Eindexamen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Door de tijd heen, Vroegmoderne tijd, Moderne tijd.

Kort antwoord

Het centraal examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van burgers en stoommachines (5), tijd van televisie en computer (5) en tijd van ontdekkers en hervormers (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Tijd van burgers en stoommachines10-13, 255
Tijd van televisie en computer17, 19, 21-235
Tijd van ontdekkers en hervormers2-43
Tijd van pruiken en revoluties7-93
Koude Oorlog18, 20, 243
Historische vaardigheden1, 162
Tijd van regenten en vorsten5-62
Tijd van wereldoorlogen14-152
Dekolonisatie261

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens geschiedenis havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over tijd van televisie en computer (19% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over historische vaardigheden (8% van de vragen, gemiddeld 16%) en tijd van wereldoorlogen (8% van de vragen, gemiddeld 15%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Door de tijd heen

Kenmerkende aspecten

Tijdvak 5

  • het begin van de Europese overzeese expansie.
  • het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid.
  • de protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

Tijdvak 6

  • het streven van vorsten naar absolute macht.
  • de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.
  • wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
  • de wetenschappelijke revolutie.

Tijdvak 7

  • rationeel optimisme en 'verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
  • voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
  • uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
  • de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

Tijdvak 8

  • de industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
  • discussies over de 'sociale kwestie'.
  • de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
  • de opkomst van emancipatiebewegingen.
  • voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
  • de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

Tijdvak 9

  • de rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme.
  • de crisis van het wereldkapitalisme.
  • het voeren van twee wereldoorlogen.
  • racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
  • de Duitse bezetting van Nederland.
  • verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
  • vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

Tijdvak 10

  • de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
  • de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
  • de eenwording van Europa.
  • de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
  • de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

Vraag 1 2 punten

De volgende gebeurtenissen, die te maken hebben met papegaaien, staan in willekeurige volgorde:

  • 1 De Culemborgse graaf Floris I, die zich verzette tegen het Spaanse godsdienstbeleid, voerde zijn papegaai een hostie die klaarlag voor een katholieke eredienst.
  • 2 De ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus bracht papegaaien, die hij kreeg van de inheemse bevolking van Amerika, naar Spanje.
  • 3 De roodstaartpapegaai 'Polly' werd de mascotte van een luchtmachtonderdeel met Nederlandse piloten die voor de Duitsers waren gevlucht naar Engeland.
  • 4 In Vught werden in een woonwijk voor Molukkers die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland waren gekomen, straten genoemd naar de papegaaiensoorten Kastoeri en Lori.
  • 5 Koningin Victoria bezat een papegaai die 'God save the Queen' [God beware de koningin] kon krijsen.
  • 6 Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden in Parijs papegaaien in de top van de Eiffeltoren geplaatst die waarschuwden als ze een vliegtuig hoorden aankomen.

Zet de gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

De juiste volgorde is: 2, 1, 5, 6, 3, 4.

Opmerking: als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

Vroegmoderne tijd

bron 1

In 1416 reist de Italiaan Cincius Romanus naar het klooster Sankt Gallen in Zwitserland. Hij schrijft aan een vriend:

Maar toen we de toren van de kerk van Sankt Gallen zorgvuldig bestudeerden, daar waar talloze boeken worden bewaard als gevangenen en waar de bibliotheek verwaarloosd is en vol met stof, wormen, roet en allerlei andere zaken die worden geassocieerd met de vernietiging van boeken, barstten we in tranen uit. We bedachten dat dit de manier is waarop de Latijnse taal zijn grootse glorie en onderscheiding had verloren. Werkelijk, als deze bibliotheek kon spreken dan zou het uitroepen: "Jullie die de Latijnse taal zo liefhebben, zorg ervoor dat ik niet helemaal vernietigd raak door deze treurige verwaarlozing!"

Bron: http://laudatortemporisacti.blogspot.nl/2011/01/barbarous-hostility-to-latin-tongue.html

Vraag 2 2 punten

Gebruik bron 1.

De mening die Cincius Romanus geeft over de bibliotheek van Sankt Gallen past bij verschillende kenmerkende aspecten van de zestiende eeuw.

Toon dit aan voor twee kenmerkende aspecten van de zestiende eeuw. Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De mening past bij 'de hernieuwde oriëntatie op het klassieke erfgoed', omdat hij bedroefd is dat de Latijnse boeken zo slecht worden behandeld / omdat hij Latijnse boeken liefheeft.
  • De mening past bij '(het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en) het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling', omdat hij onderzoek doet naar de bibliotheek / de boeken in de bibliotheek wil bewaren.

Opmerking: als het antwoord alleen een juist kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Een geschiedenis:

In 1557 onderwees schoolmeester Derck Paesschen in Groningen zijn leerlingen uit 'een zeker Duits boekje, namelijk van Maarten Luther'. Het stadsbestuur verbood de schoolmeester dit boek te gebruiken. Toen Paesschen het boek toch bleef gebruiken, werd hij door het stadsbestuur uit Groningen verbannen om onrust te voorkomen.

Bron: https://www.dbnl.org/tekst/wolt014tuss01_01/wolt014tuss01_01_0004.php

Vraag 3 2 punten

Beredeneer waardoor het stadsbestuur ervan uitging dat het gebruik van een boek van Maarten Luther voor onrust zou zorgen in de stad.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Maarten Luther was een hervormer / gaf met zijn kritiek op de kerk de aanzet tot de reformatie, waardoor het stadsbestuur ervan uitging dat katholieken zouden protesteren/onrust zouden veroorzaken als een boek van Luther werd gebruikt op school.
  • Of: het stadsbestuur dacht dat het landsbestuur / de katholieke kerk het stadsbestuur zou aanspreken/bestraffen omdat de reformatie niet werd aangepakt.

