Eindexamen filosofie vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Hebzucht, bron: universonline.nl, De psychologie van hebzucht, 2016, bron: De Volkskrant, De langzame normalisering van de hebzucht, 2018, bron: De Volkskrant, De langzame normalisering van de hebzucht, 2018, naar: theminimalists.com, What is minimalism?, naar: Jonathan Franzen, De correcties, 2012, naar: Jonathan Franzen, De correcties, 2012, Opgave 3 De meeste mensen deugen, bron: Rutger Bregman, De meeste mensen deugen, 2019, bron: Rutger Bregman, De meeste mensen deugen, 2019.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (10), ethiek (9) en mens en techniek (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Politieke filosofie1, 4, 7-8, 11-14, 18-1910
Ethiek2-3, 5-6, 9-10, 15-16, 209
Mens en techniek17, 21-234

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over ethiek (39% van de vragen, gemiddeld 15%) en politieke filosofie (43% van de vragen, gemiddeld 22%). Minder over mens en techniek (17% van de vragen, gemiddeld 41%) en kennisleer (0% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Hebzucht

Hebzucht is een omstreden begrip en de opvattingen over de waarde van hebzucht lopen sterk uiteen. Sommigen menen dat hebzucht hoort bij de menselijke natuur; anderen zien hebzucht als een ondermijning van het goede leven. In Plato’s ideale staat, bijvoorbeeld, is geen plaats voor hebzucht. Volgens Karl Popper leidt Plato’s ideale staat echter tot een dystopie.

Vraag 1 2 punten

Leg met het verband tussen de orde in de samenleving en de menselijke ziel uit dat er in Plato’s ideale staat geen plaats is voor hebzucht. Geef vervolgens met Poppers kritiek op Plato een argument tegen de uitbanning van hebzucht uit de samenleving.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het verband tussen de orde in de samenleving en de menselijke ziel dat er in Plato’s ideale staat geen plaats is voor hebzucht: zoals de ziel zich niet moet laten leiden door begeerte, zo wordt de ideale staat geleid met het oog op de gehele samenleving (1) • een argument tegen uitbanning van hebzucht uit de samenleving met Poppers kritiek dat in Plato’s ideale staat vrijheid teniet wordt gedaan (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Een ideale staat is volgens Plato als een rechtvaardig persoon waarin alle zielsdelen samen functioneren voor het geheel. Een hebzuchtig mens laat zich leiden door het begerende deel van de ziel in plaats van door de wijsheid van het verstand. Zo moet ook in Plato’s ideale staat de leiding in handen zijn van een onbaatzuchtige die de samenleving leidt met het oog op het geheel. Om die reden wil Plato voor de elite het privébezit afschaffen, zodat zij niet haar eigenbelang najaagt (1) • Popper stelt dat alle pogingen om de hemel op aarde te vestigen alleen maar de hel hebben gebracht. Het creëren van een ideale staat en het denken vanuit het geheel leidt tot een totalitair en onderdrukkend systeem waarin voor individuele vrijheid geen ruimte is, en tot een samenleving die zichzelf niet meer kan verbeteren. Ook het willen uitbannen van hebzucht is, zelfs vanuit de beste bedoelingen, een ingreep in de vrijheid van mensen om hun leven naar eigen inzicht te leiden en zal dus ook tot totalitarisme kunnen leiden (1) (2)

Aristoteles onderscheidt verschillende soorten deugden.

Vraag 2 3 punten

Geef Aristoteles’ onderscheid tussen ethische en dianoëtische deugden weer. Leg vervolgens met hebzucht als voorbeeld uit dat volgens Aristoteles:

  • ethische deugden dianoëtische deugden vooronderstellen, en
  • dianoëtische deugden ethische deugden vooronderstellen.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het onderscheid tussen ethische deugden, die horen bij het strevende deel en dianoëtische deugden, die horen bij het denkende deel van de mens (1) • een uitleg met het voorbeeld van hebzucht dat ethische deugden dianoëthische deugden vooronderstellen: om hebzucht te vermijden moeten de ethische deugden gericht zijn op een midden zoals dat door een verstandig mens bepaald wordt (1) • een uitleg met het voorbeeld van hebzucht dat dianoëtische deugden ethische deugden vooronderstellen: het verstand wordt in het vermijden van hebzucht alleen maar op de juiste manier in de praktijk gebracht dankzij de ethische deugden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Onder ‘ethische deugden’ rekent Aristoteles de deugden van het strevende deel van de ziel, zoals moed, gematigdheid en kalmte. De dianoëtische deugden zijn de deugden van het denkende deel van de ziel, zoals bedachtzaamheid en wijsheid (1) • Volgens Aristoteles vooronderstellen de ethische en dianoëtische deugden elkaar. De ethische deugden moeten gericht zijn op een midden zoals dat door een verstandig mens bepaald wordt. Wanneer je hebzuchtig bent speelt je verlangen een te grote rol, want het juiste midden is gematigdheid. Maar om dat midden te bepalen heb je een dianoëtische deugd als bedachtzaamheid nodig (1) • Tegelijkertijd wordt het verstand alleen maar op de juiste manier in de praktijk gebracht door de ethische deugden. Om bedachtzaamheid als juiste midden in de praktijk te brengen is de ethische deugd gematigdheid nodig. Zo zie je dat in het vermijden van hebzucht beide soorten deugden elkaar vooronderstellen (1) (3)

bron: universonline.nl, De psychologie van hebzucht, 2016

Volgens Aristoteles heeft iemand die deugdzaam is ‘ware vriendschap met zichzelf’.

