Eindexamen filosofie havo 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: bron: Black Mirror - Be Right Back - 2013, bron: inverse.com - Black Mirror be right back best episode Netflix - 2016, bron: Black Mirror - Be Right Back - 2013, bron: theverge.com - speak, memory - 2016, bron: theverge.com - speak, memory - 2016, tekst 6, naar: Karkas - Femke Schavemaker - 2017, bron: telegraaf.nl - directeur en bipolair - 2017, naar: nrc.nl - ik ben een neppersoon - 2017, Opgave 3 Uitwisseling, naar: evascalifornication - waarbenjij.nu - 2009, naar: dailymail.co.uk - From bad quite good trait - 2013, bron: Erasmus - Querela pacis - 1517.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie havo 2019, tijdvak 2 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (11), ethiek (6) en kennisleer (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie havo 2019, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Mens en techniek1-7, 10, 13-1511
Ethiek9, 11-12, 20, 23-246
Kennisleer16-19, 21-226
Politieke filosofie8, 252

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (44% van de vragen, gemiddeld 22%) en kennisleer (24% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over politieke filosofie (8% van de vragen, gemiddeld 55%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

bron: Black Mirror - Be Right Back - 2013

Om de vraag te beantwoorden of Ash en de Ashbot dezelfde zijn, kun je kijken naar numerieke identiteit en kwalitatieve identiteit.

Vraag 1 1 punt

Leg uit dat Ash en de Ashbot niet numeriek identiek zijn.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat Ash en de Ashbot niet numeriek identiek zijn, omdat zij niet door de tijd heen een en hetzelfde ding zijn. voorbeeld van een goed antwoord: In numeriek opzicht zijn Ash en de Ashbot niet dezelfde. De mens Ash is overleden, terwijl de Ashbot een computerprogramma is. Het zijn twee verschillende ‘dingen’. (1)

Vraag 2 1 punt

Leg uit dat Ash en de Ashbot wel (deels) kwalitatief identiek zijn.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat Ash en de Ashbot wel kwalitatief identiek zijn, omdat ze (deels) dezelfde eigenschappen hebben. voorbeeld van een goed antwoord: Ash en de Ashbot hebben (deels) dezelfde eigenschappen. De Ashbot klinkt namelijk hetzelfde als Ash en zegt ook nog eens de dingen die Ash zou zeggen. Ze zijn dus wel deels kwalitatief identiek. (1)

Paul Ricoeur maakt een onderscheid tussen idem-identiteit en ipse- identiteit.

Vraag 3 2 punten

Leg uit wat het verschil is tussen idem-identiteit en ipse-identiteit. Leg vervolgens uit dat de Ashbot volgens Ricoeur geen persoonlijke identiteit heeft.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat idem-identiteit gaat over wat door de tijd heen hetzelfde blijft, terwijl ipse-identiteit gaat over het zelf dat zich door de tijd heen tot zichzelf verhoudt (1) • een uitleg dat de Ashbot volgens Ricoeur geen persoonlijke identiteit heeft, omdat het een computersimulatie is die zich niet door de tijd heen tot zichzelf verhoudt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Idem-identiteit gaat volgens Ricoeur over iets wat door de tijd heen hetzelfde blijft. Ipse-identiteit gaat over wie door de tijd heen dezelfde blijft, dus over het zelf dat zich door de tijd heen tot zichzelf verhoudt (1) • De Ashbot is een computerprogramma dat zo goed mogelijk Ash nabootst. De Ashbot praat zoals Ash en zegt dingen over zichzelf zoals Ash dat zou doen, maar het computerprogramma heeft geen ipse- identiteit: het verhoudt zich niet als een persoon door de tijd heen tot zichzelf en heeft dus geen persoonlijke identiteit (1) (2)

bron: inverse.com - Black Mirror be right back best episode Netflix - 2016

In de discussie over lichaam en geest gebruikt Maurice Merleau-Ponty het begrip ‘geleefd lichaam’.

Vraag 4 2 punten

Leg uit dat volgens Merleau-Ponty de menselijke geest niet door een computer geïmiteerd zou kunnen worden, met:

  • het begrip ‘geleefd lichaam’ en
  • tekst 2.
Bekijk het antwoord
  • Volgens Merleau-Ponty is het lichaam de mogelijkheidsvoorwaarde om de wereld te ervaren en om een zelf te hebben (1)
  • Dat zie je ook terug in tekst 2. Iemands unieke zelf met al zijn eigenaardigheden ontstaat door ‘een leven aan ervaringen’ en deze geschiedenis kan niet door een computer geïmiteerd worden. Het geleefde lichaam is geen levenloos object, maar heeft een eigen geschiedenis. Door het lichaam krijg je samenhangende ervaringen en dus ook een zelf dat in relatie staat tot de wereld (1)

bron: Black Mirror - Be Right Back - 2013

In tekst 3 neemt Martha een standpunt in over persoonlijke identiteit. Het vraagstuk van persoonlijke identiteit kan op metafysische, epistemologische en ethische wijze benaderd worden.

Vraag 5 1 punt

Leg uit dat Martha’s standpunt past bij een metafysische benadering van persoonlijke identiteit.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat Martha’s standpunt past bij een metafysische benadering van wat persoonlijke identiteit is. voorbeeld van een goed antwoord: Martha zegt in tekst 3 dat de Ashbot niet echt Ash is, maar slechts een vage afspiegeling. Omdat de Ashbot geen geschiedenis heeft, is hij volgens Martha niet Ash. Zij benadert het vraagstuk van persoonlijke identiteit vanuit de metafysische vraag naar wat persoonlijke identiteit eigenlijk is. (1)

Volgens Martha zijn Ash en de Ashbot niet dezelfde. Derek Parfit zou dit niet helemaal met haar eens zijn.

