Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Nederland (1848-1914), Nederland (1848-1914), De Eerste Wereldoorlog (1914-1918), De Eerste Wereldoorlog (1914-1918), Het Interbellum (1918-1939), De Tweede Wereldoorlog (1939-1945), Door de tijd heen, Europa en de wereld (1945-1989), Door de tijd heen, De nieuwe wereldorde (vanaf 1990).

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 47. Van 45 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (21), staatsinrichting (11) en Koude Oorlog (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tijd van wereldoorlogen10-23, 26-31, 3421
Staatsinrichting1-5, 8-9, 24-25, 42, 4511
Koude Oorlog35-36, 38, 40, 445
Tijd van televisie en computer39, 41, 46-474
Tijd van burgers en stoommachines6-72
Historische vaardigheden331
Dekolonisatie371

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over staatsinrichting (24% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over tijd van wereldoorlogen (47% van de vragen, gemiddeld 54%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Nederland (1848-1914)

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 1 1 punt

In verschillende Nederlandse steden staat een standbeeld van de politicus Thorbecke. Ook zijn er straten, parken en scholen naar hem vernoemd. Hij was blijkbaar een belangrijk politicus. Geef een historische reden waarom Thorbecke nog steeds als een belangrijk politicus wordt gezien.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (één van de volgende): − Hij was (een van) de belangrijkste schrijver(s)/ontwerper(s) van de nieuwe Grondwet van 1848. − Hij heeft de staatsinrichting van Nederland (mede) gevormd. − Hij was een grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland. (1)

Nederland (1848-1914)

Gebruik bron 1.

Vraag 2 1 punt

In de nieuwe Grondwet van 1848 stonden grondrechten waardoor het mogelijk werd om bisschoppen te benoemen. Noem een van deze grondrechten.

Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (het recht op) vrijheid van godsdienst / vrijheid van vereniging en vergadering (1)

Vraag 3 1 punt

In de Luxemburgse Kwestie was het parlement het niet eens met de regering. Het parlement dwong de ministers tot aftreden, maar nam geen maatregelen tegen de koning. Geef een politieke reden waarom het parlement volgens de Grondwet van 1848 geen maatregelen nam tegen de koning.

Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat er (vanaf de invoering van de nieuwe Grondwet van 1848) sprake was van koninklijke onschendbaarheid / ministeriële verantwoordelijkheid. (1)

Gebruik bron 2.

Vraag 4 1 punt

De toespraak is gehouden met de bedoeling het kiesrecht aan te passen. Welke aanpassing wordt bedoeld? de invoering van het

  1. A actief kiesrecht
  2. B algemeen kiesrecht
  3. C caoutchouc-artikel
  4. D passief kiesrecht
Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bron 2

Uit een toespraak in de Tweede Kamer (1887):

Algemeen kiesrecht, niemand zit erop te wachten! Er zouden dan ongeveer één miljoen kiezers zijn. Daarvan zullen er honderdduizenden niet geschikt zijn om te stemmen. Maar ik moet toegeven dat het kiesrecht te veel beperkt wordt door het censuskiesrecht. Ik vind dat iemand ook kiesrecht moet kunnen krijgen bij maatschappelijke welstand en geschiktheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gebruik nogmaals bron 2.

Vraag 5 1 punt

In de bron wordt gesproken van ‘maatschappelijke welstand en geschiktheid’. Geef een voorbeeld van ‘maatschappelijke welstand en geschiktheid’.

Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bron 2

Uit een toespraak in de Tweede Kamer (1887):

Algemeen kiesrecht, niemand zit erop te wachten! Er zouden dan ongeveer één miljoen kiezers zijn. Daarvan zullen er honderdduizenden niet geschikt zijn om te stemmen. Maar ik moet toegeven dat het kiesrecht te veel beperkt wordt door het censuskiesrecht. Ik vind dat iemand ook kiesrecht moet kunnen krijgen bij maatschappelijke welstand en geschiktheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het noemen van de Nederlandse nationaliteit of dat het kiesrecht voorbehouden is aan mannelijke ingezetenen, mag niet goed gerekend worden omdat deze algemene voorwaarden betreffen die in de Grondwet van 1887 stonden.

Gebruik bron 3.

Vraag 6 1 punt

De ideeën van de persoon die beschreven wordt, passen bij de uitgangspunten van een organisatie. Welke organisatie wordt bedoeld?

  1. A de Anti-Revolutionaire Partij
  2. B de Liberale Unie
  3. C de Sociaal Democratische Arbeiders Partij
  4. D de Vrije Vrouwenvereeniging
Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bron 2

Uit een toespraak in de Tweede Kamer (1887):

Algemeen kiesrecht, niemand zit erop te wachten! Er zouden dan ongeveer één miljoen kiezers zijn. Daarvan zullen er honderdduizenden niet geschikt zijn om te stemmen. Maar ik moet toegeven dat het kiesrecht te veel beperkt wordt door het censuskiesrecht. Ik vind dat iemand ook kiesrecht moet kunnen krijgen bij maatschappelijke welstand en geschiktheid.

Bron 3

Omschrijving van een persoon op een website:

Zij schreef rond 1895 artikelen voor een organisatie. In haar artikelen stond onder andere dat de ongelijke beloningen voor mannen en vrouwen afgeschaft moesten worden. Ook vond ze dat getrouwde en ongetrouwde vrouwen dezelfde rechten moesten hebben. Ze was daarnaast een groot voorstander van anticonceptie en het bewust regelen van het aantal kinderen dat werd geboren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 7 1 punt

In de tweede helft van de negentiende eeuw waren er in Nederland veel krotwoningen. De Woningwet van 1901 moest daar een einde aan maken. Hieronder staan drie ontwikkelingen die geleid hebben tot de Woningwet van 1901:

1 ontstaan van de sociale kwestie

2 opkomst van de industrie

3 snelle verstedelijking Wat is de juiste volgorde van deze ontwikkelingen?

  1. A 1 → 2 → 3 → Woningwet
  2. B 1 → 3 → 2 → Woningwet
  3. C 2 → 1 → 3 → Woningwet
  4. D 2 → 3 → 1 → Woningwet
Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bron 2

Uit een toespraak in de Tweede Kamer (1887):

Algemeen kiesrecht, niemand zit erop te wachten! Er zouden dan ongeveer één miljoen kiezers zijn. Daarvan zullen er honderdduizenden niet geschikt zijn om te stemmen. Maar ik moet toegeven dat het kiesrecht te veel beperkt wordt door het censuskiesrecht. Ik vind dat iemand ook kiesrecht moet kunnen krijgen bij maatschappelijke welstand en geschiktheid.

