Eindexamen filosofie vwo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: naar: openculture.com - Reality is nothing but a hallucination - 2017, naar: openculture.com - Reality is nothing but a hallucination - 2017, naar: NRC - Die pop ben ikzelf - 2012, naar: openculture.com - Reality is nothing but a hallucination - 2017, Opgave 2 Filosofische paradoxen, naar: Aristoteles, Fysica, Boek VI, Opgave 3 De (on)werkelijkheid in Goodbye, Lenin!.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1 telt 18 vragen. De meeste vragen gaan over kennisleer (13), mens en techniek (3) en ethiek (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Kennisleer2-3, 6-15, 1813
Mens en techniek1, 4-53
Ethiek16-172

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kennisleer (72% van de vragen, gemiddeld 14%). Minder over mens en techniek (17% van de vragen, gemiddeld 41%) en politieke filosofie (0% van de vragen, gemiddeld 24%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

naar: openculture.com - Reality is nothing but a hallucination - 2017

Deze opvattingen van Seth zijn te vergelijken met verschillende sceptische gedachte-experimenten zoals het experiment over het brein in een vat en dat over filosofische zombies.

Vraag 1 3 punten

Leg uit in welk opzicht de opvattingen van Seth in tekst 1 en 2:

  • overeenkomen met het gedachte-experiment ‘brein in een vat’,
  • verschillen van het gedachte-experiment over filosofische zombies en
  • tot solipsisme kunnen leiden.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg in welk opzicht de opvattingen van Seth in tekst 1 en 2: • overeenkomen met het gedachte-experiment over het brein in een vat: het brein ‘hallucineert’ de ervaring die het heeft (1) • verschillen van het gedachte-experiment over filosofische zombies: in de opvattingen van Seth heeft het brein wel een belevingswereld, waar het de filosofische zombies aan ontbreekt (1) • tot solipsisme kunnen leiden: het is mogelijk dat ik het enige bewuste brein ben dat de hele werkelijkheid hallucineert (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In het gedachte-experiment ‘brein in een vat’ ligt een brein in een vat met vloeistof en wordt dat brein gestimuleerd met elektrische prikkels. Het brein gelooft, hallucineert, dat het zich als een mens van vlees en bloed in de wereld bevindt. Dit komt overeen met de opvattingen van Seth dat onze hersenen onze bewuste realiteit hallucineren (1) • In het gedachte-experiment van de filosofische zombies lijken zombies op mensen met een binnenwereld, maar zonder belevingswereld. Het hebben van een binnenwereld betekent dat er interne representaties zijn die gemanipuleerd kunnen worden. Maar het hebben van een beleving van jezelf en de wereld, zoals in de opvattingen van Seth, betekent dat er ook een belevingswereld is, de kwalitatieve beleving van de ervaring (1) • Een solipsist is ervan overtuigd dat hij de enige bewustzijnsvorm in het universum is. Als we, zoals Seth stelt, onze werkelijkheid hallucineren, dan is het mogelijk dat de hele werkelijkheid het product is van mijn eigen brein en er niet werkelijk andere bewuste breinen zijn, maar dat de suggestie daarvan ook een hallucinatie van mijn eigen brein is (1) (3)

naar: openculture.com - Reality is nothing but a hallucination - 2017

Tekst 3 sluit een naïef realistische opvatting van de buitenwereld uit, evenals een subjectief idealistische opvatting zoals die van Berkeley. Maar de tekst laat de mogelijkheid van de indirect realistische opvatting van de buitenwereld van John Locke open.

Vraag 2 5 punten

Leg uit dat tekst 3 zowel de naïef realistische opvatting als de subjectief idealistische opvatting uitsluit. Leg vervolgens uit dat volgens Locke kleuren wel dispositionele eigenschappen zijn en primaire kwaliteiten niet. Leg tot slot met Lockes afleiding naar de beste verklaring uit dat tekst 3 Lockes opvatting over primaire kwaliteiten niet uitsluit.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • In tegenstelling tot secundaire kwaliteiten, zoals de kleur geel van de banaan, zijn primaire kwaliteiten eigenschappen van het object zelf. De vorm van de banaan is onafhankelijk van de waarnemer en omstandigheden en is dus geen dispostionele eigenschap (1p)
  • Volgens Locke is de beste verklaring voor onze zintuigelijke ervaringen dat de buitenwereld bestaat. Volgens tekst 3 wordt in de waarneming de grootste kans gecreëerd dat het brein de oorzaken in de wereld van de zintuigelijke signalen juist inschat. Locke gaat ervan uit dat er, net zoals tekst 3 suggereert, in de wereld een oorzaak is voor de ervaring, dat wil zeggen een object met primaire kwaliteiten. Onze waarneming, zoals tekst 3 stelt, is een proces van geïnformeerd gissen en het is dus niet uitgesloten dat ons gissen op het gebied van de primaire kwaliteiten juist is (1p)

naar: NRC - Die pop ben ikzelf - 2012

Als de onderzoeker vervolgens plotseling met een hamer op de rubberen hand slaat, trekt de proefpersoon verschrikt zijn echte hand terug. De proefpersoon heeft dus niet alleen het gevoel dat de rubberen hand van hem is, hij handelt er ook naar, zelfs als hij weet dat hij ‘genept’ wordt. De filosofen Reid en Moore redeneren vanuit het gezond verstand. Moore gebruikt zijn handen om het bestaan van de buitenwereld te bewijzen. Je zou met de illusie van de rubberen hand kunnen beweren dat zijn bewijs niet meer overtuigend is, omdat Moore zijn hand blijkbaar ook als illusie zou kunnen ervaren.

