Eindexamen filosofie vwo 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Avatar, bron: Ruben Jacobs, Artonauten. Op expeditie in het Antropoceen, 2018, bron: Ruben Jacobs, Artonauten. Op expeditie in het Antropoceen, 2018, zintuigen overneemt?, NRC, 2022, prestigieuze prijs mee, NOS Nieuws, 2019.
Het centraal examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (22) en kennisleer (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Mens en techniek | 1-13, 15-23 | 22 |
| Kennisleer | 14 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens filosofie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over mens en techniek (96% van de vragen, gemiddeld 36%). Minder over politieke filosofie (0% van de vragen, gemiddeld 24%) en ethiek (0% van de vragen, gemiddeld 18%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Avatar
In de sciencefictionfilm Avatar ontmoeten mensen een inheemse bevolking van een andere planeet, de Na’vi: lange, blauwe, intelligente mensachtige wezens met een staart die in harmonie met de natuur leven. De mens Jake Sully krijgt de opdracht om contact te leggen met de Na’vi. Zijn hersenen en lichaam worden daartoe via speciale apparatuur draadloos verbonden met een Na’vi-lichaam, zijn ‘avatar’, dat speciaal voor dit doel is gekweekt (zie afbeelding hiernaast). Jake krijgt prikkels toegediend in zijn menselijke lichaam dat in een speciale machine in een laboratorium ligt. En ook zijn Na’vi-lichaam wordt zintuiglijk geprikkeld in de omgeving van de Na’vi waarin hij zich voortbeweegt. Andy Clark beschrijft de experimenten ‘pijn in het bureaublad’ en ‘de verlengde neus’.
Vraag 1 1 punt
Leg met een van deze twee experimenten uit dat Jake volgens de opvatting van Clark kan leren omgaan met zijn Na’vi-lichaam.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met het experiment ‘pijn in het bureaublad’/‘de verlengde neus’ dat Jake volgens de opvatting van Clark kan leren omgaan met zijn Na’vi-lichaam: zintuiglijke prikkeling van het eigen lichaam en van de omgeving kan leiden tot het inlijven van het Na’vi- lichaam, zoals een bureaublad/andermans neus in het experiment ingelijfd kan worden bij het eigen lichaam. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Clark zijn de lichamelijke grenzen van de mens niet vastgelegd. Mensen kunnen hun omgeving snel inlijven. Uit het experiment ‘pijn in het bureaublad’ blijkt hoe eenvoudig dat gaat. Mensen worden tegelijkertijd op hun hand en op het bureaublad getikt, terwijl ze alleen het bureaublad zien. Binnen korte tijd krijgen zij daardoor het gevoel alsof het bureaublad bij hun lichaam hoort, met een schrikreactie tot gevolg als iemand nu op het bureaublad wil slaan met een hamer. Het lichaam en de hersenen van Jake worden geprikkeld en ook het Na’vi-lichaam ontvangt prikkels. Binnen korte tijd krijgt Jake daarom het gevoel dat het Na’vi-lichaam tot zijn eigen lichaam behoort, waardoor hij er goed mee kan leren omgaan. (1)
In het begin beweegt Jake nog moeizaam en klungelig met zijn Na’vi- lichaam, maar al rennend, springend en zwemmend leert hij steeds beter zijn balans te houden. Met het verschil tussen de klungelige verhouding die Jake in het begin heeft tot zijn Na’vi-lichaam en de beheerste verhouding die hij er later toe heeft, kan worden uitgelegd wat Clarks begrippen ‘interface’ en ‘cyborg’ inhouden.
Vraag 2 2 punten
Leg uit welk van deze twee begrippen past bij de verhouding die Jake in het begin tot zijn Na’vi-lichaam heeft. Leg vervolgens uit welk van deze twee begrippen past bij de verhouding die Jake later tot zijn Na’vi-lichaam heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat de verhouding die Jake in het begin tot zijn Na’vi- lichaam heeft, past bij het begrip ‘interface’, omdat Jake zich bewust tot dit lichaam moet richten om ermee om te gaan (1) • een uitleg dat de verhouding die Jake later tot zijn Na’vi-lichaam heeft, past bij het begrip ‘cyborg’, omdat zijn Na’vi-lichaam verdwijnt naar de achtergrond van zijn handelen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Jake ervaart zijn Na’vi-lichaam in eerste instantie als een instrument, waarmee hij zich klungelig beweegt. Hij verhoudt zich tot zijn Na’vi- lichaam als tot een interface, waartoe hij zich bewust moet richten. Dit lichaam is een instrument en geen automatisch deel van hem. (1) • Jakes Na’vi-lichaam wordt later automatisch in het gebruik en verdwijnt naar de achtergrond van zijn handelen. Met zijn Na’vi-lichaam vormt Jake daarom een cyborg, een mens-technologiehybride. (1) (2)
Volgens Jos de Mul is de mens van nature kunstmatig, maar verandert de menselijke, humanistische identiteit door de omgang met techniek.
Vraag 3 2 punten
Geef weer wat volgens De Mul het mensbeeld van het humanisme is. Leg vervolgens met een voorbeeld van hedendaagse techniek uit dat de humanistische identiteit van de mens volgens De Mul verandert door omgang met techniek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een weergave van wat volgens De Mul het mensbeeld van het humanisme is: de mens is een redelijk wezen met zelfbewustzijn / een eigen wil / de vrijheid om zelf keuzes te maken (1) • een uitleg met een voorbeeld van een hedendaagse techniek dat de humanistische identiteit van de mens volgens De Mul verandert, omdat deze techniek invloed uitoefent op het zelfbewustzijn/de eigen wil/de vrijheid om zelf keuzes te maken (1) voorbeeld van een goed antwoord: • In de humanistische traditie wordt de mens gezien als een redelijk wezen dat zelfbewust is en de vrijheid heeft om zelf keuzes te maken. (1) • Volgens De Mul kunnen technieken die gericht zijn op het verbeteren van de menselijke cognitie de humanistische identiteit van de mens veranderen. Een hedendaags voorbeeld hiervan is een sportapp die bijhoudt hoeveel je beweegt, reminders stuurt als je te lang stilzit en sportief gedrag beloont. Een eenvoudige techniek zoals deze kan de vrijheid van een mens om zelf bewuste keuzes te maken al beperken, omdat de prikkels uit de sportapp sturend werken. Omdat we omringd zijn door dit soort techniek, verandert dit ook de humanistische identiteit van de mens. (1) (2)
Om contact te leggen met de Na’vi moet Jake door hen geaccepteerd worden als Na’vi. Maar in zijn begintijd wordt Jake door de echte Na’vi een ‘skxawng’ genoemd, een ‘idioot’. Jake beweegt zich niet alleen klungelig door het bos, maar gaat volgens de Na’vi ook respectloos om met de dieren en planten. Jake schaamt zich als hij ontdekt hoe hij genoemd wordt, waarna hij wil laten zien dat hij wel een goede Na’vi kan zijn. Frantz Fanon beschrijft hoe zijn bestaanservaring als zwarte man wordt gevormd door de blik van anderen.
