier is binnen een democratie. Op het moment dat je nieuwe, kritische opvattingen niet toelaat, dan houdt een democratie op een democratie te zijn.

Vraag 22 1 punt

Leg met Van den Berghs opvatting over de grens van de vrijheid van overtuigingen uit wanneer ontregelende politiek niet toegelaten zou moeten worden binnen de democratie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Als blijkt dat de jongeren niet bereid zouden zijn tot gedachtewisseling en alleen maar willen rellen, dan zou je ontregelende politiek niet moeten toelaten binnen de democratie. Volgens Van den Bergh zit daar de grens in de vrijheid van overtuigingen. Je moet bereid zijn tot gedachtewisseling en het gesprek willen aangaan.

John Rawls onderzoekt hoe groepen die het niet eens zijn met bepaalde opvattingen binnen een democratie, toch kunnen instemmen met een democratische regering. Daarvoor maakt hij een onderscheid tussen overlappende consensus en een modus vivendi of manier van leven.

Vraag 23 3 punten

Leg uit dat ontregelende politiek geen modus vivendi is.

Leg vervolgens uit wat Rawls bedoelt met overlappende consensus.

Beargumenteer ten slotte of ontregelende politiek volgens jou past bij wat Rawls het feit van redelijk pluralisme noemt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Van een modus vivendi is sprake wanneer burgers het niet eens zijn met de wet, maar deze wel voorlopig en met tegenzin accepteren. Het is een manier van leven. De tegenstanders weten dat ze een minderheid zijn en dus bepaalde dingen moeten accepteren waar ze het eigenlijk mee oneens zijn. Hiervan is geen sprake bij ontregelende politiek. De bestaande wetten worden juist niet geaccepteerd en jongeren verzetten zich openlijk.

Rawls vindt een modus vivendi onwenselijk en pleit juist voor overlappende consensus. Daarbij stemmen alle burgers in met de wet op basis van eigen, vaak verschillende overtuigingen.

Ik vind dat ontregelende politiek past bij wat Rawls een feit van redelijk pluralisme noemt. Mensen erkennen hierbij dat redelijke mensen in vrije omstandigheden tot verschillende opvattingen kunnen komen over hoe ze moeten leven. Wat mij betreft gaat het bij verschillende opvattingen niet alleen om de inhoud, maar ook om hoe je die opvattingen uit. Voor de jongeren is ontregelende politiek de manier waarop zij hun opvattingen uiten. En die manier is vooral een kritiek op de staat en niet zozeer op andere burgers. Ik denk dat zij prima accepteren dat andere mensen weer andere opvattingen hebben.

of

Ik vind niet dat ontregelende politiek past bij wat Rawls een feit van redelijk pluralisme noemt. De jongeren willen erkenning voor hun eigen opvatting, maar door de manier waarop ze dat doen, lijken ze niet veel ruimte te geven aan de opvattingen van anderen. Die hebben namelijk last van de manier waarop ze aandacht opeisen. Bij het feit van redelijk pluralisme erkennen mensen dat redelijke mensen in vrije omstandigheden tot andere opvattingen kunnen komen over hoe ze moeten leven. Als je echt zou erkennen dat andere mensen andere opvattingen erop nahouden, zou je denk ik niet voor ontregelende politiek kiezen, maar op een andere manier proberen de discussie aan te gaan. Daarom past het volgens mij niet bij het feit van redelijk pluralisme.

Kaulingfreks stelt dat politici soms doen alsof ze naar kansarme jongeren luisteren, maar uiteindelijk vertellen ze jongeren vooral wat ze moeten doen. Ze pleit ervoor om jongeren als gelijkwaardige gesprekspartner te behandelen en meer oog te hebben voor machtsongelijkheid.

Het deliberatieve model van democratie biedt vier voordelen bij het organiseren van instemming. Volgens het deliberatieve model is het niet goed om alleen maar te stemmen.

Vraag 24 2 punten

Beargumenteer of jij het met Kaulingfreks eens bent dat jongeren in de politiek een gelijkwaardige gesprekspartner zouden moeten zijn. Gebruik in je argumentatie:

  • een van de drie nadelen van stemmen volgens het deliberatieve model, en
  • een van de vier voordelen van het deliberatieve model.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Ik ben het eens met Kaulingfreks’ standpunt dat jongeren een gelijkwaardige gesprekspartner in de politiek zouden moeten zijn. We moeten bij jongeren meer oog hebben voor machtsongelijkheid, zoals Kaulingfreks stelt. Kansarme jongeren hebben namelijk veel minder macht vergeleken met politici. Wanneer we blijven uitgaan van stemmen zal deze ongelijke positie van jongeren altijd geaccepteerd en versterkt worden.

