Eindexamen filosofie vwo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Superhelden en het wezen van de mens, Opgave 2 Het metaverse, Opgave 3 Oog in oog met een beer, bron: N. Martin, Geloven in het wild, 2022, bron: N. Martin, Geloven in het wild, 2022.

Kort antwoord

Het centraal examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2 telt 20 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (19) en ethiek (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Mens en techniek1-5, 7-2019
Ethiek61

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (95% van de vragen, gemiddeld 36%). Minder over politieke filosofie (0% van de vragen, gemiddeld 24%) en kennisleer (0% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Superhelden en het wezen van de mens

Superhelden in de films van het Marvel Universum strijden doorgaans tegen een schurk die de wereld wil vernietigen. Vaak zijn de wonderlijke krachten van Marvel-superhelden voortgekomen uit een versmelting van een mens met geavanceerde techniek. De superheld Iron Man is eigenlijk de mens Tony Stark. In Starks hart is een elektromagneet geïmplanteerd die ervoor zorgt dat een granaatsplinter vlak bij zijn hart hem niet fataal wordt. Bovendien drijft die elektromagneet het speciale Iron Man-pak aan. Met dat pak kan Stark goed vliegen en heeft hij enorme kracht. In het Iron Man-pak zitten wapens en een neuronetwerk. Dat neuronetwerk heet Jarvis. Deze AI (artificiële intelligentie) heeft geleerd welke informatie Stark nodig heeft om als superheld Iron Man geroutineerd allerlei vijanden te verslaan. Jarvis geeft Stark uit zichzelf informatie over de conditie van zijn pak, over zijn wapens, de omgeving en de slechteriken tegen wie hij vecht. Hoewel Iron Man een fictief figuur is, zijn sommige mogelijkheden van een neuronetwerk als Jarvis in werkelijkheid al gerealiseerd. Jarvis lijkt bijvoorbeeld op een chatbot met AI, zoals ChatGPT. Volgens Andy Clark is ons denken uitgebreid (extended) buiten ons lichaam. Hij legt dit uit aan de hand van het voorbeeld van Otto met Alzheimer.

Vraag 1 2 punten

Geef met het voorbeeld van Otto weer wat Clarks opvatting van de uitgebreide geest inhoudt. Beargumenteer vervolgens of Starks denken volgens jou is uitgebreid naar Jarvis.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Clarks opvatting van de uitgebreide geest met het voorbeeld van Otto dat een notitieboekje hetzelfde functioneert als het geheugen bij het vormen van overtuigingen / bij het denken (1) • een argumentatie of Starks denken is uitgebreid naar Jarvis waardoor Jarvis deel is geworden van het denken van Stark (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Otto met Alzheimer schrijft in zijn notitieboekje op wat het adres van het museum is. Dit notitieboekje raadpleegt hij op dezelfde manier als mensen zonder alzheimer hun geheugen raadplegen. Zowel Otto als mensen zonder alzheimer hebben op basis van dat notitieboekje of hun geheugen dezelfde overtuiging over waar het museum zich bevindt. Bij Otto zit zijn overtuiging niet in zijn hoofd en is zijn denken of geest dus uitgebreid naar buiten zijn lichaam. (1) • Ik denk niet dat Starks denken is uitgebreid. Hij denkt met zijn hersenen en die AI in zijn pak geeft hem informatie. Die informatie van Jarvis is niet Starks denken, maar functioneert als een hulpmiddel. Informatie die zich buiten jou bevindt, en die je niet eerst zelf daar buiten jou hebt opgeschreven zoals bij een notitieboekje, is wat mij betreft geen onderdeel van jouw denken. (1) of • Ik denk dat Starks denken is uitgebreid zoals Clark bedoelt. Jarvis functioneert als een geavanceerd notitieboekje zoals bij Otto, het is een cognitieve extensie. Stark denkt niet alleen met zijn eigen hersenen, maar ook met Jarvis. Starks overtuigingen in een gevecht bevinden zich dus ook buiten zijn eigen lichaam. (1) (2)

Volgens Clark verandert het wezen van de mens niet door de omgang met techniek. Zelfs niet als die techniek bestaat uit dynamische apparaten.

Vraag 2 4 punten

Geef Clarks beschrijving van het wezen van de mens weer. Leg vervolgens uit dat het Iron Man-pak met Jarvis een dynamisch apparaat is. Geef tot slot met het voorbeeld van Tony Stark/Iron Man:

