Eindexamen filosofie vwo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Scepticisme en film, naar: Stanley Cavell, The World Viewed, 1979, naar: Sextus Empiricus, Scepticisme, 2002, bron: Sextus Empiricus, Hoofdlijnen van het pyrronisme, 118, naar: Diogenes Laertius ‘Lives of eminent philosophers’, p. 475, bron: Seneca, over geluk V-1, Opgave 3 Elon Musk en de simulatiehypothese, bron: nrc.nl/nieuws, naar: nrc.nl/nieuws, naar: https://decorrespondent.nl/4529/ook-jij-kunt-leren-denken-als-elon-.
Het centraal examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1 telt 17 vragen. De meeste vragen gaan over kennisleer (14), mens en techniek (1) en ethiek (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Kennisleer | 1-4, 6-10, 12-15, 17 | 14 |
| Mens en techniek | 5 | 1 |
| Ethiek | 11 | 1 |
| Wetenschapsfilosofie | 16 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kennisleer (82% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over mens en techniek (6% van de vragen, gemiddeld 42%) en politieke filosofie (0% van de vragen, gemiddeld 24%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Scepticisme en film
In de film Vanilla Sky raakt de hoofdpersoon David zwaargewond door een auto-ongeluk. Omdat hij niet kan leven met zijn verminkte gezicht laat David zich door het bedrijf ‘Life extension’ invriezen, zodat hij kan voortleven in een levensechte computersimulatie. Daarna leeft hij, zonder dit van zichzelf te weten, voort in een zelf ontworpen droomwereld, die zich vormt naar wat hij denkt en die al zijn verlangens in vervulling brengt. Dat was althans de bedoeling. Maar de computersimulatie blijkt niet helemaal perfect te werken en David wordt geconfronteerd met de mogelijkheid dat hij, als gevangene van zijn dromen, hooguit een solipsistisch leven leidt. Daarop begint hij te twijfelen aan zijn bestaan. Volgens René Descartes kan aan alles worden getwijfeld, behalve aan de conclusie van zijn methodische twijfel, namelijk ‘ik denk dus ik ben’. Kritiek op deze zekerheid van Descartes is dat die tot solipsisme leidt.
Vraag 1 4 punten
Leg uit dat het solipsisme immuun is voor het probleem van andere geesten:
- op metafysisch niveau,
- op epistemologisch niveau, en
- op conceptueel niveau. Leg vervolgens uit of de hoofdpersoon van Vanilla Sky (in de computersimulatie) volgens Descartes wel of niet bestaat.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat het solipsisme immuun is voor het probleem van andere geesten op metafysisch niveau, omdat er geen andere bewustzijnsvormen bestaan (1) • een uitleg dat het solipsisme immuun is voor het probleem van andere geesten op epistemologisch niveau, omdat er geen andere bewustzijnsinhouden bestaan die we al dan niet zouden kunnen kennen / omdat vergissen in de eigen bewustzijnsinhoud onmogelijk is (1) • een uitleg dat het solipsisme immuun is voor het probleem van andere geesten op conceptueel niveau, omdat er geen andere bewustzijnsvormen zijn waarvan we de inhoud al dan niet zouden kunnen begrijpen (1) • een uitleg dat de hoofdpersoon in Vanilla Sky (na het auto-ongeluk) volgens Descartes bestaat, omdat hij zichzelf niet kan bedriegen in dat hij denkt, en als hij denkt dan bestaat hij (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens een solipsist bestaat alleen het eigen bewustzijn. Daarmee is het solipsisme op het metafysische niveau immuun voor het probleem van andere geesten. Het bestaan van bewustzijn in de buitenwereld kan geen probleem zijn, omdat er helemaal geen bewustzijnsvormen buiten het eigen bewustzijn bestaan (1) • Het solipsisme is ook immuun op het epistemologische niveau, omdat je je onmogelijk kunt vergissen in je eigen bewustzijnsinhouden en er bovendien geen andere bewustzijnsvormen zijn die je al dan niet zou kunnen kennen (1) • En het solipsisme is bovendien immuun op het conceptuele niveau, omdat je nooit kunt weten wat de bewustzijnsinhoud van een ander is. Er bestaan geen andere bewustzijnsvormen waarvan we de bewustzijnsinhoud al dan niet zouden kunnen kennen of begrijpen (1) • Volgens Descartes kan ik in alles worden bedrogen en is het daarom betwijfelbaar of ik een lichaam heb. Maar ik kan er uiteindelijk niet aan twijfelen dat ik een geest ben, want zolang ik denk, besta ik als denkend ding, dat wil zeggen als geest. Het oordeel ‘ik denk’ is waar zodra het voltrokken wordt, dus ook (4)
In de film Vanilla Sky worden de gevolgen van een leven in een computersimulatie, zonder dit te weten, getoond. De film kan op deze manier worden opgevat als een filosofisch gedachte-experiment. Gedachte-experimenten kunnen worden onderscheiden in drie soorten, namelijk tegenfeitelijke, conceptuele en evaluatieve gedachte- experimenten.
