Eindexamen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Territoriale en internationale wateren, De productie van zonnepanelen, Vulkaanuitbarstingen op het schiereiland Reykjanes, Massabewegingen bij de Illhorn in Zwitserland, De Perito Moreno-gletsjer, Ontwikkelingen in Argentinië, Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, Kustbeheer Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Kort antwoord

Het centraal examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over globalisering (10), endogene en exogene processen (8) en Nederland: wonen en water (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Globalisering1-9, 2510
Endogene en exogene processen10-16, 208
Nederland: wonen en water30-334
Weer en klimaat18-19, 343
Water en rivieren17, 212
Ontwikkelingsvraagstukken23-242
Energie en grondstoffen28-292
Bevolking en migratie221
Verstedelijking261
Kaartvaardigheden271

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens aardrijkskunde vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over globalisering (29% van de vragen, gemiddeld 11%) en endogene en exogene processen (24% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over verstedelijking (3% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Territoriale en internationale wateren

Bij deze opgave horen de bronnen 1 en 2.

bron 1

Territoriale wateren en internationale wateren

De territoriale wateren zijn de eerste 12 zeemijl (22 kilometer) vanaf de kustlijn. Een land heeft de volledige controle over de territoriale wateren. Na het territoriaal water komt de exclusieve economische zone (EEZ). In deze zone mag het land natuurlijke hulpbronnen winnen en schepen controleren. Een land heeft de plicht om het milieu in dit deel van de zee of oceaan te beschermen. Na 200 zeemijl beginnen de internationale wateren.

De basis van de regelgeving over de territoriale en internationale wateren werd al in de zeventiende eeuw gelegd. In 1964 werd deze regelgeving opnieuw door de Verenigde Naties vastgelegd in een verdrag en ondertekend door 168 landen. Er ontstaan steeds meer bedreigingen voor de internationale wateren, zoals vervuiling en overbevissing. Ook grootschalige diepzeemijnbouw kan in de toekomst tot problemen leiden. In 2023 werd daarom door de Verenigde Naties een verdrag gesloten, waarin afgesproken werd dat 30% van de internationale wateren voor 2030 beschermd gebied moet zijn.

Dwarsdoorsnede van de zeebodem met de kustlijn, de grens op 12 zeemijl en de grens op 200 zeemijl, met de labels territoriaal water, exclusieve economische zone en internationaal water.

bron 2

Wereldkaart waarop per land de exclusieve economische zone is ingekleurd, met betwiste gebieden in een gearceerd patroon en het internationale water in blauw.
Exclusieve economische zone (EEZ) van landen

Gebruik de bronnen 1 en 2.

De basis van de regelgeving over territoriale en internationale wateren werd al in de zeventiende eeuw gelegd.

Vraag 1 2 punten

Geef aan

  • waarom de basis van deze regelgeving juist toen werd gelegd;
  • welke twee landen uit bron 2 nog altijd een relatief grote exclusieve economische zone hebben door de regelgeving uit die periode.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het voor koloniale (zeevarende) machten noodzakelijk werd om afspraken te maken over het claimen / veroveren van overzeese gebieden.
  • Frankrijk en Verenigd Koninkrijk / Engeland / Groot-Brittannië

Opmerking: Alleen als bij de tweede deelscore beide landen juist zijn 1 scorepunt toekennen.

Atlaskaart van Zuidoost-Azië met landen, zeeën, eilanden en plaatsen, met de Zuid-Chinese Zee in het midden.
kaartenkatern Zuidoost-Azië

Gebruik de bronnen 1 en 2 en het kaartenkatern.

De Spratly-eilanden zijn een archipel van zo’n 250 eilanden en riffen in het zuidelijke deel van de Zuid-Chinese Zee. Veel landen rondom de Zuid-Chinese Zee leggen een claim op (een deel van) de Spratly eilanden.

Vraag 2 2 punten

Beredeneer waarom veel landen rondom de Zuid-Chinese Zee een claim leggen op de Spratly-eilanden.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Het land dat de Spratly-eilanden bezit, zou zijn territoriale wateren / EEZ (in de Zuid-Chinese Zee) sterk uitbreiden / de wateren rondom de Spratly-eilanden dan tot zijn territoriale wateren mogen rekenen,
  • zodat dat land het recht heeft om economische / militaire activiteiten in de wateren rondom de Spratly-eilanden te ontplooien.