Vraag 3 1 punt

Leg met een voorbeeld uit tekst 1 uit dat iemand met een hoge score op de hebzucht-schaal volgens Aristoteles geen ‘ware vriendschap met zichzelf’ kan hebben.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met een voorbeeld uit tekst 1 dat iemand met een hoge score op de hebzucht-schaal geen ‘ware vriendschap met zichzelf’ kan hebben, omdat hebzucht een vorm van destructiviteit / innerlijke strijdigheid is. voorbeeld van een goed antwoord: ‘Ware vriendschap met zichzelf’ betekent volgens Aristoteles dat je niet ten prooi valt aan destructieve of tegenstrijdige verlangens. Iemand met een hoge score op de hebzucht-schaal geeft aan altijd meer te willen of nooit helemaal tevreden te zijn. Geleid door hebzucht wordt hij of zij voortgedreven door een verlangen dat nooit vervuld kan raken. Dit leidt tot onmatig gedrag dat schadelijk is voor jezelf. Bovendien is er een innerlijke tegenstrijdigheid tussen onvervuldheid en een verlangen naar vervulling. Elke bevrediging van dit verlangen is van korte duur en jaagt het verlangen alleen maar meer aan. Deze voortdurende onrust is een gebrek aan harmonie en daarom kan zo iemand geen ware vriend van zichzelf zijn. (1)

bron: De Volkskrant, De langzame normalisering van de hebzucht, 2018

De onderzoekers spreken zich niet expliciet uit over de gevolgen van hebzucht voor de samenleving als geheel. Toch kan je uit tekst 2 met de neo-klassieke (economische) opvatting argumenten halen voor de stelling ‘hebzucht heeft een positief effect op de samenleving’.

Vraag 4 1 punt

Geef een argument voor deze stelling met tekst 2 en de neo-klassieke (economische) opvatting.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argument voor de stelling dat hebzucht een positief effect heeft op de samenleving, met tekst 2 en de neo-klassieke opvatting dat hebzucht een aanjager is van economische ontwikkeling. voorbeeld van een goed antwoord: Je kunt met de neo-klassieke (economische) opvatting beweren dat hebzucht goed is voor de samenleving als geheel. Je ziet in tekst 2 dat hebzuchtige mensen vaker kiezen voor werk waarin ze met bonussen meer kunnen verdienen. Dit is voor hen een prikkel om extra hard te werken. Dat komt de welvaart van de gehele samenleving ook ten goede. (1)

Volgens Alisdair MacIntyre wordt onze tijd gekenmerkt door een morele leegte en is een actualisering van het deugdbegrip nodig om die leegte tegen te gaan.

Vraag 5 1 punt

Beargumenteer met tekst 2 of jij het eens bent met MacIntyre dat een actualisering van het deugdbegrip nodig is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argumentatie met tekst 2 voor of tegen MacIntyres pleidooi voor een actualisering van het deugdbegrip. voorbeeld van een goed antwoord: − Volgens MacIntyre leven we in een ‘morele ijstijd’ doordat de basis van moraal voor de moderne mens alleen nog in zijn subjectieve gevoel ligt. MacIntyre pleit voor meer aandacht voor de deugden die mensen in samenwerking binnen praktijken ontwikkelen. Zoals uit tekst 2 blijkt hebben de hebberige mensen minder problemen met corruptie in de vorm van steekpenningen dan niet-hebberige mensen. Daar bestaat in de samenleving geen tegenwicht tegen. Ik ben het met MacIntyre eens dat dit soort immoreel gedrag verminderd moet worden door gezamenlijk gericht te zijn op het ontwikkelen van deugden. of − MacIntyres pleidooi voor een actualisering van het deugdbegrip is in mijn ogen overbodig, omdat er helemaal geen probleem is dat opgelost hoeft te worden. Zoals tekst 2 aangeeft kiezen mensen zelf het beroep dat bij hen past. Wil je veel geld verdienen? Word makelaar. Ben je maatschappelijk betrokken? Word kleuterjuf. Die diversiteit en vrijheid hebben geleid tot een zeer welvarende economie waarin iedereen die een beetje gezonde ambitie heeft iets van zijn of haar leven kan maken. Wat maakt het nou uit dat de een meer gericht is op geld verdienen dan de ander? En als mensen in hun inhaligheid over de schreef gaan met steekpenningen en zo, dan is er gewoon de wet waarmee dat bestraft kan worden. (1)

Volgens tekst 2 wordt de beroepskeuze van mensen mede bepaald door hun mate van hebzucht. Volgens Jeremy Bentham wordt het handelen van mensen altijd bepaald door het nutsprincipe, ook als iemand zich niet laat leiden door hebzucht. Immanuel Kant heeft kritiek op de utilitaristische opvatting van moraal.

Vraag 6 3 punten

Leg uit dat ook mensen die zich bij hun beroepskeuze niet laten leiden door hebzucht, volgens Bentham wel geleid worden door het nutsprincipe. Leg vervolgens Kants kritiek op het nutsprincipe uit, met:

  • zijn opvatting van de goede wil, en
  • een voorbeeld uit tekst 2.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat mensen die zich bij hun beroepskeuze niet laten leiden door hebzucht zich volgens Bentham wel laten leiden door het nutsprincipe omdat elk gedrag wordt bepaald door het najagen van genot, maar dat hoeft niet het streven naar rijkdom te zijn (1) • een uitleg van Kants kritiek op het nutsprincipe dat iemand die zich laat leiden door zijn verlangen naar genot niet vrij is met Kants opvatting dat de goede wil het enige is wat waarlijk goed is (1) • een uitleg van Kants kritiek op het nutsprincipe dat iemand die zich laat leiden door zijn verlangen naar genot niet vrij is met een voorbeeld uit tekst 2 (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Bentham heeft de natuur de mensheid geplaatst onder twee soevereine meesters: pijn en plezier. Deze bepalen zowel wat we moeten doen als wat we zullen doen. Hebzucht naar rijkdom is een manier om genot te krijgen, maar dat kan ook op andere manieren. Iemand die bijvoorbeeld genot uit sociaal contact haalt, zal eerder een beroep kiezen waarin hij of zij heel veel sociaal contact heeft en zal minder letten op het salaris. Zo iemand wordt misschien wel leerkracht. Maar ook die persoon laat zich volgens Bentham dus net zo goed leiden door het nutsprincipe waarmee we altijd streven naar een vermeerdering van genot (1) • Kants kritiek op het nutsprincipe komt erop neer dat iemand die zich laat leiden door zijn verlangen naar genot niet vrij is. Er is volgens Kant in de wereld niets anders wat we ‘goed’ noemen dan de goede wil, en de goede wil is de enig mogelijke grond voor autonoom handelen. De morele waarde van een handeling ligt niet in het nut of effect ervan maar in de rede als bepalingsgrond (1) • Dat zie je ook terug in tekst 2. Volgens het onderzoek zijn hebzuchtige mensen vaker jaloers en materialistisch. Dat geeft wel aan dat die mensen meer slaaf zijn van hun verlangens dan dat zij als autonome wezens de rede kiezen als bepalingsgrond van hun handelen (1) (3)

