Eindexamen filosofie havo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: tekst 1, bron: Charles den Tex, Cel, 2008, naar: Charles den Tex, Cel, 2008, Opgave 2 Alter ego, naar: ladygaga.wikia.com - 2011, naar: The Washington Post, 2015, bron: nl.wikihow.com - Beroemd worden op Facebook, bron: The Washington Post, 2015.
Het centraal examen filosofie havo 2019, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (10), politieke filosofie (6) en kennisleer (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Mens en techniek | 1, 3, 6-11, 14, 24 | 10 |
| Politieke filosofie | 4, 18, 20-23 | 6 |
| Kennisleer | 2, 12, 15, 17 | 4 |
| Ethiek | 5, 13, 16, 19 | 4 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (42% van de vragen, gemiddeld 22%) en kennisleer (17% van de vragen, gemiddeld 8%). Minder over politieke filosofie (25% van de vragen, gemiddeld 54%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
tekst 1
Ik reageerde instinctief. Beelden zetten zich onmiddellijk om in handelingen. Ik zag en deed. Mijn handen en voeten namen eigen beslissingen. Mijn hart pompte, mijn longen zogen en bliezen, harder dan ik kon bijhouden. Mijn lichaam redde zichzelf, ik draaide weg van de schuivende en tollende auto voor me, ergens heen.
bron: Charles den Tex, Cel, 2008
Volgens Maurice Merleau-Ponty hébben we niet alleen een lichaam, maar zíjn we ook ons lichaam.
Vraag 1 2 punten
Leg met tekst 1 uit dat Michael volgens Merleau-Ponty:
- een lichaam heeft, en
- een lichaam is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met tekst 1 dat Michael volgens Merleau-Ponty een lichaam heeft: hij is zich bewust van de reactie van zijn lichaam (lichaam-als- object) (1) • een uitleg met tekst 1 dat Michael volgens Merleau-Ponty een lichaam is: zijn ik is zijn lichaam dat betrokken is op de wereld (lichaam-als- subject) (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Michael beschrijft in tekst 1 dat zijn hart pompte en zijn longen zogen en bliezen. Zijn aandacht verschuift volledig naar de reacties van zijn lichaam, waardoor zijn lichaam als object van zijn ervaring verschijnt: Merleau-Ponty noemt dit een lichaam hebben (1) • Maar Michael schrijft in tekst 1 ook dat hij zag en deed. Zijn ‘zichzelf reddende lichaam’ valt samen met zijn ‘ik’, dat wegdraait van de tollende auto voor hem. In deze situatie bepaalt zijn lichaam dus Michaels ervaring en handeling. Hierbij gaat het om de ervaring van zijn lichaam als subject. In dat opzicht ís Michael volgens Merleau- Ponty zijn lichaam (1) (2)
bron: Charles den Tex, Cel, 2008
In de introspectietheorie van René Descartes spelen twee kenmerken een rol bij zelfkennis. Neocartesianen hebben kritiek op Descartes’ theorie.
Vraag 2 3 punten
Geef beide kenmerken van de introspectietheorie van Descartes weer. Leg vervolgens met een van deze kenmerken uit dat Michael in tekst 2:
- eerst uitgaat van de introspectietheorie van Descartes en
- vervolgens van de neocartesiaanse opvatting over de introspectietheorie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de twee kenmerken van de introspectietheorie van Descartes: alwetendheid en onfeilbaarheid (1) • een uitleg dat Michael in tekst 2 eerst uitgaat van de introspectietheorie van Descartes: hij denkt alwetend/onfeilbaar te zijn over de vraag wie hij is, een gewone man die geen mensen doodrijdt (1) • een uitleg dat Michael in tekst 2 vervolgens uitgaat van de neocartesiaanse opvatting over de introspectietheorie: hij is misschien wel feilbaar/niet alwetend over de vraag wie hij is, hij twijfelt aan zichzelf (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De twee kenmerken van de introspectietheorie zijn alwetendheid en onfeilbaarheid (1) • Volgens de introspectietheorie van Descartes is het onmogelijk om je te vergissen in je eigen mentale toestanden en is het ook onmogelijk om bepaalde gedachten of gevoelens wel te hebben, maar je daar niet bewust van te zijn. Michael gaat er in tekst 2 eerst vanuit dat hij inderdaad onfeilbaar of alwetend is: hij weet wie hij is, namelijk een gewone man die geen mensen doodrijdt in een BMW (1) • Volgens neocartesianen is echter niemand onfeilbaar of alwetend wat betreft zijn eigen mentale toestanden. Michael gaat in tekst 2 aan zichzelf twijfelen door de afzondering en ondervraging. Misschien is hij wel feilbaar of niet alwetend en heeft hij wel degelijk in een bronskleurige BMW iemand doodgereden, maar deed hij dat in een vlaag van verstandsverbijstering of is hij dat vergeten (1) (3)
Michael ontdekt dat zijn identiteit in de vorm van zijn creditcard, bankpas en burgerservicenummer is gestolen. Iemand heeft op zijn naam de bronskleurige BMW gekocht en daarmee het misdrijf gepleegd. Maar de politie gelooft dit niet. Stel dat de politie een leugendetector gebruikt om erachter te komen of Michael het misdrijf heeft gepleegd. Michael spreekt de waarheid en toch geeft de leugendetector om de een of andere reden aan dat hij liegt. De leugendetector geeft dus een verkeerde uitslag en de politie gelooft de leugendetector. Doordat de politie hem niet gelooft, voelt Michael zich beroofd van zijn ware zelf. Of het zelf echt bestaat, betekent in een manifest wereldbeeld iets anders dan in een wetenschappelijk wereldbeeld. Volgens breinreductionisten bestaat het zelf niet.