Gebruik bron 1.

In 2023 sloten de Verenigde Naties een verdrag over het beschermen van internationale wateren.

Vraag 3 2 punten

Beredeneer waarom technologische ontwikkelingen het noodzakelijk maakten om dit verdrag te sluiten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Door technologische ontwikkelingen worden gebieden in de internationale wateren toegankelijk voor diepzeemijnbouw,
  • wat kan leiden tot ecologische dreigingen die gepaard gaan met economische activiteiten (zodat het noodzakelijk is om ook die wateren te beschermen).

Gebruik bron 1.

Vervuiling van internationale wateren is lastiger op te lossen dan vervuiling van territoriale wateren.

Vraag 4 2 punten

Beredeneer waarom vervuiling van internationale wateren lastig op te lossen is.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • De internationale wateren zijn van iedereen / In de internationale wateren liggen geen staatkundige grenzen,
  • zodat landen (en bedrijven) geen verantwoordelijkheid voelen / nemen voor (het oplossen van) de vervuiling van de internationale wateren.

De productie van zonnepanelen

Bij deze opgave horen de bronnen 3 en 4.

bron 3

De productie van zonnepanelen

China is de grootste producent van zonnepanelen ter wereld. De productie van zonnepanelen past in de ambitie van de Chinese overheid om wereldleider te worden in de ontwikkeling en de productie van hoogwaardige goederen. Chinese fabrikanten van zonnepanelen konden daarom lang rekenen op uitgebreide staatssteun. Deze staatssteun was voor de Europese Unie reden om tussen 2013 en 2018 importheffingen in te stellen op zonnepanelen uit China. Ook zet de Europese Unie steeds meer in op het zelf produceren van recyclebare zonnepanelen.

De belangrijkste grondstof van zonnepanelen is het mineraal kwarts. De eerste stappen in de productie van zonnepanelen - het maken van polysilicium en siliciumstaven - kosten veel energie. In de laatste stap worden zonnecellen uiteindelijk geassembleerd tot zonnepanelen.

Schema van de stappen in de productie van zonnepanelen: van kwarts via polysilicium en siliciumstaven naar wafers, zonnecellen en zonnepanelen, met pijlen die de volgorde aangeven.
Stappen in de productie van zonnepanelen

bron 4

Drie reeksen gestapelde staafdiagrammen voor 2010, 2015 en 2021, met per jaar de vraag naar zonnepanelen en de herkomst van zonnepanelen, zonnecellen, wafers en polysilicium per land of regio.
Vraag naar zonnepanelen en herkomst van (onderdelen van) zonnepanelen

Gebruik de bronnen 3 en 4.

Stelling: de productieketen van zonnepanelen in 2010 past in het traditionele centrum-periferiepatroon.

Vraag 5 2 punten

Geef een argument

  • voor deze stelling;
  • tegen deze stelling.
Bekijk het antwoord

Uit het argument voor de stelling moet blijken dat de vraag naar zonnepanelen toen vooral uit centrumlanden / uit Europa / (nog) niet uit (semi)perifere landen kwam.

Voorbeelden van een argument tegen de stelling zijn:

  • De grondstof (polysilicium) voor zonnepanelen kwam grotendeels uit centrumlanden / Europa / Noord-Amerika.
  • (Semi)perifere landen produceerden / China produceerde (ook toen al) hoogwaardige producten / wafers / zonnecellen.

Gebruik bron 4.

Vraag 6 1 punt

Toon met bron 4 aan dat in de productieketen van zonnepanelen geen reshoring plaatsvindt.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • De productie van zonnepanelen heeft altijd al in Azië / China plaatsgevonden / nooit grootschalig in centrumgebieden plaatsgevonden (en kan dus ook niet teruggehaald worden).
  • De (onderdelen van) de zonnepanelen komen steeds vaker uit China.