Bron 3

Omschrijving van een persoon op een website:

Zij schreef rond 1895 artikelen voor een organisatie. In haar artikelen stond onder andere dat de ongelijke beloningen voor mannen en vrouwen afgeschaft moesten worden. Ook vond ze dat getrouwde en ongetrouwde vrouwen dezelfde rechten moesten hebben. Ze was daarnaast een groot voorstander van anticonceptie en het bewust regelen van het aantal kinderen dat werd geboren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 8 3 punten

Hieronder staat een schema: politiek doel politieke stroming leider bereikt in het jaar algemeen mannenkiesrecht socialisten …(1)… …(2)… algemeen vrouwenkiesrecht …(3)… …(4)… 1919 gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs …(5)… Kuyper …(6)… Vul het schema verder in. Let op! Sommige antwoorden zijn al ingevuld. Vul alleen in wat bij de nummers 1 tot en met 6 hoort. Doe het zo: Bij nummer 1 hoort … (enzovoort tot en met nummer 6)

Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bron 2

Uit een toespraak in de Tweede Kamer (1887):

Algemeen kiesrecht, niemand zit erop te wachten! Er zouden dan ongeveer één miljoen kiezers zijn. Daarvan zullen er honderdduizenden niet geschikt zijn om te stemmen. Maar ik moet toegeven dat het kiesrecht te veel beperkt wordt door het censuskiesrecht. Ik vind dat iemand ook kiesrecht moet kunnen krijgen bij maatschappelijke welstand en geschiktheid.

Bron 3

Omschrijving van een persoon op een website:

Zij schreef rond 1895 artikelen voor een organisatie. In haar artikelen stond onder andere dat de ongelijke beloningen voor mannen en vrouwen afgeschaft moesten worden. Ook vond ze dat getrouwde en ongetrouwde vrouwen dezelfde rechten moesten hebben. Ze was daarnaast een groot voorstander van anticonceptie en het bewust regelen van het aantal kinderen dat werd geboren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij nummer 1 hoort Troelstra / Domela Nieuwenhuis. Bij nummer 2 hoort 1917. Bij nummer 3 hoort feministen / socialisten. Bij nummer 4 hoort (Aletta) Jacobs / (Wilhelmina) Drucker. Bij nummer 5 hoort protestanten / confessionelen. Bij nummer 6 hoort 1917. indien zes antwoorden juist (3) indien vijf of vier antwoorden juist (2) indien drie of twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (3)

Vraag 9 1 punt

Hieronder staan twee beweringen die worden gebruikt als argumenten tegen een bepaald kiesstelsel:

1 De confessionele partijen behalen in 1905 en in 1913 de meeste stemmen, maar krijgen toch niet de meeste zetels in de Tweede Kamer.

2 Een liberale kandidaat heeft in het rooms-katholieke Limburg geen enkele kans om in de Tweede Kamer te komen. Tegen welk kiesstelsel zijn de argumenten gericht?

Bron 1

Uit een officiële brief van de paus:

Rome, 4 maart 1853

Omdat er zo veel rooms-katholieken wonen wil ik, als paus, weer bisschoppen benoemen in Nederland. Eeuwenlang was dit verboden, maar door de nieuwe grondwet is het weer mogelijk. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de koning het benoemen van bisschoppen toestaat.

paus Pius IX

Bron 2

Uit een toespraak in de Tweede Kamer (1887):

Algemeen kiesrecht, niemand zit erop te wachten! Er zouden dan ongeveer één miljoen kiezers zijn. Daarvan zullen er honderdduizenden niet geschikt zijn om te stemmen. Maar ik moet toegeven dat het kiesrecht te veel beperkt wordt door het censuskiesrecht. Ik vind dat iemand ook kiesrecht moet kunnen krijgen bij maatschappelijke welstand en geschiktheid.

Bron 3

Omschrijving van een persoon op een website:

Zij schreef rond 1895 artikelen voor een organisatie. In haar artikelen stond onder andere dat de ongelijke beloningen voor mannen en vrouwen afgeschaft moesten worden. Ook vond ze dat getrouwde en ongetrouwde vrouwen dezelfde rechten moesten hebben. Ze was daarnaast een groot voorstander van anticonceptie en het bewust regelen van het aantal kinderen dat werd geboren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • het districtenstelsel (1)

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 10 1 punt

De man van koningin Wilhelmina, prins Hendrik, werd geboren in Duitsland. Hendrik ging vlak na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op bezoek in Limburg. Omdat hij in de buurt was, stak hij de grens over naar België. Daar bracht hij een bezoek aan een aantal Duitse soldaten die hij kende van vroeger. Koningin Wilhelmina werd boos op haar man toen zij van dit bezoek hoorde. Geef een politieke reden waarom koningin Wilhelmina boos werd.

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de Nederlandse neutraliteit hierdoor geschaad zou kunnen worden. (1)

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

Gebruik bron 4.

Vraag 11 1 punt

Welke kaart hoort bij het verhaal van de soldaat?

  1. A kaart 1
  2. B kaart 2
  3. C kaart 3
  4. D kaart 4
Bron 4

Hieronder staat eerst een verhaal. Daarna volgen vier kaarten waarop een frontlinie staat aangegeven.

Een soldaat vertelt over een aanval:

Ik hijs mezelf op uit de loopgraaf, val met mijn gezicht in de modder en sta weer op. De eerste soldaten hebben de vijandelijke loopgraaf bereikt, als plotseling boven onze hoofden granaten uit elkaar spatten. Om mij heen slaan de kogels in de grond. Ik ben bij het prikkeldraad aangekomen. Ik stap met moeite over paaltjes heen. Het angstzweet breekt mij uit, want ik geloof dat er tientallen mitrailleurs op me gericht zijn. Alweer een zinloze aanval en zo gaat het al jaren.

kaart 1 kaart 2

kaart 3 kaart 4

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Gebruik bron 5.

Vraag 12 1 punt

De vier gedichten geven een indruk van de Eerste Wereldoorlog. In een van de gedichten wordt beschreven hoe iemand wordt gedood door een wapen dat tijdens deze oorlog voor het eerst werd toegepast. In welk gedicht wordt dit wapen beschreven?

  1. A gedicht 1
  2. B gedicht 2
  3. C gedicht 3
  4. D gedicht 4
Bron 4

Hieronder staat eerst een verhaal. Daarna volgen vier kaarten waarop een frontlinie staat aangegeven.

