Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Heilawaai, Seabreacher, Dolfijn zwemmen, Zelfgemaakte trafo, Gelsluis, Kwaliteit van verf, Moment voor de zwaartekracht, Schakeling doormeten, Fierljeppen.
Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (13), energie (8) en elektriciteit (8). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Krachten en bewegen | 8, 10-11, 17, 25-27, 34-36, 41-43 | 13 |
| Energie | 9, 13-16, 28-29, 40 | 8 |
| Elektriciteit | 18-22, 37-39 | 8 |
| Licht en geluid | 1-7 | 7 |
| Stoffen en materialen | 23-24, 30-33 | 6 |
| Verbranden | 12 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Heilawaai
Om te voorkomen dat gebouwen wegzakken in de grond, zijn ze op palen geplaatst. Een paal wordt in een hei-installatie door een zwaar blok de grond ingeslagen.
Vraag 1 1 punt
Op 5 m afstand van de hei-installatie is een geluidsniveau van 120 dB gemeten. In welke zone valt dit geluid?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 2 1 punt
De bouwvakkers moeten gehoorbescherming dragen tijdens het werk om gehoorbeschadiging te voorkomen. Noteer nog een maatregel om gehoorbeschadiging te voorkomen.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − grotere afstand tot de geluidsbron − korte blootstellingsduur (1)
Vraag 3 3 punten
Op 5 m afstand is het gemeten geluidsniveau 120 dB. Er geldt de volgende regel:
Bekijk het antwoord
- inzicht dat de afstand driemaal is verdubbeld (1)
- noteren dat het geluidsniveau dan 102 dB is (1)
- rest van de berekening juist (1)
Als de afstand tot een geluidsbron verdubbelt, neemt het geluidsniveau met 6 dB af.
Een bouwvakker gaat op 40 m van de hei-installatie staan. Bereken de tijd in minuten die deze bouwvakker langer aan dit geluid kan worden blootgesteld. Gebruik de tabel ‘Maximale blootstellingsduur’ in BINAS.
Vraag 4 1 punt
Je ziet het vereenvoudigde oscilloscoopbeeld van het geluid van het heiblok op de heipaal, gemeten op 5 m afstand.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Welk oscilloscoopbeeld hoort bij de meting van het geluid op grotere afstand?
A B C
De temperatuur van de buitenlucht tijdens het heien is 288 K.
Vraag 5 1 punt
Noteer deze temperatuur in graden Celsius.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (T =) 15 (oC) (1)
Vraag 6 3 punten
Een buurtbewoner ziet vanaf een afstand het heiblok de heipaal raken. Hij hoort het geluid 0,30 s later. Bereken de afstand tussen de hei-installatie en de buurtbewoner.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat voor de geluidssnelheid 343 m/s gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen.
Vraag 7 1 punt
In de loop van de dag stijgt de temperatuur. Over het gevolg van deze temperatuurstijging staan op de uitwerkbijlage drie zinnen. Omcirkel in de tweede en derde zin de juiste mogelijkheid. Gebruik de tabel ‘Voortplantingssnelheid van geluid in enkele stoffen’ in BINAS.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Seabreacher
Ashwin heeft een Seabreacher. Dit is een boot die behalve varen ook kan duiken, springen en rollen door en in het water.
De boot heeft een benzinemotor die zorgt voor de stuwkracht.
Vraag 8 2 punten
Je ziet op de uitwerkbijlage een afbeelding van de boot tijdens het varen. In de afbeelding zijn de stuwkracht en de luchtweerstand getekend tijdens het varen met constante snelheid. Teken in de afbeelding de vector van de tegenwerkende kracht van het water langs de stippellijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
De vector heeft een lengte van 3,0 cm naar links gericht (antwoorden van 2,8 cm tot en met 3,2 cm goed rekenen).
Ashwin laat zijn boot een sprong maken.
Vraag 9 2 punten
Bij de sprong is 9250 J van alle bewegingsenergie omgezet in zwaarte- energie. De massa van de boot met Ashwin is 740 kg. Bereken de maximale afstand die de boot omhoogkomt.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule E z = m · g · h (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 10 2 punten
De boot duikt na een sprong met een snelheid van 15 m/s in het water. Zijn snelheid neemt in 2,5 s af tot 8,0 m/s. Bereken de vertraging.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule a = (v eind - v begin) / t (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 11 3 punten
Ashwin vaart de boot terug naar de haven over een afstand van 8,0 km. Hij vaart met een gemiddelde snelheid van 40 km/h. Bereken de tijd in minuten die de boot van Ashwin nodig heeft om bij de haven aan te komen.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule s = v gem / t (1)
- rest van de berekening juist (1)
- juist omrekenen naar minuten (1)
Bij de vaartocht is 50 L benzine verbrand. Bij het verbranden van deze hoeveelheid benzine komt 1,65 · 109 J energie vrij.
