Eindexamen filosofie vwo 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: bron: de Volkskrant, 5 december 2015, bron: de Volkskrant, 7 december 2015, bron: https://decorrespondent.nl, naar: de Volkskrant, 7 december 2015, naar: Searle, Seeing things as they are, 2015, naar: Searle, Seeing things as they are, 2015, naar: Reid, Essays over de intellectuele vermogens van de mens, 1785, naar: Searle, Seeing things as they are, 2015, naar: Searle, Seeing things as they are, 2015, naar: Homeland, bron: Homeland.
Het centraal examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2 telt 17 vragen. De meeste vragen gaan over kennisleer (12), ethiek (2) en wetenschapsfilosofie (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Kennisleer | 1-2, 4, 7-14, 16 | 12 |
| Ethiek | 3, 17 | 2 |
| Wetenschapsfilosofie | 5-6 | 2 |
| Mens en techniek | 15 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kennisleer (71% van de vragen, gemiddeld 14%) en wetenschapsfilosofie (12% van de vragen, gemiddeld 3%). Minder over mens en techniek (6% van de vragen, gemiddeld 42%) en politieke filosofie (0% van de vragen, gemiddeld 24%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
bron: de Volkskrant, 5 december 2015
Aangezien de modellen niet op absolute zekerheid berusten, kun je je afvragen of ze wel een juiste weergave van de werkelijkheid zijn en of die ‘hot spot’ nu wel of niet in de buitenwereld bestaat. In de geschiedenis zijn er nogal wat filosofen die uitgaan van zowel het empirisme als van het idee van indirecte waarneming. De combinatie van deze twee uitgangspunten kan echter leiden tot metafysisch scepticisme.
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat de combinatie van empirisme en indirecte waarneming tot metafysisch scepticisme kan leiden. Leg vervolgens met tekst 1 uit dat Croks klimaatscepticisme niet metafysisch maar epistemologisch van aard is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de combinatie van empirisme en indirecte waarneming tot metafysisch scepticisme kan leiden: als alle kennis is gebaseerd op waarneming en wat we waarnemen niet de buitenwereld zelf is, maar een idee / afbeelding, zijn we niet zeker van het bestaan van de buitenwereld (1) • een uitleg dat Croks klimaatscepticisme in tekst 1 niet metafysisch maar epistemologisch van aard is: hij betwijfelt niet het bestaan van iets maar wantrouwt de mogelijkheid om kennis over iets te verkrijgen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het empirisme gaat ervan uit dat alle kennis moet voortkomen uit zintuiglijke waarneming. Als wat we waarnemen niet de buitenwereld zelf is, maar – volgens de indirecte waarneming – slechts een idee of afbeelding van de buitenwereld, dan kunnen we er dus niet zeker van zijn dat de buitenwereld zelf bestaat. Twijfelen aan het bestaan van de buitenwereld noemen we metafysisch scepticisme (1) • Croks klimaatscepticisme is epistemologisch van aard omdat hij in tekst 1 betwijfelt of wetenschappelijke modellen wel een goede manier zijn om uitspraken te doen over de opwarming van de aarde. Volgens hem geven deze modellen de werkelijke situatie met betrekking tot de opwarming van de aarde niet goed weer. Hij twijfelt dus niet aan het bestaan van (dingen in) de buitenwereld, zoals in het metafysisch scepticisme, maar aan de kennis over de buitenwereld, in dit geval de opwarming van de aarde (1) (2)
bron: de Volkskrant, 7 december 2015
Van Soests uitspraak sluit aan bij het fallibilisme van Charles Peirce.
Vraag 2 3 punten
Leg uit dat Van Soests uitspraak aansluit bij Peirces fallibilisme. Leg vervolgens de kritiek van Peirce op sceptische twijfel uit met de zekerheidseis en de onfeilbaarheidseis. Beargumenteer ten slotte met het begrip ‘nut’ of jij deze kritiek overtuigend vindt als antwoord op sceptische twijfel.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik vind dit geen overtuigend antwoord op sceptische twijfel. Het nut van sceptische twijfel is wat mij betreft niet praktisch van aard. Voor een handboekje over welke keuzes ik in het leven moet maken en wat te geloven, ga ik wel naar mijn vrienden, een goeroe of de psycholoog. Scenario’s als het brein in een vat zijn helemaal geen nadeel van sceptische twijfel, maar juist het cruciale element. Die twijfel is fundamenteel en theoretisch. Dat is het nut van sceptische twijfel: ons realiseren dat kennis is gebaseerd op niet te onderbouwen luchtkastelen die eerst uit de weg moeten worden geruimd voordat we welke kennisclaim dan ook kunnen maken (1p)
Klimaatsceptici zijn een doorn in het oog van allerlei milieuactivisten. Stel je twee milieuactivisten voor die strijden tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering voor dieren. Milieuactivist A handelt vanuit een functionalistische opvatting. Milieuactivist B handelt vanuit Aristoteles’ hylemorfisme. Hoewel milieuactivist A en milieuactivist B voor hetzelfde doel strijden, zullen zij door hun filosofische uitgangspunten een andere opvatting hebben over bewustzijn van dieren.
