Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Nederland (1848-1914), De Eerste Wereldoorlog (1914-1918), Het Interbellum (1918-1939), Door de tijd heen, De Tweede Wereldoorlog (1939-1945), Europa en de wereld (1945-1989), De nieuwe wereldorde (vanaf 1990), De nieuwe wereldorde (vanaf 1990), Door de tijd heen.
Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 loopt tot vraag 46. Van 44 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (20), staatsinrichting (7) en historische vaardigheden (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Tijd van wereldoorlogen | 9-15, 17-23, 26-30, 32 | 20 |
| Staatsinrichting | 1, 3-4, 8, 16, 38, 43 | 7 |
| Historische vaardigheden | 24-25, 31, 45-46 | 5 |
| Tijd van televisie en computer | 35-36, 40, 42, 44 | 5 |
| Koude Oorlog | 33-34, 37, 39 | 4 |
| Tijd van burgers en stoommachines | 2, 7 | 2 |
| Dekolonisatie | 41 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over historische vaardigheden (11% van de vragen, gemiddeld 5%). Minder over tijd van wereldoorlogen (45% van de vragen, gemiddeld 54%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Nederland (1848-1914)
Gebruik bron 1.
Vraag 1 1 punt
Dit soort krantenberichten had ook in Nederland invloed op de politieke situatie. De onrust leidde tot belangrijke politieke veranderingen in 1848. Noem één politieke verandering in Nederland in 1848.
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat Nederland (vanwege de dreigende onrust in Europa/de revolutiedreiging) een nieuwe grondwet krijgt/zich ontwikkelt in de richting van een parlementaire democratie/een constitutionele monarchie / dat er sprake is van direct kiesrecht voor de burgerij / dat koning Willem II de grondwet liet aanpassen (door Thorbecke te benoemen) / dat er een verschuiving is van de macht van de koning naar de (aan het parlement verantwoordelijke) ministers. (1)
Vraag 2 2 punten
In de Armenwet van 1854 stond dat de zorg voor de arme bevolking géén taak van de overheid was. Thorbecke was het daar niet mee eens. Volgens hem moest de overheid wél zorgen voor de armen. De opvatting van Thorbecke paste niet zo goed bij zijn eigen politieke stroming. Die politieke stroming had een andere opvatting over de rol van de overheid. Noem eerst de politieke stroming waartoe Thorbecke behoort. Geef daarna aan wat binnen deze stroming de opvatting is over de rol van de overheid. Doe het zo: De politieke stroming waartoe Thorbecke behoort is … De opvatting over de rol van de overheid bij deze politieke stroming is …
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- De politieke stroming waartoe Thorbecke behoort is het liberalisme (1)
- De opvatting over de rol van de overheid bij deze politieke stroming is dat die zo klein mogelijk moet zijn (wat van toepassing is op de Armenwet, omdat het in die wet bij de armenzorg om liefdadigheid gaat / omdat het niet gaat om een taak van de overheid) (1)
Gebruik bron 2.
Vraag 3 1 punt
Over welke kwestie gaat de tekst? En over welk onderdeel van de grondwet gaf Willem III toe? kwestie: onderdeel van de grondwet:
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bron 2
Uit een geschiedenisboek:
In 1867 was de Tweede Kamer het niet eens met de politiek van de minister van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer stemde tegen de begroting van deze minister. Koning Willem III was boos. Hij stuurde de Kamer weg en de minister bleef zitten. Er kwamen nieuwe verkiezingen. Een paar weken na de verkiezingen vergaderde de nieuwe Tweede Kamer. Opnieuw werd de begroting van dezelfde minister van Buitenlandse Zaken weggestemd. Toen gaf Willem III eindelijk toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Gebruik bron 3.
Vraag 4 2 punten
De historicus heeft een duidelijke mening over de plaats van het standbeeld. Geef een argument voor de mening van de historicus dat juist Thorbecke een standbeeld verdient vóór het parlementsgebouw. Geef een politieke reden waarom koning Willem III het standbeeld niet vóór het parlementsgebouw wilde hebben. Doe het zo: Het zou vóór het parlementsgebouw moeten staan, omdat … (geef een argument). Koning Willem III wilde het standbeeld niet vóór het parlementsgebouw hebben, omdat … (geef een politieke reden).
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bron 2
Uit een geschiedenisboek:
In 1867 was de Tweede Kamer het niet eens met de politiek van de minister van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer stemde tegen de begroting van deze minister. Koning Willem III was boos. Hij stuurde de Kamer weg en de minister bleef zitten. Er kwamen nieuwe verkiezingen. Een paar weken na de verkiezingen vergaderde de nieuwe Tweede Kamer. Opnieuw werd de begroting van dezelfde minister van Buitenlandse Zaken weggestemd. Toen gaf Willem III eindelijk toe.
Bron 3
Een historicus schrijft over een standbeeld voor Thorbecke:
Vier jaar na de dood van Thorbecke waren er plannen voor een standbeeld. Natuurlijk had het beeld van Thorbecke vóór het parlementsgebouw op het Binnenhof in Den Haag moeten staan. Maar koning Willem III vond dat Thorbecke dat niet verdiende. Daarom werd het standbeeld aan de rand van Amsterdam neergezet.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Het zou vóór het parlementsgebouw moeten staan, omdat dat het politieke hart is waarvoor Thorbecke (onder andere door zijn nieuwe grondwet) veel betekend heeft / omdat hij (door de nieuwe grondwet) het parlement meer macht heeft gegeven (1)
- Koning Willem III wilde het standbeeld niet vóór het parlementsgebouw hebben, omdat de koning/het staatshoofd dankzij (de grondwet van) Thorbecke minder macht had gekregen / omdat hij geen voorstander was van de nieuwe grondwet (die door Thorbecke was ontworpen) (1)
Gebruik bron 4.
Vraag 5 1 punt
Naar aanleiding van welke gebeurtenis is het bericht geschreven?
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bron 2
Uit een geschiedenisboek:
In 1867 was de Tweede Kamer het niet eens met de politiek van de minister van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer stemde tegen de begroting van deze minister. Koning Willem III was boos. Hij stuurde de Kamer weg en de minister bleef zitten. Er kwamen nieuwe verkiezingen. Een paar weken na de verkiezingen vergaderde de nieuwe Tweede Kamer. Opnieuw werd de begroting van dezelfde minister van Buitenlandse Zaken weggestemd. Toen gaf Willem III eindelijk toe.
Bron 3
Een historicus schrijft over een standbeeld voor Thorbecke:
Vier jaar na de dood van Thorbecke waren er plannen voor een standbeeld. Natuurlijk had het beeld van Thorbecke vóór het parlementsgebouw op het Binnenhof in Den Haag moeten staan. Maar koning Willem III vond dat Thorbecke dat niet verdiende. Daarom werd het standbeeld aan de rand van Amsterdam neergezet.
