Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Nederland (1848-1914), Door de tijd heen, De Eerste Wereldoorlog (1914-1918), Het Interbellum (1918-1939), De Tweede Wereldoorlog (1939-1945), De Tweede Wereldoorlog (1939-1945), Europa en de wereld (1945-1989), De nieuwe wereldorde (vanaf 1990), Door de tijd heen, Door de tijd heen.

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (17), staatsinrichting (9) en Koude Oorlog (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tijd van wereldoorlogen12-15, 17-21, 23-26, 28-3117
Staatsinrichting1-3, 7-8, 10, 16, 22, 349
Koude Oorlog32-33, 35-375
Tijd van televisie en computer38-425
Tijd van burgers en stoommachines4-6, 94
Historische vaardigheden11, 27, 433

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over staatsinrichting (21% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over tijd van wereldoorlogen (40% van de vragen, gemiddeld 54%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Nederland (1848-1914)

Gebruik bron 1.

Vraag 1 1 punt

Een gebeurtenis zoals in de bron beschreven, kwam in 1848 veel voor in Europa. Noem een belangrijk politiek gevolg van zulke gebeurtenissen voor Nederland.

Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de demonstraties (uiteindelijk) geleid hebben tot de (nieuwe) Grondwet (van 1848)/geleid hebben tot het inperken van de macht van de koning / dat de koning en de gegoede burgerij bang werden en bereid waren meer rechten en vrijheid toe te kennen aan de (iets) lagere burgerij. (1)

Vraag 2 1 punt

Door de Luxemburgse kwestie veranderde rond 1867 de politieke verhouding tussen het kabinet en het parlement. Bij deze verandering waren de volgende stappen belangrijk:

1 Alle leden van het kabinet dienden hun ontslag in.

2 Het kabinet kreeg een conflict met de Tweede Kamer over de aanpak van de Luxemburgse kwestie.

3 De Tweede Kamer keurde de begroting van het kabinet af. Wat is de juiste volgorde van stappen in deze verandering, van vroeger naar later?

  1. A Luxemburgse kwestie → 2 → 1 → 3 → nieuwe politieke verhouding
  2. B Luxemburgse kwestie → 2 → 3 → 1 → nieuwe politieke verhouding
  3. C Luxemburgse kwestie → 3 → 1 → 2 → nieuwe politieke verhouding
  4. D Luxemburgse kwestie → 3 → 2 → 1 → nieuwe politieke verhouding
Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 3 2 punten

In Nederland zijn de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht gescheiden. Tussen 1874 en 1880 was A. Luyben burgemeester van Den Bosch, maar hij was óók lid van de Tweede Kamer. Een bewering: een burgemeester heeft uitvoerende macht. Het past niet bij de scheiding van de machten dat hij ook nog een andere macht heeft. Toon aan dat de bewering juist is. Doe dit door:

  • eerst aan te geven welke macht de burgemeester óók heeft als lid van de Tweede Kamer,
  • en vervolgens een argument te geven waarom het beter zou zijn als de burgemeester niet tegelijk Kamerlid was.
Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede antwoord moet inhoudelijk over de scheiding der machten gaan of een voorbeeld daarvan geven.

Gebruik bron 2.

Vraag 4 1 punt

Over welk onderwerp gaat de enquête van de overheid?

  1. A over de emancipatie
  2. B over de sociale kwestie
  3. C over de vakbonden
  4. D over het recht op werk
Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Gebruik nogmaals bron 2.

Vraag 5 2 punten

De fabrikant houdt zich aan het Kinderwetje van Van Houten. Geef een reden waarom het Kinderwetje zorgde voor verbetering van de werkomstandigheden van kinderen. Geef ook een reden waarom sommige mensen vonden dat het Kinderwetje niet genoeg verbetering bracht. Doe het zo: Verbetering van de werkomstandigheden door het Kinderwetje, omdat … (geef een reden). Niet genoeg verbetering volgens sommigen, omdat … (geef een reden).

Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Niet genoeg verbetering volgens sommigen, omdat (één van de volgende): (1p)
    • het Kinderwetje kinderen ouder dan twaalf jaar niet beschermde.
    • de wet niet gold voor arbeid op het land/in het huishouden/in de huisnijverheid.
    • de wet niet gecontroleerd werd / er geen arbeidsinspectie bestond.
    • er geen compensatie kwam voor de ouders (hun kinderen moesten naar school/mochten niet werken) / de lonen te laag waren.

Gebruik nogmaals bron 2.

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat veel arbeiders zich in die tijd aangetrokken voelden tot het socialisme. Doe dit door:

  • eerst zonder bron aan te geven waarom het socialisme in die tijd voor arbeiders aantrekkelijk was
  • en daarna met een onderdeel van de bron je antwoord toe te lichten.
Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • het socialisme opkwam voor emancipatie/gelijkheid van de arbeiders / de (werk)omstandigheden van arbeiders wilde verbeteren / de positie van arbeiders (wettelijk) wilde beschermen (1)
  • in de bron staat dat er lange werkdagen waren / er sprake was van kinderarbeid (1)

Vraag 7 1 punt

In 1893 werd in Nederland een politieke partij verboden. Het verbieden van een politieke partij kan botsen met een grondrecht. Welk grondrecht wordt bedoeld? En is dat een klassiek of een sociaal grondrecht?

  1. A vrijheid van meningsuiting; dit is een klassiek grondrecht
  2. B vrijheid van meningsuiting; dit is een sociaal grondrecht
  3. C vrijheid van vereniging; dit is een klassiek grondrecht
  4. D vrijheid van vereniging; dit is een sociaal grondrecht
Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 8 1 punt

In 1865 brak bij koeien in Nederland de veepest uit. Deze ziekte is besmettelijk én dodelijk voor koeien. Minister Thorbecke zei toen dat de bestrijding van de veepest door de boeren zelf geregeld moest worden en niet door de regering. Deze uitspraak van Thorbecke past bij een uitgangspunt van een politieke stroming in de negentiende eeuw. Welke politieke stroming wordt bedoeld?

Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • het liberalisme / de liberale stroming (1)

Vraag 9 2 punten

In de loop van de negentiende eeuw veroverde Nederland steeds meer gebieden in Indonesië. In dezelfde periode industrialiseerde Nederland. Sommige Nederlandse fabriekseigenaren hadden economisch voordeel van het kolonialisme. Noem twee verschillende economische voordelen van het kolonialisme voor fabriekseigenaren.

Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (toegang tot goedkope) grondstoffen (1)
  • (een grotere) afzetmarkt (1)

Vraag 10 1 punt

Hieronder staan drie groepen die bezig waren zich politiek te emanciperen tussen 1900 en 1920:

1 arbeiders

2 confessionelen

3 vrouwen Welke groep kan volgens jou rond 1920 op politiek gebied het meest tevreden zijn als het om de emancipatie van hun groep gaat? Geef ook een historisch argument voor je keuze. Doe het zo: De … (kies een groep) kunnen het meest tevreden zijn, want … (geef een historisch argument).

Bron 1

Uit een brief van een meisje op bezoek in Den Haag (1848):

Wij werden gewaarschuwd voor grote groepen demonstranten die elke avond op straat liepen en politieke veranderingen eisten. Ook in andere plaatsen was er onrust. We probeerden vrolijk en op ons gemak te lijken, maar we waren gespannen. We luisterden goed om te horen of er een steen door het raam werd gegooid. Gelukkig namen de demonstranten een andere route en kwamen niet bij ons voorbij.

Bron 2

Een textielfabrikant vertelde bij een enquête van de overheid over zijn arbeiders (1890):

Elf uur werken achter elkaar is goed te doen, hoor. Een wever die tien uur heeft gestaan, is aan het eind van de dag iets vermoeider dan aan het begin van zijn dienst. Maar dat heeft weinig invloed op de productie. Ik zorg goed voor mijn werknemers. Iedereen is hier welkom, ook de allerjongsten onder ons. Daarom neem ik kinderen vanaf hun twaalfde jaar in dienst. Als een wever zijn vak niet jong leert, leert hij het nooit goed.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na een keuze een juist, bijpassend argument volgt, wordt

1 scorepunt toegekend.

Door de tijd heen

Gebruik bron 3.

Vraag 11 2 punten

Zet de grondwetsartikelen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

Bron 3

De volgende vier grondwetsartikelen gaan over de samenstelling van de Tweede Kamer:

1 De leden van de Tweede Kamer worden gekozen in de kiesdistricten door Nederlandse mannen die minstens 23 jaar oud zijn en die minstens 20 gulden aan belasting betalen.

2 De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door Nederlanders die minstens 18 jaar oud zijn.

3 De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door Nederlandse mannen die minstens 23 jaar oud zijn.

4 De leden van de Tweede Kamer worden gekozen door Nederlandse mannen die minstens 23 jaar oud zijn en die volgens de wet voldoende geschikt zijn om te stemmen (bijvoorbeeld omdat ze kunnen lezen en schrijven).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

Gebruik bron 4.

Vraag 12 2 punten

In 1914 riep de Nederlandse regering op tot mobilisatie. Sommige zaken veranderden daardoor, andere zaken bleven hetzelfde. Welke twee krantenberichten gaan over zaken die hetzelfde bleven? Schrijf alleen de nummers op.

Bron 4

Hieronder staan vijf berichten uit een Nederlandse krant (1914):

bericht 1: De koningin heeft opdracht gegeven om haar eigen paarden ter beschikking te stellen aan het Nederlandse leger.

bericht 2: De minister van Buitenlandse Zaken is niet van plan de goede handelsbetrekkingen met de buurlanden op het spel te zetten.

bericht 3: De tuinbouwers lijden enorme verliezen, omdat er geen groenten meer naar Duitsland kunnen worden uitgevoerd.

bericht 4: In deze periode van spanning wil de Nederlandse regering vasthouden aan de neutraliteitspolitiek.

bericht 5: Vanmorgen zijn de opgeroepen militairen met spoed naar de kazernes vertrokken. Ook worden er oorlogsschepen versneld gereedgemaakt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • bericht 2 (1)
  • bericht 4 (1)

Gebruik bron 5.

Vraag 13 1 punt

Stel: je vindt deze prentbriefkaart en je twijfelt uit welk jaar die afkomstig is:

1916 of 1918. Uit welk jaar is de prentbriefkaart? Verklaar je antwoord met behulp van de bron. Doe het zo: De prentbriefkaart is uit … (kies uit: 1916 / 1918), want ... (geef een verklaring met behulp van de bron).

Bron 4

Hieronder staan vijf berichten uit een Nederlandse krant (1914):

bericht 1: De koningin heeft opdracht gegeven om haar eigen paarden ter beschikking te stellen aan het Nederlandse leger.

bericht 2: De minister van Buitenlandse Zaken is niet van plan de goede handelsbetrekkingen met de buurlanden op het spel te zetten.

bericht 3: De tuinbouwers lijden enorme verliezen, omdat er geen groenten meer naar Duitsland kunnen worden uitgevoerd.

bericht 4: In deze periode van spanning wil de Nederlandse regering vasthouden aan de neutraliteitspolitiek.

bericht 5: Vanmorgen zijn de opgeroepen militairen met spoed naar de kazernes vertrokken. Ook worden er oorlogsschepen versneld gereedgemaakt.

Bron 5

Een prentbriefkaart over een bondgenootschap met als titel Samen staan we sterk:

Toelichting Bij de vlaggen staan in het Engels de namen van de landen Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en België geschreven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na een juiste keuze een juiste verklaring volgt, wordt

1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 6.

Vraag 14 1 punt

Wat is de naam van deze grens?

Bron 4

Hieronder staan vijf berichten uit een Nederlandse krant (1914):

bericht 1: De koningin heeft opdracht gegeven om haar eigen paarden ter beschikking te stellen aan het Nederlandse leger.

bericht 2: De minister van Buitenlandse Zaken is niet van plan de goede handelsbetrekkingen met de buurlanden op het spel te zetten.

bericht 3: De tuinbouwers lijden enorme verliezen, omdat er geen groenten meer naar Duitsland kunnen worden uitgevoerd.

bericht 4: In deze periode van spanning wil de Nederlandse regering vasthouden aan de neutraliteitspolitiek.

bericht 5: Vanmorgen zijn de opgeroepen militairen met spoed naar de kazernes vertrokken. Ook worden er oorlogsschepen versneld gereedgemaakt.