Twee gebeurtenissen:

  • 1 Nadat Portugal in 1580 bij Spanje werd gevoegd, besloot de Spaanse koning Filips II dat schepen uit de Republiek niet meer in Portugese havens mochten komen.
  • 2 In 1592 gaven Amsterdamse kooplieden aan de gebroeders Houtman opdracht om informatie in te winnen over de Carreira da Índia, de zeeroute naar India die de Portugezen hadden ontdekt.

Vraag 4 2 punten

Geef voor elke gebeurtenis een verklaring met behulp van een verschillend kenmerkend aspect van de zestiende eeuw.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

bij 1: Vanwege 'het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat' nam Filips II dit besluit om de handel/economie van de Nederlanden te benadelen.

bij 2: Vanwege 'het begin van de Europese overzeese expansie' gaven de Amsterdamse kooplieden deze opdracht, omdat zij met deze zeeroute zelf naar India wilden kunnen reizen.

Opmerking: als het antwoord alleen een juist kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

bron 2

Pieter Schaghen zit in het bestuur van de handelsorganisatie West-Indische Compagnie (WIC) te Amsterdam. Op 7 november 1626 schrijft hij:

Gister is het schip Het Wapen van Amsterdam gearriveerd. Het is vertrokken uit Nieuw-Nederland¹ op 23 september. Ze brengen de boodschap dat het volk² gezond is en in vrede leeft. De vrouwen hebben daar kinderen gebaard en ze hebben het eiland Manhattan van de wilden³ gekocht voor 60 gulden (…). Er is koren gezaaid in mei en gemaaid in augustus. Ze hebben voorbeelden van deze zomergranen gestuurd: tarwe, rogge, gerst, haver, boekweit, kanariezaad, bonen en vlas. De lading van het schip is: 7246 bevervellen, 675 ottervellen, 48 nertsvellen.

noot 1 een gebied in Noord-Amerika waar Nederlandse kolonisten zich vestigen

noot 2 de Nederlandse kolonisten

noot 3 Schaghen bedoelt de oorspronkelijke bevolking.

Bron: https://www.nationaalarchief.nl/beleven/verhalenarchief/pieter-schaghen

Vraag 5 2 punten

Gebruik bron 2.

De kolonisten krijgen twee opdrachten mee voor de stichting van Nieuw-Nederland:

  • 1 Nieuw-Nederland moet een vestigingskolonie worden.
  • 2 De kolonisten moeten ervoor zorgen dat er geen conflicten ontstaan met de oorspronkelijke bevolking.

Toon voor elk van beide opdrachten apart aan dat uit de brief blijkt dat de kolonisten deze uitvoeren.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

bij 1:

  • Uit de brief blijkt dat de Nederlanders in Amerika gezinnen hebben / landbouw bedrijven (wat past bij een vestigingskolonie).

bij 2:

  • Uit de brief blijkt dat de kolonisten grond kopen van de oorspronkelijke bevolking (in plaats van afpakken) / in de brief staat dat de kolonisten in vrede leven (waaruit blijkt dat ze geen conflict hebben).

Vraag 6 2 punten

Gebruik bron 2 nogmaals.

Pieter Schaghen is tevreden met de kolonie.

Verklaar vanuit zijn functie als bestuurder van de WIC dat Schaghen tevreden is met de kolonie, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Schaghen is als bestuurder van de handelsorganisatie WIC tevreden met de kolonie omdat deze lijkt te gaan bijdragen aan de (wereld)handel / winstgevend lijkt te zijn,
  • want hij ziet dat het schip vanuit de kolonie (handels)producten meebrengt zoals graan/dierenvellen.

Opmerking: alleen als het antwoord een juiste verklaring voor de tevredenheid van Schaghen bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Opmerking: als het antwoord ingaat op het succes van Nieuw-Nederland als vestigingskolonie, worden geen scorepunten toegekend (omdat de WIC geïnteresseerd is in (wereld)handel).

Metalen medaille met een vrouwelijke figuur, Brittannia, die een lauwerkrans vasthoudt. Op de achtergrond een fort met een vlag.
bron 3 Een medaille uit 1784, uitgereikt door de East India Company

Toelichting: Op de medaille staat Brittannia, een symbool voor Groot-Brittannië. Brittannia houdt een lauwerkrans vast, een beloning voor overwinnaars. Op de achtergrond staat een Indiaas fort afgebeeld waarop de Britse vlag is gehesen.

Bron: https://www.britishmuseum.org/collection/image/1613376463

Vraag 7 4 punten

Gebruik bron 3.

Na 1765 hebben de Britten behoefte aan een leger in India. Deze medaille wordt uitgereikt aan inheemse soldaten die voor de Britten vechten in India.

Geef aan:

  • waarom de Britten behoefte hebben aan een leger, waarbij je in je antwoord ingaat op een gebeurtenis uit 1765, en
  • welke boodschap de Britten willen geven door het uitreiken van de medaille, en
  • welke boodschap de Britten willen geven met de afbeelding op de medaille.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • In 1765 sluit de East India Company het verdrag van Allahabad,
  • waardoor het na 1765 belangrijk wordt om een leger te hebben dat kan toezien op/kan helpen bij het innen van belasting / het besturen van (delen van) India.
  • De Britten geven door het uitreiken van de medaille de boodschap dat ze de bijdrage van de inheemse soldaten waarderen / dat de inheemse soldaten bijdragen aan de Britse overwinning in India.
  • De Britten geven (met de afbeelding van Brittannia met de lauwerkrans / met de Britse vlag op het fort) de boodschap dat ze (delen van) India hebben onderworpen / dat ze machtig zijn.