Bron 4
Een krantenbericht (1887):
De politieke vereniging ‘Burgerplicht’ heeft het volgende bericht verspreid:
De aanpassing van de Grondwet brengt ons een voordeel. De meeste burgers hadden tot nu toe geen kiesrecht, omdat zij niet genoeg belasting betaalden. Maar vanaf nu krijgen burgers kiesrecht als ze aan kunnen tonen dat zij geschikt zijn om te stemmen. Het maakt dan niet veel meer uit of zij veel of weinig belasting betalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Gebruik bron 5.
Vraag 6 1 punt
Wat is op de wereldkaart te zien? En welke oorzaken van dat verschijnsel zijn juist? op de kaart is te zien: oorzaken daarvoor zijn:
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bron 2
Uit een geschiedenisboek:
In 1867 was de Tweede Kamer het niet eens met de politiek van de minister van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer stemde tegen de begroting van deze minister. Koning Willem III was boos. Hij stuurde de Kamer weg en de minister bleef zitten. Er kwamen nieuwe verkiezingen. Een paar weken na de verkiezingen vergaderde de nieuwe Tweede Kamer. Opnieuw werd de begroting van dezelfde minister van Buitenlandse Zaken weggestemd. Toen gaf Willem III eindelijk toe.
Bron 3
Een historicus schrijft over een standbeeld voor Thorbecke:
Vier jaar na de dood van Thorbecke waren er plannen voor een standbeeld. Natuurlijk had het beeld van Thorbecke vóór het parlementsgebouw op het Binnenhof in Den Haag moeten staan. Maar koning Willem III vond dat Thorbecke dat niet verdiende. Daarom werd het standbeeld aan de rand van Amsterdam neergezet.
Bron 4
Een krantenbericht (1887):
De politieke vereniging ‘Burgerplicht’ heeft het volgende bericht verspreid:
De aanpassing van de Grondwet brengt ons een voordeel. De meeste burgers hadden tot nu toe geen kiesrecht, omdat zij niet genoeg belasting betaalden. Maar vanaf nu krijgen burgers kiesrecht als ze aan kunnen tonen dat zij geschikt zijn om te stemmen. Het maakt dan niet veel meer uit of zij veel of weinig belasting betalen.
Bron 5
Een wereldkaart (1900):
Toelichting De pijlen op de kaart wijzen naar zwarte gebieden die door Duitsland werden bestuurd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Gebruik bron 6.
Vraag 7 1 punt
Deze prent is gemaakt naar aanleiding van de Ongevallenwet. Zijn de personen die toekijken positief of negatief over de Ongevallenwet? En welk argument past daarbij?
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bron 2
Uit een geschiedenisboek:
In 1867 was de Tweede Kamer het niet eens met de politiek van de minister van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer stemde tegen de begroting van deze minister. Koning Willem III was boos. Hij stuurde de Kamer weg en de minister bleef zitten. Er kwamen nieuwe verkiezingen. Een paar weken na de verkiezingen vergaderde de nieuwe Tweede Kamer. Opnieuw werd de begroting van dezelfde minister van Buitenlandse Zaken weggestemd. Toen gaf Willem III eindelijk toe.
Bron 3
Een historicus schrijft over een standbeeld voor Thorbecke:
Vier jaar na de dood van Thorbecke waren er plannen voor een standbeeld. Natuurlijk had het beeld van Thorbecke vóór het parlementsgebouw op het Binnenhof in Den Haag moeten staan. Maar koning Willem III vond dat Thorbecke dat niet verdiende. Daarom werd het standbeeld aan de rand van Amsterdam neergezet.
Bron 4
Een krantenbericht (1887):
De politieke vereniging ‘Burgerplicht’ heeft het volgende bericht verspreid:
De aanpassing van de Grondwet brengt ons een voordeel. De meeste burgers hadden tot nu toe geen kiesrecht, omdat zij niet genoeg belasting betaalden. Maar vanaf nu krijgen burgers kiesrecht als ze aan kunnen tonen dat zij geschikt zijn om te stemmen. Het maakt dan niet veel meer uit of zij veel of weinig belasting betalen.
Bron 5
Een wereldkaart (1900):
Toelichting De pijlen op de kaart wijzen naar zwarte gebieden die door Duitsland werden bestuurd.
Bron 6
Een politieke spotprent over de Ongevallenwet (1908):
Toelichting De personen die toekijken zeggen: “Kijk, daar valt weer iemand die de overheid wil oplichten.”
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 8 2 punten
Drie personen:
1 H. Schaepman
2 P.J. Troelstra
3 W. Drucker Drie politieke organisaties:
4 RKSP
5 SDAP
6 Vrije Vrouwen Vereniging Neem het onderstaande schema over op je antwoordblad en zet de personen en de organisaties op de juiste plaats. Schrijf alleen de nummers op. persoon politieke organisatie confessionelen feministen socialisten
Bron 1
Een bericht uit een Nederlandse krant (1848):
Overal in Europa staat het volk klaar om in opstand te komen tegen zijn onderdrukkers. In Duitsland dreigt revolutie. In pamfletten wordt geschreven dat Duitsland een republiek zou moeten worden.
Bron 2
Uit een geschiedenisboek:
In 1867 was de Tweede Kamer het niet eens met de politiek van de minister van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer stemde tegen de begroting van deze minister. Koning Willem III was boos. Hij stuurde de Kamer weg en de minister bleef zitten. Er kwamen nieuwe verkiezingen. Een paar weken na de verkiezingen vergaderde de nieuwe Tweede Kamer. Opnieuw werd de begroting van dezelfde minister van Buitenlandse Zaken weggestemd. Toen gaf Willem III eindelijk toe.
Bron 3
Een historicus schrijft over een standbeeld voor Thorbecke:
Vier jaar na de dood van Thorbecke waren er plannen voor een standbeeld. Natuurlijk had het beeld van Thorbecke vóór het parlementsgebouw op het Binnenhof in Den Haag moeten staan. Maar koning Willem III vond dat Thorbecke dat niet verdiende. Daarom werd het standbeeld aan de rand van Amsterdam neergezet.
Bron 4
Een krantenbericht (1887):
De politieke vereniging ‘Burgerplicht’ heeft het volgende bericht verspreid:
De aanpassing van de Grondwet brengt ons een voordeel. De meeste burgers hadden tot nu toe geen kiesrecht, omdat zij niet genoeg belasting betaalden. Maar vanaf nu krijgen burgers kiesrecht als ze aan kunnen tonen dat zij geschikt zijn om te stemmen. Het maakt dan niet veel meer uit of zij veel of weinig belasting betalen.
Bron 5
Een wereldkaart (1900):
Toelichting De pijlen op de kaart wijzen naar zwarte gebieden die door Duitsland werden bestuurd.
Bron 6
Een politieke spotprent over de Ongevallenwet (1908):
Toelichting De personen die toekijken zeggen: “Kijk, daar valt weer iemand die de overheid wil oplichten.”
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- persoon politieke organisatie confessionelen 1 (= H. Schaepman) 4 (= RKSP) feministen 3 (= W. Drucker) 6 (= Vrije Vrouwen Vereniging) socialisten 2 (= P.J. Troelstra) 5 (= SDAP) indien zes antwoorden juist (2) indien vijf of vier antwoorden juist (1) indien minder dan vier antwoorden juist (0) (2)
De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
Gebruik bron 7.