Vraag 2 1 punt
Leg uit welk soort gedachte-experiment de film Vanilla Sky toont.
Bekijk het antwoord
Opmerking Er kunnen geen punten worden toegekend aan de volgende twee antwoorden: de film is een conceptueel scenario, waarbij je je afvraagt hoe je een alternatief scenario zou beschrijven; de film is een evaluatief gedachte-experiment waarin je je afvraagt wat jij in die situatie zou doen.
naar: Stanley Cavell, The World Viewed, 1979
De werkelijkheid is volgens Cavell tegelijkertijd aanwezig en afwezig voor het filmpubliek, omdat die filmwerkelijkheid niet ‘werkelijk’ bestaat, maar alleen in de geest van de toeschouwer. Hoewel er een verschil is in status tussen de werkelijkheid volgens Cavell en die volgens het subjectief idealisme van Berkeley, is er toch een overeenkomst aan te geven.
Vraag 3 3 punten
Geef aan wat het subjectief idealisme van Berkeley inhoudt. Leg vervolgens uit in welk opzicht dit subjectief idealisme:
- overeenkomt met de stelling van Cavell in tekst 1 en
- verschilt met tekst 1 wat betreft de status van de werkelijkheid.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het subjectief idealisme van Berkeley: zijn is waargenomen worden en de werkelijkheid bestaat alleen in de geest (1) • een uitleg in welk opzicht dit subjectief idealisme overeenkomt met Cavells stelling in tekst 1: werkelijkheid bestaat alleen in de geest van de toeschouwers en kijken is alles wat daarvoor nodig is (1) • een uitleg dat tekst 1 verschilt wat betreft de status van de werkelijkheid: volgens tekst 1 zijn onze zintuigen tevreden met de werkelijkheid omdat die niet bestaat, terwijl de werkelijkheid volgens Berkeley wel bestaat, namelijk in de waarneming (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Berkeleys subjectief idealisme is zijn waargenomen worden en bestaan objecten alleen in de waarneming en voor zover ze worden waargenomen. Objecten hebben dus geen materiële werkelijkheid in een buitenwereld onafhankelijk van de waarnemers (1) • Dat komt overeen met de strekking van Cavells boodschap in tekst 1 dat de werkelijkheid alleen in de geest van de toeschouwers bestaat en dat kijken alles is wat nodig is om die werkelijkheid te laten verschijnen, zonder dat die onafhankelijk van de toeschouwers bestaat (1) • Cavell stelt in tekst 1 echter ook dat het een feit is dat onze normale zintuigen tevreden zijn met de werkelijkheid ómdat die niet bestaat. Daarmee zou Berkeley niet kunnen instemmen. Berkeleys subjectief idealisme stelt dat zijn waargenomen worden is, met de nadruk op ‘is’. Berkeley zegt dus niet dat omdat er geen werkelijkheid bestaat, onze zintuigen tevreden zijn met de werkelijkheid die ze waarnemen. Berkeleys bewering gaat verder. Wat we waarnemen is de werkelijkheid. De werkelijkheid bestaat volgens Berkeley dus wel degelijk (1) (3)
Cavells opvatting over film als scepticisme in bewegende beelden is door anderen opnieuw geformuleerd als algemene opvatting over scepticisme, namelijk: een standpunt van waaruit we de wereld kunnen zien zoals die echt is, ook wel een ‘view from nowhere’ genoemd, is onmogelijk. Over de eisen die we aan kennis mogen stellen, wordt door filosofen verschillend gedacht.
Vraag 4 4 punten
Leg uit welke reactie zou worden gegeven op de onmogelijkheid van een ‘view from nowhere’ vanuit de eisen aan kennis volgens:
- het fallibilisme,
- het contextualisme,
- het relevantisme en
- het transcendentaal idealisme (Kant).
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Kant zou vanuit zijn transcendentaal idealisme stellen dat de eis van de scepticus de grenzen van onze kennis te buiten gaat. We kunnen slechts kennis hebben van de werkelijkheid zoals die aan ons verschijnt in onze waarneming. De werkelijkheid zoals die op zichzelf is, kunnen we niet kennen omdat een ‘view from nowhere’ voor ons onmogelijk is (1p)
Naast films waarin de hoofdpersonen blijken te leven in een onechte wereld of waarin ze worden misleid door anderen of door zichzelf, zijn er ook films waarin wordt getwijfeld aan het bestaan van andere geesten. In de film S1m0ne bijvoorbeeld staat de filosofische vraag centraal of het mogelijk is te weten of iemand anders een persoon is, en wie die andere persoon dan is.
De film S1m0ne gaat over een virtuele, door een computer gegenereerde actrice die S1m0ne heet (Simulation One). S1m0ne ‘speelt’ in verschillende films terwijl het publiek niet in de gaten heeft dat de actrice in werkelijkheid een simulatie is. Het publiek in de film denkt dat S1m0ne een actrice van vlees en bloed is. In de film kan S1m0ne het dan ook zover brengen dat ze twee Oscars voor haar acteerwerk wint. Volgens Mills analogieargument en volgens het functionalisme kunnen anderen, en misschien zelfs de actrice S1m0ne, mentale toestanden hebben. Sommige filosofen zouden nog verder gaan en stellen dat de actrice S1m0ne ons geloof in andere geesten kan herstellen. Dat wil zeggen dat de actrice S1m0ne ons vertrouwen in het bestaan van andere geesten kan redden van de sceptische twijfel.
