Eindexamen filosofie vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Een eindeloze toekomst, Opgave 2 Lichamelijkheid en techniek in sport, Opgave 3 De emoties tussen ons.
Het centraal examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (19), ethiek (1) en wetenschapsfilosofie (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Mens en techniek | 1-3, 5-13, 15-21 | 19 |
| Ethiek | 4 | 1 |
| Wetenschapsfilosofie | 14 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (90% van de vragen, gemiddeld 37%). Minder over politieke filosofie (0% van de vragen, gemiddeld 24%) en kennisleer (0% van de vragen, gemiddeld 18%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Een eindeloze toekomst
Schrijver Roland van der Vorst ging een week de bossen in zonder technologie. Door deze reis besefte hij dat technologie, zoals een smartwatch, ons een idee van eindeloosheid kan geven. De smartwatch is verbonden met een agenda, wijst op afspraken, heeft een stappenteller die je aanzet om meer te lopen, stuurt berichten en nodigt voortdurend uit om te reageren.
Andy Clark maakt gebruik van twee experimenten om duidelijk te maken wat mensen doen met nieuwe technieken, zoals een smartwatch. Om uit te leggen op welke verschillende manieren mensen zich tot de nieuwe techniek van een smartwatch kunnen verhouden, zou Andy Clark gebruikmaken van de tegenstelling tussen interface en cyborg.
Vraag 1 2 punten
Beargumenteer met de tegenstelling tussen interface en cyborg op welke manier jij je zou verhouden tot een smartwatch. Leg in je argumentatie een van de twee experimenten uit die Clark aanhaalt.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een argumentatie over de verhouding tot een smartwatch, met:
- de tegenstelling tussen interface, waarop we ons bewust richten, en cyborg, die de smartwatch geïncorporeerd heeft (1)
- een uitleg van het inlijven van techniek met het experiment ‘de verlengde neus’ of ‘pijn in het bureaublad’ (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Als ik me tot een smartwatch zou verhouden, dan zou zo’n smartwatch wellicht een interface voor me zijn. Ik zou me namelijk heel bewust tot de smartwatch moeten verhouden om bijvoorbeeld mijn agenda te kunnen controleren of om erachter te komen hoeveel stappen ik heb gezet. Ik moet namelijk eerst uitvinden hoe zo’n ding precies werkt. Mijn ervaring sluit daarmee niet aan bij het experiment van de verlengde neus, waarin je neus langer lijkt te zijn als je tikt op de neus van iemand die voor je zit en iemand anders synchroon op mijn neus tikt. Volgens Clark kan bijvoorbeeld ook een pen zo gaan aanvoelen als onderdeel van ons eigen lichaam. Ik ben niet op die manier vertrouwd met een smartwatch en ga er dus niet mee om als een cyborg, die de techniek heeft ingelijfd. (2)
of
- Ik heb een smartwatch en die zit vrijwel altijd om mijn pols, al ben ik me daar nauwelijks meer bewust van. Ik ervaar de smartwatch niet meer als uitwendige techniek maar als iets waarmee ik ben vergroeid en die als het ware onderdeel is geworden van mijn lichaam. Ik richt me er ook niet bewust op, zoals op een interface, als ik bijvoorbeeld wil controleren welk huiswerk ik heb. Ik verhoud me daarom tot de smartwatch als cyborg. Als iemand anders zou tikken op de smartwatch dan zou ik dat ervaren alsof iemand op mijn lichaam tikt, net als in het experiment ‘pijn in het bureaublad’ waarin het getik op het bureaublad aanvoelt als getik op je eigen lichaam, omdat het bureaublad is ingelijfd. (2)
Volgens Van der Vorst geeft de smartwatch voortdurend een prikkel die het begin van iets nieuws aankondigt. Daardoor krijgt ons denken geen seconde rust meer en verandert de smartwatch onze tijdsbeleving: ons denken is door de smartwatch constant gericht op de toekomst. Volgens sommigen verandert de smartwatch het wezen van de mens.
Vraag 2 2 punten
Leg uit dat de smartwatch volgens Clarks mensbeeld het wezen van de mens niet verandert.
Geef vervolgens met het begrip ‘bestaanservaring’ een argument dat de smartwatch het wezen van de mens wel verandert.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg dat de smartwatch volgens Clarks mensbeeld het wezen van de mens niet verandert: een smartwatch verandert het wezen van de mens niet omdat we van nature mens-technologiehybriden / naturalborn cyborgs zijn (1)
- een argument met het begrip ‘bestaanservaring‘ dat de smartwatch het wezen van de mens wel verandert (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Clark noemt de mens een ‘natural-born cyborg’, iemand die van nature technologie gebruikt en deze technologie inlijft. Wij zijn van nature kunstmatig, deels mensen van vlees en bloed, deels technologie, een mens-technologiehybride. Het wezen van de mens verandert dus niet door een smartwatch, want een smartwatch is slechts een voorbeeld van nieuwe technologie, die wij ons eigen maken en vervolgens kunnen inlijven. (1)
- De smartwatch verandert het wezen van de mens, omdat het eigen is aan de menselijke bestaanservaring dat we een besef hebben van verleden, heden en toekomst. Door de smartwatch richt ons denken zich echter vooral op de toekomst, omdat elke prikkel weer iets nieuws aankondigt. Er is geen einde aan wat we moeten doen, bijvoorbeeld stappen zetten, appen, filmpjes bekijken. Daardoor raakt het verleden uit beeld en leven we minder in het hier en nu, waardoor volgens mij onze bestaanservaring zo veranderd is dat het wezen van de mens anders is geworden. (1)
Volgens Van der Vorst presenteren streamingdiensten en digitale kranten hun aanbod in een ordening van populairste, beste, meest bekeken films en meest gelezen artikelen. Mensen gaan automatisch reageren op al deze impulsen. Van der Vorst noemt dit een stimulus-responsleven. Dit kan verwijzen naar een behavioristisch en functionalistisch mensbeeld. Het functionalistisch cognitivistische mensbeeld maakt gebruik van de computermetafoor.
Volgens Jos de Mul verandert onze omgang met techniek onze identiteit, die humanistisch zou zijn.
Vraag 3 2 punten
Geef een argumentatie voor Van der Vorsts opvatting dat wij een stimulus-responsleven gaan leiden. Ga daarbij in op:
- de functionalistisch cognitivistische opvatting van mentale processen, en
- De Muls opvatting dat onze omgang met techniek onze identiteit verandert, die hij beschrijft met het begrip humanisme.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een argumentatie voor Van der Vorsts opvatting dat wij een stimulus-responsleven gaan leiden, waarbij wordt ingegaan op:
- de functionalistisch cognitivistische opvatting van mentale processen als symboolmanipulatie van input tot output (1)
- De Muls opvatting dat onze omgang met techniek onze identiteit verandert, die hij beschrijft met het begrip humanisme, waarbij de mens een redelijk wezen is met zelfbewustzijn / een eigen wil / de vrijheid om zelf keuzes te maken (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Volgens Van der Vorst leiden wij een stimulus-responsleven doordat wij reageren op de ranglijsten van het aanbod van bijvoorbeeld films. Dit stimulus-responsleven is te beschouwen als een computermetafoor: net als een computer verwerken we informatie om te bepalen hoe we handelen. Vanuit het functionalisme is dit te beschrijven als een mentaal proces van input, mentale representatie en output: wij ontvangen als input de digitale informatie, verwerken die als algoritmes in ons hoofd, waarna wij deze impulsen in gedrag, respons, gaan omzetten. (1)
- Door de omgang met techniek verandert volgens De Mul de identiteit van de mens als redelijk wezen met een eigen wil. Als wij een stimulus-responsleven leiden, hebben wij geen eigen wil meer en kunnen we geen keuzes meer maken. We reageren volgens Van der Vorst dan automatisch op de impulsen van het digitale aanbod van streamingdiensten. Door de techniek van de digitale streamingdiensten verandert dus onze identiteit, omdat we geen eigen wil meer hebben, maar automatisch reageren. (1)
Je kunt je volgens Van der Vorst laten voortstuwen door allerlei triggers die elkaar blijven opvolgen, waardoor je ervaring vluchtig is en je voortdurend verlangt naar nieuwe ervaringen. Maar je kunt ook de triggers mijden, bij je directe ervaring blijven, je daaraan overgeven en erin opgaan.