  • een argument voor Clarks opvatting dat het wezen van de mens niet verandert door de omgang met een dynamisch apparaat, en
  • een argument tegen Clarks opvatting dat het wezen van de mens niet verandert door de omgang met een dynamisch apparaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Maar je kan ook zeggen dat de bestaanservaring van Iron Man met Jarvis anders is dan die van Tony Stark. Als je voortdurend in contact staat met informatie over je vijanden, je situatie en de conditie van je vliegende pak en de wapens die daarin zitten, gedraag je je kennelijk als een superheld. Maar zodra je dat pak uitdoet, ben je niet meer die snelle superheld en mis je zowel de mogelijkheden van het pak als de onmiddellijke informatie van de AI. Door de omgang met een dynamisch apparaat dat zich aan jou kan aanpassen, wordt jouw bestaanservaring anders. Ik denk dat dat niet alleen voor Tony Stark en zijn pak met Jarvis geldt, maar voor alle techniek. Door allerlei informatietechniek, zoals ook ChatGPT, ga je als mens anders nadenken en anders met je omgeving om. Daardoor verandert ook je bestaanservaring. Het wezen van de mens, in de betekenis van bestaanservaring, verandert dus door de omgang met techniek. (1p)

Iron Man/Tony Stark worstelt met zichzelf. Tony Stark maakte zijn Iron Man-pak om te ontsnappen aan een terrorist die hem had ontvoerd. Eenmaal thuis besefte hij dat hij met dat pak ook de wereld kon redden in plaats van alleen zichzelf. Hij stopte met het produceren van wapens

  • wat hij al van jongs af aan deed
  • en werd een superheld. Hij merkt als Iron Man dat hij soms geen zin heeft om samen met andere superhelden de wereld te redden. Hij heeft zijn eigen ideeën over hoe de wereld gered moet worden en hij vindt het vervelend om te moeten doen wat anderen willen. Op zulke momenten gaat hij liever als Tony Stark thuis technische foefjes uitvinden. Maar er blijft altijd iets knagen en als de anderen hem overhalen om de wereld te redden, doet hij altijd mee omdat hij weet dat dat nou eenmaal hoort bij een superheld. Er is een verschil tussen het beantwoorden van de vraag naar de mens vanuit het eerstepersoonsperspectief en vanuit het derdepersoonsperspectief. Met dit verschil kan ook de worsteling worden begrepen die Iron Man/Tony Stark met zichzelf heeft.

Vraag 3 3 punten

Geef weer wat beide perspectieven op de vraag naar de mens inhouden. Leg vervolgens met beide perspectieven de worsteling van Iron Man/Tony Stark met zichzelf uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van wat het eerstepersoonsperspectief op de vraag naar de mens inhoudt: hoe jij je bestaan ervaart (1) • een weergave van wat het derdepersoonsperspectief op de vraag naar de mens inhoudt: een beschrijving van buitenaf van een set essentiële eigenschappen (1) • een uitleg van de worsteling met zichzelf van Iron Man/Tony Stark, met het eerstepersoonsperspectief en het derdepersoonsperspectief: Iron Man/Tony Stark ervaart verlangens/neigingen die tegengesteld zijn aan de essentiële eigenschap van superhelden om de wereld te redden (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het eerstepersoonsperspectief gaat over de kwalitatieve ervaring hoe jij je bestaan ervaart. (1) • Het derdepersoonsperspectief is een objectieve beschrijving van de mens van buitenaf, bijvoorbeeld door essentiële kenmerken te beschrijven. (1) • Iron Mans/Tony Starks eerstepersoonsperspectief is de manier waarop hij zijn bestaan ervaart. Dat is bijvoorbeeld dat hij merkt dat hij geen zin heeft om te doen wat anderen willen, maar dat er ook iets knaagt als hij zich daarom terugtrekt om technische foefjes uit te vinden. Dat is in conflict met het derdepersoonsperspectief dat de essentie van superhelden nu eenmaal is dat ze de wereld redden. (1) (3)

Helmuth Plessner formuleert de wet van de utopische standplaats.

Vraag 4 1 punt

Leg met deze wet Iron Mans/Tony Starks worsteling met zichzelf uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg van Iron Mans/Tony Starks worsteling met zichzelf, met Plessners wet van de utopische standplaats: Tony Stark/Iron Man kan als mens/superheld boven zichzelf uitstijgen, maar ervaart als concreet individu/superheld altijd begrenzing / ontworteling. voorbeeld van een goed antwoord: Plessners wet van de utopische standplaats houdt in dat de mens geen vaste basis heeft, maar hier wel naar op zoek is. Voor Tony Stark zijn er geen grenzen aan wat hij kan zijn als superheld Iron Man, die de wereld redt met een geavanceerd pak. Tegelijkertijd bestaat hij als concreet individu in het hier en nu, met wensen, gedrag, eigenschappen en opvattingen, zoals opvattingen over hoe de wereld wel en niet kan worden gered en is hij dus ook begrensd. (1)

Een andere Marvel-superheld is Michael Morbius. Hij is een briljante biochemicus met een zeldzame bloedziekte. Hij werkt in een laboratorium bij een ziekenhuis. Stiekem doet hij in dat lab experimenten met reusachtige vampiervleermuizen. Hij slaagt erin om uit deze experimenten een medicijn te creëren waarmee hij zichzelf geneest van zijn ziekte, door een aanpassing van zijn DNA. Wetenschappelijk onderzoek naar het genezen van ziektes door een technologische aanpassing van DNA vindt al in onze werkelijkheid plaats. Volgens Karen Barad zijn mensen een verstrengeling van materiaal en betekenis.

