Eindexamen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 − Migratie wereldwijd, Opgave 2 − Het einde van de bloeddiamant?, Opgave 3 − Een geologische Tour de France, Opgave 4 − Water in het Midden-Oosten, Opgave 5 − Natuurrampen in Zuidoost-Azië, Opgave 6 − Het grensgebied van Maleisië en Thailand, Opgave 7 − Kustversterking Katwijk aan Zee, Opgave 8 − Het Modekwartier in Arnhem.
Het centraal examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1 telt 31 vragen. De meeste vragen gaan over endogene en exogene processen (6), globalisering (5) en bevolking en migratie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Endogene en exogene processen | 9-12, 17-18 | 6 |
| Globalisering | 5, 7-8, 22-23 | 5 |
| Bevolking en migratie | 1-4 | 4 |
| Nederland: wonen en water | 24-27 | 4 |
| Verstedelijking | 28-31 | 4 |
| Water en rivieren | 13, 15, 20 | 3 |
| Ontwikkelingsvraagstukken | 6, 21 | 2 |
| Weer en klimaat | 14, 19 | 2 |
| Landbouw en voedsel | 16 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens aardrijkskunde vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over bevolking en migratie (13% van de vragen, gemiddeld 5%). Minder over energie en grondstoffen (0% van de vragen, gemiddeld 6%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 − Migratie wereldwijd
Bestudeer de bronnen 1 en 2 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen.
Gebruik de bronnen 1 en 2. Hieronder staan twee beweringen. a De drie macroregio’s die samen de triade vormen hebben alle drie een positief migratiesaldo. b Bij migratie speelt afstandsverval een belangrijke rol.
Vraag 1 2 punten
Noteer op je antwoordblad de letters a en b en zet erachter of de bewering juist of onjuist is. Onderbouw elke keuze met behulp van de bronnen.
Bekijk het antwoord
- a: de bewering is onjuist, omdat uit de macroregio Oost-Azië meer migranten vertrekken dan er zich vestigen (1)
- b: de bewering is juist, omdat de meeste migranten binnen of dicht bij de (macro)regio blijven waar ze vandaan komen / omdat slechts enkele grote migratiestromen gericht zijn op macroregio’s ver van de vertrekregio (1)
De migratiestroom van Latijns-Amerika naar Noord-Amerika (zie bron 1) is vooral te verklaren vanuit één dimensie. Bij de migratie binnen Afrika speelt ook een andere dimensie een belangrijke rol.
Vraag 2 2 punten
Geef aan
- vanuit welke dimensie de migratiestroom van Latijns-Amerika naar Noord-Amerika vooral te verklaren is;
- welke andere dimensie bij de migratie binnen Afrika ook een belangrijke rol speelt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- migratiestroom van Latijns-Amerika naar Noord-Amerika: vanuit de economische dimensie (1)
- migratie binnen Afrika: vanuit de politieke dimensie (1)
Gebruik de atlas. Zowel vanuit Zuid-Azië als vanuit Afrika gaat een omvangrijke migratiestroom naar Europa (zie bron 1). Migranten uit Zuid-Azië gaan vooral naar één Europees land, terwijl migranten uit Afrika naar verschillende Europese landen gaan.
Vraag 3 2 punten
Beredeneer het ontstaan van dit verschil. Betrek in je redenering het Europese land waar migranten uit Zuid-Azië vooral naar toe gaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Zuid-Azië vrijwel helemaal een kolonie van Groot-Brittannië was, terwijl Afrika gekoloniseerd werd door verschillende Europese landen / in Zuid-Azië vrijwel overal Engels wordt gesproken, terwijl in Afrika verschillende Europese talen worden gesproken (1)
- zodat de migratie vanuit Zuid-Azië vooral gericht is op Groot-Brittannië en de migratie vanuit Afrika op meerdere Europese landen (1)
Bron 1 toont nauwelijks migratie binnen Oost-Azië. Dat komt doordat de gebruikte gegevens zijn verzameld op het schaalniveau van landen. Wanneer de gegevens op een ander schaalniveau verzameld worden, ontstaat een ander beeld van de migratie binnen Oost-Azië.