Bron 5

Een prentbriefkaart over een bondgenootschap met als titel Samen staan we sterk:

Toelichting Bij de vlaggen staan in het Engels de namen van de landen Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en België geschreven.

Bron 6

Een krantenartikel (1916):

Twee zussen dood aan de grens

Een vrouw woonde in België. Zij had toestemming gekregen van een Duitse soldaat om bij de grens met haar zus in Nederland te praten. Toen zij een pakje aan haar zus wilde geven, raakten haar kleren de grensafscheiding aan. Ze stierf onmiddellijk. Haar zus probeerde haar te redden en stierf daardoor ook.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • de Dodendraad (1)

Het Interbellum (1918-1939)

Gebruik bron 7.

Vraag 15 2 punten

Deze verkiezingsposter heeft als onderwerp de Dolkstootlegende. Leg uit wat de Dolkstootlegende inhield. Doe dit door:

  • eerst aan te geven welke politieke stroming bedoeld wordt met de gemaskerde man
  • en daarna aan te geven waar deze politieke stroming de schuld van krijgt.
Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De politieke stroming is: socialisme / communisme (1)
  • De stroming die de aanslag pleegt, krijgt de schuld van het verlies van de Eerste Wereldoorlog/de wapenstilstand (die geleid heeft tot de overgave van Duitsland) / van het in de steek laten van de Duitse soldaten/het Duitse leger (omdat deze stroming verantwoordelijk wordt gehouden voor de revolutie/onrust in Duitsland aan het eind van de Eerste Wereldoorlog/het ondertekenen van de Vrede van Versailles) (1)

Vraag 16 2 punten

Hieronder staan zeven artikelen uit de grondwet van de Republiek van Weimar:

1 Alle Duitsers hebben volledige geloofsvrijheid.

2 Alle Duitsers zijn voor de wet gelijk.

3 De overheid garandeert vrije verkiezingen.

4 De overheid zet zich in om alle Duitsers een geschikte woning te bieden.

5 De overheid beschermt de gezondheid van haar burgers.

6 Elke Duitser heeft het recht vrij zijn mening te uiten.

7 De overheid zorgt voor voldoende scholen. Welke drie grondwetsartikelen noemen wij nu in Nederland sociale grondrechten? Schrijf alleen de nummers op.

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • nummer 4, 5 en 7 indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

Gebruik bron 8.

Vraag 17 1 punt

De wet die Stalin in 1934 invoerde, past bij meerdere kenmerken van het stalinisme. Noem twee kenmerken van het stalinisme die passen bij de bron.

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als er twee juiste antwoorden zijn gegeven, wordt 1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 9.

Vraag 18 1 punt

Welke begrippen horen bij de bron?

  1. A censuur en totalitair
  2. B censuur en zuivering
  3. C collectivisatie en totalitair
  4. D collectivisatie en zuivering
Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 19 2 punten

In juli 1934 werd een leider van de SA vermoord in München, in opdracht van de regering. Stel: je doet onderzoek naar deze moord en je hebt de keuze uit de volgende drie bronnen:

1 Een dagboek van een vrouw. Ze was in de zomer van 1935 in Berlijn en heeft daar gezien dat leden van de SA werden vervolgd. Ze schrijft in haar dagboek dat ze verschillende geruchten over de moord heeft gehoord.

2 Een Duitse krant. De krant schrijft op 3 juli 1934 op de voorpagina dat Hitler krachtig is opgetreden tegen een gevaar in de samenleving. Het artikel is geschreven op basis van officiële bronnen van de Duitse overheid.

3 Een boek over het leven van Hitler. Dit boek is geschreven in 2008 door een beroemd historicus. Hij beschrijft de moord na onderzoek van vele bronnen, zoals archieven, brieven en ooggetuigenverslagen. Geef met een argument aan welke bron de meest betrouwbare informatie bevat voor je onderzoek. Geef daarna met een argument aan welke bron minder betrouwbare informatie bevat voor je onderzoek. Doe het zo: De meest betrouwbare informatie: bron … (vul in: 1, 2 of 3), want … (geef een argument). Minder betrouwbare informatie: bron … (vul in: 1, 2 of 3), want … (geef een argument).

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Minder betrouwbare informatie (één van de volgende): (1p)
    • bron 1, want de dagboekschrijfster baseert zich op diverse geruchten / gebruikt secundaire/niet-betrouwbare bronnen / was ten tijde van de moord in Berlijn/niet in München.
    • bron 2, want de krant baseert zich op partijdige/officiële bronnen van de nazi-overheid / vrijheid van drukpers was er niet in die tijd / de krant bericht niet objectief/is voor Hitler/tegen de SA-leider.

Opmerking Alleen als bij het eerste antwoord na bron 3 een juist argument volgt, wordt 1 scorepunt toegekend. Alleen als bij het tweede antwoord na bron 1 of 2 een juist, bijpassend argument volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 10.

Vraag 20 1 punt

De postzegel is gemaakt om een gebeurtenis uit 1923 te herdenken, die belangrijk was voor de nazi’s. Welke gebeurtenis wordt herdacht?

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bron 10

Een postzegel uit 1935:

Toelichting Op de postzegel staat (van boven naar beneden): Herdenk 9 november 1923! Het Duitse Rijk

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de mislukte staatsgreep van Hitler/de NSDAP (in München in 1923). (1)

Gebruik nogmaals bron 10.

Vraag 21 1 punt

De postzegel werd in 1935 gemaakt in opdracht van de regering. Noem een politiek argument waarom de regering de opdracht om deze postzegel te maken niet vóór 1933 zal hebben gegeven.

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bron 10

Een postzegel uit 1935:

Toelichting Op de postzegel staat (van boven naar beneden): Herdenk 9 november 1923! Het Duitse Rijk

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat Hitler/de NSDAP na 1933 aan de macht gekomen is / dat de postzegel op een positieve manier het gedachtegoed van Hitler/de NSDAP weergeeft (en dat zou vóór 1933 niet gekund hebben). (1)

Gebruik bron 11.