Een soldaat vertelt over een aanval:

Ik hijs mezelf op uit de loopgraaf, val met mijn gezicht in de modder en sta weer op. De eerste soldaten hebben de vijandelijke loopgraaf bereikt, als plotseling boven onze hoofden granaten uit elkaar spatten. Om mij heen slaan de kogels in de grond. Ik ben bij het prikkeldraad aangekomen. Ik stap met moeite over paaltjes heen. Het angstzweet breekt mij uit, want ik geloof dat er tientallen mitrailleurs op me gericht zijn. Alweer een zinloze aanval en zo gaat het al jaren.

kaart 1 kaart 2

kaart 3 kaart 4

Bron 5

Hieronder staan vier gedichten over de Eerste Wereldoorlog:

gedicht 1

Ik weet niet of ik sterven zal. Zal een mes mij snijden? Zal een kogel of een bajonet mij een wrede dood bereiden?

gedicht 2

Zal giftig of verstikkend gas mijn longen binnendringen? Of zal het moordende metaal mijn ingewanden verwringen?

gedicht 3

Zou een tegenstander straks mijn vlees aan flarden rijten (= scheuren)? Of zal bij een strijd van man tegen man een zwaard mijn schedel splijten?

gedicht 4

Het voedsel begint te ontbreken tot zelfs in ons neutrale land. Hoe zal het dan zijn in de streken waar het krijgsvuur is ontbrand?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Gebruik bron 6.

Vraag 13 1 punt

Het sierbord is gemaakt om mensen te herinneren aan een kenmerk van het dagelijks leven in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Welk kenmerk wordt bedoeld?

Bron 4

Hieronder staat eerst een verhaal. Daarna volgen vier kaarten waarop een frontlinie staat aangegeven.

Een soldaat vertelt over een aanval:

Ik hijs mezelf op uit de loopgraaf, val met mijn gezicht in de modder en sta weer op. De eerste soldaten hebben de vijandelijke loopgraaf bereikt, als plotseling boven onze hoofden granaten uit elkaar spatten. Om mij heen slaan de kogels in de grond. Ik ben bij het prikkeldraad aangekomen. Ik stap met moeite over paaltjes heen. Het angstzweet breekt mij uit, want ik geloof dat er tientallen mitrailleurs op me gericht zijn. Alweer een zinloze aanval en zo gaat het al jaren.

kaart 1 kaart 2

kaart 3 kaart 4

Bron 5

Hieronder staan vier gedichten over de Eerste Wereldoorlog:

gedicht 1

Ik weet niet of ik sterven zal. Zal een mes mij snijden? Zal een kogel of een bajonet mij een wrede dood bereiden?

gedicht 2

Zal giftig of verstikkend gas mijn longen binnendringen? Of zal het moordende metaal mijn ingewanden verwringen?

gedicht 3

Zou een tegenstander straks mijn vlees aan flarden rijten (= scheuren)? Of zal bij een strijd van man tegen man een zwaard mijn schedel splijten?

gedicht 4

Het voedsel begint te ontbreken tot zelfs in ons neutrale land. Hoe zal het dan zijn in de streken waar het krijgsvuur is ontbrand?

Bron 6

Een sierbord om de Eerste Wereldoorlog te herdenken (1918):

Toelichting Op het sierbord staat: Kaarten en bons (= bonnen), wat een tijd kost gij (= kosten jullie) ons. Op de rand staat: brood, boter, koffie en kaas. Onderaan staat: 1918.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (één van de volgende): − distributie(systeem) / voedselbonnen − schaarste / honger / gebrek aan levensmiddelen (1)

Het Interbellum (1918-1939)

Gebruik bron 7.

Vraag 14 2 punten

In de Sovjet-Unie hebben beeldhouwers een beeld van Lenin uitgehakt. Ze hebben met opzet rode steen gebruikt. Geef eerst een historische reden om van Lenin een beeld te maken. Geef daarna een politieke reden waarom gekozen is voor rode steen. Doe het zo: historische reden voor Lenin: … politieke reden voor de kleur rood: …

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • historische reden voor Lenin: Lenin was de leider van de Russische Revolutie / de communistische partij / de stichter van de Sovjet-Unie (1)
  • politieke reden voor de kleur rood: Rood is de kleur van het communisme / rood staat symbool voor het communisme (en het is een eerbetoon aan de communistische leider) (1)

Gebruik bron 8.

Vraag 15 2 punten

In de bron zijn de landen die betrokken zijn bij het Dawesplan nog niet ingevuld. Hieronder staan enkele landen:

1 Duitsland

2 Frankrijk

3 Nederland

4 Sovjet-Unie

5 Turkije

6 Verenigde Staten Welke landen horen in het schema bij de letters a, b en c te staan? Doe het zo: Bij a hoort … (vul nummer in). (enzovoort tot en met c)

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij a hoort 6 (= Verenigde Staten). Bij b hoort 1 (= Duitsland). Bij c hoort 2 (= Frankrijk). indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

Vraag 16 1 punt

In 1929 ontstond er een economische wereldcrisis. Vooral Duitsland werd zwaar getroffen en miljoenen mensen verloren hun baan. De volgende gebeurtenissen in de Verenigde Staten speelden hierbij een rol:

1 Banken gingen failliet doordat leningen niet meer terugbetaald konden worden.

2 De aandelenkoersen daalden enorm.

3 Financiële hulp aan Duitsland werd stopgezet. Wat is de juiste volgorde van deze gebeurtenissen die geleid hebben tot een hoge werkloosheid in Duitsland?

  1. A 1 → 2 → 3 → hoge werkloosheid in Duitsland
  2. B 1 → 3 → 2 → hoge werkloosheid in Duitsland
  3. C 2 → 1 → 3 → hoge werkloosheid in Duitsland
  4. D 2 → 3 → 1 → hoge werkloosheid in Duitsland
Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gebruik bron 9.

Vraag 17 2 punten

In de poster is een mening te herkennen over het Verdrag van Versailles. Welke mening wordt bedoeld? Verklaar je antwoord met behulp van de bron. Doe het zo: De mening is: … De mening is te herkennen aan: …

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na een juiste mening een juist, bijpassend onderdeel van de bron wordt genoemd, wordt het tweede scorepunt toegekend.

Gebruik bron 10.