Vraag 3 3 punten
Leg uit dat het zelf volgens de breinreductionisten niet bestaat. Beargumenteer vervolgens of jij het eens bent met deze opvatting van het breinreductionisme, met:
- het onderscheid tussen een manifest en een wetenschappelijk wereldbeeld en
- de foute uitslag van de leugendetectortest.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik ben het er niet mee eens dat het zelf niet echt bestaat, zoals de breinreductionisten vinden. Ik vind dat ‘echt bestaan’ niet alleen voorkomt in een wetenschappelijk wereldbeeld, maar ook in een manifest wereldbeeld. Aan een wetenschappelijk wereldbeeld, waar de breinreductionisten van uitgaan, heb je niks als het gaat om het bestaan van het ‘zelf’. Dit wereldbeeld vat ‘echt bestaan’ op als waarneembare zaken en natuurwetten. Maar als we het over onszelf hebben, dan hebben we het juist over onze ervaringen en gevoelens in ons alledaagse leven, over het manifeste wereldbeeld dus. En in dat manifeste wereldbeeld bestaat ons zelf echt. Dat zo’n leugendetector een foute uitslag kan geven ondersteunt deze opvatting. Kennelijk meet die test een of andere verandering in Michaels lichaam, maar in dit geval betekent die verandering niet dat Michael liegt. Er wordt klakkeloos van het wetenschappelijke wereldbeeld uitgegaan en het manifeste wereldbeeld wordt onterecht genegeerd (2p)
Gaandeweg de roman worden de gevolgen van Michaels gestolen identiteit steeds dramatischer. Iemand pleegt onder zijn naam nog een misdrijf en koopt een huis met een hypotheekschuld van ruim drie miljoen. Michael krijgt hulp van een beveiliger die dag en nacht bij hem is. Zo heeft hij een alibi voor eventuele toekomstige misdrijven die met zijn gestolen identiteit worden gepleegd. Bovendien blokkeert Michael zijn rekeningen; van zijn advocaat mag Michael zelf helemaal geen uitgaven meer doen. Daarop doet Michael de volgende uitspraak: “Dat was het. Ik mocht niets meer. Als ik een hamburger wilde moest ik het vragen.” Michael gaat vanaf dat moment niet meer over zijn eigen leven. Hij is zijn vrijheid kwijt.
Vraag 4 1 punt
Leg met Michaels uitspraak uit welke vrijheid hij heeft verloren, zijn negatieve vrijheid of zijn positieve vrijheid.
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een uitleg dat Michael zijn positieve vrijheid is verloren, kan geen scorepunt worden toegekend.
De manier waarop Michael zijn leven gaat leiden, verandert door de gestolen identiteit steeds ingrijpender. Hij kan zelfs niet meer werken. Dat valt hem zwaar, want zijn werk als communicatieadviseur betekent veel voor hem. Christine Korsgaard introduceert het begrip ‘praktische identiteit’. Mensen hebben verschillende praktische identiteiten.
Vraag 5 2 punten
Leg met Korsgaards begrip ‘praktische identiteit’ uit:
- dat Michael een van zijn praktische identiteiten verliest en
- dat Korsgaard de waarde van authenticiteit benadrukt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Michael een van zijn praktische identiteiten verliest: hij kan niet meer handelen vanuit een beschrijving van zichzelf waaruit blijkt wat hij waardevol vindt (zijn beroep) (1) • een uitleg dat Korsgaard de waarde van authenticiteit benadrukt: praktische identiteiten zijn contingent, het gaat eerder om het vermogen onszelf af te vragen wie we willen zijn / ons kritisch tot onszelf te verhouden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Met het begrip ‘praktische identiteit’ bedoelt Korsgaard een beschrijving van jezelf waaruit blijkt wat je waardevol vindt en van waaruit je handelt. Michaels beroep van communicatieadviseur is belangrijk voor hem, maar door de gestolen identiteit kan hij niet meer handelen vanuit het belang dat dit beroep voor hem heeft. Hij verliest dus (tijdelijk) deze praktische identiteit (1) • Praktische identiteiten kunnen veranderen. Zo kun je van beroep willen veranderen of van geloof, omdat wat jij belangrijk vindt verandert. Volgens Korsgaard is het dan ook niet belangrijk welke specifieke praktische identiteit je hebt en benadrukt ze eerder de waarde van je authenticiteit. Volgens haar gaat het erom dat alle mensen zich de vraag kunnen stellen wie ze willen zijn en vanuit welke redenen zij willen handelen. De waarde van authenticiteit gaat er dus niet zozeer om wát je praktische identiteit is, maar dat je het vermogen hebt om je af te vragen welke praktische identiteit je kiest (1) (2)
naar: Charles den Tex, Cel, 2008
Deze hacker stelt persoonlijke identiteit gelijk aan online-identiteit. Wat iemand op internet koopt, welke sites hij bezoekt en dus welke interesses hij heeft, welke sociale media hij gebruikt: deze informatie vormt een set gegevens die iemands persoonlijke identiteit voor het grootste gedeelte kenmerken. Om te bepalen wat iemands persoonlijke identiteit is, kan een onderscheid worden gemaakt tussen kwalitatieve identiteit en numerieke identiteit.