Vraag 3 2 punten

Leg uit dat de rubberen-hand-illusie geen probleem hoeft te zijn:

  • voor Reids direct realisme, en
  • voor Moores bewijs voor het bestaan van de buitenwereld.
Bekijk het antwoord

Opmerking Een antwoord op de eerste deelvraag dat de rubberen-hand-illusie geen probleem is voor Reids direct realisme omdat de illusie wetenschappelijk verklaard kan worden, kan ook goed gerekend worden.

Seth wil met zijn onderzoek laten zien dat niet alleen ons lichaam en de werkelijkheid hallucinaties zijn, maar ook ons ‘zelf’. Volgens Seth wordt het zelf voor een belangrijk deel door onze hersenen geconstrueerd. Normaal gesproken denken we dat we een duidelijk idee hebben van onze identiteit. Maar volgens Seth kunnen we ons vergissen in wie we denken te zijn. Net als Seth is ook David Hume sceptisch over ons idee van persoonlijke identiteit. Volgens Hume is de identiteit die we toeschrijven aan de menselijke geest fictief.

Vraag 4 3 punten

Leg uit dat ons idee van persoonlijke identiteit volgens Hume is gebaseerd op gelijkenis, causaliteit en verbeelding.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat het idee van persoonlijke identiteit volgens Hume gebaseerd is op: • gelijkenis: door opeenvolging van onderling gelijkende percepties in de geest lijkt de gedachtestroom een voortdurend bestaand object (1) • causaliteit: de percepties lijken verbonden door causale relaties, terwijl er slechts sprake is van verandering (1) • verbeelding: projectie vanuit het geheugen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het zelf is niets anders dan een reeks opeenvolgende percepties, niets los daarvan. Ons daaraan ontleende idee van identiteit is slechts fictief. Door opeenvolging van percepties in de geest en door gelijkenis tussen de percepties onderling lijkt de gedachtestroom een voortdurend bestaand object te scheppen (1) • De percepties in de geest lijken als systeem verbonden door causale relaties, van denkbeelden en indrukken, die het idee oproepen van blijvende persoonlijke identiteit waarin verandering mogelijk is, zoals bijvoorbeeld bij de wisseling van de leden van de regering of bij een voetbalelftal of klas. Maar het bestaan van die causale relaties is geen feit (1) • Het zelf is daarom een product van de verbeelding vanuit het geheugen, dat de bron is van ons idee van persoonlijke identiteit, door vertrouwdheid met opeenvolgende percepties (1) (3)

naar: openculture.com - Reality is nothing but a hallucination - 2017

Het functionalisme is een theorie over de aard van mentale toestanden. Het hylemorfisme en panpsychisme zijn filosofische theorieën over bewustzijn.

Vraag 5 3 punten

Leg uit dat Seth in tekst 5 niet aansluit bij het functionalisme. Leg vervolgens uit of Seth in tekst 5 het hylemorfisme uitsluit en of hij het panpsychisme uitsluit.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de opvatting van Seth in tekst 5 niet aansluit bij het functionalisme omdat wat het betekent om jezelf te zijn volgens Seth niet kan worden gereduceerd tot een softwareprogramma (1) • een uitleg dat Seths opvatting in tekst 5 het hylemorfisme niet uitsluit omdat dit toelaat dat alle levende wezens bewustzijn kunnen hebben (1) • een uitleg dat Seths opvatting in tekst 5 het panpsychisme niet uitsluit: alles heeft bewustzijn, ook levenloze objecten (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens het functionalisme zijn mentale toestanden volledig te beschrijven door hun functionele rol, de regels voor het omzetten van sensorische input naar output. Deze regels zijn onafhankelijk van of ze worden uitgevoerd in het menselijk brein of in bijvoorbeeld een robot. Maar hoewel robots mentale toestanden en een binnenwereld kunnen hebben, kunnen ze volgens Seth nooit weten wat het betekent om jezelf te zijn omdat dit niet kan worden gereduceerd tot een software-programma, oftewel een set met regels voor omzetting (1) • Volgens het hylemorfisme heeft elke vorm van leven een ziel of bewustzijn. In een levend wezen zijn materie en vorm onlosmakelijk met elkaar verbonden, waardoor dat levende wezen kan veranderen en toch hetzelfde kan blijven. Seths opvatting over mogelijke ‘bewustzijnen’ sluit het hylemorfisme waarin levende wezens bewustzijn hebben dus niet uit (1) • Maar omdat Seth zich in tekst 5 niet uitlaat over of hij het alleen heeft over levende wezens, sluit zijn opmerking ook het panpsychisme niet uit: volgens het panpsychisme heeft alles, ook levenloze objecten, een bewustzijn en mentale toestanden. Bewustzijn behoort dus niet alleen aan onszelf toe, maar aan alles (1) (3)