Tussen 2013 en 2018 hanteerde de Europese Unie importheffingen op Chinese zonnepanelen. Exportgeoriënteerde landen proberen importheffingen te ontwijken.

Vraag 7 1 punt

Geef aan op welke manier een exportgeoriënteerd land importheffingen kan ontwijken.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is: China kan de assemblage (van zonnecellen naar zonnepanelen) naar andere landen (waarvoor geen importheffingen gelden) verplaatsen.

Atlaskaart van Europa met de energievoorziening: elektriciteitscentrales per brandstof, hoogspanningsleidingen, windparken en het elektriciteitsverbruik per land.
kaartenkatern Europa Energie

Gebruik bron 3 en het kaartenkatern.

Europa wil zelf op grote schaal op een milieuvriendelijke manier zonnepanelen produceren.

Vraag 8 2 punten

Geef een reden

  • om de eerste stappen in de productie van zonnepanelen in Noorwegen te doen;
  • om de laatste stap in de productie van zonnepanelen in Oost-Europa te doen.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat Noorwegen met waterkrachtcentrales energie opwekt / duurzame energie opwekt (om polysilicium/siliciumstaven te maken).
  • Uit het antwoord moet blijken dat lonen / productiekosten in Oost-Europa relatief laag zijn (om de assemblage van zonnepanelen te doen).

Gebruik bron 4.

In Nederland worden recyclebare zonnepanelen ontwikkeld. Dit wordt niet alleen gezien als een gunstige ontwikkeling op het gebied van duurzaamheid, maar ook als een geopolitieke strategie.

Vraag 9 2 punten

Beredeneer waarom de ontwikkeling van recyclebare zonnepanelen wordt gezien als een geopolitieke strategie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Door (delen van) zonnepanelen te recyclen hoeven geen nieuwe grondstoffen / zonnepanelen geïmporteerd te worden,
  • zodat Nederland / de Europese Unie voor de energievoorziening minder afhankelijk van China / andere landen wordt.

Vulkaanuitbarstingen op het schiereiland Reykjanes

Bij deze opgave horen de bronnen 5 en 6.

Wereldkaart met de platen van de aardkorst, de plaatgrenzen met pijlen voor de bewegingsrichting en de vulkanen en hotspots.
kaartenkatern Aarde Platentektoniek

Gebruik het kaartenkatern.

Dwars door IJsland loopt een divergente plaatgrens die ontstaan is door ridge push. Divergentie ontstaat meestal niet alleen door ridge push. Ook een andere kracht draagt bij aan divergentie.

Vraag 10 2 punten

Geef aan

  • welke andere kracht bijdraagt aan divergentie;
  • waardoor die andere kracht geen rol speelt bij divergentie op IJsland.
Bekijk het antwoord
  • Slab pull.
  • Uit het antwoord moet blijken dat de platen waar IJsland op ligt / de Noord-Amerikaanse plaat en de Euraziatische plaat (bijna) nergens subduceren.

bron 5

Vulkaanuitbarstingen op het schiereiland Reykjanes op IJsland

Op IJsland barstte in 2021 de vulkaan Fagradalsfjall op het schiereiland Reykjanes uit. In de jaren daarna volgden meerdere erupties op het schiereiland. Deze uitbarstingen vonden plaats op veilige afstand van bebouwing en trokken veel toeristen. De IJslandse regering gebruikte de uitbarstingen om verdedigingsdammen te testen die de lava moesten tegenhouden.

In oktober 2023 nam de seismische activiteit in het zuiden van het schiereiland opnieuw toe. Vulkanologen waarschuwden daarna dat er binnen enkele dagen een nieuwe vulkaanuitbarsting zou kunnen plaatsvinden. Op 10 november 2023 besloten de autoriteiten de inwoners van het stadje Grindavik te evacueren. Op 18 december 2023 barstte de vulkaan opnieuw uit. Over een lengte van ongeveer vier kilometer ontstonden lavafonteinen en stroomde lava over het aardoppervlak.

Foto van een lavafontein en een lavastroom bij een nieuwe vulkaan, met een groep toeristen die op korte afstand toekijkt.
Vulkaantoerisme op IJsland

Gebruik bron 5.