De deugdethiek neemt de deugd als uitgangspunt voor een goed leven. Het utilisme richt zich op de maximalisering van geluk.
Vraag 4 3 punten
Beargumenteer of je het eens bent met Van der Vorst dat we beter kunnen opgaan in de ervaring zelf dan verlangen naar meer ervaringen. Ga daarbij in op:
- een voorbeeld,
- de deugdethiek, en
- het utilisme.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een argumentatie over de opvatting van Van der Vorst dat we beter kunnen opgaan in de ervaring zelf dan verlangen naar meer ervaringen, waarbij wordt ingegaan op:
- een voorbeeld (1)
- de deugdethiek: deugd als een karakterhouding die is gericht op het juiste midden tussen uitersten (1)
- het utilisme: maximalisering van geluk begrepen als het grootste geluk voor het grootste aantal (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Het is volgens mij beter om op te gaan in de ervaring zelf dan te verlangen naar meer ervaringen, omdat ik merk dat ik er doodmoe van word als ik constant verlang naar meer ervaringen, bijvoorbeeld meer Instagram reels. Volgens de deugdethiek is het doel van de mens gelukkig worden door zelfverwerkelijking. Dat doe je door deugden te oefenen, zoals matigheid. Ik word gelukkig als ik niet steeds verlang naar ervaringen via Instagram, maar me er ook niet helemaal voor afsluit, want ik kijk graag naar bepaalde filmpjes. Het juiste midden hiertussen kan ik beter vinden als ik me richt op de ervaring zelf, het kijken naar een dansfilmpje, in plaats van te verlangen naar meer ervaringen. Misschien worden wel heel veel mensen gelukkig van het verlangen naar steeds weer nieuwe reels en leiden al die Insta-filmpjes voor hen naar een maximalisering van geluk. Maar het zou ook kunnen zijn dat de balans doorslaat naar verslaving en mentale problemen, en dan is de uitkomst vanuit de gevolgenethiek niet positief. (3)
of
- Volgens mij is het helemaal niet erg om naar nog meer ervaringen te verlangen, omdat ik me graag laat verrassen door allerlei filmpjes op Instagram als ik erdoorheen scrol, bijvoorbeeld door kattenfilmpjes. Mijn nieuwsgierigheid wordt constant beloond en ik vind het helemaal geen probleem als ik steeds weer andere filmpjes wil zien. Ik vind elke ervaring waardevol, of deze nu positief of negatief voelt, terwijl anderen lijken te streven naar zoveel mogelijk ervaringen die zij als positief waarderen. Dit laatste sluit aan bij het utilisme, dat uitgaat van het principe van zoveel mogelijk genot voor zoveel mogelijk mensen. Het gaat daarbij om kwantiteit. Volgens mij streven mensen vooral naar zoveel mogelijk genot voor zichzelf en is er sprake van een individualistische gevolgenethiek. Daarbij kun je ook nog afwegen welke nadelen er zijn, zoals de energie die de filmpjes kosten, waardoor ze het milieu aantasten. Bij mij overheerst het plezier van het kijken naar al die filmpjes. Misschien kan ik niet altijd het juiste midden vinden tussen uitersten en ben ik helemaal niet matig in het gebruik van Instagram. Ik ben dus niet erg deugdethisch bezig, maar geniet er wel heel erg van dat het ene filmpje het andere opvolgt, waaraan ik plezier beleef en waarvan ik soms ook nog van alles leer. (3)
Volgens Van der Vorst manifesteren zich door digitalisering verschillende versies van ons zelf. Ik ben fysiek wel ergens op een bepaalde tijd, maar heb tegelijkertijd verschillende profielen op verschillende sociale media, in appjes, posts en likes. Door al die verschillende digitale profielen rijst de vraag wie ik zelf ben:
tekst 1
Digitalisering belooft wel transparantie maar tegelijkertijd zorgt ze er juist voor dat we steeds meer gaan wennen aan het idee dat we nooit ergens een volledig beeld van zullen hebben. Niet van een fenomeen en dus ook niet van onszelf of de ander. De eindeloze digitale identiteit is open en inconsistent.
Zo verandert het zelf van de moderne mens: […] geen centrale instantie die alles omvat, geen samenvatting en geen overkoepelende structuur.
bron: Roland van der Vorst, De toekomst is eindeloos. Een open blik op digitalisering, 2023
Timothy Morton spreekt van de ‘mesh’ en ecologisch denken.
Vraag 5 3 punten
Geef aan wat Morton bedoelt met de ‘mesh’.
Leg vervolgens een overeenkomst uit tussen tekst 1 en ecologisch denken.
Beargumenteer tot slot met deze overeenkomst of het volgens jou een probleem is dat we door digitalisering nooit een volledig beeld zullen hebben van onze identiteit.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een weergave van wat Morton bedoelt met de ‘mesh’: onderlinge verbondenheid/afhankelijkheid van alle levende en niet-levende dingen (1)
- een uitleg van een overeenkomst tussen tekst 1 en ecologisch denken: geen referentiepunt / desoriënterende openheid (1)
- een argument met deze overeenkomst of het een probleem is dat we door digitalisering nooit een volledig beeld zullen hebben van onze identiteit (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Morton bedoelt met de mesh de onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid van alle levende en niet-levende dingen. (1)
- Zowel bij digitalisering van het zelf als bij de ‘mesh’ ontbreekt een centrale instantie die alles omvat. De moderne mens heeft allerlei profielen op het web, zonder een samenvatting, zonder een overkoepelende structuur, waardoor we er geen volledig beeld van hebben. Dat is ook het geval bij de ‘mesh’, een web zonder duidelijk afgebakende achtergrond en voorgrond, zonder een punt van waaruit je onpartijdig kunt kijken. Door digitalisering gaan we eraan wennen dat we daardoor nooit ergens een volledig beeld van zullen hebben, ‘de eindeloze digitale identiteit is open en inconsistent’. Dit doet denken aan Morton: de betekenisloosheid en de desoriënterende openheid van ecologisch denken onder ogen zien. (1)
- Volgens mij is het wel een probleem dat door digitalisering we nooit een volledig beeld zullen hebben van onze identiteit, omdat we dan nooit zullen weten wie we zijn, net als in de ‘mesh’. Daar zijn we afhankelijk en verbonden met alle levensvormen, waardoor we geen referentiepunt hebben en onszelf niet tegenover andere levensvormen kunnen plaatsen. Dat leidt tot desoriëntatie. Zo leidt het ook tot desoriëntatie in het digitale web, waar we een open en inconsistente identiteit hebben, zonder duidelijke afbakening. Volgens mij leidt dat tot een identiteitscrisis, omdat we niet weten wie we zijn. (1)
of
- Volgens mij is het geen probleem dat we door digitalisering nooit een volledig beeld zullen hebben van onze identiteit, omdat digitalisering bevestigt dat het onmogelijk is ons als individu af te bakenen. Wij zijn open en inconsistente wezens en hebben geen referentiepunt van waaruit we weten wie we zijn. In de ‘mesh’ zijn we verbonden met alle levensvormen, in de digitalisering met alle mogelijke profielen die we hebben en misschien nog zullen krijgen. We moeten de desoriëntatie die daardoor ontstaat, in de ogen kijken. Dat is groots denken, niet alleen in het ecologische denken, maar ook in het denken over onze identiteit. (1)
Van der Vorst vraagt zich af of het niet beter is te accepteren dat er geen stabiel ‘zelf’ bestaat en ermee in te stemmen dat we eindeloos verschillende rollen spelen:
tekst 2
Dan is de wereld van profielen die almaar veranderen misschien wel een geschenk: het is de ideale context om voortdurend een ander te kunnen worden. De kunst van het omgaan met een digitaal versnipperde identiteit is misschien wel te voorkomen dat je vast gaat zitten in patronen. Dat betekent dat je afstand leert nemen van de rollen die je aanneemt.