Vraag 5 3 punten
Beargumenteer of je het met deze stelling over de actrice S1m0ne eens bent aan de hand van:
- het functionalisme,
- het onderscheid tussen binnenwereld en belevingswereld en
- het analogieargument van Mill.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Dat mensen naast een binnenwereld misschien ook nog een belevingswereld hebben, is iets dat nu eenmaal niet te controleren is omdat de pure kwalitatieve beleving van een ander, die uitmaakt ‘hoe het is’ om een bepaalde ervaring te hebben, altijd ontoegankelijk zal zijn voor mij. Daarop kan ik mijn geloof in andere geesten dus niet baseren. Bovendien ben ik er niet van overtuigd dat mijn eigen beleving niet functionalistisch te begrijpen is (1p)
naar: Sextus Empiricus, Scepticisme, 2002
Sextus doet het vaak voorkomen alsof academische scepsis en pyrronistische scepsis heel ver uit elkaar liggen. Er zijn echter ook veel overeenkomsten te benoemen.
Vraag 6 3 punten
Geef een overeenkomst en een verschil tussen pyrronistische en academische scepsis. Leg vervolgens met tekst 2 uit of het wetenschappelijk activistisch scepticisme meer aansluit bij het academisch of bij het pyrronistisch scepticisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van een overeenkomst tussen pyrronistische en academische scepsis: het systematisch in twijfel trekken van dogmatische overtuigingen (1) • een weergave van een verschil tussen pyrronistische en academische scepsis: academische scepsis zegt dat waarheid niet te vinden is, pyrronistische scepsis blijft naar waarheid zoeken / academisch scepticisme gaat af op geloofwaardige onderzochte voorstellingen, pyrronistische sceptici niet (1) • een uitleg met tekst 2 dat wetenschappelijk activistisch scepticisme meer aansluit bij academisch scepticisme: het gaat uit van het vinden van betrouwbaarheid door onderzoek, zoals de ‘geloofwaardige en onderzochte vooronderstelling’ in tekst 2 (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het pyrronisme en academisch scepticisme hebben als overeenkomst dat ze dogmatische stellingen in twijfel zullen trekken (1) • Ze verschillen echter op het punt van waarheid. Een academisch scepticus denkt dat niets zeker is, waardoor ze dat zelf als zekerheid lijken aan te nemen. Een pyrronistisch scepticus doet dat zelfs niet, waardoor zij hun oordeel ook daarover opschorten en blijven zoeken naar de waarheid (1) • Wetenschappelijk activistisch scepticisme lijkt veel meer op het academisch scepticisme dan op het pyrronistisch scepticisme omdat het ervan uitgaat dat je door beter onderzoek ook betrouwbaardere overtuigingen kunt krijgen. Deze opvatting komt overeen met wat in tekst 2 een ‘geloofwaardige en onderzochte voorstelling’ wordt genoemd (1) (3)
De pyrronistische sceptici, en Sextus in het bijzonder, verwijten de academische sceptici dat ze een verborgen doctrine aanhangen, namelijk die van Plato. Volgens Sextus beweren de academische sceptici, net als Plato, dat waarneming nooit tot echte kennis kan leiden.
Vraag 7 3 punten
Leg met Plato’s kennisleer uit dat waarneming volgens Plato nooit tot echte kennis kan leiden. Leg vervolgens uit hoe we volgens Plato van een ‘geloofwaardige onderzochte voorstelling’ naar echte kennis kunnen komen. Leg ten slotte met Agrippa’s trilemma uit dat pyrronistische sceptici het oneens zullen zijn met Plato op dit punt.
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan het laatste deelantwoord kan alleen een scorepunt worden toegekend indien alle drie de opties van het trilemma zijn verwerkt.
De sceptici en dogmatici in de oudheid discussieerden over verschillende filosofische thema’s. De kenleer was in deze discussies een belangrijk onderwerp. Epicurus dacht bijvoorbeeld dat objecten kleine beeldjes afgeven die via onze zintuigen tot ons komen. Deze beeldjes behouden volgens Epicurus hun vorm en structuur waardoor ze in onze waarneming nog exact zijn zoals het object. Deze informatie zelf is daarom onbetwijfelbaar volgens Epicurus. Dat levert de opvatting op dat onze waarnemingen betrouwbare informatie opleveren over de buitenwereld. Ook in de moderne epistemologie vinden we dergelijke opvattingen terug zoals in de sense-data-theorieën over de waarneming van Bertrand Russell. De onafhankelijkheid van de waarneming wordt juist in twijfel getrokken door de Duhem-Quine-stelling.
