Eindexamen filosofie havo 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Cyborgs, naar: Dezeen Magazine - Interview with human cyborg Neil Harbisson - 2013, naar: Nautilus - Encounters with the Posthuman - 2013, naar: www.klm.com - 2016, naar: Standvastig, Svend Brinkmann - 2016, naar: mareonline.nl - niet-rokers stoppen eerder - 2015, bron: sochicken.nl - stoppen met roken en niet aankomen: 10 tips - 2011, naar: decorrespondent.nl - drugsprofessor vindt verslaving flauwekul - 2016, bron: decorrespondent.nl - drugsprofessor vindt verslaving flauwekul - 2016.
Het centraal examen filosofie havo 2018, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (9), ethiek (6) en politieke filosofie (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Mens en techniek | 1-8, 20 | 9 |
| Ethiek | 9, 14, 22, 24-26 | 6 |
| Politieke filosofie | 13, 15-16, 19, 21, 23 | 6 |
| Kennisleer | 10-12, 17-18 | 5 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens filosofie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (35% van de vragen, gemiddeld 23%) en kennisleer (19% van de vragen, gemiddeld 8%). Minder over politieke filosofie (23% van de vragen, gemiddeld 55%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie havo 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie havo 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie havo 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Cyborgs
Neil Harbisson is geboren met een zeldzame afwijking: hij is volledig kleurenblind. In plaats van kleuren ziet hij alleen grijstinten. Hij weet nog goed dat het in zijn jeugd frustrerend was om niet te zien wat anderen wel zagen. Neil koos voor een bijzondere oplossing: hij liet een camera op zijn hoofd monteren, die verbonden is met een chip in zijn schedel. De camera registreert kleuren en de chip zet die om in trillingen. Via die trillingen kan Neil nu kleuren horen. Als hij om zich heen kijkt, ziet Neil nog steeds alles in zwart-wit, maar tegelijkertijd hoort hij de kleuren van de dingen als verschillende geluiden. Door zijn implantaat is Neil een cyborg geworden, een levend organisme waaraan technische onderdelen toegevoegd zijn die functioneren als onderdeel van het lichaam. Neils lichaam is hierdoor veranderd en dankzij zijn implantaat heeft Neil mogelijkheden die hij eerder niet had. Dit lijkt een ingrijpende gebeurtenis te zijn voor zijn identiteit. John Locke vat de mens op als levend lichaam. Hij maakt vervolgens een onderscheid tussen ‘mens’ en ‘persoon’.
Vraag 1 2 punten
Geef Lockes definitie van ‘persoon’. Leg vervolgens met deze definitie uit of Neils persoonlijke identiteit door zijn implantaat is veranderd.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Lockes definitie van ‘persoon’: denkend wezen met bewustzijn en herinnering (1) • een uitleg dat Neils persoonlijke identiteit door de toevoeging van het implantaat niet veranderd is, omdat hij nog steeds bewuste herinneringen heeft aan de tijd voordat hij zijn implantaat had (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Locke is een persoon een denkend wezen met bewustzijn en herinnering (1) • Jouw identiteit als persoon wordt gevormd door wat jij je van jezelf kunt herinneren. Door bewuste herinneringen die je van jezelf hebt, ben je dezelfde persoon als vroeger. Daarom verandert Neils implantaat niets aan zijn persoonlijke identiteit, ook al is zijn lichaam veranderd. Hij weet nog steeds hoe het was om als kind geen implantaat te hebben (1) (2)
Filosofen geven verschillende antwoorden op de vraag of Neils persoonlijke identiteit is veranderd door zijn implantaat. Daniel Dennett heeft een functionalistische opvatting over persoonlijke identiteit.
Vraag 2 2 punten
Leg uit dat volgens Dennett het zelf:
- bestaat als fictioneel object en
- niet per se aan het lichaam gebonden is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat het zelf volgens Dennett bestaat als abstractie in de verhalen die we vertellen om ons gedrag te begrijpen (1) • een uitleg dat Dennett het zelf opvat vanuit de functie die het heeft (voorspellen en verklaren van gedrag) en dat die functie niet afhankelijk is van een specifieke materie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Dennett is het zelf geen object dat bijvoorbeeld ergens in de hersenen terug te vinden is. Het is een object dat door ons verzonnen is om ons eigen gedrag en dat van anderen te begrijpen. Het zelf is het centrum, het zwaartepunt van deze verhalen (1) • Omdat het zelf iets abstracts of fictioneels is, is het ook niet gebonden aan een specifiek soort lichaam. Voor Dennett heeft het zelf de functie om ons gedrag te voorspellen en te verklaren. Het is zelfs denkbaar dat het lichaam kan worden vervangen door een computer en dan kan je nog steeds over dezelfde geest of persoon spreken om zijn gedrag te begrijpen (1) (2)
naar: Dezeen Magazine - Interview with human cyborg Neil Harbisson - 2013
Maurice Merleau-Ponty heeft een andere opvatting dan Dennett over de relatie tussen lichaam en zelf.
