Eindexamen filosofie vwo 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: bron: David Graeber – Bullshit Jobs – 2018, bron: De Groene Amsterdammer – ‘Wie meet mag het zeggen’ – 2018, Opgave 2 Massatoerisme, bron: Seneca, Brieven aan Lucilius, bron: Seneca, Brieven aan Lucilius, naar: Michael Sandel – Niet alles is te koop – 2012, bron: Michael Sandel – Niet alles is te koop – 2012.
Het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (15), ethiek (7) en mens en techniek (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Politieke filosofie | 1-7, 13-20 | 15 |
| Ethiek | 10-12, 21-24 | 7 |
| Mens en techniek | 8-9 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over politieke filosofie (63% van de vragen, gemiddeld 21%) en ethiek (29% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over mens en techniek (8% van de vragen, gemiddeld 41%) en kennisleer (0% van de vragen, gemiddeld 18%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
bron: David Graeber – Bullshit Jobs – 2018
Tekst 1 gaat over arbeidsdeling. Adam Smith is hier voorstander van.
Vraag 1 2 punten
Leg met een voorbeeld uit dat Smith voorstander is van arbeidsdeling. Leg vervolgens met tekst 1 uit wat volgens Smith het negatieve gevolg is van verregaande arbeidsdeling.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met een voorbeeld dat arbeidsdeling volgens Smith leidt tot hogere productiviteit en daardoor tot welvaartsgroei (1) • een uitleg met tekst 1 dat verregaande arbeidsdeling volgens Smith kan leiden tot afstomping (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Smith is een voorstander van arbeidsdeling, omdat dit leidt tot efficiëntere productie. Als 12 mensen elk een speld van begin tot eind maken, komen ze samen tot ongeveer 120 spelden. Doen ze in dezelfde tijd echter allemaal maar een klein stukje van het productieproces, dan kunnen ze ineens wel 48.000 spelden maken. Arbeidsdeling leidt dus tot hogere productie en daardoor tot meer welvaart (1) • Smith waarschuwt er echter voor dat vergaande arbeidsdeling het werk zo eenvoudig maakt, dat het geestdodend wordt. Hierdoor raak je afgestompt. In tekst 1 is het productieproces in allemaal kleine stukjes opgeknipt, waarbij elk bedrijf een eigen taakje heeft. Het werk van Kurt is daardoor zo eenvoudig dat hij niet in zijn geestelijke vermogens wordt uitgedaagd (1) (2)
Veel mensen halen de betekenis van hun werk uit de mogelijkheid om zichzelf te kunnen ontplooien. Graeber definieert onzinwerk als ‘een vorm van betaald werk waarvan de werknemer het bestaan niet kan rechtvaardigen’. Neem bijvoorbeeld Lilian die ‘Digital Product Project Manager’ is. Doordat haar leidinggevende niet goed heeft nagedacht over Lilians functie, heeft zij bijna niets te doen. Lilian vindt haar werk demotiverend, ze zou haar talenten het liefst via haar werk verder ontplooien maar dat kan niet in een baan waarin ze niets te doen heeft en zelfs haar baas niet goed weet wat haar functie inhoudt.
Voor Lilian is werk betekenisvol als je daarin jezelf kunt ontplooien. Volgens Georg Hegels opvatting van arbeid is individuele zelfontplooiing niet voldoende voor betekenisvol werk.
Vraag 2 2 punten
Leg Hegels kritiek op de atomaire vrijheidsopvatting uit. Leg vervolgens met Hegels opvatting van arbeid uit dat individuele zelfontplooiing volgens Hegel niet voldoende is voor betekenisvol werk.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Hegels kritiek op de atomaire vrijheidsopvatting: een individu is niet vrij op grond van zijn individuele keuzevrijheid maar dankzij wederzijdse erkenning (Anerkennung) (1) • een uitleg met Hegels opvatting van arbeid dat individuele zelfontplooiing volgens Hegel niet voldoende is voor betekenisvol werk: betekenisvol werk veronderstelt toetreding tot een bestendige gezamenlijkheid waarin het individu in zijn bijzondere kwaliteit erkend wordt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De atomaire vrijheidsopvatting gaat ervan uit dat vrijheid ligt in individuele keuzevrijheid en ongebondenheid. Volgens Hegel moet vrijheid juist begrepen worden in relatie tot de ander. Vrijheid ligt in Anerkennung. Als persoon ben ik pas werkelijk vrij voor zover ik mezelf en de ander acht als persoon en de ander omgekeerd hetzelfde doet (1) • Door je werk treed je volgens Hegel toe tot een bestendige gezamenlijkheid. In deze gezamenlijkheid word je door vakgenoten erkend in je unieke kwaliteit als persoon. Juist je vakgenoten op je werk kunnen jou waarderen in jouw bijzondere kwaliteiten. Volgens Hegel ligt de betekenis van werk dus niet in de manier waarop je je als individu kunt ontplooien, maar in de erkenning die jij van je vakgenoten ontvangt (1) (2)
Graeber stelt dat we ons tegenwoordig een leven zonder werk nauwelijks kunnen voorstellen. We doen liever zinloos werk dan geen werk. De huidige maatschappelijke waardering van betaald werk is niet altijd zo geweest. In Plato’s ideale staat bijvoorbeeld is werk geen doel op zich.