Opgave 2 Filosofische paradoxen

In een dorp is een kapper die alleen de mannen scheert die zichzelf niet scheren. Op een dag komt er een nieuwe man in het dorp en die vraagt uit verwondering aan de kapper of de kapper zichzelf ook scheert. De kapper weet niet wat hij moet antwoorden. Hij kan geen ‘ja’ antwoorden, want dan scheert hij niet meer alleen de mannen die zichzelf niet scheren. Hij kan echter ook geen ‘nee’ antwoorden, want dan zou hij zichzelf toch moeten scheren.

Dit verhaal is bekend geworden als de Russell-paradox. Hierin wordt duidelijk dat de logica niet helpt om antwoord te geven op de vraag of de kapper zichzelf scheert. De Russell-paradox laat zien dat de logica tot tegenstrijdige conclusies kan leiden. Russell maakt een onderscheid tussen twee soorten kennis: kennis door vertrouwdheid en kennis door beschrijving.

Vraag 6 2 punten

Leg uit welke soort kennis volgens Russell zeker is en welke soort kennis onzeker is. Leg vervolgens uit welke van de twee soorten kennis door de Russell- paradox ter discussie kan komen te staan.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat kennis door vertrouwdheid zeker is: omdat deze directe bewustzijnsinhouden bevat, terwijl kennis door beschrijving onzeker is, omdat deze altijd (logische) constructies bevat (1) • een uitleg dat de Russell-paradox de kennis door beschrijving ter discussie stelt: omdat deze gebruikmaakt van logica / redeneringen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Kennis door vertrouwdheid levert zekere kennis op. Die kennis gaat namelijk puur over de directe bewustzijnsinhouden zoals indrukken uit de zintuigen en herinneringen, en die zijn onbetwijfelbaar. Voor kennis door beschrijving moet je echter iets doen, je moet onderdelen samenstellen bijvoorbeeld. Dat maakt dat daar fouten in mogelijk zijn, waardoor deze soort kennis minder zeker is (1) • Voor kennis door beschrijving heb je logica nodig: je moet redeneren met de gegevens uit de sense data. Dat deze paradox in de logica bestaat, vormt dus een probleem voor kennis door beschrijving: blijkbaar is het niet echt een goed instrument om kennis mee te krijgen (1) (2)

Descartes komt tot zekere kennis via de methode van de radicale twijfel. Een mogelijke kritiek op Descartes is dat hij zijn methodische twijfel niet ver genoeg heeft doorgevoerd: omdat er paradoxen zoals de Russell- paradox bestaan, had hij de logica zelf ook moeten verwerpen.

Vraag 7 3 punten

Geef de drie niveaus van Descartes’ radicale twijfel weer. Geef vervolgens weer met welke denkstap Descartes vanuit de radicale twijfel tot zekere kennis komt. Leg tot slot met de Russell-paradox uit dat Descartes met de radicale twijfel ook de logica had moeten verwerpen.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van de drie niveaus van Descartes’ radicale twijfel: perceptuele vergissingen, droomargument, kwaadaardige demon (1) • een weergave van Descartes’ denkstap tot zekere kennis: er moet iets zijn dat twijfelt, ik denk dus ik besta (1) • een uitleg met de Russell-paradox dat Descartes ook de logica had moeten verwerpen: omdat door de paradox de logica ook betwijfeld kan worden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het eerste niveau is dat je je perceptueel kunt vergissen, het tweede niveau is dat je kunt denken dat je droomt en het derde niveau is dat je kunt worden misleid door een kwaadaardige demon (1) • In zijn radicale twijfel komt Descartes tot het punt dat je aan het twijfelen zelf niet kunt twijfelen, omdat je dan alweer twijfelt. Daaruit concludeert Descartes dat je zeker bent van de twijfel en dus van het denken. Daaruit volgt zijn beroemde zin ‘cogito ergo sum’, ‘ik denk dus ik besta’, het fundament van onze zekere kennis (1) • De paradox laat zien dat logisch redeneren een contradictie kan bevatten: de kapper zou zichzelf tegelijk wel en niet moeten scheren. Volgens de radicale twijfel van Descartes moet je alles ‘overboord gooien’ wat niet helemaal zeker is, en door dit voorbeeld zou hij dus ook het logisch redeneren in twijfel moeten trekken (1) (3)

naar: Aristoteles, Fysica, Boek VI

In tekst 6 is Achilles de snelste deelnemer en de schildpad de langzaamste. Volgens Zeno’s redenering in tekst 6 zal Achilles de schildpad nooit inhalen. Dat is volstrekt tegenstrijdig met wat we normaal gesproken in de buitenwereld denken te zien: dan halen snelle deelnemers langzame deelnemers wel in. Deze tegenstelling tussen waarnemen en redeneren brengt Zeno op de vraag wat beweging eigenlijk is. Zeno concludeert op basis van de redenering in tekst 6 dat beweging zoals wij die waarnemen niet bestaat. Pyrronisten zouden deze conclusie van Zeno niet accepteren en hun oordeel over de vraag wat beweging is, opschorten.