bron: De Volkskrant, De langzame normalisering van de hebzucht, 2018

Linssen vat in tekst 3 hebzucht of eigenbelang bij Smith op als ‘pakken wat je pakken kan’.

Vraag 7 1 punt

Leg met Smiths opvatting van de markt uit welke kritiek kan worden gegeven op Linssens uitleg van eigenbelang bij Smith.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met Smiths opvatting van de markt welke kritiek kan worden gegeven op Linssens uitleg van eigenbelang bij Smith: omdat mensen in een markt afgestemd moeten zijn op de belangen van anderen om te krijgen wat ze zelf nodig hebben, draait het niet om ongeremd pakken wat je pakken kan. voorbeeld van een goed antwoord: Linssen schetst in zijn uitspraak het beeld dat volgens Smith mensen ongebreideld hebzuchtig mogen zijn: ‘pakken wat je pakken kan’. In werkelijkheid had Smith een duidelijk idee over de voorwaarde waaronder een markt kan functioneren: mensen moeten zich kunnen inleven in het eigenbelang van anderen. Dat vermogen om je in te leven noemt Smith ‘sympathy’. Welbegrepen eigenbelang betekent afgestemd zijn op het belang van anderen. (1)

naar: theminimalists.com, What is minimalism?

De huidige samenleving kan getypeerd worden als een prestatiemaatschappij. Volgens sommigen leiden de problemen van de prestatiemaatschappij tot de paradox van de verwerkelijking van de vrijheid.

Vraag 8 2 punten

Geef weer wat de paradox van de verwerkelijking van de vrijheid inhoudt. Beargumenteer vervolgens met tekst 4 of het minimalisme volgens jou een oplossing kan bieden voor deze paradox in de prestatiemaatschappij.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van wat de paradox van de verwerkelijking van de vrijheid inhoudt: de vrijheid om succes op de markt te realiseren leidt in veel gevallen juist tot onvrijheid (1) • een argumentatie met deze paradox en tekst 4 of het minimalisme een oplossing kan bieden voor de problemen van de prestatiemaatschappij (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De paradox van de verwerkelijking van de vrijheid houdt in dat je in de prestatiemaatschappij vrij bent om door eigen verdienste succesvol te zijn, maar doordat je daarbij de concurrentie met anderen aan moet gaan, leidt dat in veel gevallen tot onvrijheid (1) • Ik denk dat het minimalisme een uitweg biedt uit deze paradox. In onze huidige prestatiemaatschappij wordt succes vooral opgevat in termen van status en materieel succes. Dat leidt tot een enorme psychische druk op individuen om te presteren en niet te falen. Het minimalisme kan bijdragen aan het oplossen van deze paradox, omdat het daarin niet gaat om hoe rijk je bent, maar om de vraag of je jezelf kunt ontwikkelen, bijvoorbeeld in relaties met anderen. Dat neemt de druk om status en materieel succes te realiseren weg en verlegt de aandacht naar wat jou als individu werkelijk vrij maakt (1) of • Volgens mij lost het minimalisme deze paradox niet op. In de prestatiemaatschappij wordt persoonlijke verdienste gewaardeerd. Aan de andere kant is je persoonlijke succes vaak afhankelijk van externe factoren, terwijl degenen die niet slagen worden gezien als losers. Ik denk niet dat het minimalisme daar een oplossing voor biedt. Het kan juist een nieuw soort druk met zich meebrengen: je moet betekenisvolle ervaringen hebben om mee te tellen, je moet bijzondere reizen maken en bijzondere dingen doen om een succesvol lid van de minimalistische samenleving te zijn. Maar als je geen geld hebt voor bijzondere reizen of simpelweg geen talent om hip en betekenisvol te zijn, dan ben je in de minimalistische prestatiemaatschappij (2)

De minimalisten gaan ervan uit dat het ‘bewuster besteden’ van je geld bijdraagt aan het goede leven. Volgens hen kan deze invulling van het goede leven via de vrije markt gerealiseerd worden.

Vraag 9 2 punten

Beargumenteer of jij het eens bent met deze invulling van het goede leven van de minimalisten, met:

