Eindexamen filosofie vwo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 De mens als ‘ding’, bron: youtube.com, ‘Listen to Google’ From Theism to Humanism to Data-ism, bron: Stephen Muecke, The generous philosopher, Aeon, 2022, Opgave 2 Inclusie in taal en kunstmatige intelligentie, bron: Vivien Waszink, Dat mag je óók (al niet meer) zeggen, Onze Taal, 2022, bron: Vivien Waszink, Dat mag je óók (al niet meer) zeggen, Onze Taal, 2022, Opgave 3 Leven als een das.
Het centraal examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2 telt 23 vragen. Alle vragen vallen onder mens en techniek. De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
Alle 23 vragen van dit examen vallen onder mens en techniek. Bij dit vak toetst het centraal examen één vaardigheid; de verschillen zitten in de teksten en de vraagsoorten.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 De mens als ‘ding’
Sinds mensenheugenis proberen mensen, onder andere via filosofie, grip te krijgen op de werkelijkheid. Zo verklaarden bijvoorbeeld de eerste Griekse filosofen dat het wel lijkt alsof er veel verschillende soorten dingen zijn, maar dat in werkelijkheid alles is opgebouwd uit een of enkele elementen. Volgens filosoof Arjen Kleinherenbrink proberen filosofen de werkelijkheid overzichtelijk te maken door één ordeningsprincipe te benoemen, één soort ‘ding’ waar alle andere ‘dingen’ van afhangen of van afgeleid zijn. Denk bijvoorbeeld aan ‘dingen’ zoals oceanen, schoenzolen, orgasmes, vergaderingen, zilver, insecten en zendmasten. In de geschiedenis zijn zulke ‘dingen’ ondergebracht in ordeningsprincipes zoals Materie, Ideeën, God, Subject, Tijd, Staat, Evolutie, Taal, Markt, Genen of Brein. Vanuit dergelijke ordeningsprincipes zijn in de loop van de tijd allerlei metaforen ontstaan. Volgens Piet Vroon en Douwe Draaisma spelen metaforen een belangrijke rol in de manier waarop de mens zichzelf beschrijft en begrijpt.
Vraag 1 2 punten
Leg de opvatting van Vroon & Draaisma uit dat metaforen uit wetenschap en technologie beïnvloeden hoe we onszelf als mens begrijpen. Leg vervolgens met een voorbeeld uit dat deze invloed historisch contingent is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de opvatting van Vroon & Draaisma dat metaforen uit wetenschap en technologie beïnvloeden hoe we onszelf als mens begrijpen: om aspecten van onszelf te begrijpen waar geen letterlijke beschrijving van bestaat, worden metaforen uit wetenschap en technologie gebruikt om die aspecten te beschrijven/verklaren / metaforen uit wetenschap en techniek leiden tot nieuwe onderzoeksvragen naar de mens (1) • een uitleg met een voorbeeld dat de invloed van metaforen historisch contingent is: metaforen worden ontleend aan eigentijdse wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en zijn daardoor toevallig (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Vroon en Draaisma gebruiken we metaforen om aspecten van onszelf te begrijpen waar nog geen beschrijving voor is, zoals de menselijke geest of psyche. Met behulp van een metafoor uit technologie en wetenschap, zoals ‘computer’, kunnen we grip krijgen op de menselijke geest. (1) • Metaforen die zijn ontleend aan ontwikkelingen in wetenschap en techniek zijn daardoor historisch contingent. Als techniek en wetenschap zich anders hadden ontwikkeld, hadden we andere metaforen gehad. Met de opkomst van de moderne wetenschap werden mechanistische metaforen gebruikt om de mens te beschrijven en te begrijpen in plaats van de religieuze beschrijving van de mens als ziel. Die mechanistische metaforen werden eerst ontleend aan machines als uurwerken en later werden dat bijvoorbeeld stoommachines. Nu wordt vooral de computer als metafoor gebruikt. Deze metaforen veranderen dus door de tijd heen mee met de ontwikkelingen in technologie en wetenschap. (1) (2)
Het mechanistisch wereldbeeld van de moderne natuurwetenschappen gaat uit van materie als ordeningsprincipe: alle verschillende dingen bestaan uit materie, die worden bepaald door natuurwetten. René Descartes ontwikkelde zijn filosofie over de mens ten tijde van de opkomst van de moderne natuurwetenschappen.
Vraag 2 1 punt
Leg uit dat Descartes’ opvatting van de mens uitgaat van twee ordeningsprincipes.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat Descartes’ opvatting van de mens uitgaat van twee ordeningsprincipes: de mens is niet alleen te begrijpen als een uitgebreid lichaam/materie (res extensa) maar moet ook worden begrepen als een denkend ding (res cogitans). voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Descartes is het materialistische van dit wereldbeeld niet geschikt om het geestelijke aspect van mensen te vatten. Daarom zet hij tegenover materie als het ene ordeningsprincipe van de moderne natuurwetenschappen het dualisme van lichaam en geest. Deze twee substanties zijn niet tot elkaar te herleiden en vormen dus twee ordeningsprincipes. (1)
Een meer hedendaagse vorm van denken vanuit een ordeningsprincipe is het functionalisme: volgens het functionalisme liggen aan het brein en aan computers dezelfde functionele principes ten grondslag. Om die reden gaan veel functionalisten ervan uit dat computers ook het menselijk denken kunnen nabootsen, simuleren. Hubert Dreyfus heeft kritiek op het idee dat computers het menselijk denkvermogen kunnen simuleren, omdat het denken volgens hem belichaamd is. Hij noemt drie functies die het lichaam heeft bij visuele waarneming die niet door computers nagebootst kunnen worden.
Vraag 3 1 punt
Leg met een van deze functies Dreyfus’ kritiek uit op de functionalistische opvatting dat computers het menselijk denkvermogen kunnen simuleren.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg van Dreyfus’ kritiek op de functionalistische opvatting dat computers het menselijk denkvermogen kunnen simuleren met een van de drie functies die het lichaam heeft bij visuele waarneming: we hebben bepaalde verwachtingen gebaseerd op eerdere ervaringen / verwachtingen richten onze aandacht en worden bijgesteld als waarnemingen daarvan afwijken / verwachtingen brengen we over op andere zintuigen. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Dreyfus kunnen computers de menselijke manier van waarnemen niet nabootsen, omdat wij bepaalde verwachtingen hebben over onze waarneming, waarmee we onze aandacht actief kunnen richten. Computers daarentegen hebben deze ervaring niet en kunnen daardoor bijvoorbeeld ook geen onderscheid maken tussen figuur en achtergrond, maar moeten alle details verzamelen om een waarneming van het geheel te maken. (1)
Volgens Dreyfus verwerken mensen waarnemingen anders dan computers.