Vraag 4 2 punten
Leg met het voorbeeld van Jake als ‘skxawng’ uit dat Jakes bestaanservaring als Na'vi mede wordt gevormd door de blik van anderen. Leg vervolgens uit dat Jakes bestaanservaring niet wordt overstemd door de blik van anderen, zoals bij Fanon.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het voorbeeld van Jake als ‘skxawng’ dat Jakes bestaanservaring mede wordt gevormd door de blik van anderen: Jakes subjectieve ervaring van zichzelf verandert als hij zichzelf ziet als 'idioot' via de blik van de Na'vi (1) • een uitleg dat Jakes bestaanservaring als Na'vi niet wordt overstemd door de blik van anderen, zoals bij Fanon: Jake heeft te maken met een objectivering die een veel beperktere aard/reikwijdte/duur heeft dan de objectivering waar Fanon mee te maken had, waardoor de objectivering veel minder diep ingrijpt / Jake heeft als opdracht om door de Na’vi geaccepteerd te worden, waardoor het oordeel van de Na’vi aansluit bij zijn eigen wens (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Als mensen vanuit de blik van de ander naar zichzelf kijken en ontdekken dat hun subjectieve bestaanservaring niet strookt met de objectiverende blik van de ander, dan kan dit hun bestaanservaring veranderen. Als Jake via de blik van de Na’vi naar zichzelf kijkt en zichzelf ziet als een ‘idioot’, dan schaamt hij zich. Het oordeel van de Na’vi objectiveert hem en hij neemt dit oordeel over. En daarna gaat hij nog meer zijn best doen om een ‘echte’ Na’vi te zijn. De blik van de Na’vi heeft zijn bestaanservaring veranderd. (1) • Jake wordt geobjectiveerd door de blik van de Na’vi als ze hem een ‘idioot’ noemen. Maar dat is een veel minder grondige objectivering dan die waar Fanon mee te maken kreeg. Fanon raakt daardoor verwijderd van zijn subjectieve ervaring van er-zijn. Bovendien heeft Jake de opdracht om geaccepteerd te worden als Na’vi. Jake is er juist op uit om mede te worden bepaald door de blik van de Na’vi. In die zin overstemt de blik van de ander hem dus niet. Jake krijgt de kans om aan de typering ‘idioot’ te ontsnappen. (1) (2)
In de film Avatar zijn alle levende wezens onderling verbonden, via een soort netwerk van draden, als een zenuwnetwerk. Via ‘zenuwdraden’ in het haar kan iedere Na’vi zichzelf verbinden met dit netwerk. Wanneer Jake eraan toe is, mag ook hij zijn ‘zenuwdraden’ verbinden met het dradennetwerk en ervaart hij de onderlinge verbondenheid van alles in de natuur en zijn eigen plek daarin. Dit is voor Jake ook een bestaanservaring.
Vraag 5 1 punt
Leg met deze bestaanservaring van Jake uit dat bestaanservaringen een ethische dimensie hebben.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg met de bestaanservaring van Jake dat bestaanservaringen een ethische dimensie hebben: onze ervaring dat wij op een bepaalde manier bestaan, zoals Jakes gevoel van verbondenheid met alles in de natuur, gaat gepaard met de opdracht om ons tot dat bestaan te verhouden. voorbeeld van een goed antwoord: De innerlijke ervaring van ons bestaan heeft een ethische dimensie, omdat die de vraag oproept hoe we ons bestaan vorm willen geven. In bestaanservaringen schuilt steeds de existentiële opdracht om ons tot ons bestaan te verhouden. Wanneer Jake zich aansluit op het dradennetwerk en zich verbonden voelt met alles in de natuur, doet dit ook een beroep op hem om zich te bezinnen op zijn eigen leven en wat hij daarin belangrijk vindt. (1)
Het dradennetwerk dat alles in het bos van de Na’vi verbindt, is niet louter fictie. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat onze natuur ook zo’n uitgestrekt netwerk kent, maar dan van schimmels. Dit schimmelnetwerk, mycelium, is verbonden met de wortels van planten en bomen en is soms zichtbaar in de vorm van paddenstoelen. Ondergronds zorgt het mycelium voor de uitwisseling van informatie en voedsel tussen bomen. Oudere bomen kunnen water doorgeven aan jonge boompjes, waarbij hun eigen nakomelingen meer krijgen dan andere boompjes. Er is discussie over de vraag of bomen, net als mensen, handelingsvermogen hebben. Volgens Timothy Morton kun je zeggen dat bomen net als mensen handelingsvermogen hebben. Hij geeft hiervoor verschillende redenen.