Vraag 3 4 punten
Leg uit op welke manier bewustzijn van dieren verdedigd kan worden:
- door milieuactivist A en
- door milieuactivist B. Geef vervolgens een argument:
- tegen de opvatting van milieuactivist A en
- tegen de opvatting van milieuactivist B.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat milieuactivist A bewustzijn bij dieren kan verdedigen met de opvatting dat de mentale toestanden van dieren bepaald worden door hun functionele rol (1) • een uitleg dat milieuactivist B bewustzijn bij dieren kan verdedigen met de opvatting dat alle vormen van leven een bewustzijnsvorm hebben (1) • een argument tegen de opvatting van milieuactivist A over het bewustzijn van dieren (1) • een argument tegen de opvatting van milieuactivist B over het bewustzijn van dieren (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Milieuactivist A ziet het bewustzijn van dieren als mentale toestanden die worden bepaald door de functionele rol die deze toestanden spelen. Deze mentale toestanden worden gerealiseerd in de fysiologische toestand van het dier en hoewel een dier er anders uitziet dan een mens, kan de functionele rol van de mentale toestanden wel degelijk overeenkomen met de functionele rol van het bewustzijn van mensen (1) • Voor milieuactivist B heeft een dier bewustzijn in de vorm van de sensorische ziel. Dit is een andere bewustzijnsvorm dan die de mens heeft, aangezien vanuit Aristoteles’ hylemorfisme de mens bewustzijn heeft in de vorm van een rationele ziel. Volgens Aristoteles organiseert en structureert de vorm altijd de materie en is bij levende wezens de vorm ‘de ziel’ (1) • Het functionalisme reduceert alles tot binnenwereld en houdt geen rekening met de belevingswereld. Die belevingswereld van dieren kunnen we natuurlijk niet kennen, maar de kans is groot dat deze anders is dan van mensen (1) • Dat dieren leven, groeien, voedsel verteren en jagen wil nog niet zeggen dat ze ook bewustzijn hebben. De opvatting, gevormd vanuit Aristoteles’ idee van een sensorische ziel, dat dieren een vorm van bewustzijn hebben, is veel te liberaal en rekt de betekenis van ‘bewustzijn’ nogal op (1) (4)
bron: https://decorrespondent.nl
Hoewel Van Soest in zijn boek flink uithaalt naar klimaatsceptici, beschuldigt hij ze allerminst van leugen en bedrog. Pierre Bayle bestrijdt religieus dogmatisme met sceptische argumenten. Ook Sextus Empiricus zou weinig ophebben met het dogmatisme in tekst 3. Hij staat voor een sceptische levenshouding.