Vraag 5 1 punt

Leg met het voorbeeld van Morbius de opvatting van Barad uit dat mensen een verstrengeling zijn van materiaal en betekenis.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg van Barads opvatting dat mensen een verstrengeling zijn van materiaal en betekenis met het voorbeeld van Morbius: de verschillende elementen (Morbius als onderzoeker, zijn ziekte, de wens om te genezen, het lab/het medicijn, de vampiervleermuizen) ontstaan als fenomeen in de praktijk van het onderzoek. voorbeeld van een goed antwoord: Morbius als onderzoeker, zijn lab, het medicijn dat hij ontwikkelt en de vampiervleermuizen die hij gebruikt voor het medicijn, bestaan volgens Barad niet van tevoren al onafhankelijk van elkaar als losse elementen. Deze elementen ontstaan pas in het onderzoek waarin grensbepalingen optreden tussen dingen, onderzoekers, apparaten en concepten. Deze elementen en grenzen bestaan niet als onveranderlijk materiaal in de wereld en ook niet alleen als betekenis in ons hoofd. Materiaal en betekenis zijn verstrengeld, en mensen, ook Morbius, zijn deze verstrengeling van materiaal en betekenis. (1)

Door de aanpassing van zijn DNA krijgt Morbius, behalve zijn menselijke eigenschappen, ook eigenschappen van vampiervleermuizen: hij moet zichzelf voeden met bloed, heeft een afkeer van licht, en kan vliegen en waarnemen als een vleermuis. Die eigenschappen stellen hem voor morele dilemma’s. Om zichzelf te voeden, heeft hij bloed van mensen nodig. Hij heeft daarom een sterke neiging om mensen aan te vallen en hun bloed op te zuigen, waardoor deze mensen zullen sterven. Hij geeft echter niet aan zijn neiging toe, omdat hij die niet voor zichzelf kan verantwoorden. In plaats daarvan steelt hij zakken bloed uit het onderzoekslab om zich te voeden. Hij probeert zo te handelen dat hij andere mensen helpt met de extra vermogens die hij als vampiervleermuis heeft.

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat Morbius zijn handelwijze om niet toe te geven aan zijn neiging, kan verantwoorden:

  • vanuit de deugdethiek, en
  • vanuit de plichtethiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Morbius zijn handelwijze om niet aan zijn neiging toe te geven, kan verantwoorden vanuit de deugdethiek, omdat hij handelt vanuit een deugd/karakterhouding als midden tussen twee extremen / hij als gemeenschapswezen de deugd als uitgangspunt neemt (1) • een uitleg dat Morbius zijn handelwijze om niet aan zijn neiging toe te geven, kan verantwoorden vanuit de plichtethiek, omdat hij handelt volgens een regel waarvan je redelijkerwijs kunt willen dat het een algemene wet is / hij anderen niet louter als middel maar ook altijd als doel op zichzelf beschouwt / hij van principes/plicht uitgaat ongeacht tot welk resultaat dit leidt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de deugdethiek volg je de deugd als midden tussen twee extremen. Morbius’ karakter blijft deugdzaam, omdat hij uitgaat van zelfbeheersing. Onbeheerstheid is het ene extreem. Het zou vanuit die extreme houding zijn als hij toe zou geven aan zijn neiging om mensen aan te vallen. De houding van zelfverloochening is het andere extreem. Dan zou Morbius zijn neiging volledig negeren. (1) • In de plichtethiek handel je volgens een principe waarvan je kunt willen dat het een algemene regel wordt. Je kunt nooit redelijkerwijs willen dat elkaar vermoorden om aan eten te komen een algemene regel wordt. Je zou dan een ander als middel gebruiken en niet als doel op zich zien. Dat Morbius zijn moordneiging onderdrukt, kan hij dus verantwoorden vanuit de plichtethiek. (1) (2)

Volgens de speculatieve benadering van Jos de Mul kan de verandering van de mens zich voltrekken volgens drie verschillende scenario’s. De fictieve superhelden in het Marvel Universum zijn op te vatten als dit soort scenario’s.

Vraag 7 3 punten

Leg uit van welk scenario van De Mul superheld Morbius een voorbeeld is. Leg vervolgens uit van welk scenario van De Mul superheld Iron Man een voorbeeld is. Beargumenteer tot slot welk van beide scenario’s jij een verbetering van de mens vindt. Maak daarbij een afweging van de twee scenario’s met de bijbehorende superhelden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik vind het alienscenario van Morbius eerder een verbetering van de mens dan het zwermgeestscenario. Zo’n Morbius is natuurlijk een nachtmerrieachtige versie van dat alienscenario, maar ik denk dat biotechnologische aanpassingen van bijvoorbeeld embryo’s om bepaalde levensbedreigende genetische afwijkingen te voorkomen, werkelijk een verbetering zijn van ons mens-zijn. Neurotechnologische aanpassingen, zoals die van Iron Man met Jarvis, leveren misschien wel mooie nieuwe mogelijkheden voor de mens op als die niet in fictie maar in ons gewone leven worden toegepast, maar ik weet niet of daarmee de mens zelf echt verbeterd wordt. Biotechnologie grijpt met DNA-aanpassingen veel fundamenteler in in de aard van de mens. Daar komen ook fundamentelere morele vragen bij kijken over hoe ver je mag gaan
    • mag je bijvoorbeeld genen aanpassen om een kind te laten voldoen aan een schoonheidsideaal?
    • en wij mensen zijn uitstekend in staat om nieuwe morele vragen filosofisch te beantwoorden. Er staat in het alienscenario meer op het spel, maar het levert een echte verbetering van de mens op als we dat goed doen. (1)