Vraag 6 2 punten
Leg met het voorbeeld van het mycelium een van de redenen van Morton uit dat bomen handelingsvermogen hebben, net als mensen. Geef vervolgens met het begrippenpaar ‘vrijheid en determinisme’ een argument dat bomen, in tegenstelling tot mensen, geen handelingsvermogen hebben.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het voorbeeld van het mycelium dat bomen volgens Morton net als mensen handelingsvermogen hebben omdat de grens tussen bewust en onbewust handelen niet goed te trekken is / omdat het vermogen van mensen om vooruit te denken wordt overschat (1) • een argument met het begrippenpaar ‘vrijheid en determinisme’ dat bomen, in tegenstelling tot mensen, geen handelingsvermogen hebben: gedrag van bomen is niet vrij, maar gedetermineerd (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Bomen kunnen via het mycelium informatie uitwisselen en zelfs water doorgeven aan andere bomen. De ontdekking dat ze meer water doorgeven aan hun eigen nakomelingen, laat zien dat bomen hierin keuzes maken. Volgens Morton schrijven we mensen handelingsvermogen toe, omdat ze vooruit kunnen denken en plannen. In werkelijkheid wordt dit vermogen volgens Morton overschat. Mensen bedenken en plannen hun handelen vaak niet zozeer, maar gedragen zich gewoon op een bepaalde manier. De keuzes van bomen en mensen lijken daarom op elkaar. En als mensen handelingsvermogen hebben dan kunnen we volgens Morton evengoed zeggen dat bomen handelingsvermogen hebben. (1) • Het doorgeven van water aan nakomelingen kan wel degelijk een gedetermineerde reactie zijn, die door bepaalde signalen van de boomwortels tot stand komt. Maar zelfs als het handelen van bomen niet gedetermineerd is, dan zijn bomen zich nog steeds niet bewust van wat ze doen. Pas door bewustzijn en reflectie op het eigen gedrag kun je spreken van vrijheid. Zonder die vrijheid hebben bomen ook geen handelingsvermogen. (1) (2)
De onderlinge verbondenheid van alles in het bos van de Na’vi levert in de film Avatar een romantisch beeld van harmonie met de natuur op. Ook de wetenschappelijke ontdekking van het verbindende schimmelnetwerk leidt bij sommige mensen tot een beeld van een harmonieuze natuur. Zij wijzen erop dat ook voor mensen schimmels essentieel zijn. Ons voedsel, onze medicijnen en de kringloop van het leven zijn gebaseerd op de werking van schimmels. Mensen bestaan bovendien zelf voor een deel uit myceliumdraden, dat wil zeggen uit niet- menselijke wezens, namelijk schimmels. Volgens Morton is het belangrijk dat mensen meer ecologisch gaan denken, zodat de verbondenheid met allerlei andere levende wezens centraal staat. Maar deze manier van denken leidt volgens Morton niet tot een geruststellend besef van harmonie met de natuur.
Vraag 7 1 punt
Leg uit dat ecologisch denken over het mycelium volgens Morton niet zal leiden tot een geruststellend besef van harmonie met de natuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg dat ecologisch denken over het mycelium volgens Morton niet zal leiden tot een geruststellend besef van harmonie met de natuur: we missen een referentiepunt om onze verbondenheid met het mycelium betekenis te geven. voorbeeld van een goed antwoord: Als Morton pleit voor ‘ecologisch denken’, dan benadrukt hij daarmee dat mensen verbonden zijn met alles om hen heen. Dit leidt volgens Morton echter niet tot een besef van harmonieuze verbondenheid zoals in Avatar, het is eerder beangstigend. Omdat alles verbonden is, bestaat er geen duidelijk afgebakende voorgrond of achtergrond en moeten we de desoriënterende openheid onder ogen zien. Dit gebeurt ook als we beseffen dat we verbonden zijn met het mycelium. Wij zijn daar als mensen zodanig mee verbonden en zelfs uit opgebouwd, dat we het referentiepunt missen om betekenis te kunnen geven. (1)
Schimmels produceren stoffen waarvan medicijnen tegen infectieziektes kunnen worden gemaakt: antibiotica. Lang werd dit gezien als definitieve oplossing voor ziektes als longontsteking en bloedvergiftiging, maar inmiddels blijken bacteriën resistent te kunnen worden. Resistente bacteriën kunnen zorgen voor vrijwel onbeheersbare uitbraken van infectieziektes. Bruno Latour legt met zijn actor-netwerktheorie uit dat de grens tussen menselijk en niet-menselijk is vervaagd.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat de grens tussen menselijk en niet-menselijk volgens Latour is vervaagd. Gebruik daarbij:
- de actor-netwerktheorie, en
- het voorbeeld van antibiotica.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- het voorbeeld van antibiotica: antibiotica hebben als niet-levende actoren gevolgen voor de mens (1p)
voorbeeld van een goed antwoord: Het voorbeeld van antibiotica laat zien dat mensen, schimmels en antibiotica allemaal actoren zijn in een netwerk. Antibiotica hebben invloed op mensenlevens en kunnen de samenleving zelfs ingrijpend veranderen. Mensen zijn enerzijds actoren, bijvoorbeeld omdat ze antibiotica produceren, maar ze zijn ook zeer afhankelijk van antibiotica. Zo kan antibioticaresistentie ingrijpende gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen. Volgens de actor-netwerktheorie zitten mensen en schimmels samen in een netwerk waarover het handelingsvermogen is verspreid. Door het actieve karakter van niet-mensen te benadrukken, vervaagt bij Latour ook de grens die we rondom de mens hebben getrokken. (2)
In de film Avatar willen de mensen het bos van de Na’vi vernietigen om er grondstoffen te kunnen winnen. Omdat het Jake niet lukt om de mensen te overtuigen van de waarde van het bos, sluit hij zich aan bij de Na’vi. Latour stelt voor om een Parlement van de dingen op te richten.
Vraag 9 2 punten
Leg met het voorbeeld van het bos van de Na’vi uit dat Latour een voorstander is van de oprichting van een Parlement van de dingen. Beargumenteer met een voorbeeld of jij denkt dat het goed is om een Parlement van de dingen op te richten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het voorbeeld van het bos van de Na’vi dat Latour een voorstander is van de oprichting van een Parlement van de dingen: de niet-menselijke stem, het bos van de Na’vi, kan zo worden gehoord, waardoor mensen hier verantwoordelijkheid voor kunnen nemen (1) • een argumentatie met een voorbeeld of het goed is om een Parlement van de dingen op te richten (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Alleen mensen kunnen volgens Latour verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen en ze zijn daarbij ook verantwoordelijk voor het niet-menselijke. Via een Parlement van de dingen kan het niet- menselijke een stem krijgen. Het bos van de Na’vi kan daar bijvoorbeeld een stem in krijgen als mensen proberen te verwoorden welke ‘belangen’ en ‘wensen’ het bos heeft. (1) • Ik denk dat een Parlement van de dingen een goede manier is om het niet-menselijke een stem te geven. In mijn stad heeft de rivier bijvoorbeeld meer ruimte gekregen, om overstromingen te voorkomen. Ik denk echter dat daarbij vooral gedacht is aan de belangen van de mensen, zoals zwemgebieden en veiligheid. Als iemand de belangen van de rivier had mogen verwoorden, zoals gezond water voor de vissen of biodiversiteit door natuurlijke oevers, dan had er misschien een plan kunnen ontstaan waarvan de mensen en de rivier allebei hadden geprofiteerd. (1) of • Ik geloof niet dat we een Parlement van de dingen moeten oprichten. Op dit moment zijn er voldoende natuur- en milieuorganisaties die de belangen van de natuur verwoorden. Zo is er bijvoorbeeld de Waddenvereniging, die zich mengt in gesprekken over de Waddenzee. Het is de vraag of deze ‘stem’ altijd gehoord wordt, maar ook in een Parlement van de dingen zullen de belangen van de Waddenzee moeten worden afgewogen tegen de belangen van bijvoorbeeld de vissers en de recreanten. (1) (2)
bron: Ruben Jacobs, Artonauten. Op expeditie in het Antropoceen, 2018
Jacobs stelt in tekst 1 dat de komst van de luchtballon zorgt voor een nieuw begrip van ruimte. Volgens George Lakoff en Mark Johnson zit ons taalgebruik vol met metaforen. Zij maken daarbij onderscheid tussen oriënterende en ontologische metaforen.