Vraag 3 2 punten
Leg uit wat bij Plato het verband is tussen de ideale staat en de driedeling van de ziel. Leg vervolgens uit dat werk in Plato’s ideale staat geen doel op zich is.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van het verband tussen Plato’s ideale staat en zijn driedeling van de ziel: de drie standen in een geordende samenleving weerspiegelen de drie delen van de ziel (1) • een uitleg dat in Plato’s ideale staat werk geen doel op zich is: zoals elk zielsdeel moet bijdragen aan het welzijn van de mens als geheel, verricht in Plato’s ideale staat iedere stand zijn werk met het oog op de rechtvaardige ordening van de gehele samenleving (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De ziel bestaat volgens Plato uit drie delen. In een rechtvaardige mens zijn deze drie delen van de ziel met elkaar in balans en doet elk deel van de ziel waar het voor is. Het vegetatief-verlangende deel moet zich volgens Plato matigen en laten leiden door de wijsheid van het denkende deel. Analoog aan de indeling van de ziel is ook de ideale, rechtvaardige samenleving ingedeeld in een stand van boeren en ambachtslieden, van wachters en van filosoof-koningen (1) • In de ideale staat moet elke stand zich schikken in de plaats die hij in de polis heeft en de bijdrage die hij kan leveren aan de instandhouding van de rechtvaardige samenleving. Werk is dus geen doel op zich, zoals in onze tijd, maar staat in dienst van een goede ordening van de samenleving als geheel (1) (2)
Volgens socioloog Max Weber verandert de waardering van werk ingrijpend met de opkomst van het protestantisme. Hij legt een rechtstreeks verband tussen de opkomst van het protestantisme en het ontstaan van het moderne kapitalisme. Webers stelling is: het moderne kapitalisme, waarin het op rationele wijze najagen van winst centraal staat, is mogelijk geworden door het protestantisme, dat een opvatting van werk als roeping of plicht combineert met een afkeer van overbodige luxe.
Vraag 4 3 punten
Leg uit dat de opkomst van het protestantisme gepaard gaat met:
- een verinnerlijking van de moraal en
- een nadruk op plicht. Geef vervolgens een argument voor Webers stelling dat het moderne kapitalisme mogelijk is geworden door het protestantisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat in het (zestiende-eeuwse) protestantisme de nadruk komt te liggen op het individuele geweten in relatie tot God (1) • een uitleg dat in het (zestiende-eeuwse) protestantisme daarmee de nadruk komt te liggen op de plicht voor ieder individu om het geweten te volgen (1) • een argument dat het kapitalisme mogelijk is geworden door het protestantisme: de plicht om hard te werken en de nadruk op soberheid zorgen voor meer winst, die opnieuw geïnvesteerd wordt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In zijn verzet tegen de corruptie van de Kerk legt Luther de nadruk op de Bijbel als de bron van geloofswaarheid. Iedereen moet de Bijbel (kunnen) lezen en vanuit zichzelf tot een relatie met God komen. De nadruk ligt dus op het innerlijk van de gelovige, en het eigen geweten is de plaats om de waarheid van iemands geloof te bepalen. De stem van God openbaart zich in het geweten (1) • De juiste invulling van het geweten ligt in het volgen van Gods wetten. De protestantse nadruk op het geweten hangt dus samen met de plicht om naar geweten te handelen volgens de wetten van God (1) • De protestantse werkethiek is gericht op hard werken en spaarzaam leven. Dit past bij een protestantse houding, waarin je als individu de plicht hebt om Gods wetten te volgen. Het geld dat door de spaarzaamheid overblijft, kan opnieuw geïnvesteerd worden, niet in spullen om je rijkdom te tonen, maar in middelen om nog meer te werken. Zo leidt investeren tot hogere productie, wat nu juist de kern van het kapitalisme is (1) (3)
Volgens Graeber werkt de protestantse visie op arbeid nog steeds door in onze huidige waardering van werk. We zien werk of arbeid namelijk als tegenovergesteld aan spel. Alle activiteit die je doet voor je eigen plezier is dan ‘spel’. Terwijl ‘arbeid’ vaak een lastige en herhalende activiteit is, die je niet omwille van het uitvoeren van die activiteit zelf verricht, maar om iets anders te bereiken. Hannah Arendt maakt een onderscheid tussen arbeiden, werken en handelen.
Vraag 5 3 punten
Geef Arendts onderscheid tussen arbeiden, werken en handelen weer. Leg vervolgens uit dat Graeber aansluit bij Arendts opvatting over de rol van arbeid en spel in de moderne consumptiesamenleving. Leg ten slotte uit of Arendts lage waardering van arbeid, ten opzichte van handelen, beter aansluit bij het protestantisme of bij de klassieke oudheid.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Arendts onderscheid tussen arbeiden, werken en handelen: arbeid is gericht op overleving in de natuur/de kost verdienen, werk is gericht op het voortbrengen van duurzame zaken, handelen is gericht op het samenleven met anderen (1) • een uitleg dat Graebers opvatting van spel als activiteit omwille van zichzelf, tegenover arbeid als activiteit omwille van iets anders, aansluit bij Arendts opvatting: in de moderne consumptiesamenleving gelden alle serieuze activiteiten als arbeid en alle activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het leven worden spel genoemd (1) • een uitleg dat Arendts lage waardering van arbeid als noodzakelijke activiteit om te overleven ten opzichte van handelen in de gemeenschap beter aansluit bij de klassieke oudheid, waarin arbeid werd gezien als een noodzakelijk kwaad (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Arendt onderscheidt drie vormen van menselijke activiteit. Arbeid is gericht op overleving in de natuur, werk is gericht op het voortbrengen van duurzame zaken, handelen is gericht op het samenleven met anderen (1) • Volgens Arendt ligt in de moderne consumptiesamenleving de nadruk eenzijdig op arbeid. Niet de arbeidersklasse is geëmancipeerd, maar de arbeid zelf. Wat we ook doen, we worden geacht het te doen om ‘de kost te verdienen’. Zo worden alle serieuze activiteiten, ongeacht de resultaten, ‘arbeid’ genoemd. Alle activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het leven van het individu of de maatschappij heten dan ‘spel’. Graeber sluit hierop aan. Werk is een activiteit om een bepaald doel te behalen. Alle activiteiten die alleen omwille van zichzelf worden gedaan, worden vervolgens ‘spel’ genoemd (1) • Arendt heeft een lage waardering van arbeid. Arbeid is alleen een noodzakelijk kwaad om te overleven. Het echte handelen is de politieke activiteit in de gemeenschap. Hiermee past Arendt veel beter bij de aristocratische houding van de klassieke oudheid, waar arbeid voor (3)
bron: De Groene Amsterdammer – ‘Wie meet mag het zeggen’ – 2018
Joan Tronto bekritiseert de invloed die het denken in termen van efficiëntie heeft voor de publieke sfeer.