Vraag 6 1 punt

Leg dit uit met Parfits psychologisch criterium voor identiteit.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat er volgens Parfit sprake is van psychologische continuïteit tussen Ash en de Ashbot. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Parfit zouden Ash en de Ashbot dezelfde zijn als er sprake is van overlappende psychologische toestanden. Dat kunnen naast herinneringen ook karaktereigenschappen zijn. Er is bijvoorbeeld duidelijk een overlappende identiteit tussen Ash’ manier van praten en die van de Ashbot. Dat Ash en de Ashbot niet volledig overeenkomen is volgens Parfit niet relevant. Identiteit is gradueel en hier is sprake van graduele continuïteit tussen eigenschappen van Ash en de Ashbot. (1)

bron: theverge.com - speak, memory - 2016

Technologische ontwikkelingen roepen vragen op over de grenzen van de menselijke geest. De Romanbot is een voorbeeld van zo’n technologische ontwikkeling.

Vraag 7 2 punten

Leg met een ander voorbeeld uit dat techniek vragen oproept over de grenzen van de menselijke geest. Beargumenteer vervolgens of jij het eens bent met tekst 4 dat de Romanbot eenvoudigweg een nieuwe vorm van Roman is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met een voorbeeld dat techniek vragen oproept over of de menselijke geest beperkt is: hulpmiddelen kunnen onderdeel worden van (processen van) de menselijke geest (1) • een argumentatie of de Romanbot eenvoudigweg een nieuwe vorm van Roman is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Stel, twee mensen gaan naar het station en de een kent de weg uit zijn hoofd en de ander zoekt op zijn telefoon de route op. Beiden kunnen hetzelfde, alleen de een doet het uit het hoofd en de ander gebruikt een technisch hulpmiddel. Dan kun je de vraag stellen of die telefoon niet net zo’n onderdeel van de geest is, ook al is die telefoon geen onderdeel van je hersens (1) • Datzelfde geldt denk ik ook voor Romans geest. Volgens mij is de menselijke geest onbegrensd, dat wil zeggen dat eigenschappen of informatie die bepalen wie ik ben, ook buiten mijn hersens kunnen bestaan. Ik ben het eens met de vriend in tekst 4 dat een persoon niet samenvalt met zijn lichaam, maar ook op allerlei andere manieren kan voortleven. In die zin is de Romanbot eenvoudigweg een nieuwe vorm van Roman (1) of • Volgens mij is de menselijke geest helemaal niet onbegrensd. Die menselijke geest houdt gewoon op waar Romans hersenen ophouden en die zijn dood. Dat Romans manier van praten wordt geïmiteerd door een computerprogramma heeft niks met Roman te maken, laat staan met zijn geest. Er is helemaal geen sprake van dat Roman doorleeft in de Romanbot. Roman is opgehouden te bestaan en er is nu alleen iets wat enigszins op hem lijkt. Dat de vriend in tekst 4 zegt dat de Romanbot eenvoudigweg een nieuwe vorm van Roman is, is dan ook een romantisch beeld, niet hoe het werkelijk zit (1) (2)

bron: theverge.com - speak, memory - 2016

De Romanbot lijkt te worden ervaren als een autonoom mens. Volgens Axel Honneth ben je autonoom als andere mensen je erkennen. Hij onderscheidt drie vormen van erkenning. Een daarvan is liefde.

Vraag 8 2 punten

Noem de twee andere vormen van erkenning. Beargumenteer vervolgens of de liefde van de Romanbot in tekst 5 echte erkenning aan de vrienden kan geven.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de twee andere vormen van erkenning: respect en sociale waardering (1) • een argumentatie of de liefde van de Romanbot in tekst 5 een echte vorm van erkenning is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • respect en sociale waardering (1) • De Romanbot geeft advies aan de vrienden van Roman, zoals Roman zelf misschien ook gedaan zou hebben. In die zin lijkt de interactie met de Romanbot op liefde als de vorm van erkenning die we van vrienden en familie krijgen en die bijdraagt aan ons zelfvertrouwen. Ook al is de Romanbot geen echte persoon en is de relatie dus ook niet echt, toch hebben de mensen die Roman kenden het idee dat ze door hem erkend worden. Zo draagt de interactie met de Romanbot bij aan hun zelfvertrouwen (1) of • Ik vind het vreemd om het contact met de Romanbot een vorm van erkenning of liefde te noemen. Volgens Honneth is het de relatie met anderen die bijdraagt aan jouw autonomie. Maar in het geval van de Romanbot is er geen sprake van een ander. Het is alleen maar de imitatie van een mens. Misschien helpt de Romanbot tijdelijk om met het verdriet om te gaan, maar op langere termijn kan zo’n bot nooit de erkenning geven die je van echte mensen in echte relaties wel kunt krijgen. Alleen de liefde die we van echte vrienden of familie krijgen kan bijdragen aan ons zelfvertrouwen, die kan nooit vervangen worden door een bot die jou niet echt kent (1) (2)

De Romanbot roept morele vragen op over het postuum (na onze dood) gebruik maken van de digitale sporen die we tijdens ons leven achterlaten. Aan de ene kant kan een bot de nabestaanden helpen bij het verwerken van hun rouw. Aan de andere kant heeft de overledene geen controle meer over de berichten die als basis worden gebruikt voor een dergelijke bot. In de ethiek wordt een onderscheid gemaakt tussen intrinsieke waarden en instrumentele waarden.