Vraag 4 1 punt
Leg met Dreyfus’ argument over de verwerking van waarneming zijn kritiek op het functionalistische denken uit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met Dreyfus’ argument over de verwerking van waarneming van zijn kritiek op het functionalistische denken: de ervaringskennis waarmee mensen handelen is niet te vangen onder de functionalistische gedachte dat alle gedrag is uit te drukken in logische regels / dat alle gedrag is te beschrijven in regels die input en output verbinden. voorbeeld van een goed antwoord: Het functionalisme gaat ervan uit dat zowel de werking van computers als het gedrag van mensen te begrijpen is vanuit logische regels die de functie van gedrag beschrijven. Maar volgens Dreyfus is het een misvatting om te denken dat de ervaringskennis waarmee wij handelen in logische regels te vatten is. Het is onmogelijk om te bepalen welke regels moeten worden toegepast om de juiste voorspelling te doen. (1)
bron: youtube.com, ‘Listen to Google’ From Theism to Humanism to Data-ism
Critici zien in het dataïsme een gevaar voor de manier waarop de mens zichzelf begrijpt. De vraag naar het wezen van de mens kan zowel opgevat worden als vraag naar de essentie van de mens, maar ook als vraag naar de bestaanservaring van de mens.
Vraag 5 4 punten
Beargumenteer of het volgens jou een gevaar is als de mens zichzelf begrijpt als data. Ga daarbij in op:
- tekst 1
- Harari’s argument dat de mens data wordt,
- het begrip ‘essentie’, en
- het begrip ‘bestaanservaring’.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of het een gevaar is als de mens zichzelf begrijpt als data, waarbij wordt ingegaan op: • tekst 1 (1) • Harari’s argument dat de mens data wordt: alles, inclusief de mens, is uit te drukken in data / is te begrijpen als een algoritme (1) • het begrip ‘essentie’ als een set essentiële eigenschappen (1) • het begrip ‘bestaanservaring’ als de manier waarop mensen hun bestaan ervaren (1) voorbeelden van een goed antwoord: • Ik zie er niet zo’n gevaar in om alles, inclusief de mens, te begrijpen vanuit het ene ordeningsprincipe van data. Integendeel. Ik denk dat data betrouwbaarder zijn dan onze eigen gevoelens en gedachten. Vanuit onze bestaanservaring lijken onze eigen gevoelens en gedachten heel reëel, maar onze kennis over onszelf gebaseerd op die bestaanservaring is in feite maar gebaseerd op één geval, namelijk onszelf. Hoe vaak vergissen we ons niet in de aard van onze gevoelens of overzien we onze beslissingen niet? Dankzij big data hebben we simpelweg veel meer informatie tot onze beschikking om tot een betere weging van onze gevoelens en gedachten en tot betere beslissingen te komen. Data zijn de essentie van wie we zijn. Zoals Harari aangeeft kan alles opgevat worden als data, ook de mens is in essentie niets anders dan een complex algoritme dat dankzij big data te doorgronden is. Ik vind het daarom volkomen terecht om bij beslissingen te vertrouwen op de cloud, zoals hij in tekst 1 zegt. (4) of • Big data zijn volgens mij een grote bedreiging voor onze menselijke bestaanservaring. Natuurlijk is het zo dat in specifieke situaties data meer kunnen vertellen dan een individuele ervaring. Bijvoorbeeld in de geneeskunde. Maar het probleem met het dataïsme is dat het doet alsof data een soort objectieve essentie van de mens aangeven. Terwijl wat mij betreft juist die bestaanservaring het wezen is van mens-zijn, ons tot mensen maakt. We zijn subjectieve wezens die vanuit ons eigen perspectief naar de wereld kijken. Dat is onz (4)
bron: Stephen Muecke, The generous philosopher, Aeon, 2022
Latour werkt zijn pluralistische manier van denken onder andere uit in de actor-netwerktheorie.
Vraag 6 3 punten
Geef Latours actor-netwerktheorie weer. Geef vervolgens met een van de voorbeelden uit tekst 2:
- een argument voor Latours opvatting dat dingen actoren zijn, en
- een argument tegen Latours opvatting dat dingen actoren zijn.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Latours actor-netwerktheorie: handelingsvermogen is/handelingen zijn niet terug te voeren tot individuele actoren, maar is/zijn verdeeld over actoren die met elkaar verbonden zijn in een netwerk (1) • een argument voor Latours opvatting dat dingen actoren zijn, met een voorbeeld uit tekst 2 (1) • een argument tegen Latours opvatting dat dingen actoren zijn, met een voorbeeld uit tekst 2 (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens de actor-netwerktheorie zijn alle dingen, mensen en niet- mensen, met elkaar verbonden in netwerken. Een handeling is verdeeld over het netwerk en zorgt ervoor dat dingen gebeuren of in beweging worden gezet. Ook niet-menselijke actoren zijn dus betrokken bij een handeling en handelen is daarmee niet voorbehouden aan mensen. (1) • Wonder Woman is een mooi voorbeeld van een niet-menselijke actor die wel echt en actief is. Als onderdeel van het DC Comicsuniversum is zij verbonden met andere superhelden, maar ook met het leven van talloze fans en met de entertainment-industrie. Wonder Woman verschaft acteurs, regisseurs en scriptschrijvers een inkomen en brengt onvoorziene gebeurtenissen teweeg in het leven van fans die elkaar bijvoorbeeld op een Comic Con ontmoeten en later kinderen krijgen. Een fictief figuur als Wonder Woman is dus niet alleen echt, maar ook actief in het scheppen van een wereld waarin filmindustrie, fans en superhelden met elkaar verbonden zijn. (1) • Aan de andere kant kun je ook beargumenteren dat Latours opvatting dat alle dingen actoren zijn een misvatting is van wat het betekent om actief te zijn. Je kunt wel zeggen dat Wonder Woman het leven van mensen beïnvloedt, maar dat is alleen maar omdat er steeds weer mensen zijn die haar opnieuw tot leven wekken. Zonder menselijke activiteit zijn superhelden een lege huls. Ze scheppen zelf geen werelden, het zijn mensen die dat doen. Daarom begrijp ik niet waarom Latour alles op één hoop gooit. (1) (3)
Een andere pluralistische filosoof is Karen Barad. Zij maakt een onderscheid tussen interactie en intra-actie. Ook in het enactivisme van Alva Noë speelt het begrip interactie een belangrijke rol. Hij gebruikt in zijn uitleg het voorbeeld van de Porscherijder.