Vraag 6 1 punt
Geef met Tronto’s opvatting over zorg een argument dat de manier waarop postbodes tegenwoordig moeten werken, leidt tot verschraling van de publieke sfeer.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argument met Tronto’s opvatting van zorg dat de huidige werkwijze van postbodes leidt tot verschraling van de publieke ruimte: door de nadruk op kostenbesparing wordt zorg verbannen uit de publieke ruimte. voorbeeld van een goed antwoord: In onze samenleving heerst volgens Tronto een duidelijke scheiding tussen de publieke sfeer en de privésfeer. De publieke sfeer wordt grotendeels bepaald door economisch denken, dat gericht is op productie en winst. ‘Zorg’ is juist verbannen naar de privésfeer. Dat zie je ook terug in tekst 2. Een postbode had eerst nog tijd om zijn werk met zorg en aandacht te doen, zoals het opsporen van een oma. Maar nu worden postbodes alleen nog maar afgerekend op efficiëntie. Daarmee is het onmogelijk voor een postbode om zijn werk in de publieke ruimte nog met zorg te vervullen. En dat leidt tot een verschraling van de publieke ruimte. (1)
Graeber betoogt dat we anders moeten gaan kijken naar werk om de woekering van onzinwerk tegen te gaan. De nadruk op efficiëntie en meetbaarheid gaat samen met allerlei procedures en protocollen die door werknemers als onzinnig worden ervaren. Mensen zijn volgens Graeber in de eerste plaats gericht op de maatschappelijke waarde van werk: we zijn van nature empathische wezens die iets willen betekenen voor anderen. In dit verband kun je het filosofisch onderscheid maken tussen doelgericht handelen en waardegericht handelen.
Vraag 7 2 punten
Leg dit onderscheid uit met Graebers opvatting van zinvol werk. Beargumenteer vervolgens met tekst 2 of de maatschappelijke waarde van werk volgens jou onderdeel kan zijn van de vrije markt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met Graebers opvatting van zinvol werk dat doelgericht handelen gericht is op een uitwendig doel, terwijl waardegericht handelen gericht is op de aan arbeid inherente maatschappelijke waarde (1) • een argumentatie met tekst 2 of de maatschappelijke waarde van werk onderdeel kan zijn van de vrije markt (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Graeber is de mens een empathisch wezen dat de betekenis van zijn werk ontleent aan de maatschappelijke waarde, oftewel wat dat werk voor anderen betekent. Mensen handelen volgens Graeber dus niet alleen om een bepaald doel te bereiken, zoals rijkdom, maar vooral waardegericht, gericht op de aan arbeid inherente maatschappelijke waarde (1) • Tekst 2 laat zien dat het doelgerichte denken doorschiet in termen van efficiëntie. Mensen snappen niet meer waarvoor ze het werk doen, doordat ze geen ruimte in hun werk hebben om iets voor een ander te kunnen betekenen. Ik ben het met Graeber eens dat de mens empathisch is en altijd op anderen betrokken is. Alleen door empathie kan de samenleving goed functioneren en daardoor ook de economie en de vrije markt. Bedrijven die dat snappen en maatschappelijk ondernemen, doen het net zo goed als of zelfs beter dan bedrijven die alleen voor de winst gaan. Dat waarderen consumenten juist. Daarom denk ik dat de maatschappelijke waarde van werk wel degelijk onderdeel kan zijn van de vrije markt (1) of • Het hele idee van de vrije markt is gebaseerd op concurrentie en mensen kiezen nu eenmaal voor het beste product tegen de laagste prijs. Een bedrijf dat zijn product goedkoper weet te maken dan zijn concurrent wint de strijd. Zoals tekst 2 laat zien kunnen postbodes tegenwoordig net zo veel brieven in twee uur bezorgen als vroeger in een hele dag. Dat is dus veel goedkoper. Graeber heeft misschien wel gelijk dat mensen empathische wezens zijn, maar dat geldt niet voor bedrijven. Alleen bedrijven die voor hun eigen winst gaan, overleve (2)
Opgave 2 Massatoerisme
Maya Bay was een ongerepte baai op een onbewoond Thais eiland, totdat daar in 2000 de film ‘The Beach’ met Leonardo DiCaprio werd opgenomen. Vanaf dat moment werd het witte strand aan de helblauwe oceaan (linker foto) een populaire toeristische attractie voor ‘rustzoekers’ met gehuurde motorbootjes (rechter foto).
Massatoerisme heeft schadelijke gevolgen voor het milieu, bijvoorbeeld door het vele afval dat toeristen achterlaten of door massaal gebruik van vervoermiddelen. Deze problemen zijn volgens sommigen het gevolg van ons wereldbeeld. Martin Heidegger analyseert in dit verband de opkomst van de moderne techniek, onder andere met het begrip ‘gestel’. Volgens Heidegger draagt het wezen van moderne techniek drie gevaren in zich.
Vraag 8 2 punten
Leg met de rechter foto van Maya Bay Heideggers begrip ‘gestel’ uit. Leg vervolgens met het verschil tussen beide foto’s uit welk gevaar er volgens Heidegger schuilt in het ‘gestel’.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een uitleg met het verschil tussen de twee foto’s dat vervreemding van zichzelf als Dasein en van de natuur als physis als gevaar in het gestel schuilt, kan een scorepunt worden toegekend als daarbij op adequate wijze wordt ingegaan op het idee van de mens als heerser over de wereld en op het geweld dat de natuur wordt aangedaan als zij nog slechts als bestand aanwezig is.
Bruno Latour heeft met betrekking tot het milieudebat nagedacht over de verhouding tussen mens en wereld. De mens staat volgens hem bij een natuurervaring niet als een subject tegenover een objectieve natuur. Hij bekritiseert het moderne subject-objectschema en bepleit een radicaal- empirische interpretatie van ervaring. De natuurervaring in Maya Bay is sterk veranderd door de opkomst van het massatoerisme.