Vraag 3 2 punten
Leg uit welke kritiek Merleau-Ponty zou hebben op Dennetts opvatting van het zelf. Beargumenteer vervolgens of jij vindt dat de manier waarop Neil over zijn eyeborg spreekt beter aansluit bij Dennett of bij Merleau-Ponty.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat het lichaam volgens Merleau-Ponty mogelijkheidsvoorwaarde voor ervaring is (geleefd lichaam) (1) • een argumentatie of de manier waarop Neil over zijn eyeborg spreekt beter aansluit bij Dennett of bij Merleau-Ponty (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Merleau-Ponty zijn lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verbonden en ook niet los van elkaar te zien. Ons lichaam is een geleefd lichaam en het zorgt ervoor dat de wereld niet slechts een losse verzameling waarnemingen is, maar dat we de wereld kunnen zien, voelen, ruiken enzovoort. Dennett denkt dat het zelf als narratief zwaartepunt in principe ook los van ons lichaam kan bestaan. Maar volgens Merleau-Ponty hebben de verhalen die we over onszelf vertellen alleen betekenis vanuit de ervaringen die we met ons lichaam hebben: ‘Ik heb dorst’ omdat mijn zelf en mijn lichaam niet te scheiden zijn (1) • Volgens mij is de manier waarop Neil over zijn implantaat spreekt beter te begrijpen vanuit Dennetts functionalisme. Neils zelfbeeld is blijkbaar niet afhankelijk van het beperkte lichaam waarmee hij geboren is, maar van de verhalen die hij over zichzelf vertelt; verhalen die gebruikmaken van de eyeborg in plaats van van zijn biologische lichaam om kleuren te ervaren. Neil toont dus aan dat het mogelijk is om het narratief zwaartepunt te verschuiven in de richting van een meer technologisch ankerpunt, waarmee hij het ongelijk van Merleau-Ponty aantoont (1) of • Neil geeft aan hoe de eyeborg langzaam onderdeel van zijn organisme werd, eerst als extra informatiebron maar later ook doordat de eyeborg hem nieuwe gevoelens en zelfs dromen gaf. Je ziet hier dus duidelijk hoe belangrijk het lichaam is, en wat je aan het lichaam toevoegt, voor wat je kunt ervaren en voelen. Ik denk dat Merleau-Ponty gelijk heeft in zijn kritiek op Dennett, dat het verhaal dat je over jezelf vertelt nooit losstaat van je lichaam. Als Neil niet zijn aangeboren afwijking had (2)
naar: Nautilus - Encounters with the Posthuman - 2013
De boosheid van de mailers kun je verklaren doordat zij uitgaan van een andere metafysische vooronderstelling over de menselijke identiteit dan Neil.
Vraag 4 1 punt
Leg dit uit met tekst 2.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met tekst 2 dat de boze mailers van een andere metafysische vooronderstelling uitgaan over wat de menselijke identiteit is dan Neil: volgens de mailers zijn kunstmatige toevoegingen niet natuurlijk terwijl Neil zijn implantaat als onderdeel van zichzelf ziet. voorbeeld van een goed antwoord: Metafysische vragen gaan over wat het zelf is. Het lijkt erop dat sommige mensen vooral boos worden op Neil omdat hij bezig is met het veranderen van de grenzen tussen mens en machine. Ze vinden het onnatuurlijk dat Neil kunstmatige elementen toevoegt aan zijn lichaam, terwijl Neil de eyeborg als onderdeel van zijn organisme is gaan zien. Neil en de boze mailers verschillen dus van mening over het antwoord op de vraag wat een menselijk zelf is. (1)
Ook de Australische kunstenaar Stelarc experimenteert met de mogelijkheden van technologische veranderingen van het lichaam. Hij liet een ‘derde oor’ implanteren in zijn linkeronderarm (zie afbeelding hiernaast). Dit oor wil hij gebruiken om via een ingebouwde microfoon op internet met de rest van de wereld te delen wat hij ‘hoort’. Stelarc gaat ervan uit dat we in de toekomst allemaal cyborgs zullen zijn. Hij ziet het als zijn taak deze toekomst te onderzoeken. Het experiment van Stelarc roept bij veel mensen heftige reacties op.
Vraag 5 1 punt
Leg met het voorbeeld van Stelarc uit dat de mens een dubbelzinnige houding heeft ten aanzien van techniek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een andere invulling van de dubbelzinnige houding ten aanzien van techniek kan een punt worden toegekend, mits filosofisch relevant en goed uitgelegd.
Net als Stelarc ziet Neil zichzelf als een voorloper op de toekomst. Dankzij zijn eyeborg kan Neil nu niet alleen normale kleuren als rood en groen waarnemen, maar ook ‘kleuren’ die normaal gesproken niet door het menselijk oog waargenomen kunnen worden, zoals infrarood en ultraviolet. Zo kan Neil met zijn eyeborg ook in het donker ‘zien’. Neil zou willen dat alle mensen dankzij technologische uitbreidingen van het lichaam in het donker kunnen zien. Dan zouden we ’s nachts geen lampen meer nodig hebben. Neil vindt dat mensen die niet in het donker kunnen zien een beperking hebben.
Vraag 6 1 punt
Leg uit dat bij Neils eyeborg het onderscheid tussen verbeteren en genezen problematisch is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat bij Neils eyeborg het onderscheid tussen verbeteren en genezen problematisch is: de eyeborg is niet alleen een genezing van Neils beperking maar ook een verbetering van de mens, waardoor normale mensen nu beperkt lijken te zijn. voorbeeld van een goed antwoord: Neil ontwikkelde zijn eyeborg om zijn aangeboren afwijking van kleurenblindheid op te lossen. In dat opzicht is de eyeborg een vorm van genezing. Maar tegelijkertijd geeft de eyeborg Neil ook extra mogelijkheden die normale gezonde mensen niet hebben, want hij kan nu ook infrarood waarnemen en in het donker zien. Daardoor lijken normale mensen nu juist een beperking te hebben. (1)
Volgens Allen Buchanan worden discussies over de morele wenselijkheid van mensverbeteringstechnieken voor een belangrijk deel bepaald door voorstellingen van de menselijke natuur. Buchanan gaat in op de voorstelling van de menselijke natuur die uitgaat van een aantal vaste kenmerken die mensen met elkaar zouden delen.