Vraag 6 2 punten
Geef dit onderscheid weer. Beargumenteer vervolgens met dit onderscheid of de virtuele kloon uit tekst 3 dezelfde is als Michael.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het onderscheid tussen numerieke en kwalitatieve identiteit: numerieke identiteit gaat over hoe we door de tijd heen dezelfde blijven ondanks veranderingen, terwijl kwalitatieve identiteit gaat over het hebben van dezelfde eigenschappen (1) • een argumentatie met het onderscheid tussen kwalitatieve en numerieke identiteit of de virtuele kloon uit tekst 3 dezelfde is als Michael (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Numerieke identiteit gaat over hoe we door de tijd heen dezelfde blijven ondanks veranderingen. Bij kwalitatieve identiteit gaat het over eigenschappen die hetzelfde zijn (1) • Ik vind dat de virtuele kloon die de hacker bedoelt dezelfde is als Michael zelf. Niet in numerieke zin, want die kloon is natuurlijk niet wie Michael oorspronkelijk was. Maar ik ben ook niet meer de baby die ik vroeger was, terwijl sommige eigenschappen van mij nu wel overeenkomen met die van mijn jongere zelf of met mijn virtuele identiteit op internet. De hacker in tekst 3 zegt dat onze identiteit voor het overgrote deel een set kopieerbare gegevens is. De digitaal gekopieerde set gegevens komt dus overeen met eigenschappen van of informatie over Michael zelf. In die zin is de virtuele kloon van Michael voor het grootste gedeelte kwalitatief identiek met Michael zelf (1) of • Ik vind dat de virtuele kloon die de hacker bedoelt niet dezelfde is als Michael zelf. Je zou kunnen zeggen dat bepaalde eigenschappen van Michael en de gekopieerde set gegevens van de virtuele kloon kwalitatief identiek zijn, maar die gekopieerde set gegevens zegt niks over wie Michael oorspronkelijk was. Een gekopieerde set gegevens kan per definitie niet dezelfde zijn in tijd en plaats als Michael, van wie de set gegevens wordt gekopieerd. In numerieke zin is de virtuele kloon uit tekst 3 dus niet dezelfde als Michael (1) (2)
De roman ‘Cel’ roept niet alleen vragen op over persoonlijke identiteit, maar ook over internet. Kan een online gestolen identiteit een bedreiging vormen voor onze persoonlijke identiteit in het offline leven? Het antwoord op die vraag hangt af van je houding ten aanzien van techniek. In dit geval kan een onderscheid worden gemaakt tussen internet als instrument en internet als iets dat constitutief is voor wie wij zijn.
Vraag 7 2 punten
Leg het onderscheid uit tussen internet als instrument en internet als iets dat constitutief is voor wie wij zijn. Beargumenteer vervolgens met dit onderscheid of een online gestolen identiteit volgens jou een bedreiging vormt voor persoonlijke identiteit in het offline leven.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het onderscheid tussen internet als instrument en internet als iets dat constitutief is voor wie wij zijn: internet als hulpmiddel versus internet als intrinsiek onderdeel van wie we zijn (1) • een argumentatie met dit onderscheid of het gegeven van een online gestolen identiteit een bedreiging vormt voor persoonlijke identiteit in het offline leven (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Als je internet opvat als instrument, dan ga je ervan uit dat het een hulpmiddel is om bepaalde doelen te bereiken, bijvoorbeeld het verzamelen van informatie, een communicatiemiddel of om anderen te bestelen. Als je internet opvat als iets dat constitutief is voor wie wij zijn dan ga je ervan uit dat internet intrinsiek verbonden is met onze persoonlijke identiteit, bijvoorbeeld omdat internet een onderdeel is van bepaalde cognitieve processen zoals ons geheugen (1) • Ik vind een online gestolen identiteit op zich geen bedreiging vormen voor je eigen identiteit in het offline leven. Ik zie techniek en dus ook internet als een hulpmiddel met een instrumentele waarde voor de mens om bijvoorbeeld aanzien en geluk te vergaren. Natuurlijk kan de instrumentele waarde van internet zich ook tegen ons keren. Dat geldt voor alle hulpmiddelen: met een pen kunnen we handige boodschappenlijstjes maken, maar ook beledigende teksten schrijven. Hoewel we internet veel gebruiken zie ik niet hoe het een constitutieve waarde heeft voor onze persoonlijke identiteit in het offline leven. Mijn identiteit verandert niet door internet, en Michaels identiteit uiteindelijk ook niet. Hij heeft er last van en voelt zich beperkt en onbegrepen, maar dat is nog geen identiteitsverandering. Zijn persoonlijke identiteit is niet afhankelijk van internet (1) of • Ik vind een online gestolen identiteit een bedreiging voor persoonlijke identiteit in het echte leven. Het verhaal in ‘Cel’ laat duidelijk zien dat Michael alles kwijtraakt, tot zijn autonomie (2)
Opgave 2 Alter ego
Alter ego betekent ‘ander ik’. Met een alter ego neemt iemand tijdelijk een andere identiteit aan. Superman, Batman en de superster Lady Gaga zijn voorbeelden van alter ego’s. In de afbeelding hiernaast zie je de verandering van journalist Clark Kent in Superman, die met zijn superkracht mensen redt. Fans discussiëren al jaren over de kwestie of Superman het alter ego is van Clark of andersom. Het verhaal verandert als het vanuit de een of vanuit de ander wordt verteld. Voor stuntelaar Clark is het fijn om af en toe ook de stoere, zelfverzekerde Superman te zijn. Voor Superman is het nodig om zich als onopvallende journalist onder de mensen te kunnen begeven. Deze verhouding tussen Clark en Superman is ook voor filosofen interessant als het gaat om persoonlijke identiteit. Marya Schechtman spreekt in dit verband over de karakteriseringsvraag.
