Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: HISTORISCH OVERZICHT EN STAATSINRICHTING VANAF 1848, Nederland (1848-1914), De Eerste Wereldoorlog (1914-1918), Het Interbellum (1918-1939), De Tweede Wereldoorlog (1939-1945), Europa en de wereld (1945-1989), Door de tijd heen, De nieuwe wereldorde (vanaf 1990), Door de tijd heen.

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 47 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (26), Koude Oorlog (8) en staatsinrichting (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tijd van wereldoorlogen6-9, 11-15, 17-18, 20-3426
Koude Oorlog35-40, 44-458
Staatsinrichting1, 4, 10, 16, 415
Historische vaardigheden19, 42-43, 474
Tijd van burgers en stoommachines2-3, 53
Tijd van televisie en computer461

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over Koude Oorlog (17% van de vragen, gemiddeld 9%). Minder over tijd van televisie en computer (2% van de vragen, gemiddeld 9%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Nederland (1848-1914)

Vraag 1 1 punt

Door de nieuwe Grondwet van 1848 werd in Nederland de ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd.

Wat was een gevolg van de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid?

  1. A De koning kon zelfstandig politieke beslissingen nemen.
  2. B De koning mocht lid worden van het parlement.
  3. C De koning raakte veel macht kwijt.
  4. D De koning werd het staatshoofd.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 2 2 punten

Rond 1870 was er veel discussie over de vraag of er een wet moest komen die de kinderarbeid afschafte. Veel fabriekseigenaren en arbeiders met kinderen waren tegen de afschaffing van de kinderarbeid. → Leg uit waarom veel fabriekseigenaren en arbeiders met kinderen tegen de afschaffing van de kinderarbeid waren.

Doe dit door:

  • eerst aan te geven welk voordeel kinderarbeid had voor fabriekseigenaren
  • en daarna de reden te geven waarom arbeiders met kinderen tegen de afschaffing van de kinderarbeid waren.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • voordeel: Kinderen die in de fabrieken werkten, waren goedkope arbeidskrachten / konden werk doen dat volwassenen niet konden doen. (1)
  • reden: Kinderen (die werkten) zorgden voor (extra) inkomsten voor hun ouders. (1)

Vraag 3 1 punt

Een deel van de liberalen was tegen een wet die de kinderarbeid afschafte. De reden was dat zo’n wet niet paste bij een politieke opvatting van de liberalen.

→ Welke politieke opvatting wordt bedoeld?

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat liberalen tegen te veel overheidsbemoeienis zijn / vinden dat ondernemers veel vrijheid moeten hebben.

bron 1

Drie uitspraken van Tweede Kamerleden tussen 1880 en 1900:

uitspraak 1

In het wetsvoorstel van de minister staat dat arbeiders in het geval van een ongeluk een uitkering krijgen van de overheid. Ik stel voor om het wetsvoorstel zo te veranderen dat fabriekseigenaren voor zo’n uitkering zorgen.

uitspraak 2

Wij doen onderzoek naar de toestand van fabrieken en werkplaatsen met het oog op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de arbeiders.

uitspraak 3

Sommige arbeiders worden gedwongen hun boodschappen te kopen in de winkel van hun baas. Ze moeten dan te veel betalen. Ik dien daarom een voorstel in voor een wet die dat verbiedt.

Gebruik bron 1.

Vraag 4 2 punten

Hieronder staan vijf rechten van Tweede Kamerleden:

a recht van amendement

b recht van budget

c recht van enquête

d recht van initiatief

e recht van interpellatie → Geef per uitspraak aan welk recht daarbij hoort. Let op! Elk recht mag maar één keer gebruikt worden. Er blijven twee rechten over. Doe het zo:

Bij uitspraak 1 hoort … (vul letter in). (enzovoort tot en met uitspraak 3)

Bekijk het antwoord

Bij uitspraak 1 hoort a (= recht van amendement). Bij uitspraak 2 hoort c (= recht van enquête). Bij uitspraak 3 hoort d (= recht van initiatief).

indien drie antwoorden juist (2)

indien twee antwoorden juist (1)

indien minder dan twee antwoorden juist (0)

bron 2

Uit een verslag van een onderzoek naar arbeidsomstandigheden in Nederland (1890):

Schoonheid en ventilatie waren in veel werkplaatsen onvoldoende. Enkele getuigen zeggen dat het werk in sigarenfabrieken schadelijk voor de gezondheid is. Het werk daar is slecht voor de longen.

In drukkerijen wordt geklaagd over pijn in de maag als gevolg van het omgaan met lood.

In broodfabrieken zijn de arbeidstijden zeer lang. Bij een bakker werd dagelijks 16 uur gewerkt en op zaterdag 24 uur.

De voeding van de arbeiders is over het algemeen slecht en het middagmaal sober. Vlees wordt zelden of nooit gegeten.

Gebruik bron 2.

Vraag 5 1 punt

Het onderzoek hoort bij de discussie over een breder maatschappelijk probleem.

→ Onder welke naam staat de discussie over dit maatschappelijk probleem bekend?

Bekijk het antwoord

sociale kwestie

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

bron 3

Een kaart met een militair plan (1905):

Kaart van Nederland, België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk met pijlen die een Duitse opmars door België naar Frankrijk aangeven.

Gebruik bron 3.

Vraag 6 2 punten

Op de kaart is een militair plan afgebeeld.