Vraag 9 1 punt
De brief is geschreven naar aanleiding van een moord op een belangrijk persoon in de geschiedenis van de twintigste eeuw. Welke persoon werd vermoord? En in welke stad gebeurde dit? Doe het zo: De persoon die werd vermoord was … (noem de naam). De stad waar dit gebeurde was … (noem de stad).
Bron 7
Uit een brief van een Oostenrijker (1914):
Dit is niet de misdaad van één enkele fanatiekeling. De moord is een oorlogsverklaring van Servië aan Oostenrijk-Hongarije.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als beide antwoorden juist zijn, wordt 1 scorepunt toegekend.
Gebruik bron 8.
Vraag 10 1 punt
Op welke kaart zijn met een donkere kleur drie landen van de Centralen aangegeven?
Bron 7
Uit een brief van een Oostenrijker (1914):
Dit is niet de misdaad van één enkele fanatiekeling. De moord is een oorlogsverklaring van Servië aan Oostenrijk-Hongarije.
Bron 8
Vier kaarten van Europa in 1916: kaart 1 kaart 2
kaart 3 kaart 4
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Het Interbellum (1918-1939)
Gebruik bron 9.
Vraag 11 1 punt
Het bord is gemaakt ter herinnering aan een revolutiepoging in Nederland van 1918. Geeft het bord een positief of een negatief beeld van deze revolutiepoging? Licht je antwoord toe met behulp van de bron. Doe het zo: Het bord geeft een … (kies uit: positief of negatief) beeld van de revolutiepoging, omdat … (geef toelichting met behulp van de bron).
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als na ‘negatief’ een juiste toelichting volgt, wordt 1 scorepunt toegekend.
Vraag 12 1 punt
In Amersfoort staat sinds 1919 het zogenaamde Belgenmonument. Dit monument was een geschenk van België aan de Nederlandse bevolking en werd gebouwd door Belgische militairen. Geef één reden waarom de Nederlandse bevolking dit monument van België kreeg.
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de reden voor het geschenk was dat Belgische vluchtelingen/militairen door de Nederlanders/(het neutrale) Nederland opgevangen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog. (1)
Gebruik bron 10.
Vraag 13 1 punt
Welk begrip hoort bij de bron?
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Gebruik nogmaals bron 10.
Vraag 14 2 punten
Stel: je doet onderzoek naar de reactie van Duitse soldaten op de wapenstilstand en je vindt deze bron. Geef een argument waaruit blijkt dat de bron bruikbaar is voor je onderzoek. Geef ook een argument waaruit blijkt dat de bron minder betrouwbaar is voor je onderzoek. Doe het zo: Bruikbaar, omdat … (geef argument). Minder betrouwbaar, omdat … (geef argument).
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- Bruikbaar, omdat (één van de volgende): (1p)
- Hitler als soldaat mee had gevochten (in de Eerste Wereldoorlog).
- Hitler een ooggetuige/tijdgenoot was.
- Minder betrouwbaar, omdat (één van de volgende): (1p)
- Hitler de gebeurtenissen opzettelijk anders heeft voorgesteld (om aanhangers te winnen) / Hitler een politieke bedoeling had met de beschrijving van zijn herinnering.
- het de mening is van slechts één persoon.
Gebruik bron 11.
Vraag 15 1 punt
Hitler wilde al in 1924 een verandering in de buitenlandse politiek van Duitsland, zoals blijkt uit de bron. Onder welke naam werd dit onderdeel van de buitenlandse politiek bekend toen Hitler aan de macht kwam?
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Lebensraum (1)
Vraag 16 2 punten
Een invulopdracht over Duitsland in de periode 1918-1933:
1 Duitsland was in die periode een monarchie / republiek.
2 Het bestuur van Duitsland was in die tijd democratisch / een dictatuur.
3 In deze periode is het vertrouwen van de bevolking in de democratie toegenomen / afgenomen. Maak de tekst kloppend door de juiste antwoorden te kiezen. Doe het zo: Bij zin 1 hoort … (kies uit: monarchie / republiek). Bij zin 2 hoort … (kies uit: democratisch / een dictatuur). Bij zin 3 hoort … (kies uit: toegenomen / afgenomen).
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Bij zin 1 hoort republiek. Bij zin 2 hoort democratisch. Bij zin 3 hoort afgenomen. indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)
Gebruik bron 12.
Vraag 17 1 punt
In welk jaar is deze foto gemaakt?
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 18 2 punten
De volgende drie begrippen horen bij de tijd waarin Colijn minister- president was: werkloosheid, aanpassingspolitiek en werkverschaffingsprojecten. Beschrijf de aanpak van de economische situatie in Nederland tijdens deze periode. Doe het zo: In de tijd dat Colijn minister-president was … (gebruik de drie begrippen in een juiste historische samenhang en betekenis).
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Er worden alleen scorepunten toegekend als de begrippen in een juiste historische samenhang en betekenis worden gebruikt.
Gebruik bron 13.
Vraag 19 1 punt
De bron bestaat uit een afbeelding die in de loop van de tijd drie keer in opdracht van Stalin is bewerkt. De bron wordt tegenwoordig vaak gebruikt om twee kenmerken van het stalinisme toe te lichten: zuiveringen en indoctrinatie. Kies één van de twee kenmerken die volgens jou het beste past bij deze afbeeldingen en licht je antwoord toe met behulp van de bron. Doe het zo: Kenmerk … (kies uit: zuiveringen of indoctrinatie), omdat … (licht je antwoord toe).
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bron 13
Vier verschillende versies van één afbeelding van leiders van de Sovjet-Unie:
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen als na een keuze, een juiste bijpassende toelichting volgt, wordt
1 scorepunt toegekend.
Gebruik bron 14.
Vraag 20 2 punten
Hieronder staan zes kenmerken van het stalinisme:
1 censuur
2 collectivisatie
3 persoonsverheerlijking
4 strafkampen
5 terreur
6 vijfjarenplan Welke drie kenmerken passen bij de bron? Schrijf alleen de nummers op.
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bron 13
Vier verschillende versies van één afbeelding van leiders van de Sovjet-Unie:
Bron 14
Een gevangene die de taak had dwangarbeiders te bewaken, spreekt hen toe (1936):
Jullie willen graag minder hard werken? Omdat jullie allemaal lid waren van de Communistische Partij? Ik was vroeger een rijke boer met veel grond, tot die grond mij werd afgenomen door de Partij. In 1929 kwamen leden van de Partij mij oppakken. Jullie gooiden mij en mijn kinderen in een kamp. Toen zeiden de Partijleden: “Het moet van de Communistische Partij.” Nou, nu mogen jullie hier hard gaan werken. Ook dat moet van de Communistische Partij!