bron: Roland van der Vorst, De toekomst is eindeloos. Een open blik op digitalisering, 2023
Donna Haraway bekritiseert het dualistische denken en gebruikt daarbij het beeld van de cyborg.
Vraag 6 2 punten
Geef met het beeld van de cyborg Haraways kritiek op het dualistische denken weer.
Leg vervolgens met tekst 2 uit dat de digitale identiteit aansluit bij Haraways beeld van de cyborg.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een weergave met het beeld van de cyborg van Haraways kritiek op het dualistische denken: omdat de mens een lichaamtechnologiehybride is, vervagen de grenzen waardoor niet een van beide kanten van de dualistische oppositie boven de andere wordt gesteld (1)
- een uitleg met tekst 2 dat de digitale identiteit aansluit bij Haraways beeld van de cyborg: de mens heeft door de grensvervaging geen vastomlijnde identiteit, zoals de digitaal versnipperde identiteit (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Haraway bekritiseert de dualistische manier van denken, omdat deze uitgaat van tegenstellingen, bijvoorbeeld de geest tegenover het lichaam, de mens tegenover het dier, de man tegenover de vrouw. Daarbij wordt vaak het eerste boven het tweede geplaatst en dat is onterecht. Tegenover deze oppositie stelt zij het beeld van de mens als cyborg, een lichaam-technologiehybride: wij moeten de grenzen in ons denken vervagen, de grenzen tussen mens en dier, levend wezen en machine, fysiek en niet-fysiek. (1)
- In de wereld van profielen kun je steeds een ander worden en ga je niet vastzitten in patronen. Er is dus geen stabiel zelf dat je onderscheidt van allerlei rollen die je aanneemt en waarvan je weer afstand neemt. Deze digitaal versnipperde identiteit sluit aan bij Haraways benadering van de mens, omdat haar beeld van de cyborg als wezen zonder duidelijke grenzen met andere wezens en dingen helpt erkennen dat we geen eenheid hebben, geen vastomlijnde identiteit. Er zijn geen essentiële kenmerken die ons mens maken. (1)
Van der Vorsts beschrijving van de digitaal versnipperde identiteit lijkt aan te sluiten bij de kritiek van Miriam Rasch op het dataïsme, maar daar is ook wat tegenin te brengen.
Vraag 7 2 punten
Leg de kritiek van Rasch op het dataïsme uit met het begrip ‘else’. Geef vervolgens met tekst 2 een argument dat deze kritiek van Rasch niet geldt voor ‘de digitaal versnipperde identiteit’.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg van de kritiek van Rasch op het dataïsme met haar begrip ‘else’: de mens / menselijke bestaanservaring is vanwege onherleidbare openheid niet te beschrijven in een eindige dataset (1)
- een argument met tekst 2 dat de kritiek van Rasch niet geldt voor ‘de digitaal versnipperde identiteit’ voor zover de digitaal versnipperde identiteit onherleidbare openheid niet uitsluit / alleen online en niet offline bestaat (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Rasch heeft kritiek op het dataïsme, omdat volgens haar de mens niet volledig te voorspellen en te beheersen is, terwijl het dataïsme gelooft dat alles, inclusief de mens, uit te drukken is in data en te begrijpen is als een algoritme. Volgens Rasch kenmerkt de mens zich echter door het ‘else’, een onherleidbare openheid, dat wat niet in data te vangen is. (1)
- De kritiek van Rasch geldt niet voor ‘de digitaal versnipperde identiteit’, omdat deze identiteit niet de onherleidbare openheid uitsluit waar Rasch het over heeft. Je kunt door de verschillende online-profielen leren omgaan met allerlei rollen en identiteiten die je aanneemt. Van der Vorst beschrijft dat het een kunst is om met die verschillende profielen om te gaan, zodat je niet gaat vastzitten in patronen. Je kunt zo eindeloze digitale identiteiten op het web hebben, die alle gevangen zijn in data, maar die mogelijk losstaan van je offline identiteit. Er kan dus wel sprake zijn van een onherleidbare openheid, waar Rasch het over heeft. (1)
Opgave 2 Lichamelijkheid en techniek in sport
Techniek speelt in sport een belangrijke rol om prestaties te verbeteren. Veel sporters dragen apparatuur waarmee bijvoorbeeld hun hartslag wordt gemeten om te bepalen hoe intensief ze moeten trainen. Filosoof Aldo Houterman geeft aan dat dergelijke techniek aan de ene kant helpt bij het bestuderen van het bewegende lichaam en aan de andere kant tekortschiet, omdat daardoor te weinig wordt gekeken naar onmeetbare ervaringen. Hij noemt meervoudig schaatskampioen Ireen Wüst die aangaf dat er tijdens haar carrière weinig aandacht was voor haar ervaringen van pijn en frustratie.
De vraag naar de mens kan worden benaderd vanuit een eerstepersoonsperspectief en vanuit een derdepersoonsperspectief.
Vraag 8 2 punten
Leg beide perspectieven op de vraag naar de mens uit met de opvatting van Houterman.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg van het eerstepersoonsperspectief op de vraag naar de mens met de opvatting van Houterman: de manier waarop Ireen Wüst haar bestaan ervaart met pijn/frustratie (1)
- een uitleg van het derdepersoonsperspectief op de vraag naar de mens met de opvatting van Houterman: het van buitenaf objectief beschrijven van de mens aan de hand van meetresultaten (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Het eerstepersoonsperspectief op de vraag naar de mens gaat over de manier waarop je je eigen bestaan ervaart. Houterman geeft aan dat hiervoor te weinig aandacht is bij het gebruik van techniek om prestaties te verbeteren. Hij geeft de bestaanservaring van Ireen Wüst weer, namelijk pijn en frustraties. (1)
- Het derdepersoonsperspectief op de vraag naar de mens gaat over een objectieve beschrijving van de mens van buitenaf. Dit is te zien in Houtermans opvatting dat techniek om lichaamsfuncties te meten, zoals de hartslag van een sporter, kan helpen bij het bestuderen van het bewegende lichaam. (1)
Houterman geeft verschillende voorbeelden waarin mensbeelden worden gebruikt om de mens als sportend wezen te begrijpen:
tekst 3
Een marathonloper met een dualistisch mensbeeld zegt:
‘Het lichaam en de geest hebben tijd nodig om te herstellen. De geest komt er doorgaans als eerste bovenop. Dat moet ook. De geest is de chauffeur, het lichaam de auto.’