Vraag 10 3 punten
Leg met een voorbeeld uit wat oriënterende metaforen zijn. Leg vervolgens met een voorbeeld uit wat ontologische metaforen zijn. Beargumenteer tot slot of jij het eens bent met de stelling van Jacobs. Gebruik daarbij de opvatting van Lakoff & Johnson over oriënterende metaforen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik denk niet dat Jacobs gelijk heeft dat de komst van de luchtballon ons begrip van ruimte verandert. Vóór de komst van de luchtballon spraken mensen ook al van een goddelijk perspectief vanuit de hemel op de aarde. Dat is metaforisch taalgebruik dat gebaseerd is op de ervaring om van bovenaf op de aarde neer te kijken, bijvoorbeeld vanaf een berg of een hoge toren. De ervaring van hoogteverschillen is niets nieuws in de manier waarop we met ons lichaam in de wereld staan. Er is alleen een nieuwe variant van deze ervaring bijgekomen met de luchtballon. Zoals Lakoff & Johnson laten zien zijn onze oriënterende metaforen geworteld in onze lichamelijke ervaring. En die lichamelijke ervaring om vanaf een hoogte ergens op neer te kijken, was er altijd al. (1p)
De metafoor van de helikopterblik in tekst 1 is een voorbeeld van hoe nieuwe technieken kunnen leiden tot nieuwe perspectieven op de wereld. Piet Vroon en Douwe Draaisma gaan nog een stap verder in hun opvatting over wat de invloed van metaforen uit wetenschap en techniek kan zijn.
Vraag 11 2 punten
Leg de opvatting van Vroon & Draaisma uit dat mensbeelden historisch contingent zijn. Leg vervolgens uit in welk opzicht deze opvatting van Vroon & Draaisma verschilt van die van Jacobs in tekst 1.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de opvatting van Vroon & Draaisma dat mensbeelden historisch contingent zijn: veranderingen in de culturele context/in wetenschap en techniek beïnvloeden de metaforen die we gebruiken om te beschrijven wat er in onze geest omgaat (1) • een uitleg in welk opzicht de opvattingen van Vroon & Draaisma en die van Jacobs in tekst 1 verschillen: ontwikkelingen in techniek leiden volgens Jacobs tot metaforen die een nieuw perspectief op de wereld opleveren, terwijl volgens Vroon & Draaisma ontwikkelingen in techniek andere manieren mogelijk maken waarop we onszelf kunnen ervaren/beschrijven/begrijpen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Vroon & Draaisma leveren technologische ontwikkelingen nieuwe beelden om de mens te begrijpen. Zo werd met de uitvinding van allerlei nieuwe machines in de 16e en 17e eeuw de mens ook begrepen als een klok of uurwerk. En toen de computer werd uitgevonden werd de menselijke geest gezien als een computer. Historisch toevallige veranderingen in wetenschap en techniek zorgen dus voor nieuwe metaforen om onszelf te begrijpen. (1) • De komst van de luchtballon en later de helikopter leidde volgens Jacobs tot nieuwe metaforen om ons perspectief op de wereld te beschrijven. De wereld werd iets wat je van bovenaf kunt overzien en daarmee kunt beheersen. Vroon & Draaisma gaan echter nog een stap verder. Volgens hen kunnen ontwikkelingen in techniek leiden tot metaforen waarmee we onszelf op een nieuwe manier gaan begrijpen en waardoor ook een nieuw soort wetenschappelijke vragen mogelijk wordt. Neem bijvoorbeeld de uitvinding van de computer. Sindsdien is het gebruikelijk om onze geest ook als een soort computer te zien en vragen te stellen als: hoe wordt in ons geheugen informatie ‘weggeschreven’? (1) (2)
Volgens Jacobs is in deze eeuw door klimaatverandering en de kwetsbaarheid van het ecosysteem een nieuw type verkenner nodig, de artonaut, die niet alleen wetenschap en technologie, maar ook de verbeelding van de kunstenaar inzet om de verhouding tussen mens en natuur te onderzoeken. Hij noemt Thomas Thwaites als voorbeeld van zo’n artonaut, die onderzoekt of hij in het bewustzijn van een ander dier kan kruipen. Met een speciaal pak met prothesen leeft Thwaites tussen de geiten (zie afbeelding hiernaast). Hij houdt het maar drie dagen vol. Toch is het experiment volgens Jacobs niet mislukt. Volgens Jacobs leidt Thwaites’ experiment tot vragen over wat de mens tot mens maakt en of techniek onze morele blik op andere dieren verandert. Volgens Peter-Paul Verbeek transformeert techniek het moreel handelingsvermogen van de mens.
Vraag 12 2 punten
Leg deze opvatting van Verbeek uit. Beargumenteer vervolgens met Verbeeks opvatting of de techniek die Thwaites gebruikt volgens jou de morele blik op dieren zal veranderen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg van de opvatting van Verbeek dat techniek ons moreel handelingsvermogen verandert: nieuwe technologie levert niet alleen nieuwe morele dilemma’s op, maar verandert ook ons vermogen om met die dilemma’s om te gaan (1) • een argumentatie met de opvatting van Verbeek of de techniek die Thwaites gebruikt de morele blik op dieren zal veranderen (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Verbeek heeft technologie invloed op de manier waarop we morele keuzes maken. Hij geeft het voorbeeld van echoscopie. Dankzij die techniek is het mogelijk om al in een vroeg stadium keuzes te maken over het al dan niet afbreken van een zwangerschap. Maar daarmee verandert ook de betekenis van zwanger zijn. Zonder echoscopie was het verloop van een zwangerschap een lot dat je overkwam. Maar dankzij deze techniek zien we zwangerschap nu als een keuzeproces waarbij je aan de hand van informatie uit echoscopie keuzes moet maken over het toekomstige kind. (1) • Ik denk dat de techniek van Thwaites grote invloed kan hebben op onze morele blik op dieren. Doordat hij zich zo letterlijk mogelijk verplaatst in hoe het is om een geit te zijn, is het niet langer mogelijk om geiten alleen nog als middelen te zien om bijvoorbeeld melk of vlees te produceren. Dankzij deze techniek word je je ervan bewust dat geiten ook subjecten zijn en net als mensen behandeld zouden moeten worden en niet als gebruiksvoorwerpen. (1) of • Ik denk niet dat de techniek die Thwaites gebruikt veel verandert aan de morele blik op dieren. Ik denk niet dat een paar protheses nodig zijn om je te verplaatsen in een geit. Kijk bijvoorbeeld naar hoe mensen met hun huisdieren omgaan. Simpelweg door veel tijd door te brengen met een dier, leer je, tot op zekere hoogte, zo’n dier te begrijpen en kun je je verplaatsen in de behoeftes van je hond of kat. Daar is geen techniek voor nodig. Het kan best zo zijn dat in sommige gevallen nieuwe technieken invloed hebben op de mo (2)
Helmuth Plessner sluit bij zijn beschrijving van de mens aan bij biologisch onderzoek.