bron 4

De abolitionist Carl Wädstrom reist in 1787 naar Afrika en publiceert daarover een boek. Hierin staat over een koning in West-Afrika:

De koning had in het jaar 1787 een wet aangenomen die hem tot eer strekte, namelijk dat geen slaaf meer door zijn rijk mocht worden vervoerd. In die tijd lagen verschillende Franse schepen¹ te anker in de Senegalese baai, wachtend op slaven. De route van de handelaren in zwarte mensen was door deze wet van de koning geblokkeerd en ze brachten de slaven daarom naar andere gebieden. De Fransen die hierdoor hun lading niet kregen, klaagden bij de koning. Hij was echter niet onder de indruk van hun klachten en gaf de geschenken terug die de Senegalese Compagnie hem stuurde. Hiervan was ik zelf getuige, en hij [de koning] verklaarde dat alle rijkdommen van de Compagnie hem niet van gedachte zouden doen veranderen.

noot 1 De Franse schepen waren onderdeel van de Senegalese Compagnie, een organisatie waarmee de Fransen handel dreven in Afrika.

Bron: C. Wadstrom, Observations on the slave trade and a description of some part of the coast of Guinea during a voyage, made in 1787 and 1788 in company with Doctor A. Sparrman and Captain Arrehenius, London 1789, pag. 4

Vraag 8 3 punten

Gebruik bron 4.

Historici denken dat:

  • 1 Wädstrom door het opnemen van deze gebeurtenis de abolitionistische beweging wil steunen.
  • 2 de Afrikaanse koning mogelijk niet beïnvloed is door abolitionistische ideeën.

Ondersteun beide redeneringen door:

  • met een verwijzing naar de bron een argument te geven voor de eerste redenering, en
  • zonder bron een motief van de Afrikaanse koning te noemen voor het verbod op het vervoeren van slaafgemaakten door zijn rijk dat niet past bij abolitionistische ideeën.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Wädstrom wil laten zien dat de abolitionistische beweging ook in Afrika successen kan behalen in het stoppen van de slavenhandel / wil met dit verhaal abolitionisten laten zien dat er hoop is de slavenhandel te stoppen,
  • door te schrijven dat (een van de volgende): een Afrikaanse koning een wet aanneemt tegen het vervoer van slaafgemaakten. / het verbod de koning tot eer strekt. / een Afrikaanse koning niet om te kopen is door de Fransen / zich verzet tegen de Fransen die slaven willen kopen.
  • De koning heeft mogelijk het (politieke) motief dat hij zelf de (slaven)handel in zijn rijk wil kunnen bepalen (zodat hij de route sluit voor handelaren uit andere landen). / of De koning heeft mogelijk het (economische) motief dat hij zelf wil verdienen aan de (slaven)handel (zodat hij de route sluit voor handelaren uit andere landen).

Opmerking: alleen als het antwoord bij de eerste deelvraag een juiste uitleg bevat voor de steun aan de abolitionistische beweging, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

bron 5

De Nederlander Herman Willem Daendels is generaal van de Franse troepen die in 1794 Gelderland binnentrekken. Hij roept de Nederlanders op:

Begin maar met u te wapenen met jachtgeweren, die u veel op de havezaten (landgoederen) en in de herenhuizen zult vinden. En met pieken, hooivorken of ander lang en scherp gereedschap. Vorm compagnieën van 125 mannen en kies kapiteins. Kies niet de rijkste, die mooi gekleed zijn of het best uit hun woorden komen, maar kies diegenen die het beste kunnen vechten. Wij bezorgen u leiders die de oorlog kennen. Wees niet bang dat u jaren soldaat moet blijven. Niemand hoeft langer de wapens te dragen dan de zaak vereist, dat wil zeggen totdat Oranje¹ met zijn 'vergulde' knechten het land uit is.

noot 1 Daendels bedoelt de stadhouder Willem V van Oranje.

Bron: https://www.dbnl.org/tekst/daen003aanz01_01/daen003aanz01_01_0001.php

Vraag 9 4 punten

Gebruik bron 5.

De oproep van Daendels past bij:

  • 1 ''verlicht denken' dat werd toegepast op sociale verhoudingen'.
  • 2 'de democratische revoluties in westerse landen'.

Geef per kenmerkend aspect aan waarom de oproep hierbij past, waarna je je antwoord telkens ondersteunt met een andere verwijzing naar de bron.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

bij 1:

  • Daendels wijst de standensamenleving af,
  • door op te roepen de keus voor kapiteins niet te baseren op kleding/scholing / te kiezen voor kapiteins die het beste kunnen vechten.

bij 2:

  • Daendels roept op om te zorgen voor een nieuw bestuur/een niet-adellijk bestuur / roept burgers op om te strijden tegen het bestuur,
  • door op te roepen Oranje / de vergulde (rijke) knechten van Oranje te verdrijven.

Opmerking: alleen als het antwoord een juist argument bevat dat de oproep past bij (bij de eerste deelvraag) het 'verlicht denken' en (bij de tweede deelvraag) 'de democratische revoluties in westerse landen', wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Opmerking: als dezelfde verwijzing naar de bron tweemaal wordt gebruikt, wordt alleen aan de eerste juiste verwijzing 1 scorepunt toegekend.

Moderne tijd

Vraag 10 3 punten

In 1851 toonde het Britse bedrijf Robinson and Russel op de wereldtentoonstelling in Londen een stoommachine waarmee suikerriet kon worden geperst. Er was veel interesse voor deze machine.