Een rugbyspeler met een monistisch mensbeeld zegt:
‘Bewustzijn ligt vaak verborgen in de vouw van het weefsel, […] de hand gebald tot vuist, vingers tegen elkaar gedrukt, […] of een voet rustend op een andere.’
Een wielrenner met een mensbeeld dat aansluit bij embedded cognition zegt: ‘[B]ewegingen van een sprinter zijn sterk afhankelijk van hoe de rest van het peloton beweegt en van hoe ver de finish nog is. […] Het gevoel – zowel aangenaam als stressvol – van het rijden in een peloton komt niet uit het binnenste [van de wielrenner] maar komt tot stand te midden van de andere renners.’
bron: Homo Movens, redactie Edwin Koster en Ivo van Hilvoorde, 2024
Deze drie mensbeelden – dualistisch, monistisch en aansluitend bij embedded cognition – bieden verschillende visies op de vraag wie de mens is als sportend wezen.
Vraag 9 3 punten
Beargumenteer vanuit welk van deze drie mensbeelden de mens als sportend wezen volgens jou het best kan worden begrepen. Geef daarbij weer wat deze drie mensbeelden inhouden en weeg ze tegen elkaar af.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een argumentatie vanuit welk mensbeeld de mens als sportend wezen het best kan worden begrepen, waarbij wordt weergegeven wat de volgende mensbeelden inhouden en deze tegen elkaar worden afgewogen:
- het dualistische mensbeeld van de marathonloper, waarin geest en lichaam twee verschillende substanties zijn (1)
- het monistische mensbeeld van de rugbyspeler, waarin bewustzijn en lichaam één substantie zijn (1)
- het mensbeeld van de wielrenner dat aansluit bij het ingebedde denken, waarin denken is ingebed in een omgeving (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
In het monisme zijn lichaam en geest één substantie, zoals de rugbyspeler zegt dat bewustzijn in een vouw van het weefsel kan liggen. Het probleem van het monisme is voor mij dat de eenheid tussen lichaam en geest niet helder is uitgewerkt, omdat het zich te veel tot de fysieke grenzen van het lichaam beperkt, zonder de context en omgeving waarin denken plaatsvindt erbij te betrekken. Het monisme staat tegenover het dualisme, waarin lichaam en geest twee losse substanties zijn. Ik ben het niet eens met het dualistische mensbeeld van de marathonloper, waarin het lichaam wordt vergeleken met een auto en de geest met de chauffeur. Het probleem van het dualisme is dat onduidelijk is hoe beide substanties op elkaar reageren en waarom de geest vooropgaat en het lichaam de geest volgt. Zowel het monisme als het dualisme schieten wat mij betreft tekort. Embedded cognition lost in zekere zin zowel de tekortkomingen van het monisme als die van het dualisme op, omdat de omgeving wordt betrokken bij het denken en het denken niet los komt te staan van het lichaam. In het mensbeeld van de wielrenner komen denken, beweging, gevoel van stress en plezier niet alleen maar uit het binnenste van de wielrenner, maar ze vormen juist een samenhang met lichaam en omgeving: de wielrenner gebruikt het peloton en de afstand tot de finish, dat is een vorm van ingebed denken. Het lichaam, de context en omgeving worden gebruikt voor het denken. Daarom denk ik dat de mens als sportend wezen het best begrepen kan worden vanuit het mensbeeld van de wielrenner, dat aansluit bij embedded cognition. (3)
Opmerkingen: − Aan een antwoord waarin op juiste wijze een beargumenteerde afweging wordt gemaakt van de mensbeelden, resulterend in een dualistisch dan wel monistisch mensbeeld, kunnen ook scorepunten worden toegekend.
− Aan een antwoord waarin op juiste wijze wordt weergegeven wat een mensbeeld inhoudt zonder dat deze weergave in een adequaat beargumenteerde afweging is opgenomen, kunnen geen scorepunten worden toegekend.
Sporters hebben vaak rituelen om hun gedroomde topprestaties te behalen. Atleet Lieke Klaver vertelt in 2024:
tekst 4
Ik droom ervan om wereldkampioen te worden op een individueel onderdeel. […] Wat mij heel erg helpt, is leven in een vast ritme en stramien. Het motiveert mij om elk seizoen […] kleine dingetjes te perfectioneren. […] Ik voel de druk om het beste uit mezelf te halen. Als ik dat kan zeggen, ben ik tevreden. Dit betekent niet altijd een eerste plek. [Voor de] young professionals die dit interview lezen: Ga ervoor, en geef alles. Maar, […] kijk ook waar je vandaan komt en kijk dan waar je nu staat. Zo vergeet je je niet te realiseren welke stappen je allemaal al hebt gezet en wat je al hebt bereikt.
bron: Nxtoffice, Van startblok tot podium: Lieke Klaver over dromen, doelen en doorzetten, 2024
Volgens Helmuth Plessner is het wezen van de mens onbepaald. Hij legt dit onder andere uit met het begrip excentrische positionaliteit en de wet van de utopische standplaats.
Vraag 10 3 punten
Leg met tekst 4 uit wat Plessner bedoelt met:
- het begrip excentrische positionaliteit, en
- de wet van de utopische standplaats.
Leg vervolgens met zowel dit begrip als deze wet uit dat het wezen van de mens volgens Plessner onbepaald is.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg met tekst 4 dat Plessner met het begrip excentrische positionaliteit bedoelt dat de mens zichzelf en de wereld ervaart en reflecteert op zijn bestaan (1)
- een uitleg met tekst 4 van Plessners wet van de utopische standplaats dat de mens boven zichzelf wil uitstijgen en vaste grond onder de voeten wil, maar ontworteling / begrenzing ervaart (1)
- een uitleg met het begrip excentrische positionaliteit en de wet van de utopische standplaats van Plessners opvatting dat het wezen van de mens onbepaald is en mensen de vrijheid hebben om hun bestaan/wezen zelf in te vullen (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Volgens Plessner hebben mensen een excentrische positionaliteit. De mens kan als het ware achter zichzelf gaan staan en ervaart zich daardoor als een ik dat de eigen binnenwereld en de relatie met de buitenwereld tegelijkertijd kan beschouwen. Dit zie je in tekst 4 in de tip om niet alleen met dromen en perfectioneren bezig te zijn, maar ook terug te kijken om je te realiseren wat je allemaal al hebt gedaan om te bereiken waar je nu bent. (1)
- De wet van de utopische standplaats houdt in dat mensen ernaar verlangen om boven zichzelf uit te stijgen, zoals Klaver die droomt om wereldkampioen te worden op een individueel onderdeel, en tegelijkertijd ernaar verlangen vaste grond onder hun voeten te hebben. Door boven jezelf uit te stijgen, ervaar je ontworteling en wil je juist houvast, zoals Klaver dat zoekt in rituelen / een vast stramien door elk seizoen kleine dingen te perfectioneren / tevreden over zichzelf te zijn als ze daarmee het beste uit zichzelf haalt. Maar volgens Plessner is het ons lot om elke vaste grond die we denken te hebben ook weer zelf te ondermijnen, zoals Klaver de vaste grond die ze zichzelf denkt te bieden ook weer ondermijnt door het besef dat ze haar vaste stramien gebruikt als motivatie voor haar droom en dat het geen garantie is voor de eerste plek. (1)
- Omdat mensen op hun relatie met de wereld reflecteren en zowel verlangen om boven zichzelf uit te stijgen als vaste grond willen voelen, kun je zeggen dat het wezen van de mens onbepaald is. Ons wezen en bestaan staan niet vast en kunnen alles worden. Het ligt niet vooraf vast wat onze essentie is, ons wezen is onbepaald en we hebben de vrijheid om ons wezen en bestaan in te vullen. (1)
Voor paralympische sporters is techniek vaak noodzakelijk. Paardrijder Chantal Haenen verloor op haar vijftiende beide benen en kon niet wennen aan de paralympische versie van de paardensport. Ze stapte over op handbiken. Een handbike is een fiets waarop je de pedalen met je armen beweegt. Haenen haalde bij deze parasport direct voldoening uit haar eigen fysieke kracht en ze kon de handbike meteen zonder hulp gebruiken, waardoor ze zich vrij voelde. Bij de paraversie van paardrijden voelde ze geen vrijheid en zelfstandigheid, omdat anderen haar op het paard in een beugel moesten helpen.