Vraag 22 2 punten

Hieronder staan vier regeringsvormen: a constitutionele monarchie b democratische republiek c extreem linkse dictatuur d extreem rechtse dictatuur Geef per land aan welke regeringsvorm daarbij hoort rond 1935. Let op! Er blijft één regeringsvorm over. Doe het zo: Bij land 1 hoort … (vul een letter in). (enzovoort tot en met land 3)

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bron 10

Een postzegel uit 1935:

Toelichting Op de postzegel staat (van boven naar beneden): Herdenk 9 november 1923! Het Duitse Rijk

Bron 11

Een kaart van Europa in 1935:

1 3 2

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij land 1 hoort a (= constitutionele monarchie). Bij land 2 hoort d (= extreem rechtse dictatuur). Bij land 3 hoort c (= extreem linkse dictatuur). indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

Gebruik bron 12.

Vraag 23 1 punt

Blijkt uit de bron dat de NSB het eens of oneens is met de aanpak van de crisis door de regering? En waaruit blijkt dat?

  1. A eens, want de NSB geeft de Joden de schuld van de werkloosheid
  2. B eens, want de NSB is op dat moment een regeringspartij
  3. C oneens, want de NSB wil de werkloosheid aanpakken
  4. D oneens, want de NSB wil niet ingrijpen bij een economische crisis
Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bron 10

Een postzegel uit 1935:

Toelichting Op de postzegel staat (van boven naar beneden): Herdenk 9 november 1923! Het Duitse Rijk

Bron 11

Een kaart van Europa in 1935:

1 3 2

Bron 12

Een verkiezingsposter van de NSB (1935):

Toelichting Op de poster staat: Laat uw jongen niet opgroeien voor het stempellokaal. Stemt N.S.B.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 24 2 punten

Een bewering: de Kristallnacht (1938) was mede een gevolg van antisemitisme en rassenwetten. Leg uit dat de bewering juist is. Doe dat door in enkele zinnen de betekenis van de twee begrippen in een juiste historische samenhang te plaatsen. Doe het zo: De Kristallnacht was mede een gevolg van antisemitisme en rassenwetten, want … (geef een uitleg in enkele zinnen; gebruik beide begrippen in een juiste onderlinge samenhang en betekenis).

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bron 10

Een postzegel uit 1935:

Toelichting Op de postzegel staat (van boven naar beneden): Herdenk 9 november 1923! Het Duitse Rijk

Bron 11

Een kaart van Europa in 1935:

1 3 2

Bron 12

Een verkiezingsposter van de NSB (1935):

Toelichting Op de poster staat: Laat uw jongen niet opgroeien voor het stempellokaal. Stemt N.S.B.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als beide begrippen in een juiste onderlinge samenhang en betekenis worden gebruikt, worden 2 scorepunten toegekend. Als de betekenis van beide begrippen juist wordt weergegeven, maar zonder onderlinge samenhang en betekenis, wordt 1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 13.

Vraag 25 2 punten

Hieronder staan zes begrippen:

1 aanpassingspolitiek

2 antisemitisme

3 censuur

4 indoctrinatie

5 nationalisme

6 persoonsverheerlijking Welke drie begrippen horen bij de inhoud van de brief? Schrijf alleen de nummers op.

Bron 7

Een verkiezingsposter (1924):

Toelichting Op de poster wordt een soldaat (= het Duitse leger) door een man met een dolk in de rug gestoken. De man heeft een masker op en draagt rode kleren.

Bron 8

Een nieuwe wet uit de Sovjet-Unie, ingevoerd door Stalin (1934):

artikel 1: Na de arrestatie volgt er binnen tien dagen een veroordeling.

artikel 2: De beschuldigden mogen niet aanwezig zijn bij de rechtszaak.

artikel 3: De uitslag van de rechtszaak kan niet worden aangevochten.

artikel 4: Bij de doodstraf wordt het vonnis direct uitgevoerd.

Bron 9

Een medewerker van het nationale nieuwsbureau in de Sovjet-Unie vertelt over zijn werk (1934):

Ik wilde een reportage maken over de aanleg van kanalen. Daarvoor moest ik eerst een tekst schrijven die ik daarna kon gebruiken voor de radio, voor de kranten en voor tijdschriften. Die tekst moest vooraf gecontroleerd worden. Toen ik de tekst terugkreeg, was bijna alles weggestreept. Ik mocht niet zomaar schrijven over de manier waarop er in de Sovjet-Unie gewerkt werd.

Bron 10

Een postzegel uit 1935:

Toelichting Op de postzegel staat (van boven naar beneden): Herdenk 9 november 1923! Het Duitse Rijk

Bron 11

Een kaart van Europa in 1935:

1 3 2

Bron 12

Een verkiezingsposter van de NSB (1935):

Toelichting Op de poster staat: Laat uw jongen niet opgroeien voor het stempellokaal. Stemt N.S.B.

Bron 13

Een ingezonden brief van een twaalfjarig meisje in een nazi-krant (1939):

Als ik had kunnen kiezen, mijn Führer, dan was ik beslist een jongen geworden want dan had ik ook soldaat kunnen worden om te vechten voor mijn vaderland. Maar nu heb ik nog maar één vurige wens, en dat is ooit een echte Duitse moeder te worden en U, mijn Führer, te bedanken voor wat U voor ons Duitsers hebt gedaan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • nummer 4, 5 en 6 indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 26 1 punt

Welk doel had de Gestapo in nazi-Duitsland?

  1. A de bijeenkomsten van de NSDAP met geweld beschermen
  2. B de concentratiekampen leiden
  3. C de jeugd tot nationaal-socialisten opvoeden
  4. D de tegenstanders van Hitler vervolgen
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

Gebruik bron 14.

Vraag 27 2 punten

Zet de vijf foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, daarna …, vervolgens …, dan … en ten slotte … (vul nummers in).

Bron 14

Hieronder en op de volgende pagina’s staan in totaal vijf foto’s die horen bij Nederland in 1940.

foto 1 Nederlandse soldaten zijn gemobiliseerd:

foto 2 De Nederlandse opperbevelhebber nadat hij de capitulatie van Nederland heeft ondertekend:

foto 3 Het Duitse leger voert een verrassingsaanval uit op Nederland:

foto 4 Koningin Wilhelmina spreekt voor Radio Oranje in Londen:

foto 5 Rotterdam wordt gebombardeerd:

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 15.