Een invulopdracht:

1 Het land dat het plan maakte, was tijdens de Eerste Wereldoorlog lid van het bondgenootschap van de … (Centralen / Geallieerden).

2 Met dit plan zou de Nederlandse neutraliteit … (beschermd / geschonden) worden.

3 Het plan is in werkelijkheid … (wel / niet) uitgevoerd zoals het is afgebeeld op de kaart.

→ Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken. Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: Centralen / Geallieerden). zin 2: … (kies uit: beschermd / geschonden). zin 3: … (kies uit: wel / niet)

Bekijk het antwoord

zin 1: Centralen zin 2: geschonden zin 3: niet

indien drie antwoorden juist (2)

indien twee antwoorden juist (1)

indien minder dan twee antwoorden juist (0)

bron 4

Een politieke tekening op een Franse briefkaart (1906):

Tekening van figuren die achter een Turkse ruiter op een kameel aan rennen.

Toelichting

Bij de tekening hoort de tekst: Wie kan Marokko veroveren? De figuren links staan voor Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Zij rennen achter de kameel aan om Marokko in handen te krijgen.

Gebruik bron 4.

Vraag 7 1 punt

Op de tekening is een oorzaak van de Eerste Wereldoorlog te herkennen. Welke oorzaak wordt bedoeld?

  1. A bondgenootschappen
  2. B industrialisatie
  3. C modern imperialisme
  4. D wapenwedloop
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

bron 5

Een lied uit Nederland (1914):

De oorlogsfakkel brandt overal, de wereld is in nood, de dood komt aan met slaande trom, bloed verft de velden rood. Maar wij staan pal aan onze grens, het wapen in de hand; slechts vrede en vrijheid zijn de wens van 't vrije Nederland.

Gebruik bron 5.

Vraag 8 1 punt

Naar aanleiding van welke gebeurtenis is het lied geschreven?

  1. A de aanleg van de dodendraad
  2. B de komst van vluchtelingen naar Nederland
  3. C de mobilisatie van Nederlandse soldaten
  4. D de revolutiepoging van Troelstra
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

bron 6

Een politieke tekening uit Nederland (1914):

Tekening van een reusachtige hand boven een groep mensen in klederdracht.

Gebruik bron 6.

Vraag 9 1 punt

De tekenaar wil met de politieke tekening een politieke boodschap duidelijk maken.

→ Past deze boodschap bij de opvattingen van de confessionelen, feministen of liberalen? Verklaar je antwoord met behulp van de bron.

Doe het zo:

De boodschap past bij de opvattingen van de … (kies uit: confessionelen / feministen / liberalen), want … (geef een verklaring met behulp van de bron).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

De boodschap past bij de opvattingen van de feministen, want uit de tekening blijkt dat vrouwen onderdrukt worden / want sommige vrouwen op de tekening verzetten zich tegen hun onderdrukking.

Opmerking

Alleen als na ‘feministen’ een juiste verklaring volgt, wordt het scorepunt toegekend.

Vraag 10 2 punten

De verandering van het kiesrecht in 1917 werd gezien als een overwinning voor de vrouwen. Toch waren er vrouwen die nog ontevreden waren over deze verandering.

→ Noem eerst een reden waarom de verandering van het kiesrecht in 1917 als een overwinning voor de vrouwen werd gezien. → Noem daarna een reden waarom veel vrouwen in 1917 nog ontevreden waren over de verandering van het kiesrecht.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een reden dat de verandering van het kiesrecht in 1917 gezien werd als een overwinning voor de vrouwen, was dat vrouwen toen het passief kiesrecht kregen / vanaf dat moment gekozen konden worden (in de Tweede Kamer). (1)
  • Een reden dat veel vrouwen in 1917 nog ontevreden waren over de verandering van het kiesrecht, was dat zij ook het actief kiesrecht wilden / zelf nog niet mochten stemmen. (1)

Het Interbellum (1918-1939)

bron 7

Drie afbeeldingen van tijdschriften voor onderwijzers in Nederland uit de periode 1901-1923:

Kop van het tijdschrift Het Katholieke Schoolblad.
afbeelding 1

Toelichting

Het katholieke schoolblad. Weekblad voor het R.K. (= rooms-katholiek) bijzonder onderwijs.

Kop van het tijdschrift De Christelijke Onderwijzer.
afbeelding 2

Toelichting

De christelijke onderwijzer. Orgaan (= tijdschrift) van de Unie van christelijke onderwijzers en onderwijzeressen in Nederland.

Kop van het tijdschrift De Volksonderwijzer.
afbeelding 3

Toelichting

De Volksonderwijzer. Voor opvoeding en onderwijs. Orgaan (= tijdschrift) van de Sociaal-Democratische Onderwijzersvereniging.

Gebruik bron 7.

Vraag 11 2 punten

Leg uit dat in de bron een kenmerk van een maatschappelijk verschijnsel uit die periode te herkennen is.

Doe dit door:

  • eerst de naam te noemen waaronder het maatschappelijk verschijnsel bekendstaat
  • en daarna een kenmerk van het maatschappelijk verschijnsel te noemen dat in de bron te herkennen is.
Bekijk het antwoord
  • verzuiling (1)
  • Uit het antwoord moet blijken dat in de bron te herkennen is dat groeperingen/stromingen zich apart/volgens hun eigen levensbeschouwing hebben georganiseerd. (1)

bron 8

Een foto uit het Ruhrgebied (1923):

Foto van Franse soldaten die spullen uit een winkel in het Ruhrgebied halen.