Vraag 12 3 punten
Toon met een berekening aan dat bij deze verbranding 1,65 · 109 J energie is omgezet. Gebruik bij je antwoord de tabel ‘Verbrandingswarmte van enkele stoffen’ in BINAS.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- noteren van de verbrandingswarmte van benzine (1)
- juist omrekenen van het volume (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 13 2 punten
Bij de vaartocht is 2,97 · 108 J van de totaal omgezette energie nuttig gebruikt. Bereken het rendement van de boot bij deze tocht.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of het symbool voor rendement niet genoteerd te zijn.
Dolfijn zwemmen
Een mono-vin is een rubberen zwemvlies. Met de mono-vin aan je voeten zwem je als een dolfijn.
Een zwemmer met mono-vin kan een gemiddelde zwemsnelheid van 13 km/h halen. Dit is twee keer zo snel als een zwemmer zonder mono-vin.
Vraag 14 1 punt
Je ziet het schema van de energiestroom per seconde bij een zwemmer zonder en met mono-vin.
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
zonder mono-vin met mono-vin
zwemmer zwemmer
1000 J 1000 J
Waarom kan de zwemmer met een mono-vin sneller zwemmen dan zonder mono-vin? Omdat
A de totale hoeveelheid energie groter is.
B het opgenomen vermogen groter is.
C het rendement groter is.
Vraag 15 1 punt
Tijdens het zwemmen is er in het lichaam sprake van een energieomzetting. Welke energiesoort wordt er in het lichaam omgezet?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 16 1 punt
Op de uitwerkbijlage staat een zin over de zwemsnelheid en de bewegingsenergie. Omcirkel in die zin de juiste mogelijkheden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Vraag 17 1 punt
De snelheid tijdens het zwemmen is niet constant. Je ziet een vereenvoudigd v,t-diagram van de zwemmer met mono-vin die drie zwemslagen maakt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Zelfgemaakte trafo
Aras en Stijn maken een transformator met de oplader van hun elektrische tandenborstel.
In de oplader zitten een spoel en een weekijzeren kern.
Vraag 18 1 punt
Aras en Stijn sluiten de oplader aan op de netspanning. Aras zegt tegen Stijn dat de oplader werkt als een elektromagneet en een stukje ijzer kan aantrekken. Heeft Aras gelijk?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Aras en Stijn maken zelf een spoel door geïsoleerd koperdraad om de basis van de oplader te wikkelen. Deze spoel verbinden ze met twee leds.
Vraag 19 1 punt
Je ziet op de uitwerkbijlage twee zinnen over geïsoleerd koperdraad. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
De spoel in de oplader en de zelfgemaakte spoel vormen samen een transformator.
De leds branden als Aras de stekker van de oplader in het stopcontact steekt. Stijn meet met een multimeter de secundaire spanning en stroomsterkte. Je ziet een tabel met de gegevens.
netspanning 230 V
secundaire spanning 1,2 V
secundaire stroomsterkte 4,5 mA
Vraag 20 2 punten
De zelfgemaakte spoel heeft 18 windingen. Bereken het aantal windingen van de primaire spoel in de oplader. Ga er hier van uit dat de transformator ideaal is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of het symbool voor aantal windingen niet genoteerd te zijn.
Vraag 21 1 punt
Je ziet het deel van de multimeter die Stijn gebruikt met een keuzeschakelaar voor het meetbereik.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
Bij welke stand van de keuzeschakelaar meet Stein het nauwkeurigst een stroomsterkte van 4,5 mA af?
A bij stand 1
B bij stand 2
C bij stand 3
D bij stand 4
Vraag 22 3 punten
Aras leest op een energiemeter een (primair) vermogen van 0,8 W af. Laat met een berekening zien of hun transformator ideaal is. Noteer je conclusie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
(Ps =) 5,4 mW ( 0,0054 W). Dit is minder dan het primaire vermogen. Deze transformator is dus niet ideaal.
Opmerkingen Als de kandidaat een secundair vermogen vindt dat groter is dan het primaire vermogen, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen. Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft de grootheid vermogen niet genoteerd te zijn.
Gelsluis
Schepen liggen soms uren voor gesloten sluisdeuren te wachten. Voor een ontwerpwedstrijd is een sluis met gel (een stroperige vloeistof) bedacht. De sluisdeuren zijn vervangen door gel. De gel ligt op de bodem van de sluis. locomotieven
NAP NAP
0 binnenwater zeewater 0 gel
lengte 3,2 km
Twee locomotieven slepen een schip door de gel. Hiermee kan de wachttijd voor schepen flink korter worden. De weggeduwde gel wordt in het midden van de sluis weer teruggepompt.
Vraag 23 1 punt
De gel kent een aantal eigenschappen waardoor hij geschikt is voor deze toepassing. Over de eigenschappen staan op de uitwerkbijlage twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
De gel heeft een dichtheid van 1,1 ton/m3 (1,1 g/cm3).