Vraag 4 3 punten
Leg uit hoe we volgens Bayle moeten omgaan met de religieuze opvatting van Inhofe in tekst 3. Leg vervolgens uit in welk opzicht Bayles opvatting wel past bij het beginsel van Sextus’ scepticisme, maar niet bij het einddoel ervan.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat we volgens Bayle de plicht hebben Inhofes religieus dogmatisme te tolereren omdat Inhofes opvatting in overeenstemming is met zijn geweten (1) • een uitleg dat Bayles opvatting over de onmogelijkheid om te weten dat onze overtuigingen absoluut waar zijn, past bij het beginsel van Sextus’ scepticisme dat er tegenover elk argument altijd een gelijkwaardig ander argument staat (isosthenie) (1) • een uitleg dat Bayles opvatting over de onmogelijkheid om te weten dat onze overtuigingen absoluut waar zijn, niet past bij de onverstoorbaarheid als einddoel van Sextus’ scepticisme (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Inhofes religieus dogmatisme is in overeenstemming met zijn geweten. Hij gelooft in God en kan daarom niet anders dan de invloed van de mens niet erkennen. De opvattingen van een ander die in overeenstemming zijn met zijn geweten, moeten we volgens Bayle tolereren (1) • Volgens Bayle is het onmogelijk om te weten of overtuigingen absoluut waar zijn. Er is volgens hem geen enkel criterium op basis waarvan we het ene voor waar en het andere voor onwaar kunnen houden. Voor verschillende, tegenstrijdige religieuze opvattingen zijn overtuigende argumenten te geven. Dit past in de sceptische levenshouding van Sextus voor zover het om het beginsel gaat dat er tegenover elk argument altijd een gelijkwaardig ander argument staat, waardoor je je oordeel opschort (1) • Bayles opvatting is niet in overeenstemming met Sextus’ sceptische levenshouding voor zover de isosthenie bij Sextus als einddoel onverstoorbaarheid heeft, een innerlijke rust waarbij geen enkele overtuiging verdedigd hoeft te worden. Bayle concludeert daarentegen op basis van de onmogelijkheid om een absolute waarheid vast te stellen, dat we de plicht hebben om tolerant te zijn jegens in onze ogen foute overtuigingen mits deze in overeenstemming zijn met het geweten van de betreffende persoon (1) (3)
Van Soest roept in zijn boek klimaatsceptici bovenal op om te stoppen met pseudowetenschap. Klimaatsceptici doen volgens hem namelijk één belangrijk ding niet in hun twijfelzaaierij: het onderbouwen van hun alternatieve opvatting door middel van natuurkundig bewijs. Om te bepalen wat wetenschappelijk is en wat niet, kan gebruikgemaakt worden van het falsificatiecriterium en het verificatiecriterium. Vanuit de Duhem-Quinestelling zijn beide criteria te bekritiseren.
Vraag 5 2 punten
Leg uit welk demarcatiecriterium Van Soest gebruikt in zijn oproep aan de klimaatsceptici. Geef vervolgens de kritiek vanuit de Duhem-Quinestelling weer op het demarcatiecriterium dat Van Soest gebruikt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Van Soest het verificatiecriterium hanteert omdat hij de klimaatsceptici oproept tot het geven van natuurkundig bewijs (1) • een weergave van de kritiek vanuit de Duhem-Quinestelling dat afzonderlijke hypotheses nooit getest kunnen worden, zodat verificatie van afzonderlijke hypothesen niet mogelijk is en niet als demarcatiecriterium kan gelden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Van Soest vindt dat de klimaatsceptici moeten stoppen met pseudowetenschap door met natuurkundig bewijs te onderbouwen waarom klimaattheorieën onzin zijn. Hieruit blijkt dat Van Soest het verificatiecriterium hanteert om te bepalen of iets wetenschappelijk is of niet: er kan gecontroleerd worden of iets zin of onzin / waar of onwaar is (1) • Volgens de Duhem-Quinestelling bestaan er echter geen cruciale experimenten die voor eens en altijd duidelijk maken of een individuele hypothese waar is of niet. Die hypothese wordt altijd geïnterpreteerd vanuit de theorie waar die hypothese deel van uitmaakt. Het is volgens de Duhem-Quinestelling dus onmogelijk om individuele uitspraken te verifiëren en daarmee iets te zeggen over het al dan niet wetenschappelijk zijn van die uitspraken (1) (2)
naar: de Volkskrant, 7 december 2015
Wie wil bepalen of hij het eens is met Crok of met Van Soest of met geen van beiden, zal een bepaalde houding tegenover waarheid hanteren: bijvoorbeeld die van de wetenschappelijk activisten. Maar het is ook mogelijk om de pyrronistische problematiek erbij te betrekken. Deze problematiek kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd, waaronder op dialectisch niveau. Bovendien speelt de spanning tussen de waardevrijheid en waardegebondenheid van wetenschap in deze discussie tussen Crok en Van Soest een rol.