Vraag 8 2 punten

Leg uit dat een pyrronist:

  • met de bewegingsparadox tot opschorting van het oordeel komt, en
  • met deze opschorting zijn einddoel bewerkstelligt.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat een pyrronist met de paradox van Zeno tot het opschorten van het oordeel kan komen door isosthenie / gelijkwaardigheid tussen de waarneming van beweging en de redenering over beweging (1) • een uitleg dat de opschorting het einddoel onverstoorbaarheid bewerkstelligt, omdat je je niet meer druk hoeft te maken over of je de echte waarheid hebt gevonden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Bij de paradox van Zeno zou een pyrronist laten zien dat er een tegenstelling is tussen wat je waarneemt en wat de redenering oplevert: je zou normaal gesproken zien dat Achilles de schildpad zou gaan inhalen, maar je redenering zegt iets anders. Daardoor heb je twee tegengestelde conclusies die beide overtuigend zijn, waardoor je nog niet kunt kiezen. Het gevolg is dat je het oordeel moet opschorten (1) • Volgens het pyrronisme is gemoedsrust het einddoel. De onrust die ontstaat over de vraag of je de waarheid hebt gevonden of niet verdwijnt met het opschorten van het oordeel. Zo bereik je, met het verminderen van de neiging tot oordelen, innerlijke rust (1) (2)

De bewegingsparadox uit tekst 6 is een filosofisch gedachte-experiment.

Vraag 9 2 punten

Leg uit dat dit gedachte-experiment:

  • geen tegenfeitelijk gedachte-experiment is, maar
  • wel een conceptueel gedachte-experiment is.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de bewegingsparadox geen tegenfeitelijk gedachte- experiment is: het is geen vraag wat er anders zou gebeuren in de werkelijkheid (1) • een uitleg dat de bewegingsparadox wel een conceptueel gedachte- experiment is: hij analyseert het begrip ‘beweging’ / onze opvatting van ‘beweging’ (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De bewegingsparadox uit tekst 6 is geen tegenfeitelijk gedachte- experiment, omdat het er in het experiment niet om gaat hoe de wereld anders zou zijn als Achilles en de schildpad een wedstrijd houden. Juist wat feitelijk het geval is (bestaat er beweging of niet), staat ter discussie, niet hoe zaken zouden zijn als de feiten anders waren geweest (1) • Bij een conceptueel gedachte-experiment wordt het voorbeeld zo bedacht dat het de consequenties van onze begrippen onderzoekt. Dat is hier het geval: in dit gedachte-experiment wordt het begrip ‘beweging’ gebruikt om er een tegenstrijdigheid uit te halen. Het gaat dus over of en hoe we beweging zouden moeten beschrijven of opvatten en het is dus conceptueel (1) (2)

De bewegingsparadox is relevant in de discussie tussen rationalisten en empiristen. Beide stromingen zullen anders omgaan met deze paradox. Immanuel Kant, die de stromingen wil verzoenen, probeert met zijn transcendentaal idealisme het scepticisme te voorkomen.

Vraag 10 2 punten

Leg met de bewegingsparadox het verschil tussen rationalisme en empirisme uit. Leg vervolgens uit dat Kant in zijn filosofie het rationalisme en het empirisme met elkaar verzoent.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het verschil tussen rationalisme en empirisme met de bewegingsparadox: bij rationalisme komt de rechtvaardiging van kennis uit het denken, de redenering over beweging, bij empirisme komt de rechtvaardiging uit de waarneming, de waarneming van beweging (1) • een uitleg dat Kant in zijn transcendentaal-filosofie het rationalisme en empirisme heeft verzoend: voor kennis is ervaring nodig, maar die ervaring moet ook gestructureerd worden in het denken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de bewegingsparadox komt het denken in conflict met de waarneming. Dit zijn de twee kennisbronnen waarover rationalisten en empiristen van opvatting verschillen. Volgens het empirisme is de waarneming de grond van onze kennis, zoals in deze paradox onze waarneming van bewegingen. Volgens de rationalisten echter is het denken de bron van onze kennis, waardoor zij de redenering zelf belangrijker zullen vinden en dus sneller zouden concluderen dat beweging niet bestaat (1) • Het rationalisme stelt dat kennis uiteindelijk gerechtvaardigd wordt door het denken, terwijl het empirisme de rechtvaardiging plaatst in de waarneming. Kant laat in zijn filosofie beide een rol spelen: in de aanschouwing zitten structuren van ruimte en tijd en in het denken zitten de categorieën die gevuld moeten worden met de gegevens uit de aanschouwing. Daarmee is volgens Kant zowel de waarneming als het denken een noodzakelijke voorwaarde voor kennis (1) (2)