Vraag 8 2 punten
Geef een verschil tussen de theorie van Epicurus over de waarneming en de sense-data theorie van Russell. Leg vervolgens met de Duhem-Quine-stelling uit dat het accepteren van onafhankelijke waarnemingen discutabel is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van een verschil tussen de theorie van Epicurus over de waarneming en de theorie van Russell: bij Epicurus zijn de beeldjes objectief betrouwbaar, bij Russell zijn sense-data alleen subjectief betrouwbaar (1) • een argument met de Duhem-Quine-stelling dat waarnemingen altijd interpretaties zijn die samenhangen met de theorie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Bij Epicurus zijn de beeldjes in onze waarneming identiek aan het object dat we waarnemen. Bij Russell zijn sense-data subjectief, ook al zijn ze onbetwijfelbaar. Bij Epicurus moeten we dus allemaal dezelfde waarneming hebben, maar bij Russel hoeft dat niet zo te zijn (1) • Volgens de Duhem-Quine-stelling is waarneming altijd een interpretatie in het licht van een theorie. Er is een wisselwerking tussen je waarnemingen en theorieën. Dat heeft ook gevolgen voor de onafhankelijkheid van waarnemingen, want daarvoor geldt dan ook dat de interpretatie van de waarnemingen afhankelijk is van de aangehangen theorie (1) (2)
bron: Sextus Empiricus, Hoofdlijnen van het pyrronisme, 118
Sextus poogt op grond van deze troop van posities, afstanden en plaatsen tegenstellingen op te werpen om zo isothenie te kunnen bereiken. Voor een empirist zijn deze verschillen in waarneming mogelijk een probleem. Locke probeert in zijn empirisme de primaire eigenschappen die we waarnemen buiten de discussie van het scepticisme te houden. Volgens Reid maakt Locke zijn theorie juist extra kwetsbaar voor het scepticisme.
Vraag 9 3 punten
Leg uit dat Locke zich met zijn theorie over primaire eigenschappen tegen het scepticisme probeert te verdedigen. Geef vervolgens Reids kritiek op de theorie van Locke. Beargumenteer tot slot met een voorbeeld uit tekst 3 dat Locke zich tegen deze kritiek van Reid kan verdedigen.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met Lockes theorie over primaire eigenschappen dat hij zich tegen het scepticisme probeert te verdedigen: bij het waarnemen van primaire eigenschappen bevestigen meerdere zintuigen elkaar, wat wijst op het bestaan van een buitenwereld (1) • een weergave van de kritiek van Reid op de theorie van Locke: door de indirecte opvatting van waarneming te hanteren, veroorzaak je juist scepticisme (1) • een argumentatie met een voorbeeld uit tekst 3 waarmee de theorie van Locke verdedigd wordt tegen de kritiek van Reid (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Locke nemen we primaire eigenschappen hetzelfde waar met meerdere zintuigen. Deze bevestigen elkaar dus. Hij redeneert dat de beste verklaring daarvoor is dat er een object is dat daadwerkelijk deze eigenschap bezit. Daarmee geeft hij een argument voor het bestaan van objecten in de buitenwereld waarmee hij het scepticisme poogt te voorkomen (1) • Reid zegt dat Lockes idee over waarneming juist scepticisme veroorzaakt. Omdat Locke accepteert dat er een extra laag in de waarneming is, die van de ideeën, geeft hij juist extra ruimte aan de scepticus omdat we dan niet zeker weten of de waargenomen ideeën overeenkomen met de buitenwereld. Reid bekritiseert dus de theory of ideas, het indirecte waarnemen (1) • Je kunt de theory of ideas van Locke verdedigen tegen Reids kritiek. In Lockes theorie is het mogelijk dat we fouten maken in onze waarnemingen, wat in een voorbeeld als met de toren aan de hand lijkt te zijn. Als we dan dichterbij kijken, kunnen we zien dat de waarneming foutief was, en corrigeren we ons idee over de toren. Daarmee laat Locke juist zien dat zijn theorie heel goed uit kan leggen wat er fout gaat bij dit soort voorbeelden. Er lijkt dus door de mogelijkheid dat we fouten maken in de waarneming wel degelijk een goede reden om de theory of ideas aan te hangen (1) (3)
naar: Diogenes Laertius ‘Lives of eminent philosophers’, p. 475
Volgens Sextus Empiricus kun je als pyrronistisch scepticus wel degelijk een normaal leven leiden, omdat het scepticisme niet opgevat moet worden als een echte doctrine. Toch zie je in tekst 4 dat er twijfels zijn geweest of het systematisch opschorten van je oordeel niet gewoon gevaarlijk is.