Toelichting

Op de foto zijn Franse soldaten te zien die spullen uit een winkel in beslag nemen.

Gebruik bron 8.

Vraag 12 1 punt

De gebeurtenis vond plaats omdat Duitsland niet had voldaan aan een bepaling uit het Verdrag van Versailles.

→ Welke bepaling wordt bedoeld?

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de herstelbetalingen (die Duitsland moest voldoen aan Frankrijk).

bron 9

Een herinnering van een Duitser aan een rechtszaak tegen Hitler:

Ik was in 1924 advocaat en hielp Hitler bij de rechtszaak die tegen hem werd gevoerd. Ik vroeg hem: ‘Hoe heeft u zich eigenlijk voorgesteld dat het zou gaan toen u München binnenmarcheerde? Hoe had u van daar naar Berlijn willen komen? Dat krijgt u op zo’n manier toch nooit voor elkaar? U moet legaal aan de macht proberen te komen.’ Helaas heeft hij goed geluisterd naar mijn advies en het later opgevolgd.

Gebruik bron 9.

Vraag 13 1 punt

De bron gaat over een rechtszaak tegen Hitler.

→ Geef de reden waarom er een rechtszaak tegen Hitler gevoerd werd.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de (mislukte) staatsgreep van Hitler.

bron 10

Vier fragmenten uit krantenberichten uit de periode 1917-1929:

fragment 1

Duitse duikboten zijn een groot gevaar voor Amerikaanse vrachtschepen.

fragment 2

Handelaren op Wall Street verkopen hun aandelen, de beurskoersen dalen sterk.

fragment 3

Duitsland wordt morgen lid van de Volkenbond.

fragment 4

Hyperinflatie treft Duitse economie: miljarden nodig om één brood te kopen.

Gebruik bron 10.

Vraag 14 1 punt

In 1929 brak een wereldwijde economische crisis uit.

Welk fragment gaat over de aanleiding voor de economische crisis?

  1. A fragment 1
  2. B fragment 2
  3. C fragment 3
  4. D fragment 4
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 15 1 punt

De economische crisis die in 1929 in de Verenigde Staten begon, trof ook andere landen. Duitsland werd extra zwaar getroffen, omdat het economisch meer verbonden was met de Verenigde Staten dan met andere landen.

Waarom was Duitsland economisch meer verbonden met de Verenigde Staten dan met andere landen?

  1. A Duitsland had tijdens de Eerste Wereldoorlog geld geleend aan de Verenigde Staten.
  2. B Duitsland had veel geld geïnvesteerd in Amerikaanse fabrieken.
  3. C Duitsland kreeg via het Dawesplan financiële hulp van de Verenigde Staten.
  4. D Duitsland was afhankelijk van de Amerikaanse industrie voor de herbewapening.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

bron 11

Het stembiljet van een referendum (1938):

Referendum en rijksdagverkiezingen Bent u het eens met de in maart tot stand gekomen hereniging van Oostenrijk met het Duitse rijk en stemt u op de partij van onze Führer,

Gebruik bron 11.

Vraag 16 3 punten

Het houden van een referendum past bij een democratie. De manier waarop dit referendum werd gehouden past juist niet bij een democratie. → Geef eerst zonder de bron een argument waarom een referendum past bij een democratie.

→ Noem daarna twee onderdelen van de bron waaruit blijkt dat dit referendum juist niet past bij een democratie.

Doe het zo:

argument: … (geef een argument) onderdeel 1: … (noem een onderdeel) onderdeel 2: … (noem een onderdeel)

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat een referendum bij een democratie past, omdat de regering burgers om hun mening vraagt / burgers directe inspraak krijgen in het bestuur. (1)
  • Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (twee van de volgende onderdelen; per juist onderdeel 1 scorepunt): (2)

− Het vak ‘ja’ is veel groter dan het vak ‘nee’ (waarmee aan de stemmers de boodschap wordt afgegeven wat de door de regering gewenste / de ‘juiste’ stem is).

− Er is maar één partij aangegeven waaraan men een stem kan geven.

− De naam van Hitler is groot afgebeeld.

− Twee verschillende besluiten worden met één stem afgehandeld (waardoor een stem vóór de partij van Hitler automatisch een stem vóór het besluit over de annexatie van Oostenrijk is en andersom). − Uit het extreem hoge opkomstpercentage / hoge aantal ja-stemmers blijkt dat deze gegevens waarschijnlijk werden gemanipuleerd / niet betrouwbaar zijn.

− Uit de vraagstelling van het referendum blijkt dat het eigenlijke besluit al is genomen.

Opmerking

Bij de eerste deelvraag wordt het scorepunt niet toegekend voor antwoorden waarin het aspect van directe democratie niet wordt benoemd (en waarin bijvoorbeeld enkel wordt benoemd dat burgers kunnen stemmen).

bron 12

Een Duitser vertelt over een gebeurtenis in 1935:

De rillingen liepen ons over de rug toen we oog in oog konden staan met onze geliefde leider. We zeiden: ‘De Führer komt eraan!’ We bleven in plechtige stilte staan toen hij ons inspecteerde. Als iemand toen had gezegd: ‘Geef je leven voor de Führer!’, dan waren we zonder aarzelen de dood ingegaan.

Gebruik bron 12.