Vraag 7 2 punten
Leg Barads onderscheid tussen interactie en intra-actie uit. Leg vervolgens met het voorbeeld van de Porscherijder uit welke rol het begrip interactie speelt in Noë’s opvatting van het enactivisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Barads onderscheid tussen interactie en intra-actie: interactie vindt plaats tussen twee elementen die vooraf al bestaan terwijl bij intra-actie de grenzen tussen de verschillende elementen pas ontstaan wanneer ze met elkaar intra-acteren (1) • een uitleg van welke rol het begrip interactie speelt in Noë’s opvatting van het enactivisme, met het voorbeeld van de Porscherijder: denken vindt plaats dankzij de interactie tussen lichaam en omgeving, zoals het Porscherijdersgevoel bestaat in de impliciete kennis hoe zintuiglijke prikkels zullen wijzigen als gevolg van bepaalde handelingen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Barad is handelingsvermogen geen eigenschap van individuele dingen of mensen, maar een kwestie van intra-actie. Barad onderscheidt dit van interactie waar de elementen die een interactie aangaan vooraf al gegeven zijn. Bij een intra-actie ontstaan de grenzen tussen de verschillende elementen pas tijdens de intra-actie. (1) • Volgens Noë is het denken van de mens niet gescheiden van het lichaam en de omgeving, maar het product van de manier waarop ons brein een specifieke uitwisseling mogelijk maakt tussen het sensomotorische lichaam en de omgeving. Hij geeft het voorbeeld van het specifieke gevoel dat je kunt hebben bij het rijden van een sportauto. Dat gevoel ontstaat in de wisselwerking tussen jouw lichaam en de auto, en bestaat uit de impliciete kennis van wat er gebeurt als je het gaspedaal indrukt of een stuurbeweging maakt. (1) (2)
Pluralistische filosofen hebben kritiek op het idee dat de mens een duidelijk afgebakend wezen is dat begrepen kan worden uit bijvoorbeeld de werking van materie, uit biologische drijfveren of een ander ordeningsprincipe. Volgens Andy Clark kan de mens gemakkelijk nieuwe technieken incorporeren.
Vraag 8 3 punten
Leg deze opvatting van Clark uit en ga daarbij in op:
- het experiment van de verlengde neus, en
- de begrippen ‘cyborg’ en ‘interface’. Geef vervolgens een argument dat Clark aansluit bij de pluralistische opvatting van de mens.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Clarks opvatting dat de mens gemakkelijk nieuwe technieken kan incorporeren, met het experiment van de verlengde neus: ons belichaamd brein is van nature in staat om voorwerpen uit de omgeving zo in te lijven dat we ze ervaren als onderdeel van onszelf, zoals we de neus van iemand voor ons als onze eigen neus kunnen leren ervaren (1) • een uitleg van Clarks opvatting dat de mens gemakkelijk nieuwe technieken kan incorporeren met de begrippen ‘cyborg’ en ‘interface’: de mens is van nature een mens-technologie-hybride (cyborg) en de mens heeft een nieuwe techniek geïncorporeerd als hij niet meer via een interface met technologie communiceert (1) • een argument dat Clark aansluit bij de pluralistische opvatting van de mens: doordat de mens steeds nieuwe technieken kan inlijven, ligt de grens van de mens niet vast (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Clark geeft het voorbeeld van het experiment van de verlengde neus. Daarbij word je geblinddoekt en tikt iemand met je ene hand op de neus van iemand die voor je zit, terwijl je in hetzelfde ritme op je eigen neus getikt wordt. Al snel zul je de neus van degene voor je als je eigen neus ervaren en wordt je neus dus een stuk langer. Dit voorbeeld laat zien hoe makkelijk wij nieuwe dingen kunnen inlijven. (1) • Doordat wij zo gemakkelijk andere voorwerpen kunnen incorporeren, zijn wij volgens Clark van nature technologische wezens. Daarom noemt Clark ons cyborgs van nature. Om technologie, of een voorwerp, te incorporeren moet die wel ‘transparant’ zijn. Dat wil zeggen dat we ons niet steeds op de technologie zelf moeten richten via een interface, maar dat de technologie naar de achtergrond verdwijnt. (1) • Clark gaat niet uit van vaststaande grenzen aan de mens. Hij benadrukt juist de fundamentele openheid van die grenzen waardoor wij onze omgeving en bepaalde voorwerpen daarin kunnen inlijven. Daarmee sluit Clark aan bij een pluralistische opvatting van de me (3)
Opgave 2 Inclusie in taal en kunstmatige intelligentie
Hoe kunnen alle mensen volwaardig meedoen in de samenleving? Over deze vraag wordt al langer nagedacht, maar sinds een aantal jaar is het gebruikelijk om hierbij de woorden ‘inclusie’ en ‘inclusief’ te gebruiken. Een van de kwesties is bijvoorbeeld welke woorden nodig zijn om iedereen gelijkwaardig aan te spreken. Er zijn mensen die zichzelf niet herkennen in woorden als ‘man’ en ‘vrouw’; zij zijn non-binair en willen niet met ‘hij’ of ‘zij’ aangesproken worden, maar met ‘hen’ of ‘die’. Vivien Waszink werkt bij het Instituut voor de Nederlandse Taal. Zij constateert in het boek Dat mag je óók (al niet meer) zeggen dat de behoefte aan een inclusieve taal groot is, maar dat het inburgeren van nieuwe woorden
- zoals woorden waarmee non-binaire mensen zich identificeren
- doorgaans heel langzaam gaat. Helmuth Plessner beschrijft de bestaanservaring van de mens aan de hand van drie antropologische wetten. Een van die wetten is de wet van de bemiddelde onmiddellijkheid, die ertoe leidt dat mensen hun bestaanservaring willen uitdrukken.