  • een opvatting over de samenhang tussen hebzucht en de vrije markt, en
  • de dimensie ‘zin’ van het goede leven.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argumentatie ten aanzien van de opvatting van de minimalisten dat het goede leven gerealiseerd kan worden door op de vrije markt verkregen ervaringen, met: • een opvatting over de samenhang tussen hebzucht en de vrije markt, en (1) • de dimensie ‘zin’ van het goede leven als het geheel waartoe de mens zich verhoudt om betekenis te geven aan zijn leven (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Ik ben het oneens met de manier waarop de minimalisten het goede leven proberen in te vullen. Er is natuurlijk niks mis met ‘betekenisvolle ervaringen’, maar zij zijn te negatief over materialistische verlangens. Hebzucht moet je in het juiste perspectief zien: het is een fundamentele drijfveer van mensen om geen genoegen te nemen met hoe het is, maar te verlangen en streven naar iets beters. Omdat de mens zich tot zichzelf-in-de-wereld verhoudt, is hij zich bewust van zijn huidige situatie en wil hij die verbeteren. Hebzucht is dus een manier waarop de dimensie zin tot uitdrukking komt. En met hebzucht komt ook de drang tot initiatief, waar de vrije markt ruimte aan geeft en die die beloont. Een vrije markt zonder individuen die hun eigenbelang nastreven en het beter willen hebben voor zichzelf is dan ook een onzinnige en naïeve gedachte. Juist dankzij hebzucht komen we als mensheid vooruit en realiseren we het goede leven steeds meer (2) of • Het probleem met de vrije markt is dat hebzucht wordt beloond en aangejaagd. Zoals de minimalisten laten zien zijn we gevangenen in ons verlangen naar meer spullen. Ik ben het eens met de minimalisten dat materialisme een armzalige manier is om invulling te geven aan het goede leven; de dimensie ‘zin’ heeft te maken met de betekenis die het leven in zijn geheel heeft en dat geeft wat mij betreft aan dat voor het goede leven ook een gerichtheid op niet-materiële waarden noodzakelijk is. Waarvoor leef je anders? Voor het goede leven is zoveel meer nodig: betekenisvolle relaties met anderen, persoonlijke ontwikkelin (2)

naar: Jonathan Franzen, De correcties, 2012

Filosofisch wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘dunne moraal’ en een ‘dikke moraal’.

Vraag 10 2 punten

Geef weer wat dit onderscheid inhoudt met betrekking tot het goede leven. Leg vervolgens met dit onderscheid uit of Alfred eerder aansluit bij de opvatting over het goede leven van het communitarisme of die van het liberalisme.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het onderscheid tussen ‘dunne moraal’ en ‘dikke moraal’ met betrekking tot het goede leven: bij een dunne moraal staat de vrije individuele invulling van het goede leven centraal, en bij een dikke moraal juist een gemeenschapsidee over het goede leven (1) • een uitleg met dit onderscheid dat Alfred eerder aansluit bij de opvattingen over het goede leven van het communitarisme, omdat zijn geloof in het spoor niet over individuele belangen gaat, maar over wat goed is voor de gemeenschap (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Bij een dunne moraal staat de vrije individuele invulling van het goede leven centraal. Dit is een moraal van leven en laten leven, waarbij er geen inhoudelijk concept van het goede leven is voor verbondenheid tussen mensen. In de dikke moraal is hier juist wel aandacht voor en gaat het idee van het goede leven in eerste instantie over een gemeenschapsidee, over gedeelde gebruiken binnen een gemeenschap (1) • Alfred sluit eerder aan bij de opvattingen van de dikke moraal en dus bij het communitarisme. Zijn geloof in het spoor gaat niet over de belangen van de aandeelhouders, met hun individuele invulling van het goede leven, maar over de burgertrots bij een regelmatige dienstregeling. Het onderhouden van het spoor in leeglopende stadjes is volgens hem een morele verplichting aan de samenleving (1) (2)

Alfred heeft met zijn werk voor de spoorwegmaatschappij altijd zijn gezin kunnen onderhouden. Volgens Georg Hegel voorzien individuen in een burgerlijke maatschappij niet direct, maar indirect in hun eigen behoeften. De twee grondprincipes van de burgerlijke maatschappij, algemeenheid en bijzonderheid, manifesteren zich in arbeid.

Vraag 11 2 punten

Leg met het voorbeeld van Alfred uit dat volgens Hegel het algemeen belang gediend wordt door:

  • de inwerking van het bijzondere op het algemene, en
  • de inwerking van het algemene op het bijzondere.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met het voorbeeld van Alfred dat het algemeen belang gediend wordt door: • de inwerking van het bijzondere op het algemene: Alfred werkt vanuit zijn eigen behoefte aan inkomen, waarmee hij bijdraagt aan de algemeenheid waardoor anderen in hún behoefte kunnen voorzien (1) • de inwerking van het algemene op het bijzondere: Alfred is voor zijn behoeftebevrediging afhankelijk van het collectieve geheel van het spoor (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het bijzondere van Alfreds werk is dat het voorziet in zijn eigen behoefte aan inkomen. Met deze bijzonderheid draagt Alfred bij aan de algemeenheid, waardoor anderen gebruik kunnen maken van het spoor en zo in hun eigen behoeften kunnen voorzien. Hoewel Alfred uit is op zijn eigen behoeftebevrediging kan hij die alleen in vrijheid bevredigen op basis van de algemeenheid van het collectieve geheel van het spoor, waarbij andere mensen behoefte hebben aan het spoor. Doordat het algemene en het bijzondere zo op elkaar inwerken, wordt het algemeen belang dus gediend (de voorziening en het gebruik van het spoor) zonder dat Alfred er op uit is om dat algemeen belang te dienen (hij wil in de eerste plaats voorzien in zijn eigen behoefte aan inkomen) (2) (2)

Alfred heeft in zijn jonge jaren als amateurscheikundige een ontdekking gedaan waarop hij een octrooi heeft. Een groot farmaceutisch bedrijf wil dit octrooi nu van hem kopen omdat deze ontdekking nodig is voor de ontwikkeling van een nieuw medicijn ‘CorrectAll’. Gary, Alfreds oudste zoon, dringt er bij zijn vader op aan een heel hoog afkoopbedrag te vragen voor dit octrooi. Maar tot woede van Gary is Alfred niet geïnteresseerd in geld en laat hij zich met een schijntje afschepen, terwijl zijn vader juist nu door dementie en parkinson meer zorg nodig heeft en hij de uitgebreide zorgverzekering niet meer kan betalen. Gary zelf handelt in aandelen bij een grote bank en omarmt de neoliberale marktlogica. Hij beschouwt zichzelf om die reden als de gecorrigeerde versie van zijn vader. Volgens Karl Marx staat de vrije markt op gespannen voet met het goede leven.