Petran Kockelkoren legt aan de hand van treinreizen uit dat mensen bij een nieuwe techniek decentreren. Op decentreren volgt volgens hem recentreren.
Vraag 11 3 punten
Leg met de handbike als nieuwe techniek uit dat Haenen niet decentreert. Leg vervolgens uit dat volgens Kockelkoren recentreren volgt op decentreren.
Geef tot slot een argument tegen Kockelkorens opvatting dat de omgang met techniek de zintuiglijke ervaring verandert door decentreren.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg met de handbike als nieuwe techniek dat Haenen niet decentreert, omdat zij niet vreemd komt te staan tegenover de wereld die deze techniek opent / geen zintuiglijke desoriëntatie ervaart (1)
- een uitleg dat volgens Kockelkoren recentreren volgt op decentreren: na vreemd zijn komen te staan tegenover de wereld / na de desoriëntatie, lijven onze zintuigen de nieuwe techniek in waardoor ons perspectief verandert (1)
- een argument tegen Kockelkorens opvatting dat de omgang met techniek de zintuiglijke ervaring verandert door decentreren (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Van decentreren is sprake als gebruikers van een bepaalde techniek vreemd staan tegenover die techniek en de wereld die deze techniek opent. Gebruikers kunnen zich zintuiglijk gedesoriënteerd voelen zoals de eerste treinreizigers. Hiervan is bij Haenen geen sprake als ze de nieuwe techniek van de handbike gebruikt. Ze voelt niet dat ze vreemd komt te staan tegenover de wereld die deze techniek opent, maar haalt meteen voldoening uit haar eigen fysieke kracht. (1)
- De ervaring van desoriëntatie bij decentreren maakt het volgens Kockelkoren mogelijk dat we reflecteren op de manier waarop ons lichaam en technologie onze ervaring bemiddelen. Volgens hem volgt op decentreren dan ook recentreren. Van recentreren is sprake als je zintuigen de nieuwe techniek inlijven. Je maakt je een nieuw regime van zintuiglijkheid eigen, waardoor jouw ervaring van jezelf in de wereld verandert. (1)
- Kockelkoren geeft allerlei voorbeelden van nieuwe technieken waarbij we zintuiglijk gedesoriënteerd raken, decentreren en vervolgens recentreren. Hij noemt treinen en kermisattracties waarbij verschillende zintuigen elkaar niet meer bevestigen. Maar niet alle nieuwe technieken roepen zintuiglijke desoriëntatie op, zoals bij Haenen met haar handbike. Ook het gebruik van de eerste pc’s of zaagmachines leverde bij mijn weten geen zintuiglijke desoriëntatie op. (1)
Techniek speelt ook een rol bij de beleving van sport door toeschouwers. Zo voorspelde een computer op basis van algoritmes dat Nederland tijdens het EK voetbal van 2024 de zesde kanshebber was en dat Frankrijk topfavoriet was voor de titel. Het is niet bekend of deze computer de op dat moment gebroken neus van Kylian Mbappé (een sterspeler van Frankrijk) als voordeel of als nadeel voor het Franse team interpreteerde.
Hubert Dreyfus en Yuval Noah Harari verschillen van mening over de mogelijkheden van data, AI en computers. Dit leidt tot verschillende opvattingen over wat een computer gebaseerd op algoritmes zou kunnen doen met de informatie over de gebroken neus van Mbappé.
Vraag 12 3 punten
Leg uit dat een computer gebaseerd op algoritmes volgens Dreyfus op een andere aanname is gebaseerd dan waarop gedrag van mensen is gebaseerd.
Leg vervolgens uit dat volgens Harari het belang van menselijke ervaringen zal plaatsmaken voor dataïsme.
Beargumenteer tot slot met deze opvatting van Harari of met deze opvatting van Dreyfus wat jij denkt dat de computer kan doen met de informatie over de gebroken neus van Mbappé.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg dat een computer gebaseerd op algoritmes volgens Dreyfus op een andere aanname is gebaseerd dan waarop gedrag van mensen is gebaseerd: een computer gebaseerd op algoritmes is gebaseerd op de aanname dat ordelijk gedrag vertaald kan worden in logische regels, terwijl het gedrag van mensen gebaseerd is op alledaagse ervaringskennis (1)
- een uitleg dat volgens Harari het belang van menselijke ervaringen zal plaatsmaken voor dataïsme: menselijke ervaringen hebben geen intrinsieke waarde, want alles, inclusief de mens, is uit te drukken in algoritmes/data (1)
- een argumentatie over wat de computer kan doen met de informatie over de gebroken neus van Mbappé met Dreyfus’ opvatting dat een computer gebaseerd op algoritmes op een andere aanname is gebaseerd dan waarop gedrag van mensen is gebaseerd / met Harari’s opvatting dat het belang van menselijke ervaringen zal plaatsmaken voor dataïsme (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Dreyfus stelt dat mensen en AI of computers waarnemingen anders verwerken. Bij een computer gebaseerd op algoritmes wordt ervan uitgegaan dat ordelijk gedrag vertaald kan worden in logische regels. Een computer kan dus allerlei feiten meewegen, maar vertaalt altijd op basis van algemene regels zonder te kunnen kiezen welke informatie relevant is. Mensen daarentegen gedragen zich vaak op basis van alledaagse kennis die voortkomt uit ervaringen die op de achtergrond aanwezig zijn en waarmee we inschatten welke informatie relevant is en welke niet. (1)
- Volgens Harari is alle informatie uit te drukken in data of algoritmes. Dat geldt volgens hem ook voor de mens. In het dataïsme heeft niets intrinsieke waarde. Menselijke ervaringen zijn niet meer op zichzelf waardevol of van betekenis, ze kunnen volgens hem vervangen worden door algoritmes en computerprogramma’s. (1)
- Ik denk dat de computer een betrouwbare voorspelling kan doen over de uitkomst van het toernooi met de geanalyseerde kennis. Volgens mij zijn de kansen voor Frankrijk inclusief Mbappés gebroken neus prima te reduceren tot een helder algoritme waarmee een betrouwbare voorspelling gedaan kan worden. Menselijke ervaringen voegen vrij weinig toe aan dit soort voorspellingen, omdat ze uiteindelijk allemaal – inclusief verwachtingen en afwegingen over de relevantie omtrent onverwachte situaties zoals een gebroken neus – zijn mee te nemen in een algoritme. Menselijke ervaringen zijn inderdaad, zoals Harari zegt, niet meer van belang in het dataïsme, omdat alle mogelijke menselijke ervaringen door een computer kunnen worden meegewogen. (1)
of
- Ik denk dat computers niet goed kunnen vaststellen of de gebroken neus van Mbappé in het voordeel van het Franse team gaat werken of juist in het nadeel. Daarvoor heb je menselijke ervaring en inschatting nodig. Mensen kunnen kiezen om af te wijken van wat je logischerwijs zou verwachten, ze kunnen hun intuïtie volgen, ze kunnen Mbappé in de ogen kijken en inschatten wat die gebroken neus met hem doet en welke invloed dat heeft op zijn prestaties op het veld. Ik ben het met Dreyfus eens dat menselijk gedrag op iets anders is gebaseerd dan waarop computers zijn gebaseerd. De algoritmes en logica van een computer missen bepaalde menselijke mogelijkheden. Er is veel meer informatie dan een computer ooit kan gebruiken en het wegen van die informatie vereist een openheid en onbepaaldheid die mensen met hun willekeur en grilligheid wel hebben, en computers niet omdat ze altijd in de routes of routines van het algoritme blijven hangen. (1)
Opgave 3 De emoties tussen ons
Vijftig jaar geleden deed psycholoog Paul Ekman onderzoek naar de universaliteit van emoties. Net als veel andere wetenschappers van dat moment dacht Ekman dat mensen wereldwijd dezelfde basisemoties hebben, zoals boosheid, verdriet en vreugde, en dat deze door alle mensen worden geuit met dezelfde gelaatsuitdrukkingen.