Vraag 13 2 punten
Leg uit dat Plessner aansluit bij de biologische benadering van de mens. Leg vervolgens met het begrip ‘excentriciteit’ uit dat volgens Plessner de biologische benadering niet voldoende is om de mens te beschrijven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Plessner met zijn beschrijving van de mens aansluit bij de biologische benadering, omdat mensen net als andere (gewervelde) dieren het centrum van hun ervaringen/handelingen zijn (1) • een uitleg dat volgens Plessner de biologische benadering niet voldoende is om de mens te beschrijven, omdat de mens excentrisch is: het wezen van de mens is van nature onbepaald (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Plessner was opgeleid als zoöloog en hij gebruikte die kennis om te laten zien dat mensen net als andere levende wezens zich op een bepaalde manier tot zichzelf en hun omgeving verhouden. Dat noemt hij positionaliteit. Hij zag daarbij grote overeenkomsten tussen mensen en andere gewervelde dieren, omdat gewervelden een centraal zenuwstelsel hebben dat bewegingen en gewaarwordingen coördineert. Mensen en andere gewervelden zijn zich in meer of mindere mate bewust van zichzelf als centrum van hun gewaarwordingen. (1) • Maar Plessner geeft ook duidelijk aan dat de mens niet door biologische kenmerken gedetermineerd is. De menselijke bestaanservaring is open en onbepaald doordat mensen, in tegenstelling tot andere dieren, niet samenvallen met hun beleving van het handelen in het hier en nu. Mensen zijn excentrisch. Daarom is ook een fenomenologische beschrijving van de mens nodig. (1) (2)
bron: Ruben Jacobs, Artonauten. Op expeditie in het Antropoceen, 2018
Jacobs legt uit dat voor Adams muziek een vorm van kennis is, een manier om ons ‘in contact te brengen met een realiteit die daarvoor nog ontoegankelijk was’. In de kennistheorie zijn er verschillende opvattingen over hoe kennis tot stand komt. Twee daarvan zijn het empirisme (bijvoorbeeld dat van Hume) en het constructivisme.
Vraag 14 2 punten
Leg uit dat Adams’ opvatting van muziek als kennis:
- niet aansluit bij het empirisme,
- wel kan aansluiten bij het constructivisme.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Adams’ opvatting van muziek als kennis niet aansluit bij de empiristische opvatting dat kennis is gebaseerd op zintuigelijke waarneming, omdat Adams zich ook richt op wat buiten het zintuigelijk bereik ligt (1) • een uitleg dat Adams’ opvatting van muziek als kennis wel kan aansluiten bij de constructivistische opvatting dat kennis actief geconstrueerd wordt door (de verbeeldingskracht van) de mens, want om muziek te ontdekken maakt Adams gebruik van een samenspel van zintuigen en verbeelding (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het empirisme gaat ervan uit dat kennis over de wereld alleen gebaseerd kan zijn op zintuigelijke waarneming. Adams zegt dat hij overal om zich heen muziek hoort. Maar juist de voorbeelden van de uitgestrektheid van de toendra en de stilte bij min 40 graden geven aan dat het niet om zuivere waarneming gaat, maar een artistieke vertaling daarvan door een kunstenaar. (1) • Daarom sluiten zijn uitspraken beter aan bij het constructivisme. Volgens het constructivisme structureert de mens zijn waarnemingen tot een betekenisvol geheel. Daardoor zijn verschillende kennissystemen mogelijk. Adams sluit hierbij aan. Hij gebruikt zijn verbeelding om een letterlijk ongehoorde ordening aan te brengen in de geluiden om hem heen. Waar andere mensen alleen druppels zouden horen, geeft Adams met zijn muziek ook andere mensen de mogelijkheid om die geluiden in een andere samenhang te horen. (1) (2)
De verkenningen van de 19e-eeuwse ‘-nauten’ van land, water en lucht maakten het volgens Jacobs mogelijk dat mensen de aarde steeds meer gingen beheersen en uitbuiten. Volgens hem hebben we nu juist artonauten nodig, die met kunst, wetenschap en techniek een nieuwe relatie van de mens ten opzichte van een steeds grilliger wordende natuur kunnen onderzoeken.