Vraag 9 2 punten
Geef weer wat de wet van de bemiddelde onmiddellijkheid van Plessner inhoudt. Leg vervolgens uit dat deze wet de behoefte aan inclusieve taal kan verklaren.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Plessners wet van de bemiddelde onmiddellijkheid: de mens ervaart zichzelf als subject dat bemiddelt tussen zichzelf en de omgeving en tegelijkertijd als subject dat onmiddellijk de omgeving ervaart (1) • een uitleg dat deze wet de behoefte aan inclusieve taal kan verklaren omdat de dubbele ervaring van onmiddellijkheid en bemiddeling maakt dat mensen hun bestaanservaring willen uitdrukken in taal, die bemiddelt tussen ervaring en werkelijkheid (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Plessner ervaart de mens zichzelf als subject dat bemiddelt tussen zichzelf en de omgeving en tegelijkertijd als subject dat onmiddellijk de omgeving ervaart. De relatie van de mens met de omgeving is dus zowel bemiddeld als onmiddellijk. (1) • Deze dubbele ervaring maakt dat mensen zich willen uitdrukken. Omdat mensen allerlei ervaringen hebben en zich ervan bewust zijn dat die ervaringen een manier zijn om de wereld waar te nemen, voelen mensen de noodzaak om hun ervaringen op de een of andere manier vast te leggen, te structureren en te delen met anderen. Weten dat jij het bent die de wereld ervaart, geeft immers ook het besef dat anderen de wereld ervaren en dat kan een andere ervaring zijn. Taal is een van de manieren waarop mensen hun intenties proberen vorm te geven en te delen met anderen, en taal bemiddelt tussen directe ervaring en de werkelijkheid. Dat taal verandert en dat er behoefte is aan een inclusieve taal waarmee mensen steeds beter hun ervaring uitdrukken en die steeds beter bemiddelt tussen werkelijkheid en ervaring, past dus bij de wet van de dubbele ervaring van bemiddelde onmiddellijkheid. (1) (2)
Volgens Waszink moeten we eerst nadenken over de zin en onzin van nieuwe woorden en er dan pas over oordelen. Woorden hebben betekenissen die kunnen veranderen. Ook de gevoelens die mensen hebben bij woorden waarmee ze worden beschreven kunnen veranderen. Dat geldt voor woorden als ‘man’ en ‘vrouw’, maar ook voor woorden als ‘wit’ en ‘zwart’. Of een woord als ‘allochtoon’; sommigen willen dat woord liever vervangen door ‘bicultureel’. De filosofische vraag naar de mens kan beantwoord worden vanuit een eerstepersoonsperspectief en vanuit een derdepersoonsperspectief. Beide hebben een ethische dimensie.
Vraag 10 2 punten
Leg met een voorbeeld van inclusieve taal uit:
- wat de ethische dimensie van het eerstepersoonsperspectief inhoudt, en
- wat de ethische dimensie van het derdepersoonsperspectief inhoudt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met een voorbeeld van inclusieve taal van de ethische dimensie van het eerstepersoonsperspectief dat je je als mens verhoudt tot je bestaan (1) • een uitleg met het voorbeeld van inclusieve taal van de ethische dimensie van het derdepersoonsperspectief dat beschrijvingen van essentiële eigenschappen van de mens ook altijd normatief zijn (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De ethische dimensie van het eerstepersoonsperspectief is dat mensen de existentiële opdracht hebben om zich tot hun bestaan te verhouden. Ik kan bijvoorbeeld nadenken over een woord als ‘non- binair’ of ‘bicultureel’ en dit woord bewust gebruiken om mezelf en de mensen om mij heen het gevoel te geven dat ze volwaardige ruimte hebben in de samenleving. (1) • De ethische dimensie van het derdepersoonsperspectief is dat beschrijvingen van essentiële eigenschappen ook altijd normatief zijn. Toen het woord ‘non-binair’ niet bestond, werden mensen ingedeeld in ‘man’ of ‘vrouw’. Iedereen die geen ‘man’ of ‘vrouw’ was, of zich zo niet voelde, was uitgesloten. De woorden ‘wit’ en ‘zwart’ delen mensen op in twee kleuren. Deze woorden maken een indeling waarvan je je telkens opnieuw kunt afvragen of die wenselijk is of niet en of er misschien nieuwe woorden nodig zijn die niet uitsluiten. (1) (2)
bron: Vivien Waszink, Dat mag je óók (al niet meer) zeggen, Onze Taal, 2022
Volgens Simone de Beauvoir is de bestaanservaring van vrouwen gevormd door culturele opvattingen over vrouw-zijn.
Vraag 11 2 punten
Beargumenteer of het volgens jou een goed idee is om het woord ‘mankracht’ te vervangen door ‘menskracht’. Gebruik daarbij:
- tekst 3, en
- het verschil in de vorming van de bestaanservaring van vrouwen en mannen volgens De Beauvoir.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik ben niet zo’n voorstander van het veranderen van het woord ‘mankracht’ in ‘menskracht’. Ik vind het inderdaad best krampachtig zoals in tekst 3 staat en het zal volgens mij juist uitnodigen tot alleen maar meer stomme grappen die juist niet gaan bijdragen aan meer inclusie, maar de zoektocht daarnaar bagatelliseren, zoals het grapje over een ‘mensdarijn’ laat zien. Ik vind dat De Beauvoir gelijk heeft als ze zegt dat alle mensen aanvankelijk hun lichaam op dezelfde manier gebruiken om de wereld te ontdekken en zich uit te drukken. En volgens mij wordt die ervaring bij jongens, meisjes en ook non-binaire mensen niet hetzelfde gestimuleerd. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat erg is, maar ook als je vindt dat dat inderdaad ongelijkwaardig is, dan denk ik dat het veranderen van woorden daarin een druppel op de gloeiende plaat is en zelfs averechts kan werken. Bewustwording van ongelijk gegroeide rolpatronen en culturele opvattingen gaat veel dieper dan alleen maar woorden en moet je dus ook niet via woordveranderingen proberen onder de aandacht te brengen. (2p)
bron: Vivien Waszink, Dat mag je óók (al niet meer) zeggen, Onze Taal, 2022
Sanders doet vervolgens het voorstel om de woorden ‘slaaf’ en ‘slaafgemaakt’ allebei te gebruiken. Frantz Omar Fanon beargumenteert dat de bestaanservaring van mensen van kleur gevormd is door de blik van anderen. Het begrippenpaar ‘is’ en ‘ought’ wordt in de ethiek gebruikt om een onderscheid te maken tussen respectievelijk ‘beschrijvend’ en ‘voorschrijvend’.