Je kunt zeggen dat Zeno met de bewegingsparadox een sceptisch alternatief geeft voor onze gangbare waarneming van beweging, een alternatief waarin beweging helemaal niet bestaat. Dit sceptische alternatief lijkt ons te dwingen een oplossing voor de tegenstelling van de bewegingsparadox te zoeken door onze kennisclaims over beweging te verwerpen. De gebruikelijke definitie van een paradox is echter ‘schijnbare tegenstelling’. Dat zou betekenen dat de tegenstelling van de beweringen in de paradox niet opgelost hoeft te worden: ze is immers maar schijnbaar. Misschien vraagt het scepticisme wel teveel als we de paradox moeten oplossen. Het fallibilisme bekritiseert twee eisen die het scepticisme aan kennis stelt omdat deze te zwaar zouden zijn voor kennis.

Vraag 11 3 punten

Leg uit welke twee eisen dit zijn. Beargumenteer vervolgens met het onderscheid tussen echte en artificiële twijfel of de bewegingsparadox volgens Peirce zou moeten worden opgelost.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de zekerheidseis: iemand kan alleen iets weten wanneer hij of zij daar absoluut zeker van is (1) • een uitleg van de onfeilbaarheidseis: iemand kan alleen iets weten wanneer hij of zij zich in dat opzicht onmogelijk kan vergissen (1) • een argumentatie met het onderscheid tussen echte en artificiële twijfel dat de paradox niet opgelost zou hoeven worden: echte twijfel is twijfel die je voelt, die effect heeft op je handelen, artificiële twijfel is papieren twijfel die je slechts bedenkt maar verder geen invloed op je heeft (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens de zekerheidseis heeft iemand pas kennis wanneer hij of zij daar absoluut zeker van is. Als iemand dus ook maar enige twijfel zou hebben, is er nog geen sprake van kennis (1) • Volgens de onfeilbaarheidseis heeft iemand pas kennis als die persoon zich niet meer kan vergissen in de overtuiging. Het moet dus niet zo zijn dat je nog per ongeluk een verkeerde overtuiging kan hebben (1) • Volgens Peirce hoeft de paradox helemaal niet opgelost te worden. De twijfel over onze kennis van beweging is in die paradox kunstmatig. Als ik ergens naar toe wil gaan dan doe ik dat gewoon, hoe overtuigend de redenering ook lijkt. De redenering zet je niet aan om anders te handelen, je gaat niet écht twijfelen over je kennis van beweging in de praktijk. Het is dus geen echte of levende twijfel maar slechts kunstmatige twijfel. Je hoeft de paradox van beweging volgens Peirce dus niet op te lossen om iets (productiefs) te weten over beweging (1) (3)

Opgave 3 De (on)werkelijkheid in Goodbye, Lenin!

De film Goodbye, Lenin! speelt in 1989 en 1990, in de periode van de val van de Berlijnse Muur tot en met het opheffen van de communistische dictatuur van de DDR (Oost-Duitsland). De regisseur benadrukt in een interview dat hij de absurde snelheid in beeld wilde brengen waarmee de wereld voor de Oost-Duitsers veranderde. De hoofdpersoon van de film, Alex, groeit op in Oost-Berlijn onder het DDR-regime. Zijn moeder, Christiane, gelooft heilig in het communisme maar Alex is tegen dit regime. Als moeder Christiane ziet dat Alex wordt opgepakt tijdens een demonstratie tegen de dictatuur, krijgt ze een hartstilstand en raakt ze in coma. Tijdens de acht maanden dat Christiane ‘slaapt’, verandert de wereld compleet: de Muur valt, de eerste vrije verkiezingen vinden plaats, het kapitalisme doet zijn intrede en Alex’ zus gaat bij de drive-in van de Burger King werken. Als Christiane uit haar coma ontwaakt, blijkt dat ze niet meer kan lopen en op bed moet blijven liggen. De arts waarschuwt dat elke vorm van opwinding haar opnieuw een hartaanval kan bezorgen, die dan waarschijnlijk fataal zal zijn. Alex besluit daarom zijn moeder te laten geloven dat de wereld dezelfde is gebleven. Hij trekt zijn Oost-Duitse kleding weer aan en stopt de westerse producten uit de supermarkt weer in oude DDR-verpakkingen. Niets wat Christiane kan waarnemen in de kamer waar ze ligt, verraadt dat de Muur is gevallen en dat het kapitalisme zijn intrede heeft gedaan. Ze gelooft dat de buitenwereld hetzelfde is gebleven en heeft geen reden om daaraan te twijfelen. Volgens Hume is het ‘uniformiteitsprincipe’ in psychologisch opzicht onvermijdelijk, maar in filosofisch opzicht niet te verantwoorden.