Licht de interesse voor de machine toe door:

  • een verklaring te geven waardoor er in het Caribisch gebied interesse was voor machines als deze, waarbij je in je antwoord ingaat op een Brits besluit uit 1833, en
  • aan te geven dat het tonen van de machine van Robinson and Russel bijdroeg aan de boodschap die de wereldtentoonstelling moest overbrengen.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Door het besluit de slavernij af te schaffen (in 1833),
  • was er in het Caribisch gebied interesse voor een machine die het werk van slaafgemaakten op de suikerplantages kon overnemen.
  • Het tonen van de stoommachine van Britse makelij / die ontworpen was door een Brits bedrijf droeg bij aan de boodschap dat Groot-Brittannië de werkplaats van de wereld was / voorliep in technologische vernieuwingen.
Zwart-witte gravure van een raderboot met meerdere schoorstenen en veel mensen op het dek, op de rivier de Indus. In een kano varen enkele mannen mee.
bron 6 Tekening uit 1861 van een Brits schip op de Indiase rivier de Indus

Bron: https://www.lookandlearn.com/history-images/U348828/Government-Troop-Steamer-for-the-Lower-Indus-designed-by-Mr-TB-Winter

Vraag 11 3 punten

Gebruik bron 6.

In 1857 laat de Britse overheid schepen bouwen die speciaal ontworpen zijn voor rivieren in India. De Britse overheid eist dat:

  • 1 de schepen tot ver in de binnenlanden kunnen varen.
  • 2 de schepen veel soldaten tegelijk kunnen vervoeren.

Licht de bouw van het schip toe door:

  • te verklaren waardoor de Britse overheid juist in 1857 opdracht geeft voor de bouw van schepen als deze, en
  • aan te tonen bij welk kenmerkend aspect van de negentiende eeuw het ontwerp van het schip past.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Er vindt in 1857 in India een opstand plaats tegen het Britse bestuur,
  • zodat er behoefte is aan dit schip waarmee de Britten snel een groot aantal soldaten kunnen vervoeren / tot ver in de binnenlanden kunnen varen om toekomstige opstanden snel neer te slaan.
  • Het ontwerp van het schip past bij 'de moderne vorm van imperialisme (die verband hield met de industrialisatie)', omdat de Britten met zulke grote schepen hun grip op de kolonie konden beschermen. of Het ontwerp van het schip past bij 'de industriële revolutie (die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving)', omdat uit de schoorstenen/rookpluimen blijkt dat het schip aangedreven wordt door stoommachines.

Opmerking: als bij het antwoord op de tweede deelvraag alleen een juist kenmerkend aspect wordt genoemd zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

bron 7

In 1875 schrijft dominee Hoedemaker in de brochure De Fabrieksarbeiders te Veenendaal:

Levendig herinner ik mij de indruk, die de bleke, ingevallen, verouderde, scherp getekende gelaatstrekken van de jongens en meisjes (…), op mij maakten vooral gedurende de eerste weken van mijn verblijf te Veenendaal. Nooit vergeet ik het ongewone geluid van de fabrieksbel, die mij vaak wekte, terwijl alles buiten nog donker en stil was, en hoe ik te midden van de afgemeten voetstappen der oudere arbeiders, het getrappel van kleine voetjes kon onderscheiden, die zich voorbij de woningen waar alles nog 'in de rust was', naar het werk spoedden. Ik wist, dat er kinderen voorbijgingen, die misschien dezen morgen al slapende uit bed getild waren om, op de kille stenen van den vloer wakker geschud, tot bezinning te komen.

Bron: P. Hoedemaker, De fabrieksarbeiders te Veenendaal, Amsterdam 1875, pag. 4

Vraag 12 3 punten

Gebruik bron 7.

Dominee Hoedemaker wil met de brochure geld bij elkaar krijgen voor zijn werkzaamheden, zoals het verzorgen van godsdienstlessen voor fabriekskinderen.

Licht dit toe door:

  • aan te tonen dat Hoedemaker een bijdrage levert aan 'de discussies rondom de sociale kwestie', waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron, en
  • zonder bron de politiek-maatschappelijke stroming te noemen waarbij Hoedemaker met zijn werkzaamheden past.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Hoedemaker wil duidelijk maken dat het gebruik om (jonge) kinderen te laten werken in fabrieken slecht voor hen is (waarmee hij een bijdrage levert aan de discussies over 'de sociale kwestie'),
  • door te schrijven (een van de volgende): over de ongezonde trekken van de werkende kinderen. / hoe hij in de vroege ochtend kleine kindervoetjes hoort die naar de fabriek lopen terwijl hij nog in bed ligt. / dat kinderen wakker geschud moeten worden om aan het werk te gaan.
  • De werkzaamheden van Hoedemaker (als dominee / zoals het verzorgen van godsdienstlessen) passen bij het confessionalisme.

Opmerking: alleen als bij de eerste deelvraag een juist argument wordt genoemd voor de bijdrage aan de discussies rondom de sociale kwestie, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

bron 8

Rond 1895 wordt in Groot-Brittannië een lied geschreven over Britse koloniale politiek in Afrika:

Voorwaarts, huursoldaten, op naar het heidens land,
Kerkboek in je zakken, 't geweer klaar in je hand.
Breng het goede bericht naar landen met een handelssfeer,
Verbreid het vreedzaam evangelie – met een Maximgeweer¹.

noot 1 Dit is een Brits machinegeweer.

Bron: N. Ferguson, Wereldrijk, Groot-Brittannië en de moderne wereld, Amsterdam 2011, pag. 263

Vraag 13 2 punten

Gebruik bron 8.

Eind negentiende eeuw dachten de Britten dat zij de wereld moesten beschaven.

Geef aan welke kritiek het lied weergeeft op dit idee, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de liedtekst.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • De kritiek van het lied is dat de Britten (doen alsof ze geloof/beschaving brengen maar in feite) met geweld Afrika/gebieden onderwerpen (vanwege de handel/macht),
  • door de tekst dat de Britten een kerkboek in de zak hebben maar een geweer klaar in de hand / het vreedzaam evangelie verspreiden met een Maximgeweer.