Vraag 12 3 punten
Beargumenteer of jij het met Sanders’ voorstel eens bent. Gebruik daarbij:
- Fanons argument dat de bestaanservaring van mensen van kleur is gevormd door de blik van anderen,
- het begrippenpaar ‘is’ en ‘ought’, en
- tekst 4.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik ben er geen voorstander van om beide woorden te gebruiken. Ik vind dat ‘ought’ in dit geval belangrijker is dan ‘is’. Eigenlijk verwijst het woord ‘slaaf’ helemaal niet naar hoe het historisch ging zoals Sanders zegt in tekst 4. Het woord ‘slaaf’ is geen neutrale weergave van de manier waarop mensen gedurende een bepaalde periode in de geschiedenis met sommige andere mensen omgingen. Het is een beledigend en kwetsend woord voor mensen die ooit tot slaaf gemaakt zijn en hun nakomelingen. Zoals Fanon over het n-woord schrijft dat dat een pijnlijk en vervreemdend woord is omdat het mensen van kleur verwijdert van hun er-zijn. Het scheurt mensen los van hun lichamelijke bestaanservaring. Het woord ‘slaaf’ moet je volgens mij dus niet willen gebruiken in een samenleving en ook niet via een zogenaamd historische achterdeur in leven houden, want de gevoelswaarde van dat woord kan je niet sturen. Het is in dit geval belangrijk om alleen ‘slaafgemaakt’ te gebruiken en te benadrukken hoe het had moeten zijn: mensen zijn allemaal menselijk en die menselijkheid hoort niet ontkend te worden. Nu niet en in het verleden ook niet. (3p)
Ook bij kunstmatige intelligentie speelt de kwestie van inclusie. Zo bleek dat sommige neurale netwerken voor gezichtsherkenning discriminerend waren. Er werden veel fouten gemaakt bij de herkenning van mensen die niet een witte man zijn. Vooral bij vrouwen van kleur bleek de kans veel groter dat het gezicht verkeerd werd herkend. De reden hiervoor was dat de data waarmee het neurale netwerk was getraind voor 80% bestond uit afbeeldingen van witte mensen en voor 75% uit mannen. Volgens connectionisten kan kunstmatige intelligentie het menselijk denkvermogen simuleren.
Vraag 13 2 punten
Leg deze connectionistische opvatting uit. Leg vervolgens uit dat het probleem van discriminerende gezichtsherkenning vanuit het connectionisme opgelost kan worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de connectionistische opvatting dat kunstmatige intelligentie het menselijk denkvermogen kan simuleren: neurale netwerken hebben net als mensen zelflerend vermogen (1) • een uitleg dat het probleem van discriminerende gezichtsherkenning vanuit het connectionisme opgelost kan worden: door gevarieerde input kan het neurale netwerk zelf een beter prototype samenstellen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Neurale netwerken kunnen zichzelf leren om patronen te herkennen, bijvoorbeeld in gezichten, en om waarnemingen in algemene categorieën in te delen. De netwerken simuleren zo de menselijke manier van denken en een neuraal netwerk voor bijvoorbeeld gezichtsherkenning kan zo net als mensen op basis van nieuwe input steeds beter worden in het herkennen van gezichten. (1) • De gezichtsherkenner werkt op eenzelfde manier als menselijke hersenen omdat patronen, en niet specifieke kenmerken, worden herkend en gecategoriseerd. Kunstmatige intelligentie leert zo steeds beter gezichten te herkennen. Als er vooral foto’s van witte mannen worden gebruikt om de kunstmatige intelligentie te trainen, dan gaat die kunstmatige intelligentie vooral patronen herkennen in deze gezichten en op basis daarvan algemene categorieën bepalen. De kans dat het gezicht van iemand die niet wit en geen man is, niet goed herkend wordt binnen deze zelf aangeleerde patronen en categorieën is dan groter, zoals bleek bij de discriminerende gezichtsherkenning. Dit proces kan vanuit het connectionisme opgelost worden door deze kunstmatige intelligentie meer gevarieerde input te geven. (1) (2)
Volgens Peter-Paul Verbeek transformeert techniek ons moreel handelingsvermogen.
Vraag 14 2 punten
Geef met het voorbeeld van discriminerende gezichtsherkenning:
- een argument voor deze opvatting van Verbeek, en
- een argument tegen deze opvatting van Verbeek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument met het voorbeeld van discriminerende gezichtsherkenning voor Verbeeks opvatting dat techniek ons moreel handelingsvermogen transformeert (1) • een argument met het voorbeeld van discriminerende gezichtsherkenning tegen Verbeeks opvatting dat techniek ons moreel handelingsvermogen transformeert (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Verbeek zijn er altijd mogelijkheden en gevolgen van een technologie die niet waren voorzien en die we als mensen niet in de hand hebben. Technologie bepaalt voor een deel onze morele besluitvorming en ons handelen. Het idee van gezichtsherkenning is vast niet dat die discrimineert, maar als dat wel gebeurt dan werpt deze techniek nieuwe dilemma’s op waarmee we ook op een nieuwe manier omgaan: willen we gezichtsherkenning gebruiken als die discrimineert en kan die worden ingezet om mensen op te sporen? (1) • Tegen deze opvatting van Verbeek kan je inbrengen dat wel of niet discrimineren altijd al thuishoorde in ons morele handelingsvermogen. Deze dilemma’s ontstonden niet pas doordat we techniek begonnen te ontwikkelen, maar waren er altijd al. Mensen zijn altijd al vrij en verhouden zich altijd al tot zichzelf, hun handelen en de keuzes die ze maken, daar is niet eerst een discriminerend apparaat voor nodig. (1) (2)
Andy Clark zou een neuraal netwerk voor gezichtsherkenning een dynamisch apparaat noemen. Katherine Hayles zou het een cognitieve assemblage noemen.