Opgave 2 Het metaverse

Volgens verschillende technologiebedrijven is het ‘metaverse’ de toekomst van het internet. Het metaverse is het geheel van onderling verbonden netwerken van virtuele 3D-werelden. Volgens sommigen zal het metaverse een revolutie veroorzaken, omdat we een groot deel van ons leven in uiteenlopende virtuele werelden zullen gaan doorbrengen. Om het metaverse beter te leren kennen, brengt de journalist Joanna Stern vierentwintig uur achter elkaar door in virtuele omgevingen (VR). Met een VR-bril op speelt ze games, mediteert ze op een virtuele berg tussen de lama’s en bezoekt ze een virtueel café. In het VR-café voelen de diepte en het perspectief eerst vreemd voor Stern, waardoor ze moet nadenken over hoe ze zich beweegt. Om bijvoorbeeld een virtueel drankje aan te pakken, moet Stern uitproberen hoe ver ze haar arm moet uitstrekken. Maxine Sheets-Johnstone maakt in haar fenomenologische benadering van dans gebruik van het begrip lichaamsschema.

Vraag 8 2 punten

Leg met het voorbeeld van het aanpakken van het virtuele drankje uit wat Sheets-Johnstone bedoelt met het lichaamsschema. Leg vervolgens uit in welk opzicht Sheets-Johnstones fenomenologische benadering geen betrekking heeft op het voorbeeld van het aanpakken van het virtuele drankje.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg wat Sheets-Johnstone bedoelt met het lichaamsschema, met het voorbeeld van het aanpakken van het virtuele drankje: de geleefde ervaring van de ruimtelijkheid van je lichaam in de wereld, die in een virtuele omgeving anders is dan in een fysieke omgeving (1) • een uitleg in welk opzicht Sheets-Johnstones fenomenologische benadering geen betrekking heeft op het voorbeeld van het aanpakken van het virtuele drankje: fenomenologie wil de pre-reflectieve gewaarwording van het bewegende lichaam onderzoeken, terwijl Stern bewust moet nadenken over hoe ze het virtuele drankje moet aanpakken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Sheets-Johnstone bedoelt met het lichaamsschema dat mensen een gevoel hebben voor de ruimtelijkheid van hun lichaam in de wereld. Hierdoor ervaren we ons lichaam als één continu en samenhangend hier-zijn. In het dagelijks leven blijft het lichaamsschema meestal onopgemerkt, maar in situaties zoals het aanpakken van het drankje in het VR-café, wordt opeens zichtbaar dat Sterns lichaamsschema minder goed is afgestemd op de VR-omgeving dan op een fysieke omgeving. (1) • De fenomenologie probeert volgens Sheets-Johnstone te beschrijven hoe we onszelf en de wereld ervaren nog voordat er enige reflectie plaatsvindt. Stern is in het VR-café juist bewust aan het nadenken over het aanpakken van het virtuele drankje, waardoor dit zich minder goed leent voor Sheets-Johnstones fenomenologische benadering. (1) (2)

Na een tijdje vergeet Stern dat ze in een VR-café is en geniet ze van het praten met onbekenden. Andy Clark beschrijft twee manieren van omgaan met techniek.

Vraag 9 2 punten

Geef met de begrippen interface en cyborg het verschil weer tussen deze twee manieren van omgaan met techniek. Ga daarbij in op de ervaringen van Stern in het VR-café.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van het verschil tussen de twee manieren van omgaan met techniek volgens Clark, met de begrippen interface en cyborg: volgens Clark kan het nodig zijn om onze aandacht bewust te richten op de techniek (interface) of kan dit naar de achtergrond van ons handelen verdwijnen (cyborg) (1) • een toepassing van dit verschil op Sterns ervaringen in het VR-café: eerst moet Stern haar aandacht richten op de VR-techniek om te ontdekken hoe die werkt, terwijl ze later vergeet dat ze de VR-techniek gebruikt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Clark verhouden we ons op twee verschillende manieren tot techniek. Soms moeten we ermee omgaan als met een instrument, waarvan we nog moeten uitvinden hoe het werkt. Dit noemt hij een interface. En soms raakt de techniek zodanig ingelijfd dat we ons er één geheel mee voelen en het gebruik ervan 'transparant' wordt. We vormen dan een cyborg met de techniek. (1) • Stern moet bijvoorbeeld in het VR-café eerst uitzoeken hoe ver ze haar hand moet uitstrekken om een virtueel drankje te kunnen aanpakken. Ze moet haar aandacht dan richten op de VR-techniek om te ontdekken hoe die werkt. Na verloop van tijd vergeet Stern dat ze in een VR-café is. Ze richt haar aandacht op het praten met andere mensen en de VR-techniek is naar de achtergrond van haar bewustzijn verdwenen. (1) (2)