Vraag 15 3 punten
Beargumenteer of artonauten volgens jou kunnen bijdragen aan het beantwoorden van de filosofische vraag naar de bestaanservaring van de mens. Betrek daarbij:
- het voorbeeld van Adams of het voorbeeld van Thwaites,
- hedendaagse grensvervagingen, en
- de rol van technologie.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- de rol van technologie (1p)
voorbeeld van een goed antwoord: In het werk van Adams is de grens tussen mens en natuur vervaagd, doordat alles een onderdeel is van dezelfde klankwereld. Zo laat Adams zien hoe we niet buiten de natuur staan, maar hoe we er als mens een onlosmakelijk onderdeel van vormen. Dit is volgens mij hard nodig in een tijd waarin we met de klimaatcrisis in een nieuwe, nog onbekende situatie zitten, waarbij de oude grenzen tussen mens en natuur vervaagd zijn. Deze grensvervaging brengt een nieuw soort bestaanservaring teweeg, namelijk een waarin we gedesoriënteerd zijn doordat de oude, vaste scheidslijnen tussen mens en natuur verdwenen zijn. Zoals Jacobs aangeeft, werden wetenschap en techniek voorheen vooral ingezet om de natuur te beheersen en uit te buiten. Dat sloot helemaal aan bij de filosofie van die tijd. Om onze nieuwe verhouding tot onszelf en de natuur filosofisch te onderzoeken, hebben we artonauten als Adams nodig die onderzoeken hoe we ons opnieuw kunnen verhouden tot de levende en niet-levende natuur. Op die manier kunnen we een nieuw antwoord proberen te vinden op de vraag wat het betekent om mens te zijn in een tijd waarin we geconfronteerd worden met een onlosmakelijke, maar onoverzichtelijke verbinding tussen mens en natuur. (3)
of
De filosofische vraag naar de mens is al zo oud al de mens zelf, want die vraag hoort bij wat het betekent om mens te zijn. Door ons bewustzijn zijn we in staat om na te denken over onszelf en onze plek in de wereld. Filosofen stellen de eeuwige vragen naar het goede, het ware en het schone. Die vragen worden in de hele geschiedenis opnieuw gesteld en daar zullen veranderende omstandigheden ongetwijfeld een rol in spelen. Maar filosofen kunnen dat ook prima zelf zonder ‘artonauten’. Het is best grappig hoe Thwaites technologie gebruikt om een geit te worden, maar menig filosoof had hem van tevoren kunnen vertellen dat er een onoverbrugbare grens tussen mens en dier is. Hoe het is om een geit te zijn? Dat kun je nooit weten, alleen hoe het is om als mens een geit proberen te zijn. Er is in deze tijd veel aandacht voor zogenaamde grensvervagingen tussen mens en dier of tussen mens en natuur, maar dat verandert niets aan het oeroude gegeven dat de mens het enige wezen is dat de vraag naar zichzelf stelt. Dat is de oeroude bestaanservaring van de mens. En het onderzoeken daarvan is bij uitstek de taak van de filosofie. (3)
zintuigen overneemt?, NRC, 2022
Volgens fenomenoloog Maxine Sheets-Johnstone gaat de gewaarwording van ons bewegende lichaam in de ruimte vooraf aan bewuste reflectie.
Vraag 16 2 punten
Leg dit uit met:
- het begrip ‘lichaamsschema’, en
- tekst 3.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met het begrip ‘lichaamsschema’ dat volgens Sheets- Johnstone de gewaarwording van ons bewegende lichaam in de ruimte voorafgaat aan bewuste reflectie: op basis van het lichaamsschema dat alle ruimtelijke beweging van het lichaam synthetiseert, hebben we een geleefde ervaring van ons lichaam waarop we kunnen reflecteren (1) • een uitleg met tekst 3 dat volgens Sheets-Johnstone de gewaarwording van ons bewegende lichaam in de ruimte voorafgaat aan bewuste reflectie: eerst ervaart Heerma van Voss de ruimte bukkend/versnellend/duizelig/met versnelde hartslag en pas daarna reflecteert hij op (de betekenis van) zijn ervaring (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Volgens Sheets-Johnstone is de geleefde ervaring van ruimtelijkheid te-midden-van-de-wereld een pre-reflectief bewustzijn. Dat pre- reflectieve bewustzijn van je lichamelijkheid en ruimtelijkheid is gebaseerd op het lichaamsschema. Dit synthetiseert alle ruimtelijke presenties van het lichaam en stelt ons in staat om gebaren en bewegingen te ervaren als een voortdurend en samenhangend ‘hier- zijn’. Je hebt altijd eerst die geleefde ervaring op basis van je lichaamsschema. Daarna kan je daarop reflecteren of deze ervaring beoordelen. (1) • Heerma van Voss beschrijft zijn fysieke gewaarwording in een ruimte terwijl hij een spel speelt. Hij beschrijft zijn beleving: hij bukt, klimt op een trappetje, springt en wordt duizelig en volledig in beslag genomen door deze fysieke handelingen. Volgens Sheets-Johnstone kan hij die gewaarwording van zijn bewegende lichaam in de ruimte niet beschrijven als hij die niet eerst heeft beleefd. Vervolgens kan hij op die gewaarwording reflecteren en constateren dat de VR-wereld snel went en heel reëel aanvoelt. (1) (2)
Fenomenologen reageren op de dualistische filosofie van René Descartes, waarin de vraag naar de mens wordt beantwoord vanuit het eerstepersoonsperspectief en vanuit het derdepersoonsperspectief.
Vraag 17 2 punten
Leg uit dat Descartes de vraag naar de mens beantwoordt vanuit beide perspectieven.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat Descartes de vraag naar de mens beantwoordt vanuit het eerstepersoonsperspectief: kwalitatieve, innerlijke ervaring (1) • een uitleg dat Descartes de vraag naar de mens beantwoordt vanuit het derdepersoonsperspectief: een beschrijving van de essentiële eigenschap van de mens als res cogitans (1) voorbeeld van een goed antwoord: • Het eerstepersoonsperspectief is de kwalitatieve ervaring van binnenuit. Descartes onderzocht in zijn twijfelexperiment via introspectie de innerlijke ervaringen van het bewustzijn. (1) • Het derdepersoonsperspectief is een beschrijving van de mens aan de hand van een set essentiële eigenschappen. Wat is de aard van de mens? Welke unieke kenmerken heeft de mens? Descartes definieert de mens als een ding dat kan denken (res cogitans). (1) (2)
prestigieuze prijs mee, NOS Nieuws, 2019
Volgens hoogleraar chirurgie Harry van Goor heeft deze VR-therapie een duidelijk effect op patiënten. Mensen met chronische pijn trainen in het spel hun brein om de abnormaal overgevoelige reactie op zenuwprikkels te verminderen. Op hersenfilmpjes ziet Van Goor dat het brein minder heftig reageert op pijn wanneer iemand de VR-bril draagt. Volgens Dick Swaab zijn wij ons brein. Hubert Dreyfus heeft bezwaren tegen opvattingen zoals deze opvatting van Swaab.