Vraag 6 4 punten
Leg met tekst 4 uit dat de opvattingen waarop Crok zich baseert niet waardevrij zijn. Leg vervolgens het verschil uit tussen wetenschappelijk scepticisme en de dialectische interpretatie van het pyrronisme. Beargumenteer of jij wel of geen oordeel kunt vormen met wie je het eens bent in de discussie tussen Crok en Van Soest:
- met een afweging tussen wetenschappelijk scepticisme en de dialectische interpretatie van het pyrronisme en
- met het onderscheid tussen waardegebondenheid en waardevrijheid.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik ben eerder een voorstander van het pyrronisme dan van wetenschappelijk activisme omdat ik de wetenschappelijke methode niet vertrouw in zijn onafhankelijkheid en waardevrijheid. Elke wetenschappelijke methode is volgens mij altijd ook waardegebonden, niet alleen omdat de belangen van de onderzoeker of de financiering van het onderzoek of het beoogde doel van het onderzoek een rol spelen, maar omdat zelfs de waarden binnen het hele wetenschappelijke paradigma van de onderzoeker een rol spelen. Wetenschappelijk activisme is dan ook geen garantie voor ware objectieve kennis; die bestaat sowieso niet. De eerlijkste houding voor mij is dan ook de dialectische interpretatie van het pyrronisme dat er geen neutraal standpunt mogelijk is over hoe de wereld in elkaar zit en dat wie toch voor een bepaalde methode, zoals de wetenschappelijke methode, kiest, achteraf bezien niet neutraal was. Consequentie daarvan is dat ik niet kan vaststellen of ik het eens ben met Crok of Van Soest (2) of
- Ik kan prima vaststellen of ik het eens ben met Crok of Van Soest. Elke opvatting is volgens mij hoe dan ook waardegebonden; daar ontkom je niet aan. Dat geldt voor zowel Crok als Van Soest: zij zijn beiden niet waardevrij, maar waardegebonden. Maar dat wil niet zeggen dat je in de wetenschap niet kunt streven naar een methode die zoveel mogelijk waardevrij is om tot zo waar mogelijke uitspraken te komen. De wetenschappelijke methode slaagt daar wellicht niet volledig in, maar wel bij benadering. Ik ben dan ook een voorstander van wetenschappelijk activisme boven de onverschillige, lamleggende houding van de pyrronisten en ben het om die reden eens met Van Soest die de klimaatsceptici oproept om te stoppen met zowel het bedrijven van pseudowetenschap als met het aan de leiband lopen van de fossiele industrie (2p)
naar: Searle, Seeing things as they are, 2015
Om verschillende antwoorden op het epistemologisch scepticisme goed te kunnen onderscheiden, kun je gebruikmaken van de generieke vorm van de sceptische paradox.
Vraag 7 2 punten
Geef de generieke vorm van de sceptische paradox weer. Geef vervolgens met tekst 5 een voorbeeld van deze sceptische paradox.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de generieke vorm van de sceptische paradox: (1) S weet dat p; (2) S weet niet dat niet q; (3) Als S weet dat p, dan weet S dat niet q (1) • een voorbeeld met tekst 5 van deze sceptische paradox (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de generieke vorm van de sceptische paradox staat S voor een kentheoretisch subject, p is een beweerzin en q is een sceptisch alternatief voor p: (1) S weet dat p; (2) S weet niet dat niet q; (3). Als S weet dat p, dan weet S dat niet q (1) • Met tekst 5 kan bijvoorbeeld de volgende sceptische paradox worden weergegeven: (1) S weet dat p − Ik weet dat morgen de zon opkomt; (2) S weet niet dat niet q − Ik weet niet dat niet vannacht de zon explodeert; (3) Als S weet dat p, dan weet S dat niet q − Als ik weet dat morgen de zon opkomt, weet ik dat niet vannacht de zon explodeert (1) (2)
Searle gaat in zijn verdediging tegen het scepticisme in op David Hume. Volgens Hume kan de waarneming geen bewijs leveren voor een bestendig en onafhankelijk bestaan van de buitenwereld en de objecten daarin.