Ik denk dat het deliberatieve model van democratie dit probleem kan oplossen. Volgens het deliberatieve model van democratie moet namelijk iedereen die geraakt wordt door een bepaalde beslissing instemming geven door het voeren van een gesprek. Bij stemmen wordt niet gekeken of jongeren geraakt worden door een beslissing, terwijl dit wel degelijk het geval is voor veel politieke besluiten die politici nemen. Door het gesprek aan te gaan, wordt in elk geval respectvol omgegaan met jongeren als medeburgers.

of

Ik ben het niet eens met Kaulingfreks’ standpunt dat jongeren een gelijkwaardige gesprekspartner in de politiek zouden moeten zijn. Op zich snap ik haar punt wel dat jongeren weinig macht hebben vergeleken met politici, maar jongeren kunnen wel kiezen welke politici hen vertegenwoordigen. Dan moeten ze alleen wel stemmen.

Ik denk niet dat het deliberatieve model van democratie dit probleem kan oplossen. Wanneer je jongeren wilt laten meepraten, denk ik dat er nog meer meningsverschillen ontstaan en overeenkomst in de toekomst juist minder groot is, in tegenstelling tot wat voorstanders van het deliberatieve model denken. Het is goed om te proberen jongeren te betrekken, maar je kan uiteindelijk niet iedereen laten meepraten over politiek. Dat is gewoon niet haalbaar.

Twee zwart-wit foto’s naast elkaar van het zombieprotest in Hamburg. Links staat een grote groep stilstaande mensen in grijze kleding. Rechts dansen en omhelzen mensen elkaar in een groep, in een wolk van stof of rook.

afbeelding: eu.usatoday.com/picture-gallery/news/2017/07/05/zombies-protest-ahead-of-the-g20-summit/103450550/

Kaulingfreks is hoopvol over de manier waarop de straten van een stad een alternatief politiek toneel kunnen vormen. Ze geeft als voorbeeld het ‘zombieprotest’ in Hamburg. Terwijl de politieke leiders van de twintig grootste economieën in de wereld vergaderden, liepen duizenden mensen verkleed als zombie door de straten. Met hun grijze vermomming wilden de betogers duidelijk maken dat mensen in de tegenwoordige samenleving als zombies langs elkaar heen leven. Het protest eindigde hoopvol. Een voor een verwijderden de betogers elkaars grijze kleding en kwam een bont palet aan verschillende kleuren tevoorschijn. De sombere zombies veranderden in uitbundige mensen, die samen door de straten dansten.

Volgens Kaulingfreks kunnen mensen bij een dergelijk protest elkaar wakker schudden en zich uitspreken voor een kleurrijke en diverse gemeenschap waarin gewerkt kan worden aan nieuwe politieke verhoudingen.

Michael Sandel heeft een communitaristische kijk op de gemeenschap en politieke verhoudingen. Hij bekritiseert het liberalisme.

Vraag 25 2 punten

Leg Sandels kritiek op het liberalisme uit, met:

  • zijn opvatting dat neutraliteit onwenselijk is, en
  • het voorbeeld van het zombieprotest.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een goed antwoord:

Als communitarist geeft Sandel kritiek op het liberalisme, waarbij de focus veel meer op het individu ligt dan op de gemeenschap. Conflicten kunnen daardoor uit de publieke sfeer gehaald worden en overgelaten worden aan de keuze van individuen. Dit idee van neutraliteit ondermijnt volgens hem de burgerzin en solidariteit in een gemeenschap. We moeten juist uitleggen wat we belangrijk vinden.

Deze kritiek is ook te zien bij het zombieprotest, waar de betogers laten zien dat je in de tegenwoordige samenleving wel een eentonige massa kan vormen, maar dat je dan als zombies langs elkaar heen leeft. We moeten juist met elkaar in gesprek blijven, onze verschillen omarmen en de verbinding blijven zoeken.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2025, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens filosofie havo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen filosofie havo 2025, tijdvak 2 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (19), ethiek (3) en kennisleer (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.