Vraag 8 1 punt
Leg met de verhouding tussen Clark en Superman uit wat Schechtman bedoelt met de karakteriseringsvraag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg van Schechtmans karakteriseringsvraag met het voorbeeld van de verhouding tussen Clark en Superman: het antwoord op de vraag naar de karakteriserende kenmerken/het zelfnarratief is anders als het verhaal vanuit Superman of vanuit Clark wordt verteld. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Schechtman is de karakteriseringsvraag de vraag naar de set kenmerken die een persoon maken tot wie hij of zij is. In het geval van Superman verandert die identiteit als het verhaal vanuit het karakter van Superman of juist vanuit dat van Clark verteld wordt. Is die identiteit vooral Superman, of vooral Clark? (1)
Derek Parfit heeft een psychologisch criterium voor persoonlijke identiteit.
Vraag 9 1 punt
Geef aan wat dit criterium inhoudt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een weergave van Parfits criterium voor persoonlijke identiteit: als er door de tijd overlappende ketens van sterke psychologische verbondenheid zijn, kunnen we spreken van identiteit. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Parfit kun je van identiteit spreken als er sprake is van een vorm van psychologische continuïteit. Dat kan door bijvoorbeeld herinneringen of passies, karaktereigenschappen, overtuigingen, verlangens en intenties. (1)
Vraag 10 1 punt
Leg met de verhouding tussen Clark en Superman uit dat de vraag naar persoonlijke identiteit volgens Parfit een lege vraag kan zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met de verhouding tussen Clark en Superman dat de vraag naar persoonlijke identiteit volgens Parfit een lege vraag kan zijn, omdat er geen onderliggende identiteit is waarover we zo’n vraag zinvol kunnen beantwoorden. voorbeeld van een goed antwoord: Fans discussiëren al jaren over de kwestie of Superman het alter ego is van Clark of andersom. Maar wat nu de ware identiteit van Clark/Superman is, is volgens Parfit een lege vraag omdat er geen onderliggende persoonlijke identiteit bestaat op basis waarvan die vraag kan worden beantwoord. We kunnen alleen zeggen dat hij soms Clark en soms Superman is en wellicht soms tijdens een transformatie – zoals in het plaatje – een beetje van allebei. Maar wie hij ‘werkelijk’ is, wie nu eigenlijk het alter ego van wie is, die vraag kan niet worden beantwoord. (1)
Lois Lane, een collega van Clark, wordt verliefd op Superman. Clark baalt ervan dat Lois verliefd wordt op Superman, maar hém niet ziet staan. Hij wil door Lois gewaardeerd worden om wie hij is, maar hij wil de identiteit van Superman ook niet onthullen. Clark wordt daarom jaloers op zijn alter ego, maar schaamt zich voor zijn jaloezie. Clark wordt verscheurd door zijn gevoelens. Uiteindelijk kiest hij ervoor om het algemeen belang van de heldendaden van Superman boven zijn privégevoelens te plaatsen. Volgens Charles Taylor zou de door gevoelens verscheurde Clark op een moderne manier authentiek zijn. Het moderne ideaal van authenticiteit is volgens Taylor beïnvloed door zowel Rousseau als Herder.
Vraag 11 4 punten
Geef deze twee invloeden weer. Leg vervolgens uit dat deze twee invloeden herkenbaar zijn in het voorbeeld van Clark en Superman.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een uitleg dat de invloed van Rousseau en de invloed van Herder herkenbaar is in het voorbeeld van Clark en Superman kan ook een scorepunt worden toegekend als daarin Rousseaus opvatting over ‘het herstellen van het authentieke morele contact met onszelf’ en Herders idee van ‘trouw zijn aan jezelf’ juist wordt toegepast.
Batman is het alter ego van Bruce Wayne. Bruce kiest om twee redenen voor een alter ego. De eerste reden is praktisch: hij wil niet dat het publiek weet dat Bruce en Batman dezelfde zijn. De tweede reden heeft te maken met de zelfkennis dat hij als Bruce niet sterk genoeg is om een tragische gebeurtenis uit het verleden te verwerken. Hij was als jongetje namelijk getuige van de moord op zijn ouders. Hierdoor ontwikkelde hij het impliciete oordeel dat alle mensen slecht zijn. Deze wraakgevoelens zaten hem als Bruce enorm in de weg. Door het alter ego van Batman de misdaadbestrijder in het leven te roepen, leerde hij zijn lichaam en zijn gevoelens te beheersen. Op die manier leerde Bruce omgaan met zijn verdriet. Bruce blijkt in staat tot zelfregulatie. Het idee van zelfregulatie heeft elementen van de deliberatietheorie.
Vraag 12 2 punten
Leg uit dat impliciete oordelen een bedreiging vormen voor de deliberatietheorie. Leg vervolgens met de deliberatietheorie uit dat het alter ego van Bruce een voorbeeld is van zelfregulatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat impliciete oordelen een bedreiging vormen voor de deliberatietheorie: als onbewuste voorkeuren je denkproces sturen, kan je niet op je rationele oordeel vertrouwen (1) • een uitleg met de deliberatietheorie dat het alter ego van Bruce een voorbeeld is van zelfregulatie: met het alter ego Batman schermt Bruce zijn oordeelsvermogen af van zijn wraakgevoelens en kan hij weer op zijn oordeel vertrouwen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Als je van jezelf snapt dat je niet helemaal rationeel over sommige dingen kunt nadenken omdat je bepaald wordt door je onderbewustzijn en je impliciete oordelen, dan kun je niet zomaar op je oordeel vertrouwen. Want misschien is het niet je redelijke denkvermogen, maar onderbewuste woede of frustratie die aan de touwtjes trekt (1) • Bruce weet dat hij beschadigd is door zijn jeugdtrauma en dat hij wraakgevoelens heeft. Om tegemoet te komen aan zijn verlangen naar rechtvaardigheid, en om ervoor te zorgen dat hij geen wraakzuchtige bruut wordt, is het alter ego Batman een manier om zichzelf te reguleren. Hij kan daarmee weer vertrouwen op zijn oordeelsvermogen, omdat Bruce als Batman zijn impliciete oordelen of wraakgevoelens mentaal wel de baas is, want Batman heeft nu eenmaal strakke leefregels waaraan hij zich kan vasthouden (1) (2)
naar: ladygaga.wikia.com - 2011
Germanotta beschrijft dat ze als Lady Gaga soms gevoelens onderdrukt. Volgens Nomy Arpaly is het onderdrukken van gevoelens niet altijd een vorm van zelfvervreemding.