Vraag 10 2 punten
Leg met tekst 4 uit in welk opzicht een pyrronistisch scepticus wel een doctrine heeft en in welk opzicht hij geen doctrine heeft. Beargumenteer vervolgens of volgens jou het pyrronistisch scepticisme gevaarlijk is voor het dagelijks leven. Maak in je argument gebruik van het einddoel van het pyrronistisch scepticisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave met tekst 4 in welk opzicht het pyrronistisch scepticisme wel en in welk opzicht het geen doctrine heeft: wel als het gaat om een manier van normaal leven, niet als het gaat om een echt stelsel van dogma’s (1) • een argumentatie met het einddoel onverstoorbaarheid of het pyrronisch scepticisme tot gevaar in het dagelijks leven leidt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Aan het begin van tekst 4 zie je dat van Pyrro wordt gezegd dat hij zijn filosofische doctrine van het scepticisme zelfs meenam in zijn dagelijks leven. Hij volgde zijn leven in overeenstemming met wat volgens hem de juiste wijze van leven scheen te zijn. Maar dat maakt nog niet dat hij deze levenshouding als stelsel van dogma’s had, op die manier had hij geen doctrine (1) • Zoals je in de tekst al kunt zien, is het pyrronistisch scepticisme een risico voor je dagelijks leven. Hoewel men van mening is dat het mogelijk is om innerlijke rust te verkrijgen, het einddoel van het scepticisme, mondt dat volgens mij uit in onverschilligheid waardoor je wel degelijk tekortkomingen kunt hebben voor je gewone menselijke handelingen (1) of • Als het je lukt om het pyrronisch scepticisme echt te doorleven, dan kun je het einddoel bereiken: de innerlijke rust. Daarmee is het opschorten van het oordeel meteen ook ongevaarlijk geworden, omdat de innerlijke rust het mogelijk maakt om veel onbelangrijke zaken niet meer te hoeven doen. Je ziet in tekst 4 dat het in dat geval mogelijk is om gewoon dingen te doen, in plaats van je steeds af te vragen of je het wel goed doet. Pyrro is niet voor niets negentig geworden. Je kunt in het dagelijks leven dus wel degelijk iets productiefs halen uit het pyrronisme, zonder gevaar te lopen (1) (2)
bron: Seneca, over geluk V-1
Als je altijd het juiste oordeel hebt over de situatie, dan accepteer je volgens de Stoa je lot, waardoor je nooit meer een emotie zal hebben over de situatie. Je zult een toestand krijgen van apateia: een emotieloze rusttoestand die volledige acceptatie van het lot mogelijk maakt. De rede heeft daarin een cruciale rol volgens de Stoa: met de rede moet je inzien dat je geen oordelen moet hebben over zaken die moreel gezien irrelevant zijn. Als je die wel hebt, dan krijg je emoties omdat je vindt dat dingen die je overkomen slecht of juist goed zijn, terwijl ze eigenlijk onbelangrijk zijn. Deze grote waardering van de rede is in de oudheid niet uniek. Zowel Plato als Aristoteles kennen de rede een belangrijke plaats toe in het ontwikkelen van geluk, of eudaimonia. Toch is er ook een verschil in hun opvatting over de verhouding tussen de rede en emoties.
Vraag 11 3 punten
Leg met de verhouding tussen de rede en emoties uit:
- wat volgens Plato de weg naar geluk is, en
- wat volgens Aristoteles de weg naar geluk is. Leg vervolgens met een van deze twee theorieën en met de theorie van de Stoa uit hoe een pyrronist met de troop van de onenigheid tot opschorting van het oordeel komt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met de verhouding tussen de rede en emoties hoe je volgens Plato gelukkig kunt worden: met de rede de (ambitie / wil en) begeerte richten / beteugelen (1) • een uitleg met de verhouding tussen de rede en emoties hoe je volgens Aristoteles gelukkig kunt worden: praktische wijsheid waarmee je het midden kunt vinden tussen het toelaten of temperen van de emoties (1) • een uitleg met een van deze theorieën en de theorie van de Stoa hoe je met de troop van de onenigheid tot opschorting van het oordeel komt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Plato bereik je geluk door met de rede je ambitie en begeerte in toom te houden. De rede is het belangrijkste vermogen om tot geluk te kunnen komen. Dat verkrijg je uiteindelijk door inzicht. Hij beeldt dit uit in zijn voorbeeld van de wagenmenner en het paardenspan, waarin de wagenmenner, die staat voor de rede, de twee paarden dezelfde richting uit moet proberen te krijgen om inzicht te verkrijgen (1) • Volgens Aristoteles is het niet zozeer theoretisch inzicht dat geluk mogelijk maakt, maar praktische wijsheid. Je moet met de rede je emoties en neigingen zodanig ruimte geven dat ze voldoende aanwezig zijn, maar niet te veel. Je rede moet helpen om het juiste midden te vinden in de situatie waarin je je bevindt (1) • Volgens de Stoa is het zo dat een juist oordeel in een situatie geluk oplevert, omdat je in die situatie geen emoties meer hebt. Volgens Aristoteles echter maakt een juiste inschatting door de rede niet dat je helemaal geen emoties meer hebt, maar dat je emoties in een juiste mate hebt. Voor beide theorieën geven de filosofen vele verschillende argumenten, waardoor je op grond van de troop van onenigheid niet kunt zeggen welke hier gelijk heeft. Je moet het oordeel dus opschorten (1) of • Volgens de Stoa is het zo dat een juist oordeel in een situatie geluk oplevert, omdat je in die situatie geen emoties meer hebt. Volgens Plato is gelukkig zijn nie (3)