Vraag 12 2 punten

Leg uit dat het ‘uniformiteitsprincipe’ volgens Hume filosofisch niet te verantwoorden is. Leg met het voorbeeld van Christianes waarnemingen uit dat het ‘uniformiteitsprincipe’ volgens Hume psychologisch onvermijdelijk is.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat volgens Hume het ‘uniformiteitsprincipe’ filosofisch niet te verantwoorden is: omdat het uniformiteitsprincipe niet is te herleiden tot impressies / omdat inductie (van het uniformiteitsprincipe) dan met inductie wordt onderbouwd (1) • een uitleg dat het ‘uniformiteitsprincipe’ psychologisch onvermijdelijk is: Christianes waarnemingen komen overeen met de (psychologisch belangrijke) verwachting dat de wereld niet grillig is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het uniformiteitsprincipe houdt de abstracte verwachting in dat de wereld niet grillig is: je hebt alle dagen van je leven de zon zien opkomen en daaruit concludeer je dat de zon in de toekomst ook altijd elke dag zal opkomen. Volgens Hume kan je deze conclusie nooit met zekerheid trekken omdat het uniformiteitsprincipe niet is te herleiden tot impressies. Dat iets altijd op een bepaalde manier gaat, is nog geen garantie dat dit in de toekomst op dezelfde manier zal gaan. Als je het uniformiteitsprincipe onderbouwt door te zeggen dat de wereld zich in het verleden altijd volgens de verwachtingen heeft gedragen, dan onderbouw je inductie met inductie (1) • Het uniformiteitsprincipe is psychologisch onvermijdelijk. We zouden natuurlijk stapelgek worden als we er voortdurend van uit zouden moeten gaan dat de wereld wel grillig is. Christiane neemt na haar coma in de kamer waarin ze ligt dezelfde wereld waar als voor haar coma. Die waarneming strookt dus met haar verwachting dat de wereld niet grillig is en niet zomaar kan veranderen (1) (2)

Alex slaagt er niet volledig in om alle nieuwe ontwikkelingen buiten zijn moeders waarnemingsveld te houden. Zo dringt op een bepaald moment het geluid door van de buurman die een westers televisieprogramma kijkt. Oost-Duitse programma’s worden inmiddels niet meer vertoond. Christiane hoort het geluid en denkt dat de buurman illegaal westerse televisieprogramma’s kijkt. Ze trekt onthutst de conclusie dat haar socialistische kameraad ineens van zijn geloof is gevallen.

Hume maakt een onderscheid tussen impressies en ideeën. Complexe ideeën kunnen volgens Hume niet het bestaan van de buitenwereld bewijzen. Volgens Locke kan dat wel: met een abductieve redenering.

Vraag 13 2 punten

Leg met het voorbeeld van het geluid van het westerse televisie- programma Humes onderscheid tussen impressies en ideeën uit. Leg vervolgens met het complexe idee ‘westers televisieprogramma’ uit dat Hume het gebruik van abductie voor het bestaan van objecten afwijst.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat impressies volgens Hume zintuiglijke indrukken zijn, zoals het horen van geluiden, terwijl ideeën de verwerking van die indrukken door het verstand zijn, bijvoorbeeld tot ‘westers televisieprogramma’ (1) • een uitleg met het complexe idee ‘westers televisieprogramma’ dat Hume het gebruik van abductie voor het bestaan van objecten afwijst: een mogelijke verklaring is niet op impressies gebaseerd (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Christiane hoort klanken en geluiden. Vervolgens verwerkt haar verstand die geluiden en klanken waardoor zij ze herkent als ‘westers televisieprogramma’. Het horen van een klank of geluid met haar oren noemt Hume een impressie en de verwerking daarvan door haar verstand tot iets dat ze begrijpt, noemt hij een idee (1) • Het ‘bestaan’ van het televisieprogramma is een mogelijke verklaring voor Christianes complexe idee ‘westers televisieprogramma’, maar deze abductie wijst Hume af. Deze mogelijke verklaring is niet op impressies gebaseerd en dus wijst Hume abductie af als filosofische onderbouwing voor het bestaan van objecten (1) (2)

Cruciaal in de film is dat Alex telkens de werkelijkheid die hij voor zijn moeder creëert geloofwaardig weet te maken. Zij heeft door Alex’ inspanningen geen idee van het

  • voor haar volkomen vergezochte
  • scenario dat het westerse kapitalisme zijn intrede heeft gedaan. Christiane denkt te weten dat het communistische regime nog de dienst uitmaakt.