Vraag 18 2 punten

Met dit bordspel kan de opkomst van de NSDAP worden nagespeeld. Enkele spelregels van het bordspel zijn: Wie op het vakje van 1923 terechtkomt, moet weer helemaal opnieuw beginnen. Wie als eerste in 1933 aankomt, heeft gewonnen. Geef eerst een historische reden waarom je helemaal opnieuw moet beginnen als je op 1923 terechtkomt. Geef daarna een historische reden waarom je gewonnen hebt als je in

1933 aankomt. Doe het zo: opnieuw beginnen in 1923, omdat … gewonnen in 1933, omdat …

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bron 10

Een bordspel uit Duitsland (1933):

Toelichting Op de doos van het bordspel staat: De overwinningsmars van het hakenkruis.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • opnieuw beginnen in 1923, omdat Hitler (in dat jaar) een mislukte staatsgreep pleegde (1)
  • gewonnen in 1933, omdat de nazi’s (onder leiding van Hitler in dat jaar) aan de macht kwamen (1)

Vraag 19 1 punt

In 1932 was er in Oekraïne sprake van een ernstige hongersnood. Oekraïne was op dat moment onderdeel van de Sovjet-Unie. De oorzaak van de hongersnood was een misoogst als gevolg van het communistische systeem. Ook waren de boeren verplicht om het weinige graan aan de overheid te leveren. Die verkocht het aan het buitenland. De misoogst heeft te maken met een kenmerk van het communisme. De verkoop van het graan past bij een regeringsvorm. Welke combinatie van kenmerk en regeringsvorm hoort bij de Sovjet-Unie? kenmerk van communisme regeringsvorm

  1. A collectivisatie democratie
  2. B collectivisatie dictatuur
  3. C indoctrinatie democratie
  4. D indoctrinatie dictatuur
Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bron 10

Een bordspel uit Duitsland (1933):

Toelichting Op de doos van het bordspel staat: De overwinningsmars van het hakenkruis.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Gebruik bron 11.

Vraag 20 1 punt

In de bron zijn twee kenmerken van nationaal-socialisme te herkennen: indoctrinatie en persoonsverheerlijking. Kies één kenmerk dat past bij deze bron. Verklaar je antwoord met behulp van de bron. Doe het zo: Kenmerk: … (kies uit: indoctrinatie / persoonsverheerlijking), omdat … (verklaar je antwoord).

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bron 10

Een bordspel uit Duitsland (1933):

Toelichting Op de doos van het bordspel staat: De overwinningsmars van het hakenkruis.

Bron 11

Een versje dat dagelijks na het eten op kleuterscholen in nazi-Duitsland werd opgezegd:

Führer, bedankt voor dit eten, beschermer van de jeugd, beschermer van de ouderen! U piekert, ik weet het, maar maakt u zich geen zorgen, ik ben bij u, dag en nacht. Leg gerust uw hoofd in mijn schoot, U bent veilig, mijn Führer, omdat u machtig bent. Heil, mijn Führer!

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na een keuze een juiste, bijpassende verklaring volgt, wordt

1 scorepunt toegekend.

Gebruik bron 12.

Vraag 21 2 punten

Het nationaal-socialisme in Duitsland en het fascisme in Italië hebben veel overeenkomsten. Maar vóór de Tweede Wereldoorlog is er ook een belangrijk verschil tussen beide politieke stromingen. Noem eerst met behulp van de bron een overeenkomst tussen beide politieke stromingen. Noem daarna zonder bron een kenmerk van het nationaal-socialisme dat het fascisme eerst niet had. Doe het zo: overeenkomst tussen beide stromingen: … (met behulp van de bron) kenmerk van het nationaal-socialisme: … (zonder bron)

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bron 10

Een bordspel uit Duitsland (1933):

Toelichting Op de doos van het bordspel staat: De overwinningsmars van het hakenkruis.

Bron 11

Een versje dat dagelijks na het eten op kleuterscholen in nazi-Duitsland werd opgezegd:

Führer, bedankt voor dit eten, beschermer van de jeugd, beschermer van de ouderen! U piekert, ik weet het, maar maakt u zich geen zorgen, ik ben bij u, dag en nacht. Leg gerust uw hoofd in mijn schoot, U bent veilig, mijn Führer, omdat u machtig bent. Heil, mijn Führer!

Bron 12

Een briefkaart uit 1937:

Toelichting Links staat Mussolini, leider van de fascisten in Italië. Rechts staat Hitler, leider van de nationaal-socialisten in Duitsland.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • overeenkomst tussen beide stromingen: het leiderschapsbeginsel / het Führerprincipe (of een omschrijving daarvan) / geen democratie / persoonsverheerlijking / beiden waren dictaturen (1)
  • kenmerk van het nationaal-socialisme: antisemitisme/Jodenhaat (1)

Gebruik bron 13.

Vraag 22 1 punt

Naar aanleiding van welke gebeurtenis in Duitsland vond dit gesprek plaats?

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bron 10

Een bordspel uit Duitsland (1933):

Toelichting Op de doos van het bordspel staat: De overwinningsmars van het hakenkruis.

Bron 11

Een versje dat dagelijks na het eten op kleuterscholen in nazi-Duitsland werd opgezegd:

Führer, bedankt voor dit eten, beschermer van de jeugd, beschermer van de ouderen! U piekert, ik weet het, maar maakt u zich geen zorgen, ik ben bij u, dag en nacht. Leg gerust uw hoofd in mijn schoot, U bent veilig, mijn Führer, omdat u machtig bent. Heil, mijn Führer!

Bron 12

Een briefkaart uit 1937:

Toelichting Links staat Mussolini, leider van de fascisten in Italië. Rechts staat Hitler, leider van de nationaal-socialisten in Duitsland.

Bron 13

Een gesprek tussen twee belangrijke nazi’s naar aanleiding van een gebeurtenis in Duitsland:

Persoon 1: “Door de terechte woede van het Duitse volk tegen de Joden is er in het hele land veel schade aangericht. Ik neem aan dat een deel van de Joden verzekerd is.” Persoon 2: “Bij de glasverzekering is verreweg het grootste deel van degenen die schade geleden hebben Duits, want zij zijn de eigenaren van de winkels. De Joden huren slechts de winkelruimte.” Persoon 1: “Dan moeten de Joden de schade zelf betalen.”

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het over de (Reichs)kristallnacht / de novemberpogrom gaat. (1)

Gebruik nogmaals bron 13.

Vraag 23 2 punten

Joodse slachtoffers moesten de schade zelf betalen. Dat paste bij het doel van wetten die de nazi’s enkele jaren daarvoor hadden aangenomen. Welke wetten worden bedoeld en wat was het doel van de wetten? Doe het zo: naam van de wetten: … doel van de wetten: …

Bron 7

Een beeld van Lenin, uitgehakt in rode steen (1924):

Bron 8

Een schema van het Dawesplan (1924):

Bron 9

Een poster van de NSDAP (1931):

Toelichting Op de poster staat: Versailles. NSDAP.