Vraag 15 2 punten
Geef de overeenkomst en het verschil weer tussen Clarks dynamische apparaten en Hayles’ cognitieve assemblages.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de overeenkomst tussen Clarks dynamische apparaten en Hayles’ cognitieve assemblages: beide zijn een hybride van mens en technologie met cognitieve vermogens (1) • een weergave van het verschil tussen Clarks dynamische apparaten en Hayles’ cognitieve assemblages: Clarks dynamische apparaten richten zich naar hun gebruikers, terwijl bij Hayles het denkvermogen wordt gedistribueerd tussen menselijke en niet-menselijke denkers (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Clarks dynamische apparaten en Hayles’ cognitieve assemblages zijn allebei een mens-technologie-hybride met een vorm van eigen denkvermogen. (1) • Het verschil is dat het dynamische apparaat zich bij Clark volledig richt naar wat de gebruiker vraagt. Dat is bij Hayles niet aan de orde. Het denkvermogen bij Hayles’ cognitieve assemblages wordt verdeeld over zowel de menselijke denker als de niet-menselijke denker van de cognitieve assemblage, waarbij ze de verschillen in denkvermogen aan beide kanten benadrukt: aan de technische kant snelle dataverwerking bijvoorbeeld, aan de menselijke kant emoties en empathisch vermogen. (1) (2)
Of het nu om taal of kunstmatige intelligentie gaat, je zou kunnen zeggen dat mensen altijd méér zijn dan hun geslacht, gender of kleur. Acteur Thorn de Vries pleit ervoor om verschillen op dat gebied niet meer expliciet te benoemen als die niet het onderwerp zijn: ‘Ik hoop dat er over vijf jaar in interviews over mijn werk staat: Thorn is acteur, in plaats van: Thorn is non-binair’. Miriam Rasch verzet zich tegen het reduceren van mensen tot karikaturale profielen. Ze gebruikt daarbij het begrip ‘else’, zowel vanuit het derdepersoonsperspectief als vanuit het eerstepersoonsperspectief.
Vraag 16 2 punten
Leg uit dat Rasch’ opvatting over het ‘else’ vanuit het derdepersoonsperspectief aansluit bij de opvatting dat mensen altijd meer zijn dan hun geslacht, gender of kleur. Geef vervolgens met Rasch’ opvatting over het ‘else’ vanuit het eerstepersoonsperspectief een argument voor De Vries’ opvatting om verschillen uiteindelijk niet meer te benoemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Rasch’ opvatting over het ‘else’ vanuit het derdepersoonsperspectief aansluit bij de opvatting dat mensen altijd meer zijn dan hun geslacht, gender of kleur omdat het ‘else’ het niet- categoriseerbare/de niet-uitputtende beschrijving van menselijk gedrag vertegenwoordigt (1) • een argument voor De Vries’ opvatting om verschillen uiteindelijk niet meer te benoemen met Rasch’ opvatting over het ‘else’ vanuit het eerstepersoonsperspectief, namelijk de onherleidbare openheid die mensen de opdracht geeft om hun bestaanservaring vorm te geven/uit te drukken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Rasch verzet zich tegen een mensbeeld waarin alles van mensen meetbaar en zichtbaar te maken is; te reduceren is tot data. Er is altijd nog iets anders, het ‘else’: het spontane, vreemde en onvoorspelbare, dat wat niet beschreven en gecategoriseerd kan worden. Mensen zijn volgens haar dus altijd meer dan een enkele eigenschap of set eigenschappen, zoals hun kleur, afkomst, gender of geslacht. (1) • Volgens Rasch is de bestaanservaring van mensen onherleidbaar open. Ze bedoelt hiermee de vrijheid die mensen uitnodigt om hun eigen ervaring van hun bestaan vorm te geven en te onderzoeken. Als we eeuwig zouden blijven praten over woorden waarmee we alles en iedereen die in ‘het gat tussen woord en ding valt’ willen aanduiden, dan zouden we uiteindelijk via die (nieuwe) woorden toch weer alles van de mens zichtbaar maken en in een hokje plaatsen. Als je werkelijk recht wil doen aan de onherleidbare openheid van de menselijke bestaanservaring, dan moet je op een gegeven moment ophouden met (praten over) het gebruik van woorden die mensen juist in hokjes plaatsen, zoals de woorden ‘man’, ‘vrouw’ of ‘non-binair’. Dan moet je misschien wel accepteren dat er voortdurend nieuwe woorden ontstaan en weer verdwijnen, die de ruimte tussen de hokjes verkennen en ook weer verlaten. Of dat sommige verschillen er op bepaalde momenten ni (2)
Opgave 3 Leven als een das
Dierenarts en filosoof Charles Foster wilde graag weten hoe het is om een dier te zijn. Als experiment besloot hij om een paar weken te leven als een das. Hij leefde in een hol in een bos waarin hij overdag sliep en waaruit hij ’s nachts al snuffelend tevoorschijn kroop. Dassen brengen hun hele leven door bij een dassenburcht, en daar gaan ze ook dood. De wormen voeden zich met de aarde waarin dode dassen aan het ontbinden zijn. Met het eten van een worm eet een das indirect een andere das op. Timothy Morton beschrijft wat ecologisch denken is en gebruikt daarbij de term mesh.
Vraag 17 1 punt
Leg met het voorbeeld van de das die wormen eet uit wat de mesh inhoudt volgens Morton.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met het voorbeeld van de das die wormen eet dat de mesh volgens Morton de onderlinge verbondenheid/afhankelijkheid van alles is, zoals tussen de worm, de das en de aarde. voorbeeld van een goed antwoord: Morton wijst op de mesh, de verbondenheid tussen alle levende en niet- levende dingen. De cyclus van eten en gegeten worden van de das en de worm is hiervan een voorbeeld. De wormen voeden zich met de aarde waarin dode dassen ontbinden en levende dassen eten op hun beurt deze wormen op. Zo zijn de wormen, de aarde van de dassenburcht en de levende en dode dassen onderling verbonden. (1)
In zijn boek Leven als een beest beschrijft Foster hoe zijn hol krioelt van het leven. Een keer valt er een worm in zijn mond. Hij baalt ervan dat hij walging voelt, terwijl een das die worm gewoon had opgegeten. Foster wil zichzelf in de evolutie niet boven dassen plaatsen en begint te twijfelen over wat de plaats is van de mens.