In Ekmans onderzoek kregen proefpersonen foto’s te zien van iemand met een bepaalde gezichtsuitdrukking. Daarbij moesten de proefpersonen een kaartje selecteren met een daarbij passende emotie erop. Hierbij hadden zij de keuze uit een vaste set emotiekaartjes. Ekman probeerde op deze manier een essentieel kenmerk van de mens te beschrijven. De actor-netwerktheorie (ANT) van Bruno Latour staat kritisch tegenover essentialistische benaderingen, zoals die van Ekman. Latour legt met het voorbeeld van de Berlijnse sleutel als onderdeel van een handelingsprogramma uit dat volgens de ANT de grens tussen levend en niet-levend is vervaagd.
Vraag 13 3 punten
Leg uit dat Ekmans emotiekaartjes volgens de ANT:
- onderdeel zijn van een handelingsprogramma, en
- laten zien dat de grens tussen levend en niet-levend is vervaagd.
Leg vervolgens uit dat Latours ANT kritisch staat tegenover Ekmans essentialistische benadering. Ga hierbij in op beide aspecten van je uitleg over de emotiekaartjes.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg dat Ekmans emotiekaartjes volgens de ANT onderdeel zijn van een handelingsprogramma: handelingen zijn verspreid over meerdere actoren in een netwerk, waaronder niet-menselijke actoren als de emotiekaartjes (1)
- een uitleg dat Ekmans emotiekaartjes volgens de ANT laten zien dat de grens tussen levend en niet-levend is vervaagd: levende dingen zijn verbonden met niet-levende dingen, zoals wanneer het handelen van de levende proefpersonen is verbonden met de niet-levende emotiekaartjes (1)
- een uitleg dat Latours ANT kritisch staat tegenover Ekmans essentialistische benadering, waarbij wordt ingegaan op de emotiekaartjes als onderdeel van een handelingsprogramma, die laten zien dat de grens tussen levend en niet-levend is vervaagd: volgens Latour moeten we de wereld niet begrijpen vanuit essentiële/onveranderlijke eigenschappen, zoals Ekman wil, maar vanuit datgene wat in handelingsprogramma’s door zowel levende als niet-levende zaken in werking/beweging wordt gezet (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Volgens Latour kunnen niet-levende actoren, zoals emotiekaartjes of Berlijnse sleutels, deel zijn van een handelingsprogramma, omdat ze handelingen mede tot stand brengen. Ekmans emotiekaartjes bevatten vooraf vastgestelde emoties waaruit de proefpersonen kunnen kiezen. Handelingen – zoals de koppeling tussen foto’s en emoties – komen dan ook tot stand door het samenspel van proefpersoon, onderzoeker, foto’s en emotiekaartjes. (1)
- Ekmans emotiekaartjes zouden volgens Latour laten zien dat nietlevende zaken niet zo passief zijn en mensen niet zo autonoom zijn in hun handelen als vaak wordt gedacht. De grens tussen levende wezens die handelen en niet-levende wezens die passief zijn, vervaagt hiermee. (1)
- Latours actor-netwerktheorie staat kritisch tegenover Ekmans essentialistische benadering, omdat Latour zaken wil begrijpen vanuit hun actorschap en niet vanuit hun essentie. Volgens de ANT komt een handeling tot stand door het samenspel van verschillende levende en niet-levende actoren, zoals in het handelingsprogramma waar mensen en emotiekaartjes deel van uitmaken. We moeten volgens Latour niet op zoek naar het wezen of de essentie van de mens, omdat we daarmee de mens als entiteit versmallen. Latour probeert juist open te staan voor de talloze manieren waarop entiteiten in verbinding met andere entiteiten bestaan en in werking zijn. (1)
Van de westerse proefpersonen in Ekmans onderzoek koos 85% het emotiekaartje dat de onderzoekers bij een foto met een bepaalde gezichtsuitdrukking verwachtten. Proefpersonen die niet eerder contact hadden gehad met westerse mensen kozen vaker afwijkende emotiekaartjes of zagen helemaal geen emoties op de foto’s. Volgens Ekman liet dit niet zien dat emoties per cultuur verschillen, maar alleen dat emoties per cultuur op verschillende manier geuit worden. Welke keuze er ook door de proefpersonen werd gemaakt, Ekman bleef uitgaan van de hypothese dat verschillende uitingen dezelfde basisemoties laten zien.
De onderzoeksmethode van Ekman kwam later ter discussie te staan. Karl Popper ziet het zoeken naar falsificatie als criterium voor wetenschappelijkheid.
Thomas Kuhn heeft kritiek op Poppers falsificatiecriterium.
Vraag 14 2 punten
Leg uit of Ekmans werkwijze volgens Popper wetenschappelijk of pseudowetenschappelijk zou zijn.