Vraag 4 2 punten
Beredeneer welk beeld van de migratie binnen Oost-Azië dan ontstaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- wanneer de gegevens op regionaal schaalniveau verzameld worden (1)
- de omvangrijke binnenlandse migratie (van het binnenland naar de kuststrook / steden) in China zichtbaar wordt (1)
Opgave 2 − Het einde van de bloeddiamant?
Bestudeer de bronnen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen.
Gebruik bron 1.
Vraag 5 2 punten
Toon aan dat in de diamantindustrie op twee verschillende schaalniveaus sprake is van een centrum-periferieverhouding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- (op mondiale schaal) de winning in een perifeer land (Botswana) gebeurt, maar dat de mijn in handen is van een bedrijf uit een centrumland (Canada) / het slijpen/verhandelen van diamanten vooral in centrumlanden gebeurt (1)
- (op nationale schaal) de winning van diamanten plaatsvindt in een perifeer gebied (de Kalahariwoestijn), maar dat de kwaliteit wordt beoordeeld in de hoofdstad / het centrum (van Botswana) (1)
Gebruik de kaartbladen DE WERELD. In zowel Botswana als de Democratische Republiek Congo worden diamanten gewonnen. Toch is tussen deze twee landen een groot welvaartsverschil ontstaan.
Vraag 6 2 punten
Beredeneer vanuit de politieke dimensie het ontstaan van dit welvaartsverschil.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Botswana politiek gezien een stabieler land is dan de Democratische Republiek Congo (1)
- zodat de inkomsten uit de diamantwinning in Botswana meer geïnvesteerd worden in de opbouw van het land dan in de Democratische Republiek Congo (1)
Gebruik bron 2. Antwerpen, Johannesburg, New York en Tel Aviv zijn altijd al belangrijke centra in de diamanthandel geweest. De andere drie steden in bron 2 zijn pas de laatste decennia uitgegroeid tot belangrijke centra in de diamanthandel.
Vraag 7 3 punten
Geef
- twee redenen waarom de andere drie steden in bron 2 pas de laatste decennia zijn uitgegroeid tot belangrijke centra in de diamanthandel;
- de reden waarom Johannesburg altijd al een belangrijk centrum in de diamanthandel is geweest.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Juiste redenen voor de andere drie steden (Dubai, Hongkong en Mumbai) zijn: (2p)
- Deze steden liggen in landen/regio’s die de laatste decennia een sterke economische groei kennen / een grote welvarende middenklasse hebben gekregen.
- Deze steden hebben zich de laatste decennia ontwikkeld tot internationale/mondiale knooppunten die door veel (vermogende) reizigers worden aangedaan.
Gebruik bron 3. In deze bron worden afspraken genoemd die een groot aantal landen met elkaar hebben gemaakt over de diamanthandel.
Vraag 8 2 punten
Geef aan
- waarom inwoners van landen met een grote afzetmarkt bij hun regering aandrongen op deze afspraken;
- welk politiek voordeel het maken van deze afspraken heeft voor regeringen van landen als de Democratische Republiek Congo en Sierra Leone.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Een juist politiek voordeel voor regeringen van landen zoals Sierra Leone en de Democratische Republiek Congo is: (1) Opstandelingen/rebellen kunnen hun gewapende strijd tegen de regering dan minder goed financieren.
Opgave 3 − Een geologische Tour de France
Bestudeer de bronnen 1 en 2 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen.
Gebruik de bronnen 1 en 2 en de atlas. De Tour de France is een wielerwedstrijd van drie weken dwars door Frankrijk. De profielen van de vijf etappes a tot en met e uit bron 2 horen bij de locaties 1 tot en met 5 uit bron 1.
Vraag 9 2 punten
Neem de cijfers 1 tot en met 5 uit bron 1 over op je antwoordblad. Zet achter elk cijfer de letter van de juiste etappe uit bron 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- 1 d 2 a 3 c 4 b 5 e indien vijf combinaties juist (2) indien vier of drie combinaties juist (1) indien minder dan drie combinaties juist (0) (2)
Gebruik kaartblad 76. De Tour de France gaat bijna elk jaar door de Pyreneeën en soms ook door de Vogezen.