Vraag 7 1 punt
Leg uit dat deze voorstelling volgens Buchanan niet geschikt is om een morele beoordeling te geven van de verbetering van het zicht met de eyeborg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat de voorstelling van een menselijke natuur die uitgaat van een aantal vaste kenmerken, niet geschikt is om de technologische verbetering van ons zicht moreel te beoordelen: uit een beschrijving van ons huidige zicht zijn geen morele regels voor de uitbreiding van het zicht af te leiden / uitgaan van het huidige menselijke zicht kan leiden tot ongefundeerde vooroordelen jegens mensen met een technologische uitbreiding. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Buchanan zijn verwijzingen naar een menselijke natuur die uitgaan van een aantal vaste kenmerken ongeschikt om te bepalen of een technologische verbetering goed of slecht is. Als je er bijvoorbeeld van uitgaat dat het tot de menselijke natuur behoort dat we geen infrarood kunnen zien, betekent dat nog niet dat het onmenselijk is om, zoals Neil, wel infrarood te kunnen zien. Bovendien kan het er ook toe leiden dat er allerlei vooroordelen ontstaan tegen mensen als Neil, simpelweg omdat ze niet passen binnen die beschrijving van de menselijke natuur. (1)
Stel je voor dat we in de komende jaren stap voor stap elk onderdeel van ons biologisch lichaam vervangen door een verbeterde technologische variant. Zou je dan kunnen zeggen dat we aan het eind, als alle onderdelen vervangen zijn, nog steeds mensen zijn? Het gedachte-experiment van ‘het schip van Theseus’ is in verschillende versies bekend. In een van de versies wordt het schip op volle zee stap voor stap vernieuwd totdat ten slotte elke plank van het schip vervangen is door een nieuwe plank. In dit gedachte-experiment draait het om kwalitatieve en numerieke identiteit.
Vraag 8 3 punten
Geef aan wat het verschil is tussen kwalitatieve identiteit en numerieke identiteit. Leg vervolgens met dit verschil uit welke vraag naar identiteit deze versie van het gedachte-experiment van het schip van Theseus oproept. Beargumenteer tot slot met dit verschil of jij iemand die voor elk lichaamsdeel vervangende en verbeterde technologische onderdelen heeft gekregen, nog ‘mens’ zou willen noemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ja, we worden echt andere mensen als we al onze onderdelen vervangen, maar nee, we zijn nog steeds mensen. Ik heb ten opzichte van mijn tweejarige zelf ook allerlei nieuwe eigenschappen gekregen en ik kan veel meer. En toch ben ik nog steeds dezelfde omdat ik numeriek identiek ben aan mijzelf van toen en waarom zou ik dan geen mens meer zijn? Numerieke identiteit is belangrijker dan kwalitatieve. De cyborgversie van mij kan zich nog steeds de oude beperkte versie van mijzelf herinneren en daarom zijn beide versies nog steeds versies van dezelfde mens (1p)
naar: www.klm.com - 2016
Stel dat Tessa aarzelt of ze zal solliciteren. Ze vindt KLM een geweldig bedrijf en denkt dat het een goede carrièrestap voor haar is. Ze herkent zich in de beschrijvingen van de meeste eigenschappen uit de advertentie. Toch voelt ze zich ongemakkelijk over de nadruk die gelegd wordt op de persoonlijke eigenschappen in de advertentie; het lijkt wel alsof ze meer wordt beoordeeld op wie ze is dan om wat ze doet. Ook zou de baan betekenen dat ze niet die tatoeage kan laten zetten waarover ze fantaseert. Kortom: Tessa betwijfelt of ze wel kan voldoen aan alle eisen die aan haar karakter gesteld worden. Christine Korsgaard legt haar opvatting over de waarde van authenticiteit uit met het begrip ‘praktische identiteit’.
Vraag 9 2 punten
Leg Korsgaards opvatting over authenticiteit uit met Tessa’s twijfel over de sollicitatie. Geef daarbij twee van Tessa’s conflicterende praktische identiteiten weer.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Tessa’s twijfel toont dat ze zich kritisch tot zichzelf kan verhouden, waarin volgens Korsgaard de waarde van authenticiteit ligt (1) • een weergave van twee van Tessa’s conflicterende praktische identiteiten: haar wens om de tatoeage te laten zetten gaat niet samen met haar wens om als stewardess te werken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In haar opvatting over authenticiteit gebruikt Korsgaard het begrip ‘praktische identiteit’. Dit is volgens Korsgaard een beschrijving van jezelf waaruit blijkt wat je belangrijk vindt en wat je moet doen. Tessa’s twijfel over de sollicitatie gaat over de vraag wat zij het belangrijkste in het leven vindt en wie ze wil zijn. Volgens Korsgaard is de waarde van authenticiteit gelegen in het vermogen om jezelf deze vragen te stellen (1) • Mensen hebben altijd meerdere praktische identiteiten. In dit geval is een van Tessa’s praktische identiteiten die van een ambitieuze professional die graag stewardess wil zijn. Deze praktische identiteit conflicteert alleen wel met de andere praktische identiteit van de Tessa die een tatoeage wil laten zetten (1) (2)
Voor belangrijke beslissingen, zoals over je carrière, is zelfkennis nodig. Volgens de introspectietheorie kun je zelfkennis verkrijgen door naar je innerlijke stem te luisteren. Ludwig Wittgenstein gebruikt bij zijn kritiek op de introspectietheorie een vergelijking van een kever in een doosje.
Vraag 10 2 punten
Geef aan wat de kever in deze vergelijking voorstelt. Leg met deze vergelijking uit dat de introspectietheorie volgens Wittgenstein leidt tot solipsisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave dat de kever de privé-ervaring voorstelt (1) • een uitleg met het voorbeeld van een kever in een doosje dat de introspectietheorie volgens Wittgenstein tot solipsisme leidt: omdat niemand in het doosje van een ander kan kijken wordt gedeelde betekenis onmogelijk (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Wittgenstein stelt zich voor dat je een doosje met daarin een kever hebt waarin volgens de introspectietheorie niemand anders dan jijzelf kan kijken. De kever is in deze vergelijking jouw eigen innerlijke ervaring van bijvoorbeeld pijn (1) • Volgens de introspectietheorie kun je leren wat je voelt door in je bewustzijn te kijken, maar als jij de enige bent met toegang tot dit doosje, dan is het onmogelijk om jouw ervaring te vergelijken met die van een ander. Niemand weet dan wat jij ervaart en bedoelt en omgekeerd kun je ook nooit begrijpen wat anderen ervaren of bedoelen. Je weet het zelf niet eens, omdat je het ook niet kunt vergelijken met anderen. Als we accepteren dat we kennis over bijvoorbeeld pijn verkrijgen door naar onze innerlijke stem te luisteren, zijn we nooit in staat daarover te communiceren. Dan bestaat alleen jouw eigen perspectief en dat is een vorm van solipsisme (1) (2)
naar: Standvastig, Svend Brinkmann - 2016
Volgens Wittgenstein is zelfkennis een sociale aangelegenheid.