Opgave 3 Elon Musk en de simulatiehypothese
Een gedachte-experiment waar de laatste jaren steeds meer aandacht voor komt, is dat van de simulatiehypothese: wat nou, als de wereld waarin wij allemaal denken te leven, helemaal niet bestaat, maar een zeer geavanceerde computersimulatie is - gemaakt door een hogere beschaving dan die van ons? De multimiljonair en succesvolle ondernemer Elon Musk is een aanhanger van deze simulatiehypothese. Volgens hem is de simulatiehypothese zelfs geen sceptisch gedachte-experiment, maar uiterst reëel. Het klinkt als een bizarre overtuiging, maar Musk staat erom bekend dat zijn opvattingen in werkelijkheid vaak minder bizar blijken dan ze klinken. Zo is hij het brein achter Tesla en draagt hij bij aan een revolutie in de auto-industrie: het vervangen van diesel- en benzineauto’s door elektrische auto’s is al in een vergevorderd ontwikkelingsstadium. En als baas van SpaceX verwacht Musk goedkope, want gerecyclede raketten te maken om privévluchten naar Mars te organiseren om de overbevolkte aarde in de toekomst wat te kunnen ontzien. De eerste tests om deze goedkope raketten succesvol te laten landen, zijn al geslaagd. Stel nu, dat ook Musks opvatting dat de ons bekende buitenwereld niet bestaat en wij in een computersimulatie leven, minder bizar blijkt dan hij klinkt? René Descartes zette enkele honderden jaren voor Elon Musk met drie stappen van twijfel al het bestaan van de buitenwereld op losse schroeven. Vanuit het cogito komt hij vervolgens met twee argumenten tot een andere conclusie dan Musk.
Vraag 12 3 punten
Leg uit:
- met welke stap in Descartes’ twijfelexperiment de simulatiehypothese overeenkomt en
- met welke twee argumenten Descartes tot een andere conclusie komt dan Musk.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de simulatiehypothese overeenkomt met de derde stap in Descartes’ twijfelexperiment: door een kwade demon, zoals een hogere beschaving in de simulatiehypothese, is het bestaan van de buitenwereld onzeker (1) • een uitleg met welke twee argumenten Descartes tot een andere conclusie komt dan Musk: − het perfecte wezen God moet wel bestaan anders zou het niet perfect zijn (1) − een perfecte God zorgt dat de werkelijkheid beantwoordt aan zintuiglijke ervaringen en dus bestaat de ons bekende buitenwereld (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de derde stap van zijn twijfelexperiment, stelt Descartes zich voor dat er een kwade demon bestaat die ons systematisch misleidt. Deze demon doet ons geloven dat er een wereld buiten ons is, zonder dat die er in werkelijkheid is. Op een vergelijkbare manier zou je kunnen zeggen dat je met het idee van een buitenaardse, hogere beschaving die een computersimulatie heeft gecreëerd waarin wij nu leven, het bestaan van de werkelijke buitenwereld betwijfelt (1) • Musk besluit uit het idee van deze hogere beschaving dat er wel een buitenwereld is, maar dat wij daar niet in leven, terwijl Descartes in twee redeneringen concludeert dat er wel een buitenwereld is en dat wij daar bovendien in leven. Descartes’ redenering gaat ervan uit dat God het meest perfecte wezen is, hetgeen betekent dat God moet bestaan, iets dat niet bestaat en alleen gedacht kan worden is immers minder perfect (1) • Maar als dat zo is, dan kan God geen kwade demon zijn die ons misleidt, want dan zou God niet algoed zijn en dat zou hem ook weer minder perfect maken. En dus moet de buitenwereld wel gewoon overeenstemmen met wat onze zintuigen ons voorhouden en dus bestaan (1) (3)
bron: nrc.nl/nieuws
Musk heeft het over waarschijnlijkheden die de meesten van ons eerder onwaarschijnlijk zullen vinden. De Belgische filosoof Maarten Boudry vindt het bijvoorbeeld veel waarschijnlijker dat wij juist in de basiswerkelijkheid leven, aangezien een wereld als computersimulatie volgens hem vele malen ingewikkelder zou zijn dan de werkelijke wereld. De eenvoudigste verklaring voor onze ervaringen is volgens hem dat er gewoon een echte wereld aan ten grondslag ligt. Toch is het mogelijk dat Musk toevallig gelijk heeft, zoals het ook mogelijk is dat Boudry toevallig gelijk heeft en we ‘gewoon’ in de basiswerkelijkheid leven. Om te bepalen of een opvatting werkelijke kennis bevat, kan gebruik gemaakt worden van de waarheidsgevoeligheidseis.