Als Stern de VR-bril uiteindelijk afdoet, heeft ze hoofdpijn en zere ogen. Maar ze realiseert zich ook dat ze zich in het VR-café

  • verscholen achter haar avatar
  • anoniemer en vrijer voelde dan in de fysieke wereld. Petran Kockelkoren beschrijft de processen van decentreren en recentreren.

Vraag 10 2 punten

Leg uit dat in Sterns ervaring met VR de processen van decentreren en recentreren zijn te herkennen.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat in Sterns ervaring met VR het proces van decentreren is te herkennen: door de VR-bril raakt Stern zintuiglijk gedesoriënteerd / krijgt ze een ander zicht op de omgeving (1) • een uitleg dat in Sterns ervaring met VR het proces van recentreren is te herkennen: de (ingelijfde) VR-techniek transformeert Sterns ervaring van zichzelf in de wereld (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Kockelkoren kan techniek een hulpmiddel zijn om onze blik te veranderen. Stern decentreert door haar gebruik van de VR-bril, omdat ze hierdoor zintuiglijke desoriëntatie ervaart en een ander zicht op de omgeving krijgt. Door de VR-ervaring wordt ze uit haar alledaagse beleving van zichzelf en de wereld gehaald. (1) • Kockelkoren stelt dat we, na decentreren met behulp van een techniek, kunnen recentreren. We ervaren onszelf dan weer als middelpunt van de concrete situatie, maar keren niet precies naar hetzelfde punt terug als daarvoor. Ook bij Stern vindt dit plaats. Doordat ze zich in het VR- café kan verschuilen achter een avatar, ervaart ze daar een vorm van vrijheid en anonimiteit die ze in de fysieke wereld niet voelt. Die ervaring neemt ze mee in haar leven buiten VR en transformeert haar ervaring van zichzelf in de wereld. (1) (2)

In het metaverse spelen data een grote rol. Yuval Noah Harari beschrijft de ontwikkeling van techno-humanisme naar dataïsme. Volgens Miriam Rasch moeten we ons verzetten tegen het dataïsme.

Vraag 11 2 punten

Leg de ontwikkeling van techno-humanisme naar dataïsme uit. Leg vervolgens uit dat het begrip het else volgens Rasch een mogelijkheid biedt voor verzet tegen dataïsme.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de ontwikkeling van techno-humanisme naar dataïsme: het techno-humanisme stelt de verlangens van de mens centraal terwijl in het dataïsme alleen data nog waarde hebben (1) • een uitleg dat het begrip het else volgens Rasch een mogelijkheid biedt voor verzet tegen het dataïsme: het else benoemt het vreemde/andere/spontane dat niet in data is uit te drukken / benoemt ons vermogen om ons tot onze data te verhouden, waardoor wij ons kunnen verzetten tegen de opvatting dat alles data is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het techno-humanisme is een stroming die het vervullen van menselijke verlangens centraal stelt. Door technische hulpmiddelen en het hervormen en beheersen van de menselijke verlangens moet deze behoeftebevrediging steeds soepeler verlopen. Harari voorspelt echter dat het techno-humanisme plaats zal maken voor dataïsme. Volgens het dataïsme bestaat het universum uit datastromen en bestaat de waarde van elk fenomeen – en dus ook van de mens – uit een bijdrage aan deze dataverwerking. Ook de verlangens van mensen hebben dus in het dataïsme hun intrinsieke waarde verloren. (1) • Volgens het dataïsme is alles in data te vatten, dus ook ieder individu. De notie van het else benadrukt juist het spontane van de mens, dat nooit in data te vangen is. Door woorden te geven aan het verschil tussen mijzelf en mijn data, biedt de notie else dus een mogelijkheid om ons tegen het dataïsme te verzetten. (1) (2)

Virtuele omgevingen worden in toenemende mate gecreëerd door kunstmatige intelligentie (AI), waarbij wordt voortgebouwd op bestaande databases voor VR. Critici wijzen erop dat niet-inclusieve eigenschappen van VR op deze manier eindeloos kunnen worden herhaald. Zo waren de algoritmes voor avatars met kroeshaar niet goed genoeg, waardoor het leek alsof ze steil haar hadden. Ook de toegankelijkheid van VR voor blinden en slechtzienden blijft onveranderd. Volgens Katherine Hayles moet worden nagedacht over de ethische gevolgen van niet-bewuste cognitie, zoals AI die VR-omgevingen creëert.