Opmerking: alleen als het antwoord een juist voorbeeld van kritiek bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de liedtekst.

Een geschiedenis:

Begin 1919 sloten meer dan 350.000 Duitse soldaten zich aan bij paramilitaire eenheden die Freikorps [Vrijkorps] werden genoemd. De regering van de Republiek van Weimar zette Vrijkorpsen eerst in voor het neerslaan van opstanden, maar kondigde in 1920 aan dat ze werden opgeheven. Hierna kwamen Vrijkorpsen in opstand. De Duitse legerleiding weigerde de opstand neer te slaan.

Vraag 14 2 punten

Aan deze geschiedenis kun je verschillende oorzaken ontlenen voor de zwakke positie van de regering van de Republiek van Weimar.

Toon dit voor twee oorzaken aan.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is. De zwakke positie van de regering blijkt uit het gegeven dat (twee van de volgende):

  • er sprake was van groepen die bereid waren met geweld in opstand te komen tegen de regering.
  • de regering niet kon rekenen op het leger.
  • de legerleiding niet luisterde naar de regering.
  • de regering gebruik moest maken van paramilitaire organisaties om politieke onrust te onderdrukken.
  • de regering te maken kreeg met een zeer grote groep paramilitairen waarop ze weinig grip hadden.

per juist antwoord 1 punt

bron 9

Bericht uit de Duitse krant Freiburger Zeitung van 29 maart 1936:

Een prachtige lentehemel glimlacht over de Rijkshoofdstad. Verkiezingsdag - feestdag! De Berlijners werden al vroeg uit bed getrommeld. Sinds 7.00 uur klinkt er marsmuziek door de met vlaggen versierde straten. De nazigelederen zijn overal aanwezig en doen opnieuw een beroep op plicht en geweten (…). Een verkwikkende, vrolijke sfeer domineert de stad. Binnenkort zal er een echte volksverhuizing plaatsvinden naar de meer dan 2.000 stembureaus. (...) Bij aanvang van de verkiezingen, staan er lange rijen mensen voor de stembureaus tot ver in de straten. (...) Om 12.00 uur hebben al vele honderdduizenden hun stem kunnen uitbrengen, stemmend in lijn met de grote woorden van de leider [Hitler] die in veel stembureaus aan de muur hangt: 'voor de één zijn we de partij, voor een ander een organisatie, weer iets anders voor een derde, in werkelijkheid zijn wij het Duitse volk!'

Bron: https://www.akens.org/akens/texte/diverses/konferenz.htm

Vraag 15 3 punten

Gebruik bron 9.

Stel: je doet onderzoek naar de verkiezingsdag in 1936. Je trekt de conclusie dat deze beschrijving een waarheidsgetrouw beeld geeft van het verloop van de verkiezingsdag.

Geef aan:

  • zonder bron waardoor je kunt twijfelen aan de betrouwbaarheid van krantenartikelen in Duitsland in die tijd, maar
  • dat de beschrijving wel een waarheidsgetrouw beeld geeft van het verloop van een verkiezingsdag in een totalitaire staat, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de bron.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Krantenartikelen in Duitsland in die tijd worden in opdracht van de (totalitaire) regering geschreven/gecensureerd (waardoor de inhoud minder betrouwbaar wordt).
  • Uit de beschrijving blijkt dat alles gecontroleerd wordt / dat mensen worden aangezet tot het stemmen op één partij (wat een waarheidsgetrouw beeld geeft van een verkiezingsdag in een totalitaire staat),
  • want uit de bron blijkt dat (een van de volgende): nazi's overal op straat aanwezig zijn om mensen aan te sporen om te gaan stemmen. / de nazi-ideologie overheerst door vlaggen/muziek/woorden van Hitler in de stemlokalen. / nazi's mensen wakker maken om te stemmen.

Opmerking: alleen als het antwoord bij de tweede deelvraag een juiste uitleg bevat van de wijze waarop de beschrijving een waarheidsgetrouw beeld geeft, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Vraag 16 2 punten

De volgende gebeurtenissen uit het leven van Konrad Adenauer (1876-1967) staan in willekeurige volgorde:

  • 1 Adenauer liet vlaggen met daarop het hakenkruis weghalen die aan Keulse bruggen werden opgehangen voor het bezoek van de nieuwe rijkskanselier Hitler.
  • 2 Adenauer sprak met de Fransen over samenwerking in het Rijnland om de Duitse verzoeningspolitiek te ondersteunen.
  • 3 De leiding van de Britse bezettingszone verweet Adenauer dat hij het opruimen van puin in Keulen niet snel genoeg regelde.
  • 4 Kort nadat legerofficieren een aanslag pleegden op Hitler vanwege het dramatische verloop van de strijd tegen de geallieerden, werd Adenauer opgepakt en vastgezet.
  • 5 Om meer arbeidsplaatsen te creëren voor de mensen die door de beurskrach werkloos werden, verbood Adenauer zijn ambtenaren bijbanen te hebben.
  • 6 Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde Adenauer een worst op basis van sojameel om het tekort aan vlees op te vangen.

Zet deze gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van vroeger naar later. Noteer alleen de nummers.

Bekijk het antwoord

De juiste volgorde is: 6, 2, 5, 1, 4, 3.