Vraag 13 2 punten
Geef met tekst 4 een argument voor de stelling dat Germanotta met het onderdrukken van haar gevoelens:
- in de praktijk wel van zichzelf vervreemdt, maar
- volgens Arpaly niet noodzakelijk van zichzelf vervreemdt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argument met tekst 4 voor de stelling dat Germanotta met het onderdrukken van haar gevoelens: • in de praktijk wel van zichzelf vervreemdt: als ze als Jo meer zichzelf is, dan kan ze als Lady Gaga dus niet helemaal zichzelf zijn (1) • volgens Arpaly niet noodzakelijk van zichzelf vervreemdt: Germanotta’s gevoelens laten niet noodzakelijk zien wie zij werkelijk is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Je kunt beargumenteren dat Germanotta als Lady Gaga niet helemaal zichzelf is, omdat zij haar gevoelens onderdrukt. Dat lijkt ook te passen bij Germanotta’s uitspraak dat ze als Jo “meer dan ooit” zichzelf was omdat ze zich als Jo meer dan als Lady Gaga over haar vrouwelijke gevoelens durft te uiten. Dat houdt in dat haar alter ego een beetje in haar rol gevangen wordt gehouden. Dat is zelfvervreemding (1) • Volgens Arpaly laten onderdrukte gevoelens niet altijd zien wie je werkelijk bent. Je zou Jo kunnen vergelijken met een tijdelijke dronkenschap. Germanotta kiest ervoor om als Jo er van alles uit te flappen wat ze als Lady Gaga nooit zou doen, maar dat betekent volgens Arpaly nog niet noodzakelijk dat dit ongeremde, gearticuleerde zelf dan het ware zelf van Germanotta is, ook al zegt ze dit zelf wel (1) (2)
Na afloop van de show waarin ze als Jo Calderone optrad, deed Germanotta de volgende uitspraak: “Ik wil aantonen dat iedereen bestaat uit meerdere persoonlijkheden, die apart van elkaar bestaan.” Paul Ricoeur maakt bij de vraag naar persoonlijke identiteit een onderscheid tussen ipse-identiteit en idem-identiteit.
Vraag 14 2 punten
Leg met tekst 4 en de uitspraak van Germanotta uit dat er bij de alter ego’s Lady Gaga en Jo Calderone:
- geen sprake is van idem-identiteit, maar
- wel sprake kan zijn van ipse-identiteit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met tekst 4 en de uitspraak van Germanotta dat er tussen Lady Gaga en Jo geen idem-identiteit bestaat: de eigenschappen van hun identiteiten zijn anders en ze bestaan apart van elkaar (1) • een uitleg met tekst 4 en de uitspraak van Germanotta dat er tussen Lady Gaga en Jo wel ipse-identiteit kan bestaan: de persoonlijkheden Lady Gaga en Jo (en Germanotta) verhouden zich onderling tot elkaar bij de vraag over wie ze zijn (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Idem-identiteit gaat over de continuïteit van wat hetzelfde blijft door de tijd heen. Maar omdat Jo Calderone en Lady Gaga helemaal apart van elkaar bestaan, zoals Germanotta zegt, en door de tijd heen helemaal niet hetzelfde blijven, en ze verschillende karaktereigenschappen hebben, kunnen ze ook niet idem-identiek zijn (1) • Ipse-identiteit gaat over wie er door de tijd heen op welke manier bestaat, over het zelf dat zich door de tijd heen verhoudt tot zichzelf. Germanotta, Jo Calderone en Lada Gaga zijn wie ze zijn door soms Germanotta, soms Jo Calderone én soms Lady Gaga te zijn. Deze identiteit bestaat immers uit de verhouding tussen meerdere persoonlijkheden, zoals Germanotta zegt, die iemand maken wie hij is. Jo Calderone’s identiteit is daarbij medebepaald door die van Lady Gaga en wat Germanotta daarvan vindt, en dat geldt zo voor elke persoonlijkheid in dit voorbeeld. Dat is ipse-identiteit (1) (2)
Persoonlijke identiteit kun je op een metafysische, epistemologische en ethische manier benaderen. Vanuit elke benadering kun je een vraag stellen over de alter ego’s van Germanotta. Vanuit de metafysische benadering zou je bijvoorbeeld de vraag kunnen stellen: “Bestaan Jo Calderone en Lady Gaga als aparte identiteiten?”. Je vraagt dan immers naar het bestaan van de alter ego’s.