De vulkaanuitbarstingen op Reykjanes leiden tot vulkaantoerisme.

Vraag 11 2 punten

Leg met een kenmerk van de lava uit, waardoor toeristen relatief veilig dichtbij de vulkaanuitbarstingen kunnen komen.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat:

  • de lava een lage viscositeit heeft / makkelijk ontgast (oorzaak),
  • waardoor de uitbarstingen effusief zijn / rustig verlopen (en de toeristen relatief veilig dichtbij kunnen komen) (gevolg).

bron 6

Topografische kaart van de omgeving van Grindavik met hoogtelijnen, randen van waarlangs het gebied wegzakte, GPS-meetstations en de lijnen waarlangs in december 2023 en januari 2024 een eruptie plaatsvond.
Topografische kaart omgeving van Grindavik
Kaartje van IJsland met de hoogteligging in meters, met het schiereiland Reykjanes in de zuidwesthoek omlijst.

Gebruik bron 6.

Hieronder staan zes geomorfologische verschijnselen:

  • delta
  • morene
  • puinwaaier
  • slenk
  • plooiingsgebergte
  • schildvulkaan

Vraag 12 2 punten

Welke twee geomorfologische verschijnselen zijn te herkennen in de kaart van bron 6?

Bekijk het antwoord
  • slenk
  • schildvulkaan

Gebruik bron 6.

Het schiereiland Reykjanes wordt door de IJslandse geologische dienst met seismometers en GPS-meetstations gemonitord. Meetgegevens van deze instrumenten worden gebruikt om nieuwe erupties te voorspellen.

Vraag 13 2 punten

Geef aan

  • welke verandering seismometers meten voorafgaand aan een nieuwe eruptie;
  • welke verandering GPS-meetstations meten voorafgaand aan een nieuwe eruptie.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat seismometers voorafgaand aan een nieuwe eruptie steeds meer (krachtigere) aardbevingen / trillingen meten.
  • Uit het antwoord moet blijken dat de GPS-meetstations voorafgaand aan een nieuwe eruptie (verticale) verschuivingen / verplaatsing in de aardkorst meten.

Massabewegingen bij de Illhorn in Zwitserland

Bij deze opgave horen de bronnen 7 en 8.

bron 7

Aardverschuivingen en modderstromen bij de Illhorn in Zwitserland

De Illhorn is een 2.717 meter hoge berg in het zuiden van Zwitserland in de regio Valais / Wallis. Vanaf de Illhorn lopen twee rivieren richting het dal van de Rhône: de Illbach en de Illgraben. Vooral in het dal van de Illgraben ontstaan vaak aardverschuivingen en modderstromen. In de loop van duizenden jaren is aan de voet van de Illhorn in het dal van de Rhône een puinwaaier ontstaan.

Foto van een helling met grote brokken modder en zand en een ondiepe stroom van grind en water langs de helling.
Luchtfoto van de Illhorn met de dalen van de Illbach en de Illgraben, de Illgrabengeul, het Pfynwald, het dorp Susten en de Rhône, met de puinwaaier aangegeven door een stippellijn.
Panoramabeeld van de Illhorn

Gebruik bron 7.

Op de hellingen van de berg Illhorn ontstaan elk jaar in de lente aardverschuivingen.

Vraag 14 2 punten

Leg uit waardoor deze aardverschuivingen juist in de lente ontstaan.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat:

  • in de lente sneeuw smelt / de bovenlaag van de bodem ontdooit (oorzaak),
  • waardoor hellingen met water verzadigd raken (en instabiel worden) (gevolg).

Gebruik bron 7.

De Illgraben en de Illbach zijn twee rivieren die vanaf de Illhorn naar de Rhône stromen. In het dal van de Illgraben ontstaan vaker aardverschuivingen en modderstromen dan in het dal van de Illbach.

Vraag 15 2 punten

Geef hiervan twee oorzaken.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste oorzaken zijn:

  • Het (bovenste deel van het) dal van de Illgraben is steiler (dan dat van de Illbach).
  • Het dal van de Illgraben is minder begroeid (dan dat van de Illbach).

Per juiste oorzaak 1 scorepunt.