Vraag 14 3 punten

Geef deze situatie van Christiane weer in de generieke vorm van de sceptische paradox. Leg vervolgens uit dat Christiane vanuit een internalistische benadering zou kunnen weten dat het communisme nog steeds de dienst uitmaakt, terwijl dit vanuit een externalistische benadering onmogelijk is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Vanuit een externalistische benadering wordt echter niet gekeken vanuit het perspectief van het subject maar vanuit de context. Die context is dat de Berlijnse Muur is gevallen, waardoor Oost- en West-Duitsers zich vrij van de ene kant van de stad naar de andere kant kunnen begeven. Binnen die context is het relevant om uit te sluiten of het kapitalisme zijn intrede heeft gedaan (1p)

Alex’ vriendin Lara vertelt

  • zonder dat Alex dit weet
  • op een bepaald moment aan Christiane de waarheid over de val van de Muur. Het blijkt niet gemakkelijk om Christiane van deze waarheid te overtuigen. Dat heeft te maken met Christianes overtuigingen over de wereld: westerse producten verwijzen voor haar naar ‘de vijand’, socialistische saamhorigheid staat voor haar voorop en het westerse individualisme is een vloek. Vanuit haar perspectief lijkt het onmogelijk dat al die dingen in minder dan een jaar ‘gewoon’ zijn geworden. Als het gaat over waarheid, kan een onderscheid worden gemaakt tussen ‘betekenis van waarheid’ en een ‘criterium voor waarheid’.

Vraag 15 2 punten

Leg met het voorbeeld dat Christiane moeilijk is te overtuigen van de waarheid uit:

  • wat correspondentie als ‘betekenis van waarheid’ inhoudt, en
  • wat coherentie als ‘criterium voor waarheid’ inhoudt.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het voorbeeld van Christiane van correspondentie als betekenis van waarheid: waar is wat overeenkomt met de feiten, in dit geval dat de Muur is gevallen / het kapitalisme zijn intrede heeft gedaan (1) • een uitleg met het voorbeeld van Christiane van coherentie als criterium voor waarheid: Christiane kan voor de waarheid alleen maar vertrouwen op samenhang met wat zij al voor waar houdt, in dit geval haar overtuigingen omtrent het bestaan van het communistische regime (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Voor de betekenis van waarheid gaan we doorgaans uit van correspondentie: waar is wat correspondeert met de waarneembare feiten. In dit geval is wat Lara vertelt de waarheid in termen van correspondentie: de Muur is gevallen, het kapitalisme heeft zijn intrede gedaan, er zijn geen Oost-Duitse producten meer in de supermarkten te krijgen. Christiane heeft geen weet van de feiten en kan dus niet door correspondentie overtuigd raken (1) • Die waarheid is voor Christiane echter heel moeilijk te geloven, omdat zij de werkelijkheid buiten niet waarneemt, aangezien ze in bed ligt en de werkelijkheid voor haar verborgen wordt gehouden. Zij kan dus alleen maar uitgaan van coherentie als criterium voor waarheid: zij houdt voor waar wat samenhangt met wat zij eerder aan overtuigingen heeft opgedaan, namelijk dat de Muur niet is gevallen en dat het communistische regime nog de dienst uitmaakt (1) (2)

Alex houdt zijn bedrog vol vanuit het idee dat hij zijn moeder een gelukkig leven bezorgt, en in die opzet slaagt hij ook: een paar dagen na de eenwording van Oost- en West-Duitsland sterft Christiane in vrede. Tegelijkertijd weet Christiane op haar sterfbed dat Alex haar al die maanden in een waan heeft gelaten. Uit respect voor de enorme creativiteit en moeite van haar zoon, besluit ze om het spelletje mee te spelen en haar zoon in de waan van zijn eigen leugen te laten. Ze sterft zonder Alex te vertellen dat ze de waarheid weet. Zowel Alex als Christiane liegen dus om de ander geluk te bezorgen. Kant zou het bedrog van Alex en Christiane om de ander gelukkig te maken moreel niet goed vinden.

Vraag 16 2 punten

Leg met de categorische imperatief uit dat Kant het bedrog van Alex en Christiane moreel niet te rechtvaardigen zou vinden. Beargumenteer vervolgens met het begrippenpaar ‘feit en fictie’ of jij het eens bent met deze opvatting van Kant over het bedrog van Alex.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het eerste deelantwoord kan ook een punt worden toegekend als de tweede formulering (natuurwet) of derde formulering (doel-middel) van de categorische imperatief op juiste wijze wordt gebruikt.

Alex is er ten onrechte van overtuigd dat de vredige dood van zijn moeder volledig is te danken aan zijn inspanningen om een fictieve wereld te creëren. Bayle zou deze overtuiging van Alex een voorbeeld noemen van een ‘dwalend’ geweten

  • net zoals in het voorbeeld van de vrouw van Martin Guerre. Volgens Bayle heeft iedereen recht op een dwalend geweten.