Vraag 9 2 punten
Leg Latours radicaal-empirische interpretatie van ervaring uit met zijn kritiek op het moderne subject-objectschema. Beargumenteer vervolgens met het voorbeeld van de natuurervaring in Maya Bay of jij Latours radicaal empirisme een goed alternatief vindt voor het moderne subject-objectschema.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik vind Latours radicaal-empirisme een goed alternatief voor het subject-objectschema en de instrumentele oplossingen die daaruit voortkomen. Als je de wereld blijft zien vanuit een subject- objectschema dan blijft de natuur, zoals die van Maya Bay, er altijd voor mij: of dat nou is om van te eten of om in te genieten. Als je ervaringen bekijkt vanuit je eigen kwetsbaarheid en veranderlijkheid in onlosmakelijke verbondenheid met een omgeving die telkens iets anders betekent, dan benoem je eerlijker dat je als mens onderdeel bent van de natuur. Als ik in Maya Bay door de massa’s boten de verwoeste natuur amper nog zie, wordt duidelijk dat mens en natuur samen een netwerk vormen waarin die wederzijdse, gevoelige en veranderlijke afhankelijkheid is verstoord (1p)
bron: Seneca, Brieven aan Lucilius
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 10 1 punt
Leg uit dat reizen volgens tekst 3 niet tot apatheia kan leiden.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat reizen volgens tekst 3 niet tot apatheia kan leiden omdat dit de passies niet tempert en dus niet leidt tot een onverstoorbaar redelijk leven. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens de stoïcijnen dient de mens te leven in overeenstemming met de redelijkheid van de kosmos. Deze redelijkheid raakt verstoord door passies, zoals driftbuien en onbeteugelde seksuele impulsen. Dergelijke passies moeten in toom gehouden worden ten gunste van een redelijk leven. Als reizen dat niet doet, zoals Seneca in tekst 3 beweert, dan helpt reizen dus niet om een onverstoorbaar redelijk leven (apatheia) te bereiken. (1)
bron: Seneca, Brieven aan Lucilius
Volgens Sigmund Freud zou het consumeren van toeristische reizen ook anders geïnterpreteerd kunnen worden dan Seneca stelt in tekst 3. Freuds opvatting is dat consumptiegedrag een manifestatie van onbewuste passies kan zijn.
Vraag 11 1 punt
Beargumenteer met een voorbeeld van een toeristische reis of jij het eens bent met deze opvatting van Freud.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie met een reisvoorbeeld of consumptiegedrag een manifestatie van onderdrukte passies kan zijn. voorbeeld van een goed antwoord: − Volgens Freud manifesteren onze onderdrukte lichamelijk driften, en vooral onze seksuele impulsen, zich buiten onze bewuste persoonlijkheid om. Ik vind dit onzinnig. Als ik met mijn vrienden naar Mallorca ga, dan volg ik vrij bewust mijn seksuele driften. Volgens mij zijn seksuele verlangens helemaal niet zo onbewust als Freud het doet voorkomen en als er al onbewuste driften stiekem zichtbaar worden in mijn consumptiegedrag, dan gaan ze in ieder geval verder dan alléén mijn seksuele verlangens. of − Volgens Freud manifesteren onze onderdrukte lichamelijk driften, en vooral onze seksuele impulsen, zich buiten onze bewuste persoonlijkheid om. Ik denk dat daar wel iets in zit, al is de sterke nadruk op seksualiteit bij Freud wat overdreven. Als ik in mijn eentje een spectaculaire reis naar China onderneem, kan dat zijn omdat ik onbewust een onvervuld verlangen heb. Misschien naar een seksuele relatie, maar misschien ook wel naar betekenis. (1)
Welke reden mensen ook hebben om te reizen, toerisme is onderdeel van de vrije markt. Met een budgetmaatschappij als Ryanair kan je voor een paar tientjes de halve wereld overvliegen. Voor beenruimte, extra bagage en consumpties moet je bijbetalen. De CEO van Ryanair staat bekend om uitspraken als: “Het liefst laat ik passagiers betalen voor de wc” en “Zodra het kan, verkoop ik staanplaatsen.” Om zo veel mogelijk winst te behalen krijgen piloten van Ryanair gemiddeld een derde minder salaris dan bij andere vliegmaatschappijen. Dit businessmodel levert af en toe personeelsstakingen op, maar Ryanair behaalt de grootste winst van alle budgetmaatschappijen in Europa. Alasdaire MacIntyre onderscheidt ‘praktijken’ van ‘instituties’. In dit geval is vliegtoerisme een praktijk en het bedrijf Ryanair een institutie. MacIntyre maakt ook een onderscheid tussen interne en externe goederen. Daarbij speelt de deugd een cruciale rol.
Vraag 12 3 punten
Geef met MacIntyres onderscheid tussen interne en externe goederen weer wat hij verstaat onder een praktijk. Leg vervolgens met het voorbeeld van Ryanair uit dat volgens MacIntyre de praktijk van het vliegtoerisme:
- zonder instituties niet kan bestaan, maar
- zonder deugden wel door instituties gecorrumpeerd kan worden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Maar praktijken kunnen gecorrumpeerd worden door instituties als de deugden rechtvaardigheid, moed en eerlijkheid ontbreken. Door de gerichtheid op winst, status en macht kan de inhaligheid of concurrentiegerichtheid van CEO’s of bestuurders gaan prevaleren boven de kwaliteit van een praktijk. In het voorbeeld van Ryanair: als piloten kwaad zijn dat ze geen eerlijk loon krijgen, daalt wellicht hun motivatie om de verantwoordelijkheid te dragen die in de cockpit wordt vereist. Of als vliegen een hachelijke onderneming wordt omdat je uit winstoogmerk moet staan tijdens de vlucht, wordt vliegen onveilig en oncomfortabel (1p)
Een van de redenen voor personeelsstakingen bij Ryanair is een conflict over het personeelsbeleid. Ryanair hanteert het Ierse arbeidsrecht, ook als personeel bijvoorbeeld in Nederland woont en werkt. Daarmee vermijdt Ryanair de strengere Nederlandse regels bij ontslag en overplaatsing. Nederlandse vakbonden dringen bij Ryanair aan op een menselijker personeelsbeleid, zodat personeel niet verplicht kan worden tot overplaatsing naar het buitenland, waardoor een heel gezin moet verhuizen. Ondanks de stakingen steunen aandeelhouders het businessmodel dat Ryanair hanteert. Het Angelsaksische en het Rijnlandse model zijn twee varianten van het idee van de vrije markt.