Vraag 18 1 punt
Leg met Fosters twijfel over de plaats van de mens uit dat ecologisch denken volgens Morton een desoriënterende openheid heeft.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met Fosters twijfel over de plaats van de mens dat ecologisch denken volgens Morton een desoriënterende openheid heeft: Foster verliest zijn referentiepunt om zijn plaats als mens te bepalen, wat volgens Morton inherent is aan het ecologische denken waarin alles samenhangt/verbonden is. voorbeeld van een goed antwoord: Foster raakt door zijn experimentele leven als das kwijt wat de plaats van de mens is. Dit is een voorbeeld van ecologisch denken volgens Morton. Ecologisch denken is volgens Morton het besef van onderlinge verbondenheid. Die verbondenheid is niet knus en gezellig, maar betekent dat we geen referentiepunt meer hebben om onze plaats mee te bepalen en er betekenis aan te geven. (1)
Om te ontdekken hoe een das de wereld ervaart, loopt Foster op handen en knieën, dicht bij de grond. Dassen hebben een krachtige, gedrongen lichaamsbouw, ideaal om te kunnen graven. De onhandig lange ledematen van Foster maken zijn bewegingen echter geforceerd. Maxine Sheets-Johnstone maakt gebruik van het begrip lichaamsschema. Volgens Sheets-Johnstone en de 4E-benadering van belichaamd denken (embodied cognition) kan Foster niet ontdekken hoe een das de wereld ervaart.
Vraag 19 3 punten
Leg met een voorbeeld uit wat Sheets-Johnstone bedoelt met een lichaamsschema. Leg vervolgens uit dat Foster niet kan ontdekken hoe een das de wereld ervaart als hij rondloopt op handen en knieën, vanuit:
- Sheets-Johnstones fenomenologische benadering, en
- de 4E-benadering van belichaamd denken (embodied cognition).
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met een voorbeeld dat Sheets-Johnstone met een lichaamsschema de samenhang van de ruimtelijkheid van het lichaam in relatie tot de omgeving bedoelt (1) • een uitleg dat Foster vanuit Sheets-Johnstones fenomenologische benadering niet kan ontdekken hoe een das de wereld ervaart omdat hij de pre-reflectieve lichamelijke beleving van een das mist (1) • een uitleg dat Foster volgens de 4E-benadering van belichaamd denken niet kan ontdekken hoe een das de wereld ervaart als hij rondloopt op handen en knieën, omdat de eigenschappen van ons lichaam de specifieke ervaring van onszelf en onze omgeving veroorzaken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Sheets-Johnstone verstaat onder het lichaamsschema besef van de ruimtelijkheid van het lichaam in de wereld. Wanneer ik me gedachteloos beweeg, veronderstelt dit een besef van de ruimtelijke posities van mijn lichaam. Ik kan bijvoorbeeld zonder nadenken neerhurken om mijn veters te strikken, omdat ik pre-reflectief weet heb van mijn ruimtelijke positie in relatie tot mijn veters. (1) • De fenomenologische benadering gaat uit van de pre-reflectieve ervaring. Maar als Foster op handen en knieën door het bos gaat, heeft hij nog niet de hele lichamelijke beleving van een das. Foster kan daarom volgens Sheets-Johnstone niet weten hoe een das de wereld ervaart. (1) • 4E-vertegenwoordigers van het belichaamde denken wijzen erop dat ons brein in ons lichaam zit en dat de fysieke eigenschappen van het lichaam bepalen hoe we denken. De das zal met zijn andere lichaamsbouw dan ook een andere ervaringswereld hebben dan mensen. Het kruipen op handen en knieën kan de ervaringswereld van Foster wel uitbreiden, maar kan er nooit voor zorgen dat hij een dassenlichaam krijgt met al zijn specifieke kenmerken, zoals een staart en een spitse neus. Daarom kan Foster de ervaringswereld van een das nooit leren kennen. (1) (3)
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Na een paar weken wordt het voortbewegen op handen en knieën in het bos vanzelfsprekend voor Foster. Volgens George Lakoff en Mark Johnson is het menselijk denken en spreken gekoppeld aan onze lichamelijkheid. Zij geven hierbij het voorbeeld van oriënterende metaforen. Wanneer mensen langere tijd op handen en knieën voortbewegen, zouden er nieuwe oriënterende metaforen kunnen ontstaan.
Vraag 20 2 punten
Leg met een metafoor die past bij het lopen op handen en knieën uit wat een oriënterende metafoor is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- een uitleg met deze metafoor dat een oriënterende metafoor in taal uitdrukt hoe ons lichaam ruimtelijk in de wereld is georiënteerd (1p)
voorbeeld van een goed antwoord: In oriënterende metaforen wordt uitgedrukt hoe ons lichaam op de wereld is georiënteerd. Zo zijn uitdrukkingen als ‘opleven’ of ‘topfit zijn’ geworteld in onze lichamelijke ervaring als rechtopstaande mensen. Het lichaam rechtop houden wordt geassocieerd met positieve zaken zoals geluk of gezondheid, het lichaam laten hangen of neerleggen, wordt geassocieerd met ongeluk en ongezondheid. Wanneer mensen langere tijd op handen en knieën zouden voortbewegen, zouden er nieuwe metaforen kunnen ontstaan. Vanuit een houding op handen en knieën is gezondheid niet meer ‘rechtop staan’, maar misschien ‘snel bewegen’ of ‘soepel kunnen bewegen’. Misschien is iemand dan niet meer ‘topfit’, maar ‘snelfit’ of ‘flexfit’.
Foster heeft meer moeite met het leven in een hol onder de grond dan hij had gedacht. Hij wil zijn experiment voortzetten omdat hij als mens wil leren van het dassenleven, maar hij ontdekt dat hij zijn ideeën over dassen verkiest boven de echte wildernis. Volgens Helmut Plessner drukt de wet van de utopische standplaats een dubbele bestaanservaring van de mens uit.