Vraag 28 2 punten

De Joodse Nederlander was op een bepaalde bestemming aangekomen. Hij geeft aan dat de situatie nog erger zou worden. Op welke bestemming was de man aangekomen? Maak met behulp van twee verschillende voorbeelden duidelijk dat de situatie inderdaad nog erger zou worden. Doe het zo: De bestemming was: … Twee voorbeelden dat de situatie nog erger zou worden: … (noem twee voorbeelden).

Bron 14

Hieronder en op de volgende pagina’s staan in totaal vijf foto’s die horen bij Nederland in 1940.

foto 1 Nederlandse soldaten zijn gemobiliseerd:

foto 2 De Nederlandse opperbevelhebber nadat hij de capitulatie van Nederland heeft ondertekend:

foto 3 Het Duitse leger voert een verrassingsaanval uit op Nederland:

foto 4 Koningin Wilhelmina spreekt voor Radio Oranje in Londen:

foto 5 Rotterdam wordt gebombardeerd:

Bron 15

Herinneringen van een Joodse Nederlander (1943):

Het was duidelijk dat we na een lange, vreselijke treinreis met vele ongemakken vanuit Nederland op onze bestemming waren aangekomen. Een SS-man zocht de wat jongere mannen uit en zette hen apart. Voor ouderen had hij geen belangstelling. Mijn vrouw werd niet uitgekozen en ik raakte haar in het gedrang kwijt. Ik heb haar nooit meer gezien. Onze bagage kwam op een grote hoop terecht. Mijn gitaar, waar ik heel voorzichtig mee was, werd boven op andere bagage gesmeten. Op dat moment begon ik te begrijpen dat het verlies van spullen nog niet het ergste was dat ons zou overkomen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden dat de situatie nog erger zou worden (twee van de volgende): (1p)
    • Hij zou vernemen dat mensen werden/zijn familie werd vergast.
    • Hij zou dwangarbeid moeten verrichten/onder zware omstandigheden moeten werken.
    • Er vonden (zware) mishandelingen plaats.
    • Er moest in het kamp gewerkt en geleefd worden onder zware omstandigheden.

Opmerking Alleen na het noemen van twee juiste voorbeelden wordt het tweede scorepunt toegekend.

Vraag 29 2 punten

Hieronder staan vijf situaties tijdens de bezetting van Nederland:

1 De meeste Nederlandse politieagenten zorgden ervoor dat dieven en overtreders van de wet gewoon werden opgepakt.

2 Honderdduizenden mannen hebben een oproep gekregen om zich te melden voor verplichte arbeid in Duitsland.

3 Kunstenaars en toneelspelers moeten verplicht lid worden van een nationaal-socialistische organisatie.

4 Ongeveer 25.000 Nederlanders nemen vrijwillig dienst bij de Waffen-SS. Ze vechten met de Duitsers mee, vooral aan het oostfront tegen het communisme.

5 Ongeveer 25% van de radiobezitters weigert hun radio in te leveren bij de bezetter. Hieronder staan zes begrippen: a aanpassing b collaboratie c gelijkschakeling d razzia e tewerkstelling f verzet Geef per situatie aan welk begrip daarbij hoort. Let op! Er blijft één begrip over. Doe het zo: Bij situatie 1 hoort begrip … (vul een letter in). (enzovoort tot en met situatie 5)

Bron 14

Hieronder en op de volgende pagina’s staan in totaal vijf foto’s die horen bij Nederland in 1940.

foto 1 Nederlandse soldaten zijn gemobiliseerd:

foto 2 De Nederlandse opperbevelhebber nadat hij de capitulatie van Nederland heeft ondertekend:

foto 3 Het Duitse leger voert een verrassingsaanval uit op Nederland:

foto 4 Koningin Wilhelmina spreekt voor Radio Oranje in Londen:

foto 5 Rotterdam wordt gebombardeerd:

Bron 15

Herinneringen van een Joodse Nederlander (1943):

Het was duidelijk dat we na een lange, vreselijke treinreis met vele ongemakken vanuit Nederland op onze bestemming waren aangekomen. Een SS-man zocht de wat jongere mannen uit en zette hen apart. Voor ouderen had hij geen belangstelling. Mijn vrouw werd niet uitgekozen en ik raakte haar in het gedrang kwijt. Ik heb haar nooit meer gezien. Onze bagage kwam op een grote hoop terecht. Mijn gitaar, waar ik heel voorzichtig mee was, werd boven op andere bagage gesmeten. Op dat moment begon ik te begrijpen dat het verlies van spullen nog niet het ergste was dat ons zou overkomen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij situatie 1 hoort begrip a (= aanpassing). Bij situatie 2 hoort begrip e (= tewerkstelling). Bij situatie 3 hoort begrip c (= gelijkschakeling). Bij situatie 4 hoort begrip b (= collaboratie). Bij situatie 5 hoort begrip f (= verzet). indien vijf antwoorden juist (2) indien vier of drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (2)

Gebruik bron 16.

Vraag 30 2 punten

In 1944 vond de Slag om Arnhem plaats. Leg uit, met behulp van de foto, dat het oorspronkelijke doel van de Geallieerden bij de Slag om Arnhem niet bereikt werd. Doe dit door:

  • eerst het doel te noemen van de Slag om Arnhem
  • en daarna met behulp van de foto een reden te geven waarom het doel niet bereikt werd.
Bron 14

Hieronder en op de volgende pagina’s staan in totaal vijf foto’s die horen bij Nederland in 1940.

foto 1 Nederlandse soldaten zijn gemobiliseerd:

foto 2 De Nederlandse opperbevelhebber nadat hij de capitulatie van Nederland heeft ondertekend:

foto 3 Het Duitse leger voert een verrassingsaanval uit op Nederland:

foto 4 Koningin Wilhelmina spreekt voor Radio Oranje in Londen:

foto 5 Rotterdam wordt gebombardeerd:

Bron 15

Herinneringen van een Joodse Nederlander (1943):

Het was duidelijk dat we na een lange, vreselijke treinreis met vele ongemakken vanuit Nederland op onze bestemming waren aangekomen. Een SS-man zocht de wat jongere mannen uit en zette hen apart. Voor ouderen had hij geen belangstelling. Mijn vrouw werd niet uitgekozen en ik raakte haar in het gedrang kwijt. Ik heb haar nooit meer gezien. Onze bagage kwam op een grote hoop terecht. Mijn gitaar, waar ik heel voorzichtig mee was, werd boven op andere bagage gesmeten. Op dat moment begon ik te begrijpen dat het verlies van spullen nog niet het ergste was dat ons zou overkomen.