Opmerking: als door het weglaten van één foutief geplaatst nummer een verder complete en foutloze reeks ontstaat, wordt 1 scorepunt toegekend.

bron 10

In een interview vertelt de Nederlandse Rie Stroek-Wagenmakers over het inwisselen van een girobetaalkaart¹ bij de bank in de jaren 1950:

"Was ik eindelijk aan de beurt na een uur wachten, zegt die man 'waar is de toestemming van uw man?' Woedend was ik." Bij de slager om de hoek vroeg Rie vervolgens een briefje en schreef zelf een machtiging. "Ik ben bij een ander loket gaan staan en heb mijn geld toch gekregen", lacht ze, nog altijd trots op haar ongehoorzaamheid.

noot 1 Met een girobetaalkaart kon je geld opnemen van een bankrekening.

Bron: https://historiek.net/vrouwen-tot-1956-handelingsonbekwaam/15127/

Vraag 17 2 punten

Gebruik bron 10.

De situatie die Rie Stroek-Wagenmakers beschrijft, vindt na 1956 niet meer plaats in Nederland.

Geef hiervoor een verklaring door:

  • de wet uit 1956 te noemen die situaties als deze niet langer mogelijk maakt, en
  • met een verwijzing naar de bron aan te geven wat deze wet wil veranderen.
Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is:

  • Door de wet die een einde maakte aan de wettelijke handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen waren situaties als deze niet langer meer mogelijk.
  • Door deze wet hoefden vrouwen zoals Rie Stroek-Wagenmakers niet langer toestemming te vragen aan hun man om geld van een bankrekening te halen/om zelf beslissingen te nemen over het uitgeven van geld / mochten instellingen (als de bank) aan vrouwen niet langer vragen om een bewijs van de instemming van hun man.

bron 11

Christel Dux beschrijft een voorval uit haar jeugd in Oost-Berlijn in 1957:

Papa nam altijd graag de tijdschriften mee die verboden waren, en hij was vooral dol op de Stern¹, die oom Alex² altijd las. Daarom stopte hij vlak voor de grens, voordat we bij de Oberbaumbrug werden gecontroleerd, altijd één of twee tijdschriften in zijn broek. Na een feestje werd hij overmoedig en stopte een aantal tijdschriften in zijn broek toen hij bij tante Gerda² was. We namen de trein naar Warschauer Straat en liepen naar de Oberbaumbrug, het was al nacht. Op de Oberbaumbrug stond maar één jonge grenswachter, misschien was de ander net vertrokken of ziek, het waren er in ieder geval altijd twee geweest. Hij wilde onze identiteitsbewijzen zien. Over het algemeen werd gevraagd waar je vandaan kwam, maar deze grenswachter zei niets, stelde alleen de gebruikelijke vraag over tijdschriften. Mijn vader antwoordde een beetje geschokt: 'Nee, wat denkt u, zulke besmette kranten lezen wij niet.' Precies op dat moment vielen de Sternen uit zijn broekspijpen. Pats, daar lagen ze voor de grenswacht. 'O God, we moeten nu gaan', dacht ik en natuurlijk was ik bang dat mijn ouders nu opgesloten zouden worden. Smokkel van verboden, provocerende, imperialistische geschriften betekende jarenlang gevangenisstraf. Maar de grenswacht liet ons de tijdschriften oppakken, gaf mijn ouders hun identiteitsbewijs en liet ons gaan. "Ga weg", waren slechts zijn woorden. Ik ben deze persoon nog steeds dankbaar dat hij ons van een verschrikkelijk lot heeft gered.

noot 1 Stern is een West-Duits weekblad.

noot 2 Oom Alex en tante Gerda wonen in West-Berlijn.

Bron: https://www.hdg.de/lemo/zeitzeugen/christel-dux-grenzkontrollen.html

Vraag 18 4 punten

Gebruik bron 11.

Je concludeert dat je deze bron kunt gebruiken om:

  • 1 een motief aan te tonen voor de bouw van de Berlijnse Muur.
  • 2 te verklaren dat er altijd twee grenswachten tegelijk werken bij de Berlijnse Muur.

Toon de juistheid van elke conclusie aan, waarbij je je antwoord telkens ondersteunt met een andere verwijzing naar de bron.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

bij 1:

  • Je kunt met de bron aantonen dat de bouw van de Muur moet voorkomen dat DDR-burgers in aanraking komen met kapitalistische/Westerse ideeën,
  • want uit de bron blijkt dat (een van de volgende): de vader van Christel (vaak) tijdschriften meesmokkelt vanuit de BRD naar de DDR. / Christel en haar familie regelmatig op bezoek gaan bij familie in West-Berlijn. / de Oost-Duitse grenswachten niet (altijd) streng optreden tegen het smokkelen van Westerse tijdschriften.

bij 2:

  • Er werken altijd twee grenswachten tegelijk om ervoor te zorgen dat ze elkaar kunnen controleren zodat er geen overtredingen door de vingers worden gezien / grenswachters zich strikt houden aan de regels,
  • want uit de bron blijkt dat de grenswachter die alleen werkt de vader van Christel niet arresteert / de westerse tijdschriften niet inneemt.

Opmerking: als het antwoord bij de eerste deelvraag ingaat op het voorkómen van de vlucht/het vertrek van inwoners van de DDR naar de BRD, wordt geen scorepunt toegekend (omdat in de bron geen sprake is van vluchten/vertrek).

Opmerking: alleen als in het antwoord (bij de eerste deelvraag) een juist motief wordt aangetoond voor het bouwen van de Berlijnse Muur en (bij de tweede deelvraag) een juiste verklaring wordt gegeven voor het werken met twee grenswachten, wordt telkens 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Vraag 19 2 punten

Na de Tweede Wereldoorlog verscheen de Volkskrant met de ondertitel 'Katholiek dagblad voor Nederland'. In 1965 besloot de redactie van de Volkskrant om de ondertitel niet meer te gebruiken.