Leg vervolgens met het begrip paradigma Kuhns kritiek op Poppers falsificatiecriterium uit.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een uitleg dat Ekmans werkwijze volgens Popper pseudowetenschappelijk zou zijn, omdat die niet getuigt van zoeken naar falsificatie/weerlegging (1)
- een uitleg van de kritiek van Kuhn op Poppers falsificatiecriterium met het begrip paradigma: wetenschappelijke gemeenschappen werken vanuit een wetenschappelijk denkpatroon (paradigma) dat niet/moeilijk vatbaar is voor weerlegging (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Popper zou Ekmans werkwijze zien als pseudowetenschappelijk, omdat Ekman niet openstaat voor weerlegging van zijn theorie, terwijl wetenschappelijke theorieën wel moeten openstaan voor weerlegging. Als proefpersonen die niet eerder contact hadden met westerse mensen vaker afwijkende emotiekaartjes kiezen of helemaal geen emoties op de foto’s zien, dan leidt dit bij Ekman nog steeds tot de conclusie dat er universele basisemoties zijn. Ekman zocht daarbij niet naar falsificatie van zijn theorie. Welke keuze er ook werd gemaakt, hij bleef uitgaan van de hypothese dat verschillende uitingen dezelfde basisemoties laten zien. (1)
- Volgens Kuhn werkt Poppers falsificatie in de praktijk niet. Wetenschappers denken volgens Kuhn vanuit bepaalde wetenschappelijke denkpatronen en opvattingen (paradigma’s). In de wetenschap wordt gepoogd om deze paradigma’s te bevestigen en te verfijnen, terwijl weerleggingen vanwege het paradigmatische denkkader niet als weerlegging worden gezien. (1)
George Lakoff en Mark Johnson wijzen op het gebruik van ontologische metaforen voor emoties.
Vraag 15 1 punt
Leg uit wat volgens Lakoff en Johnson ontologische metaforen zijn. Ga hierbij in op een voorbeeld van een ontologische metafoor voor een emotie.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een uitleg dat ontologische metaforen volgens Lakoff en Johnson niet-fysieke zaken als fysieke entiteiten beschouwen, waarbij wordt ingegaan op een voorbeeld van een ontologische metafoor voor een emotie.
voorbeeld van een goed antwoord:
Ontologische metaforen zijn metaforen die niet-stoffelijke zaken zoals onze geest of emoties vergelijken met materiële dingen. We gebruiken bijvoorbeeld een ontologische metafoor als we boosheid vergelijken met een bom: ‘hij ontplofte van woede’. Of als we vreugde vergelijken met de zon: ‘zij straalde van plezier’.
In een variant van het emotieonderzoek werd aan proefpersonen gevraagd om zelf een gezichtsuitdrukking te vormen. Zij kregen bijvoorbeeld als instructie om hun neus op te trekken, hun neusgaten te openen, hun onderlip naar beneden te trekken en hun tong naar voren te bewegen zonder deze uit te steken. In de VS vertelden de proefpersonen dat de gevormde gezichtsuitdrukking de emotie walging opriep. Volgens Helmuth Plessner hebben mensen een dubbelzinnige verhouding tot hun eigen lichaam.
Vraag 16 1 punt
Leg de dubbelzinnige verhouding van mensen tot hun eigen lichaam uit, met het voorbeeld van het onderzoek naar het vormen van gezichtsuitdrukkingen.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een uitleg van de dubbelzinnige verhouding van mensen tot hun eigen lichaam, met het voorbeeld van het onderzoek naar het vormen van gezichtsuitdrukkingen: mensen kunnen hun lichaam als instrument gebruiken/inzetten door te bewegen volgens de instructie (lichaam hebben), maar tonen zich ook lichamelijke wezens wanneer de gevormde gezichtsuitdrukkingen tot ervaringen leiden.
voorbeeld van een goed antwoord:
Mensen hebben een dubbelzinnige verhouding tot hun eigen lichaam. Enerzijds hebben mensen controle over hun lichaam en kunnen dit min of meer bewust aansturen: mensen hebben een lichaam. Dit is te zien in het bewust vormen van gezichtsuitdrukkingen door proefpersonen in het onderzoek. Anderzijds zijn mensen lichamelijke wezens: wij zijn ons lichaam en ons lichaam is een centrum van gewaarwordingen. Dit is terug te zien wanneer de gevormde gezichtsuitdrukkingen samen blijken te gaan met emoties.
Plessner ziet lachen als typisch menselijk. Soms trekken mensen in een gesprek een walgend gezicht als er iets ongepasts wordt gezegd. Dit zou Plessner ook zien als typisch menselijk, maar om een andere reden dan dat hij lachen als typisch menselijk ziet.
Vraag 17 1 punt
Leg uit dat de gezichtsuitdrukking van iemand die een walgend gezicht trekt als er iets ongepasts wordt gezegd volgens Plessner om een andere reden typisch menselijk is dan lachen.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een uitleg dat de gezichtsuitdrukking van iemand die een walgend gezicht trekt als er iets ongepasts wordt gezegd volgens Plessner om een andere reden typisch menselijk is dan lachen: het is typisch menselijk om symbolisch/als gebaar een walgend gezicht te trekken om iets tot uitdrukking te brengen, terwijl bij lachen zo’n symbolische reactie onmogelijk is / terwijl iemand bij lachen vervalt in een uitbarsting van het lichaam.
voorbeeld van een goed antwoord:
Het is volgens Plessner typisch menselijk om ons symbolisch uit te drukken. Dit doen we bijvoorbeeld als we een walgend gezicht trekken als iemand iets ongepasts zegt en daarmee uitdrukking willen geven aan ons gevoel. Zo kunnen mensen hun gedachten en gevoelens delen, wat de mogelijkheid biedt om erover van gedachten te wisselen. Ook lachen is volgens Plessner typisch menselijk, maar lachen wordt niet symbolisch uitgedrukt. Het is juist het tekortschieten van symbolische uitdrukking, wat alleen mogelijk is voor wezens die in principe die symboliek wel tot hun beschikking hebben. Lachen heeft dus betekenis en is typisch menselijk, maar wel op een andere manier dan de gezichtsuitdrukking van iemand die een walgend gezicht trekt als er iets ongepasts wordt gezegd.
De psycholoog Batja Mesquita was vroeger sterk beïnvloed door Ekman, maar ontdekte later belangrijke verschillen tussen culturen op het gebied van emoties. In haar boek De emoties tussen ons beschrijft ze hoe Amerikaanse proefpersonen de middelste personen op de afbeelding (hiernaast) zien als blij. Japanse proefpersonen nemen de hele situatie in ogenschouw en noemen de middelste personen niet blij. Mesquita maakt een onderscheid tussen twee modellen van emoties. Het MINE-model van emoties is volgens haar dominant in westerse landen: emoties zijn ‘van mij’.
Emoties zoals trots of blijdschap worden daarbij begrepen als mentaal (M), binnen in het individu (IN) en altijd met dezelfde eigenschappen (E).

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
In vrijwel alle niet-westerse landen is volgens Mesquita het OURS-model dominant: emoties zijn ‘van ons’. Volgens dit model bestaan emoties buiten de persoon (OUT), relationeel (R) en situationeel (S). Zo is blijdschap volgens Japanners geen innerlijke emotie van één individu, maar bestaat dit in het gedrag tussen mensen.
Er bestaan uiteenlopende visies op wat emoties zijn, voortkomend uit verschillende visies op het menselijke denken en voelen. Vanuit de 4E-theorie van belichaamd denken (embodied cognition) zouden aanhangers een opvatting kunnen vormen over wat emotie is. Deze zou kunnen aansluiten bij het MINE-model van emoties.