Vraag 11 2 punten
Leg Wittgensteins opvatting over zelfkennis uit. Leg vervolgens uit dat Brinkmanns opvatting aansluit bij die van Wittgenstein.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat zelfkennis volgens Wittgenstein een sociale aangelegenheid is: de taal waarin zelfkennis wordt verwoord ontleent haar betekenis aan gebruik in de sociale context (1) • een uitleg dat zelfkennis volgens Brinkmann ook een sociale aangelegenheid is: het ego is een constructie die door de cultuurgeschiedenis is geformuleerd (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Wittgenstein moeten we eerst weten hoe we begrippen zoals ‘zelf’ of ‘ego’ moeten gebruiken in een sociale context voordat we ze kunnen toepassen op onszelf om daarmee tot zelfkennis te komen. Net zoals je om te schaken besef moet hebben van de regels van het spel en je ze moet kunnen volgen en toepassen, zo moet je je ook in de taal houden aan de regels ervan (1) • Dit past volgens mij bij Brinkmanns bewering dat het idee van een ego door de cultuurgeschiedenis is geformuleerd. Je moet eerst weten welke regels er zijn als je dat begrip ‘ego’ gaat gebruiken, anders weet je helemaal niet wat het betekent om dit ‘ego’ te kennen (1) (2)
Volgens het advies in tekst 4 is zelfkennis een kwestie van ‘ontdekken’. Over het bestaan van het zelf verschillen David Hume en Immanuel Kant van opvatting. Kant levert daarbij kritiek op Humes sceptische argumentatie dat het zelf niet bestaat.
Vraag 12 2 punten
Geef aan:
- welke rol introspectie in Humes argumentatie speelt en
- welke kritiek Kant op Humes opvatting over het zelf heeft.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave dat Hume ervan uitgaat dat we het bestaan van het zelf moeten kunnen aantonen op basis van innerlijke waarneming (1) • een weergave van Kants kritiek op Humes opvatting over het zelf: zonder zelf is er geen ervaring mogelijk (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Hume moet aan elk idee een ervaring voorafgaan en dus ook aan het idee van een ‘ik’. Zo’n ‘ik’ zou je volgens Hume dus rechtstreeks moeten kunnen voelen of anderszins moeten kunnen waarnemen door introspectie, en dat is niet zo (1) • Kant heeft kritiek op deze sceptische argumentatie, want ook al is er geen innerlijke waarneming van het ‘ik’, toch moet dat ‘ik’ wel bestaan, want anders was er überhaupt geen ervaring (1) (2)
Werk waarbij je bepaalde gevoelens moet hebben om het goed uit te kunnen voeren noemt Brinkmann ‘gevoelswerk’. Vroeger bestond gevoelswerk alleen maar in de bijzondere dienstverlening zoals in het vliegtuig, maar volgens Brinkmann is het aantal banen waarin gevoelswerk gevraagd wordt enorm toegenomen. Hij heeft kritiek op de moderne arbeidsmarkt waarin van personeel gevraagd wordt dat het steeds positievere gevoelens heeft.
Tegenwoordig moet een medewerker bij een bank of gemeentehuis vooral “een enthousiaste teamspeler met een hands-on-mentaliteit” zijn en is het zijn eigen verantwoordelijkheid om met trainingen en zelfhulpboeken zulke positieve emoties te ontwikkelen. Dit gevoelswerk leidt volgens Brinkmann tot meer burn-outs en depressies; mensen willen positiever, enthousiaster en flexibeler zijn dan mogelijk is. En als het dan niet lukt, geloven ze dat het hun eigen schuld is. Brinkmann noemt dit de commercialisering van het gevoelsleven: we kopen en verkopen niet alleen arbeid, maar we verkopen ook ons karakter en onze gevoelens. Volgens Karl Marx vervreemdt het kapitalisme de mens van zichzelf en van zijn arbeid. In de tijd van Marx bestond de meeste arbeid uit zwaar lichamelijk werk in fabrieken.
Vraag 13 2 punten
Leg uit:
- dat fabrieksarbeiders volgens Marx van zichzelf vervreemdden en
- dat moderne werknemers volgens Brinkmann op soortgelijke wijze van zichzelf vervreemden.
Bekijk het antwoord
- een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat fabrieksarbeiders volgens Marx van zichzelf vervreemdden omdat ze zich niet meer verwerkelijkten in hun arbeid, omdat het werk slechts middel tot levensonderhoud werd / zonder voldoening was / slechts voor een ander werd uitgevoerd (1) • een uitleg dat de moderne werknemer volgens Brinkmann op soortgelijke wijze van zichzelf vervreemdt omdat zijn karakter en gevoelens handelswaar zijn geworden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Marx vervreemdde de fabrieksarbeider van zichzelf omdat alleen de dierlijkste aspecten van het menselijk leven – slapen, eten en drinken – nog in de vrije tijd plaatsvinden en hemzelf toebehoorden. De rest van de tijd behoorde de arbeider zijn werkgever toe en het product van zijn arbeid was ook nooit iets waar hij zelf trots op kon zijn. Zijn werk was niet vrijwillig maar gedwongen (1) • Volgens Brinkmann zorgt het gevoelswerk ervoor dat het gevoelsleven van de moderne werknemer gecommercialiseerd wordt. Als jij een bullshitjob hebt waarin je alleen maar positieve gevoelens mag hebben, wordt het onduidelijk welke waarde die gevoelens voor jouzelf nog hebben. Je gevoelens en karakter zijn handelswaar geworden, dat wil zeggen iets uiterlijks dat niet meer van jezelf is, waardoor je niet meer tot zelfverwerkelijking kunt komen (1) (2)
Marx’ visie op arbeid verschilt van die van het klassiek liberalisme. Volgens het klassiek liberalisme kan er op de moderne arbeidsmarkt met de toename van het gevoelswerk geen sprake van vervreemding zijn. De moderne werknemer kan daarmee volhouden dat het doen van gevoelswerk als authentiek beschouwd moet worden.