Vraag 9 1 punt

Beargumenteer met dit onderscheid of het gebruik van postume chatbots volgens jou moreel verantwoord is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argumentatie of het gebruik van postume chatbots moreel te verantwoorden is, met het onderscheid tussen instrumentele waarde en intrinsieke waarde. voorbeeld van een goed antwoord: − Intrinsieke waarden zijn waarden die belangrijk zijn omwille van zichzelf, terwijl instrumentele waarden in dienst staan van een andere waarde. Voor mij is de hoogste (intrinsieke) waarde geluk, en alles wat bijdraagt aan meer geluk is moreel verantwoord. Ik vind het gebruik van chatbots gebaseerd op overledenen daarom moreel verantwoord als mensen zich daar echt beter door voelen. Dat de overledene daar geen controle over heeft, is van ondergeschikt belang. Controle is immers een instrumentele waarde om geluk te bereiken. of − Ik vind het respectloos om de digitale sporen van een overledene te gebruiken voor zo’n chatbot. Als mensen het nodig hebben om hun hart te luchten om hun verdriet te verwerken, dan kunnen ze ook gewoon met iemand praten of naar een therapeut gaan. Ook al is iemand er niet meer, dan moet je die persoon nog steeds in zijn waarde laten. Respect is een instrumentele waarde om ervoor te zorgen dat iemand zijn menselijke waardigheid (intrinsieke waarde) behoudt. (1)

tekst 6

De tape is wie ik ben of was of straks ooit ben geweest. Maar dan in nummers waarmee het beter kan worden uitgelegd. Met zeurende gitaren, trillende bassen, wanhopige uithalen en door alles heen een kille hartslag die onverstoorbaar door blijft tikken. Op bekkens en trommels.

bron: Karkas - Femke Schavemaker - 2017

Muziek legt volgens Nora uit wie ze is. Volgens Daniel Dennett is het zelf een narratief zwaartepunt. Breinreductionisten hebben een andere opvatting over het zelf.

Vraag 10 3 punten

Leg met tekst 6 uit dat het ‘zelf’ volgens Dennett een narratief zwaartepunt is. Geef vervolgens een overeenkomst en een verschil tussen de opvatting over het zelf van Dennett en die van de breinreductionisten.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met tekst 6 dat het ‘zelf’ volgens Dennett een narratief zwaartepunt is: de nummers op de tape zijn het abstracte centrum waaromheen Nora’s zelf valt te begrijpen / Nora zichzelf begrijpt (1) • een weergave van een overeenkomst tussen Dennetts opvatting over het zelf en die van de breinreductionisten: volgens beide opvattingen is het zelf geen waarneembaar object / is het zelf een product van het brein (1) • een weergave van een verschil tussen Dennetts opvatting over het zelf en die van de breinreductionisten: volgens Dennett is het zelf een fictioneel object, terwijl het zelf volgens breinreductionisten niet bestaat (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Dennett is ons zelf een narratief zwaartepunt, het abstracte centrum waarop we alle verhalen over onszelf betrekken en waaromheen we die begrijpen. In het geval van Nora vertellen de zeurende gitaren, de trillende bassen, de wanhopige uithalen en de kille hartslag de verhalen van waaruit Nora zichzelf begrijpt en van waaruit anderen haar gedrag en handelen kunnen begrijpen (1) • Zowel Dennett als de breinreductionisten vinden dat het zelf een product is van het brein en geen zelfstandig bestaand ding dat je ergens kan waarnemen. Volgens Dennett is het zelf abstract en dus niet te horen, zien of voelen en volgens de breinreductionisten kan je het niet zien als je een hersenscan maakt (1) • Volgens Dennett is het zelf een object, maar dan wel een fictioneel object met een legitieme plek binnen de ‘geesteswetenschappen’ van waaruit we onszelf en elkaar proberen te begrijpen. Terwijl de breinreductionisten zeggen dat het zelf helemaal niet bestaat als ‘ding’ of ‘object’, ook niet als ‘fictioneel object’. Volgens hen moeten we het zelf begrijpen als een verzameling (natuurwetenschappelijk) waarneembare processen (1) (3)

Als Nora 17 is, laat ze haar imago

  • zwart omrande ogen, een hanenkam en een voorkeur voor sombere muziek
  • vallen. Ze kiest nu voor het imago van een ‘oningewikkeld meisje’ met lang blond haar, een door bruiningscrème gekleurde huid en een stoere vriend met een brommer. Ook haar muziekvoorkeur verandert. Ze houdt nu van opgewekte muziek. Door dit nieuwe imago wordt het leven tot haar opluchting een stuk gewoner: anderen doen volgens haar ‘normaler’ tegen haar dan eerst. Nora’s nieuwe imago roept de vraag op of zij wel echt zelf kiest voor deze imagoverandering. Er zou sprake kunnen zijn van een aangepaste voorkeur. De klassiek liberale opvatting over autonomie gaat uit van twee vooronderstellingen.