Vraag 18 3 punten
Leg uit dat Swaab de opvatting van Van Goor kan ondersteunen vanuit de opvatting dat wij ons brein zijn. Beargumenteer vervolgens of jij het eens bent met Swaabs opvatting dat wij ons brein zijn. Gebruik daarbij:
- Dreyfus’ kritiek op de opvatting dat wij ons brein zijn, en
- het voorbeeld van het VR-spel om pijn te verminderen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Volgens Swaab is alles wat mensen doen en ervaren te reduceren tot hersenactiviteit. Dingen als je bewustzijn, de ervaring van pijn en zelfs moraliteit worden veroorzaakt door de interactie tussen zenuwcellen. Volgens Dreyfus zijn dit soort zaken juist ingebed in een lichaam met specifieke kenmerken, verwachtingen en mogelijkheden. Volgens hem is het lichaam de mogelijkheidsvoorwaarde voor ervaringen. Ik denk dat Dreyfus die rol van het lichaam als mogelijkheidsvoorwaarde overschat. Volgens mij laat dat voorbeeld met die VR-bril juist goed zien dat het zit zoals Swaab zegt: de hersenen zijn biologische machines die in principe voorspelbaar werken. Alleen als er een verstoring is, verandert de functionaliteit. In het geval van pijn is die veranderde functionaliteit een grotere hersenactiviteit dan nodig op het gebied van pijn. In het VR-spel duik je je zenuwstelsel in om op pijnlijke plekken te schieten en zo je hersenen te trainen om de abnormale activiteit in de hersenen die de pijn veroorzaakt, te laten afnemen. Je heft de verstoring in je brein op en dat gaat daardoor weer normaal functioneren. Daarvoor maakt iemands werkelijke lichaam niet zoveel uit. Ook als iemand kunstarmen en -benen zou hebben, of géén lichaam, dan zouden de hersenen de ervaring van pijn kunnen veroorzaken en verminderen. (2p)
Het VR-spel zou ook begrepen kunnen worden vanuit 4E-cognitie.
Vraag 19 2 punten
Leg met tekst 4 de 4E-begrippen ‘extended’ en ‘enactive’ uit.
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg met tekst 4 van het 4E-begrip ‘extended’: het denken is uitgebreid tot buiten het lichaam zoals de VR-omgeving in tekst 4 onderdeel is van het denkvermogen/bewustzijn (1) • een uitleg met tekst 4 van het 4E-begrip ‘enactive’: denken is een lichamelijke activiteit in en met een omgeving, zoals in het VR-spel de spelers bewustzijn hebben van hun pijn in de activiteit van hun lichaam in de VR-omgeving (1) voorbeeld van een goed antwoord: • ‘Extended’ houdt in dat denken is uitgebreid buiten ons lichaam naar de omgeving. Tijdens het spelen van dat pijnbestrijdingsspel is de VR- omgeving onderdeel van het denkende organisme geworden. De virtuele omgeving waarin je de pijnpunten in je lichaam herkent en wegschiet, is onderdeel van een fysiek-mentaal proces van de patiënt die bewustzijn van het lichaam en de pijn ontwikkelt. (1) • ‘Enactive’ houdt in dat ons denkvermogen in eerste instantie praktisch gericht is, een lichamelijke activiteit in een omgeving. In het VR-spel om pijn te bestrijden handelen die patiënten fysiek in een omgeving. Ze zien ‘hun’ lichaam en beschieten daar de pijnpunten. Ze spelen dus letterlijk een spel in dynamische interactie met hun omgeving waarin bewustzijn van hun lichaam en hun pijn ontstaat. (1) (2)
VR inspireert ook kunstenaars. De tentoonstelling UFO (Unidentified Fluid Other) toont werk van kunstenaars die proberen om nieuwe technologie te doorgronden en nieuwe, virtuele realiteiten te creëren. Bij het kunstwerk Foreign Nature (zie afbeelding hieronder) komen toeschouwers in een ruimte waar de vloer en muren lijken te verdwijnen. Projecties van voortdurend veranderende bouwwerken wekken de suggestie van een eindeloze, bewegende ruimte met diepte.
Sommige mensen raken gedesoriënteerd door het kunstwerk, omdat de projecties onder hen door en langs hen heen bewegen en telkens veranderen; de toeschouwers zien dus geen vloer meer, maar staan daar wel zelf op stil. Voor de projecties heeft de kunstenaar gebruikgemaakt van een softwareprogramma dat wiskundige formules vertaalt naar projecties die telkens van diepte, vorm en kleur veranderen. Volgens Petran Kockelkoren verandert technologie onze waarneming. Hij verduidelijkt dit met het voorbeeld van de trein.
Vraag 20 3 punten
Leg met het voorbeeld van treinziektes uit wat Kockelkoren bedoelt met ‘de inlijving van techniek’. Beargumenteer vervolgens of jij denkt dat er bij het kunstwerk Foreign Nature op eenzelfde manier sprake kan zijn van inlijving. Gebruik daarbij Kockelkorens begrippen ‘decentreren’ en ‘recentreren’.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Ik denk dat er in Foreign Nature niet op dezelfde manier sprake is van inlijving als bij de trein. Het is een ervaring die je alleen daar hebt. Ik vind het verhaal van de kermis als culturele normaliseringsmachine van Kockelkoren dan ook niet overtuigend. Ik word nog steeds misselijk in de achtbaan, hoe vaak ik er ook inga. Zintuiglijkheid is misschien wel technisch gemedieerd zoals Kockelkoren zegt, maar het proces van decentreren en recentreren treedt niet automatisch in werking bij elke nieuwe techniek waar mensen mee in aanraking komen. Dat de toeschouwers in dit kunstwerk zich gedesoriënteerd voelen, is misschien wel een vorm van decentreren omdat hun zintuigen dus even vervreemd raken van hun ervaring, maar ik zou niet weten welk nieuw perspectief ze dat oplevert na die ervaring. Er wordt dus niks ingelijfd en er is geen sprake van recentreren. (2p)
In een ander kunstwerk, ENTER, wordt het lichaam van toeschouwers gescand. Dat gescande lichaam verschijnt vervolgens levensgroot in grove pixels in de tentoonstellingsruimte. De bewegingen van je lichaam worden via sensoren en een algoritme omgezet in klanken. Op het tekstbordje staat te lezen: ‘Op het moment dat je technologie gebruikt, neem je deel aan uploaden van data. In dit kunstwerk word ook jij een datastroom.’ De kunstenaar suggereert vervolgens dat de betekenis van ENTER niet vastligt. Jouw datastroom kan je 15 minutes of fame opleveren, maar ook een ongewenste zichtbaarheid. Yuval Noah Harari denkt dat de vervaging van de grens tussen fysieke en niet-fysieke verschijnselen betekent dat het geloof in de mens als authentiek zelf zal plaatsmaken voor dataïsme.