Vraag 14 2 punten
Geef twee argumenten vanuit de twee vooronderstellingen van het mensbeeld van het klassiek liberalisme dat het doen van gevoelswerk authentiek is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument dat het moderne gevoelswerk authentiek is, vanuit de vooronderstelling van het mensbeeld van het klassiek liberalisme dat mensen in staat zijn om te handelen overeenkomstig hun voorkeuren: omdat werknemers immers zelf kunnen kiezen om ergens te (blijven) werken moet het gevoelswerk als authentieke keuze worden beschouwd (1) • een argument dat het moderne gevoelswerk authentiek is, vanuit de vooronderstelling van het mensbeeld van het klassiek liberalisme dat mensen zelf het best weten wat ze willen: gevoelswerk is authentiek omdat werknemers zelf het best weten wat goed voor ze is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens het klassiek liberalisme zijn mensen vrij om te doen wat ze willen. Brinkmann doet net alsof mensen te werk gesteld worden en daarbij hun karakter en integriteit moeten opgeven. Maar je kunt ook ontslag nemen en voor jezelf beginnen. Ik vind het raar om over vervreemding te spreken als mensen uit vrije beweging gevoelswerk doen. Gevoelswerk moet daarom als authentiek worden beschouwd (1) • Mensen weten volgens het klassiek liberalisme ook zelf het best wat ze willen. Brinkmann doet net alsof het zo’n rare keuze is om enthousiast en constructief te willen zijn. Maar dat zegt meer over hem dan over moderne werknemers. Want ik ben er juist blij mee dat ik op een moderne, flexibele arbeidsmarkt zulke keuzes heb (1) (2)
Werk is voor veel mensen een belangrijke manier om deel te nemen aan de samenleving. Maar naast een positieve rol bij het ervaren van autonomie of zelfverwerkelijking, kan werk daarbij ook een negatieve rol spelen. Axel Honneth maakt een onderscheid tussen drie vormen van erkenning die nodig zijn om autonomie te ontwikkelen.
Vraag 15 3 punten
Leg voor elke vorm van erkenning uit welke bijdrage die volgens Honneth levert aan autonomie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat liefde volgens Honneth bijdraagt aan autonomie omdat het tot meer zelfvertrouwen leidt (1) • een uitleg dat respect bijdraagt aan autonomie omdat respect van anderen leidt tot zelfrespect (1) • een uitleg dat sociale waardering bijdraagt aan autonomie omdat het leidt tot zelfwaardering (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Om de relatie tussen erkenning en autonomie te verduidelijken maakt Honneth duidelijk dat liefde erg belangrijk is, omdat je zelfvertrouwen alleen kan groeien als er van je gehouden wordt (1) • Op dezelfde manier heb je het respect van anderen nodig om ook jezelf te leren respecteren (1) • Tot slot kun je eigenlijk maar moeilijk leren om jezelf de moeite waard te vinden als je niet ook door je sociale omgeving gewaardeerd wordt. Doordat je deze vormen van erkenning krijgt, kun je je volgens Honneth tot een autonoom individu ontwikkelen (1) (3)
Volgens Brinkmann wordt door de toename van gevoelswerk de moderne werknemer bedreigd, omdat van hem wordt geëist dat hij altijd aan zichzelf moet blijven werken om tot zelfverwerkelijking te komen. De moderne werknemer zal volgens Brinkmann iets van zijn karakter moeten opgeven, omdat die zelfverwerkelijking nooit af is en de arbeidsmarkt altijd meer autonomie en authenticiteit van de werknemer zal willen zien. Over autonomie en authenticiteit verschillen Isaiah Berlin, Krista Lawlor, Catriona Mackenzie en Jean-Jacques Rousseau van opvatting.
Vraag 16 2 punten
Beargumenteer of jij het eens bent met Brinkmann dat de toename van gevoelswerk de moderne werknemer bedreigt. Gebruik daarbij de opvatting van twee van bovenstaande filosofen over autonomie of authenticiteit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of de toename van gevoelswerk de moderne werknemer bedreigt met twee van onderstaande opvattingen, samenhangend met authenticiteit en autonomie: − Berlin: er is een onderscheid tussen afwezigheid van dwang (negatieve vrijheid) en autonome zelfbepaling in een context waarin dat kan (positieve vrijheid). − Lawlor: cognitieve vaardigheid/verbeelding is nodig om te weten te komen wat je eigenlijk wilt. − Mackenzie: interne tegenstrijdigheden moeten door reflectie op de sociaal-relationele situatie worden overwonnen. − Rousseau: amour propre bedreigt de authenticiteit van de moderne werknemer. per juiste toepassing in de argumentatie (1) voorbeelden van een goed antwoord: − Ik denk dat je pas over authenticiteit en autonomie kunt spreken als er sprake is van positieve vrijheid volgens de definitie van Berlin en dat afwezigheid van dwang niet voldoende is om over een echt vrije keuze te spreken. Ik geloof dat Brinkmann zich terecht zorgen maakt over de voorwaarden voor deze positieve vrijheid als je voor je werk wat van je karakter moet opgeven. Lawlor stelt weliswaar dat mensen door verbeelding erachter kunnen komen wat ze willen en dat ze zo wellicht autonoom authentieke keuzes maken. Maar gevoelswerk is zo vanzelfsprekend geworden dat je wel een heel sterke verbeelding moet hebben om je voor te kunnen stellen hoe het ook anders zou kunnen zijn. De meeste werknemers ‘go with the flow’ en dat is bedreigend. of − Rousseau zou de overdreven cultivering van zelfverwerkelijking beschouwen als een kunstmatige vorm van eigenliefde (amour propre). Werknemers die de hele tijd met zichzelf en hun gevoelens bezig zijn, verwerkelijken zichzelf niet. Ik denk dus dat Brinkmann gelijk heeft dat de toename van gevoelswerk een bedreiging voor het karakter is, maar ik vind ook dat je dit wel per geval moet beoordelen. Want net als Mackenzie vind ik dat je met respect voor iemands eigen persoonlijke ervaringen zou moeten reflecteren over eventuele (2)
naar: mareonline.nl - niet-rokers stoppen eerder - 2015
Het aanpassen van je zelfbeeld is vanuit de ene theorie over zelfkennis gemakkelijker te begrijpen dan vanuit de andere. Zo zou een aanhanger van de interpretatietheorie zich waarschijnlijk kunnen vinden in het voorbeeld van de Anonieme Alcoholisten in tekst 5.