Vraag 8 2 punten
Leg deze opvatting van Hume uit met:
- zijn begrip ‘impressie’ en
- de rol van de verbeelding.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Humes opvatting met zijn begrip ‘impressie’ dat de waarneming geen bewijs kan leveren voor een bestendig en onafhankelijk bestaan van de buitenwereld: er is geen impressie van een bestendig en onafhankelijk bestaan van de buitenwereld (1) • een uitleg van Humes opvatting met de rol van de verbeelding: omdat de zintuigen niet voorbij de grenzen van de waarneming kunnen komen, kan de waarneming alleen geen zekerheid over het onafhankelijk en bestendig bestaan van objecten in de buitenwereld geven, en dit moet dus een product van de verbeelding zijn (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Humes empirisme moet kennis gebaseerd zijn op de waarneming, op impressies. Maar van een bestendig en onafhankelijk bestaan van de buitenwereld kunnen we geen impressie hebben. Er is geen waarneming op grond waarvan we tot een bewijs zouden kunnen komen (1) • Volgens Hume is het onmogelijk om op basis van de waarneming te concluderen dat objecten bestendig en onafhankelijk van de waarneming in de buitenwereld bestaan. De waarneming biedt die indrukken niet aan en de zintuigen kunnen niet voorbij de grenzen van de waarneming komen, noch kan de rede deze zekerheid bieden. Het toekennen van een zelfstandig en bestendig bestaan is daarom een product van de verbeelding (1) (2)
naar: Searle, Seeing things as they are, 2015
Volgens Searle is er geen bewijs nodig om te weten dat hij twee benen heeft. Net als John Austin meent ook Searle dat er een verschil is tussen iets weten en iets kunnen bewijzen. George Moore formuleert drie voorwaarden waaraan een strikt bewijs moet voldoen. Met die criteria zou Searle volgens Moore wel degelijk een bewijs kunnen leveren dat hij twee benen heeft.
Vraag 9 2 punten
Leg uit in welk opzicht Searles opvatting in tekst 6 aansluit bij Austins opvatting over het verschil tussen weten en bewijzen. Geef vervolgens met behulp van de criteria van Moore weer dat Searle een strikt bewijs kan geven dat hij twee benen heeft.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg in welk opzicht Searles opvatting in tekst 6 aansluit bij Austins opvatting over het verschil tussen weten en bewijzen: ook volgens Austin kun je iets weten zonder het te hoeven bewijzen / zonder de correcte toereikende kenmerken te beschrijven waarvoor geen relevant alternatief bestaat (1) • een weergave met behulp van de criteria van Moore dat Searle een strikt bewijs kan geven dat hij twee benen heeft: de conclusie volgt logisch noodzakelijk uit de premisse waarvan je weet dat die waar is en die anders is dan de conclusie (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Searle is het direct ervaren van zijn twee benen voldoende om te weten, hij ziet ze namelijk. Ook volgens Austin is het mogelijk om iets te weten zonder het te kunnen bewijzen. We hoeven niet alle kenmerken te benoemen die we waarnemen om te weten wat we zien. Genoeg is genoeg. Ook zonder bewijs kan hij al weten dat hij twee benen heeft (1) • Een strikt bewijs moet volgens Moore aan de volgende drie voorwaarden voldoen: 1. De premisse die dient als bewijs voor de conclusie moet verschillen van de conclusie die je wilt bewijzen; 2. Je moet weten dat de premisse waar is, en niet zomaar iets wat je gelooft; 3. De conclusie moet logisch noodzakelijk voortvloeien uit de premisse. Searle zou daarmee op dezelfde manier waarop Moore bewijst dat hij twee handen heeft, kunnen bewijzen dat hij twee benen heeft. Searle zou al zittend zijn twee benen achtereenvolgens vooruit kunnen strekken en daarbij achtereenvolgens zeggen dat het zijn rechterbeen is en vervolgens zijn linkerbeen. Daaruit zou hij de conclusie mogen trekken dat hij twee benen heeft. Zijn redenering zou dan volgens Moore voldoen aan de drie voorwaarden voor een streng bewijs (1) (2)
naar: Reid, Essays over de intellectuele vermogens van de mens, 1785
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 10 2 punten
Leg uit dat Humes argument in tekst 7 volgens Reid niet tegen het direct realisme ingaat. Leg vervolgens uit dat Reid in dit opzicht geen naïef realist is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Humes argument in tekst 7 niet tegen het direct realisme ingaat omdat de verandering van grootte van objecten op afstand overeenkomt met de verwachting en zonder problemen kan worden verklaard vanuit de perspectiefleer (1) • een uitleg dat Reid geen naïef realist is: hij maakt gebruik van de perspectiefleer (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Reid nemen onze zintuigen de objecten in de wereld rechtstreeks waar en niet afbeeldingen daarvan in onze geest, zoals Hume beweert in tekst 7. De ogenschijnlijke verandering van grootte van objecten in de waarneming, zoals de tafel, door de verandering van afstand ten opzichte van een object is precies wat je op grond van gezond verstand en meetkunde zou verwachten: een tafel lijkt kleiner naarmate je er verder van af gaat staan. Vanuit de perspectiefleer is dit bovendien eenvoudig te verklaren (1) • Het naïef realisme gaat ervan uit dat objecten alle eigenschappen hebben die we waarnemen. Gevolg hiervan is dat er een probleem ontstaat als een tafel kleiner lijkt te worden als we verder weg gaan staan. We nemen op verschillende afstanden van de tafel weliswaar dezelfde tafel waar, maar de eigenschappen van die tafel verschillen in de waarneming, de tafel lijkt kleiner of groter te zijn. Reid verdedigt zijn realisme op dit punt vanuit de perspectiefleer, waardoor hij geen naïef realist kan worden genoemd (1) (2)
naar: Searle, Seeing things as they are, 2015
Reid gebruikt het waarnemen van de zon en de maan in zijn beschrijving van het verschil in opvatting van Locke en Berkeley.