Bron 10

Een bordspel uit Duitsland (1933):

Toelichting Op de doos van het bordspel staat: De overwinningsmars van het hakenkruis.

Bron 11

Een versje dat dagelijks na het eten op kleuterscholen in nazi-Duitsland werd opgezegd:

Führer, bedankt voor dit eten, beschermer van de jeugd, beschermer van de ouderen! U piekert, ik weet het, maar maakt u zich geen zorgen, ik ben bij u, dag en nacht. Leg gerust uw hoofd in mijn schoot, U bent veilig, mijn Führer, omdat u machtig bent. Heil, mijn Führer!

Bron 12

Een briefkaart uit 1937:

Toelichting Links staat Mussolini, leider van de fascisten in Italië. Rechts staat Hitler, leider van de nationaal-socialisten in Duitsland.

Bron 13

Een gesprek tussen twee belangrijke nazi’s naar aanleiding van een gebeurtenis in Duitsland:

Persoon 1: “Door de terechte woede van het Duitse volk tegen de Joden is er in het hele land veel schade aangericht. Ik neem aan dat een deel van de Joden verzekerd is.” Persoon 2: “Bij de glasverzekering is verreweg het grootste deel van degenen die schade geleden hebben Duits, want zij zijn de eigenaren van de winkels. De Joden huren slechts de winkelruimte.” Persoon 1: “Dan moeten de Joden de schade zelf betalen.”

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • naam van de wetten: (Neurenberger) rassenwetten / Neurenberger wetten (1)
  • doel van de wetten: Joden buiten de samenleving plaatsen/als tweederangsburgers / Joden rechten ontnemen (1)

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

Gebruik bron 14.

Vraag 24 1 punt

Waarom mogen kabinet en koningin niet gescheiden worden? Zij vormen samen

  1. A de coalitie.
  2. B de oppositie.
  3. C de regering.
  4. D de Staten-Generaal.
Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 25 2 punten

Hieronder staan vier functies van een bepaalde politicus:

  • lid van de Provinciale Staten van Limburg in 1935
  • lid van de Eerste Kamer van 1935 tot 1937
  • lid van de Tweede Kamer van 1937 tot 1941
  • Commissaris van de Provincie Limburg van 1941 tot 1944 De politicus vervulde de vier functies namens één politieke partij. Welke partij wordt bedoeld? Verklaar je antwoord. Doe het zo: De partij is …, omdat … (geef verklaring).
Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na het noemen van de NSB een juiste verklaring volgt, wordt het tweede scorepunt toegekend.

Gebruik bron 15.

Vraag 26 1 punt

Wanneer werd deze poster gebruikt? En bij welk bondgenootschap hoort de poster? gebruikt bondgenootschap

  1. A vóór 1941 As-mogendheden
  2. B vóór 1941 Geallieerden
  3. C na 1941 As-mogendheden
  4. D na 1941 Geallieerden
Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Gebruik bron 16.

Vraag 27 2 punten

In de prent is een boodschap te herkennen. Leg uit waarom deze boodschap tijdens de bezetting niet in een officiële Nederlandse krant heeft gestaan. Doe dit door:

  • eerst aan te geven welke boodschap op de prent te herkennen is
  • en daarna aan te geven waarom de prent toen niet in een officiële krant kan hebben gestaan.
Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bron 16

Een politieke prent over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Toelichting Op de prent bovenaan staat prinses Juliana in 1939 op het balkon van het paleis op de Dam in Amsterdam. Zij draagt haar dochter Beatrix op de arm. Onderaan staat Seyss-Inquart in 1941, ook op het balkon van het Paleis op de Dam. Hij heeft Anton Mussert op de arm. Seyss-Inquart was de hoogste bestuurder van de Duitse bezetter in Nederland.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De boodschap is dat het koningshuis veel populairder was dan de Duitse bezetter / dat de Duitse bezetter niet populair is / dat de Duitsers Mussert (als leider) niet serieus nemen (1)
  • De prent kan niet in een officiële krant hebben gestaan, omdat er (tijdens de Tweede Wereldoorlog) sprake was van censuur / in kranten geen spot mocht worden gedreven met de Duitse bezetter (1)

Gebruik bron 17.

Vraag 28 1 punt

De prent is gemaakt naar aanleiding van een maatregel van de Duitse bezetter in Nederland. De maatregel werd officieel vanaf 1943 ingevoerd en gold uiteindelijk voor alle mannen in de leeftijd van 17 tot 40 jaar. Welke maatregel wordt bedoeld?

Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bron 16

Een politieke prent over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Toelichting Op de prent bovenaan staat prinses Juliana in 1939 op het balkon van het paleis op de Dam in Amsterdam. Zij draagt haar dochter Beatrix op de arm. Onderaan staat Seyss-Inquart in 1941, ook op het balkon van het Paleis op de Dam. Hij heeft Anton Mussert op de arm. Seyss-Inquart was de hoogste bestuurder van de Duitse bezetter in Nederland.

Bron 17

Een politieke prent (1945):

Toelichting Op de prent staat: Meld je niet! Laat je niet pakken, voor den donder! Wees een vent, en duik onder!!

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het gaat om de gedwongen tewerkstelling / arbeidsinzet. (1)

Vraag 29 1 punt

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de uitvoerende macht in handen van de Duitse bezetter. In 1943 werden in Leeuwarden twee rechters door de Duitse bezetter ontslagen, omdat zij weigerden een verdachte te veroordelen en naar een concentratiekamp te sturen waar gevangenen mishandeld werden. Verschillende rechters protesteerden tegen het ontslag, omdat zij vonden dat het in strijd was met de scheiding van de machten. Geef een reden waarom de rechters vonden dat het ontslag in strijd was met de scheiding van de machten.

Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bron 16

Een politieke prent over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Toelichting Op de prent bovenaan staat prinses Juliana in 1939 op het balkon van het paleis op de Dam in Amsterdam. Zij draagt haar dochter Beatrix op de arm. Onderaan staat Seyss-Inquart in 1941, ook op het balkon van het Paleis op de Dam. Hij heeft Anton Mussert op de arm. Seyss-Inquart was de hoogste bestuurder van de Duitse bezetter in Nederland.

Bron 17

Een politieke prent (1945):

Toelichting Op de prent staat: Meld je niet! Laat je niet pakken, voor den donder! Wees een vent, en duik onder!!