Vraag 17 1 punt

Iemand beweert dat in de bron persoonsverheerlijking te herkennen is. → Geef met behulp van de bron een argument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

Doe het zo:

In de bron is persoonsverheerlijking te herkennen, omdat … (geef een argument met behulp van de bron).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

In de bron is persoonsverheerlijking te herkennen, omdat de Duitser Hitler bewondert / lief heeft / rillingen over zijn rug krijgt van Hitler / zijn leven wilde geven voor de Führer.

Vraag 18 1 punt

In 1936 moesten zestien belangrijke communisten in de Sovjet-Unie voor de rechter verschijnen. Zij werden ervan verdacht de communistische maatschappij omver te willen werpen. Alle verdachten bekenden schuld. In de Sovjet-Unie werden deze showprocessen als propaganda gebruikt. → Wat was de propagandaboodschap van deze showprocessen?

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is: De propagandaboodschap was dat − tegenstanders van de regering slecht zijn.

− de rechtspraak/rechterlijke macht (goed) functioneert. − de regering het communisme / het land / het volk beschermt tegen vijanden.

bron 13

Boerderijen in privébezit (in procenten) in de Sovjet-Unie (1928-1938):

Staafdiagram van boerderijen in privébezit in de Sovjet-Unie, van 100 procent in 1928 dalend via 1932, 1933 en 1935 tot ongeveer 8 procent in 1938.

Toelichting

In de grafiek is het aantal boerderijen in privébezit in 1928 op 100% gesteld.

Gebruik bron 13.

Vraag 19 1 punt

In de bron is een ontwikkeling te zien. Wat is de oorzaak van deze ontwikkeling?

  1. A beurskrach
  2. B censuur
  3. C collectivisatie
  4. D vrijemarkteconomie
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 20 1 punt

Veel mensen in Nederland waren in 1938 blij met de uitkomst van de Conferentie van München.

Wat is hiervoor een juiste verklaring?

Veel mensen in Nederland dachten dat door de Conferentie van München

  1. A de Volkenbond nieuwe conflicten tussen landen ging oplossen.
  2. B Duitsland het Verdrag van Versailles ging ondertekenen.
  3. C een einde kwam aan de appeasementpolitiek van Groot-Brittannië.
  4. D een nieuwe oorlog in Europa was voorkomen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

bron 14

Een Duitse prentbriefkaart (1938):

Prentbriefkaart met een kaart van het door Duitsland ingenomen deel van Tsjechoslowakije, Duitse steden en de tekst Wir danken unserm Führer.

Toelichting

Op de prentbriefkaart staat het deel van Tsjechoslowakije afgebeeld dat Duitsland in 1938 heeft ingenomen.

Onderaan staat: Wij bedanken onze Führer. Alle steden zijn aangegeven met Duitse namen.

Gebruik bron 14.

Vraag 21 1 punt

Veel steden in Tsjechoslowakije hadden zowel een Duitse als een Tsjechische naam. Op de prentbriefkaart staan alleen de Duitse namen vermeld en zijn de Tsjechische namen weggelaten.

Welke boodschap werd met het weglaten van de Tsjechische namen overgebracht aan de Duitse bevolking? En wat is de naam van de politiek die hoort bij deze bron?

boodschapnaam politiek
De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.Anschluss
De steden hoorden eigenlijk altijd al bij Duitsland.Heim ins Reich
Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.Anschluss
Zo veel mogelijk mensen uit Duitsland moesten naar deze steden toe verhuizen.Heim ins Reich
Bekijk het antwoord

B

bron 15

Een tekening op een Duitse schoolplaat met als titel Een slechte ruil: de Joden overspoelen Duitsland; de Duitsers emigreren (1939):

Tekening van een kaart van Duitsland met pijlen van mensen die het land in en uit trekken.

Toelichting

Bij de tekening hoort de tekst:

Tussen 1910 en 1925 emigreerden ongeveer 390.000 waardevolle Duitsers, zij gingen verloren voor ons volk. En kwamen ongeveer 80.000 buitenlandse Joden naar Duitsland en werden ‘Duitse burgers’. Op de tekening is de kaart van Duitsland te zien.

Er zijn Joodse mensen afgebeeld die Duitsland binnenkomen en Duitse, niet-Joodse mensen die Duitsland verlaten.

Gebruik bron 15.

Vraag 22 1 punt

De bron past bij de rassenleer.

→ Geef een reden waarom de bron past bij de rassenleer.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

Op de schoolplaat wordt beweerd dat de komst van Joden en het vertrek van Duitsers ‘een slechte ruil’ is / dat het niet goed is dat Joden Duitsland binnenkomen.

Vraag 23 1 punt

Bij de buitenlandse politiek van de regering in nazi-Duitsland speelde Lebensraum een belangrijke rol. Een bewering: Lebensraum kan gezien worden als een oorzaak van de Tweede Wereldoorlog.

→ Geef een argument waaruit blijkt dat de bewering juist is.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat Duitsland gebieden (in Oost-Europa) moest veroveren / oorlog moest voeren / een groot leger moest hebben (om het doel van Lebensraum te bereiken).

Vraag 24 2 punten

In augustus 1939 sloot Duitsland een verdrag met de Sovjet-Unie. Een bewering: Hitler kon door dit verdrag een land binnenvallen en een tweefrontenoorlog vermijden.