Bron 16

foto van Arnhem (1944):

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het doel van de Slag om Arnhem was de verovering van de brug (over de Nederrijn) / om via de brug (over de Nederrijn bij Arnhem) Duitsland binnen te trekken, (1)
  • terwijl op de foto zichtbaar is dat de brug (over de Nederrijn) is vernietigd / dat de brug toegankelijk/onbeschadigd moest zijn om het doel te bereiken (1)

Gebruik bron 17.

Vraag 31 1 punt

Welk land wordt bedoeld in bericht 1? En welk bondgenootschap wordt bedoeld in bericht 2? land in bericht 1: bondgenootschap in bericht 2:

  1. A Duitsland As-mogendheden
  2. B Duitsland Geallieerden
  3. C Japan As-mogendheden
  4. D Japan Geallieerden
Bron 14

Hieronder en op de volgende pagina’s staan in totaal vijf foto’s die horen bij Nederland in 1940.

foto 1 Nederlandse soldaten zijn gemobiliseerd:

foto 2 De Nederlandse opperbevelhebber nadat hij de capitulatie van Nederland heeft ondertekend:

foto 3 Het Duitse leger voert een verrassingsaanval uit op Nederland:

foto 4 Koningin Wilhelmina spreekt voor Radio Oranje in Londen:

foto 5 Rotterdam wordt gebombardeerd:

Bron 15

Herinneringen van een Joodse Nederlander (1943):

Het was duidelijk dat we na een lange, vreselijke treinreis met vele ongemakken vanuit Nederland op onze bestemming waren aangekomen. Een SS-man zocht de wat jongere mannen uit en zette hen apart. Voor ouderen had hij geen belangstelling. Mijn vrouw werd niet uitgekozen en ik raakte haar in het gedrang kwijt. Ik heb haar nooit meer gezien. Onze bagage kwam op een grote hoop terecht. Mijn gitaar, waar ik heel voorzichtig mee was, werd boven op andere bagage gesmeten. Op dat moment begon ik te begrijpen dat het verlies van spullen nog niet het ergste was dat ons zou overkomen.

Bron 16

foto van Arnhem (1944):

Bron 17

Hieronder staat de tekst van twee radioberichten die beide op 7 mei 1945 zijn uitgezonden:

bericht 1: Met deze ondertekening wordt ons land overgeleverd aan de overwinnaar.

bericht 2: Het doel van ons bondgenootschap is voltooid om 03.00 uur, lokale tijd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Europa en de wereld (1945-1989)

Gebruik bron 18.

Vraag 32 1 punt

Over welke persoon gaat de bron?

  1. A over Drees, omdat hij de onafhankelijkheid van Indonesië tegenwerkte
  2. B over Drees, omdat hij samenwerkte met de Japanners
  3. C over Soekarno, omdat hij de onafhankelijkheid van Indonesië tegenwerkte
  4. D over Soekarno, omdat hij samenwerkte met de Japanners
Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Gebruik bron 19.

Vraag 33 1 punt

Wie heeft deze toespraak gehouden?

  1. A een minister van de Sovjet-Unie
  2. B een minister van de Verenigde Staten
  3. C een minister van Frankrijk
  4. D een minister van Groot-Brittannië
Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bron 19

Een gedeelte uit een toespraak van een minister (1947):

Europa heeft de komende drie of vier jaar veel meer buitenlands voedsel en andere noodzakelijke producten nodig dan het zelf kan produceren en betalen. Deze producten zullen uit ons land moeten komen. Daarom moet Europa geholpen worden. Het is logisch dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er weer een gezonde economie komt in de wereld. Onze politiek is niet gericht tegen een land of een ideologie, maar tegen honger, armoede en chaos.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Gebruik bron 20.

Vraag 34 1 punt

Deze poster werd in 1952 gebruikt in Nederland bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Welke boodschap is op de propagandaposter te zien?

  1. A Stem niet op de communistische partij, want zij nemen het op voor de rijke mensen.
  2. B Stem niet op de communistische partij, want zij pakken je vrijheid af.
  3. C Stem op de communistische partij, want kapitalisten nemen het op voor de rijke mensen.
  4. D Stem op de communistische partij, want kapitalisten pakken je vrijheid af.
Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bron 19

Een gedeelte uit een toespraak van een minister (1947):

Europa heeft de komende drie of vier jaar veel meer buitenlands voedsel en andere noodzakelijke producten nodig dan het zelf kan produceren en betalen. Deze producten zullen uit ons land moeten komen. Daarom moet Europa geholpen worden. Het is logisch dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er weer een gezonde economie komt in de wereld. Onze politiek is niet gericht tegen een land of een ideologie, maar tegen honger, armoede en chaos.

Bron 20

Een propagandaposter (1952):

Toelichting Op de propagandaposter staat: Kies communisten Voor terreur en slavernij

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Gebruik bron 21.

Vraag 35 1 punt

Over welke gebeurtenis gaat de bron?

  1. A over de Blokkade van Berlijn
  2. B over de Cubacrisis
  3. C over de Hongaarse Opstand
  4. D over de Slag om Engeland
Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bron 19

Een gedeelte uit een toespraak van een minister (1947):

Europa heeft de komende drie of vier jaar veel meer buitenlands voedsel en andere noodzakelijke producten nodig dan het zelf kan produceren en betalen. Deze producten zullen uit ons land moeten komen. Daarom moet Europa geholpen worden. Het is logisch dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er weer een gezonde economie komt in de wereld. Onze politiek is niet gericht tegen een land of een ideologie, maar tegen honger, armoede en chaos.

Bron 20

Een propagandaposter (1952):

Toelichting Op de propagandaposter staat: Kies communisten Voor terreur en slavernij

Bron 21

Een omschrijving van een gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog:

De Russische troepen vielen met volle kracht aan en stootten onmiddellijk door naar het centrum van de stad. De vrijheidsstrijders beschoten de Russen vanaf de daken en uit de vensters. Maar de Russen waren keihard. Voor elk schot dat uit een huis kwam, antwoordde een tank met kanonvuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 36 1 punt

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zitten landen die het vetorecht hebben. Welke landen hebben het vetorecht?