Vraag 11 4 punten
Geef met het voorbeeld van het waarnemen van de zon en de maan:
- het verschil weer tussen de representatieve theorie van Locke en de idealistische theorie van Berkeley en
- de kritiek van Reid weer op beide theorieën. Leg tot slot met het begrip ‘gezond verstand’ uit in hoeverre het direct realisme een beter antwoord geeft op het metafysisch scepticisme dan het indirect realisme.
Bekijk het antwoord
Opmerking Bij het derde deelantwoord kan aan andere filosofische kritiek van Reid op het standpunt van Locke en Berkeley ook een scorepunt worden toegekend, als daarbij het voorbeeld van de zon en de maan is gebruikt.
naar: Searle, Seeing things as they are, 2015
In tekst 9 gebruikt Searle Wittgensteins oplossing voor het conceptueel scepticisme ten aanzien van andere geesten om zich te verdedigen tegen het metafysisch scepticisme. Het standpunt van het direct realisme over het probleem van andere geesten kan worden ondersteund door cognitiewetenschap.
Vraag 12 3 punten
Leg uit dat het standpunt van het direct realisme ten aanzien van andere geesten kan worden ondersteund door cognitiewetenschappelijke bevindingen. Geef vervolgens aan wat Wittgensteins privétaalargument inhoudt. Leg tot slot uit dat Searle de oplossing van Wittgenstein voor het conceptueel scepticisme ten aanzien van andere geesten gebruikt om zich te verdedigen tegen het metafysisch scepticisme.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Volgens Wittgenstein komen begrippen over de buitenwereld net als pyschologische begrippen tot stand in een intersubjectieve sociaal- linguïstische context. Wittgenstein verklaart met zijn privétaalargument het probleem van andere geesten tot pseudoprobleem. Het privétaalargument veronderstelt immers dat anderen al bestaan, anders zouden we onze publieke taal niet kunnen hebben. Searle vergelijkt zijn eigen opvatting met die van Wittgenstein omdat volgens hem ook het metafysisch scepticisme slechts tot een pseudoprobleem leidt. De zin ‘ik zie een tafel voor me’ heeft alleen betekenis in de context van een gedeelde taal over objecten in de buitenwereld. Het feit dat ik me soms kan vergissen in het juist benoemen van tafels enzovoorts betekent volgens Searle nog steeds dat het bestaan van een buitenwereld verondersteld is. Op dezelfde wijze als Wittgenstein ten aanzien van pijn doet, stelt Searle dat het metafysisch scepticisme dus een pseudoprobleem is (1p)
naar: Homeland
Of een vergezocht scenario dat Brody is overgelopen serieus overwogen moet worden, kan afhangen van de epistemologische theorie die je aanhangt. Volgens relevantisme en contextualisme bepaalt de context van de kennisclaim in belangrijke mate of een scenario serieus genomen moet worden. Maar beide posities kiezen voor een andere insteek bij het evalueren van de context.