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat rechters niet door de uitvoerende macht ontslagen moeten kunnen worden (omdat de rechtspraak onafhankelijk moet zijn) / dat er door het ontslag geen sprake is van onafhankelijke rechtspraak (omdat de uitvoerende macht geen rechters mag ontslaan). (1)

Vraag 30 1 punt

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er aannemers die ‘bunkerbouwers’ werden genoemd. Deze Nederlandse aannemers boden vrijwillig hun diensten aan om voor de Duitse bezetter bunkers te bouwen langs de Nederlandse kust. Welk begrip past bij het aannemen van deze opdrachten?

  1. A aanpassingspolitiek
  2. B collaboratie
  3. C gelijkschakeling
  4. D verzet
Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bron 16

Een politieke prent over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Toelichting Op de prent bovenaan staat prinses Juliana in 1939 op het balkon van het paleis op de Dam in Amsterdam. Zij draagt haar dochter Beatrix op de arm. Onderaan staat Seyss-Inquart in 1941, ook op het balkon van het Paleis op de Dam. Hij heeft Anton Mussert op de arm. Seyss-Inquart was de hoogste bestuurder van de Duitse bezetter in Nederland.

Bron 17

Een politieke prent (1945):

Toelichting Op de prent staat: Meld je niet! Laat je niet pakken, voor den donder! Wees een vent, en duik onder!!

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 31 2 punten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Indonesië bezet door Japan. Dit had voor de Nederlanders die daar woonden grote gevolgen, zoals een tekort aan levensmiddelen. Maar de bezetting had ook andere gevolgen voor de Nederlanders. Noem twee andere gevolgen.

Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bron 16

Een politieke prent over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Toelichting Op de prent bovenaan staat prinses Juliana in 1939 op het balkon van het paleis op de Dam in Amsterdam. Zij draagt haar dochter Beatrix op de arm. Onderaan staat Seyss-Inquart in 1941, ook op het balkon van het Paleis op de Dam. Hij heeft Anton Mussert op de arm. Seyss-Inquart was de hoogste bestuurder van de Duitse bezetter in Nederland.

Bron 17

Een politieke prent (1945):

Toelichting Op de prent staat: Meld je niet! Laat je niet pakken, voor den donder! Wees een vent, en duik onder!!

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (twee van de volgende): − Nederlanders werden gevangengezet in (jappen)kampen. − Nederlanders/Indonesiërs moesten dwangarbeid verrichten. − Nederlanders konden hun gebruikelijke/dagelijkse werkzaamheden niet meer uitvoeren. − Nederlanders moesten luisteren naar Indonesiërs (in plaats van omgekeerd) / kregen steeds meer te maken met het (opkomende) Indonesische nationalisme / Soekarno kreeg meer (politieke) invloed. per juist antwoord (1) (2)

Gebruik bron 18.

Vraag 32 1 punt

Welke oproep past bij de bron?

  1. A Ga door met de aanpassing!
  2. B Ga door met de deportaties!
  3. C Ga door met de staking!
  4. D Ga door met de voedseltransporten!
Bron 14

Herinnering van de Nederlandse minister Gerbrandy naar aanleiding van een gebeurtenis op 13 mei 1940:

Nadat de koningin naar Londen was gegaan, kwamen we als ministers bij elkaar. In dat overleg heb ik gezegd: ik vind dat we daar moeten zijn waar de koningin is. Kabinet en koningin mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Bron 15

Een propagandaposter:

Toelichting Op de poster staat: Samen naar de overwinning! Op het mes links staat de vlag van Groot-Brittannië. Op het mes rechts staan een hamer en sikkel. De schedel stelt Hitler voor.

Bron 16

Een politieke prent over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Toelichting Op de prent bovenaan staat prinses Juliana in 1939 op het balkon van het paleis op de Dam in Amsterdam. Zij draagt haar dochter Beatrix op de arm. Onderaan staat Seyss-Inquart in 1941, ook op het balkon van het Paleis op de Dam. Hij heeft Anton Mussert op de arm. Seyss-Inquart was de hoogste bestuurder van de Duitse bezetter in Nederland.

Bron 17

Een politieke prent (1945):

Toelichting Op de prent staat: Meld je niet! Laat je niet pakken, voor den donder! Wees een vent, en duik onder!!

Bron 18

Een pamflet gemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog (1944):

Toelichting Op het pamflet staat bovenaan: Spoormannen, houdt vol! Onderaan staat: Niet voor onze voedselvoorziening maar voor mensenroof willen de nazi’s u gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Door de tijd heen

Gebruik bron 19.

Vraag 33 2 punten

Hieronder staan vijf gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog: a de aanval van de Geallieerden waardoor de bevrijding van West-Europa begint b de Duitse aanval waarmee de Tweede Wereldoorlog begint c de Slag om Stalingrad die gewonnen wordt door de Sovjetlegers d het begin van Operatie Barbarossa e West-Europese landen worden door Duitse legers bezet. Geef per kaart aan om welke gebeurtenis het gaat. Let op! Er blijft één gebeurtenis over. Doe het zo: Bij kaart 1 hoort gebeurtenis … (vul letter in). (enzovoort tot en met kaart 4)

Bron 19

Vier kaarten met militaire aanvallen tijdens de Tweede Wereldoorlog: kaart 1 kaart 2

kaart 3 kaart 4

Toelichting Op de kaarten staan met pijlen bewegingen van legers aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij kaart 1 hoort gebeurtenis d (= het begin van Operatie Barbarossa). Bij kaart 2 hoort gebeurtenis a (= de aanval van de Geallieerden waardoor de bevrijding van West-Europa begint). Bij kaart 3 hoort gebeurtenis b (= de Duitse aanval waarmee de Tweede Wereldoorlog begint). Bij kaart 4 hoort gebeurtenis e (= West-Europese landen worden door Duitse legers bezet). indien vier antwoorden juist (2) indien drie of twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

Vraag 34 1 punt

Van de Duitse bezetter moesten steden en dorpen ’s nachts helemaal donker zijn, zodat geallieerde vliegtuigen niet konden zien waar ze vlogen. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) moest de verduistering controleren. Ook boden LBD-leden na een bombardement eerste hulp aan slachtoffers en hielpen ze bij het blussen van branden. In 1949 besloot de Nederlandse overheid om de LBD-leden een medaille te geven voor hun inzet. Vind jij het terecht of onterecht dat de medewerkers van de Luchtbeschermingsdienst een medaille hebben gekregen? Geef een argument voor je keuze. Doe het zo: Ik vind het … (kies uit: terecht / onterecht) dat ze een medaille kregen, want … (geef argument).

