Eindexamen filosofie vwo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: bron: Der Spiegel, 2018, bron: Der Spiegel, 2018, naar: NRC, 2018, bron: The Guardian, 2018, Opgave 2 De strevende klasse, naar: De Correspondent, 2017, naar: De Correspondent, 2018, naar: De Correspondent, 2017, naar: De Correspondent, 2017, Opgave 3 Kledingindustrie, naar: De Correspondent, 2018, bron: De Correspondent, 2018.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (16), ethiek (6) en mens en techniek (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Politieke filosofie6-8, 10, 13-23, 2516
Ethiek1, 3-5, 9, 246
Mens en techniek2, 11-123

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over politieke filosofie (64% van de vragen, gemiddeld 21%) en ethiek (24% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over mens en techniek (12% van de vragen, gemiddeld 41%) en kennisleer (0% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

bron: Der Spiegel, 2018

In de filosofie zijn uiteenlopende opvattingen te vinden over hoe om te gaan met onze lichamelijke behoeftes of passies. De stoïcijnen en Jeremy Bentham hebben verschillende opvattingen over de verhouding tussen rede en lichaam.

Vraag 1 3 punten

Leg uit dat Bentham en de stoïcijnen verschillen van opvatting over de verhouding tussen rede en lichaam. Beargumenteer vervolgens met een afweging tussen de opvattingen van Bentham en de stoïcijnen hoe Mertesacker zich beter tot zijn lichaam zou kunnen verhouden.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Bentham gaat ervan uit dat we moeten berekenen wat ons het meeste geluk oplevert. In het geval van Mertesacker moet hij dus berekenen of het salaris, de status enzovoort opwegen tegen het leed van de stress. De stoïcijnen zouden juist zeggen dat Mertesacker zijn lichamelijke gevoelens zo veel mogelijk onder controle moet houden om vrij te worden. Ik denk dat het advies van de stoïcijnen beter is. Mertesacker wordt heen en weer geslingerd tussen de pijn van de stress en het plezier van een gewonnen wedstrijd. Daar kun je geen berekening van maken, zoals Bentham denkt. Dan heb je er meer aan om je lichamelijke gevoelens te negeren en zo geen stress meer te ervaren (1p)

Mertesacker probeert gedurende zijn carrière de juiste keuzes te maken om zich te verhouden tot de lichamelijke druk. Sommige filosofen beweren dat de mens door een gebrekkig natuurlijk instinct anders omgaat met zijn lichaam dan veel dieren.

Vraag 2 2 punten

Leg uit dat volgens deze bewering:

  • bij mensen een gebrekkig instinct samenhangt met vrijheid, en
  • menselijke behoeftes een culturele dimensie hebben.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de mens door zijn gebrekkige instinct ertoe wordt aangezet zelf na te denken/zijn omgeving om te vormen, en vrijer is ten aanzien van zijn lichaam/instinct (1) • een uitleg dat menselijke behoeftes invulling krijgen door culturele gebruiken doordat de behoeftes niet volledig natuurlijk bepaald zijn (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens sommige filosofen hebben mensen anders dan dieren een gebrekkig natuurlijk instinct en daarmee ook een andere verhouding tot hun lichaam. Mensen worden niet onmiddellijk bepaald door hun instinct, waardoor ze moeten nadenken over hoe ze hun leven inrichten. Dat betekent echter ook dat zij tot op zekere hoogte vrij zijn van hun lichamelijke instincten en andere keuzes kunnen maken (1) • Zo moeten we bijvoorbeeld ook onze omgeving vormen en zelf nadenken als het gaat om het invullen van onze behoeftes. Ook bij ‘natuurlijke’ behoeftes als voedsel, onderdak of seks handelen we niet instinctief, maar geven we zelf invulling aan die behoeftes door ons voedsel te bereiden of huizen te bouwen. De manier waarop we dat doen wordt mede gevormd door de cultuur waarin we leven. Eten en drinken zijn gecultiveerde activiteiten die een heel andere invulling kunnen krijgen binnen verschillende culturen. Zo ontbijten Japanners met hartige gerechten en Amerikanen met zoete donuts (1) (2)

Hoe iemand goede keuzes kan maken, is te begrijpen vanuit de deugdethiek. Aristoteles gaat daarbij uit van een bepaalde opvatting van de deugd of voortreffelijkheid.

Vraag 3 1 punt

Leg met een voorbeeld uit dat de deugd geen vermogen of emotie is, maar een houding.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg met een voorbeeld dat voortreffelijkheid niet iemands emotie op zich is, of een vermogen, maar de houding die iemand heeft ten opzichte van zijn emotie. voorbeeld van een goed antwoord: Een emotie is bijvoorbeeld woede. Volgens Aristoteles zijn emoties niet bewust gekozen maar overkomen ze je. Met een vermogen bedoelt Aristoteles de mate waarin je die emotie ook kunt voelen, dus bijvoorbeeld hoe boos je kunt worden. Maar volgens Aristoteles beoordelen we iemand niet op zijn emoties of op het feit dat hij het vermogen heeft een emotie te voelen, maar op de manier waarop hij zich tot zijn emoties verhoudt. We zeggen dat iemand de deugd heeft als hij zich op een voortreffelijke manier tot zijn emoties verhoudt. (1)