→ Leg uit dat de bewering juist is. Doe dit door:

  • eerst aan te geven welk land Duitsland binnenviel in 1939 na het sluiten van het verdrag
  • en daarna een reden te geven waarom Duitsland door het verdrag met de Sovjet-Unie een tweefrontenoorlog kon vermijden.
Bekijk het antwoord
  • Polen (1)
  • (voorbeeld van een juist antwoord) Het verdrag hield in dat de Sovjet-Unie Duitsland niet zou aanvallen (waardoor Duitsland alleen vanuit het westen kon worden aangevallen). / Het verdrag (met de afspraak tussen Duitsland en de Sovjet-Unie elkaar niet aan te vallen) zorgde ervoor dat Duitsland niet tegelijkertijd tegen de Sovjet-Unie en Frankrijk/Groot-Brittannië hoefde te vechten. (1)

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

Vraag 25 1 punt

In februari 1941 vond de Februaristaking plaats. Wat was de aanleiding voor de Februaristaking?

  1. A de gedwongen tewerkstelling
  2. B de invoering van een distributiestelsel
  3. C een razzia op Joodse mannen in Amsterdam
  4. D het invoeren van de censuur op kranten
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 26 2 punten

In 1941 verbood de Duitse bezetter in Nederland alle politieke partijen, op één partij na. Door het verbieden van partijen schond de bezetter een bepaald grondrecht.

→ Noem eerst de naam van de Nederlandse politieke partij die niet verboden werd.

→ Noem daarna een grondrecht dat geschonden werd door het verbieden van politieke partijen.

Bekijk het antwoord
  • NSB (1)
  • (het recht op) vrijheid van vereniging / van vergadering / (het recht op) vrijheid van vereniging en vergadering / (het recht op) vrijheid van meningsuiting (1)

Vraag 27 1 punt

Na de Russische Revolutie had Nederland de relatie met de Sovjet-Unie verbroken, maar in 1942 wilde de Nederlandse regering in ballingschap de relatie met de Sovjet-Unie weer herstellen.

→ Geef een reden waarom de Nederlandse regering de relatie met de Sovjet-Unie weer wilde herstellen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

De Nederlandse regering wilde de relatie met de Sovjet-Unie weer herstellen, omdat de Sovjet-Unie een bondgenoot was tegen nazi-Duitsland / lid was van de Geallieerden.

bron 16

Een poster uit de Sovjet-Unie (1942):

Sovjetposter van een arbeider die een rode vlag met Stalin en Lenin omhooghoudt, met fabrieken en vliegtuigen op de achtergrond.

Toelichting

Bij de poster hoort de tekst: Volg het voorbeeld van deze arbeider. Produceer meer voor het front!

Op de vlag die de man vasthoudt staan Stalin, Lenin en een communistisch symbool.

Gebruik bron 16.

Vraag 28 1 punt

Geef een reden waarom de poster past bij een totale oorlog.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

− De poster roept burgers/mensen (die niet meevechten) op om (meer) bij te dragen aan de oorlogvoering.

− Uit de poster blijkt dat de industrie in dienst staat van de oorlog. − De poster heeft een propagandaboodschap om de oorlog te steunen.

Vraag 29 1 punt

In juli 1942 begon de Duitse bezetter met het deporteren van Joodse Nederlanders naar vernietigingskampen. In de periode daarvóór had de Duitse bezetter al anti-Joodse maatregelen genomen.

→ Noem een voorbeeld van zo’n anti-Joodse maatregel.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

− Joden moesten een davidster/Jodenster dragen. − Joden moesten (in Amsterdam) in een aparte wijk wonen. − Joden mochten alleen op bepaalde tijden naar de winkels. − Joden mochten niet werken als ambtenaar.

− Joden mochten niet op bepaalde openbare plaatsen (of een voorbeeld daarvan) komen.

− Joodse kinderen moesten naar aparte Joodse scholen.

bron 17

Vier beschrijvingen door Duitse soldaten van verschillende militaire operaties tijdens de Tweede Wereldoorlog:

beschrijving 1

We vechten nu al vijftien dagen achter elkaar om één huis. Op de derde dag alleen al lagen er 54 dode Duitse soldaten op de trappen en in de kelders. En stel je dan voor dat het er in deze Russische stad nu al tachtig dagen zo aan toe gaat. Overdag is de stad een enorme wolk van rook en vuur. Een Duitse nederlaag is onvermijdelijk.

beschrijving 2

Ik keek uit over de oceaan. Aan de horizon lagen ontelbare oorlogsschepen op een rij, bijna tegen elkaar aan. Tussen deze schepen en de Franse kust was het een druk verkeer van kleinere schepen die Amerikaanse soldaten aan land brachten. Uit maar één Duitse bunker werd op de soldaten geschoten.

beschrijving 3

De vliegtuigen van onze eenheid waren aangewezen om tegen Groot-Brittannië te vechten. Maar wij piloten waren ervan overtuigd dat we door het voeren van alleen een luchtoorlog geen overwinning konden behalen. Zonder hulp van het leger en de marine zouden we Groot-Brittannië nooit tot de overgave kunnen dwingen.

beschrijving 4

We zijn in de Sovjet-Unie aangekomen en de wegen zijn verschrikkelijk. Wij, soldaten te voet, kunnen dat goed beoordelen, want we hebben nu al tientallen kilometers per dag over deze wegen moeten marcheren, in de zomerhitte van 35 graden. De moerassen, bossen en stoffige wegen maken onze operaties lastig, en toch rukken we steeds verder op.