Vraag 13 3 punten
Leg met tekst 10 uit of de situatie hier bepaalt dat Carries scenario relevant is voor het contextualisme. Leg vervolgens uit dat het relevantisme op andere gronden tot dezelfde conlusie komt. Beargumenteer ten slotte of Brody volgens het utilisme gevolgd zou moeten worden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik denk dat Brody niet gevolgd zou moeten worden. We hebben regels afgesproken over wanneer iemand gevolgd mag worden en wanneer niet, en die regels mag je niet zomaar breken. Als deze regels gebroken zouden kunnen worden, dan zou het vertrouwen van de burgers in de overheid enorm kunnen verminderen en dat levert veel angst en onvrede en dus ongeluk op (1p)
Carrie en Berenson besluiten uiteindelijk dat er gesurveilleerd gaat worden bij Brody thuis. Tijdens de surveillance blijkt dat Brody vele nachtmerries heeft. Hij heeft moeite om de draad op te pakken met zijn familie, en hij blijkt moslim te zijn geworden. Deze informatie is echter niet voldoende om hem te beschuldigen van terrorisme. Carrie probeert in haar surveillance bewijs te verzamelen, maar slaagt daar niet in. Tegelijkertijd heeft Carrie te kampen met een bipolaire stoornis die ze moeilijk onder controle krijgt. Door omstandigheden lukt het haar niet om tijdig haar medicatie te nemen, waardoor ze in een manische periode belandt. In haar manische fase is ze altijd extra scherp en doorziet ze verbanden, logische connecties en informatie waar ze normaal gesproken niet de concentratie voor heeft. Daardoor kan ze alle informatie extra goed analyseren en op juiste waarde schatten. Zo vindt ze een aanwijzing dat er een opvallend verband bestaat tussen de activiteiten van een terroristenleider, Abu Nazir, en sergeant Brody. Ze twijfelt nu helemaal niet meer aan haar theorie. Als de manische periode afloopt, volgt een depressie, waardoor ze zelf achteraf niet goed meer weet hoe ze tot dit inzicht kwam. Ze weet dus nog wel dat ze terecht inzag dat Brody gekoppeld was aan Abu Nazir en ze weet ook dat ze in haar manische periodes altijd extra goed kan redeneren en denken. Ze weet echter niet meer hoe ze dit aantoonde, ze is dat na de periode vergeten. Carrie claimt dat ze zeker weet dat sergeant Brody een terrorist is. Plato onderzoekt in de ‘Theaetetus’ aan de hand van een aantal voorbeelden de voorwaarden voor kennis.
Vraag 14 3 punten
Leg uit welke eis Plato toevoegt aan de analyse van kennis. Leg vervolgens uit:
- of Carries kennisclaim voldoet aan Plato’s toegevoegde eis van kennis en
- in welk soort situaties Carries kennisclaim een Gettier-geval zou zijn.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Plato de rechtvaardigingseis toevoegt aan de analyse van kennis: ware overtuigingen zijn wel noodzakelijk voor kennis maar niet voldoende (1) • een uitleg of Carries kennisclaim voldoet aan deze rechtvaardigingseis van kennis: Carrie is op een gerechtvaardigde wijze tot haar overtuiging gekomen (1) • een uitleg in welk soort situaties Carries kennisclaim een Gettier-geval kan zijn: als Carries kennisclaim voldoet aan de drie eisen (waarheid, overtuiging, rechtvaardiging), maar toch een toevalstreffer is en daarom geen kennis genoemd zou worden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Plato bespreekt een voorbeeld van een overtuiging van de onschuld van iemand die niet gerechtvaardigd is, ook al is deze waar. We zouden dat nog geen kennis noemen. Daarom voegt Plato deze rechtvaardigingseis ook toe (1) • Bij Carrie is de overtuiging wel op een goede manier tot stand gekomen, ze was gerechtvaardigd in haar overtuiging, maar nu weet ze alleen niet meer hoe ze erbij is gekomen. Haar kennisclaim voldoet dus wel aan de rechtvaardigingseis van kennis (1) • Carries kennisclaim zou een Gettier-geval kunnen zijn als Carries informatie bijvoorbeeld over een andere soldaat gaat van wie ze denkt dat het Brody is. Toevallig is deze soldaat, net als Brody, ook moslim geworden en heeft hij een vergelijkbare connectie met Abu Nazir. In dat geval gaan de drie voorwaarden van kennis, dat het een gerechtvaardigde ware overtuiging is, wel op, maar zouden we Carries kennisclaim dat Brody een terrorist is geen kennis noemen, maar een toevalstreffer (1) (3)
bron: Homeland
Bij veel theorieën over persoonlijke identiteit speelt het geheugen een belangrijke rol. Carrie is niet bang voor eventuele veranderingen als ze haar geheugen deels verliest, terwijl Berenson juist vreest dat ze echt zal veranderen. Hume analyseert ons idee van persoonlijke identiteit en stelt dat het geheugen daarin een belangrijke rol speelt.
Vraag 15 2 punten
Leg uit welke rol volgens Hume het geheugen heeft voor ons idee van persoonlijke identiteit. Beargumenteer vervolgens met het begrippenpaar dualisme en monisme of jij vindt dat Carrie door de therapie van identiteit zal veranderen.