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- De kenmerken 2 (= collectivisatie), 4 (= strafkampen) en 5 (= terreur). indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)
Vraag 21 2 punten
Frankrijk en Groot-Brittannië voerden vóór de Tweede Wereldoorlog een appeasement-politiek ten aanzien van nazi-Duitsland. Iemand beweert dat de appeasement-politiek op dat moment een juiste keuze leek. Later kreeg deze politiek veel kritiek. Geef eerst een reden waarom de appeasement-politiek op dat moment een juiste keuze leek. Geef daarna een reden waarom de appeasement-politiek achteraf veel kritiek kreeg. Doe het zo: Het leek op dat moment een juiste keuze, want … (geef een reden). Het kreeg achteraf veel kritiek, omdat … (noem een reden).
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bron 13
Vier verschillende versies van één afbeelding van leiders van de Sovjet-Unie:
Bron 14
Een gevangene die de taak had dwangarbeiders te bewaken, spreekt hen toe (1936):
Jullie willen graag minder hard werken? Omdat jullie allemaal lid waren van de Communistische Partij? Ik was vroeger een rijke boer met veel grond, tot die grond mij werd afgenomen door de Partij. In 1929 kwamen leden van de Partij mij oppakken. Jullie gooiden mij en mijn kinderen in een kamp. Toen zeiden de Partijleden: “Het moet van de Communistische Partij.” Nou, nu mogen jullie hier hard gaan werken. Ook dat moet van de Communistische Partij!
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het leek op dat moment een juiste keuze, want (één van de volgende): (1p)
- na de (verschrikkingen van de) Eerste Wereldoorlog wilde men een nieuwe oorlog voorkomen.
- Duitsland moest integreren in de internationale gemeenschap / een Duits isolement was niet gewenst.
- Frankrijk en Groot-Brittanië hadden tijd nodig om de eigen bewapening op peil te brengen, voor het geval de appeasement- politiek mislukte.
- Het kreeg achteraf veel kritiek, omdat (één van de volgende): (1p)
- Hitler zijn grondgebied (zonder slag of stoot) had kunnen uitbreiden (ver buiten de afspraken om) / Hitler zijn gang kon gaan/te zacht werd aangepakt.
- veel bepalingen van het Verdrag van Versailles waren opgeheven (waardoor Hitler makkelijker een oorlog kon beginnen).
- Tsjecho-Slowakije het slachtoffer werd van deze politiek.
- de appeasement-politiek de oorlog niet heeft kunnen voorkomen.
Vraag 22 1 punt
Tegenwoordig is 9 november de internationale dag tegen antisemitisme. In 1938 begonnen de nazi’s op die datum in Duitsland een georganiseerde aanval op Joden, Joodse bezittingen en synagogen. De datum van de internationale dag tegen antisemitisme is dus gekozen naar aanleiding van deze gebeurtenis in 1938. Hoe wordt deze gebeurtenis genoemd?
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bron 13
Vier verschillende versies van één afbeelding van leiders van de Sovjet-Unie:
Bron 14
Een gevangene die de taak had dwangarbeiders te bewaken, spreekt hen toe (1936):
Jullie willen graag minder hard werken? Omdat jullie allemaal lid waren van de Communistische Partij? Ik was vroeger een rijke boer met veel grond, tot die grond mij werd afgenomen door de Partij. In 1929 kwamen leden van de Partij mij oppakken. Jullie gooiden mij en mijn kinderen in een kamp. Toen zeiden de Partijleden: “Het moet van de Communistische Partij.” Nou, nu mogen jullie hier hard gaan werken. Ook dat moet van de Communistische Partij!
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- (Rijks)Kristallnacht / Novemberpogrom (1)
Vraag 23 2 punten
In nazi-Duitsland werden zowel arische als niet-arische geestelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten zonder pardon vermoord. Dit gebeurde in inrichtingen. Zo’n inrichting kreeg eerst een nationaal- socialistische directeur. Daarna moest het hele personeel lid worden van de NSDAP. Uit het hele land werden patiënten naar de inrichtingen gebracht. Zij werden na aankomst meteen gedood. Hieronder staan vier begrippen die horen bij het nationaal-socialisme:
1 censuur
2 gelijkschakeling
3 propaganda
4 rassenwetten Welke twee begrippen passen bij de tekst? Schrijf alleen de nummers op.
Bron 9
Een herdenkingsbord uit Nederland (1918):
Toelichting Bovenaan staat: Revolutie november 1918 In het midden: De Oranjeboom (= symbool voor het koningshuis) Links: een rode vlag en een demonstratie van arbeiders Rechts: een rood-wit-blauwe vlag met het Nederlandse leger Onderaan staat: ‘Er is in’t land geen groter kwaad, dan dat de één den ander slaat.’
Bron 10
Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf zijn reactie op het nieuws van de wapenstilstand in 1918:
Ik lag in het ziekenhuis na een gasaanval toen het nieuws kwam. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik wankelde terug naar de slaapkamer, drukte mijn hoofd in een kussen en huilde voor het eerst sinds de begrafenis van mijn moeder. In de dagen daarna begreep ik dat het Duitse leger niet echt had verloren, maar slachtoffer was geweest van verraad.
Bron 11
Een tekst uit het boek Mein Kampf van Hitler (1924):
Als wij werkelijk de grote historische taak van ons volk willen vervullen, moeten we de buitenlandse politiek van Duitsland veranderen. Wij moeten ons volk redden van ons te kleine leefgebied. We moeten een goede verhouding bereiken tussen het aantal inwoners en de akkers die ons kunnen voeden.
Bron 12
Een foto in een krant met de nieuwe machthebbers in Duitsland:
Toelichting zittend van links naar rechts: minister Göring, rijkskanselier Hitler en minister Von Papen
Bron 13
Vier verschillende versies van één afbeelding van leiders van de Sovjet-Unie:
Bron 14
Een gevangene die de taak had dwangarbeiders te bewaken, spreekt hen toe (1936):
Jullie willen graag minder hard werken? Omdat jullie allemaal lid waren van de Communistische Partij? Ik was vroeger een rijke boer met veel grond, tot die grond mij werd afgenomen door de Partij. In 1929 kwamen leden van de Partij mij oppakken. Jullie gooiden mij en mijn kinderen in een kamp. Toen zeiden de Partijleden: “Het moet van de Communistische Partij.” Nou, nu mogen jullie hier hard gaan werken. Ook dat moet van de Communistische Partij!
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- 2 (= gelijkschakeling) (1)
- 4 (= rassenwetten) (1)
Door de tijd heen
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 24 2 punten
Hieronder staan vijf gebeurtenissen in Duitsland in de periode 1918-1939:
1 Duitsland moet beginnen met het betalen van herstelbetalingen.
2 Duitsland wordt lid van de Volkenbond.
3 Het Dawesplan wordt in Duitsland ingevoerd.
4 Hitler pleegt een mislukte staatsgreep.
5 Oostenrijk wordt toegevoegd aan het Duitse Rijk. Zet de vijf gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens ... en ten slotte … (vul nummers in).
Bekijk het antwoord
Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.
De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
Gebruik bron 15.