Gebruik bron 17.

Vraag 30 2 punten

Hieronder staan vijf gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog:

a D-Day

b Operatie Barbarossa

c Slag bij Stalingrad

d Slag om Arnhem

e Slag om Engeland → Geef per beschrijving aan welke gebeurtenis daarbij hoort. Let op! Er blijft één gebeurtenis over.

Doe het zo:

Bij beschrijving 1 hoort … (vul letter in) (enzovoort tot en met beschrijving 4)

Bekijk het antwoord

Bij beschrijving 1 hoort c (= Slag bij Stalingrad) Bij beschrijving 2 hoort a (= D-Day)

Bij beschrijving 3 hoort e (= Slag om Engeland) Bij beschrijving 4 hoort b (= Operatie Barbarossa)

indien vier antwoorden juist (2)

indien drie of twee antwoorden juist (1)

indien minder dan twee antwoorden juist (0)

bron 18

Een prent (januari 1945):

Prent van een Duitse soldaat die een man met een schop meetrekt, met koningin Wilhelmina op de achtergrond.

Toelichting

Bij de prent hoort de tekst: Bent u de slaaf van de vijand? Meldt u dan! Zo niet, dan niet!

De vrouw op de achtergrond is koningin Wilhelmina. De man rechts is een Duitse soldaat.

Gebruik bron 18.

Vraag 31 2 punten

Een invulopdracht over de prent:

1 Deze prent is gemaakt door … (de Duitse bezetter / het verzet / Nederlandse collaborateurs).

2 De situatie in de prent heeft te maken met de … (gedwongen tewerkstelling / Hongerwinter / Spoorwegstaking).

3 Met de vijand wordt … (de Duitse bezetter / het Geallieerde leger / koningin Wilhelmina) bedoeld.

4 De oproep van de prent is gericht aan … (Duitse / Joodse / Nederlandse) mannen.

→ Maak de zinnen kloppend door telkens de juiste keuze te maken. Doe het zo:

zin 1: … (kies uit: de Duitse bezetter / het verzet / Nederlandse collaborateurs)

zin 2: … (kies uit: gedwongen tewerkstelling / Hongerwinter / Spoorwegstaking)

zin 3: … (kies uit: de Duitse bezetter / het Geallieerde leger / koningin Wilhelmina)

zin 4: … (kies uit: Duitse / Joodse / Nederlandse)

Bekijk het antwoord

zin 1: het verzet zin 2: gedwongen tewerkstelling zin 3: de Duitse bezetter zin 4: Nederlandse

indien vier antwoorden juist (2)

indien drie of twee antwoorden juist (1)

indien minder dan twee antwoorden juist (0)

Vraag 32 1 punt

In 1945 vluchtten de SS’ers die de leiding hadden over kamp Auschwitz voor de legers van de Geallieerden. De SS’ers werkten eerst zoveel mogelijk bewijs weg. Ze verbrandden bijvoorbeeld de administratie. → Geef een verklaring waarom de SS’ers zoveel mogelijk bewijs wegwerkten.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de SS’ers zo de gruwelijkheden/misdaden/massamoorden wilden verhullen / wilden voorkomen dat SS’ers voor misdaden vervolgd werden die zij in Auschwitz hadden gepleegd.

Vraag 33 1 punt

Hieronder staan vier redenen waarom mensen in de periode 1933-1945 in Duitsland veroordeeld konden worden:

1 het bezit van een vuurwapen zonder de juiste vergunning 2 het doorgeven van militaire geheimen aan andere landen 3 het stelen van wapens of ander materiaal van het leger 4 het verspreiden van pamfletten met kritiek op de regering Uit welke reden blijkt dat Duitsland in die periode een dictatuur was?

  1. A uit reden 1
  2. B uit reden 2
  3. C uit reden 3
  4. D uit reden 4
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

bron 19

Een officiële verklaring uitgezonden via de radio (15 augustus 1945):

We hebben onze regering opgedragen om te zeggen dat ons keizerrijk de voorwaarden aanvaardt om de oorlog te beëindigen. De oorlog heeft nu bijna vier jaar geduurd. Bovendien is de vijand begonnen een nieuwe en zeer wrede bom te gebruiken, waarvan de kracht om schade aan te richten inderdaad niet te overzien is en die vele onschuldige levens kost.

Gebruik bron 19.

Vraag 34 1 punt

Door de verklaring kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Van welk land was de verklaring? En welk land wordt in de verklaring bedoeld met de vijand?

De verklaring was vanMet de vijand wordt bedoeld:
Duitsland.Indonesië.
Duitsland.Nederland.
Japan.de Verenigde Staten.
Japan.Duitsland.
Bekijk het antwoord

C

Europa en de wereld (1945-1989)

bron 20

Een politieke tekening in Nederland (1947):

Tekening van een militaire politieman met een helm die met opgestoken hand een auto met het opschrift Politionele Actie tegenhoudt.

Toelichting

De man met de helm zegt: Stop! Op de auto staat: Politionele Actie.

Op de helm staat: Veiligheidsraad.

Op de mouw van de man staat: MP (Militaire Politie = een politieorganisatie van het leger).

Gebruik bron 20.