Vraag 17 2 punten

Geef weer wat Bayles ‘recht op een dwalend geweten’ inhoudt. Beargumenteer vervolgens met Alex’ overtuiging of jij het eens bent met Bayles recht op een dwalend geweten.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van wat Bayles ‘recht op een dwalend geweten’ inhoudt: het recht om te handelen vanuit het geheel van onze overtuigingen, ook al zijn die van buitenaf bezien misschien niet waar (1) • een argumentatie of Bayles ‘recht op een dwalend geweten’ terecht is met Alex’ overtuiging dat hij de vredige dood van zijn moeder aan zijn eigen inspanningen toeschrijft (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Bayle heeft iedereen recht op een dwalend geweten. Het geweten vat hij op als het geheel van wat we geloven en wat we op basis daarvan denken te moeten doen en laten. Aangezien we niet altijd van buitenaf kunnen vaststellen wat waar is, moeten we het doen met wat we van binnenuit geloven. Anderen hebben de plicht deze overtuigingen en de daaruit voortkomende handelingen te tolereren (1) • Ik ben het er niet mee eens dat wij de plicht hebben om een dwalend geweten te tolereren. We hebben eerder de plicht om Alex uit de illusie te helpen dat het vredige sterven van zijn moeder aan zijn inspanningen toe te schrijven is. Hij heeft nu een volkomen onterecht positief beeld van zichzelf, terwijl hij de boel gewoon bedonderd heeft. Ik vind dus dat de waarheid van buitenaf wel degelijk een rol moet spelen in de morele beoordeling van handelen (1) of • Ik ben het met Bayle eens dat wij de plicht hebben om een dwalend geweten te tolereren, ook al is de waarheid van buitenaf gezien anders. Alex kan niet weten dat zijn overtuiging ‘dat zijn moeder in vrede stierf door zijn inspanningen’ onterecht is. Zolang Alex niet weet dat zijn moeder wist van zijn gecreëerde fictieve wereld, kan hij daar moeilijk op aangesproken worden (1) (2)

Over de vraag of Goodbye, Lenin! een goede film is, lopen de meningen uiteen. Veel kijkers uit het Westen vinden de film prachtig, omdat hij laat zien hoe lastig het voor Oost-Duitsers was om na de val van de Muur de oude vertrouwde, socialistische wereld los te laten. Veel kijkers uit voormalig Oost-Duitsland vonden dat juist helemaal niet mooi aan de film: volgens hen werd het leven in de DDR veel te veel geromantiseerd. Het verschil in overtuigingen over deze film kan verklaard worden vanuit het subjectief waarheidsrelativisme. De esthetische waarde van Goodbye, Lenin! kan ook beschouwd worden als een respons-afhankelijke eigenschap.

Vraag 18 2 punten

Leg uit dat de esthetische waarde van Goodbye, Lenin! als respons- afhankelijke eigenschap kan worden beschouwd. Beargumenteer vervolgens of het subjectief waarheidsrelativisme volgens jou aansluit bij het idee van de esthetische waarde van de film als respons-afhankelijke eigenschap.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat esthetische waarden als respons-afhankelijke eigenschappen kunnen worden beschouwd: of Goodbye, Lenin! een mooie film is, is afhankelijk van welke subjecten S de film onder condities C mooi vinden (1) • een argumentatie of het subjectief waarheidsrelativisme aansluit bij het idee van de esthetische waarde van de film als respons-afhankelijke eigenschap (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Als je een esthetische waarde zoals ‘mooi’ beschouwt als respons- afhankelijke eigenschap dan betekent dit dat of iets mooi is, afhankelijk is van wie dit onder welke omstandigheden mooi vinden. In het geval van de film Goodbye, Lenin! blijkt dat het ervan afhangt of je een westerse kijker bent of zelf in de DDR hebt geleefd (1) • Het subjectief waarheidsrelativisme gaat ervan uit dat er buiten de overtuigingen van individuen geen waarheid bestaat. In dit geval hebben we te maken met de overtuigingen van kijkers uit voormalig Oost-Duitsland die nogal verschillen van de overtuigingen van de westerse kijkers. Volgens een subjectief waarheidsrelativist valt niet van buitenaf vast te stellen welke van deze twee overtuigingen over de eigenschap ‘mooi’ met betrekking tot de film Goodbye, Lenin! waar is. Waarheid is voor een subjectief waarheidsrelativist zuiver subjectief. Dat sluit dus juist niet aan bij het idee van een esthetische waarde als respons-afhankelijke eigenschap: daarin ligt de waarheid over de esthetische waarde ‘mooi’ immers ergens tussen subjectivisme en objectivisme in (1) of • Het subjectief waarheidsrelativisme gaat ervan uit dat er buiten de overtuigingen van individuen geen waarheid bestaat. In dit geval hebben we te maken met de overtuigingen van kijkers uit voormalig Oost-Duitsland die nogal verschillen van de overtuigingen van de westerse kijkers. Volgens een subjectief waarheidsrelativist valt niet van buitenaf vast te stellen welk van deze twee overtuigingen over de eigenschap ‘mooi’ met betrekki (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-19-1-o

Andere examens filosofie vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1 telt 18 vragen. De meeste vragen gaan over kennisleer (13), mens en techniek (3) en ethiek (2).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-19-1-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.