Vraag 11 4 punten

Geef weer welke twee vooronderstellingen dit zijn en wat een aangepaste voorkeur is. Beargumenteer vervolgens:

  • of de twee vooronderstellingen opgaan voor Nora’s keuze om een ‘oningewikkeld meisje’ te zijn en
  • of Nora’s keuze een aangepaste voorkeur is.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Volgens mij is Nora’s keuze om een ‘oningewikkeld meisje’ te zijn geen aangepaste voorkeur. Aangepaste voorkeuren worden vaak gemaakt op het moment dat iets wat iemand eigenlijk wil onmogelijk of onbereikbaar is. Dan past iemand onbewust zijn of haar voorkeur aan de omgeving aan. Van zo’n situatie is hier helemaal geen sprake. Nora kiest bewust een ander imago om ervoor te zorgen dat anderen normaal tegen haar doen (1p)

naar: Karkas - Femke Schavemaker - 2017

Het lijkt erop dat Nora met haar ‘oningewikkelde imago’ bepaalde ‘moeilijke’ gevoelens heeft onderdrukt. Het onderdrukken van gevoelens kan een vorm van zelfvervreemding zijn. Volgens Nomy Arpaly hoeft dit echter niet zo te zijn. Zij geeft met haar opvatting over het onderdrukken van gevoelens kritiek op Charles Taylors authenticiteitsideaal.

Vraag 12 2 punten

Leg uit dat Arpaly’s opvatting over onderdrukte gevoelens kritiek op Taylors authenticiteitsideaal inhoudt. Leg vervolgens met tekst 7 uit dat het onderdrukken van ‘moeilijke’ gevoelens door Nora niet tot zelfvervreemding hoeft te leiden volgens Arpaly.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Arpaly’s opvatting over onderdrukte gevoelens kritiek op Taylors authenticiteitsideaal inhoudt: als je jezelf identificeert met een betekenishorizon die geen ruimte laat aan bepaalde gevoelens, kan je ten onrechte je eigen gevoelens onderdrukken (1) • een uitleg met tekst 7 dat het onderdrukken van ‘moeilijke’ gevoelens door Nora niet tot zelfvervreemding hoeft te leiden volgens Arpaly: wellicht zijn de moeilijke gevoelens helemaal niet haar ware zelf en komt ze door die te onderdrukken juist dichter bij wie ze is/wil zijn (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Arpaly kan het zijn dat de waarden die je eropna houdt vanuit de sociale omgeving waarin je leeft in strijd zijn met je eigen gevoelens. Vanuit de betekenishorizon waartegen jij volgens Taylors authenticiteitsideaal jezelf ontdekt en vormgeeft, zou je dan bepaalde gevoelens gaan onderdrukken, terwijl die eigenlijk je ‘ware zelf’ laten zien. Taylors nadruk op de gedeelde betekenishorizon kan dus leiden tot zelfvervreemding (1) • Dit hoeft volgens Arpaly echter niet per definitie zo te zijn. Want onderdrukte gevoelens hoeven niet per se iemands ‘ware zelf’ te laten zien. In het geval van Nora in tekst 7 zou het kunnen dat haar ‘moeilijke’ gevoelens eigenlijk haar ware gevoelens zijn en dat ze van zichzelf vervreemdt door die gevoelens met gegiechel te onderdrukken. Maar het zou ook zo kunnen zijn dat die ‘moeilijke’ gevoelens helemaal niet haar ware gevoelens zijn en dat het onderdrukken van die gevoelens haar juist dichter bij haar giechelende zelf brengt, dat ze graag wil zijn. In dat geval leidt het onderdrukken van haar ‘moeilijke’ gevoelens helemaal niet tot zelfvervreemding (1) (2)

Nora gaat uiteindelijk filosofie studeren. Ze is een van de allerbeste studenten en wordt geroemd om haar creativiteit. Ze schrijft een voorstel om verder onderzoek te doen aan de universiteit. Maar ondertussen blijkt ook dat ze een bipolaire stoornis heeft. Perioden van manie (waarin ze nauwelijks slaapt en veel briljante ideeën heeft) en depressie wisselen elkaar af. Ze begint met het slikken van medicijnen, net voordat ze haar onderzoeksvoorstel moet verdedigen. Ter voorbereiding op deze verdediging leest ze haar voorstel door, maar ze begrijpt er niets meer van. Ze weet dat ze het voorstel zelf heeft geschreven, maar van haar argumentatie kan ze zich helemaal niets herinneren. Door de medicijnen werkt haar geheugen niet goed meer en verliest ze haar creativiteit. Het geheugen speelt een belangrijke rol in John Lockes opvatting over persoonlijke identiteit.

Vraag 13 2 punten

Geef weer welke rol het geheugen speelt in Lockes onderscheid tussen persoon en mens. Leg vervolgens met Lockes opvatting over het geheugen uit of Nora, als ze haar medicijnen slikt, verantwoordelijk is voor het onderzoeksvoorstel dat ze schreef toen ze nog geen medicijnen slikte.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de rol die het geheugen speelt in Lockes onderscheid tussen mens en persoon: een mens is de functionele organisatie van zijn lichaam, terwijl een persoon een bewuste herinnering aan zijn vroegere zelf moet hebben (1) • een uitleg dat Nora als ze medicijnen slikt niet verantwoordelijk is voor het onderzoeksvoorstel dat ze schreef toen ze nog geen medicijnen slikte, omdat ze zich de inhoud niet meer kan herinneren en er zonder herinnering volgens Locke geen sprake is van persoonlijke identiteit en dus ook niet van verantwoordelijkheid (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Locke maakt een onderscheid tussen mens en persoon. Een mens is de functionele organisatie van zijn lichaam, terwijl een persoon ook bewuste herinneringen aan zijn vroegere zelf moet hebben (1) • Volgens Locke kan je iemand alleen maar verantwoordelijk houden voor wat hij of zij doet indien er sprake is van persoonlijke identiteit. Daarvan is volgens Locke pas sprake als iemand bewuste herinneringen heeft aan zichzelf. Bovendien reikt persoonlijke identiteit zover als het geheugen. Aangezien Nora zich niets meer kan herinneren van haar argumentatie die ze in haar onderzoeksvoorstel heeft geschreven toen ze nog geen medicijnen slikte, kan zij dus niet verantwoordelijk worden gehouden voor het onderzoeksvoorstel dat ze heeft geschreven (1) (2)