Bekijk het antwoord
Opmerking Bij de laatste deelvraag kan ook een scorepunt worden toegekend aan een antwoord waarin wordt beargumenteerd dat de identiteit wel zal veranderen, mits op juiste wijze gebruik wordt gemaakt van het begrippenpaar dualisme en monisme.
Door elektroshocks kunnen verwardheid en concentratieproblemen ontstaan, waardoor je niet meer helder en duidelijk kunt denken. Carrie is daarom bang dat ze in een schijnwereld terechtkomt en niet meer weet wat echt of nep is. De toestand waarin Carrie vreest terecht te komen is vergelijkbaar met de sceptische scenario’s van het gedachte-experiment van Putnam van het ‘brein in een vat’ en de sceptische gedachte-experimenten van Descartes. Dan geldt Carries onzekerheid echter niet alleen voor iemand die een dergelijke shocktherapie heeft ondergaan, maar voor alle mensen.
Vraag 16 2 punten
Leg een overeenkomst uit tussen enerzijds een argument van Descartes’ sceptische twijfel en anderzijds Putnams sceptische gedachte-experiment. Leg vervolgens met een verschil tussen deze argumenten uit welk argument volgens jou meer onzekerheid veroorzaakt.
Bekijk het antwoord
Opmerking Bij de laatste deelvraag kan ook een scorepunt worden toegekend voor een antwoord dat Descartes’ argument meer onzekerheid zal veroorzaken, mits dit goed beargumenteerd wordt op grond van een verschil tussen het gekozen argument van Descartes (droom-argument of kwaadaardige- demon-argument) en het BIV-gedachte-experiment.
Achteraf blijkt Carrie gelijk te hebben: Brody heeft nog steeds connecties met Abu Nazir. Er wordt door Nazir een terroristische aanslag op Amerika beraamd, met Brody als beoogde aanslagpleger. Inmiddels is Brody congreslid geworden en ambieert hij een politieke carrière om vanuit de politiek nog veel meer ruimte te krijgen voor de idealen die hij als terrorist heeft. Brody voelt nog veel loyaliteit naar Abu Nazir. Brody is ervan overtuigd dat de Amerikaanse politiek schuldig is aan oorlogsmisdaden en steunt Nazir en zijn ideologie dat een terroristische aanslag als vergeldingsactie voor de Amerkaanse oorlogsmisdaden gerechtvaardigd is. Brody begint echter te twijfelen en wil het plan voor een aanslag eigenlijk niet doorzetten, omdat er te veel onschuldige mensen bij om zouden komen.
Brody heeft een conflict in zijn wereldbeeld waarin zijn Amerikaanse achtergrond en idealen in botsing komen met de idealen van de terroristengroep van Nazir. Stel dat Brody beslist om de aanslag niet te plegen omdat hij bang is dat er te veel onschuldige burgers het slachtoffer zouden worden van de vergeldingsactie. Hij laat dan zijn loyaliteit naar Nazir varen. Hoewel Brody dan beslist om de aanslag niet te plegen, is op grond van zijn beweegredenen niet meteen te zeggen dat Brody in moreel opzicht een goed mens genoemd kan worden. Vanuit de plichtethiek van Kant wordt gekeken naar de motivatie achter de handeling om te bepalen of iemand moreel juist handelt. De deugdethiek van Aristoteles kijkt naar karaktereigenschappen, bijvoorbeeld naar een eigenschap als loyaliteit.
Vraag 17 3 punten
Leg met de categorische imperatief uit of Kant loyaliteit als reden tot handelen moreel juist zou vinden. Leg vervolgens uit dat volgens Aristoteles’ deugdethiek loyaliteit een deugd genoemd kan worden. Leg ten slotte met de praktische houding van Brody uit wat rationaliteit en integriteit van een wereldbeeld inhouden.
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een antwoord op de eerste deelvraag waarin de doel-middel-formulering van de categorische imperatief op juiste wijze wordt gebruikt om uit te leggen dat handelen uit loyaliteit niet moreel juist is, kan ook een scorepunt toegekend worden.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-19-2-o
Andere examens filosofie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2019, tijdvak 2?
Het centraal examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2 telt 17 vragen. De meeste vragen gaan over kennisleer (12), ethiek (2) en wetenschapsfilosofie (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2019, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-19-2-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.