Vraag 12 1 punt

Leg uit dat niet-bewuste cognitie volgens Hayles geen morele verantwoordelijkheid zal kunnen nemen. Ga daarbij in op het creëren van inclusieve omgevingen.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg dat niet-bewuste cognitie volgens Hayles geen morele verantwoordelijkheid zal kunnen nemen, waarbij ingegaan wordt op het creëren van inclusieve omgevingen: niet-bewuste cognitie is niet kwetsbaar / heeft geen emotie / heeft geen omvattende wereldhorizon / heeft geen empathische vermogens om anderen te begrijpen, waardoor deze niet in staat is verantwoordelijkheid te nemen voor inclusieve omgevingen. voorbeeld van een goed antwoord: Niet-bewuste cognitie is zelf niet kwetsbaar voor de ervaring van uitsluiting. Een AI zou geprogrammeerd kunnen worden om ethische redeneringen te voltrekken of voorwaarden voor inclusie te signaleren, maar daarmee neemt AI nog geen morele verantwoordelijkheid. Daarvoor moet je geraakt kunnen worden. (1)

Virtuele werelden bieden echter ook mogelijkheden voor inclusie. Zo is er een VR-training ontwikkeld die mensen laat ervaren hoe het is om gediscrimineerd te worden. Dit is onderdeel van een cursus inclusiviteit op de werkvloer. In de VR-training werk je samen met VR-personages aan een opdracht, maar zij negeren jouw bijdragen en gaan uit van vooroordelen. Je kunt de VR-wereld in deze training opvatten als medewereld. Plessner heeft invulling gegeven aan het begrip medewereld. Existentialisten als Simone de Beauvoir en Frantz Fanon geven een iets andere invulling aan het begrip medewereld.

Vraag 13 2 punten

Leg het verschil uit tussen Plessners invulling van het begrip medewereld en die van de existentialisten. Leg uit bij welke van deze twee invullingen van het begrip medewereld de VR-training het best aansluit.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het verschil tussen Plessners invulling van het begrip medewereld en die van de existentialisten: Plessner benadrukt onze expressiviteit tegenover de medemens, existentialisten benadrukken dat wij door de wereld van de medemensen worden gevormd (1) • een uitleg dat de VR-training het best aansluit bij de invulling van de existentialisten, omdat gepoogd wordt de deelnemers te laten ervaren dat hun bestaanservaring mede wordt gevormd door medemensen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Plessner beschrijft de medewereld als het geheel van onze uitdrukkingen. Mensen voelen het verlangen om uitdrukking te geven aan hun ervaringen en die met anderen te delen. De existentialisten beschrijven vooral hoe dat geheel van uitdrukkingen ons vormt. Volgens De Beauvoir en Fanon zorgt de medewereld ervoor dat we tot ‘vrouw’ of tot ‘zwart’ worden gemaakt. (1) • De VR-training sluit het best aan bij de invulling van de medewereld van de existentialisten. In de VR-training wordt namelijk geprobeerd om de deelnemers te laten ervaren hoe negatieve uitingen van anderen de ervaring mede vormgeven. (1) (2)

Fanon beschrijft zijn ervaringen met racisme.

Vraag 14 2 punten

Beargumenteer of jij de VR-training een goede manier vindt om inclusie te bevorderen, met:

  • een uitleg van de overeenkomst tussen Fanons bestaanservaring en de situatie van een deelnemer aan de VR-training, en
  • een uitleg van het verschil tussen Fanons bestaanservaring en de situatie van een deelnemer aan de VR-training.
Bekijk het antwoord

Opmerking Als de overeenkomst en het verschil juist worden uitgelegd zonder dat deze in een (juiste) argumentatie zijn opgenomen, kan aan deze uitleg (voor overeenkomst en het verschil samen) één scorepunt worden toegekend.

De huidige VR-omgevingen zijn doorgaans alleen te zien en te horen en maar zeer beperkt te voelen, ruiken of proeven. Er wordt geëxperimenteerd met een chip in het brein, waarmee zintuiglijke ervaringen direct via breinsignalen opgewekt zouden kunnen worden. Volgens sommige techbedrijven zou de vakantie van de toekomst wel eens een VR-vakantie via breinsignalen kunnen zijn, waarin je bijvoorbeeld rond kunt lopen in een jungle die je kunt voelen en ruiken. Je zou die VR-jungle bovendien kunnen beleven vanuit onverwachte perspectieven, zoals die van een vis of een vogel. Volgens Dick Swaab zijn wij ons brein. Belichaamd denken (embodied cognition) is een stroming binnen 4E.