bron: telegraaf.nl - directeur en bipolair - 2017

Het slikken van medicijnen om de gevolgen van psychische stoornissen te onderdrukken, is een voorbeeld van een techniek voor mensverbetering. Filosofen wijzen op de mogelijke spanning die daarbij bestaat tussen genezen en verbeteren. Deze spanning ontstaat door verschillende vooronderstellingen over de menselijke natuur. De psychiater in tekst 8 heeft een andere vooronderstelling over de menselijke natuur dan Schavemaker.

Vraag 14 1 punt

Leg uit dat de psychiater in tekst 8 een andere vooronderstelling heeft over de menselijke natuur dan Schavemaker.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat de psychiater in tekst 8 vooronderstelt dat psychische aandoeningen/heftige stemmingswisselingen een afwijking zijn van de menselijke natuur en genezen moeten worden, terwijl Schavemaker vooronderstelt dat haar stemmingswisselingen onderdeel zijn van haar natuur. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens de psychiater in tekst 8 komt Schavemaker met medicijnen haar kwaal te boven. Hij (of zij) ziet dat als een goed teken. De psychiater gaat ervan uit dat Schavemakers psychische aandoening een afwijking is. Hij vooronderstelt dus dat heftige stemmingswisselingen een afwijking zijn van de menselijke natuur en genezen moeten worden. Schavemaker zelf heeft juist het idee dat ze zichzelf kwijtraakt als ze medicijnen slikt. Zij ziet haar stemmingswisselingen niet als een ziekte die ze moet genezen, maar als een onderdeel van wie ze echt is, van haar natuur. (1)

De meeste psychiaters begrijpen heel goed dat patiënten zoals Schavemaker (tijdelijk) willen stoppen met hun medicijnen. Toch raden ze dit altijd af, omdat uit onderzoek is gebleken dat het leven van patiënten met een bipolaire stoornis draaglijker is als zij wél medicijnen slikken. Daarmee neemt de kans op ernstige psychoses en zware depressies namelijk sterk af. Schavemaker geeft aan dat zij haar authenticiteit verliest als ze medicijnen slikt: ze is dan niet meer echt zichzelf. Sommige mensen hebben de opvatting dat medicijnen als mensverbetering alleen zijn toegestaan als de patiënt echt zichzelf blijft.

Vraag 15 2 punten

Geef een argument vóór en een argument tegen deze opvatting over medicijnen als mensverbetering met het voorbeeld van Schavemaker.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument met Schavemakers verlies van authenticiteit vóór de opvatting dat medicijnen als mensverbetering alleen zijn toegestaan als de authenticiteit van de patiënt behouden blijft (1) • een argument met Schavemakers verlies van authenticiteit tegen de opvatting dat medicijnen als mensverbetering alleen zijn toegestaan als de authenticiteit van de patiënt behouden blijft (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Mensverbetering is alleen toegestaan als de authenticiteit van de patiënt behouden blijft. Het gevoel dat je ‘echt jezelf’ bent, is volgens mij fundamenteel voor je mens-zijn en zou dus niet moeten verdwijnen bij mensverbetering. Als je zoals Schavemaker het gevoel hebt dat je niet meer jezelf bent als je medicijnen slikt, is er nauwelijks sprake van verbetering (1) • Aan de andere kant weegt het verlies van authenticiteit misschien niet altijd op tegen de voordelen van mensverbetering. Schavemaker heeft een grotere kans op psychoses en zware depressies als ze haar medicijnen niet slikt. Met medicijnen zal ze dus minder zorg van anderen nodig hebben en zelfstandig beter kunnen functioneren. Hoe belangrijk of fundamenteel is het eigenlijk om je ‘echt jezelf’ te voelen? Je kan ook zeggen dat het vooral belangrijk is dat mensen zelfstandig kunnen functioneren. In dat geval is mensverbetering in de vorm van medicijnen slikken best toegestaan, ook al voelen ze zich niet meer zichzelf, zoals Schavemaker (1) (2)

Schavemaker kan naar eigen zeggen omgaan met haar stoornis door zelfverzonnen, strenge leefregels. Een van die leefregels is bijvoorbeeld: ‘leg je kleren ’s avonds klaar voor morgen’. Als ze ’s ochtends pas zou beslissen wat ze die dag zou dragen, dan zou ze dat baseren op haar stemming van dat moment. Dan zou ze zich dus gaan afvragen hoe ze zich voelt. Dat wil ze juist vermijden, want dan kunnen haar emoties extreme proporties aannemen.

Je kan zeggen dat Schavemaker gebruikmaakt van haar vermogen tot zelfregulatie. Daarbij spelen zowel het derde-persoonsperspectief als het eerste-persoonsperspectief een rol.