Vraag 25 1 punt
Hieronder staan vijf gebeurtenissen die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog. Deze gebeurtenissen staan al in de juiste volgorde, van vroeger naar later.
1 Nederland mobiliseert het leger.
2 Duitsland valt Nederland binnen.
3 Nederland capituleert.
4 Nederland is een bezet land.
5 De Februaristaking vindt plaats. Op welke plaats hoort de gebeurtenis uit de bron te staan?
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Gebruik bron 16.
Vraag 26 1 punt
De poster is gemaakt tijdens een militaire aanval. Onder welke naam staat deze aanval bekend?
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat het hier gaat om de Slag om Engeland / the Battle of Britain. (1)
Vraag 27 1 punt
Rooms-katholieke kerkleiders in Nederland gaven kritiek op sommige maatregelen van de Duitse bezetter. De Duitsers waren niet blij met deze kritiek. Toch besloten ze om in de eerste jaren van de bezetting de hoogste kerkleiders niet gevangen te zetten. Geef een verklaring waarom de Duitse bezetter besloot om de hoogste kerkleiders niet gevangen te zetten.
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeeld van een juist antwoord is (één van de volgende): − De kerkleiders hadden een grote aanhang (en die zou in verzet kunnen komen). − De bezetter wilde zo weinig mogelijk weerstand oproepen bij de Nederlandse bevolking. − De bezetter hoopte de bevolking te winnen voor het nationaal- socialisme. (1)
Vraag 28 2 punten
De Duitse bezetter besloot in 1943 om alleen nog maar distributiebonnen uit te geven aan personen die de bonnen zélf kwamen ophalen. Dit besluit leverde problemen op voor onderduikers. Leg uit waarom dit besluit problemen opleverde voor onderduikers. Doe dat door
- eerst duidelijk te maken waarvoor een burger distributiebonnen nodig had
- en daarna aan te geven waardoor dat besluit juist problemen opleverde voor onderduikers.
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Alleen met behulp van distributiebonnen kon een burger (legaal/minder duur dan op de zwarte markt) voedsel/goederen kopen (1)
- en dat was nadelig voor onderduikers, omdat zij zich niet (in het openbaar) konden/wilden melden/legitimeren (terwijl dat wel nodig was om aan bonnen te komen) (1)
Vraag 29 1 punt
Sommige Nederlandse burgemeesters die tegen het nationaal-socialisme waren, kozen er tijdens de Tweede Wereldoorlog voor om tóch in functie te blijven. Tijdens een discussie beweert iemand dat hij het goed vindt dat deze burgemeesters tóch in functie bleven. Geef een politiek argument waarom iemand het goed vindt dat deze burgemeesters tóch in functie bleven. Doe het zo: Goed om in functie te blijven, want … (geef een politiek argument).
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeeld van een juist antwoord is: Goed om in functie te blijven, want dan konden ze nog (een beetje) invloed uitoefenen/verzet plegen/orde en rust bewaren / want een NSB-er als burgemeester zou harder/fanatieker optreden. (1)
Gebruik bron 17.
Vraag 30 2 punten
De toespraken zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gehouden door politieke leiders van landen. Hieronder staan de namen van zes politieke leiders:
- Churchill
- Gorbatsjov
- Kennedy
- Lenin
- Roosevelt
- Stalin Geef per toespraak de naam van de politieke leider die de toespraak hield. Let op! Elke naam mag maar één keer gebruikt worden. Er blijven drie namen over. Doe het zo: Bij toespraak 1 hoort … (vul een naam in). (doe hetzelfde voor toespraak 2 en 3)
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bron 17
Hieronder staan drie onderdelen van toespraken van politieke leiders tijdens de Tweede Wereldoorlog:
toespraak 1: Kameraden, mannen van het Rode Leger en onze broeders en zusters. De herdenking van de Revolutie vindt dit keer plaats onder moeilijke omstandigheden. Doordat we kort geleden zijn aangevallen door Duitsland hebben we tijdelijk een aantal gebieden verloren. Dus dood aan de aanvallers! Onder de vlag van Lenin strijden we voor de overwinning!
toespraak 2: Gisteren is ons land aangevallen. Door deze onverwachte Japanse aanval hebben wij grote schade geleden aan onze marineschepen in Pearl Harbor. Helaas zijn er ook veel mariniers gesneuveld. Met het vertrouwen in ons leger en de vastberadenheid van ons volk zullen we overwinnen!
toespraak 3: De capitulatie van België heeft ons leger in grote moeilijkheden gebracht. Maar ook al zijn veel landen door de nazi’s bezet, of bijna bezet, wij zullen niet opgeven. We zullen ons eiland verdedigen, we zullen vechten op zee, we zullen vechten op het strand, we zullen vechten in de straten. We zullen ons nooit overgeven!
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Bij toespraak 1 hoort Stalin. Bij toespraak 2 hoort Roosevelt. Bij toespraak 3 hoort Churchill. indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)
Gebruik nogmaals bron 17.
Vraag 31 1 punt
Zet de toespraken in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, dan … en ten slotte … (vul alleen nummers in).
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bron 17
Hieronder staan drie onderdelen van toespraken van politieke leiders tijdens de Tweede Wereldoorlog:
toespraak 1: Kameraden, mannen van het Rode Leger en onze broeders en zusters. De herdenking van de Revolutie vindt dit keer plaats onder moeilijke omstandigheden. Doordat we kort geleden zijn aangevallen door Duitsland hebben we tijdelijk een aantal gebieden verloren. Dus dood aan de aanvallers! Onder de vlag van Lenin strijden we voor de overwinning!
toespraak 2: Gisteren is ons land aangevallen. Door deze onverwachte Japanse aanval hebben wij grote schade geleden aan onze marineschepen in Pearl Harbor. Helaas zijn er ook veel mariniers gesneuveld. Met het vertrouwen in ons leger en de vastberadenheid van ons volk zullen we overwinnen!
toespraak 3: De capitulatie van België heeft ons leger in grote moeilijkheden gebracht. Maar ook al zijn veel landen door de nazi’s bezet, of bijna bezet, wij zullen niet opgeven. We zullen ons eiland verdedigen, we zullen vechten op zee, we zullen vechten op het strand, we zullen vechten in de straten. We zullen ons nooit overgeven!
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Er is maar één juiste volgorde.
Gebruik bron 18.
Vraag 32 1 punt
Op 15 augustus 1945 gingen de Japanners zich anders gedragen, zoals uit de bron blijkt. Welk besluit van de Japanse regering verklaart het veranderde gedrag?
Bron 15
Een bekendmaking van koningin Wilhelmina:
Nu het voor mijzelf en voor mijn ministers onmogelijk is om Nederland in alle vrijheid te besturen, is het harde, maar noodzakelijke besluit genomen om de regering te verplaatsen naar het buitenland. Wij hopen op een zo spoedig mogelijke terugkeer.
Bron 16
Een Britse poster (1940):
Toelichting Op de poster staat in het Engels: Laat Hitler aan mij over jongen. Jij zou eigenlijk niet in Londen moeten zijn.