  1. A alle landen van de Veiligheidsraad
  2. B de landen die de Verenigde Naties hebben opgericht
  3. C de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad
  4. D het grootste land van elk werelddeel
Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bron 19

Een gedeelte uit een toespraak van een minister (1947):

Europa heeft de komende drie of vier jaar veel meer buitenlands voedsel en andere noodzakelijke producten nodig dan het zelf kan produceren en betalen. Deze producten zullen uit ons land moeten komen. Daarom moet Europa geholpen worden. Het is logisch dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er weer een gezonde economie komt in de wereld. Onze politiek is niet gericht tegen een land of een ideologie, maar tegen honger, armoede en chaos.

Bron 20

Een propagandaposter (1952):

Toelichting Op de propagandaposter staat: Kies communisten Voor terreur en slavernij

Bron 21

Een omschrijving van een gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog:

De Russische troepen vielen met volle kracht aan en stootten onmiddellijk door naar het centrum van de stad. De vrijheidsstrijders beschoten de Russen vanaf de daken en uit de vensters. Maar de Russen waren keihard. Voor elk schot dat uit een huis kwam, antwoordde een tank met kanonvuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 37 2 punten

Tijdens de Koude Oorlog werd in opdracht van de regering van de DDR in Berlijn een muur gebouwd. Als officiële reden werd genoemd dat de muur een bescherming bood tegen de gevaren van het kapitalistische westen. De westerse landen protesteerden wel tegen de bouw, maar ze grepen niet in om de bouw van de Muur tegen te houden. Geef de werkelijke reden waarom de Muur werd gebouwd. Geef ook een verklaring waarom de westerse landen niet ingrepen. Doe het zo: De Muur werd gebouwd, omdat … (noem een reden). De westerse landen grepen niet in, want … (geef een verklaring).

Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bron 19

Een gedeelte uit een toespraak van een minister (1947):

Europa heeft de komende drie of vier jaar veel meer buitenlands voedsel en andere noodzakelijke producten nodig dan het zelf kan produceren en betalen. Deze producten zullen uit ons land moeten komen. Daarom moet Europa geholpen worden. Het is logisch dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er weer een gezonde economie komt in de wereld. Onze politiek is niet gericht tegen een land of een ideologie, maar tegen honger, armoede en chaos.

Bron 20

Een propagandaposter (1952):

Toelichting Op de propagandaposter staat: Kies communisten Voor terreur en slavernij

Bron 21

Een omschrijving van een gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog:

De Russische troepen vielen met volle kracht aan en stootten onmiddellijk door naar het centrum van de stad. De vrijheidsstrijders beschoten de Russen vanaf de daken en uit de vensters. Maar de Russen waren keihard. Voor elk schot dat uit een huis kwam, antwoordde een tank met kanonvuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De Muur werd gebouwd, omdat (te) veel Oost-Duitsers naar het Westen/West-Berlijn vluchtten / om de DDR te beschermen tegen leegloop (1)
  • De westerse landen grepen niet in, want de bouw (van de Muur) vond plaats in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie/op het grondgebied van de DDR / want ze wilden geen oorlog riskeren / want de rechten van West-Berlijners werden niet (ernstig genoeg) geschonden (1)

Gebruik bron 22.

Vraag 38 2 punten

In het krantenartikel wordt aangegeven dat de beweging Dolle Mina meerdere eisen en wensen heeft. Noem nog twee andere eisen en wensen van Dolle Mina.

Bron 18

Een uitspraak over een persoon:

Hoe kon het dat er in Nederland zo’n totaal verkeerd beeld bestond van deze persoon? Het leek alsof hij een soort Mussert was. Dat beeld heb ik moeten aanpassen. Voor zijn gedrag tijdens de bezetting is een verklaring te geven. Hij had steeds een Indonesisch doel voor ogen.

Bron 19

Een gedeelte uit een toespraak van een minister (1947):

Europa heeft de komende drie of vier jaar veel meer buitenlands voedsel en andere noodzakelijke producten nodig dan het zelf kan produceren en betalen. Deze producten zullen uit ons land moeten komen. Daarom moet Europa geholpen worden. Het is logisch dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er weer een gezonde economie komt in de wereld. Onze politiek is niet gericht tegen een land of een ideologie, maar tegen honger, armoede en chaos.

Bron 20

Een propagandaposter (1952):

Toelichting Op de propagandaposter staat: Kies communisten Voor terreur en slavernij

Bron 21

Een omschrijving van een gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog:

De Russische troepen vielen met volle kracht aan en stootten onmiddellijk door naar het centrum van de stad. De vrijheidsstrijders beschoten de Russen vanaf de daken en uit de vensters. Maar de Russen waren keihard. Voor elk schot dat uit een huis kwam, antwoordde een tank met kanonvuur.

Bron 22

Uit een krantenartikel (1970):

Dolle Mina is een passende naam voor de sinds gisteren snel groeiende beweging. De naam is gekozen vanwege de bijnaam van Wilhelmina Drucker. Dolle Mina heeft veel eisen. Er moet bijvoorbeeld meer kinderopvang komen. Dolle Mina heeft nog veel meer wensen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (twee van de volgende): − aanpassing van de abortuswet / de vrouw beslist / baas in eigen buik − de pil in het ziekenfonds − economische zelfstandigheid/deelname van vrouwen aan betaalde arbeid − gelijke beloning voor hetzelfde werk − herverdeling van huishoudelijke taken/zorgverantwoordelijkheden − deelname van meer vrouwen aan het hoger onderwijs − deelname van meer vrouwen in openbaar bestuur en politiek − erkenning eigen seksualiteit/seksuele vrijheid per juist antwoord (1) (2)

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

Gebruik bron 23.