Vraag 4 1 punt

Leg met het begrip ‘volkomen deugd’ uit dat Aristoteles’ deugdethiek elitair genoemd kan worden.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat de volkomen deugd als de vereniging van ethische deugden en praktische wijsheid voor weinigen bereikbaar is. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Aristoteles staan de deugden niet los van elkaar, maar hebben ze elkaar nodig. Om het juiste te doen in elke situatie moet je én over de juiste houding beschikken én over het juiste inzicht. De volkomen deugd is dus een vereniging van ethische deugden en praktische wijsheid. Aristoteles noemt dit ‘rechtvaardigheid’. Dit is maar voor weinigen weggelegd. Wie niet over de volkomen deugd beschikt, kan beter onder het gezag vallen van hen die hier wel over beschikken. Daarom kan Aristoteles’ deugdethiek elitair genoemd worden. (1)

bron: Der Spiegel, 2018

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 5 1 punt

Geef een argument met tekst 2 dat Mertesacker in de omgang met zijn blessure volgens Aristoteles niet heeft gehandeld volgens de deugd.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argument dat Mertesacker niet het juiste midden tussen te veel en te weinig heeft gekozen in de omgang met zijn blessure. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Aristoteles is de deugd een karakterhouding waarmee iemand het juiste midden kiest tussen te veel en te weinig. Mertesacker kiest ervoor ‘zijn lichaam te offeren’ om mee te kunnen doen aan het WK in eigen land. Het vergt doorzettingsvermogen om offers te brengen om je doelen te bereiken. Maar in dit geval denk ik niet dat Mertesacker met zijn doorzettingsvermogen het juiste midden heeft gevonden. Wanneer zijn team namelijk wordt uitgeschakeld voelt hij alleen maar opluchting: “Eindelijk is het voorbij.” Ik denk dat dit al aangeeft dat hij te ver is gegaan. Hij is doorgeschoten in zijn verlangen om zijn doel te bereiken, hij heeft te veel doorgezet en daarbij te veel van zijn lichaam gevergd. (1)

naar: NRC, 2018

In de neoklassieke opvatting van de vrije markt spelen hebzucht en egoïsme een belangrijke rol.

Vraag 6 2 punten

Leg met het voorbeeld van Manchester City uit dat in de neoklassieke opvatting hebzucht en egoïsme:

  • aanjagers zijn van economische ontwikkeling, en
  • invulling geven aan een bepaalde sociale orde.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat in de neoklassieke opvatting van de vrije markt de hebzucht en het egoïsme van Europese topclubs aanjagers zijn van economische ontwikkeling (1) • een uitleg dat in de neoklassieke opvatting van de vrije markt hebzucht en egoïsme leiden tot een bepaalde sociale orde waarin sommige clubs profiteren en andere niet (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De neoklassieke opvatting van de vrije markt gaat ervan uit dat mensen gedreven worden door eigenbelang en hebzucht. Maar, zoals Mandeville al zei: ‘private vices, public benefits’. In dit geval zijn het de ‘private vices’ van clubs als Manchester City die de beste willen zijn, die ervoor zorgen dat de voetbaleconomie wordt aangejaagd. In zijn hebzucht koopt Manchester City jonge talenten op, wat leidt tot beter voetbal en hogere inkomsten (1) • Zo’n strijd om eigenbelang leidt automatisch tot bepaalde winnaars en verliezers. Manchester City profiteert met zijn Afrikaanse kweekvijver enorm van ‘deze periode van solo-dominantie’ ten koste van andere clubs. Zo wordt Manchester City bijvoorbeeld succesvoller in de Champions League en heeft het hogere inkomsten dan andere clubs. Hebzucht en egoïsme leiden dus tot een sociale orde met een paar winnaars bovenaan en een hoop verliezers daaronder. Dat is nu eenmaal een onvermijdelijk gevolg van de strijd om wie de beste is (1) (2)

Voor- en tegenstanders van de praktijk in tekst 3 verschillen van mening over of jonge talenten hier een kans krijgen of juist uitgebuit worden. De neoklassieke opvatting van de vrije markt is een variant van het liberalisme. Het communitarisme bekritiseert het liberale mensbeeld.

Vraag 7 3 punten

Geef vanuit het mensbeeld van het liberalisme een argument voor de praktijk in tekst 3. Geef vervolgens vanuit het mensbeeld van het communitarisme een argument tegen de praktijk in tekst 3. Beargumenteer tot slot met het onderscheid tussen dunne moraal en dikke moraal welke van deze twee posities volgens jou meer bijdraagt aan het goede leven van de jonge Afrikaanse talenten.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Om te kunnen bepalen wat rechtvaardig is, heb je volgens communitaristen een dikkere moraal nodig, die gebaseerd is op een idee van gemeenschap. De moraal van liberalen, die alleen uitgaat van zo veel mogelijk vrijheid, geeft daar onvoldoende invulling aan. Dat zie je ook duidelijk terug in de praktijk in tekst 3. Is het juist dat steenrijke clubs achtjarige kinderen aan zich binden? Willen we een samenleving zijn waarin jonge kinderen ‘grondstof’ zijn voor de machtsstrijd tussen Europese voetbalclubs? Volgens mij is het goede leven meer dan een vrije markt waarop mensen verhandelbare producten zijn. Een gedeelde gemeenschap is een voorwaarde voor mensen om het goede leven vorm te kunnen geven. Het lijkt me dat voor een goede gemeenschap kinderen juist zo veel mogelijk buiten de economie gehouden moeten worden om zich eerst via onderwijs te ontwikkelen tot volwaardige burgers (1p)

bron: The Guardian, 2018

De jeugdopleiding van een topclub kan gezien worden als onderdeel van de prestatiemaatschappij.