Vraag 16 2 punten

Leg met het voorbeeld van Schavemakers leefregel over kleren klaarleggen uit dat het bij zelfregulatie nodig is jezelf te bekijken vanuit:

  • een derde-persoonsperspectief en
  • een eerste-persoonsperspectief.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met Schavemakers leefregel over kleren klaarleggen dat het bij zelfregulatie nodig is jezelf vanuit een derde-persoonsperspectief te bekijken: ze bekijkt zichzelf van een afstandje en weet dat haar overtuigingen (extreme emoties vermijden) en gedrag (kleding baseren op haar stemming) niet altijd overeenkomen (1) • een uitleg met Schavemakers leefregel over kleren klaarleggen dat het bij zelfregulatie nodig is jezelf vanuit een eerste-persoonsperspectief te bekijken: ze bepaalt actief hoe ze moet handelen (kleding klaarleggen) op basis van redenen (voorkomen dat haar emoties extreme proporties aannemen) (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Femke Schavemaker kijkt van een afstandje naar zichzelf en realiseert zich dat haar overtuigingen en gedrag niet altijd met elkaar overeenkomen: hoewel ze weet dat ze extreme emoties moet vermijden, zullen die toch ontstaan als ze zich ’s ochtends gaat afvragen welke kleren ze aan zal trekken, omdat ze zich dan automatisch gaat afvragen hoe ze zich voelt. Vanuit dit derde- persoonsperspectief kan zij zichzelf reguleren door te beslissen om ’s avonds al haar kleren voor de volgende dag klaar te leggen, zodat ze niet in haar eigen valkuil trapt (1) • Deze zelfregulatie vraagt echter ook dat ze zichzelf vanuit een eerste- persoonsperspectief bekijkt: ze bepaalt actief hoe ze moet handelen, dat ze namelijk haar kleren de dag van tevoren moet klaarleggen. En die handeling bepaalt ze bovendien op basis van bepaalde redenen: ze weet dat haar emoties extreme proporties kunnen aannemen als ze zich ’s ochtends moet afvragen welke kleren ze aan zal trekken. En ze weet dat ze die extreme emoties beter kan vermijden (1) (2)

naar: nrc.nl - ik ben een neppersoon - 2017

Harry Frankfurts opvatting van authenticiteit speelt een rol in wat Schavemaker vertelt in tekst 9. Met ‘een neppersoon’ bedoelt Schavemaker een niet echte, maar een (door strenge leefregels) kunstmatig gecreëerde persoon. Om te bepalen of zij een ‘neppersoon’ is, kan je gebruikmaken van de introspectietheorie en van de interpretatietheorie.

Vraag 17 3 punten

Leg uit of Frankfurts opvatting van authenticiteit aansluit bij de introspectietheorie of bij de interpretatietheorie. Beargumenteer vervolgens of Schavemaker volgens jou een neppersoon is met:

  • de introspectietheorie en
  • de interpretatietheorie.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Dat je, zoals in de introspectietheorie, zelf direct weet wat je voelt en wie je bent, is volkomen ongeloofwaardig wat mij betreft. Dat blijkt ook wel uit dat Schavemaker zegt dat ze zichzelf zowel geniaal als waardeloos vindt. Zoiets extreem tegenstrijdigs kan je volgens mij alleen maar zeggen als je ‘dat wat je echt raakt’ de ene keer zus en de andere keer zo interpreteert
    • in haar geval omdat ze een bipolaire stoornis heeft (1)

Opgave 3 Uitwisseling

Met het Erasmusprogramma van de Europese Unie kunnen studenten een tijd in het buitenland studeren. Veel studenten vinden zo’n uitwisseling een verrijking. Ze krijgen meer begrip voor een andere cultuur en ontdekken hoe sterk ze zijn gevormd door hun eigen cultuur. Voorstanders van culturele uitwisseling kunnen steunen op de deliberatietheorie van Richard Moran. In zijn opvatting over zelfkennis gebruikt Moran het begrip ‘eerste-persoonsautoriteit’.

Vraag 18 2 punten

Geef weer wat Moran met eerste-persoonsautoriteit bedoelt. Leg vervolgens met dit begrip uit dat uitwisseling volgens Moran tot meer zelfkennis leidt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het begrip eerste-persoonsautoriteit: het vermogen om vanuit het eigen perspectief over de wereld te oordelen/te handelen (1) • een uitleg met het begrip eerste-persoonsautoriteit dat uitwisseling volgens de deliberatietheorie tot meer zelfkennis leidt: doordat studenten meer kennis van de wereld hebben, kunnen ze beter bepalen wat zij zelf ergens van vinden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Eerste-persoonsautoriteit betekent actief kunnen bepalen wat je ergens van vindt. Het is immers jouw zaak wat je ergens van vindt, en daarbij stel je je op als autoriteit van je eigen mentale toestanden (1) • Volgens Moran kun je zelf rationeel bepalen wat je gelooft door te onderzoeken wat er in de wereld gebeurt. Volgens de deliberatietheorie druk je zelfkennis uit in termen van ‘wereldkennis’. Als je meer van de wereld hebt gezien, krijg je meer en betere wereldkennis en kun je beter beoordelen wat je bijvoorbeeld van jouw cultuur vindt. Dat is volgens Moran zelfkennis (1) (2)

Uitwisseling is niet altijd een succesverhaal. Zo komt het voor dat uitwisselingsstudenten in een andere cultuur geen aansluiting vinden. Dit kan komen door het impliciete oordeel over de gastcultuur dat deze studenten hebben.

Vraag 19 1 punt

Leg dit uit met een voorbeeld.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met een voorbeeld dat impliciete oordelen de aansluiting bij een andere cultuur in de weg kunnen staan. voorbeeld van een goed antwoord: Stel dat een Griekse studente op uitwisseling gaat naar Duitsland. Zij heeft het impliciete oordeel dat Duitsers stug zijn. Zelf heeft ze het gevoel dat ze haar best doet om aansluiting te vinden, maar door dat impliciete oordeel zal ze zich anders opstellen in contact. Hierdoor kan het zijn dat haar vooroordeel bevestigd wordt zonder dat zij kritisch kijkt naar haar eigen gedrag. (1)

naar: evascalifornication - waarbenjij.nu - 2009

Volgens Jean-Jacques Rousseau kun je door de invloed van de samenleving van jezelf vervreemden.