Vraag 15 2 punten

Beargumenteer of jij het met Swaab eens bent dat wij ons brein zijn, met:

  • het voorbeeld van VR via breinsignalen, en
  • de 4E-stroming belichaamd denken.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een argumentatie of Swaab gelijk heeft dat wij ons brein zijn omdat onze hersenen al onze ervaringen veroorzaken: • met het voorbeeld van VR via breinsignalen (1) • met de 4E-stroming belichaamd denken, die stelt dat kennis een basis heeft in onze lichamelijke verhouding tot de omgeving (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Ik denk inderdaad dat wij ons brein zijn, zoals Swaab stelt, omdat onze hersenen onze ervaringen en ons gedrag veroorzaken. Het voorbeeld van de VR-ervaring via een breinchip laat dit mooi zien. Volgens de 4E-stroming van belichaamd denken veroorzaken de eigenschappen van ons lichaam onze specifieke ervaring van onszelf en van onze verhouding tot de omgeving. Maar in het voorbeeld van de VR-ervaring via een breinchip, kunnen we ook ervaren hoe het is om als vogel in de jungle te vliegen. Ik ben het daarom eens met Swaab dat onze hersenactiviteit bepaalt wie we zijn en niet ons gehele lichaam, zoals de stroming van belichaamd denken stelt. (2) of • Ik denk niet dat wij ons brein zijn omdat onze hersenen onze ervaringen veroorzaken, zoals Swaab stelt. Volgens de 4E-stroming van belichaamd denken, heeft kennis een basis in onze lichamelijke verhouding tot de omgeving. Denken is een activiteit die plaatsvindt in en via het lichaam. Mensen zijn volgens mij niet te reduceren tot hun hersenactiviteit, omdat het lichaam input levert aan het brein en zo deel is van wie we zijn. Wanneer die input uit een VR-ervaring komt waarbij ons brein wordt geprikkeld, heb je misschien een ongewone jungle-ervaring, maar bij die ervaring gaat er volgens mij ook iets specifieks van onze lichamelijke ervaring verloren. Onze lichamelijkheid is juist een voorwaarde voor onze (virtuele) ervaringen. Zonder de lichamelijke ervaringen van bijvoorbeeld een vis, kunnen we ook niet virtueel ervaren hoe het is om door kieuwen te ‘ademen’. (2) (2)

Toekomstvisies over computerchips die rechtstreeks inwerken op onze hersenen, kunnen de computermetafoor voor de mens versterken. De computermetafoor was oorspronkelijk gebaseerd op traditionele computers, die werkten met symboolmanipulatie. Later werden neurale netwerken ontwikkeld. Volgens Piet Vroon en Douwe Draaisma zijn machinemetaforen historisch contingent.

Vraag 16 3 punten

Leg de computermetafoor uit met het begrip symboolmanipulatie. Beargumenteer vervolgens of de computermetafoor volgens jou helpt om de mens te begrijpen. Ga daarbij in op:

  • neurale netwerken, en
  • Vroon & Draaisma’s stelling dat machinemetaforen historisch contingent zijn.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik denk dat de computermetafoor voor de mens niet helpt om de mens beter te begrijpen. Wanneer we de mens bijvoorbeeld opvatten als een zelflerend neuraal netwerk, kan de mens worden voorgesteld als een soort brein in een vat. Dit staat een goed begrip van de mens in al zijn belichaamde complexiteit in de weg. Vroon & Draaisma wijzen erop dat de machinemetaforen voor de mens historisch veranderlijk zijn. De mens wordt daarmee door de culturele bril van het moment gezien, bijvoorbeeld als klok, als traditionele computer of als neuraal netwerk. Deze metaforen zijn geen onschadelijke hulpmiddelen, want ze vereenvoudigen het beeld van onszelf en staan een goed begrip van onze complexe veelzijdigheid in de weg. (2p)

Opgave 3 Oog in oog met een beer

De Franse antropoloog Natasja Martin is gespecialiseerd in volkeren die leven volgens het animisme. Volgens Martin bestaat er in het animisme geen scheidslijn tussen natuur en cultuur, mens en niet-mens. Mensen delen een universele ziel met alle andere wezens. Niet alleen dieren, maar ook planten, voorwerpen, landschappen en weersomstandigheden maken volgens het animisme deel uit van één allesomvattend organisme en zij hebben ook allemaal een ziel of een geest. Het animisme vormt hiermee kritiek op een dualistische manier van denken. Donna Haraway bekritiseert de dualistische denkwijze ook. In tegenstelling tot de opvatting van het animisme, gebruikt zij het beeld van de mens als cyborg.

Vraag 17 4 punten

Geef weer waarom Haraway het beeld van de mens als cyborg gebruikt. Beargumenteer vervolgens welke opvatting over de mens jij het meest overtuigend vindt, die van Haraway of die van het animisme. Geef in je argumentatie:

  • een afweging van de opvattingen van Haraway en het animisme,
  • een uitleg van het begrip monisme, en
  • een uitleg van het begrip dualisme.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Ik vind de opvatting over de mens van het animisme overtuigender dan het idee van een mens als cyborg. Er is niet een heel duidelijke grenslijn tussen mensen en andere wezens, omdat alles en iedereen bezield is en deel uitmaakt van een universele ziel. Dat is een monistische visie, omdat er uiteindelijk één substantie is, namelijk de universele ziel. De specifiek menselijke ziel wordt volgens mij weliswaar gekenmerkt door het vermogen tot rationeel denken, maar daarmee heb ik nog geen dualistische opvatting over de mens, als bestaande uit twee volstrekt gescheiden substanties, lichaam en geest. Door de specifiek menselijke ziel is volgens mij bovendien ieder mens uniek en hebben we wel een vastomlijnde identiteit. Daarom ben ik het minder eens met Haraway en meer met het animisme. (3p)

bron: N. Martin, Geloven in het wild, 2022

De mens wordt volgens Helmuth Plessner gekenmerkt door excentrische positionaliteit. Een van de antropologische wetten die hij formuleert, is de wet van natuurlijke kunstmatigheid.