Vraag 21 1 punt
Leg met Fosters experimentele leven als das de wet van de utopische standplaats uit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met Fosters experimentele leven als das van de wet van de utopische standplaats: Foster verlangt ernaar boven zichzelf uit te stijgen door te leven als das, maar voelt zich hierdoor ook ontworteld / Foster ervaart zijn begrenzing als individu, terwijl hij juist naar een fundament voor zijn leven als mens verlangt. voorbeeld van een goed antwoord: Mensen verlangen er volgens Plessner naar steeds boven zichzelf uit te stijgen. Daardoor ervaren we een ontworteldheid, omdat we geen vaste basis hebben, terwijl we tegelijkertijd naar die vaste basis verlangen. De mens ondermijnt zelf echter weer ieder mogelijk fundament van zijn bestaan. Dit noemt Plessner de wet van de utopische standplaats. Ook Foster verlangt met zijn experiment boven zichzelf uit te stijgen. Maar door te proberen boven zichzelf uit te stijgen en te leven als das, raakt hij ontworteld en vervreemd. Hij zoekt een fundament voor zichzelf als mens, maar ontdekt dat hij zijn ideeën over dassen verkiest boven het daadwerkelijk leven in de wildernis. (1)
Fosters treinreis naar huis, na afloop van zijn experiment, voelt onnatuurlijk snel. Het is alsof hij zich in smerige ‘geurblokken’ bevindt, tussen blèrende en knetterende geluiden. Hij mist de kleine, zintuiglijke genoegens van het dassenleven, zoals de geur van het bos. Na thuiskomst went hij weer aan het snelle en lawaaierige stadsleven, verliest hij zijn sterke geurvermogen en wordt treinreizen weer normaal. Petran Kockelkoren beschrijft met een voorbeeld van treinervaringen dat mensen in omgang met techniek decentreren en recentreren. Tussen de treinervaringen die Foster en Kockelkoren beschrijven bestaan overeenkomsten, maar ook een verschil.
Vraag 22 3 punten
Leg met het begrip decentreren een overeenkomst tussen beide treinervaringen uit. Leg vervolgens met het begrip recentreren een overeenkomst en een verschil tussen beide treinervaringen uit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het begrip decentreren dat mensen zowel in de treinervaringen van Foster als van Kockelkoren zintuiglijk gedesoriënteerd raken, waardoor ze afstand ervaren tot hun gewone leven en daarop kunnen reflecteren (1) • een uitleg met het begrip recentreren dat mensen zowel in de treinervaringen van Foster als van Kockelkoren de techniek inlijven en zichzelf weer als middelpunt van de situatie ervaren (1) • een uitleg met het begrip recentreren dat de treinervaringen van elkaar verschillen omdat de treinervaring van Foster geen onderdeel is van een cultureel/tijdrovend leerproces / geen inlijving van een nieuw regime van zintuiglijkheid is dat de ervaring transformeert, zoals bij de historische treinervaringen van Kockelkoren (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Zowel in de historische treinervaringen die Kockelkoren beschrijft, als in de treinervaringen van Foster, is sprake van fysieke onlust doordat de zintuigen niet kunnen omgaan met het rijden in een trein. Kockelkoren ziet dit als onderdeel van een proces van decentreren, waarbij iemand van een afstand kan reflecteren op zichzelf in de wereld. Ook bij Foster leidt de treinervaring tot reflectie op zijn leven. (1) • Na enige tijd went Foster aan het reizen met de trein en hebben zijn zintuigen deze techniek ingelijfd. Kockelkoren beschrijft dezelfde inlijving van de techniek bij de historische treinervaringen. Dit is een proces van recentreren, waarna mensen zichzelf weer als middelpunt van de situatie kunnen ervaren. (1) • Het proces van recentreren is volgens Kockelkoren een collectief, cultureel leerproces dat tijd kost. Hij noemt dit ook wel een stabiliseringsproces. Bij Fosters treinervaring is dit niet aan de orde, omdat hij leeft in een tijd waarin treinreizen de normaalste zaak van de wereld zijn. Hij is zelf door zijn leven als das het treinreizen ontwend en moet er opnieuw aan wennen. (1) (3)
Volgens Foster kunnen mensen iets van dassen leren. In zijn gewone leven als mens mist Foster namelijk de rijke zintuiglijke belevingswereld van de das, waarin talloze geluiden en geuren worden onderscheiden. Om goed te kunnen leven als mens moeten we aandachtiger leven, zoals een das, vindt Foster. Volgens Donna Haraway nemen mensen de verantwoordelijkheid om zichzelf vorm te geven door ‘staying with the trouble’.
Vraag 23 1 punt
Beargumenteer of de les die Foster trekt uit zijn leven als das volgens jou aansluit bij Haraways pleidooi voor ‘staying with the trouble’.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argument of de les die Foster trekt uit zijn leven als das, om goed te leven moeten we aandachtiger leven zoals een das, aansluit bij Haraways pleidooi voor ‘staying with the trouble’, als antwoord geven op wat het bestaan van ons vraagt door dicht bij het moeilijke/de zorg/het onduidelijke van ons bestaan te blijven. voorbeelden van een goed antwoord: − Omdat het wezen van de mens onbepaald is, dragen we de verantwoordelijkheid om onszelf als mens vorm te geven. Daarbij moeten we ook steeds het heldere plaatje verstoren dat we van onszelf proberen te maken, om recht te doen aan die onbepaaldheid. Zo blijven we bij ‘the trouble’. De les die Foster trekt uit zijn leven als das is dat wij met meer aandacht moeten leven. Dit sluit goed aan bij het pleidooi van Haraway, omdat we daarmee meer oog krijgen voor de veelzijdigheid van onze ervaringswereld. Met aandacht leven is een onderdeel van onze zoektocht naar wat een mens is en sluit daarom goed aan bij Haraways pleidooi. of − Haraway wijst erop dat mensen response-ability hebben: we kunnen antwoord geven op wat het bestaan van ons vraagt en daarom moeten we het ook. Maar dit betekent niet dat we een definitief antwoord kunnen geven op de vraag wat de mens is. Die vraag blijft radicaal open en vaste antwoorden moeten we verstoren: opnieuw troebel maken. Foster presenteert een helder en ‘af’ plaatje over hoe mensen zouden moeten leven, namelijk met meer zintuiglijke aandacht, zoals dassen. Volgens Haraway zouden we zo’n plaatje juist actief moeten verstoren en daarom sluit de les die Foster trekt uit zijn leven als das niet aan bij Haraways pleidooi. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-24-2-o
Andere examens filosofie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2 telt 23 vragen. Alle vragen vallen onder mens en techniek.
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.