Vraag 12 4 punten

Leg deze opvatting van Marx uit, met:

  • de rol die kapitaal volgens Marx speelt, en
  • Marx’ opvatting over privébezit van productiemiddelen. Beargumenteer vervolgens of jij het eens bent met Marx’ opvatting dat de vrije markt op gespannen voet staat met het goede leven, met:
  • het voorbeeld van Gary en zijn vader, en
  • jouw standpunt over het begrenzen van de neoliberale marktlogica.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik ben het niet eens met Marx’ opvatting dat de vrije markt het goede leven van de meesten belemmert omdat zij onderworpen zijn aan de macht van het kapitaal van enkelen. Er zijn anno nu vanuit de overheid juist allerlei regels die de ellendige negentiende-eeuwse verpaupering in fabrieken, waarop Marx zijn ideeën entte, tegengaan. Naar mijn smaak zijn er zelfs te véél van dat soort begrenzingen aan de vrije markt. Ik vind dat de neoliberale marktlogica juist niet zo veel begrensd moet worden. Een individu heeft zijn eigen sociale positie ook aan zijn eigen keuzes te danken en zaken als bijvoorbeeld zorg zijn gewoon duur. In het voorbeeld van Alfred en Gary: als Alfred had gewild had hij meer geld voor zijn octrooi kunnen vragen, dan was hij zelf iemand met kapitaal geworden en had hij de zorg die hij nodig heeft om een goed leven te leiden gewoon kunnen kopen (2) of
  • Ik ben het eens met Marx’ opvatting dat de vrije markt het goede leven van de meesten belemmert omdat zij onderworpen zijn aan de macht van het kapitaal van enkelen. Gary is een geldbelust mannetje en wil zijn vader zijn neoliberale ideeën opleggen. Maar als je zoals Alfred niet geïnteresseerd bent in geld om het geld, ontneemt de vrije markt je de mogelijkheden voor een goed leven met de zorg die daarvoor nodig is. Het enige wat volgens mij kan helpen, is om de neoliberale marktlogica verder in te perken en bijvoorbeeld zorg en het ontwikkelen van medicijnen niet over te laten aan de markt, zodat medicijnen en zorg altijd voor iedereen beschikbaar blijven (2p)

naar: Jonathan Franzen, De correcties, 2012

In tekst 6 heeft het verschil tussen Amerika en Litouwen te maken met de rol van instituties.

Vraag 13 1 punt

Leg uit in welke situatie uit tekst 6 Marx’ kritiek op instituties te herkennen is: in die van Amerika of in die van Litouwen.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat Marx’ kritiek op instituties te herkennen is in de situatie van Amerika: zielloos amusement/ hebbedingetjes/farmaceutische middelen is institutionele onderdrukking die de sociaal-economische verhoudingen in stand houdt, waarbij het belang van de rijken het best is gediend voorbeeld van een goed antwoord: In tekst 6 gaat de onderdrukking van de vele niet-rijken door de weinige rijken in de situatie van de Amerikaanse vrije markt over de macht van instituties die Marx bekritiseert. Met amusement, hebbedingetjes en pillen worden in Amerika sociaal-economische verhoudingen in stand gehouden, waarbij het belang van de rijken het best gediend wordt. Dit is een voorbeeld van institutionele onderdrukking en macht waar de onderdrukten geen invloed op hebben, misschien hebben ze het zelfs niet eens door. (1)

Het begrip ‘instituties’ kan op verschillende manieren gedefinieerd worden, afhankelijk van de vooronderstellingen waar je van uitgaat.

Vraag 14 3 punten

Beargumenteer of instituties volgens jou de persoonlijke vrijheid inperken of juist mogelijk maken, met:

  • een definitie van het begrip ‘harde institutie’ of een definitie van het begrip ‘zachte institutie’,
  • een vooronderstelling waarop die definitie is gebaseerd, en
  • een passend voorbeeld.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Neem bijvoorbeeld de institutie school. Op zich pretendeert een school het goede te willen voor normale en gezonde leerlingen. Maar daarmee ontstaat automatisch een soort eenheidsworst van leerlingen met dezelfde opvattingen over het goede die ook door de rector of het schoolbestuur uitgedragen worden. Volgens mij ondermijnt dat de werkelijke persoonlijke vrijheid om zelf te bepalen wat normaal, gezond, vrij en waardevol betekent (1p)

Opmerking Aan een juiste argumentatie dat harde instituties persoonlijke vrijheid mogelijk maken en zachte instituties persoonlijke vrijheid ondermijnen, kunnen ook scorepunten worden toegekend.

De moeder van het gezin, Enid, is verbitterd over haar eigen leven en vooral over de levens van haar man en kinderen. In elk gesprek dat ze met haar man en kinderen heeft, probeert ze hun gedrag te corrigeren. Haar verongelijkte gevoel is op een dieptepunt als ze van een arts een pilletje voorgeschreven krijgt met de naam Aslan. Het pilletje blijkt een illegale, verslavende, xtc-achtige drug te zijn die Enid liefdevol stemt. Ze wordt er vergevend en medelevend van ten aanzien van haar man, haar kinderen en het leven.