Vraag 17 1 punt
Leg uit dat het voorbeeld van de Anonieme Alcoholisten om het zelfbeeld te veranderen, past bij de interpretatietheorie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat het voorbeeld van de Anonieme Alcoholisten om het zelfbeeld te veranderen, past bij de interpretatietheorie: vaak herhalen dat drinken nu niet meer bij je past, levert een andere interpretatie over jezelf op. voorbeeld van een goed antwoord: Bij de Anonieme Alcoholisten moeten mensen vaak herhalen waarom drinken nu niet meer bij ze past. Pas door dit veel te herhalen, gaan alcoholisten dit volgens tekst 5 ook echt zo zien. Door de herhaling gaan ze zichzelf en wat er bij hen past kennelijk anders interpreteren. Dit past bij de interpretatietheorie over zelfkennis, omdat je volgens die theorie geen directe toegang hebt tot je eigen mentale toestanden, maar alleen via interpretatie. In tekst 5 wordt die interpretatie veranderd. (1)
Een aanhanger van de deliberatietheorie zal weinig zien in de aanpak in tekst 5. Vanuit de deliberatietheorie komt zelfkennis anders tot stand dan volgens de interpretatietheorie.
Vraag 18 2 punten
Geef een kritiekpunt van de deliberatietheorie op de interpretatietheorie. Geef vervolgens een voorbeeld van hoe iemand via deliberatie tot zelfkennis komt bij de vraag of hij moet stoppen met roken.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat: • een weergave van een kritiekpunt van de deliberatietheorie op de interpretatietheorie: eerste-persoonsautoriteit is wel mogelijk (1) • een weergave van een voorbeeld dat iemand via wereldkennis vanuit zijn eerste-persoonsautoriteit tot zelfkennis komt bij de vraag of hij moet stoppen met roken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens de deliberatietheorie ga je in de wereld op zoek naar redenen waarom je iets wel of niet moet geloven. Je kunt alleen maar zelf vaststellen wat je ergens van vindt. De deliberatietheorie gaat dus uit van eerste-persoonsautoriteit. Daarmee levert de deliberatietheorie kritiek op de interpretatietheorie, die er juist van uitgaat dat je vanuit een derde-persoonsperspectief naar jezelf kijkt. Volgens de deliberatietheorie kijk je niet als buitenstaander naar je eigen binnenste, maar vanuit je eigen rationele eerste-persoonsautoriteit naar de redenen in de wereld waarom je iets moet geloven (1) • Als iemand via deliberatie tot zelfkennis komt bij de vraag of hij moet stoppen met roken, dan zou hij de vraag kunnen stellen of hij moet geloven dat roken slecht is voor de gezondheid. Die vraag moet hij dan vervolgens niet beantwoorden door passief bij zichzelf naar binnen te kijken, maar door in de wereld op zoek te gaan naar redenen om te geloven dat roken wel of niet slecht is voor de gezondheid. Het is aan hem om actief te bepalen wat het antwoord op die vraag is. Dan zou hij tamelijk gemakkelijk redenen kunnen vinden, waaruit hij wel moet concluderen dat roken slecht is voor de gezondheid en dat hij dus wel moet geloven dat het beter is om een niet-roker te zijn (1) (2)
bron: sochicken.nl - stoppen met roken en niet aankomen: 10 tips - 2011
Tekst 6 sluit aan bij de opvatting over persoonlijke identiteit van Paul Ricoeur.
Vraag 19 1 punt
Leg dit uit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat tekst 6 aansluit bij Ricoeurs opvatting over persoonlijke identiteit omdat de angst om dik te worden en er later slecht uit te zien, aansluit bij de ipse-identiteit die vooruit en terug kan kijken. voorbeeld van een goed antwoord: In tekst 6 wordt ingegaan op de angst die een roker kan hebben voor de toekomst: namelijk dik worden of er slecht uit gaan zien. De angst voor hoe je eruitziet of wie je bent in de toekomst, sluit aan bij de ipse-identiteit van Ricoeur, omdat de ipse-identiteit betrekking heeft op het zelf dat zich verhoudt tot wie je bent, en dus vooruit en terug kan kijken. (1)
Je zou het probleem van de roker die niet-roker wil worden in tekst 6 kunnen opvatten als een identiteitscrisis. Volgens Marya Schechtman dient zich tijdens zo’n identiteitscrisis het ‘karakteriseringsvraagstuk’ aan. Lynne Rudder Baker heeft juist kritiek op Schechtmans opvatting over het karakteriseringsvraagstuk.