Aan de voet van de Illhorn is een puinwaaier ontstaan.

Vraag 16 2 punten

Beschrijf in twee stappen het ontstaan van deze puinwaaier.

Je beschrijving moet twee exogene processen bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat:

  • verweerd / geërodeerd materiaal van de hellingen van de Illhorn (stap 1);
  • door een rivier / fluviatiel proces wordt afgezet in het dal (stap 2).

bron 8

Hoogtekaart van het stroomgebied van de Rhône, met de Rhône die van Zwitserland via Lyon en Avignon naar de Middellandse Zee loopt, en het stroomgebied omlijnd.
Stroomgebied van de Rhône

Gebruik bron 8.

De Illgrabengeul mondt uit in de Rhône. De Rhône stroomt daarna van Zwitserland naar Frankrijk en vormt daar een groot dal. In de zomer kan het Rhônedal in Frankrijk snel en sterk opwarmen, waardoor hoge piekafvoeren kunnen ontstaan.

Vraag 17 2 punten

Leg uit dat door het snel en sterk opwarmen van het Rhônedal hoge piekafvoeren in de Rhône kunnen ontstaan.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat:

  • door opwarming van het Rhônedal warme / vochtige lucht (snel) stijgt (oorzaak),
  • waardoor (onweers)buien met hoge neerslagintensiteit ontstaan / veel neerslag in korte tijd kan vallen (gevolg).

De Perito Moreno-gletsjer

Bij deze opgave horen de bronnen 9 tot en met 11.

bron 9

De Perito Moreno-gletsjer

De Perito Moreno is een gletsjer in Patagonië, een gebied in het zuiden van Zuid-Amerika op de grens van Chili en Argentinië (zie bron 10). De gletsjer ontstaat op de Zuid-Patagonische IJsvlakte. De Perito Moreno-gletsjer heeft perioden waarin de gletsjer groeit en perioden waarin de gletsjer juist weer kleiner wordt.

Foto van de Perito Moreno-gletsjer die uitmondt in een meer met drijvende ijsschotsen, met bergen op de achtergrond.

Door de mondiale temperatuurstijging worden veel gletsjers in Patagonië (zie bron 9) kleiner.

Vraag 18 2 punten

Geef twee gevolgen van de mondiale temperatuurstijging waardoor veel gletsjers in Patagonië kleiner worden.

Bekijk het antwoord

Uit de antwoorden moet blijken dat er als gevolg van de mondiale temperatuurstijging:

  • minder neerslag valt in de vorm van sneeuw / meer neerslag valt in de vorm van regen.
  • de gletsjers smelten.

El Niño kan het weer voor de westkust van Patagonië verstoren.

Vraag 19 2 punten

Leg uit welke invloed El Niño kan hebben op het weer in het westen van Patagonië.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Tijdens El Niño is de koude zeestroom voor de westkust van Patagonië warmer (dan in de normale situatie) (oorzaak),
  • waardoor in het westen van Patagonië meer neerslag kan vallen / de temperatuur hoger kan zijn (gevolg).

bron 10

De waterhuishouding van Lago Argentino

De Perito Moreno-gletsjer mondt uit op de grens van Brazo Rico en Laguna de Los Témpanos, die beide afwateren in Lago Argentino. Het water in Lago Argentino wordt ook gevoed door de Rio La Leona. Vervolgens wordt het water via de Santa Cruz afgevoerd richting de Atlantische Oceaan.

Satellietbeeld van Lago Argentino en omgeving, met de Perito Moreno-gletsjer links, Laguna de Los Témpanos, Brazo Rico, het Meer Lago Argentino en de rivieren Rio La Leona en Santa Cruz.
Satellietbeeld van Lago Argentino en omgeving

bron 11

Driedimensionale kleurenkaart van de bodem van Laguna de Los Témpanos, van blauw voor de diepste delen tot rood voor de ondiepe randen, met een legenda van 0 tot -180 meter diepte.
Dwarsdoorsnede van Laguna de Los Témpanos

Gebruik de bronnen 10 en 11.

De meren uit bron 10 zijn op dezelfde manier ontstaan als Laguna de Los Témpanos. Aan de zijkanten van deze meren liggen bepaalde typen afzettingen.