Vraag 15 3 punten

Leg uit:

  • wat de christelijke liefde (agapè) als hoogste theologale deugd inhoudt, en
  • in welk opzicht Camus aansluit bij de christelijke agapè en in welk opzicht hij deze bekritiseert. Leg vervolgens uit dat het Aslan-pilletje binnen het christendom geen werkelijke zin kan geven.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de christelijke liefde (agapè) als hoogste theologale deugd: jezelf inzetten voor het welzijn van anderen vanuit een gerichtheid op God (1) • een uitleg dat Camus aansluit bij de christelijke agapè voor zover hij zin opvat als gericht zijn op anderen, maar bekritiseert omdat (immanente) liefde voor het leven ook bestaat in een absurde wereld zonder God (1) • een uitleg dat het Aslan-pilletje binnen het christendom geen werkelijke zin kan geven: het pilletje brengt geen gerichtheid op God met zich mee (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De christelijke agapè als hoogste theologale deugd houdt in dat je jezelf concreet inzet voor het welzijn van anderen. Je stemt daarbij je innerlijk, of je ziel, af op het komende ‘Koninkrijk van God’, en je ontvangt net zo veel liefde van God als je er zelf in oefent, bijvoorbeeld in de vorm van de zogenaamde werken van barmhartigheid (1) • Camus’ opvatting van zin als liefde voor het leven sluit aan bij de christelijke agapè omdat je je daarin richt op het welzijn van anderen. Anders dan in het christendom is deze houding of handeling zinvol in zichzelf, ook al is de wereld absurd. Zin wordt dus niet ontleend aan de komst van het ‘Koninkrijk van God’ of een gerichtheid op God. In die zin bekritiseert hij de christelijke agapè (1) • Het pilletje maakt Enid dan misschien liefdevoller en meelevender, maar ze zet zich nog niet actief, vanuit een gerichtheid op God, in voor het welzijn van haar man en kinderen. Vanuit het christendom geeft het Aslan-pilletje dus geen werkelijke ‘zin’ (1) (3)

Aan het eind van de roman beseft Enid, als ze is losgekomen van haar verslaving aan het Aslan-pilletje, dat ze ook gelukkig kan zijn zonder dat haar kinderen en zijzelf perfect in het succesvolle plaatje passen dat ze altijd voor ogen heeft gehad. De titel van de roman De correcties verwijst naar hoe de vijf personages proberen om hun leven te leiden. Bij tegenslag en mislukkingen proberen ze onmiddellijk zichzelf en anderen te verbeteren en bij te sturen. Het doel van de personages is een maatschappelijk succesvol, financieel onafhankelijk en persoonlijk geslaagd leven. Martha Nussbaum onderscheidt twee strategieën om met onze menselijke kwetsbaarheid om te gaan.

Vraag 16 2 punten

Leg uit bij welke van deze twee strategieën de ‘correcties’ in Franzens roman het best aansluiten. Beargumenteer vervolgens met Enids besef en een afweging van deze twee strategieën of de ‘correcties’ volgens jou noodzakelijk zijn voor het goede leven.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik denk dat immuniseren een goede manier is om het goede leven te bereiken. Dat Enid aan het eind van het boek gelukkig is ondanks mislukkingen en imperfecties is fijn voor haar, maar ook een nogal romantisch happy end dat weinig met het werkelijke leven te maken heeft. Ik denk dat als je ‘kwetsbaarheden erkent en meebeweegt met wisselende omstandigheden’, je gewoon vervalt tot een slappe, lethargische levenshouding. Zo kom je als mens en als mensheid niet verder of vooruit. Het goede leven vraagt volgens mij om voortdurende evaluatie van jezelf, je eigen functioneren en dat van anderen, en vervolgens moet je op zoek blijven gaan naar verbeteringen om tot succes en een persoonlijk geslaagd leven te komen. Dat kan alleen maar door scherp te oordelen als iets mislukt of minder goed is en vervolgens moet je bepaalde dingen laten, vermijden of juist aanpakken en bijsturen; controle uitoefenen dus, zoals de personages in de roman proberen. Ik denk dus dat correcties absoluut noodzakelijk zijn voor het goede leven (1p)

Opgave 3 De meeste mensen deugen

In zijn boek De meeste mensen deugen bespreekt Rutger Bregman de vraag of mensen van nature goed of slecht zijn. De heersende gedachte is dat mensen eigenlijk egoïstisch en agressief zijn. Een dun laagje beschaving houdt deze ware aard van mensen verborgen, maar in noodsituaties komt hij naar boven. Dit wordt ook wel de ‘vernistheorie’ genoemd, waarin ‘vernis’ slaat op een dun laagje lak om iets te beschermen. Het mensbeeld van Sigmund Freud lijkt op deze vernistheorie.

Vraag 17 1 punt

Geef een overeenkomst tussen het mensbeeld van Freud en het mensbeeld in de vernistheorie.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een overeenkomst tussen het mensbeeld van Freud en het mensbeeld in de vernistheorie: passies zijn de drijvende kracht achter ons handelen / het Es kan slechts ten dele in bedwang gehouden worden door de beschaving (in de vorm van een Über-Ich). voorbeeld van een goed antwoord: Een overeenkomst tussen het mensbeeld van Freud en dat in de vernistheorie is dat beide ervan uitgaan dat ons handelen wordt gestuurd door niet aan de maatschappij aangepaste driften en verlangens / Zowel volgens het mensbeeld van Freud als volgens de vernistheorie kunnen de onderliggende driften of onze agressieve aard het Über-Ich of het dunne laagje vernis doorbreken. (1)

Om te ontdekken of de vernistheorie klopt, onderzoekt Bregman in zijn boek de situatie op Paaseiland. Dit is een klein eiland in de Stille Oceaan dat ooit vol stond met ‘moai’, massieve stenen beelden van gigantische hoofden. De geschiedenis van Paaseiland staat bekend als een voorbeeld van een samenleving in verval. Volgens sommige onderzoekers leefden op Paaseiland ooit 15.000 mensen. De productie van de moai zou echter steeds verder zijn opgevoerd door een machtig stamhoofd. Dit vereiste zo veel hout voor het vervoer dat de grond erodeerde, de landbouw stagneerde en de eilandbewoners honger leden. Hierop brak er een burgeroorlog uit. Volgens John Lockes opvatting over het doel van staten schoot de staat van het stamhoofd op Paaseiland tekort. Bij de oprichting van een staat doen mensen volgens Locke afstand van twee vermogens.