Vraag 20 1 punt
Beargumenteer met het voorbeeld van de twijfelende roker in tekst 6 of jij het eerder eens bent met Schechtmans opvatting over het karakteriseringsvraagstuk of met Bakers kritiek hierop.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie met het voorbeeld van de twijfelende roker of de vraag wie je bent over kenmerken van een persoon gaat (Schechtman) of dat een zelfnarratief voorafgegaan moet worden door numerieke identiteit (Baker). voorbeelden van een goed antwoord: − Ik ben het eens met Schechtman. De vraag wie je bent is een narratief over de set kenmerken die bepalen wat je werkelijke identiteit is. De roker die wil stoppen in tekst 6 moet actief bepalen welke kenmerken werkelijk van hem of haar zijn: die van een gezonde niet-roker die mogelijk aankomt of die van een ongezonde, slanke roker. Welke keuze deze roker maakt is een kwestie van waarden, en het uiteindelijke handelen dat daarbij hoort en die actieve verhouding bepaalt zijn of haar persoonlijkheid. of − Ik ben het eens met Baker. Volgens mij kan je pas antwoord geven op de vraag welke kenmerken bij jou horen als je eerst een persoon bent. De roker in tekst 6 kan alleen maar twijfelen over stoppen met roken als er eerst iemand bestaat die een zelfnarratief over de angst om aan te komen of een gezonder leven als niet-roker kan scheppen. (1)
In Europa wordt een antirookbeleid gevoerd met het oog op de volksgezondheid. Sinds 2016 verplichten nieuwe Europese regels sigarettenfabrikanten om gruwelijke afbeeldingen van mogelijke gevolgen van roken op pakjes sigaretten te plaatsen. Volgens onderzoekers zullen deze afbeeldingen rokers afschrikken en zo het aantal rokers verder terugbrengen. Nudge-paternalisme is een antwoord op de vraag in hoeverre overheden zich mogen bemoeien met individuele keuzes van burgers.
Vraag 21 2 punten
Leg uit wat nudge-paternalisme inhoudt. Beargumenteer vervolgens met het nudge-paternalisme of jij vindt dat de gruwelijke afbeeldingen op de sigarettenpakjes een beperking zijn van jouw autonomie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg wat nudge-paternalisme inhoudt: overheden beïnvloeden burgers zonder dwang om de juiste keuzes te maken (1) • een argumentatie met nudge-paternalisme of de afbeeldingen op sigarettenpakjes een beperking zijn van autonomie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Nudge-paternalisme gaat ervan uit dat overheden hun burgers onbewuste duwtjes in de richting van goede keuzes geven. Er wordt dus geen dwang gebruikt, maar de omgeving wordt zo ingericht dat burgers eerder geneigd zijn om goede keuzes te maken (1) • Ik vind nudging in het geval van de gruwelijke afbeeldingen op de sigarettenpakjes geen beperking van mijn autonomie omdat het redelijke informatie is die mij helpt om een autonome keuze te maken (1) of • Ik vind nudging in het geval van de gruwelijke afbeeldingen op de sigarettenpakjes een beperking van mijn autonomie omdat de plaatjes zo overdreven gruwelijk zijn dat mijn afkeer het gevolg is van manipulatie en ik het dus in feite niet meer zelf ben die bepaalt of ik wil roken of niet (1) (2)
Om te bepalen of je een voor- of tegenstander bent van nudging kan je gebruikmaken van de deugdethiek of van de gevolgenethiek.
Vraag 22 2 punten
Leg uit:
- dat voorstanders van nudge-paternalisme de gevolgenethiek kunnen gebruiken en
- dat tegenstanders van nudge-paternalisme de deugdethiek kunnen gebruiken om hun standpunt te beargumenteren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument vóór nudge-paternalisme vanuit de gevolgenethiek: duwtjes in de goede richting zullen het grootste geluk voor het grootste aantal mensen opleveren (1) • een argument tegen nudge-paternalisme vanuit de deugdethiek: duwtjes in de goede richting kunnen de ontwikkeling van het eigen karakter belemmeren (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Vanuit de gevolgenethiek moet de vraag naar wat goed is, beantwoord worden door te kijken naar wat het grootste geluk oplevert voor het grootste aantal mensen. Vanuit deze ethiek is nudging vrijwel altijd goed, omdat de duwtjes vanuit de overheid worden gegeven om zo veel mogelijk mensen een gezond en dus gelukkig leven te laten leiden (1) • Vanuit de deugdethiek wordt er gekeken naar de vraag hoe iemand een goed leven kan leiden. Hiervoor moet vanuit het verstand en in de praktijk ontdekt worden hoe iemands karakter het best vervolmaakt kan worden. Nudging is voor een deugdethisch standpunt wellicht te dwingend, omdat door de duwtjes in de juiste richting iemand niet meer zelf tot het deugdelijke midden en de vervolmaking van zijn eigen karakter komt, maar hierin wordt gemanipuleerd (1) (2)
naar: decorrespondent.nl - drugsprofessor vindt verslaving flauwekul - 2016
Cohen wijst in tekst 7 de huidige opvatting over ‘autonomie’ af. In die opvatting speelt de waarde ‘productiviteit’ een belangrijke rol. Waarden kunnen beschrijvend (descriptief) zijn of voorschrijvend (prescriptief).
Vraag 23 2 punten
Leg uit:
- of de waarde ‘productiviteit’ volgens Cohen descriptief of prescriptief wordt gebruikt in de huidige opvatting over autonomie en
- dat het onderscheid tussen normale en problematische bindingen volgens Cohen een gevolg is van de huidige opvatting over autonomie.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de waarde ‘productiviteit’ volgens Cohen in de huidige opvatting over autonomie prescriptief wordt gebruikt: ‘elk individu moet productief zijn’ (1) • een uitleg dat het onderscheid tussen normale en problematische emotionele bindingen volgens Cohen een gevolg is van de huidige opvatting over autonomie: productiviteit bepaalt wat (niet) normaal is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Cohen wordt ‘productiviteit’ prescriptief gebruikt in de huidige opvatting over autonomie: ‘elk individu moet productief zijn’. Volgens Cohen eist de samenleving dat iedereen productief is. Productiviteit wordt dus voorgeschreven volgens hem (1) • In tekst 7 is de huidige opvatting over autonomie verbonden met de prescriptieve waarde ‘productiviteit’. Als autonoom zijn betekent dat je een interne computer hebt die zorgt dat jij productieve keuzes kan maken, dan is het maken van een onproductieve keuze niet normaal en het maken van een productieve keuze wel normaal. Voor zover kunst en balletdansen productief te noemen zijn, is een carrière als balletdanseres dus normaal, en een emotionele binding met roken problematisch, want onproductief (1) (2)
Ook Sartre vindt dat de mens verantwoordelijk is voor zijn eigen keuzes. Maar volgens Sartre is de mens daarbij onvermijdelijk te kwader trouw.