Vraag 8 2 punten

Leg uit dat in de prestatiemaatschappij de vrije markt een individualiserende ideologie is geworden. Leg vervolgens uit met welke dimensie van het goede leven Mertesacker in tekst 4 kritiek levert op de prestatiemaatschappij.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat in de prestatiemaatschappij de vrije markt een individualiserende ideologie is geworden: slagen of falen op de vrije markt wordt voorgesteld als het gevolg van het handelen van het individu (1) • een uitleg dat Mertesacker in tekst 4 kritiek levert op de prestatiemaatschappij met de dimensie van zin: de eenzijdige nadruk op succes zorgt voor grote psychologische druk, zoals verlies van spelplezier en persoonlijkheid / met de dimensie van instituties: jonge voetballers moeten beschermd worden tegen opleidingen met een eenzijdige nadruk op presteren (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de prestatiemaatschappij wordt iedereen beoordeeld op zijn of haar prestaties. Presteer je goed, dan ben je succesvol, verdien je veel en heb je een hoge status. Faal je, dan is dat je eigen verantwoordelijkheid en je eigen schuld. Het idee van de meritocratische prestatiemaatschappij is dus gebaseerd op een ideologie van het individu dat geheel zelfstandig tot zijn prestaties komt, terwijl in werkelijkheid succes of falen afhankelijk is van allerlei factoren waar je geen invloed op hebt, zoals toeval of afkomst (1) • Doordat slagen en falen eenzijdig worden voorgesteld als individuele verdienste of schuld, komt er een grote psychologische druk op het individu te liggen. Er is dan ook veel kritiek dat de prestatiemaatschappij leidt tot stress en burn-out. Mertesacker sluit hierop aan. Hij benadrukt het belang van spelplezier en het ontwikkelen van je eigen persoonlijkheid. Vanuit het idee dat het goede leven meer is dan presteren op het veld probeert hij de jonge voetballers te beschermen tegen de enorme druk waaronder ze moeten presteren. Een voetbalcarrière duurt uiteindelijk maar kort en dus is het belangrijk dat deze spelers meer manieren hebben om betekenis te halen uit wat ze doen dan de kortstondige status die ze hebben. Hij gaat dus uit van de dimensie zin in zijn kritiek op de eenzijdige nadruk op prestaties / (2)

Opgave 2 De strevende klasse

Volgens journalist Nina Polak hecht de hedendaagse mens meer aan ‘ervaringen’ dan aan spullen. Een van die ervaringen is festivals bezoeken. De eerste festivals die in de jaren zestig door hippies werden georganiseerd, worden geïdentificeerd met zelfexpressie, seksuele vrijheid, verzet tegen autoriteit, rebelse songteksten en politieke betrokkenheid. Deze festivalwaarden waren uitdrukking van de bevrijding van het individu en van verzet tegen de morele dagelijkse orde. Sinds de moderniteit zijn opvattingen over ‘het autonome individu’ op verschillende manieren gedefinieerd, onder andere door Søren Kierkegaard.

Vraag 9 2 punten

Leg uit in welk opzicht Kierkegaards opvatting over het autonome individu

  • wel aansluit bij de festivalcultuur uit de jaren zestig en
  • in welk opzicht niet.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg in welk opzicht Kierkegaards opvatting over het autonome individu wel aansluit bij de festivalcultuur uit de jaren zestig: verzet tegen de morele (algemeenheid van de) burgercultuur / radicale zelfverhouding van het individu (de enkeling) (1) • een uitleg in welk opzicht Kierkegaards opvatting over het autonome individu niet aansluit bij de festivalcultuur uit de jaren zestig: de radicale zelfverhouding gaat bij hem om de innerlijke verhouding van de enkeling tot God (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Net zoals de festivalcultuur in de jaren zestig een verzet was tegen de moraal van de burgercultuur, verzette Kierkegaard zich tegen de algemene ethische wetten van de burgerlijk-christelijke cultuur. De hoogste waarheid van de menselijke existentie ligt volgens Kierkegaard bij de enkeling. In beide gevallen is er dus sprake van verzet tegen de burgerlijke cultuur/moraal en staat het individu en de manier waarop dit individu zich tot zichzelf verhoudt centraal (1) • Maar anders dan volgens de idealen uit de jaren zestig, vat Kierkegaard de enkeling op vanuit de innerlijke verhouding tot God. De enkeling overstijgt volgens Kierkegaard het algemene van vaste morele plichten en wetten door zijn diepste innerlijke verhouding tot God. Deze religiositeit sluit niet bepaald aan bij de anti-autoritaire waarden van de festivalcultuur in de jaren zestig (1) (2)

naar: De Correspondent, 2017

De jongen in tekst 5 lijkt te worstelen met de balans tussen individualiteit en gemeenschappelijkheid. Georg Hegel verwoordt deze balans met zijn opvatting over ‘Anerkennung’. Hij geeft daarmee kritiek op het atomaire vrijheidsbegrip.