Vraag 18 2 punten

Geef deze twee vermogens weer. Leg vervolgens uit welk opgegeven vermogen maakt dat het stamhoofd op Paaseiland volgens de opvatting van Locke tekort is geschoten.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de twee vermogens waarvan mensen volgens Locke afstand doen bij de oprichting van de staat: mensen doen afstand van het vermogen om te doen wat nodig is voor het eigen levensbehoud en van het vermogen om te straffen (1) • een uitleg dat het vermogen om te doen wat nodig is voor het eigen levensbehoud maakt dat het stamhoofd op Paaseiland volgens de opvatting van Locke tekort is geschoten: in ruil voor het opgeven van dit vermogen door burgers, moet het staatshoofd hun leven beschermen en dit doet hij niet door zijn moai-productie / daarin faalt hij doordat een burgeroorlog ontstaat (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de natuurtoestand bezit iedereen het vermogen om dat te doen wat hij nodig acht voor zijn eigen lijfsbehoud en het vermogen om te straffen, zowel om recht te spreken als om zelfstandig te straffen. Deze twee vermogens worden opgegeven bij de oprichting van de staat (1) • Volgens Locke doen mensen in de staat afstand van het vermogen om dat te doen wat zij nodig achten voor hun eigen lijfsbehoud omdat dit iedereen in de samenleving ten goede komt. Het stamhoofd op Paaseiland voerde de productie van de moai echter zover op dat er erosie en honger ontstond. Daarnaast leidt de heerschappij van het stamhoofd tot een burgeroorlog, waarin het welzijn en de veiligheid van burgers zeker worden geschaad. Het stamhoofd schiet dus tekort, omdat een staat is bedoeld om het leven, de vrijheid en het eigendom van iedereen beter te kunnen beschermen dan in de natuurtoestand (1) (2)

Onderzoekers beschrijven de burgeroorlog op Paaseiland als een oorlog van allen tegen allen. Volgens sommige filosofen zou dit ook het kenmerk zijn van een natuurtoestand. De natuurtoestand is volgens Locke geen situatie van totale bandeloosheid.

Vraag 19 2 punten

Leg met Lockes idee van de natuurwet uit dat volgens Locke de natuurtoestand geen situatie van totale bandeloosheid is. Beargumenteer vervolgens of jij het met Locke eens bent dat een natuurtoestand niet noodzakelijk vervalt in een oorlog van allen tegen allen.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met Lockes idee van de natuurwet dat de natuurtoestand geen situatie van totale bandeloosheid is omdat de natuurtoestand bestuurd wordt door de natuurwet, die inhoudt dat iedereen recht heeft op leven, gezondheid, vrijheid en bezit (1) • een argument voor of tegen Locke dat een natuurtoestand niet noodzakelijk vervalt in een oorlog van allen tegen allen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Locke bestaat in de natuurtoestand ook een wet, namelijk de natuurwet, die inhoudt dat iedereen gelijk is en recht heeft op leven, gezondheid, bezit en vrijheid. Mensen zien deze wet met hun rede in en daarom vervalt de natuurtoestand volgens Locke niet in een totale bandeloosheid (1) • Ik denk dat een natuurtoestand helemaal niet hoeft te vervallen in een oorlog van allen tegen allen, want ik denk dat mensen zich van nature kunnen inleven in andere mensen. Mensen kunnen volgens mij gezamenlijk afspraken maken en elkaars gezondheid en bezit respecteren, zoals Locke ook stelt. Zeker wanneer mensen in kleine stamverbanden leven, begrijpen ze ook de belangen van anderen. Ik denk dat problemen ontstaan als een samenleving sterk groeit of als er schaarste optreedt, maar zolang dit niet het geval is, zal er niet automatisch een oorlog van allen tegen allen ontstaan (1) of • Ik denk dat een natuurtoestand wel degelijk automatisch vervalt in een oorlog van allen tegen allen. Locke denkt dat mensen rationeel inzien dat iedereen gelijk is en dat we daarom het leven en bezit van anderen zullen respecteren. Ik denk echter dat dit besef van gelijkheid heel beperkt zal zijn. Zonder wetten zullen mensen elkaar snel in de weg zitten: dit is mijn stuk land, jouw kind steelt mijn appels. Zonder rechtspraak en handhaving zullen conflicten snel uit de hand lopen. De situatie van een oorlog van allen tegen allen is dan dus veel waarschijnlijker dan vreedzaam samenleven (1) (2)

Volgens de onderzoekers leefden de Paaseilanders in eerste instantie in een vruchtbaar paradijs, waar alles in overvloed aanwezig was. Het ging pas mis toen het staatshoofd de productie van de moai opvoerde en als zijn eigen prestigeproject ging zien. Bregman is het niet met de onderzoekers eens en denkt dat het verslepen van de moai als een ‘collective work event’ moet worden gezien, een gezamenlijk ritueel om mensen bij elkaar te brengen. Tweehonderd jaar lang werd er elk jaar een moai geplaatst. Menselijke verlangens kunnen op verschillende manieren een rol spelen in een samenleving. Plato en Aristoteles onderscheiden in dit verband ‘thymos’ (emotionele bezieling) en ‘epithumia’ (lustvol verlangen).