Bron 17
Hieronder staan drie onderdelen van toespraken van politieke leiders tijdens de Tweede Wereldoorlog:
toespraak 1: Kameraden, mannen van het Rode Leger en onze broeders en zusters. De herdenking van de Revolutie vindt dit keer plaats onder moeilijke omstandigheden. Doordat we kort geleden zijn aangevallen door Duitsland hebben we tijdelijk een aantal gebieden verloren. Dus dood aan de aanvallers! Onder de vlag van Lenin strijden we voor de overwinning!
toespraak 2: Gisteren is ons land aangevallen. Door deze onverwachte Japanse aanval hebben wij grote schade geleden aan onze marineschepen in Pearl Harbor. Helaas zijn er ook veel mariniers gesneuveld. Met het vertrouwen in ons leger en de vastberadenheid van ons volk zullen we overwinnen!
toespraak 3: De capitulatie van België heeft ons leger in grote moeilijkheden gebracht. Maar ook al zijn veel landen door de nazi’s bezet, of bijna bezet, wij zullen niet opgeven. We zullen ons eiland verdedigen, we zullen vechten op zee, we zullen vechten op het strand, we zullen vechten in de straten. We zullen ons nooit overgeven!
Bron 18
Enkele dagen ná de atoombommen op Japan schrijft een Nederlander in een kamp in Indonesië het volgende over het gedrag van de Japanners:
15 augustus 1945 Vandaag zagen we een merkwaardige verandering in het gedrag van de Japanners. Een Japanner heeft de Japanse vlag naar beneden gehaald. ’s Ochtends moesten we ons allemaal melden om te werken. Maar plotseling kregen we te horen dat we die dag vrij kregen. De Japanners noemden die dag een treurdag.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de capitulatie/overgave van Japan. (1)
Europa en de wereld (1945-1989)
Gebruik bron 19.
Vraag 33 2 punten
In welke twee onderdelen over de Hongaarse opstand is propaganda voor de Sovjet-Unie te herkennen? Schrijf alleen de nummers op.
Bron 19
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vijf onderdelen over de Hongaarse Opstand (1956):
onderdeel 1 Foto van een etalage in Boedapest, uit een Hongaarse krant:
Toelichting Op het raam staat: “Russen ga naar huis!”
onderdeel 2 Uit een rapport van de Verenigde Naties:
Soms moesten soldaten uit de Sovjet-Unie hun tanks verlaten om wegversperringen op te ruimen. Op deze momenten konden vrijheidsstrijders de soldaten aanvallen.
onderdeel 3 Ooggetuigenverslag van een toerist uit de Sovjet-Unie:
Plunderende mensen maakten de hoofdstad van Hongarije onveilig. Maar de Hongaarse arbeiders verdreven deze opstandelingen en herstelden de orde. Tanks uit de Sovjet-Unie hielpen de arbeiders door de loop van hun kanonnen te richten op de opstandelingen.
onderdeel 4 Uit een pamflet:
Wij hebben vertrouwen in u, onze Hongaarse leider. Zorg ervoor dat we u blijven vertrouwen. Dat kunt u doen door ervoor te zorgen dat het leger van de Sovjet-Unie vertrekt uit ons land.
onderdeel 5 Een artikel uit een Nederlandse krant met de titel De leugenpers:
Er worden leugens verteld over de Sovjet-Unie. Bijvoorbeeld dat de Sovjet-Unie verantwoordelijk is voor het gooien van giftige brandbommen op de Hongaarse hoofdstad en dat de Sovjet-Unie ervoor zorgt dat de Hongaarse hoofdstad geen voedsel krijgt. De waarheid is dat de Hongaarse hoofdstad niet gebombardeerd is, dat de Russen eerlijk vochten, zonder wreed te zijn en dat de regering van de Sovjet-Unie juist wél voedsel heeft gestuurd naar Hongarije.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- (onderdeel) 3 (1)
- (onderdeel) 5 (1)
Gebruik bron 20.
Vraag 34 1 punt
De tekening is bedoeld als waarschuwing. Voor welke landen is de waarschuwing bedoeld? En welke boodschap is in de afbeelding te herkennen? de waarschuwing is boodschap: bedoeld voor:
Bron 19
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vijf onderdelen over de Hongaarse Opstand (1956):
onderdeel 1 Foto van een etalage in Boedapest, uit een Hongaarse krant:
Toelichting Op het raam staat: “Russen ga naar huis!”
onderdeel 2 Uit een rapport van de Verenigde Naties:
Soms moesten soldaten uit de Sovjet-Unie hun tanks verlaten om wegversperringen op te ruimen. Op deze momenten konden vrijheidsstrijders de soldaten aanvallen.
onderdeel 3 Ooggetuigenverslag van een toerist uit de Sovjet-Unie:
Plunderende mensen maakten de hoofdstad van Hongarije onveilig. Maar de Hongaarse arbeiders verdreven deze opstandelingen en herstelden de orde. Tanks uit de Sovjet-Unie hielpen de arbeiders door de loop van hun kanonnen te richten op de opstandelingen.
onderdeel 4 Uit een pamflet:
Wij hebben vertrouwen in u, onze Hongaarse leider. Zorg ervoor dat we u blijven vertrouwen. Dat kunt u doen door ervoor te zorgen dat het leger van de Sovjet-Unie vertrekt uit ons land.
onderdeel 5 Een artikel uit een Nederlandse krant met de titel De leugenpers:
Er worden leugens verteld over de Sovjet-Unie. Bijvoorbeeld dat de Sovjet-Unie verantwoordelijk is voor het gooien van giftige brandbommen op de Hongaarse hoofdstad en dat de Sovjet-Unie ervoor zorgt dat de Hongaarse hoofdstad geen voedsel krijgt. De waarheid is dat de Hongaarse hoofdstad niet gebombardeerd is, dat de Russen eerlijk vochten, zonder wreed te zijn en dat de regering van de Sovjet-Unie juist wél voedsel heeft gestuurd naar Hongarije.
Bron 20
Tekening uit een stripboek met de titel De rode ijsberg (1960):
Toelichting Op de boot staat: VS (= Verenigde Staten). Op de rode ijsberg staat het symbool van de Sovjet-Unie. Op de stenen zijn de volgende landen genoemd: Polen, Noord-Korea, DDR, Tsjecho-Slowakije, China en Hongarije.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 35 1 punt
Sommige Nederlanders maakten in de jaren zestig bezwaar tegen de Duitser Claus als echtgenote van de toekomstige koningin Beatrix. Geef een historische verklaring voor hun bezwaar.