Bron 19

Vier kaarten met militaire aanvallen tijdens de Tweede Wereldoorlog: kaart 1 kaart 2

kaart 3 kaart 4

Toelichting Op de kaarten staan met pijlen bewegingen van legers aangegeven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen als na een keuze een juist, bijpassend argument volgt, wordt

1 scorepunt toegekend.

Europa en de wereld (1945-1989)

Gebruik bron 20.

Vraag 35 1 punt

Op de muur is een poster te zien. In welk deel van Berlijn hing deze poster? En waarom is de poster opgehangen?

  1. A in het Oosten van Berlijn, omdat de Amerikanen de wederopbouw steunden
  2. B in het Oosten van Berlijn, omdat de Amerikanen hulp brachten vanwege de Blokkade van Berlijn
  3. C in het Westen van Berlijn, omdat de Amerikanen de wederopbouw steunden
  4. D in het Westen van Berlijn, omdat de Amerikanen hulp brachten vanwege de Blokkade van Berlijn
Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gebruik bron 21.

Vraag 36 1 punt

Welke begrip hoort bij de bron?

  1. A containmentpolitiek
  2. B invloedssferen
  3. C politionele acties
  4. D zuiveringen
Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gebruik nogmaals bron 21.

Vraag 37 2 punten

In de bron wordt aangegeven dat de militairen bij thuiskomst werden verwelkomd als helden. Maar later werden zij door sommigen gezien als oorlogsmisdadigers. Geef een reden waarom de militairen werden verwelkomd als helden. Geef ook een reden waarom zij later door sommigen werden gezien als oorlogsmisdadigers. Doe het zo: helden, omdat … (geef reden) oorlogsmisdadigers, omdat … (geef reden)

Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • helden, omdat ze de Nederlandse belangen hadden verdedigd / omdat ze tegen ‘verraders’ (zoals bijvoorbeeld Soekarno werd gezien) hadden gevochten (1)
  • oorlogsmisdadigers, omdat bleek dat Nederlandse militairen onschuldige mensen in Indonesië hadden vermoord / omdat Nederlandse militairen waren ingezet om de Indonesische bevolking met geweld te onderdrukken / omdat het een koloniale oorlog bleek te zijn (1)

Gebruik bron 22.

Vraag 38 2 punten

De inhoud van deze toespraak werd in die tijd gezien als heel bijzonder en leidde tot de oprichting van een Europese organisatie. Geef een reden waarom de inhoud van de toespraak in die tijd werd gezien als heel bijzonder. Geef ook de naam van de organisatie die wordt opgericht. Doe het zo: De inhoud van de toespraak was heel bijzonder, omdat … De naam van de organisatie is …

Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De inhoud van de toespraak was heel bijzonder, omdat (na vijf jaar oorlog voeren) voormalige vijanden (Frankrijk en (West-)Duitsland) gingen samenwerken / een deel van hun soevereiniteit overdroegen aan een supranationale organisatie (1)
  • De naam van de organisatie is de EGKS (1)

Gebruik bron 23.

Vraag 39 1 punt

Rond 1950 paste de boodschap van de poster in die tijd. Twintig jaar later kwam er steeds meer kritiek op deze boodschap. Bij welke ontwikkeling past die kritiek?

  1. A bij het ontstaan van de consumptiemaatschappij
  2. B bij het ontstaan van de Eerste Feministische Golf
  3. C bij het ontstaan van de individualisering
  4. D bij het ontstaan van de Tweede Feministische Golf
Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bron 23

Een prentbriefkaart (rond 1950):

Toelichting Onderaan staat: Moeder in het gezin en niet in de fabriek!

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Gebruik bron 24.

Vraag 40 2 punten

Hieronder staan vijf begrippen:

1 Cubacrisis

2 dekolonisatie

3 glasnost

4 Hongaarse Opstand

5 wapenwedloop Welke twee begrippen passen bij de bron? Schrijf alleen de nummers op.

Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bron 23

Een prentbriefkaart (rond 1950):

Toelichting Onderaan staat: Moeder in het gezin en niet in de fabriek!

Bron 24

Een politieke prent (1962):

Toelichting De persoon links is Chroesjtsjov en de persoon rechts is Kennedy. Op de linker H-(waterstof)bom staat USA (= Verenigde Staten), op de rechter H-bom staat USSR (= de Sovjet-Unie).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (nummer) 1 (= Cubacrisis) (1)
  • (nummer) 5 (= wapenwedloop) (1)

Vraag 41 2 punten

Hieronder staan vijf mogelijke redenen om uit Nederland te vertrekken of juist naar Nederland toe te komen:

1 bang zijn voor het opkomende nationalisme in Europa

2 behoefte aan ongeschoolde arbeidskrachten

3 hereniging met gezinsleden

4 spanningen in Europa vanwege de Koude Oorlog

5 weinig vertrouwen in de economische toekomst van Nederland In de periode 1945-1960 vertrokken veel mensen uit Nederland. In de periode 1960-1980 kwamen juist veel mensen naar Nederland toe. Om welke twee redenen vertrokken veel mensen uit Nederland? En om welke twee redenen kwamen veel mensen juist naar Nederland toe? Let op! Er blijft één reden over. Doe het zo: vertrek uit Nederland 1945-1960: reden … (vul nummer in) en reden … (vul nummer in) komst naar Nederland 1960-1980: reden … (vul nummer in) en reden … (vul nummer in)

Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bron 23

Een prentbriefkaart (rond 1950):

Toelichting Onderaan staat: Moeder in het gezin en niet in de fabriek!

Bron 24

Een politieke prent (1962):

Toelichting De persoon links is Chroesjtsjov en de persoon rechts is Kennedy. Op de linker H-(waterstof)bom staat USA (= Verenigde Staten), op de rechter H-bom staat USSR (= de Sovjet-Unie).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • vertrek uit Nederland 1945-1960: (nummers) 4 en 5 komst naar Nederland 1960-1980: (nummers) 2 en 3 indien vier antwoorden juist (2) indien drie of twee antwoorden juist (1) indien minder dan twee antwoorden juist (0) (2)

Vraag 42 1 punt

In 1983 werden sociale grondrechten aan de Nederlandse Grondwet toegevoegd. Waarom werden er sociale grondrechten toegevoegd?