Vraag 10 2 punten

Geef met het begrip ‘Anerkennung’ Hegels kritiek op het atomaire vrijheidsbegrip weer. Beargumenteer vervolgens met tekst 5 of jij Hegels kritiek op het atomaire vrijheidsbegrip overtuigend vindt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave, met het begrip ‘Anerkennung’, van Hegels kritiek op het atomaire vrijheidsbegrip: vrijheid is gelegen in een verdubbeling van het zelfbewustzijn en niet in individuele keuzevrijheid (1) • een argumentatie met tekst 5 of Hegels kritiek op het atomaire vrijheidsbegrip overtuigend is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Hegel bedoelt met het begrip ‘Anerkennung’ een verdubbeling van ons zelfbewustzijn, waardoor je elkaar wederzijds erkent als persoon. ‘Het ik wordt wij en het wij wordt ik’. Volgens Hegel ben je pas vrij dankzij de ander die jou vrijlaat. Ware vrijheid is dus gelegen in de relatie tot anderen en houdt geen onafhankelijke, individuele keuzevrijheid in, zoals in de atomaire vrijheidsopvatting (1) • Volgens mij kan je ook zonder wederzijdse erkenning vrij zijn, bijvoorbeeld als je lekker staat te dansen, ook al ben je dan inderdaad misschien heel alleen te midden van anderen. Je had ook niet kunnen dansen, of alleen thuis kunnen dansen, en zelfs als je met een eenzaam rotgevoel tussen al die mensen staat te dansen – of zoals degene in tekst 5 somber opmerkt dat iedereen hetzelfde staat te dansen – ben je wat mij betreft nog steeds vrij. Vrijheid is niet afhankelijk van de ander, maar is juist een individuele uiting. Hegels begrip van ‘Anerkennung’ creëert wat mij betreft een allesoverheersende institutionele eenheidsworst (1) of • Vrijheid gaat volgens mij niet alleen om individuele keuzes zoals in het atomaire vrijheidsbegrip. De observatie van de persoon in tekst 5 over het geïsoleerde dansen laat wat mij betreft goed zien dat je pas vrij kan zijn als een ander jou erkent en jij die ander, zoals Hegel beweert. In de dansende massa bestaat vermeende saamhorigheid, iedereen is daarin namelijk op een trieste manier alleen, vervreemd en afgesloten van de dansende anderen. In Hegels woorden is iedereen die daar staat ‘onvrij’, net zoals degene in tekst 5 die zich niet herkent in de collectieve w (2)

naar: De Correspondent, 2018

Polaks onbehagen is te begrijpen vanuit Martin Heideggers analyse van de moderne technologische wereld. In die analyse verwoordt Heidegger de moderne verhouding tussen mens en wereld.

Vraag 11 1 punt

Leg met het begrip ‘gestel’ uit wat volgens Heidegger de moderne verhouding tussen mens en wereld is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg, met het begrip ‘gestel’, van de moderne verhouding tussen mens en wereld volgens Heidegger: in de moderne techniek verschijnt de wereld als iets beheersbaars aan de mens. voorbeeld van een goed antwoord: Met ‘gestel’ bedoelt Heidegger de verhouding tussen mens en wereld in de moderne techniek: de wereld verschijnt aan de mens als iets beheersbaars. Waar bij de oude techniek de timmerman met zijn hamer iets voortbracht, wordt er met de nieuwe techniek van bijvoorbeeld smartphones en apps iets opgeëist, iets in ‘stelling’ gebracht, iets beschikbaar gemaakt voor de mens. (1)

Volgens Heidegger draagt het wezen van de moderne techniek het gevaar in zich dat andere vormen van ‘ontbergen’ verdrongen worden. Dit kan tot de opvatting leiden dat de Headspace-app andere vormen van ‘ontbergen’ verdringt.

Vraag 12 2 punten

Geef met tekst 6:

  • een argument voor deze opvatting en
  • een argument tegen deze opvatting.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument met tekst 6 voor de opvatting dat de Headspace-app andere vormen van ‘ontbergen’ verdringt: betrokkenheid bij wat ik op dit moment doe is alleen te bereiken middels een app als bestelbaar bestand (1) • een argument met tekst 6 tegen deze opvatting: de app spreekt de mens juist aan als ‘Dasein’ dat openstaat voor het ‘ontbergen’ (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Heidegger schuilt in het wezen van de moderne techniek het gevaar dat het gestel andere manieren gaat verdringen waarop de wereld ‘ontborgen’ wordt. Dan denken we alleen nog maar in doelen en middelen, in onszelf als heersers die dat wat tegenover ons staat in stelling kunnen brengen voor een bepaald doel. In tekst 6 zie je dat terug: de app is het middel tot een bepaald doel, namelijk om volstrekt betrokken te raken bij wat ik op dit moment doe (1) • Aan de andere kant zou je ook kunnen zeggen dat nou juist die Headspace-app je als een ‘Dasein’ aanspreekt om binnen het gebeuren van meditatie betrokken te zijn op dat wat je doet (mediteren). Op die manier wordt het ‘ontbergen’ niet verdrongen maar ervaart de mens zichzelf als ‘Dasein’ dat openstaat voor en aangesproken kan worden door een bepaalde wijze van ‘ontbergen’ (1) (2)

Polaks onbehagen bij de mindfulness-app reikt nog verder. Steeds meer bedrijven bieden werknemers mindfulness-tijd aan op hun werkdag. De meditatievorm kan volgens verschillende onderzoeken helpen om depressiviteit te voorkomen en kan bovendien begrip en betrokkenheid tussen mensen bevorderen. Polak vermoedt echter dat bedrijven mindfulness vooral aanbieden om dure burn-outs te voorkomen en zo de personeelskosten laag te houden en de productiviteit te bevorderen. Dit vermoeden kan in verband gebracht worden met de kritiek van Jürgen Habermas op de instrumentele rationaliteit van de modernisering. Habermas introduceert het idee van een gekoloniseerde leefwereld.