Vraag 39 2 punten

Hieronder staan vijf begrippen: a individualisering b multiculturele samenleving c nationale identiteit d poldermodel e verzorgingsstaat Geef per uitspraak in de bron aan welk begrip erbij past. Let op! Elk begrip mag maar één keer worden gebruikt. Er blijft één begrip over. Doe het zo: Bij uitspraak 1 past … (vul een letter in). (enzovoort tot en met uitspraak 4)

Bron 23

Hieronder staan vier uitspraken met kritiek op de Nederlandse samenleving geschreven door één politicus (1994):

uitspraak 1: Ik vind dat de overlegeconomie moet plaatsmaken voor een economie met minder overleg.

uitspraak 2: Door het beleid van de overheid durven burgers geen initiatief te nemen. Daarom ben ik vóór afschaffing van de vele subsidieregelingen voor burgers.

uitspraak 3: Onze Nederlandse cultuur was ooit erg belangrijk. Laten we vooral weer trots worden op het Nederlanderschap!

uitspraak 4: In mijn buurt wonen mensen uit zestig verschillende landen, reuze gezellig, maar toch wel een beetje te veel van het goede.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij uitspraak 1 past d (= het poldermodel). Bij uitspraak 2 past e (= de verzorgingsstaat). Bij uitspraak 3 past c (= de nationale identiteit). Bij uitspraak 4 past b (= de multiculturele samenleving). indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (2)

Vraag 40 1 punt

In heel Europa, ook in Nederland, vindt er veel discussie plaats over de toekomst van de Europese Unie (EU). Vind jij dat Nederland lid moet blijven van de EU? Geef voor je antwoord een economisch argument. Doe het zo: Nederland moet … (vul in: wel / geen) lid van de EU blijven, omdat … (geef een economisch argument).

Bron 23

Hieronder staan vier uitspraken met kritiek op de Nederlandse samenleving geschreven door één politicus (1994):

uitspraak 1: Ik vind dat de overlegeconomie moet plaatsmaken voor een economie met minder overleg.

uitspraak 2: Door het beleid van de overheid durven burgers geen initiatief te nemen. Daarom ben ik vóór afschaffing van de vele subsidieregelingen voor burgers.

uitspraak 3: Onze Nederlandse cultuur was ooit erg belangrijk. Laten we vooral weer trots worden op het Nederlanderschap!

uitspraak 4: In mijn buurt wonen mensen uit zestig verschillende landen, reuze gezellig, maar toch wel een beetje te veel van het goede.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na een keuze een juist, bijpassend argument volgt, wordt

1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 24.

Vraag 41 1 punt

Welk begrip hoort bij de uitspraak in de bron?

  1. A feminisme
  2. B liberalisme
  3. C populisme
  4. D socialisme
Bron 23

Hieronder staan vier uitspraken met kritiek op de Nederlandse samenleving geschreven door één politicus (1994):

uitspraak 1: Ik vind dat de overlegeconomie moet plaatsmaken voor een economie met minder overleg.

uitspraak 2: Door het beleid van de overheid durven burgers geen initiatief te nemen. Daarom ben ik vóór afschaffing van de vele subsidieregelingen voor burgers.

uitspraak 3: Onze Nederlandse cultuur was ooit erg belangrijk. Laten we vooral weer trots worden op het Nederlanderschap!

uitspraak 4: In mijn buurt wonen mensen uit zestig verschillende landen, reuze gezellig, maar toch wel een beetje te veel van het goede.

Bron 24

Een uitspraak van een politicus (2015):

Ik vind dat het volk véél beter weet wat goed is voor Nederland dan die politici in Den Haag. De huidige linkse politici hebben Nederland aan de rand van de afgrond gebracht. Ik ben daarom van mening dat alle problemen van Nederland alleen kunnen worden aangepakt als we de macht teruggeven aan het volk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Door de tijd heen

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 42 2 punten

Sommige historische gebeurtenissen in Europa na de Tweede Wereldoorlog werden als positief gezien. Mensen keken door deze gebeurtenissen weer optimistisch naar de toekomst. Noem een historische gebeurtenis na de Tweede Wereldoorlog die geleid heeft tot optimisme. Geef ook een verklaring waarom deze gebeurtenis gezorgd heeft voor optimisme. Doe het zo: Historische gebeurtenis: … (noem een gebeurtenis). Deze gebeurtenis zorgde voor optimisme, omdat … (geef een verklaring).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • De oprichting van de EGKS/(E)EG/EU/komst van de euro (1p)
  • want hierdoor ontstond (Europese) samenwerking/was er minder ruimte voor onderlinge vijandigheden / is er al meer dan 70 jaar onderling geen oorlog meer geweest (1) of
  • De val van de Muur/de Duitse eenwording/het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1p)
  • want hierdoor kwam er een einde aan de Koude Oorlog/aan de dreiging van een kernwapenoorlog (1) of
  • Het sluiten van ontwapeningsverdragen (1p)
  • want hierdoor kwam er ontspanning tussen het Oosten en het Westen (1p)

Opmerking Alleen als na een juiste historische gebeurtenis een juiste, bijpassende verklaring volgt, mag het tweede scorepunt worden toegekend.

Door de tijd heen

Gebruik bron 25.

Vraag 43 2 punten

Zet de omschrijvingen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, daarna …, vervolgens …, dan … en ten slotte … (vul nummers in).

Bron 25

Hieronder staan vijf omschrijvingen die te maken hebben met de geschiedenis van het Nederlandse voetbal:

omschrijving 1: Het werd gevaarlijk om jongens te laten voetballen. Velen van hen moesten eigenlijk verplicht werken in Duitsland. Bij veel sportwedstrijden leidde dat zelfs tot razzia’s.

omschrijving 2: Koningin Beatrix bezocht onze voetbalvereniging. Ze opende het jaarlijkse voetbaltoernooi waarbij geld werd ingezameld voor het Prinses Beatrix Fonds.

omschrijving 3: De voetbalclub raakte een aantal spelers kwijt, want spelers die lid waren geweest van de NSB werden ontslagen. Ze hadden samengewerkt met de bezetter.

omschrijving 4: De ellende in die crisistijd was zo groot, dat veel werkloze leden de contributie niet meer konden betalen. Maar toen ontstond wel het idee van profvoetbal in Nederland. Dat werd gezien als een manier om werklozen toch werk te geven.

omschrijving 5: Toen België en Frankrijk werden aangevallen, deed Nederland niet mee met de oorlog. Toch werden er honderdduizenden mannen uit voorzorg gemobiliseerd. Een compleet elftal het voetbalveld in sturen werd daardoor wel heel moeilijk.

►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Geschiedenis en staatsinrichting 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0125-a-18-1-o

Andere examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (17), staatsinrichting (9) en Koude Oorlog (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0125-a-18-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.