Vraag 10 2 punten
Geef met behulp van de theorie over de platentektoniek aan op welke wijze
- de Pyreneeën zijn gevormd;
- de Vogezen zijn gevormd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- de Pyreneeën zijn gevormd door convergente plaatbewegingen (waarbij gesteentelagen geplooid / over elkaar heen geschoven werden) (1)
- de Vogezen zijn gevormd door horst-/slenkvorming (als gevolg van het oprekken van de aardkorst) (1)
In Bretagne rijden de wielrenners door het Armorikaans Massief. Hier ligt het dieptegesteente graniet aan het aardoppervlak.
Vraag 11 2 punten
Geef aan op welke wijze
- dit graniet is gevormd;
- dit graniet aan het aardoppervlak is komen te liggen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Het graniet is gevormd doordat (vele miljoenen jaren geleden) magma opsteeg onder het Armorikaans Massief en in de aardkorst langzaam stolde (tot graniet) (1)
- Door langdurige verwering en/of erosie is het gebergte afgevlakt (en opgeheven) waardoor het graniet aan het oppervlak is komen te liggen (1)
Gebruik atlaskaart 76A. De Tour de France eindigt elk jaar op de Champs-Élysées in Parijs. Deze stad ligt in het midden van het Bekken van Parijs.
Vraag 12 3 punten
Beschrijf het spreidingspatroon van de ouderdom van de gesteenten in het Bekken van Parijs. Leg uit op welke wijze dit spreidingspatroon is ontstaan. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Uit de beschrijving moet blijken dat de jongste sedimenten/gesteenten in het midden van het Bekken van Parijs liggen en dat de sedimenten/gesteenten naar de randen toe steeds ouder zijn (1)
- Het gebied rond Parijs ligt in het laagste deel van het bekken / ligt in het deel van het bekken dat het sterkst daalt (oorzaak) (1)
- waardoor in het midden van het bekken de jongste sedimenten/gesteenten over de oudere sedimenten/gesteenten (die alleen in de hoger gelegen randen van het bekken nog aan het oppervlak liggen) zijn afgezet (gevolg) (1)
Opgave 4 − Water in het Midden-Oosten
Gebruik kaartblad 147. De beschikbare hoeveelheid zoet water afkomstig uit neerslag neemt de komende decennia in het hele Midden-Oosten af. Voor Irak wordt echter in 2050 geen waterschaarste verwacht. De zoetwatervoorziening van Irak is wel kwetsbaar.
Vraag 13 2 punten
Geef aan waarom
- voor Irak geen waterschaarste wordt verwacht;
- de zoetwatervoorziening van Irak wel kwetsbaar is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- door Irak rivieren (de Tigris en de Eufraat) stromen die water van elders aanvoeren (1)
- de zoetwatervoorziening wel kwetsbaar is, omdat Irak afhankelijk is van ingrepen door andere landen die stroomopwaarts liggen (1)
Gebruik de atlas. Op het Arabisch Schiereiland valt in het zuidwesten vrijwel alleen in de zomermaanden neerslag.
Vraag 14 2 punten
Beschrijf met behulp van de ligging van luchtdrukgebieden in de zomermaanden de wijze waarop daar neerslag ontstaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- In de zomer ligt de ITCZ / een groot lagedrukgebied boven het Arabisch Schiereiland (en een hogedrukgebied net ten zuiden van de evenaar) (1)
- De lucht stijgt in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland op tegen een gebergte (waarbij afkoeling en condensatie plaatsvindt) (1)
Gebruik atlaskaart 147F. Op deze atlaskaart staan vier mogelijke manieren waarop Saudi-Arabië aan zoet water kan komen. Eén van die manieren is watertransport vanuit andere gebieden.
Vraag 15 3 punten
Noteer de andere drie mogelijke manieren op je antwoordblad. Geef aan
- welke van deze drie manieren op langere termijn voor heel Saudi-Arabië het meest geschikt is om aan zoet water te komen;
- waarom die andere twee manieren minder kansrijk zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- het ontzilten van zeewater voor heel Saudi-Arabië op de langere termijn het meest kansrijk is (1)
- het gebruik van zoet water uit ondergrondse waterreservoirs / aquifers op langere termijn niet volstaat omdat het een niet-vernieuwbare zoetwaterbron is (1)
- het gebruik van zoet water uit stuwdammen niet voldoende zal zijn om heel Saudi-Arabië van zoet water te voorzien / alleen mogelijk is in het zuidwesten van Saudi-Arabië (1)
De wederzijdse beïnvloeding tussen mens en natuur kan juist in het Midden-Oosten leiden tot landdegradatie.