Vraag 13 3 punten
Leg uit:
- of de opvattingen van Musk en Boudry voldoen aan de waarheidsgevoeligheidseis en
- dat Boudry’s opvatting een ‘afleiding naar de beste verklaring’ is. Beargumenteer vervolgens of jij Musks redenering in tekst 6 een ‘creatieve abductie’ vindt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik vind Musks opvatting een creatieve abductie. De waarschijnlijkheid dat wij in een computersimulatie leven is weldoordacht, maar moeilijk te achterhalen. Zijn hypothese is niet overgecodeerd maar ook zeker niet ondergecodeerd aangezien wij tegenwoordig al behoorlijk geloofwaardige computersimulaties kunnen maken, is het inderdaad niet onwaarschijnlijk dat dit elders in het universum allang gebeurd is. Zeker aangezien er inmiddels planeten zijn ontdekt waar de kans op leven tamelijk groot is (1) of
- Ik vind Musks opvatting geen creatieve abductie. Het ‘weldoordachte’ van tekst 6 ontgaat mij volledig. Ik zou zijn opvatting een ondergecodeerde, wilde slag in de lucht noemen. Hij baseert elke waarschijnlijkheid in zijn redenering op een andere waarschijnlijkheid: namelijk dat er al heel veel beschavingen zijn die computersimulaties kunnen bouwen. Leuk ideetje, maar ondanks de ontdekking van planeten waar mogelijk leven mogelijk is, of het feit dat we al mooie computersimulaties kunnen maken, toch een gok naar mijn mening (1p)
Elon Musk wordt door velen gezien als een markant figuur. Zijn plannen, opvattingen en ondernemingen halen regelmatig het nieuws en vaak blijft in die nieuwsberichten in het midden of we Musks uitspraken met een korreltje zout moeten nemen of niet. Toch zijn er gerenommeerde wetenschappers die Musks simulatiehypothese zeer serieus nemen. Aan de universiteit van Washington, bijvoorbeeld, wordt momenteel onderzocht of wij in een computersimulatie leven. Om te toetsen of dit zo is, moeten we volgens deze wetenschappers zelf een computersimulatie uitvoeren. In zo’n simulatie zouden dan sporen zichtbaar kunnen worden die erop wijzen dat wij nu ook in een computersimulatie leven. De wetenschappers formuleren verschillende hypotheses over hoe zo’n spoor eruit zou kunnen zien. Er zijn ook wetenschappers die het onderzoek aan de universiteit van Washington ‘geen wetenschap meer’ vinden. Paul Feyerabend heeft een kritisch boek geschreven over de wetenschappelijke methode. George Moore zou zich niet per se uitlaten over de wetenschappelijkheid van het onderzoek, maar waarschijnlijk zou hij wel zijn vraagtekens zetten bij de noodzaak van het genoemde onderzoek.
Vraag 14 2 punten
Leg met de generieke vorm van de sceptische paradox uit dat Moore het onderzoek in Washington niet nodig zou vinden. Leg vervolgens uit wat Feyerabends reactie zou zijn op het onderzoek in Washington.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met de generieke vorm van de sceptische paradox dat Moore het onderzoek in Washington niet nodig zou vinden: 1 S weet dat p. 2 S weet niet dat niet q. 3 Als S weet dat p, dan weet S dat niet q. Moore behoudt premisse 1 en 3 en moet 2, in dit geval: ik weet niet dat wij niet in een computersimulatie leven, laten vallen (1) • een uitleg dat er volgens Feyerabend niet één methode van wetenschap is en dat het onderzoek in Washington dus best tot (nieuwe) wetenschappelijke kennis kan leiden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Dit is de generieke vorm van de sceptische paradox: 1 S weet dat p. 2 S weet niet dat niet q. 3 Als S weet dat p, dan weet S dat niet q. Volgens Moore weten we dat we twee handen hebben en als we weten dat we die hebben, dan weten we ook dat we geen brein in een vat zijn, of in dit geval in een computersimulatie leven. Met het gezond verstand moeten we dus wel premisse 2 van de generieke vorm van de sceptische paradox, in dit geval: ik weet niet dat wij niet in een computersimulatie leven, laten vallen. Daar hebben we geen ingewikkeld wetenschappelijk onderzoek voor nodig om dat uit te sluiten (1) • Volgens Feyerabend is er niet zoiets als dé wetenschappelijke methode, zoals in de Westerse wereld veelal wordt verondersteld: ‘anything goes’ wat hem betreft. Ook niet-rationele methoden zouden wel degelijk kennis kunnen opleveren. En soms is het zelfs noodzakelijk om methoden te gebruiken die breken met de heersende wetenschappelijke methode om tot nieuwe inzichten te komen. Feyerabend zou dan ook geen enkel probleem hebben met het onderzoek dat de universiteit van Washington uitvoert, wellicht levert het een baanbrekend nieuw inzicht op (1) (2)
naar: nrc.nl/nieuws
Reid heeft weinig op met dergelijk metafysisch scepticisme. Volgens Kant is metafysisch scepticisme zelfs ‘het schandaal van de filosofie’. Vanuit de geschiedenis van de filosofie hebben het uitgangspunt van het empirisme en het uitgangspunt van indirecte waarneming kunnen leiden tot metafysisch scepticisme. Reid en Kant hebben allebei een oplossing voor het metafysisch scepticisme.