  1. A om de ontzuiling in Nederland door wetgeving te bevorderen
  2. B om de verzuiling in Nederland door wetgeving te beschermen
  3. C voor het behoud van democratische vrijheden van de burgers
  4. D voor het vergroten van het welzijn van de Nederlandse burgers
Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bron 23

Een prentbriefkaart (rond 1950):

Toelichting Onderaan staat: Moeder in het gezin en niet in de fabriek!

Bron 24

Een politieke prent (1962):

Toelichting De persoon links is Chroesjtsjov en de persoon rechts is Kennedy. Op de linker H-(waterstof)bom staat USA (= Verenigde Staten), op de rechter H-bom staat USSR (= de Sovjet-Unie).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Gebruik bron 25.

Vraag 43 1 punt

Op het boek is de naam van de schrijver weggelaten. Geef de naam van de schrijver van dit boek.

Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bron 23

Een prentbriefkaart (rond 1950):

Toelichting Onderaan staat: Moeder in het gezin en niet in de fabriek!

Bron 24

Een politieke prent (1962):

Toelichting De persoon links is Chroesjtsjov en de persoon rechts is Kennedy. Op de linker H-(waterstof)bom staat USA (= Verenigde Staten), op de rechter H-bom staat USSR (= de Sovjet-Unie).

Bron 25

Een boek (1987):

Toelichting Op het boek staat: Perestrojka. Een nieuwe visie voor mijn land en de wereld.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (Michael) Gorbatsjov (1)

Gebruik nogmaals bron 25.

Vraag 44 1 punt

In de titel van het boek wordt de perestrojka ‘een nieuwe visie’ genoemd. De schrijver wilde de Russische economie veranderen. Geef een voorbeeld van wat hij wilde veranderen in de Russische economie.

Bron 20

Een poster in Berlijn (1948):

Toelichting Op de poster staat: Berlijns noodprogramma met Marshallplan-hulp.

Bron 21

Herinneringen van een Nederlandse militair:

Tijdens mijn militaire training capituleerde Japan. Ik ging enige tijd daarna naar Indonesië in de overtuiging dat we nodig waren om de orde en vrede te herstellen. In de loop der tijd kreeg ik langzaam maar zeker mijn twijfels over onze militaire aanwezigheid. Ik dacht: verdorie, misschien vecht ik wel aan de verkeerde kant. Bij mijn terugkomst in Nederland was de straat versierd. Ik zeg altijd: “Wij gingen erheen als idealisten, werden thuis verwelkomd als helden, maar gingen later de geschiedenis in als oorlogsmisdadigers.”

Bron 22

Uit een toespraak van een Franse minister (1950):

De Franse regering stelt voor om de Franse én de Duitse productie van kolen en staal onderdeel te laten worden van één gemeenschappelijke organisatie. Ook andere landen van Europa mogen met deze organisatie meedoen.

Bron 23

Een prentbriefkaart (rond 1950):

Toelichting Onderaan staat: Moeder in het gezin en niet in de fabriek!

Bron 24

Een politieke prent (1962):

Toelichting De persoon links is Chroesjtsjov en de persoon rechts is Kennedy. Op de linker H-(waterstof)bom staat USA (= Verenigde Staten), op de rechter H-bom staat USSR (= de Sovjet-Unie).

Bron 25

Een boek (1987):

Toelichting Op het boek staat: Perestrojka. Een nieuwe visie voor mijn land en de wereld.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat bedrijven meer vrijheid zouden moeten krijgen / dat er meer ruimte zou moeten komen voor privébezit. (1)

Door de tijd heen

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 45 2 punten

Vier namen die te maken hebben met de geschiedenis van Duitsland:

1 Republiek van Weimar

2 nazi-Duitsland

3 DDR

4 BRD In de geschiedenis van Duitsland komen verschillende regeringsvormen voor. Geef per naam aan welke regeringsvorm daarbij hoort. Kies uit: dictatuur of parlementaire democratie. Doe het zo: Bij 1 hoort … (kies uit: dictatuur / parlementaire democratie). (enzovoort tot en met 4)

Bekijk het antwoord
  • Bij 1 hoort parlementaire democratie. Bij 2 hoort dictatuur. Bij 3 hoort dictatuur. Bij 4 hoort parlementaire democratie. indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (2)

De nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

Gebruik bron 26.

Vraag 46 2 punten

De tekenaar wil duidelijk maken dat de zes landen zich willen aansluiten bij de Europese Unie. Leg uit dat de wens tot aansluiting van deze landen bij de Europese Unie in 1990 te maken had met een gebeurtenis kort daarvóór. Doe dit door:

  • eerst aan te geven tot welke invloedssfeer deze landen vóór 1990 hoorden,
  • en daarna aan te geven welke gebeurtenis ervoor heeft gezorgd dat deze landen zich later konden aansluiten bij de Europese Unie.
Bron 26

Een politieke tekening met als titel Terugkomst naar Europa (1990):

Toelichting Op de vlag staat Europa geschreven met het symbool van de Europese Unie. Op de personen rechts staan de namen van zes landen: Hongarije, Polen, Roemenië, DDR, Tsjechoslowakije en Bulgarije.

GT-0125-a-b 18 / 18 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Deze landen hoorden eerst bij het Oostblok / tot de Russische invloedssfeer (1)
  • De gebeurtenis waardoor deze landen zich konden aansluiten bij de Europese Unie/(West-)Europa was het einde van het communisme in Oost-Europa / de val van het IJzeren Gordijn/de Berlijnse Muur (of een omschrijving daarvan) / het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1)

Vraag 47 1 punt

Als landen lid worden van de Europese Unie, beloven ze zich te houden aan de Europese waarden die horen bij een rechtsstaat. Wat wordt bedoeld met Europese waarden die horen bij een rechtsstaat?

  1. A de vorming van een Europees leger en een Europese rechtbank
  2. B een gemeenschappelijke munt en vrij verkeer van mensen en goederen
  3. C het streven naar politieke eenheid in een Verenigde Staten van Europa
  4. D het uitdragen van democratie, vrijheid en een onafhankelijke rechtspraak
Bron 26

Een politieke tekening met als titel Terugkomst naar Europa (1990):

Toelichting Op de vlag staat Europa geschreven met het symbool van de Europese Unie. Op de personen rechts staan de namen van zes landen: Hongarije, Polen, Roemenië, DDR, Tsjechoslowakije en Bulgarije.

GT-0125-a-b 18 / 18 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Geschiedenis en staatsinrichting 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0125-a-21-2-o

Andere examens geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 47. Van 45 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over tijd van wereldoorlogen (21), staatsinrichting (11) en Koude Oorlog (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0125-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis en staatsinrichting vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.