Vraag 13 1 punt
Leg met het onderscheid tussen recht en moraal uit of Ryanair eerder aansluit bij het Angelsaksische of bij het Rijnlandse model.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met het onderscheid tussen recht en moraal dat Ryanair eerder aansluit bij het Angelsaksische model: aandeelhouders worden met een beroep op recht tevreden gehouden en voor de morele kant van betrokkenen is weinig oog. voorbeeld van een goed antwoord: Ryanair sluit eerder aan bij het Angelsaksische model, omdat het bedrijf primair bezig is met het tevreden houden van aandeelhouders door te focussen op zo groot mogelijke winst. Daarvoor hanteert het bedrijf het rechtssysteem dat het best uitkomt, namelijk het Ierse, met soepele juridische regels. Er is geen aandacht voor de morele kant van het verhaal dat het misschien wel een beetje wreed is om personeel te verplichten om met het hele gezin te verhuizen naar het buitenland. (1)
De discussie over de arbeidsrechten van het Ryanair-personeel laat zien dat instituties met elkaar samenhangen.
Vraag 14 1 punt
Geef met dit voorbeeld een argument voor de opvatting dat samenhang tussen instituties het goede leven voor Ryanair-personeel weliswaar mogelijk maakt, maar ook ondermijnt.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argument met het arbeidsrechtvoorbeeld van Ryanair voor de opvatting dat samenhang tussen instituties het goede leven mogelijk maakt, maar ook ondermijnt: de rechtspraak, het bedrijfsleven en de vrije markt creëren werkgelegenheid in de luchtvaart, maar kunnen vrijheid/welzijn van personeel ook (willekeurig) begrenzen. voorbeeld van een goed antwoord: Instituties hangen met elkaar samen: een bedrijf als Ryanair is alleen maar mogelijk binnen de institutie van de vrije markt, die wordt ingericht door de institutie ‘staat’. De institutie ‘rechtspraak’ moet vervolgens de rechten van werkgevers en werknemers waarborgen. Aan de ene kant maakt deze samenhang het goede leven mogelijk: mensen kunnen werken en weten zich daarbij beschermd. Aan de andere kant laat het voorbeeld van Ryanair zien dat als deze instituties niet goed met elkaar in balans zijn en een bedrijf (Ryanair) de grenzen van de rechtspraak naar eigen behoeven toepast, er willekeurigheid ontstaat die onrechtvaardig voelt en op die manier het welzijn en de vrijheid van Ryanair-personeel ondermijnt. (1)
Door budgetmaatschappijen kunnen mensen met lagere inkomens tegenwoordig een vliegreis betalen. Het idee leeft dat vliegen voor iedereen beschikbaar moet zijn. Dit idee is een uitdrukking van de ideologische gedachte van maximale keuzevrijheid voor iedereen. Karl Marx heeft kritiek op instituties.
Vraag 15 2 punten
Geef weer wat Marx’ onderscheid tussen ‘onderbouw’ en ‘bovenbouw’ inhoudt. Leg vervolgens Marx’ kritiek op instituties uit met het begrip ‘vals bewustzijn’ en het idee ‘vliegen moet voor iedereen beschikbaar zijn’.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Marx’ onderscheid tussen onderbouw en bovenbouw: de onderbouw zijn de sociaal-economische verhoudingen die ideologisch gereflecteerd worden in de bovenbouw, de instituties (1) • een uitleg van Marx’ kritiek op instituties met het begrip ‘vals bewustzijn’ en het idee ‘vliegen moet voor iedereen beschikbaar zijn’: dit idee draagt onbewust bij aan de instandhouding van onderdrukkende instituties die een bepaald klassenbelang dienen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Met de onderbouw bedoelt Marx de feitelijke sociaal-economische verhoudingen van een samenleving. Deze worden ideologisch gereflecteerd in de bovenbouw: de ideeën over religie, kunst, moraal en wetenschap. Deze ideeën worden gedragen door instituties en rechtvaardigen de sociaal-economische verhoudingen van de onderbouw (1) • In instituties als religie, moraal, universiteiten, wetenschap, etcetera kan volgens Marx vals bewustzijn tot uitdrukking komen: de ideeën van de bovenbouw houden sociaal-economische verhoudingen in stand die een bepaald klassenbelang dienen, zonder dat mensen dit doorhebben. Het idee dat vliegen voor iedereen beschikbaar moet zijn, lijkt vanzelfsprekend, maar de ideologische gedachte erachter van maximale keuzevrijheid voor iedereen draagt eigenlijk bij aan de macht van rijke managers en aandeelhouders van in dit geval vliegmaatschappijen, en houdt dus onderdrukkende instituties in stand die een bepaald klassenbelang dienen (1) (2)
Een andere speler in het hedendaagse massatoerisme is Airbnb. Naast onderdak bij mensen thuis worden op dit platform ook ‘ervaringen’ verkocht. Zo kan je met een lokale historicus tijdens een wandeling door Brugge een indruk krijgen van de geschiedenis van deze stad of in Barcelona met een fotograaf foto’s maken in hippie-stijl om het motto van love, peace en happiness te ervaren. De marketeers Pine & Gilmore hebben deze nadruk op belevenissen beschreven als de ‘transformatie-economie’. De transformatie-economie heeft twee tegengestelde implicaties.