Vraag 21 2 punten
Leg uit dat het algoritme in ENTER een voorbeeld is van het vervagen van de grens tussen fysiek en niet-fysiek. Beargumenteer vervolgens met het voorbeeld van het kunstwerk ENTER of jij het met Harari eens bent dat het geloof in de mens als authentiek zelf zal plaatsmaken voor dataïsme.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat de volgende elementen: • een uitleg dat het algoritme in ENTER een voorbeeld is van het vervagen van de grens tussen fysiek en niet-fysiek: het algoritme drukt jouw fysieke persoon uit in niet-fysieke data (1) • een argumentatie met het voorbeeld van het kunstwerk ENTER of het geloof in de mens als authentiek zelf zal plaatsmaken voor dataïsme (1) voorbeeld van een goed antwoord: • De grensvervaging tussen fysiek en niet-fysiek gaat er bijvoorbeeld over dat zoiets als een algoritme – dat op zich niet-fysiek is, je kan het niet vasthouden – wel tastbare gevolgen kan hebben. Als een algoritme bepaalt welke hoorbare klanken jouw bewegingen krijgen zoals in het kunstwerk ENTER dan wordt jouw fysieke persoon uitgedrukt in niet-fysieke data en vervaagt de grens tussen fysiek en niet-fysiek. (1) • Ik denk dat ENTER laat zien dat het geloof in de mens als authentiek zelf dat in vrijheid zichzelf verwerkelijkt, zal plaatsmaken voor dataïsme. Daarin hebben mensen geen intrinsieke betekenis meer, maar zijn ze volledig te begrijpen als algoritme en worden de zin en de betekenis van de mens bepaald door dat algoritme. De vraag of jouw datastroom je 15 minutes of fame oplevert of onwenselijke zichtbaarheid, zal dan dus niet meer door jou bepaald worden, maar door algoritmen. (1) of • Ik denk niet dat het geloof in de mens als authentiek zelf vervangen zal worden door dataïsme. Jij kan de betekenis van jouw datastroom in een kunstwerk als ENTER nog altijd zelf bepalen: of je daarmee je moment van bekendheid pakt of dat je dit ziet als een zichtbaarheid waar je niet zelf om hebt gevraagd en die je niet wilt. Mensen zullen altijd in vrijheid zin aan de wereld geven en ook aan de algoritmen waarmee ze zelf worden beschreven. (1) (2)
Volgens Karen Barad is de grens tussen fysieke en niet-fysieke verschijnselen niet meer goed te trekken. Zij spreekt van ‘intra-actie’.
Vraag 22 1 punt
Leg met het voorbeeld van het kunstwerk ENTER uit wat Barad bedoelt met intra-actie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een uitleg van Barads begrip ‘intra-actie’ met het voorbeeld van het kunstwerk ENTER: mens, ding en betekenis bestaan niet op zichzelf maar ontstaan in een praktijk, zoals in ENTER het kunstwerk en de betekenis pas ontstaan met/door de aanwezigheid van de toeschouwer. voorbeeld van een goed antwoord: Volgens Barad ontstaan de elementen waaruit een handeling bestaat tijdens deze handeling. Mens, ding en betekenis bestaan niet op zichzelf. Dit noemt Barad intra-actie. In het kunstwerk ENTER lijkt dit ook aan de hand: het kunstwerk ontstaat pas als er een toeschouwer is die verandert in een datastroom. De betekenis van het kunstwerk ligt volgens het tekstbordje niet vast. De betekenis is afhankelijk van wat er ontstaat als de technologie en de toeschouwer met elkaar intra-acteren. (1)
In de tentoonstelling wijst een virtuele figuur de bezoekers de weg. Deze figuur is niet mannelijk en niet vrouwelijk en stelt voortdurend vragen aan de bezoekers over wat het betekent om mens te zijn. Een van de vragen is of virtuele werelden mensen de mogelijkheid geven om hun identiteit vorm te geven buiten de bekende hokjes. Het museum zelf beantwoordt deze vraag met de stelling dat in een virtuele wereld, waar de menselijke identiteit data is geworden, iedereen ‘anders’ is en dat het nog ongeïdentificeerd en fluïde is wie mensen zullen zijn of worden. Vandaar de titel van de tentoonstelling: Unidentified Fluid Other. Miriam Rasch onderzoekt de verhouding tussen data en mens. Zij gebruikt het begrip ‘else’.
Vraag 23 1 punt
Beargumenteer met Rasch’ begrip ‘else’ of jij het met het museum eens bent dat in een virtuele wereld iedereen een unidentified fluid other is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een goed antwoord bevat een argumentatie of in een virtuele wereld iedereen een unidentified fluid other is met Rasch’ begrip ‘else’ als het spontane dat niet in data/hokjes te vangen is. voorbeeld van een goed antwoord: Ik denk niet dat virtuele werelden vanzelfsprekende hokjes gaan overwinnen en mensen tot unidentified fluid others maken. Virtuele werelden zijn data en daarin zijn mensen nooit volledig uit te drukken, zoals Rasch’ uitlegt met het begrip ‘else’. Mensen zijn onbepaald en open in hun ervaringen en er is altijd iets dat spontaan is. Mensen zijn niet te vangen in hokjes of vast te pinnen in duidelijke categorieën of betekenissen. In die zin heeft het museum gelijk dat mensen ongeïdentificeerd en fluïde zijn. Maar virtuele werelden zijn gebouwd uit meetbare en categoriseerbare data en zullen daarom de ruimte om ongeïdentificeerd en fluïde te zijn beperken. of Ik denk dat het museum gelijk heeft dat virtuele werelden mogelijkheden bieden voor mensen om fluïde of anders te zijn. Virtuele werelden zijn nieuw, maken gebruik van nieuwe technologie en maken het voor mensen mogelijk om hun identiteit buiten vanzelfsprekende hokjes vorm te geven. Mensen worden dan data en ik denk dat ook het ‘ongeïdentificeerde’ en ‘anders-zijn’ van mensen in data zijn te vangen. Ik ben het dus niet eens met Rasch’ begrip ‘else’, waarmee ze probeert uit te leggen dat mensen nooit helemaal exact te beschrijven en te categoriseren zijn of te vangen zijn in data. Mensen hebben inderdaad altijd iets spontaans en ‘anders’, maar ook dat zal in virtuele werelden een plek krijgen in data. Wij, fysieke mensen, zullen dat misschien niet meer begrijpen, maar de computers die deze data in virtuele werelden genereren wel. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Filosofie 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-24-1-o
Andere examens filosofie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen filosofie vwo 2024, tijdvak 1?
Het centraal examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over mens en techniek (22) en kennisleer (1).
Wat zijn de antwoorden van het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van filosofie vwo 2024, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-1/vw-0311-a-24-1-c).
Hoe oefen ik met het examen filosofie vwo 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.