Vraag 24 1 punt
Beargumenteer met Cohens voorbeeld van de balletdanseres of jij het eens bent met Sartres opvatting dat een mens onvermijdelijk te kwader trouw is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of de mens onvermijdelijk te kwader trouw is met het voorbeeld van de balletdanseres: door te kiezen geef je je vrijheid op. voorbeelden van een goed antwoord: − Ik ben het ermee eens dat de mens onvermijdelijk te kwader trouw is. De mens is vrij en daarmee gedoemd om keuzes te maken. Als de balletdanseres niet kiest, verwerkelijkt ze haar vrijheid niet en is ze te kwader trouw aan zichzelf. Echter, door te kiezen heeft ze haar vrijheid opgegeven en is ze evengoed te kwader trouw. of − Ik ben het er niet mee eens dat de mens onvermijdelijk te kwader trouw is. De radicale keuze van Sartre bestaat volgens mij helemaal niet. Kiezen voor wat we het liefst willen, is geen verraad aan onze vrijheid, maar gebaseerd op een goede reden. Als je zo sterk iets wil als de balletdanseres in tekst 7 en je kiest daarvoor, dan moet je daar misschien wel wat offers voor brengen, maar je vrijheid verwerkelijken betekent niet dat dit geen pijn mag doen of dat je daarmee onvrij wordt. Jij kiest omdat jij dat wilt, dat is het toppunt van vrijheid. (1)
bron: decorrespondent.nl - drugsprofessor vindt verslaving flauwekul - 2016
Cohen lijkt in tekst 8 iemands bestaan te koppelen aan de keuzes die iemand maakt over zijn eigen emotionele bindingen. Charles Taylor definieert authenticiteit in termen van keuzes en maakt daarbij een onderscheid tussen sterke en zwakke evaluaties.
Vraag 25 1 punt
Leg uit dat Cohens opvatting in tekst 8 aansluit bij Taylors authenticiteitsideaal.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat Cohens opvatting in tekst 8 aansluit bij Taylors authenticiteitsideaal: het maken van betere keuzes voor je bestaan is een sterke evaluatie, namelijk een keuze over wat het meest waardevol voor je is / wie je wilt zijn. voorbeeld van een goed antwoord: In Taylors authenticiteitsideaal maakt iemand een sterke evaluatie over zijn keuze, tegen een achtergrond van gedeelde betekenis. Die keuze gaat over hoe jij je bestaan wilt vormgeven en wat voor jou waardevol en belangrijk is in het leven. Cohen zegt in tekst 8 dat je, als je problemen hebt door cocaïnegebruik op je werk, geholpen moet worden om betere keuzes te maken. Die problemen zijn volgens Cohen niet handig voor je bestaan. Door de hulp ben je beter in staat een sterke evaluatie te maken over hoe jij je bestaan wilt vormgeven en wat voor jou belangrijk is. (1)
Taylors authenticiteitsideaal leidt tot het probleem van oneindige regressie. Dit probleem speelt ook als je ervan uitgaat dat emotioneel sterke bindingen bepalen wie jij bent. Of het nou gaat om een binding met balletdansen, cocaïne, een geliefde of sigaretten. Harry Frankfurt heeft voor dit probleem een andere oplossing dan Taylor.
Vraag 26 2 punten
Leg uit wat het verschil is tussen de opvattingen van Taylor en Frankfurt over oneindige regressie bij authenticiteit. Beargumenteer vervolgens met dit verschil of jij vindt dat emotioneel sterke bindingen bepalen wie je bent.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat oneindige regressie volgens Frankfurt wordt beëindigd door te ontdekken waar je van houdt, terwijl dat voor Taylor geen kwestie van ontdekken is, maar van zelfinterpretatie (1) • een argumentatie met dit verschil of emotioneel sterke bindingen bepalen wie je bent (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Frankfurt wordt oneindige regressie beëindigd bij het beantwoorden van de vraag wie we willen zijn, omdat we op een bepaald moment ontdekken waar we kennelijk ten diepste van houden en om geven. Taylor is dit op zich met Frankfurt eens, behalve dan dat we die grondhouding volgens hem niet zomaar ontdekken. Waar we het meest om geven is volgens Taylor ook altijd zelfinterpretatie waarmee we actief vormgeven aan wie we willen zijn. Taylors opvatting is dus iets minder passief dan die van Frankfurt (1) • Ik denk dat sterke emotionele bindingen inderdaad bepalen wie we zijn, omdat we ze nou eenmaal niet kunnen negeren, of het nou om een binding met een geliefde of drugs gaat. Ik ben het wat dat betreft eens met Frankfurt, die zegt dat we de oneindige regressie oplossen omdat we bij onszelf naar binnen kunnen kijken en dan onze diepste overtuiging en liefde ontdekken. Volgens Taylor articuleren we wie we zijn tegen de achtergrond van onze verlangens. We zouden onze eigen sterke emotionele bindingen volgens hem dus tegelijk vormgeven en ontdekken. Maar dan zouden we er ook een stuk minder afhankelijk van hoeven zijn dan volgens mij het geval is (1) of • Ik denk niet dat sterke emotionele bindingen echt bepalen wie wij zijn. Misschien wel als je heel erg van voetbal houdt en ook profvoetballer bent, maar bij roken of andere verslavingen denk ik niet dat deze bindingen bepalen wie je bent. Ik ben het wat dat betreft meer eens met Taylor, die zegt dat je de oneindige regressie oplost doordat je je diepste overtuigingen maakt terwijl je ze ontdekt. Bij Frankfurt heb je dan simpelweg je liefde ontdekt. En daa (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Filosofie 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-18-2-o
Andere examens filosofie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie havo 2018, tijdvak 2?
Het centraal examen filosofie havo 2018, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (9), ethiek (6) en politieke filosofie (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie havo 2018, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie havo 2018, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-2/ha-0311-a-18-2-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie havo 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.