Vraag 16 2 punten
Geef beide implicaties weer. Beargumenteer met een afweging van beide implicaties en het voorbeeld van Airbnb-ervaringen of de transformatie-economie volgens jou bijdraagt aan het goede leven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van twee implicaties van de transformatie-economie: enerzijds houden commerciële bedrijven zinthema’s levend en anderzijds verdwijnen zinthema’s in een vluchtige consumptiecultuur (1) • een argumentatie of de transformatie-economie bijdraagt aan het goede leven met een afweging van beide implicaties en het voorbeeld van Airbnb-ervaringen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De transformatie-economie houdt de ontwikkeling van markteconomische spiritualisering in. Deze ontwikkeling heeft twee implicaties: enerzijds houden commerciële bedrijven zinthema’s levend en anderzijds verdwijnen zinthema’s in een vluchtige consumptiecultuur (1) • Volgens mij houdt Airbnb bepaalde zinthema’s levend door ervaringen te verkopen. Als ik met een John Lennonbril op in Barcelona de gedachte van love, peace en happiness ervaar dan geeft het commerciële bedrijf mij een ultiem moment van het goede leven. Ik ervaar belangrijke, betekenisvolle waarden die ik kan delen met anderen. Ik zie niet in wat hier vluchtig aan is. Hoewel ik die waarden me niet door jarenlange oefening eigen maak, zijn ze niet minder betekenisvol. Eén intense ervaring kan volgens mij veel meer inzicht opleveren dan saaie herhaling en training. Ik vind dan ook dat de transformatie-economie wel degelijk bijdraagt aan het goede leven (1) of • Ik vind dat de ervaringen die Airbnb verkoopt volledig verdwijnen in de vluchtigheid van de consumptiecultuur. Het is natuurlijk volstrekt onmogelijk om de complexe en volledige geschiedenis van Brugge te doorgronden tijdens een wandelingetje langs wat hoogtepunten, ook al wijst een lokale historicus je op details die je anders niet zou hebben gezien. En met een John Lennonbril op ervaar ik nog niet de diepere betekenis van peace, love en happiness. Airbnb houdt volgens mij dan ook geen zinthema’s levend, want de ervaringen nemen de kleur aan van wat goed verkoopt. Dat is een nogal eenzijdige vorm van ‘zingeving’ als j (2)
In grote steden als Amsterdam werd gediscussieerd of de verhuur via Airbnb beperkt moest worden. De hoeveelheid toeristen maakt de stad steeds minder leefbaar voor de Amsterdammers zelf, zo vinden veel mensen. Toeristen geven overlast met hun luidruchtige gedrag door bierfietsen, ratelende rolkoffers en drugsgebruik. Bovendien hebben veel Amsterdammers geen echte buren meer door alle Airbnb-huizen en gaat de sociale binding in een buurt verloren; ook omdat plaatselijke groenteboeren en slagers plaatsmaken voor coffeeshops en ijssalons. Aan de andere kant kunnen Amsterdammers die hun huizen via Airbnb verhuren flink bijverdienen. Een gemiddeld appartement levert al gauw 130 euro per nacht op.
Vraag 17 2 punten
Beargumenteer of Airbnb volgens jou de vrijheid van het individu ondermijnt, met:
- het begrip ‘begrenzing van de markt’ en
- een holistisch vrijheidsbegrip.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik vind dat Airbnb de individuele vrijheid helemaal niet ondermijnt. Een holistisch vrijheidsbegrip dat individuele vrijheid inbedt in bestaanscondities van het goede leven kan nog steeds op veel manieren worden ingevuld. Ik vind dat vrijheid erover gaat dat er zo min mogelijk beperkingen moeten zijn. Wie last heeft van toeristen kan toch ergens anders gaan wonen? Het stellen van beperkingen, hoe zingevend dan ook, botst fundamenteel met het liberale idee dat iedereen zelf moet kiezen wat hij met zijn leven doet: of dat nou brullen op een bierfiets in een andere stad is of je huis voor een leuk bedragje verhuren aan drugsgebruikende toeristen (1p)
naar: Michael Sandel – Niet alles is te koop – 2012
Sandels corruptieargument in tekst 4 lijkt op Marx’ bezwaar tegen de vrije markt.
Vraag 18 2 punten
Leg met het begrip ‘kapitaal’ de kritiek van Marx op de vrije markt uit. Leg vervolgens uit in welk opzicht deze kritiek lijkt op het corruptieargument uit tekst 4.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van Marx’ kritiek op de vrije markt met het begrip kapitaal: geld als kapitaal is geen ruilmiddel maar een doel op zich (1) • een uitleg dat deze kritiek lijkt op het corruptieargument in tekst 4, omdat zowel bij Marx als in dit argument van Sandel de (intrinsieke) waarde van het goed vervangen wordt door extrinsieke waarde/geldwaarde (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Marx heeft in het kapitalisme het geld de rol overgenomen van de goederen. Ruilden we eerst waar voor geld om het weer te ruilen voor waar, in het kapitalisme ruilen we geld voor waar om daar weer meer geld mee te maken. Het systeem is dus omgekeerd. Het gevolg is dat er in de vrije kapitalistische samenleving een nieuw soort gevangenschap ontstaat doordat geld alle verhoudingen gaat doortrekken (1) • Deze kritiek lijkt op het corruptieargument: de waren zelf worden gecorrumpeerd. Volgens Marx vervangt geld in de vrije markt de eigenlijke waarde van een goed, terwijl het geldbedrag op zichzelf niets waard is. Er is in Marx’ kritiek dus sprake van een verandering in de betekenis van de betreffende goederen en diensten. Dat is ook aan de hand in het voorbeeld van de orgaanhandel. De intrinsieke waarde van de organen wordt vervangen door de geldwaarde (1) (2)
Naast het corruptieargument geeft Sandel ook het eerlijkheidsargument: de vrije markt werkt oneerlijke situaties in de hand. In het voorbeeld van de orgaanhandel verkoopt de boer zijn nier niet in vrijheid. Door zijn extreme armoede wordt hij in zekere zin gedwongen tot deze keuze. De vrije markt werkt volgens het eerlijkheidsargument dus in de hand dat de boer wordt uitgebuit. Hoewel verdedigers van het liberalisme groot voorstanders zijn van de vrije markt, zal een liberaal als John Locke het er niet mee eens zijn dat het liberale gedachtegoed zou leiden tot praktijken als orgaanhandel.