Vraag 15 3 punten
Leg uit waarin de oplossing van Kant verschilt van de oplossing van Reid aan de hand van hun opvattingen over beide uitgangspunten. Beargumenteer vervolgens wie het metafysisch scepticisme van Hertog in tekst 7 het beste kan oplossen: Kant of Reid.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Volgens mij is Reids oplossing het best om het scepticisme in tekst 7 te bestrijden. Hertog en Kant delen de overtuiging dat empirische kennis het bestaan van de buitenwereld niet kan verzekeren. Maar Reid laat met zijn direct realisme in één klap zien dat dit juist wel zo is. Vanuit ons gezond verstand is er volgens Reid geen enkele reden om aan te nemen dat die ‘aanwijzing dat de fysische realiteit niet beantwoordt aan wiskundige modellen’ er niet is. Die aanwijzing is er volgens Reid juist wel aangezien we de fysische wereld direct waarnemen en anders die wiskundige modellen ook nooit hadden kunnen maken (1p)
naar: https://decorrespondent.nl/4529/ook-jij-kunt-leren-denken-als-elon-
musk/335117965490-684ae2cf
Musk verzet zich ertegen om te denken als een zondvloedwetenschapper. Kuhn en Bayle zouden allebei vinden dat we de opvattingen van de zondvloedwetenschappers niet zomaar mogen afdoen als flauwekul.
Vraag 16 2 punten
Geef aan in welk opzicht we de opvatting van de zondvloedwetenschappers serieus moeten nemen:
- volgens Kuhn en
- volgens Bayle.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de theorie van de zondvloedwetenschappers volgens Kuhn moeten worden beoordeeld als onderdeel van het toen heersende paradigma (1) • een uitleg dat we volgens Bayle de plicht hebben om de theorie van de zondvloedwetenschappers te tolereren voor zover deze wetenschappers trouw zijn aan hun geweten (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Kuhn worden de overtuigingen van een wetenschapper bepaald door de heersende opvattingen waarbinnen een wetenschapper werkt. Die worden in het geval van de zondvloedwetenschappers kennelijk bepaald door hun interpretatie van de Bijbel. De opvattingen van de zondvloedwetenschappers moeten we volgens Kuhn dus begrijpen vanuit hun eigen paradigma (1) • Volgens Bayle hebben we de plicht om de theorie van de zondvloedwetenschappers te tolereren, voor zover deze wetenschappers handelen in overeenstemming met hun geweten. De zondvloedwetenschappers houden vast aan wat zij van binnenuit geloven: de overtuiging dat de wereld zesduizend jaar geleden is ontstaan omdat dit in de Bijbel staat (1) (2)
Ondertussen zijn er ook allerlei mensen die juist kritiek hebben op Musk en zijn manier van denken. Er zijn ongelukken gebeurd met Tesla’s en velen noemen zijn SpaceX-plannen, die telkens met enkele jaren worden uitgesteld, ‘megalomane luchtfietserij’. Musk weigert volgens sommigen te zien dat zijn overtuigingen volkomen onrealistisch zijn. Het geheel van onze overtuigingen wordt ook wel ons ‘wereldbeeld’ genoemd. Daarbij speelt het onderscheid tussen rationaliteit en integriteit een belangrijke rol.
Vraag 17 2 punten
Beargumenteer met tekst 8 en met dit onderscheid tussen rationaliteit en integriteit of jij een voorstander of tegenstander bent van Musks manier van denken.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie voor of tegen Musks manier van denken • met tekst 8 en (1) • met het onderscheid tussen rationaliteit en integriteit van wereldbeelden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Ik ben een voorstander van Musks manier van denken. Uit tekst 8 blijkt dat hij niet als een zondvloedwetenschapper wil denken en dus niet vast blijft houden aan allerlei dogma’s zonder verder te denken. Hij past zijn wereldbeeld voortdurend aan aan veranderingen en nieuwe hypotheses die anderen niet toelaten, zoals: er is ook een goedkope raket te bouwen. Vervolgens probeert hij vanuit die aangepaste set opvattingen, die hij bovendien test, oplossingen te bedenken om de wereld te verbeteren. Hij gaat dus niet alleen rationeel maar ook integer om met zijn wereldbeeld en verdiept zijn kennis en mogelijkheden (2) of • Ik ben geen voorstander van Musks manier van denken. De ongelukken met Tesla’s en het uitstellen van zijn plannen met SpaceX, laten zien dat hij zichzelf bedriegt. Zijn manier van denken om voortdurend twijfel toe te laten en zich niet te conformeren aan ‘dat we altijd zo doen’ of ‘dat wat niemand vertrouwt omdat het nog nooit gedaan is’ zoals beschreven wordt in tekst 8, is zeker rationeel en zijn wereldbeeld is flexibel aangezien hij zijn overtuigingen voortdurend aanpast, maar hij is verstoken van realiteitszin en doet zijn ogen dicht voor alle mislukkingen en onmogelijkheden om zijn plannen te realiseren: hij is dus niet integer. Voor mij hebben visionaire ideeën zoals die van hem dan weinig zin (2) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-18-1-o
Andere examens filosofie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1 telt 17 vragen. De meeste vragen gaan over kennisleer (14), mens en techniek (1) en ethiek (1).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-18-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.