Vraag 18 2 punten

Leg uit wat Plessner bedoelt met excentrische positionaliteit, met:

  • tekst 1, en
  • de wet van natuurlijke kunstmatigheid.
Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg wat Plessner bedoelt met excentrische positionaliteit, met: • tekst 1: Martin kan zich verhouden tot haar eigen bestaan, waarin ze zich verbonden voelt met andere wezens (1) • de wet van natuurlijke kunstmatigheid: de mens is geplaatst tegenover zijn bestaan en moet zijn bestaan ten uitvoer brengen vanuit een bestaanservaring die hem van nature gegeven is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Met excentrische positionaliteit bedoelt Plessner dat de mens niet alleen zichzelf en de wereld ervaart, maar tegelijkertijd ook kan reflecteren op de verhouding tussen die twee, de binnenwereld en de buitenwereld. Martin realiseert zich, door de aanval van de beer, dat ze een open wereld is waar meervoudige wezens elkaar ontmoeten. Ze verhoudt zichzelf hiermee tot haar binnenwereld, haar buitenwereld en haar medewereld. (1) • Omdat mensen vanuit een buitenpositie hun bestaan kunnen beschouwen, stellen ze zichzelf voortdurend vragen en moeten ze hun bestaan vormgeven en ten uitvoer brengen. Ze leven niet alleen maar, maar moeten zichzelf steeds weer verhouden tot de binnenwereld, buitenwereld en medewereld. Dat geeft het menselijk bestaan een kunstmatig karakter, maar dat volgt uit een bestaanservaring die de mens van nature gegeven is. (1) (2)

In Geloven in het wild probeert Martin vanuit allerlei invalshoeken te achterhalen wat de confrontatie met de beer voor haar heeft betekend. Haar boek is een onderzoek naar de verhouding tussen mens en dier, en een literair verslag van haar transformatie.

Vraag 19 1 punt

Leg de wet van de bemiddelde onmiddellijkheid uit met het voorbeeld van Martins boek.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat een uitleg van de wet van de bemiddelde onmiddellijkheid, met het voorbeeld van Martins boek: in haar boek drukt Martin haar onmiddellijke ervaring uit en haar bemiddelde ervaring tussen zichzelf en de omgeving. voorbeeld van een goed antwoord: Martin drukt met haar boek Geloven in het wild haar bestaanservaring uit, legt deze vast en deelt deze ervaring met anderen door middel van taal. Ze beschrijft hoe ze getransformeerd is, en dat deelt ze met haar lezers. Volgens de wet van de bemiddelde onmiddellijkheid ervaart de mens zichzelf als subject dat bemiddelt tussen zichzelf en de omgeving en tegelijkertijd als subject dat onmiddellijk de omgeving ervaart. Deze dubbele ervaring zet Martin ertoe aan zich uit te drukken via haar boek. (1)

bron: N. Martin, Geloven in het wild, 2022

De ervaringen die Martin beschrijft in tekst 1 en tekst 2, tonen overeenkomsten met verschillende aspecten van ecologisch denken zoals Timothy Morton dat beschrijft.

Vraag 20 2 punten

Leg uit welk aspect van Mortons ecologische denken te herkennen is in tekst 1. Leg vervolgens uit welk ander aspect van Mortons ecologische denken te herkennen is in tekst 2.

Bekijk het antwoord
  • Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat in tekst 1 onderlinge verbondenheid als aspect van Mortons ecologische denken te herkennen is (1) • een uitleg dat in tekst 2 desoriënterende openheid als aspect van Mortons ecologische denken te herkennen is (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In tekst 1 ervaart Martin dat mensen verbonden zijn met meervoudige wezens. Ook volgens Morton zijn mensen verbonden met allerlei niet- menselijke wezens. Die onderlinge verbondenheid is volgens Morton kenmerkend voor ecologisch denken. (1) • De ervaring van Martin en het ecologisch denken laten allebei zien dat er sprake is van desoriëntatie. Er is geen wereld meer, geen referentiepunt en geen grond onder de voeten. Bij Martin zie je dat in de afbrokkeling van het houvast, die ze met allerlei beelden uitdrukt. De ‘mesh’ laat weliswaar zien dat alles met elkaar verbonden is, maar heeft geen duidelijke voorgrond en achtergrond. Er is geen punt van waaruit we een overzicht hebben van het geheel en onze rol daarin. (1) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-25-2-o

Andere examens filosofie vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2 telt 20 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (19) en ethiek (1).

Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-2/vw-0311-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.