Vraag 19 3 punten
Geef weer:
- wat Lockes begrip ‘natuurwet’ inhoudt, en
- wat Lockes ideeën van de natuurtoestand en de staat inhouden. Leg vervolgens met het voorbeeld van de orgaanhandel uit dat Locke het eerlijkheidsargument van Sandel zou verwerpen.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van Lockes begrip ‘natuurwet’: niemand mag een ander schaden / iedereen heeft recht op leven (1) • een weergave van Lockes idee van de natuurtoestand en de staat: in de natuurtoestand is iedereen gelijk en heeft iedereen dezelfde natuurrechten en de staat moet deze rechten beschermen (1) • een uitleg dat Locke dit eerlijkheidsargument zou verwerpen, met het voorbeeld van de orgaanhandel: door orgaanhandel wordt iemands gezondheid (natuurrecht) aangetast (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Locke beschikt de mens van nature over de vrijheid om te beslissen over zijn eigen doen en laten, binnen de grenzen van de natuurwet. De natuurwet houdt in dat niemand een ander dient te schaden in diens leven, gezondheid, vrijheid of bezit (1) • De natuurtoestand houdt bij Locke dan ook een morele situatie in waarin iedere mens gelijk is aan de anderen en beschikt over dezelfde natuurrechten. De staat moet deze rechten beschermen (1) • Deze natuurrechten worden volgens Locke geschonden in het geval van de boer die zijn nieren verkoopt. Volgens Locke werkt het liberale gedachtegoed deze oneerlijkheid niet in de hand (zoals Sandel in het eerlijkheidsargument beweert), maar zou een liberale overheid de natuurrechten van deze boer juist moeten beschermen (1) (3)
Vanuit een neoklassiek ideaal zijn de gevolgen van een vrije markt uiteindelijk helemaal niet zo schadelijk als Sandel beweert.
Vraag 20 3 punten
Leg uit dat volgens de neoklassieke opvatting hebzucht en egoïsme goed zijn voor de samenleving als geheel. Beargumenteer vervolgens of deze nadruk op hebzucht en egoïsme volgens jou bevorderlijk is voor het goede leven, met:
- het contrast tussen liberalisme en communitarisme en
- het voorbeeld van de nierhandel.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het communitarisme legt veel meer dan het liberalisme de nadruk op menselijke samenhang en relaties. In een wereldwijde economie is het echter onmogelijk om bij iedereen betrokken te zijn. Daarom is het volgens mij goed dat het economische model van de markt niet vooronderstelt dat we op een directe manier bij elkaar betrokken zijn. Het liberalisme benadrukt de vrije keuze die ieder individu heeft, waardoor je goed kunt nadenken over bij wie je wel of niet betrokken zou kunnen en moeten zijn (1p)
- De nadruk op hebzucht en egoïsme is niet per se schadelijk. Mensen moeten dan wel de ruimte krijgen om hun eigen vrijheid te ontwikkelen. Zo kunnen ze voorkomen dat ze in oneerlijke situaties terechtkomen, zoals die van de boer in de nierhandel. Als mensen zich in hun eigen belang zo goed mogelijk ontwikkelen, kun je voorkomen dat er oneerlijke praktijken zoals de nierhandel ontstaan, zonder dat je de vrijheid en het eigenbelang van mensen inperkt (1p)
bron: Michael Sandel – Niet alles is te koop – 2012
Veel mensen vinden wachten vervelend en willen dat vermijden. Volgens Sandel ondermijnt de marktwerking hier de deugd geduld.
Vraag 21 2 punten
Leg met het begrip ‘deugd’ uit dat Aristoteles het kopen van de kaartjes zoals in tekst 5 zou afkeuren. Leg vervolgens uit dat geluk (eudaimonia) samenvalt met het goede voor zichzelf en de gemeenschap.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het begrip ‘deugd’ dat Aristoteles de praktijk van tekst 5 zou afkeuren: je traint niet om de juiste (intentionele) houding van de ziel te vinden / je handelt dan niet naar de deugd omdat je niet het juiste midden treft van de karakterdeugd ‘geduld’ (1) • een uitleg dat geluk (eudaimonia) samenvalt met het goede voor zichzelf en de gemeenschap: de mens is een politiek dier en mensen leven als vrije burgers samen, waardoor het individuele ethos tot uitdrukking komt in de politiek (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Aristoteles is de deugd een bepaalde houding van de ziel, die het midden houdt tussen extremen. Bij het kopen van kaartjes om niet te hoeven wachten wordt de deugd niet getraind, maar geef je toe aan het gevoel van ongeduld. Je traint jezelf dan niet om het midden te vinden van de deugd geduld en je zult dan geen praktische wijsheid vinden (1) • Volgens Aristoteles gaat de deugdethiek niet alleen om het karakter van individuen, maar is de mens ook een politiek dier. Goed en gelukkig leef je pas in een gemeenschap. De edelmoedige burger is bereid om zich te schikken naar de wil van degenen die de politieke macht uitoefenen. Daarin komt voor de vrijen juist vrijheid tot uitdrukking. Een burger herkent zo de politieke macht en gewoonten als de uitdrukking van zijn eigen gewoonten (ethos). Gelukkig, in de zin van eudaimonia, ben je in het goed samenleven met de anderen in de gemeenschap (1) (2)
Het mechanisme van marktwerking speelt ook een rol in het onderwijs. Op een aantal scholen in Chicago kregen leerlingen van 14 jaar geld voor goede schoolresultaten. De beste leerling verdiende in een jaar € 1.875. Leerlingen geld geven voor schoolresultaten leidt tot de discussie of ze daardoor wel behandeld worden als autonome individuen.