Bron 19
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vijf onderdelen over de Hongaarse Opstand (1956):
onderdeel 1 Foto van een etalage in Boedapest, uit een Hongaarse krant:
Toelichting Op het raam staat: “Russen ga naar huis!”
onderdeel 2 Uit een rapport van de Verenigde Naties:
Soms moesten soldaten uit de Sovjet-Unie hun tanks verlaten om wegversperringen op te ruimen. Op deze momenten konden vrijheidsstrijders de soldaten aanvallen.
onderdeel 3 Ooggetuigenverslag van een toerist uit de Sovjet-Unie:
Plunderende mensen maakten de hoofdstad van Hongarije onveilig. Maar de Hongaarse arbeiders verdreven deze opstandelingen en herstelden de orde. Tanks uit de Sovjet-Unie hielpen de arbeiders door de loop van hun kanonnen te richten op de opstandelingen.
onderdeel 4 Uit een pamflet:
Wij hebben vertrouwen in u, onze Hongaarse leider. Zorg ervoor dat we u blijven vertrouwen. Dat kunt u doen door ervoor te zorgen dat het leger van de Sovjet-Unie vertrekt uit ons land.
onderdeel 5 Een artikel uit een Nederlandse krant met de titel De leugenpers:
Er worden leugens verteld over de Sovjet-Unie. Bijvoorbeeld dat de Sovjet-Unie verantwoordelijk is voor het gooien van giftige brandbommen op de Hongaarse hoofdstad en dat de Sovjet-Unie ervoor zorgt dat de Hongaarse hoofdstad geen voedsel krijgt. De waarheid is dat de Hongaarse hoofdstad niet gebombardeerd is, dat de Russen eerlijk vochten, zonder wreed te zijn en dat de regering van de Sovjet-Unie juist wél voedsel heeft gestuurd naar Hongarije.
Bron 20
Tekening uit een stripboek met de titel De rode ijsberg (1960):
Toelichting Op de boot staat: VS (= Verenigde Staten). Op de rode ijsberg staat het symbool van de Sovjet-Unie. Op de stenen zijn de volgende landen genoemd: Polen, Noord-Korea, DDR, Tsjecho-Slowakije, China en Hongarije.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om een verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog/de Duitse bezetting van Nederland. (1)
Vraag 36 2 punten
Andere Nederlanders waren het niet eens met de bezwaren tegen de Duitser Claus als echtgenote van de toekomstige koningin Beatrix. Zij wezen erop dat Nederland inmiddels op veel gebieden met West-Duitsland samenwerkte, zoals in een militair bondgenootschap en in een economische organisatie. Noem de naam van het militaire bondgenootschap en van de economische organisatie. Doe het zo: militair bondgenootschap: … (noem het bondgenootschap) economische organisatie: … (noem de organisatie)
Bron 19
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vijf onderdelen over de Hongaarse Opstand (1956):
onderdeel 1 Foto van een etalage in Boedapest, uit een Hongaarse krant:
Toelichting Op het raam staat: “Russen ga naar huis!”
onderdeel 2 Uit een rapport van de Verenigde Naties:
Soms moesten soldaten uit de Sovjet-Unie hun tanks verlaten om wegversperringen op te ruimen. Op deze momenten konden vrijheidsstrijders de soldaten aanvallen.
onderdeel 3 Ooggetuigenverslag van een toerist uit de Sovjet-Unie:
Plunderende mensen maakten de hoofdstad van Hongarije onveilig. Maar de Hongaarse arbeiders verdreven deze opstandelingen en herstelden de orde. Tanks uit de Sovjet-Unie hielpen de arbeiders door de loop van hun kanonnen te richten op de opstandelingen.
onderdeel 4 Uit een pamflet:
Wij hebben vertrouwen in u, onze Hongaarse leider. Zorg ervoor dat we u blijven vertrouwen. Dat kunt u doen door ervoor te zorgen dat het leger van de Sovjet-Unie vertrekt uit ons land.
onderdeel 5 Een artikel uit een Nederlandse krant met de titel De leugenpers:
Er worden leugens verteld over de Sovjet-Unie. Bijvoorbeeld dat de Sovjet-Unie verantwoordelijk is voor het gooien van giftige brandbommen op de Hongaarse hoofdstad en dat de Sovjet-Unie ervoor zorgt dat de Hongaarse hoofdstad geen voedsel krijgt. De waarheid is dat de Hongaarse hoofdstad niet gebombardeerd is, dat de Russen eerlijk vochten, zonder wreed te zijn en dat de regering van de Sovjet-Unie juist wél voedsel heeft gestuurd naar Hongarije.
Bron 20
Tekening uit een stripboek met de titel De rode ijsberg (1960):
Toelichting Op de boot staat: VS (= Verenigde Staten). Op de rode ijsberg staat het symbool van de Sovjet-Unie. Op de stenen zijn de volgende landen genoemd: Polen, Noord-Korea, DDR, Tsjecho-Slowakije, China en Hongarije.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- militair bondgenootschap: NAVO (1)
- economische organisatie: EGKS / (E)EG (1)
Gebruik bron 21.
Vraag 37 1 punt
Welk begrip hoort bij de bron?
Bron 19
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal vijf onderdelen over de Hongaarse Opstand (1956):
onderdeel 1 Foto van een etalage in Boedapest, uit een Hongaarse krant:
Toelichting Op het raam staat: “Russen ga naar huis!”
onderdeel 2 Uit een rapport van de Verenigde Naties:
Soms moesten soldaten uit de Sovjet-Unie hun tanks verlaten om wegversperringen op te ruimen. Op deze momenten konden vrijheidsstrijders de soldaten aanvallen.
onderdeel 3 Ooggetuigenverslag van een toerist uit de Sovjet-Unie:
Plunderende mensen maakten de hoofdstad van Hongarije onveilig. Maar de Hongaarse arbeiders verdreven deze opstandelingen en herstelden de orde. Tanks uit de Sovjet-Unie hielpen de arbeiders door de loop van hun kanonnen te richten op de opstandelingen.
onderdeel 4 Uit een pamflet:
Wij hebben vertrouwen in u, onze Hongaarse leider. Zorg ervoor dat we u blijven vertrouwen. Dat kunt u doen door ervoor te zorgen dat het leger van de Sovjet-Unie vertrekt uit ons land.
onderdeel 5 Een artikel uit een Nederlandse krant met de titel De leugenpers:
Er worden leugens verteld over de Sovjet-Unie. Bijvoorbeeld dat de Sovjet-Unie verantwoordelijk is voor het gooien van giftige brandbommen op de Hongaarse hoofdstad en dat de Sovjet-Unie ervoor zorgt dat de Hongaarse hoofdstad geen voedsel krijgt. De waarheid is dat de Hongaarse hoofdstad niet gebombardeerd is, dat de Russen eerlijk vochten, zonder wreed te zijn en dat de regering van de Sovjet-Unie juist wél voedsel heeft gestuurd naar Hongarije.
Bron 20
Tekening uit een stripboek met de titel De rode ijsberg (1960):
Toelichting Op de boot staat: VS (= Verenigde Staten). Op de rode ijsberg staat het symbool van de Sovjet-Unie. Op de stenen zijn de volgende landen genoemd: Polen, Noord-Korea, DDR, Tsjecho-Slowakije, China en Hongarije.
Bron 21
Een brief aan de ministerraad (1973):
Zeer Geachte Mevrouw, Zeer Geachte Heren,
Wij willen dat u snel een nationale organisatie opricht om de verhouding tussen vrouwen en mannen te verbeteren. Wij verwachten van de ministerraad dat u ons gaat ondersteunen en samen met ons strijdt tegen de discriminatie van de vrouw.