Vraag 20 2 punten

Geef aan

  • waardoor de meren zoals Laguna de Los Témpanos ontstaan zijn;
  • hoe de afzettingen aan de zijkanten van deze meren genoemd worden.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de meren zijn ontstaan door glaciale erosie.
  • Morenen.

Gebruik de bronnen 9 en 10.

De Perito Moreno heeft perioden waarin de gletsjer groeit en weer kleiner wordt. Dit heeft gevolgen voor de waterstand van de Brazo Rico.

Vraag 21 2 punten

Leg uit welke invloed de uitbreiding van de Perito Moreno-gletsjer heeft op de waterstand van Brazo Rico.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Uit de uitleg moet blijken dat:

  • de uitbreiding van de Perito Moreno-gletsjer de doorgang tussen Lago Argentino en Brazo Rico blokkeert (oorzaak),
  • waardoor het waterpeil in Brazo Rico (door smeltwater) stijgt (gevolg).

Ontwikkelingen in Argentinië

Bij deze opgave horen de bronnen 12 tot en met 14.

bron 12

Vier cirkeldiagrammen (diagram a tot en met d) met de herkomst van de bevolking, met per diagram een verdeling over uit Europa, uit Azië, uit Afrika, gemengde afkomst en inheemse bevolking.
Herkomst van de bevolking in Argentinië, Bolivia, Brazilië en Peru

Gebruik bron 12.

In bron 12 is de herkomst van de bevolking in Argentinië, Bolivia, Brazilië, en Peru weergegeven.

Vraag 22 2 punten

Noteer de letters a tot en met d uit bron 12 op je antwoordblad.

Schrijf achter elke letter de naam van het juiste land.

Bekijk het antwoord
  • a Brazilië
  • b Argentinië
  • c Bolivia
  • d Peru

Indien vier juiste antwoorden: 2 scorepunten. Indien drie of twee juiste antwoorden: 1 scorepunt. Indien minder dan twee juiste antwoorden: 0 scorepunten.

Argentinië had in 2023 een score van 0,865 op de Human Development Index (HDI). Onder andere door een groot aandeel werkenden in de informele sector scoort Argentinië relatief laag op de economische indicator van de HDI.

Vraag 23 2 punten

Geef aan

  • waarom een groot aandeel werkenden in de informele sector zorgt voor een lage score op de economische indicator van de HDI;
  • uit welke twee andere indicatoren de HDI nog meer bestaat.
Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat geld dat wordt verdiend in de informele sector niet wordt meegenomen bij het bnp per hoofd / de economische indicator van de HDI.

Gezondheid / levensverwachting en onderwijs / analfabetisme / opleidingsniveau / aantal jaren genoten onderwijs.

Opmerking: De tweede deelscore alleen toekennen indien beide indicatoren juist zijn.

bron 13

Politieke en economische ontwikkelingen in Argentinië

De economie van Argentinië groeide rond 1900 door de export van grondstoffen. In die periode was Argentinië een van de rijkste landen ter wereld. Door de economische crisis rond 1930 nam de export van grondstoffen af, waarna de Argentijnse overheid decennialang een beleid van importsubstitutie voerde. Vanaf 1970 volgden periodes waarin Argentinië neoliberaal beleid voerde. Hierdoor nam de werkgelegenheid in de secundaire sector af. De laatste twintig jaar zijn de economische resultaten van Argentinië wisselend.

Gebruik bron 13.

Rond 1970 veranderde het politieke beleid in Argentinië, waardoor de werkgelegenheid in de secundaire sector ook veranderde.

Vraag 24 2 punten

Geef aan

  • waarom het beleid tot 1970 leidde tot veel werkgelegenheid in de secundaire sector;
  • waarom het beleid dat daarop volgde, leidde tot een afname van de werkgelegenheid in de secundaire sector.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat met het beleid van importsubstitutie de Argentijnse industrie beschermd / gestimuleerd werd (waardoor er veel werkgelegenheid in de secundaire sector was).
  • Uit het antwoord moet blijken dat door het neoliberale beleid (dat daarop volgde) de Argentijnse markt werd opengesteld voor (industrie)producten uit andere landen (en de werkgelegenheid in de secundaire sector afnam).

bron 14

Vlakkendiagram van de exportsamenstelling van Argentinië in 2023, met de grootste vlakken voor groente en fruit (20 procent), levensmiddelen (18 procent), transportmiddelen (12 procent) en dierlijke producten (10 procent).
Exportsamenstelling Argentinië (2023)

Gebruik bron 14.