Vraag 35 1 punt

Hieronder staan de namen van vier landen:

a Duitsland

b Nederland

c Sovjet-Unie

d Verenigde Staten Vier organisaties:

1 EGKS

2 NAVO

3 Verenigde Naties

4 Volkenbond → Bij welk land hoort de auto? En bij welke organisatie hoort de man met de helm?

Doe het zo:

land: … (vul letter in) organisatie: … (vul nummer in)

Bekijk het antwoord

land: b (= Nederland)

organisatie: 3 (= Verenigde Naties)

Opmerking

Alleen als beide antwoorden juist zijn, wordt het scorepunt toegekend.

Vraag 36 2 punten

Vanaf 1948 kregen landen in West-Europa hulp van de Verenigde Staten door het Marshallplan. De hulp droeg ook bij aan de containmentpolitiek van de Verenigde Staten.

→ Leg uit dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek. Doe dit door:

  • eerst aan te geven wat het doel was van de containmentpolitiek
  • en daarna aan te geven dat de hulp bijdroeg aan de containmentpolitiek.
Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om het indammen / tegenhouden / bestrijden van het communisme. (1)
  • (voorbeeld van een juist antwoord) De hulp droeg bij aan de containmentpolitiek, omdat door de hulp een werkende economie ontstond (waardoor mensen niet kozen voor het communisme) / niet-communistische/democratische landen werden beschermd. (1)

bron 21

Uit een toespraak van een politiek leider (1962):

Deze regering heeft, zoals beloofd, de militaire opbouw van de Sovjet-Unie op het eiland Cuba nauwlettend in de gaten gehouden. In de afgelopen week heeft bewijs overduidelijk aangetoond dat er nu een reeks raketinstallaties in voorbereiding is op dat eiland.

Gebruik bron 21.

Vraag 37 1 punt

Welke politiek leider hield deze toespraak?

  1. A Chroesjtsjov
  2. B Churchill
  3. C Kennedy
  4. D Roosevelt
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

bron 22

Tijdens een telefoongesprek met de leider van Tsjechoslowakije zegt de leider van de Sovjet-Unie het volgende (13 augustus 1968):

De afgelopen twee tot drie dagen hebben de kranten in Tsjechoslowakije berichten gepubliceerd met negatieve uitspraken over de Sovjet-Unie. We hadden eerder afgesproken dat alle massamedia, de pers, de radio en de televisie onder controle van de communistische partij en de regering zouden worden gebracht en dat je een einde zou maken aan anti-Sovjet- en antisocialistische publicaties. Doordat je hier niets tegen doet, houd je je niet aan onze afspraken. Daarom overwegen wij nu zelf een beslissing te nemen om het communisme in Tsjechoslowakije te verdedigen.

Gebruik bron 22.

Vraag 38 1 punt

Een bewering: Uit de bron blijkt dat de leider van de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije zag als een satellietstaat.

→ Geef met behulp van de bron een argument waaruit blijkt dat deze bewering juist is.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de Sovjetleider Tsjechoslowakije zag als een satellietstaat, omdat de Sovjetleider zich bemoeide met binnenlandse aangelegenheden in Tsjechoslowakije / de leider van Tsjechoslowakije onder druk zette / wilde dat Tsjechoslowakije zich aan afspraken hield.

Gebruik nogmaals bron 22.

Vraag 39 2 punten

Het telefoongesprek werd gevoerd naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis.

→ Noem eerst de naam waaronder deze gebeurtenis bekend staat. → Geef daarna aan welke beslissing de Sovjet-Unie nam naar aanleiding van deze gebeurtenis.

Bekijk het antwoord
  • Praagse Lente (1)
  • Uit het antwoord moet blijken dat de Sovjet-Unie (samen met andere Warschaupactlanden) soldaten naar Tsjechoslowakije stuurde / de Praagse Lente neersloeg. (1)

Vraag 40 1 punt

In de DDR werd de kinderopvang geregeld door de staat. Een van de doelen van de staatskinderopvang was het bevorderen van respect voor de leiders van de DDR en de Sovjet-Unie.

→ Past de staatskinderopvang wel of niet bij een totalitaire staat? Verklaar je antwoord.

Doe het zo:

De staatskinderopvang past … (kies uit: wel / niet) bij een totalitaire staat, omdat … (geef een verklaring).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

De staatskinderopvang past wel bij een totalitaire staat, omdat de overheid in een totalitaire staat het leven van mensen volledig wil beheersen (wat past bij een overheid die zich zo met de opvoeding van kinderen bemoeit) / omdat de kinderen door de staat beïnvloed werden / omdat de staatskinderopvang een politiek doel had.

Vraag 41 2 punten

In 1983 werd de Nederlandse Grondwet gewijzigd. Hieronder staan vijf gebeurtenissen:

1 De rechtstreekse verkiezingen werden ingevoerd.

2 De vrijheid van onderwijs werd voor het eerst opgenomen.

3 Er werden sociale grondrechten toegevoegd aan de Grondwet.

4 Het districtenstelsel werd afgeschaft.

5 Koningin Beatrix ondertekende de gewijzigde Grondwet. → Welke twee gebeurtenissen gaan over de wijziging van de Grondwet in 1983? Schrijf alleen de nummers op.