Vraag 16 2 punten
Noteer twee vormen van landdegradatie die in het Midden-Oosten veel voorkomen op je antwoordblad. Geef voor elke vorm aan op welke wijze de wisselwerking tussen mens en natuur leidt tot deze vorm van landdegradatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Juiste antwoorden zijn: − Verwoestijning: extensieve veeteelt (waarbij vegetatie wordt weggevreten) kan in wisselwerking met de geringe hoeveelheid neerslag / de hoge verdamping leiden tot het uitdrogen van gebieden / het uitbreiden van woestijnen. − Verzilting: irrigatielandbouw kan in wisselwerking met de hoge verdamping leiden tot het zouter worden van de bodem / het grondwater. − Bodemerosie: (extensieve) akkerbouw (waarbij de bodem niet het hele jaar bedekt is) kan in wisselwerking met felle regenbuien / harde wind leiden tot het verdwijnen van de vruchtbare bovenste bodemlaag. per juist antwoord (1) (2)
Opgave 5 − Natuurrampen in Zuidoost-Azië
Bestudeer bron 1 uit het bronnenboekje die bij deze opgave hoort.
Gebruik de atlas. Een van de grootste natuurrampen die zich in Zuidoost-Azië heeft voorgedaan was de tsunami van Aceh (Indonesië) in 2004.
Vraag 17 2 punten
Beschrijf de wijze waarop deze tsunami ontstond. Betrek in je antwoord
- de plaattektonische situatie bij Sumatra;
- de oorzaak van het hoger worden van de golf toen die de kust bereikte.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- De (Indisch-)Australische plaat / Birmaplaat schoof onder de Sundaplaat, waarbij een aardbeving ontstond (1)
- De golf die hierbij ontstond, werd bij de kust afgeremd / opgestuwd (waardoor de golfhoogte toenam en het land werd overspoeld) (1)
Een vulkaanuitbarsting zoals die van de Pinatubo op de Filipijnen in 1991 leidde tot een veel kleiner aantal slachtoffers dan de tsunami van Aceh in 2004.
Vraag 18 2 punten
Geef twee oorzaken waardoor bij een vulkaanuitbarsting meestal minder slachtoffers vallen dan bij een tsunami.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Juiste oorzaken zijn: − De gevolgen van vulkaanuitbarstingen vinden vooral lokaal plaats, terwijl die van de tsunami in een veel uitgestrekter gebied plaatsvinden. − Vulkaanuitbarstingen kunnen vaak redelijk voorspeld worden / worden vaak voorafgegaan door lichte aardbevingen, zodat de bevolking rond de vulkaan geëvacueerd kan worden. (Bij een tsunami die volgt op een onverwachte aardbeving is daar nauwelijks tijd voor.) − Vulkaanuitbarstingen kunnen in dunbevolkte gebieden plaatsvinden, terwijl tsunami’s de kustgebieden treffen, die vaak dichtbevolkt zijn. per juiste oorzaak (1) (2)
Gebruik bron 1 en kaartblad 228. In Zuidoost-Azië heeft in 2008 een grote natuurramp plaatsgevonden waarbij, net als bij de tsunami van Aceh in 2004, ook meer dan 100.000 dodelijke slachtoffers vielen. Het verwijderen van de mangroven heeft bijgedragen aan het grote aantal slachtoffers van beide rampen.
Vraag 19 2 punten
Geef aan
- in welk land in Zuidoost-Azië deze andere grote natuurramp heeft plaatsgevonden;
- op welke manier het verwijderen van de mangroven heeft bijgedragen aan het grote aantal slachtoffers van beide rampen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Myanmar (1)
- De mangroven vormden een natuurlijke bescherming voor het kustgebied / functioneerden als golfbrekers (1)
Delta’s in Zuidoost-Azië worden door klimaatverandering kwetsbaarder voor overstromingen. Niet alleen de gebieden die direct aan zee grenzen, maar ook gebieden verder landinwaarts in delta’s worden kwetsbaarder.