Vraag 18 1 punt
Leg uit in welk opzicht een opvatting over emoties vanuit de stroming belichaamd denken zou kunnen aansluiten bij het MINE-model.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een uitleg dat een opvatting over emoties vanuit de stroming belichaamd denken (embodied cognition) zou kunnen aansluiten bij het MINE-model: een emotie is iets mentaals dat verweven is met lichamelijke activiteit (M) / de emotie is lichamelijk (IN) / emoties hebben vanuit het lichaam vaste eigenschappen (E).
voorbeeld van een goed antwoord:
Vanuit de stroming belichaamd denken kunnen emoties, zoals de genoemde emoties trots en blijdschap, net als in het MINE-model steeds dezelfde eigenschappen hebben. Omdat alle mensen min of meer hetzelfde lichaam hebben, ligt het voor de hand dat de emoties die we ervaren vanuit onze gelijke lichamelijkheid steeds dezelfde eigenschappen hebben. Deze vaste eigenschappen vanuit het lichaam sluiten aan bij de E van het MINE-model.
Een aanhanger van het enactivisme zou wellicht tot een andere opvatting van emoties komen, die beter aansluit bij het OURS-model.
Vraag 19 2 punten
Geef weer wat denken is volgens het enactivisme.
Leg vervolgens uit in welk opzicht een enactivistische opvatting over emoties zou kunnen aansluiten bij het OURS-model.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een weergave wat denken is volgens het enactivisme: denken is de dynamische/lichamelijke interactie in en met de omgeving (1)
- een uitleg in welk opzicht een enactivistische opvatting over emoties zou kunnen aansluiten bij het OURS-model: het enactivisme zou emoties kunnen opvatten als activiteit in/met de omgeving, wat aansluit bij de opvatting dat emoties bestaan buiten de persoon (OUT) / dat emoties relationeel (R) zijn / dat emoties situationeel (S) zijn. (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- Volgens het enactivisme is denken een lichamelijke activiteit in en met de omgeving. (1)
- Het enactivisme benadrukt dat het menselijke denken en bewustzijn voortkomen uit activiteiten van de mens in en met de omgeving. Enactivisten zouden een emotie waarschijnlijk opvatten als een handeling in een omgeving. Dit sluit aan bij het OURS-model, waarin wordt uitgegaan van emoties als situationele handelingen (S). (1)
In de Amerikaanse cultuur is trots een gewaardeerde emotie. Trots wordt hierbij opgevat als een innerlijk gevoel, waardoor iemand zelfvertrouwen kan ontwikkelen.
De Minangkabau uit Indonesië zien trots juist als een gevaarlijke emotie, waardoor iemand zich boven een ander kan plaatsen. De Minangkabau benadrukken het belang van schaamte. Deze emotie wordt niet opgevat als een vervelend gevoel, maar als een bescheiden opstelling en het tonen van gevoeligheid voor de normen van de groep.
Volgens Mesquita zouden westerlingen hun MINE-model van emoties moeten aanvullen met het OURS-model, zodat zij hun eigen emoties beter begrijpen.
Vraag 20 2 punten
Geef een argument voor deze opvatting van Mesquita, met:
- het begrip medewereld volgens existentialisten, en
- de voorbeelden van trots en schaamte.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat een argument voor de opvatting van Mesquita dat westerlingen hun MINE-model van emoties zouden moeten aanvullen met het OURS-model, zodat zij hun eigen emoties beter begrijpen, met:
- het begrip medewereld volgens existentialisten: expressies van anderen geven onze ervaringen mede vorm (1)
- de voorbeelden van trots en schaamte (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
Vanuit een MINE-model van emoties wordt het gevoel van trots door de Amerikanen opgevat als iets onveranderlijks en innerlijks. Het OURSmodel van emoties belicht het feit dat emoties als trots en schaamte ook het resultaat zijn van vorming door de medewereld: een sociaal-cultureel gevormde gedraging die maatschappelijk gewaardeerd wordt. En die medewereld vormt vervolgens ook de (emotionele) ervaringen van individuen.
Bij de Minangkabau wordt schaamte opgevat als een gewaardeerde sociale gedraging, wat haaks staat op de Amerikaanse emotie van trots. Vanuit het OURS-model kan dus voor westerse mensen meer aandacht komen voor het inzicht dat ook hun eigen emoties relationeel en situationeel zijn en niet een innerlijk gevoel dat voor iedereen gelijk is. (2)
Het bekijken van emoties vanuit het OURS-model is volgens Mesquita ook van belang om het verschil tussen genders beter te begrijpen.
Volgens Simone de Beauvoir werden jongens en meisjes in haar tijd verschillend opgevoed in het omgaan met angst voor verlatenheid.
Vraag 21 2 punten
Geef weer wat dit verschil in opvoeding volgens De Beauvoir inhoudt. Beargumenteer vervolgens met dit verschil of het OURS-model volgens jou kan helpen om verschillende genders beter te begrijpen.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat de volgende elementen:
- een weergave van het verschil in opvoeding tussen jongens en meisjes in het omgaan met angst voor verlatenheid volgens De Beauvoir: het zoeken van bevestiging wordt bij jongens afgeremd en bij meisjes gestimuleerd (1)
- een argument met dit verschil of het OURS-model kan helpen om verschillende genders beter te begrijpen (1)
voorbeeld van een goed antwoord:
- De Beauvoir beschrijft hoe angst voor verlatenheid bij jongens en meisjes anders werd benaderd, waarbij meisjes werden bevestigd in hun angst terwijl het tonen van angst bij jongens juist werd afgeremd. Zij werden gestimuleerd om onafhankelijk te zijn. (1)
- Ik denk dat het OURS-model kan helpen om emoties – zoals angstgevoelens – van mensen van verschillende genders beter te begrijpen. Wanneer je vasthoudt aan het idee dat emoties door iedereen innerlijk hetzelfde ervaren worden, wordt het onmogelijk om verschillen in gedrag tussen mensen van verschillende genders te duiden. En die verschillen zie ik terug in mijn omgeving, bijvoorbeeld als jongens/mannen meer stoer gedrag vertonen dan meisjes/vrouwen. Dit is misschien een reactie op gevoelens van angst, waarbij stoerheid is gestimuleerd in de opvoeding. Door emoties te zien als situationeel en relationeel kun je gaan begrijpen hoe er op gevoelens van jongens en meisjes maatschappelijk verschillend wordt gereageerd en hoe dit zich vertaalt in verschillende emoties en gedrag. Dus het OURS-model lijkt me erg nuttig om de brug naar mensen van een ander gender te slaan. (1)
of
- Ik denk niet dat het van belang is om emoties meer te bekijken vanuit het OURS-model om emoties van verschillende genders beter te begrijpen. Misschien heeft De Beauvoir gelijk als ze zegt dat er bij jongens en meisjes verschillend wordt gereageerd op angst, maar dat verandert volgens mij niets aan de innerlijke ervaring van die angst. Meisjes/vrouwen komen volgens De Beauvoir openlijker voor hun angsten uit, terwijl jongens/mannen die angstgevoelens proberen weg te drukken. Ik denk dat zij gelijk heeft dat mensen van verschillende genders hun emoties anders leren uiten, maar dat verandert niets aan bijvoorbeeld het onderliggende gevoel van angst. Ik zie emoties dus als MINE. Juist het besef dat de innerlijke emoties van angst hetzelfde zijn bij ons allemaal, helpt om elkaar te begrijpen: het besef dat mensen die geen angst tonen zich net zo angstig kunnen voelen. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens filosofie vwo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1 telt 21 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (19), ethiek (1) en wetenschapsfilosofie (1).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-26-1-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.