Vraag 13 2 punten

Leg Habermas’ onderscheid tussen instrumentele rationaliteit en communicatieve rationaliteit uit. Beargumenteer vervolgens of het aanbieden van mindfulness tijdens het werk een voorbeeld is van Habermas’ idee van de gekoloniseerde leefwereld.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • In het geval van een bedrijf dat zijn productiviteit wil verhogen door zijn werknemers meditatietijd te geven, kan je volgens mij zeggen dat de leefwereld is gekoloniseerd. Als je in de baas zijn tijd mag mediteren denk je als werknemer volgens mij al snel: O, wat heb ik een geweldige werkgever, die denkt aan mijn persoonlijke welzijn. Daardoor zullen werknemers minder geneigd zijn om de baas of de bedrijfscultuur of de maatschappij kritisch te bekijken, terwijl het bedrijf in feite alleen maar uit is op meer winst en effectiviteit. Het aanbieden van meditatietijd is dus een vorm van de werknemers ‘zoethouden’. Dat kan gevaarlijk zijn, omdat werknemers daarmee (onbewust) monddood gemaakt worden en het kritische gesprek over bijvoorbeeld de noodzaak tot het maken van meer winst in de kiem wordt gesmoord (1p)

naar: De Correspondent, 2017

Polak rekent zichzelf ook tot de strevende klasse en benadrukt met gevoel voor zelfspot dat deze klasse met haar onopvallende, bewuste keuzes voor het goede leven vooral de eigen, verheven sociale positie in stand houdt.

Vraag 14 2 punten

Geef een argument voor en een argument tegen de opvatting dat de strevende klasse bijdraagt aan de verdikking van marktrelaties.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument voor de opvatting dat de strevende klasse bijdraagt aan het samenwerken binnen de markt / ruiltransacties een menselijk gezicht geven (verdikking van marktrelaties) (1) • een argument tegen de opvatting dat de strevende klasse bijdraagt aan het samenwerken binnen de markt / ruiltransacties een menselijk gezicht geven (verdikking van marktrelaties) (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De strevende klasse koopt sociaal bewust geproduceerde kleding en draagt dus in zekere mate bij aan ‘verdikking van marktrelaties’. Ik neem tenminste aan dat met ‘sociaal bewust geproduceerd’ wordt bedoeld dat deze kleding onder menselijke en eerlijke omstandigheden is gemaakt en dat hier dus sprake is van het stimuleren van een ‘ruiltransactie met een menselijk gezicht’ (1) • Deze vorm van consumeren is misschien weggelegd voor deze nieuwe sociale elite, maar de strevende klasse lijkt zich niet in te spannen om de markt voor andere klassen ook een menselijk gezicht te geven. Ze verstevigen immers vooral hun eigen positie met hun onopvallende consumptie. Het verdikken van marktrelaties gaat niet alleen over bewust consumentengedrag, maar ook over daadwerkelijke samenwerkingsverbanden tussen kleine bedrijven, het lokaal produceren van producten en het benadrukken van misstanden aan de achterkant van de markt. Dat gaat met alleen onopvallend bewust consumeren nooit lukken (1) (2)

Vraag 15 2 punten

Geef een argument voor en een argument tegen de opvatting dat de strevende klasse bijdraagt aan ecologische transitie.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een argument voor de opvatting dat de strevende klasse bijdraagt aan een circulaire, immateriële economie die uitgaat van duurzaamheid (ecologische transitie) (1) • een argument tegen de opvatting dat de strevende klasse bijdraagt aan een circulaire, immateriële economie die uitgaat van duurzaamheid (ecologische transitie) (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het bewust eten van biologische kip of helemaal geen kip eten en de nadruk op immateriële zaken lijken op een levensstijl te duiden die loskomt van een al te consumptieve manier van leven, waarbij geen rekening wordt gehouden met de natuur en duurzame aspecten van consumeren (1) • Aan de andere kant is de strevende klasse nog wel een consumerende mens, weliswaar een bewust consumerende mens die goed wil doen, maar wellicht niet een mens die bereid is om ook bepaalde zaken te laten in zijn leven om echt tot een ecologische transitie te kunnen komen. Die authentieke reizen, waaraan veel geld wordt uitgegeven, zullen hoe dan ook vervuilen (1) (2)

naar: De Correspondent, 2017

Volgens Polak sluit de strevende klasse met haar ideeën anderen in de samenleving uit. Dit mechanisme is te herkennen in de kritiek van Karl Marx op instituties.

Vraag 16 1 punt

Leg met tekst 8 Marx’ kritiek op instituties uit.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg, met tekst 8, van Marx’ kritiek op instituties: ideeën die instituties vertegenwoordigen, zijn niet neutraal, maar dienen een bepaald klassenbelang, zoals in tekst 8 de ideeën het belang van de strevende klasse dienen. voorbeeld van een goed antwoord: In tekst 8 bepaalt de strevende klasse de heersende ideeën over het goede leven en dit is voorbehouden aan een specifieke, hoogopgeleide, grootstedelijke klasse. Volgens Marx is het kenmerkend voor een kapitalistische samenleving dat de institutionele bovenbouw de sociaaleconomische machtsverhoudingen weerspiegelt. Ideeën zijn dus niet neutraal, maar dienen altijd een specifiek klassenbelang. (1)

Instituties kunnen worden onderscheiden in zachte en harde instituties.