Vraag 15 1 punt
Geef een voorbeeld van zo’n vraag over Germanotta’s alter ego’s vanuit de epistemologische benadering en geef daarbij aan wat de vraag epistemologisch maakt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een voorbeeld van een vraag over de alter ego’s van Germannotta vanuit een epistemologische benadering: een vraag over de zelfkennis van de alter ego’s. voorbeeld van een goed antwoord: “Wat betekent het voor mij om een vrouw te zijn wanneer ik vanwege mijn alter ego ook ervaar hoe het is om als man behandeld te worden?” is een epistemologische vraag, omdat de vraag gaat over kennis, in dit geval van mijn interne belevingswereld. (1)
Vraag 16 1 punt
Geef een voorbeeld van zo’n vraag over Germanotta’s alter ego’s vanuit de ethische benadering en geef daarbij aan wat de vraag ethisch maakt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een voorbeeld van een vraag over de alter ego’s van Germannotta vanuit een ethische benadering: een vraag over (de relatie tussen) de morele verantwoordelijkheden van de alter ego’s. voorbeeld van een goed antwoord: “Ben ik als Lady Gaga ook verantwoordelijk voor de uitspraken die Jo Calderone over mijn liefdesleven heeft gedaan?” is een ethische vraag omdat die gaat over morele verantwoordelijkheid. (1)
naar: The Washington Post, 2015
Volgens de interpretatietheorie is er geen fundamenteel verschil tussen zelfkennis en kennis van anderen.
Vraag 17 2 punten
Leg met tekst 5 uit welk probleem er bij de interpretatietheorie is met de kennis die je van anderen hebt. Beargumenteer vervolgens of dit probleem ook geldt voor zelfkennis.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat bij de interpretatietheorie het probleem met kennis van anderen is dat je conclusies over een docent, zoals in tekst 5, gebaseerd kunnen zijn op vooroordelen (1) • een argumentatie of zelfkennis op basis van interpretatie even kwetsbaar is voor verkeerd getrokken conclusies als de kennis van anderen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Tekst 5 laat zien dat onze kennis van een ander gekleurd kan zijn door onze eigen vooroordelen. De rating die met RMP wordt gegeven, komt voort uit het bevooroordeelde beeld dat de student heeft. Als je ervan uitgaat dat kennis van anderen altijd een interpretatie is, dan kan je gemakkelijk foute conclusies trekken. Op RMP is de kennis van de geratete docenten niet betrouwbaar (1) • Volgens de interpretatietheorie is er geen fundamenteel verschil tussen kennis van onszelf en kennis van anderen. We hebben geen speciale directe toegang tot onszelf. Misschien denk ik wel dat ik een briljante student ben, maar is dit oordeel in werkelijkheid ook gebaseerd op zelf- selectie. Je kunt bij het interpreteren van jezelf net zulke vergissingen maken als bij het interpreteren van anderen (1) of • Dat er geen fundamenteel verschil is tussen zelfkennis en kennis van anderen, omdat beide op interpretatie berusten, betekent nog niet dat je bij beide even makkelijk tot verkeerde en onbetrouwbare conclusies komt. De kritiek op RMP zegt vooral dat alleen mensen met een sterke mening een rating geven. Dat roept natuurlijk een bepaald soort reacties op bij gebruikers. Bovendien heb je bij jezelf toegang tot meer en andere informatie dan alleen je uiterlijk en gedrag in de klas en daardoor ontstaat een veel genuanceerdere interpretatie van jezelf (1) (2)
bron: nl.wikihow.com - Beroemd worden op Facebook
Volgens Axel Honneth is sociale waardering een voorwaarde voor autonomie.
Vraag 18 2 punten
Leg dit uit. Beargumenteer vervolgens of tips als die in tekst 6 volgens Honneth bijdragen aan meer autonomie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Honneth sociale waardering een voorwaarde is voor autonomie, omdat het vormgeven van de eigen identiteit alleen mogelijk is met waardering van een gemeenschap (1) • een argumentatie of tips als die in tekst 6 volgens Honneth bijdragen aan meer autonomie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Honneth is waardering door anderen een voorwaarde om autonoom te kunnen zijn. We kunnen alleen keuzes maken en onszelf vormgeven binnen een sociale omgeving. Als een deel van onszelf binnen die sociale omgeving niet gewaardeerd wordt, kun je dus ook niet het leven leiden dat je zelf zou willen kiezen (1) • Ik denk niet dat de tips in tekst 6 bijdragen aan meer autonomie. De tips zijn er weliswaar op gericht om meer waardering van anderen in de vorm van likes te krijgen, maar volgens tekst 6 moet je dan vooral je positieve kant laten zien en negatieve gevoelens of problemen voor je houden. Op die manier krijg je dus geen waardering voor wie je echt bent, maar alleen maar voor een bepaald plaatje dat je van jezelf neerzet (1) of • Volgens tekst 6 moet je zo veel mogelijk delen en laten zien wat belangrijk voor je is. Tekst 6 roept dus op om in relatie met anderen je eigen identiteit vorm te geven. Door veel van jezelf te laten zien, krijg je waardering van anderen. Zo krijg je waardering voor jezelf vanuit de sociale gemeenschap op internet en dat is volgens Honneth een voorwaarde voor autonomie. Ik denk dat de tips dus aansluiten bij Honneth (1) (2)
bron: The Washington Post, 2015
Davis stelt dat authenticiteit niet nodig is voor autonomie. Om te kunnen zeggen dat niemand ooit waarlijk authentiek is, gaat Davis van een bepaald begrip van authenticiteit uit. Het verschijnsel van aangepaste voorkeuren vormt een probleem voor het idee dat mensen autonoom zijn in hun keuzes.