Leg uit bij welke maatschappelijke verandering in Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw dit besluit past.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is: Het besluit past bij de ontzuiling/secularisatie, waardoor de redactie van de Volkskrant denkt ook niet-katholieke lezers aan zich te kunnen binden / zich ook te kunnen richten op lezers buiten de katholieke zuil.

bron 12

In 1967 schrijft de communistische partij van de DDR (de SED), in een open brief aan de bevolking van de BRD (West-Duitsland):

Wij zijn ervan overtuigd dat ook in West-Duitsland de arbeiders, verbonden met alle arbeidersklassen, op een dag het imperialisme zullen verslaan. Ook zij zullen de weg van de democratie kiezen en uiteindelijk het socialisme vestigen. Dit is de enige mogelijkheid voor een uiteindelijke hereniging van de twee Duitse staten. Om hieraan bij te dragen moeten de West-Duitse arbeiders hun macht doen gelden. De arbeidersklasse van beide Duitse staten zal herenigen wat het imperialisme verscheurd heeft. De imperialisten hebben Duitsland in tweeën gedeeld. De arbeidersklasse van beide Duitse staten zal Duitsland weer één maken.

Bron: https://www.jstor.org/stable/24356458

Vraag 20 4 punten

Gebruik bron 12.

Een bewering: De SED geeft een eenzijdig beeld weer van de Duitse deling.

Ondersteun deze bewering door:

  • zonder bron het politieke beleid van Stalin in 1945 te noemen dat bijdraagt aan de Duitse deling, en
  • met bron aan te tonen dat de SED een communistische visie weergeeft op de Duitse deling, en
  • met bron het verband uit te leggen tussen het beeld dat de SED schetst van de Duitse deling en de Ostpolitik van Brandt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het beleid van Stalin om een communistisch regime te installeren / een regime te installeren waarin de Sovjet-Unie de dienst kon uitmaken, draagt bij aan de Duitse deling.
  • Uit de bron blijkt dat de SED ervan uitgaat dat de deling is veroorzaakt door het imperialisme / de veroveringsdrang van het Westen / dat de deling alleen ophoudt als West-Duitsland ook communistisch/socialistisch wordt (wat een communistische visie is).
  • Uit de brief blijkt dat de SED het beeld schetst dat de West-Duitse arbeiders in opstand zouden moeten komen / dat Duitsland een communistische staat moet worden (om de deling ongedaan te maken), zodat Brandt met de Ostpolitik de relatie met de DDR wil verbeteren / tot een betere samenwerking wil komen / wil bereiken dat de SED niet langer aanzet tot strijd in de BRD.

bron 13

In het dagblad Het Parool van 5 juni 1970 staat deze advertentie van Studia: een uitzendbureau en een crèche:

MOEDER uw peuter vindt het fijn om samen met leeftijdsgenootjes in een leuke omgeving:

  • te spelen (met goed speelgoed).
  • te eten (verantwoord voedsel).
  • te slapen (in zijn 'eigen' bedje).

Dit kan in Studia onder toezicht van een deskundige leiding. U vindt het prettig om eens - al is het maar voor een paar weken - uit uw dagelijkse sleur te breken. Uw 'oude' beroep (steno)-typiste of secretaresse weer eens op te nemen. Uw huishoud- of vakantiebudget aan te vullen. Dat kan via Studia uitzendbureau. Uw kind is uitstekend verzorgd. En u verdient minstens f 140,- netto per week.

Bron: Het Parool, 5 juni 1970 (geraadpleegd via Delpher 21-9-2023)

Vraag 21 4 punten

Gebruik bron 13.

Twee beweringen:

  • 1 Feministen van de tweede golf zullen kritiek hebben op deze advertentietekst.
  • 2 Het succes van uitzendbureaus als Studia wordt mede veroorzaakt door de groei van de economie in Nederland.

Toon de juistheid van beide beweringen aan, waarna je je antwoord telkens ondersteunt met een verwijzing naar de bron.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

bij 1:

  • De feministen zullen de kritiek hebben dat Studia niet bijdraagt aan het streven naar een gelijke positie op de arbeidsmarkt voor vrouwen / een eerlijkere verdeling van huishoudelijke taken tussen mannen en vrouwen,
  • omdat in de advertentie (een van de volgende): de vrouwen worden aangesproken als 'moeder'. / ervan uit wordt gegaan dat een vrouw misschien maar een paar weken wil werken / geen kostwinner is. / ervan uit wordt gegaan dat vrouwen (met hun salaris) slechts het huishoud- of vakantiebudget aanvullen.

bij 2:

  • Door de economische groei is er een tekort aan arbeidskrachten,
  • wat het succes van Studia verklaart, omdat Studia (een van de volgende): probeert moeders te laten deelnemen aan het arbeidsproces. / moeders aanmoedigt een (deeltijd)baan te nemen.

Opmerking: alleen als het antwoord een juiste uitleg bevat (bij de eerste deelvraag) over de kritiek van de feministen en (bij de tweede deelvraag) over het verband tussen de economische groei en het tekort aan arbeidskrachten, wordt telkens 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar de bron.

Een gegeven:

In 1983 publiceerde het Christen-Democratisch Appèl (CDA), de partij van minister-president Lubbers, een onderzoeksrapport. Hierin stond de kritiek dat burgers "in plaats van voor elkaar te zorgen, er steeds meer vanuit gaan dat de overheid die verantwoordelijkheid overneemt." Lubbers wilde met dit onderzoeksrapport zijn beleid ondersteunen.