Met de meeste hoogachting,
MVM (Man Vrouw Maatschappij)
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Door de tijd heen
Vraag 38 2 punten
Hieronder staan vijf belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de staatsinrichting van Nederland:
1 invoering van de vrijheid van onderwijs
2 invoering van het actief kiesrecht voor vrouwen
3 invoering van het Kinderwetje van Van Houten
4 invoering van het recht op werk
5 invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging Zet de vijf gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens ... en ten slotte … (vul nummers in).
Bekijk het antwoord
Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.
Vraag 39 2 punten
In de periodes 1965-1970 en 1985-1990 wordt in Nederlandse kranten veel geschreven over Tsjecho-Slowakije, een land in Oost-Europa. Noem per periode een historische gebeurtenis die verklaart waarom er in die periode veel over Tsjecho-Slowakije geschreven werd. Doe het zo: 1965-1970: … (noem een historische gebeurtenis) 1985-1990: … (noem een historische gebeurtenis)
Bekijk het antwoord
- 1965-1970: de Praagse Lente (1)
- 1985-1990: het (begin van het) einde van communistisch Oost-Europa / Fluwelen Revolutie (1)
De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 40 2 punten
Iemand beweert dat veel mensen in Europa in de periode 1989-2001 optimistisch waren over de toekomst, maar dat het optimisme vanaf 2001 verdween. Geef een historische verklaring voor het optimisme vanaf 1989. Geef ook een historische verklaring waardoor het optimisme vanaf
2001 verdween. Doe het zo: optimisme vanaf 1989: … (geef een verklaring) het verdwijnen van het optimisme vanaf 2001: … (geef een andere verklaring)
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- optimisme vanaf 1989 (één van de volgende): (1p)
- het einde van de Koude Oorlog
- het uiteenvallen van de Sovjet-Unie
- de eenwording van Duitsland
- het verdwijnen van het optimisme vanaf 2001 (één van de volgende): (1p)
- de (terroristische) aanslagen (in New York) van 9 september 2001
- de opkomst van internationaal terrorisme
- het toenemen van internationale spanningen
Vraag 41 1 punt
Hieronder staan drie grondwetsartikelen uit drie periodes:
- 1948: Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen.
- 1963: Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit Nederland, Suriname en de zes eilanden van de Nederlandse Antillen.
- 2010: Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit Nederland en drie eilanden van de Nederlandse Antillen. Uit de drie artikelen blijkt een ontwikkeling. Welke ontwikkeling blijkt uit de drie artikelen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 42 1 punt
Welke Nederlandse politieke leider wordt vaak een populist genoemd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 43 1 punt
Een rooms-katholieke onderwijsorganisatie vierde in 2016 haar 100-jarig bestaan. Er zijn 68 scholen lid van deze organisatie. Er werd ter ere van het jubileum een speciale kerkdienst gehouden. Hieronder staan twee beweringen: bewering 1: De oprichting van de organisatie past bij een kenmerk van Nederland honderd jaar geleden. bewering 2: Feesten worden tegenwoordig steeds minder vaak met kerkdiensten gevierd. Welk begrip past bij bewering 1 en welk begrip past bij bewering 2? bewering 1 bewering 2
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)
Gebruik bron 22.
Vraag 44 1 punt
Iemand beweert dat Nederlanders voordeel hebben van het lidmaatschap van de Europese Unie. Geef, met behulp van de bron, één argument waaruit blijkt dat de bewering juist is.
Bron 22
Kosten voor mobiel bellen vanuit Nederland naar het buitenland (2017): mobiel bellen naar: kosten per minuut: Australië 1,02 België 0,23 Duitsland 0,23 Ghana 1,27 Marokko 1,02 Polen 0,23 Toelichting Alle bedragen zijn in euro’s.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de bewering juist is, omdat bellen naar landen binnen de Europese Unie goedkoper is dan bellen naar landen buiten de Europese Unie. (1)
Door de tijd heen
Gebruik bron 23.
Vraag 45 2 punten
Hieronder staan zeven titels:
1 Auschwitz
2 de Berlijnse Muur
3 de Dodendraad
4 gevangenenkamp opgezet na de aanslag op 11-9
5 het IJzeren Gordijn
6 Pools-Duitse grens
7 Westerbork Geef per foto aan welke titel daarbij hoort. Let op! Elke titel mag maar één keer worden gebruikt. Er blijft één titel over. Doe het zo: Bij foto a hoort titel … (vul nummer in). (enzovoort tot en met foto f)
Bron 23
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal zes foto’s (a tot en met f) van grenzen en hekwerken.
foto a Het weghalen van een slagboom bij een grens tijdens de Blitzkrieg:
foto b Er wordt een grens gebouwd om het vertrek van mensen uit de DDR tegen te houden:
foto c Een grens voorzien van elektrische hoogspanning tussen Nederland en België:
foto d Een hekwerk om terroristen niet te laten ontsnappen:
Toelichting Op de wachttoren hangt de vlag van de Verenigde Staten.
foto e De aanleg van de grens tussen Tsjecho-Slowakije en de BRD:
foto f Prikkeldraad rondom een vernietigingskamp:
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Bij foto a hoort titel 6 (= Pools-Duitse grens). Bij foto b hoort titel 2 (= de Berlijnse Muur). Bij foto c hoort titel 3 (= de Dodendraad). Bij foto d hoort titel 4 (= gevangenenkamp opgezet na de aanslag op 11-9). Bij foto e hoort titel 5 (= het IJzeren Gordijn). Bij foto f hoort titel 1 (= Auschwitz). indien zes antwoorden juist (2) indien vijf of vier antwoorden juist (1) indien minder dan vier antwoorden juist (0) (2)
Gebruik nogmaals bron 23.
Vraag 46 2 punten
Zet de zes foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Let op! Eén foto staat al op de juiste plaats. Doe het zo: Eerst …, dan …, daarna …, vervolgens letter e, daarna … en ten slotte … (vul alleen de ontbrekende letters in).
Bron 23
Hieronder en op de volgende pagina staan in totaal zes foto’s (a tot en met f) van grenzen en hekwerken.
foto a Het weghalen van een slagboom bij een grens tijdens de Blitzkrieg:
foto b Er wordt een grens gebouwd om het vertrek van mensen uit de DDR tegen te houden:
foto c Een grens voorzien van elektrische hoogspanning tussen Nederland en België:
foto d Een hekwerk om terroristen niet te laten ontsnappen:
Toelichting Op de wachttoren hangt de vlag van de Verenigde Staten.
foto e De aanleg van de grens tussen Tsjecho-Slowakije en de BRD:
foto f Prikkeldraad rondom een vernietigingskamp:
►►► ν
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Geschiedenis en staatsinrichting 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0125-a-18-2-o
Andere examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 loopt tot vraag 46. Van 44 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (20), staatsinrichting (7) en historische vaardigheden (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0125-a-18-2-c).
Hoe oefen ik met het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.