Vraag 19 3 punten
Geef een definitie van het begrip ‘authenticiteit’ zoals dat in tekst 7 wordt gebruikt. Beargumenteer vervolgens of Davis gelijk heeft dat het mogelijk is om autonoom te zijn zonder authentiek te zijn, met:
- het begrip ‘aangepaste voorkeuren’ en
- tekst 7.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van een definitie van het begrip ‘authenticiteit’ zoals gebruikt in tekst 7: authenticiteit betekent in alle situaties dezelfde persoon zijn / je niet aanpassen aan je omgeving (1) • een argumentatie of Davis gelijk heeft dat het mogelijk is autonoom te zijn zonder authentiek te zijn: (2) − met het begrip ‘aangepaste voorkeuren’, door de sociale omgeving gevormd, waarvan je oprecht gelooft dat ze van jezelf zijn − met tekst 7 per juiste toepassing in de argumentatie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Davis gaat ervan uit dat authenticiteit betekent: in elke situatie dezelfde persoon zijn (1) • Aangepaste voorkeuren zijn voorkeuren waarvan je denkt dat ze van jezelf zijn, maar die in werkelijkheid door je sociale omgeving zijn gevormd. Davis stelt in tekst 7 dat we ons in elke situatie anders voordoen, “je gedraagt je anders bij je moeder dan bij je baas”. Ik denk dat dit aanpassen vaak onbewust gebeurt. Je hebt meestal helemaal niet in de gaten dat je op je werk rustiger bent dan thuis, dat gaat vaak automatisch. In die zin is er sprake van aangepaste voorkeuren. Je denkt dat je steeds dezelfde persoon bent, maar in werkelijkheid word je (deels) gevormd door je sociale omgeving. Hoe je je gedraagt is niet alleen van jezelf afhankelijk. Daarom houdt Davis’ opvatting dat je nooit waarlijk authentiek bent in dat je ook nooit helemaal onafhankelijk bent in de redenen van waaruit je handelt, en dus nooit autonoom kunt zijn (2) of • Aangepaste voorkeuren zijn voorkeuren waarbij je zelf denkt iets te willen wat in werkelijkheid door je sociale omgeving is bepaald. Volgens Davis zijn we nooit waarlijk authentiek, omdat we ons bij verschillende mensen of in verschillende sociale situaties anders gedragen. Ze zegt daarbij dat je vaak iets anders laat zien of zegt dan je werkelijk voelt of wat je vindt. Daarmee geeft ze aan dat je er bewust voor kiest om je anders te gedragen in zo’n situatie, om op die manier g (3)
Rating wordt niet alleen gebruikt in apps. De Chinese overheid gaat vanaf
2020 alle Chinese burgers een score geven: het sociaalkredietsysteem (sks). Iedere Chinese burger krijgt punten op basis van gedrag en kredietwaardigheid. Wie bijvoorbeeld een opleiding doet, hard werkt en zich aan de wet houdt, scoort punten. Ook aankopen en gedrag online tellen mee: iemand die luiers koopt heeft een kind en zal zich waarschijnlijk verantwoordelijk gedragen. Iemand die de hele dag gamet, draagt niets bij aan de samenleving en krijgt geen punten. Een hoge score geeft jou en je familie toegang tot opleidingen, werk en leningen. Een lage score kan er juist voor zorgen dat jij en je familie niet in aanmerking komen voor bepaalde opleidingen of banen. Door punten te geven wil de overheid voorkomen dat burgers verkeerde keuzes maken. Vanuit het liberalisme kun je kritiek hebben op het sks. Het klassiek- liberale mensbeeld gaat uit van twee vooronderstellingen.
Vraag 20 2 punten
Leg per vooronderstelling uit welke kritiek je kunt hebben op het sks.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van een kritiekpunt op het sks vanuit de vooronderstelling dat mensen zelf het best weten wat ze willen: de Chinese overheid meent beter te weten dan haar burgers wat goed voor hen is (1) • een uitleg van een kritiekpunt op het sks vanuit de vooronderstelling dat mensen daadwerkelijk in staat zijn te handelen naar hun voorkeuren als de overheid hen vrijlaat: Chinese burgers hebben niet de vrijheid te handelen naar hun eigen keuzes, omdat de overheid bepaalde keuzes bestraft (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Vanuit de vooronderstelling dat mensen zelf het beste weten wat ze willen, kun je kritiek hebben op het sks. De Chinese overheid meent namelijk beter te weten wat goed voor mensen is en wat mensen dus moeten willen om een goed leven te leiden (1) • Daarmee kun je ook kritiek hebben vanuit de tweede vooronderstelling, namelijk dat mensen kunnen handelen naar hun keuzes als ze vrij zijn. Het sks is er namelijk op gericht bepaalde keuzes te verhinderen door mensen een lagere score te geven en mogelijkheden tot bijvoorbeeld opleidingen te beperken (1) (2)
Onderdelen van het sks zijn nu al in werking. Zo worden bijvoorbeeld in het station van Shanghai op een groot beeldscherm de namen en adressen gepubliceerd van mensen die hun schulden niet afbetalen. Ook in Nederland probeert de overheid de keuzes van haar burgers te beïnvloeden, bijvoorbeeld door nudgepaternalisme.