Bekijk het antwoord
  • 3 (1)
  • 5 (1)

bron 23

Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vier foto’s die te maken hebben met gebeurtenissen in de periode 1945-1990:

Tijdens de Blokkade van Berlijn tekent de Amerikaanse president het oprichtingsverdrag van de NAVO:

Foto van de Amerikaanse president die een verdrag tekent, omringd door mannen in pak.
foto 1

President Reagan houdt een toespraak voor de Berlijnse muur:

Foto van president Reagan die een toespraak houdt voor de Brandenburger Tor.
foto 2

Een Russische soldaat regelt het verkeer enkele maanden na de verovering van Berlijn:

Foto van een Russische verkeersregelaarster met vlaggetjes voor wegwijzers in Berlijn.
foto 3

Een burger verbrandt een foto van Lenin tijdens de Hongaarse Opstand:

Foto van een man die een portret van Lenin boven een brandende stapel papier houdt.
foto 4

Gebruik bron 23.

Vraag 42 1 punt

Zet de vier foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna … en ten slotte … (vul nummers in).

Bekijk het antwoord

Eerst 3, dan 1, daarna 4 en ten slotte 2.

Opmerking

Er is maar één juiste volgorde.

Door de tijd heen

Vraag 43 2 punten

Hans Schwarz (1919-1997) was van Joodse afkomst en woonde in Duitsland en Groot-Brittannië.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen uit zijn leven:

1 Hij dient in het Britse leger in Frankrijk om tegen het binnenvallende leger van nazi-Duitsland te vechten.

2 Hij merkt kort na de machtsovername van Hitler dat de winkel van zijn ouders klanten verliest, omdat de SA de mensen oproept daar niets te kopen.

3 Hij moet hulpeloos toezien hoe de synagoge die hij altijd bezocht in brand wordt gestoken tijdens de Kristallnacht.

4 Hij landt als soldaat met zijn parachute ten westen van Arnhem tijdens operatie Market Garden.

5 Hij wordt actief in een vereniging van oud-soldaten die willen dat alle kernwapens uit de wereld verdwijnen.

→ Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

Bekijk het antwoord

Eerst 2, dan 3, daarna 1, vervolgens 4 en ten slotte 5.

Opmerking

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Vraag 44 2 punten

Hieronder staan vier gebeurtenissen:

1 Communistische landen in Oost-Europa richtten een militair bondgenootschap op tegen het Westen, vernoemd naar de plaats waar het is opgericht.

2 De kroonprins van Oostenrijk-Hongarije werd vermoord.

3 De Nederlandse regering in ballingschap sloot zich aan bij de Geallieerden.

4 Er werd een democratische republiek opgericht in Duitsland, vernoemd naar de stad waar de oprichting plaatsvond. Vijf plaatsen:

a Londen

b Sarajevo

c Versailles

d Warschau

e Weimar → Geef per gebeurtenis aan in welke plaats deze zich heeft afgespeeld. Let op! Er blijft één plaats over.

Doe het zo:

Gebeurtenis 1 heeft zich afgespeeld in … (vul letter in). (enzovoort tot en met gebeurtenis 4)

Bekijk het antwoord

Gebeurtenis 1 heeft zich afgespeeld in d (= Warschau). Gebeurtenis 2 heeft zich afgespeeld in b (= Sarajevo). Gebeurtenis 3 heeft zich afgespeeld in a (= Londen). Gebeurtenis 4 heeft zich afgespeeld in e (= Weimar).

indien vier antwoorden juist (2)

indien drie of twee antwoorden juist (1)

indien minder dan twee antwoorden juist (0)

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

Vraag 45 2 punten

Door gebeurtenissen in 1989 en 1990 veranderde er voor de inwoners van Oost-Duitsland veel in hun politieke situatie.

→ Noem twee kenmerken van de politieke situatie ná 1990 waaruit blijkt dat de politieke situatie van de inwoners van Oost-Duitsland was veranderd.

Doe het zo:

kenmerk 1: … (noem een kenmerk) kenmerk 2: … (noem een kenmerk)

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van juiste kenmerken zijn (twee van de volgende): − Er was sprake van een democratie/rechtsstaat / geen sprake van een dictatuur.

− Mensen hadden politieke rechten (of een voorbeeld daarvan). − Er was sprake van een herenigd Duitsland / geen sprake van een verdeeld Duitsland.

− Er waren geen communisten meer aan de macht.

per juist kenmerk (1)

Vraag 46 1 punt

In 1996 vond een op de drie Amerikanen dat het nodig was om de vrijheden van burgers in te perken om het land te beschermen. In 2002 was dat aantal toegenomen naar meer dan de helft van de Amerikanen. De reden voor deze verandering was een gebeurtenis in 2001. → Welke gebeurtenis wordt bedoeld?

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de aanslagen van 11 september 2001 (in New York en Washington).

Door de tijd heen

Vraag 47 2 punten

Hieronder staan vijf belangrijke gebeurtenissen die te maken hebben met politiek leiders in Nederland:

1 Anton Mussert wordt kort na de bevrijding gearresteerd wegens collaboratie met de Duitse bezetter.

2 Hendrik Colijn voert de aanpassingspolitiek in.

3 Pieter Jelles Troelstra doet een mislukte revolutiepoging.

4 Pim Fortuyn richt een nieuwe politieke partij op.

5 Willem Drees ondertekent de soevereiniteitsoverdracht met Indonesië. → Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo:

Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).

Bekijk het antwoord

Eerst 3, dan 2, daarna 1, vervolgens 5 en ten slotte 4.

Opmerking

Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Geschiedenis en staatsinrichting 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 47 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (26), Koude Oorlog (8) en staatsinrichting (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0125-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.