Om tot verdere economische ontwikkeling te komen, kan een land exportvalorisatie toepassen.

Vraag 25 2 punten

Beredeneer met bron 14 waarom exportvalorisatie in Argentinië maar beperkt kan bijdragen aan economische ontwikkeling.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Het exportpakket bestaat voor een groot deel uit (grondstoffen voor) voedings- en/of levensmiddelen (oorzaak),
  • zodat relatief weinig waarde aan deze producten toe te voegen is / de mogelijkheid tot waarde toevoegen door bewerking van de grondstoffen beperkt is (gevolg).

Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten

Bij deze opgave hoort bron 15.

bron 15

Kaart van Nederland met lijnen tussen gemeenten die samenwerken; de kleur van de lijnen loopt van geel (weinig samenwerkingsverbanden) naar paars (veel samenwerkingsverbanden).
Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten

Gebruik bron 15.

Binnen de Randstad worden twee informele stedelijke deelgebieden onderscheiden.

Vraag 26 2 punten

Geef

  • de naam van deze stedelijke deelgebieden van de Randstad;
  • met bron 15 een reden waarom deze onderverdeling in twijfel getrokken kan worden.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de Randstad (informeel) wordt onderverdeeld in de Noordvleugel en de Zuidvleugel.
  • Voorbeelden van een juiste reden zijn: gemeenten werken vooral samen met nabijgelegen gemeenten binnen de provincie / binnen de Randstad zijn meer dan twee clusters van samenwerkende gemeenten zichtbaar.
Atlaskaart van Nederland met provincies, steden, wegen, spoorlijnen en water, met Noord-Brabant in het zuiden en Drenthe in het noordoosten.
kaartenkatern Nederland

Gebruik bron 15 en het kaartenkatern.

Op de kaart in bron 15 is een ruimtelijk patroon van samenwerkingsverbanden tussen gemeenten te herkennen. Dit patroon is in Noord-Brabant anders dan in Drenthe.

Vraag 27 2 punten

Geef met bron 15 aan

  • op welk schaalniveau gemeenten vooral samenwerken;
  • waardoor dit ruimtelijke patroon in Noord-Brabant anders is dan in Drenthe.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat gemeenten die binnen dezelfde provincie (dicht bij elkaar) liggen veel met elkaar samenwerken.
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: Noord-Brabant heeft meer inwoners / gemeenten dan Drenthe.

Vraagstukken rondom de energietransitie worden doorgaans door samenwerkingsverbanden aangepakt.

Vraag 28 2 punten

Beredeneer waarom juist vraagstukken rondom de energietransitie vaak door samenwerkingsverbanden worden aangepakt.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste redenering is:

  • Vraagstukken rondom de energietransitie zijn gemeentegrensoverschrijdend / zeer kostbaar,
  • zodat veel gemeenten te weinig financiële mogelijkheden hebben om grootschalige vraagstukken (rondom de energietransitie) alleen aan te pakken.

In landelijke gebieden bestaat weerstand tegen de maatregelen die nodig zijn voor de energietransitie.

Vraag 29 3 punten

Beschrijf in drie stappen dat bij de energietransitie ruimtelijke afwenteling plaatsvindt van stedelijke gebieden op landelijke gebieden.

Begin je beschrijving met het verschil in energievraag in stedelijke gebieden en landelijke gebieden.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat:

  • de vraag naar energie in stedelijke gebieden groter is dan de vraag naar energie in landelijke gebieden,
  • maar dat in stedelijke gebieden minder ruimte is voor de infrastructuur die nodig is voor de energietransitie / dat de aanleg van zonnepanelenparken / windmolens vooral in landelijke gebieden plaatsvindt,
  • zodat voor het opwekken van duurzame energie (waar vooral in stedelijke gebieden vraag naar is) in landelijke gebieden landschapsvervuiling / overlast ontstaat.