Vraag 20 2 punten
Leg uit dat door klimaatverandering ook gebieden verder landinwaarts in delta’s kwetsbaarder worden voor overstromingen. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- door klimaatverandering de zeespiegel stijgt / tyfoons steeds vaker voorkomen (oorzaak) (1)
- waardoor rivieren hun water niet in zee kwijt kunnen en ze buiten hun oevers treden (en er dus ook overstromingen ontstaan in gebieden verder landinwaarts in delta’s) (gevolg) (1)
Opgave 6 − Het grensgebied van Maleisië en Thailand
Bestudeer bron 1 uit het bronnenboekje die bij deze opgave hoort.
Gebruik bron 1. Het Maleise deel en het Thaise deel van het grensgebied hebben binnen het eigen land een perifere ligging.
Vraag 21 2 punten
Geef
- een backwash effect dat door deze perifere ligging optreedt in deze grensgebieden;
- de wijze waarop het instellen van SBEZ’s kan bijdragen aan het verminderen van dit backwash effect.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Uit een juist backwash effect moet blijken dat de periferie nadelige gevolgen ondervindt, omdat kapitaal / grondstoffen / mensen onttrokken worden ten behoeve van de economie/welvaart in het centrum (1)
- Het instellen van SBEZ’s bevordert de handel (en de werkgelegenheid) tussen de landen, zodat beide grensregio’s beter kunnen profiteren van elkaars nabijheid (en minder afhankelijk worden van het centrum) (1)
Gebruik de atlas en bron 1. China is voorstander van de aanleg van een kanaal door het zuiden van Thailand.
Vraag 22 2 punten
Beredeneer waarom China voorstander is van de aanleg van dit kanaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- China is voor een groot deel afhankelijk van de handel over zee met Afrika / het Midden-Oosten / Europa (1)
- en door de aanleg van het kanaal neemt de relatieve afstand tussen China en deze regio’s af (1)
Gebruik de atlas. De regering van Thailand ziet de economische voordelen van de aanleg van het kanaal, maar er zijn ook twijfels.
Vraag 23 2 punten
Geef voor de regering van Thailand vanuit de politieke dimensie twee redenen om te twijfelen over de aanleg van het kanaal:
- één op nationaal schaalniveau;
- één met betrekking tot de samenwerking in de ASEAN.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Juiste redenen vanuit de politieke dimensie op nationaal schaalniveau zijn: (1p)
- Door de aanleg van het kanaal wordt het zuiden van Thailand fysiek afgesneden van de rest van het land.
- De toch al gespannen verhoudingen met de islamitische bevolking in het zuiden van Thailand zullen verder kunnen verslechteren.
- Het kanaal moet worden aangelegd in een gebied waar een gewapend conflict speelt / waar recentelijk aanslagen zijn gepleegd.
- Een juiste reden met betrekking tot samenwerking in de ASEAN is: (1) De aanleg van het kanaal kan Thailand in conflict brengen met ASEAN-partners als Singapore, Maleisië en Indonesië, die door de aanleg kunnen worden benadeeld.
Opgave 7 − Kustversterking Katwijk aan Zee
Bestudeer de bronnen 1 en 2 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen.
Gebruik bron 1 en de atlas. Bij Katwijk aan Zee vonden vóór de aanleg van de sluizen vaak overstromingen plaats.
Vraag 24 2 punten
Geef aan
- met welk gegeven op kaartblad 32 je kunt aantonen dat bij Katwijk aan Zee voor de aanleg van de sluizen overstromingen hebben plaatsgevonden;
- op welke wijze deze overstromingen ontstonden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Bij Katwijk aan Zee liggen (jonge) zeekleiafzettingen (1)
- Zeewater drong via de monding van een rivier (de Oude Rijn) het achterland van Katwijk aan Zee binnen (1)
Gebruik de atlas. Rond het jaar 2000 werd de oude dijk in Katwijk aan Zee aangemerkt als een zwakke schakel in de Nederlandse kust.
Vraag 25 1 punt
Geef aan waarom het versterken van deze zwakke schakel van nationaal belang was.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat als bij Katwijk aan Zee een doorbraak plaatsvindt een groot deel van de Randstad / een regio met veel inwoners en belangrijke economische activiteiten kan overstromen. (1)
Gebruik bron 1. Het versterken van de oude dijk in Katwijk aan Zee is nooit een reële optie geweest, zelfs niet als dat goedkoper zou zijn geweest dan de aanleg van de nieuwe zeewering.