Vraag 20 2 punten

Leg het begrip ‘epithumia’ uit met het voorbeeld van de Paaseilanders in het vruchtbare paradijs. Leg vervolgens het begrip ‘thymos’ uit met het voorbeeld van het ‘collective work event’.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van ‘epithumia’ (begeerte, lustvol verlangen) met het voorbeeld van de Paaseilanders in het vruchtbare paradijs: de Paaseilanders konden op hun vruchtbare eiland hun lichamelijke behoeften vervullen omdat er een overvloed was aan voedsel (1) • een uitleg van ‘thymos’ (emotionele bezieling) met het voorbeeld van het ‘collective work event’: door thymos richt men zich op zaken die van waarde zijn, zoals bijvoorbeeld verbondenheid met anderen door samen iets te creëren (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Bij epithumia draait het om lustvol verlangen, waarbij je vooral je lichamelijke behoeftes wilt vervullen. De Paaseilanders leefden in een vruchtbaar paradijs, dus er is blijkbaar eten en drinken genoeg. Dit suggereert ook dat ze tijd genoeg hadden om te luieren, te badderen of seks te hebben (1) • Het thymotische verlangen van mensen wordt ook wel ‘bezieling’ genoemd. Dit richt zich op zaken waar we van houden, die we van belang vinden. In het voorbeeld van het ‘collective work event’ zie je dit terug, omdat lichamelijk genot daarbij opzij wordt gezet voor iets hogers, namelijk het saamhorigheidsgevoel binnen een gemeenschap (1) (2)

Volgens Bregman kun je de uitputting van de natuur op Paaseiland lezen als een verhaal over de situatie in onze moderne maatschappij. Bruno Latour denkt dat de aarde aan een dergelijke uitputting kan ontsnappen door een ecologische transitie. Volgens Latour moeten we daarvoor wel afstappen van het subject-objectschema.

Vraag 21 3 punten

Leg met het begrip ‘netwerk’ uit wat er volgens Latour mis is met het subject-objectschema. Leg vervolgens met een voorbeeld uit wat een ecologische transitie inhoudt. Beargumenteer tot slot met dit voorbeeld en het begrip ‘netwerk’ of we volgens jou moeten afstappen van het subject-objectschema, zoals Latour stelt, om een ecologische transitie te kunnen bereiken.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Om een ecologische transitie te bereiken hoeven we volgens mij niet van het subject-objectschema af te stappen. Volgens Latour moeten we af van de scheiding tussen subject en object, omdat dit de mens te veel neerzet als een soeverein, exploiterend wezen, terwijl we onderdeel zijn van een netwerk. Latours voorstel is volgens mij een vervaging tussen subject en object, die juist averechts werkt. Wij zijn nu eenmaal exploiterende wezens die proberen de wereld naar onze hand te zetten, maar we kunnen ons daarbij wel realiseren dat ook de aarde begrensd is. Als we over een paar honderd jaar nog steeds op deze planeet willen wonen, moeten we er duurzamer mee omgaan. En juist als rationeel subject kunnen wij onze omgeving zo inrichten dat we er lang gebruik van kunnen blijven maken (1p)

bron: Rutger Bregman, De meeste mensen deugen, 2019

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 22 1 punt

Leg met het verhaal over het verval van Paaseiland uit dat een nocebo- effect kan optreden omdat de mens zich tot zichzelf-in-de-wereld verhoudt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat het overnemen van het negatieve mensbeeld van het verhaal van het verval van Paaseiland een schadelijk nocebo-effect heeft, omdat mensen zich met hun mensbeelden tot zichzelf in de wereld verhouden. voorbeeld van een goed antwoord: Mensen leven niet eenvoudigweg hun leven, maar verhouden zich ook tot zichzelf in de wereld. Daardoor kunnen mensbeelden die we aangereikt krijgen, zoals met het verhaal over Paaseiland, van invloed zijn op hoe we onszelf beschouwen en hoe we ons gedragen. Het negatieve mensbeeld, zoals dit naar voren komt in het eindeloos herhaalde verhaal over de egoïstische eilandbewoners die hun eigen beschaving vernietigden, kan zo een nocebo-effect krijgen: we nemen dit negatieve mensbeeld over, geloven erin en handelen ernaar. (1)

bron: Rutger Bregman, De meeste mensen deugen, 2019

Bregman stelt dat we de dominante diersoort op aarde zijn geworden door onze vriendelijkheid. Door natuurlijke selectie is die eigenschap steeds verder geëvolueerd en is sociaal gedrag genetisch verankerd. Mensen hebben een buitengewoon vermogen om van elkaar te leren en vergeleken met onze verre voorouders hebben we zachte, jeugdige gelaatstrekken gekregen. Homo sapiens is volgens Bregman ‘homo puppy’ geworden, een vriendelijk huisdier. Als het mensbeeld ‘homo puppy’ juist is, dan heeft dit wellicht gevolgen voor hoe we de zin van het leven beschouwen. Het humanisme en het anti-humanisme zijn voorbeelden van levensbeschouwingen.

Vraag 23 1 punt

Beargumenteer met het idee van de ‘homo puppy’ of jij het eerder eens bent met het humanisme of met het anti-humanisme.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argumentatie met het idee van de ‘homo puppy’ voor: − het humanisme, dat uitgaat van menselijke autonomie en dat de oorsprong van de liefde in de menselijke natuur zelf plaatst, of − het anti-humanisme, dat het leven beschouwt als chaotisch krachtenspel zonder hogere zin. voorbeeld van een goed antwoord: − Ik geloof dat de mens van nature goed en vriendelijk is. Inderdaad een ‘homo puppy’, zoals Bregman beweert, want ik zie mensen vooral hun best doen voor elkaar. Daarom ben ik eerder een aanhanger van het humanisme, waarin men er ook van uitgaat dat liefde in de menselijke natuur zit. Ik geloof niet dat het leven strijd is. Bovendien lopen we het gevaar van een nocebo-effect: als we maar vaak genoeg zeggen dat mensen slecht zijn, gaan we er ook nog in geloven. of − Ik ben aanhanger van het anti-humanisme, want ik denk dat alle praat over de goedheid van de mens vooral een teken van slavenmoraal is. We zijn bang om eerlijk te zijn over onszelf, namelijk dat we worden gedreven door onze wil tot macht. De theorie van de ‘homo puppy’ lijkt me wat vergezocht. Maar zelfs als het waar is dat wij een gedomesticeerde mens zijn, dan gebruiken we onze sociale intelligentie volgens mij vooral om er zelf beter van te worden. (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-0311-a-21-3-o

Andere examens filosofie vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2021, tijdvak 3?

Het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (10), ethiek (9) en mens en techniek (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2021, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-0311-a-21-3-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.