Vraag 21 3 punten
Geef een reden dat nudgepaternalisme:
- wel in strijd is met autonomie en
- niet in strijd is met autonomie. Leg vervolgens uit of het publiceren van de namen van wanbetalers een vorm van nudging is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van een reden dat nudgepaternalisme in strijd is met autonomie: nudging neemt de mogelijkheid weg zelf te kiezen / houdt geen rekening met de verschillende levensplannen van burgers (1) • een weergave van een reden dat nudgepaternalisme niet in strijd is met autonomie: het geven van nudges dwingt nog niet tot een bepaalde keuze / nudging kan bijdragen aan autonomie doordat het je behoedt voor verslavingen en verleidingen (1) • een uitleg dat het publiceren van de namen van wanbetalers niet bedoeld is om een positief duwtje in de richting van de juiste keuze te geven, maar een bestraffing van slecht gedrag is en dus geen nudging (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Nudgepaternalisme is in strijd met de autonomie omdat de overheid daarmee de mogelijkheid wegneemt om zelf te kiezen. De overheid bepaalt voor jou wat een goede keuze is (1) • Nudgepaternalisme is niet in strijd met de autonomie, omdat nudges de autonomie juist kunnen vergroten. Door te voorkomen dat je verleid of verslaafd wordt, blijft je autonomie juist intact (1) • Het voorbeeld van het publiceren van de namen van wanbetalers is geen nudging maar bestraffing. Bij nudging helpt de overheid je door je te duwen in de richting van juiste keuzes. In dit geval is het publiceren van de namen alleen bedoeld om mensen die iets verkeerds doen te bestraffen en anderen af te schrikken dezelfde fout te maken. Dat is niet duwen maar slaan (1) (3)
De Chinese overheid hoopt door het geven van ratings dat burgers ijveriger worden en respectvoller omgaan met elkaar. Volgens de overheid is het sks nodig omdat de Chinese samenleving ingrijpend is veranderd. Vroeger woonden de meeste Chinezen in kleine dorpjes op het platteland, waar veel sociale controle was. Maar tegenwoordig leven de meeste Chinezen anoniem in grote steden. Met het sks wil de overheid die oorspronkelijke sociale controle overnemen en zo een harmonieuze en vredige samenleving tot stand brengen. In de sociale filosofie kan je overheidsmaatregelen legitimeren met het begrip ‘maatschappelijk verdrag’. Het maatschappelijk verdrag is altijd gebaseerd op een natuurtoestand. Daarin kan de mens worden opgevat als van nature ‘goed’ of ‘slecht’.
Vraag 22 1 punt
Leg met het begrip ‘maatschappelijk verdrag’ uit welke rechtvaardiging de Chinese overheid voor het sks kan geven.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met het begrip ‘maatschappelijk verdrag’ welke rechtvaardiging de Chinese overheid voor het sks kan geven: volgens het verdrag tussen burgers en overheid moet de Chinese overheid een harmonieuze samenleving garanderen. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens de Chinese overheid is het ontbreken van sociale controle in de grote steden een bedreiging voor een goede samenleving. De overheid gaat er blijkbaar van uit dat de natuurtoestand is dat zonder sociale controle mensen niet respectvol met elkaar kunnen omgaan. Volgens het maatschappelijk verdrag ziet de overheid het als haar taak om een vredige en harmonieuze samenleving te garanderen. En het sks is in de veranderende Chinese samenleving nodig om deze taak uit te voeren. (1)
Het geven van een score kun je opvatten als een mensverbeteringstechniek. Volgens voorstanders van het sks gaan mensen door deze mensverbeteringstechniek betere keuzes maken. Maar critici zien in het sks vooral een gevaarlijk instrument. In de filosofie heeft het begrip ‘utopie’ een dubbele betekenis.
Vraag 23 1 punt
Beargumenteer of een samenleving met het sks een utopie genoemd kan worden.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of een samenleving met het sks leidt tot een niet-bestaande ideale samenleving. voorbeeld van een goed antwoord: − Ik denk dat door het sks mensen betere keuzes gaan maken en dat dit zo kan bijdragen aan een betere samenleving. Het idee van de Chinese overheid dat we door het geven van ratings in een ideale samenleving terechtkomen, lijkt me tegelijkertijd ook onrealistisch. Uiteindelijk kun je niet alles door ratings sturen. Helemaal perfect zal de samenleving dus ook niet worden door het sks. of − Een samenleving waarin je een score krijgt voor alles wat je doet, koopt en misschien wel denkt, lijkt me een totale nachtmerrie. Ik geloof helemaal niet dat mensen ook echt ‘verbeterd’ worden als ze voortdurend beoordeeld worden. De Chinezen passen ongetwijfeld hun gedrag aan het sks aan, maar dat betekent nog helemaal niet dat ze ook van binnen andere mensen worden. Elke poging tot nog toe om via de overheid een utopie te realiseren is ontaard in een totalitair systeem. Het sks lijkt me daar geen uitzondering op: als utopie is het niet realistisch en zal het eerder een dystopie worden. (1)
Volgens Allen Buchanan spelen opvattingen over de menselijke natuur vaak een rol in de morele discussie over mensverbeteringstechnieken.
Vraag 24 1 punt
Leg uit dat verwijzingen naar de menselijke natuur volgens Buchanan niet geschikt zijn om de wenselijkheid van mensverbeteringstechnieken te beoordelen.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat volgens Buchanan verwijzingen naar de menselijke natuur niet geschikt zijn om de wenselijkheid van mensverbeteringstechnieken te beoordelen: ook als een mensverbeteringstechniek de menselijke natuur verandert, betekent dat niet per se dat die verandering slecht is. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Buchanan spelen verwijzingen naar de menselijke natuur vaak een grote rol in het beoordelen van mensverbeteringstechnieken. Het probleem is dat een bepaalde voorstelling van hoe wij als mens zijn, nog helemaal niets zegt over of het verkeerd is om de menselijke natuur te veranderen. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-0311-a-19-1-o
Andere examens filosofie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie havo 2019, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (10), politieke filosofie (6) en kennisleer (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-0311-a-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.