Vraag 17 2 punten

Leg dit onderscheid uit met tekst 8. Beargumenteer vervolgens met dit onderscheid of jij het eens bent met het genoemde gevaar in tekst 8.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat harde instituties concreet zijn, met vaak een tastbare/aanwijsbare machtsdrager zoals Wall Street in tekst 8, terwijl zachte instituties opvattingen over het goede leven uitdrukken, zoals die van de strevende klasse in tekst 8 (1) • een argumentatie met het onderscheid tussen harde en zachte instituties of de opvatting uit tekst 8 dat de strevende klasse ongelijkheid bestendigt, terecht is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Wall Street is in tekst 8 als tastbare of aanwijsbare machtsdrager een voorbeeld van een harde institutie. De opvatting van de strevende klasse wordt in tekst 8 beschreven als een voorbeeld van een zachte institutie, namelijk een bepaalde opvatting over hoe je een goed mens moet zijn en welke keuzes je daarbij behoort te maken (1) • Ik denk dat het gevaar van zachte instituties meevalt. De onzichtbare macht van financiële instituties draagt meer bij aan ongelijkheid dan de ideeën van een groep hoogopgeleide bewuste consumenten. Dat niet iedereen zich duur biologisch vlees kan permitteren ligt niet aan de zelfvoldaanheid van die strevende klasse, maar aan het belang van de vleesindustrie en dus aan de macht van harde instituties (1) of • Ik ben het eens met de opvatting dat de strevende klasse gevaarlijker is dan die paar superrijken. Er schuilt, zie tekst 8, in zachte instituties een veel groter gevaar dan in harde instituties en hun dragers, die steeds zichtbaarder worden en dus ook steeds meer publieke kritiek krijgen. Dat geldt niet voor die hoogopgeleide strevende klasse, die amper begrijpt dat een duur volkorenspeltbrood voor gezinnen met minder inkomen niet te betalen is. Die vorm van uitsluiting en ongelijkheid is veel minder zichtbaar en daar kunnen deze zogenaamde beterweters over hoe het met de wereld moet, minder makkelijk op aangesproken worden, want ze doen toch het goede (1) (2)

Opgave 3 Kledingindustrie

Hoewel er veel aandacht is voor eerlijke handel in de mondiale kledingindustrie, is er ook nog steeds veel mis. Arbeiders worden vaak uitgebuit: ze moeten werken onder ongezonde en gevaarlijke omstandigheden en ze worden niet beschermd door arbeidsrechten. Om te kunnen vaststellen wat de rechten van mensen in een samenleving zijn, maakt John Locke een onderscheid tussen de natuurtoestand en de natuurwet.

Vraag 18 2 punten

Geef weer wat de natuurtoestand inhoudt volgens Locke. Leg vervolgens met Lockes opvatting van de natuurwet uit dat de situatie van de uitgebuite arbeiders niet is toegestaan.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Lockes opvatting van de natuurtoestand: een uitgangspositie van gelijkheid en vrijheid voordat de samenleving gevormd wordt (1) • een uitleg, met Lockes opvatting van de natuurwet, dat de situatie van de uitgebuite arbeiders niet is toegestaan: omdat iedereen gelijk is, mag niemand een ander schaden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De natuurtoestand is de toestand voordat een staat gevormd wordt. In die toestand van volledige vrijheid, waarin iedereen zich van nature bevindt, is niemand over een ander de baas en is iedereen gelijk (1) • De natuurtoestand kent een natuurwet die voor allen verplichtend is. Omdat iedereen gelijk is, mag niemand een ander gebruiken en schaden in diens leven, vrijheid, gezondheid of bezit. In dit geval worden de arbeiders gebruikt omdat ze worden uitgebuit en worden ze door de slechte arbeidsomstandigheden in hun leven en gezondheid geschaad (1) (2)

naar: De Correspondent, 2018

De naaiateliers zijn een voorbeeld van arbeidsdeling en uitbesteding van arbeid. Adam Smith is een voorstander van de verdeling van de werkzaamheden, hoewel hij ook oog heeft voor de nadelige gevolgen ervan. Volgens Smith zijn deze gevolgen te beheersen door de overheid.

Vraag 19 2 punten

Leg uit dat arbeidsdeling volgens Smith ontstaat uit menselijke neigingen. Leg vervolgens uit welke taak de overheid volgens Smith heeft om de nadelige effecten van de vrije markt uit tekst 9 te voorkomen.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat arbeidsdeling volgens Smith uit menselijke neigingen ontstaat: marchanderen en samenwerken zijn zaken waar (alleen) mensen toe geneigd zijn en arbeidsdeling maakt ze veel effectiever (1) • een uitleg welke taak de overheid volgens Smith heeft om de nadelige effecten van de vrije markt uit tekst 9 te voorkomen: onderwijs aanbieden voor ontwikkeling van de persoon (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Smith hebben mensen de neiging om te marchanderen: te handelen en te ruilen. Die neiging hebben andere dieren niet. Daarmee is de neiging om goederen te produceren en daarin samen te werken om ze te kunnen verhandelen, iets wat typisch menselijk is. Handelen en ruilen als menselijke neigingen worden door arbeidsdeling nog veel effectiever. Daarmee ontstaat arbeidsdeling uit menselijke neigingen (1) • Volgens Smith levert een verregaande arbeidsdeling op dat mensen hun werk niet meer als waardevol ervaren. Er ontstaat afstomping in het leven. Je ziet in tekst 9 dat Shampa niet meer kan dansen omdat ze te hard moet werken, maar dat ze het juist hard nodig heeft omdat haar werk haar zo opeist. Daarom is het volgens Smith belangrijk dat mensen de ruimte hebben om zich door middel van opleiding te ontwikkelen in iets buiten het werk. Zo zou Shampa bijvoorbeeld tijd en ruimte kunnen krijgen om het dansen verder te ontwikkelen (1) (2)

Een voorwaarde voor de vrije markt is het idee van persoonlijk bezit.