Vraag 22 2 punten
Leg met Benthams nutsprincipe uit dat de leerlingen in Chicago worden benaderd als calculerende consumenten. Beargumenteer vervolgens of de beloningen volgens jou bijdragen aan de individuele autonomie van de leerlingen.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met Benthams nutsprincipe dat de leerlingen in Chicago benaderd worden als calculerende consumenten: alle handelingen die ze verrichten, staan in dienst van het nutsprincipe van het vermijden van pijn/ongeluk en het bevorderen van plezier/geluk (1) • een argumentatie of de beloningen bijdragen aan de individuele autonomie van de leerlingen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De leerlingen worden in dit voorbeeld benaderd als individuen die gericht zijn op zo veel mogelijk nut: de beloning maakt dat ze de afweging zullen maken om harder te gaan werken. Door de beloning in het vooruitzicht te stellen, wordt gedacht dat de leerlingen een andere afweging zullen maken omdat deze voor hen meer nut heeft (1) • Volgens mij is de beloningsmaatregel geen probleem voor de autonomie van de leerlingen in dit geval. Juist omdat ze zelf de afweging kunnen maken hoe hard ze willen werken en of ze de beloning willen proberen te verdienen, worden ze als autonome individuen behandeld. Ze kunnen immers zelf beslissen welke gevolgen van hun keuzes ze meer of minder de moeite waard vinden. Ze kunnen hierin dus prima hun eigen autonome handelen tot uitdrukking brengen (1) of • Volgens mij staat door dergelijke beloningen de autonomie van de leerlingen onder druk. De leerlingen worden gepusht om een bepaalde afweging te maken, niet omdat het goed is voor ze, maar omdat er een externe geldbeloning aan ten grondslag ligt. Daarmee worden de leerlingen volgens mij niet als autonome individuen beschouwd, maar als een soort instrument waar je met prikkels en beloningen een effect uit kunt halen (1) (2)
Door de stimuleringsmaatregel in de vorm van een geldbeloning ontstond op de scholen een imago-effect waardoor leerprestaties belangrijker of zelfs ‘cool’ gevonden werden. Maar de prestatiedruk werd daardoor ook hoger. In die prestatiedruk schuilt een paradox: de vrijheid om jezelf te verwerkelijken in de vrije markt lijkt die vrijheid te ondermijnen.
Vraag 23 1 punt
Leg deze paradox uit met het voorbeeld van de prestatiebeloning.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg, met het voorbeeld van de prestatiebeloning, van de paradox van de verwerkelijking van de vrijheid via de vrije markt: de nadruk op individuele prestaties door beloningen transformeert de vrijheid om je eigen keuzes te maken in de dwang om te presteren. voorbeeld van een goed antwoord: In (de hypermoderniteit van) de prestatiemaatschappij heeft iedereen de kans om in dit ene leven het beste uit zichzelf te halen. Maar dat betekent dat er ook ‘losers’ zijn, die de standaarden niet halen of achterblijven. Daarmee ontstaat er enorme psychologische druk. Dit wordt duidelijk in de prestatiebeloning voor leerlingen: van buitenaf wordt bepaald wat goed is, en die prestatie wordt vergroot door de beloning. Wie dat niet haalt, is automatisch een ‘loser’, zelfs als je het naar eigen omstandigheden wel goed hebt gedaan. Je bent in die zin niet vrij om te kiezen of je wilt presteren, waardoor de vrije ruimte om te presteren opeens een drukkend dwingende omgeving wordt, waarin je moet presteren. (1)
Sommige leerlingen lijden onder de prestatiedruk. Voor de leerlingen in de scholen met een beloningssysteem is het belangrijk om hier goed mee om te gaan. Volgens Martha Nussbaum is het goede van de mens breekbaar. We hebben volgens haar twee strategieën om met die kwetsbaarheid of breekbaarheid om te gaan: immuniseren of erkennen.
Vraag 24 2 punten
Leg het verschil tussen beide strategieën uit. Beargumenteer vervolgens welke van de twee strategieën deze leerlingen volgens jou het best kunnen volgen.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat het verschil tussen de strategieën is dat de immuniseringsstrategie meer uitgaat van controle/organisatie (van afhankelijkheidsfactoren), terwijl de erkenningsstrategie meer uitgaat van acceptatie/navigatie (binnen veranderlijke omstandigheden) (1) • een argumentatie welke van deze twee strategieën deze leerlingen het best kunnen volgen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De immuniseringsstrategie is erop gericht om te organiseren: je streeft naar controle over de zaken waar jouw geluk van afhankelijk is. De erkenningsstrategie is gericht op meer harmonie: je probeert te navigeren door de wisselende omstandigheden. Het verschil zit dus in de controle die je probeert te verkrijgen over de zaken die van invloed zijn op jouw geluk (1) • De strategie van immuniseren richt het leven zo in dat je geluk niet verstoord kan worden door externe invloeden buiten jouw controle. Je probeert dus controle te krijgen over de factoren die invloed kunnen hebben op jouw geluk, in plaats van ze te accepteren. Door je bijvoorbeeld af te sluiten voor gesprekken van je medeleerlingen over hun coole studieprestaties, word je immuun voor de prestatiedruk. Deze leerling zal dan wel profiteren van het systeem, maar niet meteen de nadelen ervan ervaren. Ik denk daarom dat immunisering de beste strategie is (1) of • De erkenningsstrategie probeert te navigeren door de veranderlijke omgeving. Dit is een manier waarop je in staat bent om op jouw eigen manier vorm te geven aan de prestatiedruk, in plaats van dat je alles moet beïnvloeden of veranderen. Je kunt de situatie van de prestatiedruk serieus nemen en dit niet zien als iets wat alleen jij zelf meemaakt maar wat je deelt met anderen. De leerlingen kunnen met deze strategie dichter naar elkaar groeien, elkaar steunen en zo weerstand bieden aan de prestatiedruk. Omdat je er met deze strategie niet alleen voor hoeft te staan en je er ook nog sterker van kan worden, denk ik dat (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-21-1-o
Andere examens filosofie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over politieke filosofie (15), ethiek (7) en mens en techniek (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-21-1-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.