Vraag 20 2 punten

Leg dit uit met het begrip ‘amour propre’. Beargumenteer vervolgens met het begrip ‘amour de soi’ of Eva’s uitwisseling volgens Rousseau kan bijdragen aan een authentiek leven.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het begrip ‘amour propre’ dat je volgens Rousseau door de invloed van de samenleving van jezelf kunt vervreemden: de samenleving stimuleert een kunstmatige vorm van eigenliefde/trots/ijdelheid die leidt tot vervreemding en ongeluk (1) • een argumentatie met het begrip ‘amour de soi’ of Eva’s interculturele uitwisseling volgens Rousseau aan een authentiek leven kan bijdragen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Door de samenleving worden mensen verleid om zich te vergelijken met anderen en zich iets aan te trekken van de mening van anderen. Op den duur kunnen ze dan geen goede keuzes meer maken en richten ze zich alleen nog op wat anderen van hen denken. Dat leidt tot wat Rousseau ‘amour propre’ noemt, met als gevolg jaloezie, trots en dom vermaak die ten koste gaan van het geluk (1) • Ik denk niet dat een uitwisseling naar een ander westers land helpt tegen de vervreemding. Eva noemt dat anderen hetzelfde gevoel hebben en daarmee geeft ze aan dat ze zichzelf begrijpt door naar anderen te kijken. Dat is volgens Rousseau nu juist de kern van het probleem. Het maatschappelijke leven heeft alle natuurlijke neigingen en zelfliefde (amour de soi) bedorven en daarom zou alleen een uitwisseling naar een plaats zonder maatschappij wellicht iets bijdragen aan een authentiek leven voor Eva (1) of • Rousseau zou het wel goed vinden als jonge mensen een tijdje uit hun vertrouwde samenleving vertrekken en teruggeworpen worden op zichzelf in een vreemde samenleving. Eva komt er in een ander land namelijk achter hoe het leven is zonder haar thuisland-gewoonten en moet zelf uitvinden hoe ze in haar basisbehoeften voorziet. Het is daarmee een kans voor Eva om dichter bij haar werkelijke natuur en zelfliefde te komen (amour de soi). Daarom is het volgens Rousseau mogelijk een bijdrage aan een authentiek leven voor Eva (1) (2)

naar: dailymail.co.uk - From bad quite good trait - 2013

Ludwig Wittgenstein zou zeggen dat de Britten een ander taalspel spelen dan wij. Volgens hem is zelfkennis een sociale aangelegenheid.

Vraag 21 2 punten

Leg uit dat zelfkennis een sociale aangelegenheid is volgens Wittgenstein. Beargumenteer vervolgens met tekst 11 en de opvatting van Wittgenstein of een uitwisseling naar het Verenigd Koninkrijk volgens jou gevolgen heeft voor jouw zelfkennis.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik denk dat er wel wat grappige situaties zullen ontstaan als studenten in het Verenigd Koninkrijk komen studeren en van een docent over hun werkstuk te horen krijgen dat hij wel “a few minor comments” heeft. Blijkbaar betekenen sommige begrippen en uitdrukkingen iets anders in de Britse context en zal het even duren voordat een buitenlander dat doorheeft en zich heeft aangepast. Ik ben het echter niet met Wittgenstein eens dat je ook jezelf anders gaat begrijpen als de mensen om je heen de wereld op een andere manier beschrijven. Ik geloof dat echte zelfkennis van binnen uit jezelf komt en onafhankelijk is van de taal waarin je daarover praat of nadenkt. Uitwisseling leidt daarom volgens mij gewoon alleen maar tot andere talenkennis, niet tot andere zelfkennis (1p)

Stel dat een student thuis graag gaat zweefvliegen en wandeltochten maakt, omdat hij dat fijn in zijn eentje en in stilte kan doen. Hij voelt zich bevoorrecht als hij een studiebeurs krijgt voor een culturele uitwisseling naar Italië. Hij vindt dat zo’n studiebeurs bedoeld is om integratie en begrip in Europa te bevorderen en hij wil daar graag aan bijdragen en zijn tijd nuttig besteden door zo veel mogelijk van de cultuur te leren. In Italië besluit hij daarom zijn vrije tijd niet in zijn eentje door te brengen, maar aan een teamsport te gaan doen. Zo hoopt hij zichzelf te ontwikkelen en socialer te worden. Volgens Jean-Paul Sartre gaat het bij authenticiteit om radicale keuzes.

Vraag 22 1 punt

Leg dit uit met het voorbeeld van de uitwisselingsstudent in Italië.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met het voorbeeld van de uitwisselingsstudent in Italië dat het volgens Sartre bij authenticiteit om radicale keuzes gaat: als de uitwisselingsstudent helemaal op eigen autoriteit een keuze maakt is hij authentiek. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Sartre ben je authentiek als je zelf oprechte keuzes maakt zonder je te laten leiden door een zogenaamde menselijke natuur. De uitwisselingsstudent in Italië gaat niet uit van eigenschappen die bepalen wat hij moet doen, maar kiest ervoor om een tijdje anders te zijn. Volgens Sartre is dat authentiek als dat helemaal uit hemzelf komt en hij daar zelf alle verantwoordelijkheid voor neemt. (1)

Charles Taylor heeft kritiek op Sartres opvatting over radicale keuzes en legt zijn kritiek uit met de begrippen sterke en zwakke evaluatie.