Vraag 20 1 punt

Leg uit hoe volgens Locke persoonlijk bezit ontstaat.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat volgens Locke persoonlijk bezit ontstaat door toevoeging van arbeid aan de natuur. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Locke ontstaat persoonlijke bezit of eigendom op het moment dat je met arbeid iets toevoegt aan de natuur. Je bewerkt een stukje land bijvoorbeeld. De productie is dan niet zomaar van iedereen, maar echt van jou. (1)

Shampa bezit nauwelijks iets, maakt lange dagen en verdient bijna niets. Volgens Karl Marx leidt het kapitalistische denken over eigendom ertoe dat arbeiders als Shampa worden uitgebuit.

Vraag 21 2 punten

Leg uit dat de vrije markt volgens Marx de uitbuiting van Shampa in de hand werkt, met:

  • het privébezit van productiemiddelen, en
  • het begrip ‘kapitaal’.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat de vrije markt volgens Marx de uitbuiting van Shampa in de hand werkt, met: • het privébezit van productiemiddelen; door privé-eigendom komen productiemiddelen steeds meer in dezelfde handen (1) • het begrip ‘kapitaal’; doordat geld als kapitaal een doel op zich wordt, verwordt arbeid tot een kostenpost (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Marx heeft het idee van de vrije markt, door winstmaximalisatie, tot gevolg dat mensen met productiemiddelen de dienst zullen uitmaken en arbeiders tot productiemiddelen worden gereduceerd. Door privébezit van productiemiddelen komen deze middelen namelijk terecht in handen van een kleine groep rijke mensen. Met dit bezit verkrijgt deze groep het vermogen om te produceren en zo meer eigendom te vergaren. Met dit verworven kapitaal kunnen deze rijken vervolgens weer arbeiders ‘inkopen’. Arbeiders als Shampa daarentegen bezitten niets anders dan hun eigen vermogen om te werken (1) • Arbeid verwordt tot een kostenpost die het vergaren van meer kapitaal belemmert. Het gaat niet meer om de waarde van de persoon op zich, of de waarde van het product en het ambacht, maar alleen nog om de hoeveelheid kapitaal die met het produceren kan worden vergaard. Het kapitaal van de fabriekseigenaren is een doel op zich geworden en de arbeiders worden uitgebuit ten gunste van het kapitaal van de fabriekseigenaren (1) (2)

Marx dacht dat de situatie van arbeiders zoals Shampa uiteindelijk tot een verandering zou leiden, omdat er onvermijdelijk een revolutie zou komen.

Vraag 22 1 punt

Leg met Marx’ idee van de ontwikkeling van de productieverhoudingen uit dat deze revolutie volgens Marx onvermijdelijk is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg, met Marx’ idee van de ontwikkeling van de productieverhoudingen, dat de revolutie onvermijdelijk is: wanneer productiekrachten en productieverhoudingen met elkaar in tegenspraak raken, vindt er een noodzakelijke omwenteling in de productieverhoudingen plaats, met sociale omwenteling tot gevolg. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Marx hebben de productieverhoudingen in fabrieken een onvermijdelijke ontwikkeling tot gevolg. Mensen onderwerpen zich volgens Marx aan de heersende productieverhoudingen, totdat de materiële productiekrachten in tegenspraak raken met degenen die de productiemiddelen bezitten. Dit heeft niet alleen een verandering in productieverhoudingen tot gevolg, maar ook een sociale verandering: de arbeiders maken een einde aan de heerschappij van de bourgeoisie. (1)

bron: De Correspondent, 2018

Volgens Martha Nussbaum is ontwikkeling van mensen in arme landen niet goed uit te drukken in alleen financiële aspecten.

Vraag 23 2 punten

Leg uit wat volgens Nussbaum het probleem is met het bnp als criterium voor de ontwikkeling van een land. Leg vervolgens met tekst 10 uit, welke andere benadering Nussbaum voorstelt.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Nussbaum het bnp geen goed criterium is voor ontwikkeling in een land: het bnp negeert belangrijke aspecten van het goede leven (1) • een uitleg met tekst 10 dat volgens Nussbaum gekeken moet worden naar capabilities, een vermogen dat of potentie die je kunt ontwikkelen om tot een goed leven te komen, zoals de onafhankelijkheid van Laizu, zodat ze haar eigen leven kan inrichten (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het bnp laat alleen zien hoeveel geld er is, niet belangrijke zaken zoals ontwikkeling, scholing en vrijheid. Het laat zelfs niet zien hoe het geld verdeeld is in een samenleving. Volgens Nussbaum is het dus geen goed criterium als je wilt weten hoe het gesteld is met de ontwikkeling in een samenleving (1) • Volgens Nussbaum moet je kijken naar de capabilities van de mensen in een land. Een capability is een bepaald menselijk vermogen dat je kunt ontwikkelen om tot een goed leven te komen. Ze noemt bijvoorbeeld de capabilities gezondheid of relaties met anderen kunnen hebben. In het voorbeeld van tekst 10 zie je dat Laizu onafhankelijk is geworden en daardoor haar eigen relatie heeft kunnen kiezen, waarin ze niet meer zo afhankelijk is van de ander. Daarmee heeft ze niet zozeer meer geld, maar vooral een belangrijk vermogen ontwikkeld (1) (2)