Kustbeheer Nationaal Park Zuid-Kennemerland

Bij deze opgave horen de bronnen 16 en 17.

bron 16

Windsleuven in Nationaal Park Zuid-Kennemerland

Nationaal Park Zuid-Kennemerland is een duingebied tussen IJmuiden, Haarlem en Zandvoort. In 2012 zijn in de duinenrij vijf windsleuven gegraven. De windsleuven zijn onderdeel van het dynamisch kustbeheer en hebben als doel de waterveiligheid en de ecologische waarden van het duingebied te verhogen.

Topografische kaart van Nationaal Park Zuid-Kennemerland tussen IJmuiden, Haarlem en Zandvoort, met de duinlandschappen (strand, dynamisch duinlandschap, open duin, dynamische zeereep en bos), de sleuven en slufters en het bebouwde gebied.
Nationaal Park Zuid Kennemerland

Gebruik het kaartenkatern.

Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (zie bron 16) maakt deel uit van de Hollandse duinenkust.

Vraag 30 3 punten

Beschrijf in drie stappen het ontstaan van de Hollandse duinenkust.

Begin je beschrijving met de overheersende zeestroom voor de kust van Nederland.

Bekijk het antwoord

Uit de beschrijving moet blijken dat:

  • de zuid-noord gerichte / kustparallelle zeestroom zand aanvoert,
  • dat door golfwerking / de getijdenstroom op het strand terechtkomt,
  • waarna wind dit zand tot duinen opblaast.

Gebruik het kaartenkatern.

Het mondingsgebied van de Eems, in het uiterste noordoosten van Nederland, is net zoals de Hollandse duinenkust een zachte kust.

Vraag 31 1 punt

Hoe wordt een mondingsgebied zoals dat van de Eems genoemd?

Bekijk het antwoord

Estuarium.

bron 17

Luchtfoto van de duinen met vijf windsleuven, die als lichte zandvlakten in het duinlandschap zichtbaar zijn, met een schaal van 120 meter.
De vijf windsleuven in Nationaal Park Zuid-Kennemerland kort na de aanleg in 2012
Luchtfoto van dezelfde duinen in 2023, met de vijf windsleuven in het duinlandschap en het strand langs de kust, met een schaal van 120 meter.
De vijf windsleuven in 2023

Gebruik de bronnen 16 en 17.

Bij het dynamisch kustbeheer van de duinenkust worden slufters en windsleuven aangelegd.

Vraag 32 1 punt

Geef het verschil tussen een slufter en een windsleuf.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat bij een slufter zeewater in en uit het gat in de duinenrij stroomt en dat een windsleuf (alleen) bedoeld is om de wind vrij spel te geven.

Gebruik de bronnen 16 en 17.

Het graven van windsleuven in Nationaal Park Zuid-Kennemerland had twee doelen.

Vraag 33 2 punten

Toon met bron 17 aan dat beide doelen bereikt zijn.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat door de windsleuven:

  • meer zand in het duingebied terechtgekomen is (en dus de waterveiligheid vergroot is) en
  • natuurlijke processen in het duingebied meer vrij spel hebben / het stuifzandmilieu versterkt is (en dus de ecologische waarden van het duingebied versterkt is).

Door klimaatverandering blijven zandsuppleties ook in de toekomst nodig om dynamisch kustbeheer mogelijk te maken.

Vraag 34 2 punten

Leg dit uit.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • In de toekomst stijgt de zeespiegel / worden stormen sterker (oorzaak),
  • waardoor de erosie van de duinenkust toeneemt (dat met zandsuppleties gecompenseerd kan worden) (gevolg).

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Aardrijkskunde 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens aardrijkskunde vwo

Hoe ToetsChecker aardrijkskunde per vraagtype nakijkt, lees je op aardrijkskunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2?

Het centraal examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over globalisering (10), endogene en exogene processen (8) en Nederland: wonen en water (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-2/vw-0131-a-26-2-c).

Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde vwo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.