Bron: https://d14uo0i7wmc99w.cloudfront.net/Organisaties/Visiegroepen/Publicaties/Appel_en_weerklank-_van_verzorgingstaat_naar_verzorgingsmaatschappij.pdf

Vraag 22 2 punten

Toon met een verwijzing naar het onderzoeksrapport aan welke beleidsmaatregel Lubbers wilde ondersteunen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Met het onderzoeksrapport werd beleid van bezuinigingen op uitkeringen/het beperken van de verzorgingsstaat ondersteund,
  • want uit het onderzoeksrapport bleek dat het CDA vond dat burgers minder moesten verwachten van de overheid / dat burgers meer voor elkaar moesten zorgen / kritiek had op burgers die de zorg wilden overlaten aan de overheid.

Opmerking: alleen als het antwoord een juiste beleidsmaatregel bevat, wordt 1 scorepunt toegekend aan een daarbij passende verwijzing naar het onderzoeksrapport.

Vraag 23 2 punten

In 1984 besloot de Nederlandse regering dat op lagere scholen aan "leerlingen van 'niet-Nederlandse afkomst' les zal worden gegeven in hun eigen taal, zoals het Turks, Marokkaans, Italiaans, Grieks en Moluks."

Leg uit bij welk migrantenbeleid van de overheid in die tijd dit besluit paste.

Bekijk het antwoord

Kern van een juist antwoord is: het beleid om leerlingen les te geven in hun (niet-Nederlandse) moedertaal paste bij het multiculturalisme, waarbij mensen met een migratieachtergrond de mogelijkheid kregen om binnen de Nederlandse samenleving/het Nederlandse onderwijssysteem hun eigen cultuur te behouden.

Drie tekeningen onder elkaar: een slang met het opschrift West die een egel met het opschrift Ost wil opeten, daarna een zieke slang en een slang die gewond raakt aan de stekels van de egel.
bron 14 Prent van de Duitse tekenaar Klaus Stuttmann uit 1995

Toelichting: Op de egel staat Ost (Oosten) en op de slang staat West (Westen). De ondertitel is 'Op de dag van de Duitse eenheid'.

Bron: https://www.politische-bildung-brandenburg.de/ausstellungen/wendepunkte

Vraag 24 2 punten

Gebruik bron 14.

De tekenaar geeft in deze prent een mening weer over de integratie van de voormalige DDR in het verenigde Duitsland.

Toon aan welke mening dat is, waarna je je antwoord ondersteunt met een verwijzing naar de prent.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De tekenaar geeft de mening weer dat de integratie niet gunstig is voor de BRD / dat de BRD is verzwakt door de integratie van de voormalige DDR, wat blijkt uit de stekels van de egel (de voormalige DDR) waar de slang (de BRD) last van heeft.
  • Of: de tekenaar geeft de mening weer dat de BRD gulzig is en geen rekening houdt met de voormalige DDR, door af te beelden dat de BRD de egel in zijn geheel opeet.

Opmerking: alleen als het antwoord een juiste mening van de tekenaar weergeeft, wordt 1 scorepunt aan een daarbij passende verwijzing naar de prent toegekend.

De volgende twee vragen gaan over de diamant van Banjarmasin, die werd meegenomen van het Indonesische eiland Borneo naar Nederland:

In 1859 veroverden Nederlandse troepen het vorstendom Banjarmasin op het Indonesische eiland Borneo. Ze namen een grote diamant van de voormalige sultan van Banjarmasin mee. De Nederlandse regering liet deze diamant in het Rijksmuseum tentoonstellen, als 'een geschiedkundig gedenkteken van de onderwerping van Banjarmasin'.

Vraag 25 2 punten

Licht het tentoonstellen van de diamant toe door:

  • met een kenmerkend aspect uit de negentiende eeuw een verklaring te geven voor de beslissing om de diamant tentoon te stellen, en
  • de politieke boodschap te noemen die de regering met het tentoonstellen wilde overbrengen.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door 'de moderne vorm van imperialisme' / 'de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen zoals nationalisme' bestond er in Nederland een gevoel van trots / de behoefte het belang van de koloniale macht te benadrukken,
  • waarbij het ministerie de boodschap wilde overbrengen dat Nederland succesvol was geweest in de onderwerping van Banjarmasin / dat Banjarmasin bij het Nederlandse koloniale rijk hoorde.

Opmerking: als het antwoord alleen een juist kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Vraag 26 2 punten

In 2017 plaatste het Rijksmuseum bij de diamant van Banjarmasin (zie vraag 25) de tekst: "Deze diamant is oorlogsbuit. Ooit was hij eigendom van Panembahan Adam, de sultan van Banjarmasin".

Licht het plaatsen van de tekst toe door:

  • met een kenmerkend aspect uit de twintigste eeuw een verklaring te geven voor het besluit deze tekst te plaatsen, en
  • aan te geven wat het Rijksmuseum met de tekst wilde bereiken.

Let op: je moet na het opschrijven van een kenmerkend aspect een uitleg geven.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door 'de ontwikkeling van de multiculturele en pluriforme samenlevingen' / 'de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld' kwam steeds meer kritiek op het koloniale verleden / werd ingezien dat de verovering van Banjarmasin een onrechtmatige daad was.
  • Door de diamant 'oorlogsbuit' te noemen wilde het Rijksmuseum ervoor zorgen dat het publiek zou nadenken over/bewust zou worden van de rol van Nederland in de Indonesische geschiedenis / ervoor zorgen dat er geen protest kwam vanwege het tentoonstellen van de diamant.

Opmerking: als het antwoord alleen een juist kenmerkend aspect bevat zonder uitleg, wordt geen scorepunt toegekend.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Geschiedenis 2025, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens geschiedenis havo

Hoe ToetsChecker geschiedenis per vraagtype nakijkt, lees je op geschiedenis toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over tijd van burgers en stoommachines (5), tijd van televisie en computer (5) en tijd van ontdekkers en hervormers (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van geschiedenis havo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-2/ha-1021-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen geschiedenis havo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.