Door verschillende initiatieven in ontwikkelingsgebieden ontworstelen vrouwen zich aan een kansarme en uitzichtloze positie. Nussbaum beschrijft in haar boek Mogelijkheden scheppen de situatie van Vasanti: Vasanti had geen opleiding en leefde in een politieke context waarin vrouwen weinig invloed hadden op het bestuur. Zij was volkomen afhankelijk van haar echtgenoot en familie voor haar bestaan. Dankzij een lening van een ontwikkelingsorganisatie kan zij nu een eigen bestaan opbouwen. Door haar betrokkenheid bij de vrouwenbeweging is ze ook politiek actief geworden. Maar ook het nieuwe leven van Vasanti is vol onzekerheid. Vrouwen in haar omgeving worden niet serieus genomen en mensen vinden dat het verwerpelijk is dat Vasanti politiek actief is. Ze wordt belemmerd in haar werk, maar Vasanti heeft deze tegenslagen overwonnen. Vasanti’s nieuwe leven is een resultaat van een fragiele ontwikkeling in haar zelfbeeld en haar beeld van de buitenwereld, die constant onder druk staan. Volgens Nussbaum zijn er twee strategieën voor het omgaan met de breekbaarheid of kwetsbaarheid van het goede leven.

Vraag 24 2 punten

Leg met het voorbeeld van Vasanti uit dat het goede leven en de kwetsbaarheid daarvan volgens Nussbaum met elkaar verbonden zijn. Beargumenteer vervolgens welke van de twee strategieën die Nussbaum beschrijft, volgens jou het best werkt voor Vasanti.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het voorbeeld van Vasanti hoe volgens Nussbaum het goede leven en de kwetsbaarheid daarvan met elkaar verbonden zijn: voor het goede leven zijn we afhankelijk van externe zaken waar je geen controle over hebt (1) • een argument welke van de twee strategieën het best is om te volgen in de situatie van Vasanti: immuniseren of erkennen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Nussbaum is het goede leven kwetsbaar, net als de bloei van een plant. Externe factoren hebben er invloed op en de bloei is daar afhankelijk van. De moeilijkere fasen in het leven zijn volgens Nussbaum wel nodig om tot bloei te kunnen komen. Vasanti heeft een kwetsbare situatie doorstaan, waarin ze zichzelf tegen druk en weerstand in, heeft moeten ontwikkelen. Vasanti’s bloei, haar goede leven, komt juist tot stand door deze kwetsbaarheid (1) • De eerste strategie voor het omgaan met de kwetsbaarheid is immuniseren: het leven zo inrichten dat het niet verstoord wordt door externe factoren. De tweede strategie is erkennen: het omarmen van de kwetsbaarheid en laveren door de wisselende omstandigheden. Volgens mij is immuniseren geen goede strategie voor Vasanti, omdat ze zich dan moet afsluiten van andere vrouwen. Juist als ze de kwetsbaarheid omarmt, kan ze openstaan voor anderen. Door onderlinge relaties op te bouwen kunnen Vasanti en andere vrouwen laveren door omstandigheden waar ze geen invloed op hebben (1) of • De eerste strategie voor het omgaan met de kwetsbaarheid is immuniseren: het leven zo inrichten dat het niet verstoord wordt door externe factoren. De tweede strategie is erkennen: het omarmen van de kwetsbaarheid en laveren door de wisselende omstandigheden. Volgens mij is immuniseren voor Vasanti een goede strategie. Zo kan ze zich weren tegen de lastige omstandigheden die ze meemaakt. Als je je kwetsbaarheid omarmt, accepteer je te veel en laat je onrecht bestaan. Vasanti zou zich boven de situatie moeten verheffe (2)

De voorbeelden van Laizu en Vasanti zoals hiervoor beschreven, laten zien dat het goede leven niet eenduidig en helder te definiëren is in termen van werk en inkomen. Volgens Hannah Arendt is de manier waarop we met werk omgaan een belangrijke factor in ons begrip van het goede leven. Arendt maakt een onderscheid tussen werken, arbeiden en handelen. In de verhalen van Laizu en Vasanti lijkt er geen echt ‘werk’ aanwezig zoals Arendt dat beschrijft. Toch herken je in de voorbeelden van deze twee vrouwen wel een verschil tussen ‘arbeiden’ en ‘handelen’.

Vraag 25 2 punten

Leg uit wie van de twee volgens Arendt gericht is op ‘arbeiden’ en wie op ‘handelen’.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Laizu arbeid verricht, omdat ze overleeft in een proces van produceren en consumeren, waarin geen bestendige wereld tot stand komt (1) • een uitleg dat Vasanti gericht is op handelen, omdat ze zich in vrijheid ontwikkelt en nieuwe initiatieven neemt samen met andere mensen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Arbeid is volgens Arendt gericht op overleven in uitwisseling met de natuur in een cyclisch proces van produceren en consumeren, waarin geen bestendige wereld tot stand komt. Het produceren van kleding voor de consumentenmaatschappij, zoals dat voor Laizu de dagelijkse realiteit is, is voor haar noodzakelijk, en in die zin arbeid (1) • Bij handelen gaat het om het nemen van initiatieven. Vasanti neemt, nadat ze zich uit haar beklemmende situatie heeft ontworsteld, politieke initiatieven. Dit handelen is onderdeel van vrijheid en geeft nieuwe mogelijkheden (1) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-21-2-o

Andere examens filosofie vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (16), ethiek (6) en mens en techniek (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.