Vraag 26 2 punten
Geef twee redenen waarom de versterking van de oude dijk in Katwijk aan Zee nooit een reële optie is geweest.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Juiste redenen zijn: − Bij versterking van de oude dijk zou het centrum / een deel van Katwijk aan Zee nog steeds niet beschermd zijn tegen overstromingen vanuit zee. − Bij versterking van de oude dijk zouden veel woningen/gebouwen gesloopt moeten worden. per juiste reden (1) (2)
Gebruik de bronnen 1 en 2. Bij de nieuwe zeewering bij Katwijk aan Zee zijn twee vormen van kustbeheer gecombineerd.
Vraag 27 2 punten
Beredeneer waarom bij Katwijk aan Zee deze twee vormen van kustbeheer gecombineerd zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Uit de redenering moet blijken dat gekozen is voor deze combinatie omdat
Opgave 8 − Het Modekwartier in Arnhem
Bestudeer de bronnen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen.
In de Arnhemse wijk Klarendal ging de leefbaarheid vanaf 1960 achteruit (zie bron 1).
Vraag 28 2 punten
Leg uit waarom dit juist in die periode gebeurde. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- vanaf 1960 veel suburbanisatie van koopkrachtigere inwoners plaatsvond (oorzaak) (1)
- waardoor in Klarendal een concentratie ontstond van mensen met minder economische mogelijkheden (gevolg) (1)
Gebruik de bronnen 1 tot en met 3. De stadsvernieuwing die in de periode 1970-1990 plaatsvond in Klarendal leidde niet tot structurele verbeteringen in de wijk. De herstructurering waarbij het Modekwartier is ontstaan, moet leiden tot een proces waarbij wel structurele verbeteringen ontstaan.
Vraag 29 2 punten
Geef aan
- waarom de stadsvernieuwing in de periode 1970-1990 niet tot structurele verbeteringen in de wijk Klarendal leidde;
- met welk begrip het proces wordt aangeduid dat met de herstructurering wordt nagestreefd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Bij de stadsvernieuwing in de periode 1970-1990 werden vrijwel alleen woningen gebouwd voor relatief lage-inkomensgroepen (zodat de bevolkingssamenstelling niet diverser werd) (1)
- gentrification (1)
Gebruik de bronnen 1 tot en met 3.
Vraag 30 2 punten
Beredeneer waarom het voormalige stationspostkantoor naar het Modekwartier is verplaatst.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Het voormalig stationspostkantoor is (als architectonisch fraai gebouw) een blikvanger voor het Modekwartier / past bij de architectuur van de wijk (1)
- en dat draagt bij aan het aantrekken van (creatieve) modebedrijfjes / hoogopgeleide/kapitaalkrachtige bewoners en klanten (1)
Gebruik bron 1. De ontwikkeling van het Modekwartier in Klarendal is een voorbeeld van een manier waarop de leefbaarheid in een prioriteitswijk verbeterd kan worden.
Vraag 31 2 punten
Geef twee redenen waarom deze aanpak niet zomaar is toe te passen in andere prioriteitswijken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage (bronnenboekje in kleur)
Bekijk het antwoord
- Juiste redenen zijn: − In wijken die niet bestaan uit arbeiderswoningen, maar uit bijvoorbeeld flats, komen ontwikkelingen zoals die van het Modekwartier in Klarendal niet van de grond. − Voor de ontwikkeling van een Modekwartier (zoals in Klarendal) moet een wijk dicht tegen de binnenstad aanliggen en dat is voor veel wijken niet het geval. − Niet elke wijk heeft een kunstacademie in de nabijheid. per juiste reden (1) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Aardrijkskunde 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-0131-a-18-1-o
Andere examens aardrijkskunde vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker aardrijkskunde per vraagtype nakijkt, lees je op aardrijkskunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1 telt 31 vragen. De meeste vragen gaan over endogene en exogene processen (6), globalisering (5) en bevolking en migratie (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-0131-a-18-1-c).
Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde vwo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.