Vraag 23 2 punten

Leg met het voorbeeld van de keuze van de uitwisselingsstudent in Italië uit:

  • wat het verschil is tussen sterke en zwakke evaluatie en
  • dat authentieke keuzes volgens Taylor niet radicaal kunnen zijn.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het verschil tussen sterke en zwakke evaluatie met het voorbeeld van de uitwisselingsstudent in Italië: voorkeur voor zweefvliegen is een zwakke evaluatie omdat hij dat alleen maar doet omdat het fijn is, terwijl keuze voor teamsport een sterke evaluatie is, omdat de student daarmee verantwoordelijkheid neemt voor wie hij wil zijn (1) • een uitleg met het voorbeeld van de uitwisselingsstudent in Italië dat authentieke keuzes volgens Taylor niet radicaal kunnen zijn: ook de keuze voor het doen van teamsport is gebaseerd op een bepaalde reden (horizon van betekenis) en kan dus nooit radicaal zijn (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Taylor is een zwakke evaluatie een voorkeur of afkeer zonder dat dit over je levenskeuzes gaat, of over wie je wilt zijn. Dan gaat het alleen over smaak bijvoorbeeld. Zweefvliegen is leuk en lekker stil. Bij een sterke evaluatie gaat het wél over wie of hoe je wilt zijn, bijvoorbeeld omdat je je verantwoordelijk voelt. Zelfs als hij het niet altijd leuk vindt om met anderen om te gaan, gaat de student toch op teamsport, omdat hij iemand wil zijn die bijdraagt aan de Europese integratie en zijn beurs wil gebruiken waarvoor die bedoeld is. Dat is sterke evaluatie (1) • Een keuze is volgens Taylor altijd gebaseerd op een bepaalde reden en kan dus nooit radicaal zijn. Taylor stelt voor om authenticiteit te begrijpen vanuit sterke evaluatie. Sterke evaluaties worden volgens Taylor gemaakt tegen de achtergrond van een ‘horizon van betekenis’. Als de student voor teamsport kiest om te willen bijdragen aan meer begrip tussen culturen is dat volgens Taylor reden om deze keuze authentiek te noemen, omdat het hier een sterke evaluatie betreft (1) (2)

bron: Erasmus - Querela pacis - 1517

Erasmus’ verzet tegen het nationalisme kan worden uitgelegd met de begrippen relativisme en universalisme.

Vraag 24 2 punten

Leg uit dat tekst 12 niet oproept tot relativisme, maar wel tot universalisme.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat tekst 12 niet oproept tot relativisme: Erasmus wijst de opvatting af dat morele oordelen (over mensen uit andere landen) louter standpuntafhankelijk zijn (1) • een uitleg dat tekst 12 wel oproept tot universalisme: Erasmus vindt dat er morele oordelen te vellen zijn die overal en voor iedereen zouden moeten gelden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Relativisme is het idee dat er meerdere gezichtspunten zijn om de wereld te beschouwen, wat maakt dat er niet één waarheid is, maar dat alles betrekkelijk is. In tekst 12 beschrijft Erasmus dat verschillende nationaliteiten met elkaar overhoop liggen omdat ze vasthouden aan hun eigen gezichtspunt. Uit de tekst blijkt dat Erasmus dit onwenselijk vindt, want “wat kan er slechter zijn dan volken die elkaar bestrijden alleen omdat ze andere namen hebben?” (1) • Universalisme is het idee dat er een algemeen, overkoepelend perspectief is dat voor iedereen toegankelijk is. Vanuit zo’n perspectief vallen tegenstellingen juist weg. Erasmus gelooft dat de wereld vreedzamer wordt als men ziet dat “er zoveel zaken zijn die hen tot elkaar zouden moeten brengen” (1) (2)

Uitwisseling heeft vaak grote impact op de levens van de deelnemers. Het Erasmusprogramma maakte bekend dat er sinds de start van de uitwisselingen meer dan één miljoen Erasmus-baby’s zijn geboren. Deelnemers aan het programma zeggen: “De EU creëert echte Europese burgers.” Een doel van het programma, het bevorderen van integratie en begrip, lijkt daarmee behaald. In de discussie over de identiteit van de mens wordt gebruikgemaakt van het begrippenpaar natuur en cultuur.

Vraag 25 1 punt

Leg met de uitspraak van de deelnemers uit dat het Erasmusprogramma ervan uitgaat dat identiteit vooral wordt gevormd door de cultuur.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met de uitspraak van de deelnemers dat het Erasmusprogramma ervan uitgaat dat identiteit gevormd wordt door de cultuur: het programma veronderstelt dat identiteit van “echte Europese burgers” maakbaar is. voorbeeld van een goed antwoord: Het is de vraag of iemand is wie hij is omdat hij zo geboren is, of omdat hij zo is opgevoed. Het doel om integratie te bevorderen duidt aan dat het Erasmusprogramma gelooft in maakbaarheid. En ook de opmerking dat het programma “echte Europese burgers creëert” geeft aan dat het Erasmusprogramma duidelijk aan de cultuurkant in deze discussie staat. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-19-2-o

Andere examens filosofie havo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2019, tijdvak 2?

Het centraal examen filosofie havo 2019, tijdvak 2 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (11), ethiek (6) en kennisleer (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2019, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2019, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-19-2-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.