Vraag 24 1 punt
Het volume van de gel in de sluis is 4,5 · 106 m3. Wat is de massa van deze hoeveelheid gel? 6
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 25 1 punt
Het schip wordt van binnenwater via de gelsluis naar zeewater gesleept. Waar is de diepgang van het schip het grootst?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 26 3 punten
Twee locomotieven op de kade van de sluis trekken het schip door de bovenste laag van de gel. Je ziet op de uitwerkbijlage een schematische afbeelding van een schip met de krachten tijdens het trekken. Construeer in de afbeelding de resulterende kracht. Vul de grootte van de kracht in onder de afbeelding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat de resultante niet (juist) heeft getekend, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.
Vraag 27 1 punt
De spoorlijn van de locomotieven ligt vóór de sluis verder van het schip dan in de sluis. Je ziet een afbeelding van de spoorlijnen, de vaarrichting van het schip en de trekkabels naar de locomotieven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (1)
spoorlijn locomotief locomotief
vaarrichting
locomotief spoorlijn locomotief
voor de sluis in de sluis
De locomotieven leveren tijdens het slepen steeds een even grote kracht. Wat is juist over de resulterende kracht die de locomotieven leveren op het schip?
A Die is in de sluis even groot als voor de sluis.
B Die is in de sluis groter dan voor de sluis.
C Die is in de sluis kleiner dan voor de sluis.
Vraag 28 3 punten
De twee locomotieven werken op een dag 7,5 h. Ze leveren samen een gemiddeld vermogen van 4,2 · 105 W. 1 kWh kost € 0,25. Bereken de energiekosten per dag voor het gebruik van de locomotieven.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft de grootheid energie niet genoteerd te zijn.
Vraag 29 1 punt
Bij de gelsluis is er een hoogteverschil tussen het binnenwater en het zeewater. Dit hoogteverschil wordt gebruikt om de benodigde elektrische energie voor de locomotieven op te wekken. Het water gaat door een turbine naast de sluis die een dynamo aandrijft. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het opwekken van de elektrische energie. Omcirkel in de eerste zin de juiste mogelijkheid en maak de tweede zin compleet.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als zowel de keuze in de eerste zin als beide antwoorden in de tweede zin juist zijn.
Kwaliteit van verf
In een bouwmarkt staan verschillende soorten verf.
Vraag 30 2 punten
Verf is een vloeistof met daarin fijn verdeelde vaste stof. Na het aanbrengen van een verflaag verdampt de vloeistof. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het verdampen van de vloeistof. Maak de eerste zin compleet en omcirkel in de tweede zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het eerste scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.
De hoeveelheid vaste stof in verf kan per merk verschillen.
inhoud: 0,75 dm3 / massa: 975 gram inhoud: 0,75 dm3 / massa: 885 gram
Vraag 31 1 punt
Wat is juist over de dichtheid van het huismerk? De dichtheid van het huismerk is
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 32 3 punten
Bereken de dichtheid van het huismerk verf in g/cm3.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule ρ = m / V (1)
- juist omrekenen van het volume (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 33 2 punten
De vloeistof in de verf is terpentine. Je ziet een deel van de veiligheidskaart van terpentine.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor elk extra kruisje 1 scorepunt aftrekken met een maximum van 2 scorepunten.
Moment voor de zwaartekracht
Renske maakt tijdens de natuurkundeles een opstelling met een aluminium buis met aan een uiteinde een gewicht aan een touwtje. De buis van 1,0 m lengte is in evenwicht. D is het draaipunt. Het zwaartepunt van de buis is aangegeven met punt Z.
Vraag 34 1 punt
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de krachten bij deze opstelling. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Vraag 35 3 punten
Bereken de grootte van de zwaartekracht op de buis. Gebruik de gegevens in de afbeelding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- inzicht dat de afstand D-Z 1,5x zo klein is als de afstand D-A (1p)
Opmerking Voor het toekennen van het eerste en tweede scorepunt hoeft de grootheid moment niet genoteerd te zijn.
of
Vraag 36 2 punten
Het totale gewicht van de tafel met opstelling is 135 N. Het contactoppervlak met de grond is 64 cm2. Bereken de druk van de tafel op de grond. Rond je antwoord af op 1 decimaal.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule p = F / A (1)
- rest van de berekening juist en correct afronden (1)
Schakeling doormeten
Marlou en Luuk onderzoeken het verband tussen de spanning en het vermogen bij een weerstand. Ze sluiten een weerstand aan op een regelbare spanningsbron. Je ziet een afbeelding van een deel van de opstelling en hun materialen.
Vraag 37 2 punten
Ze meten de spanning over en de stroomsterkte door de weerstand. Je ziet op de uitwerkbijlage een deel van het schakelschema. Maak het schakelschema compleet met de weerstand en beide meters.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen Als de kandidaat de spanningsmeter over de bron plaatst, dit goed rekenen. Als de kandidaat geen gesloten circuit tekent, hiervoor 1 scorepunt aftrekken. Als de kandidaat een of meer extra componenten toevoegt of verbindingen maakt waardoor er een niet-werkende schakeling ontstaat, hiervoor 1 scorepunt aftrekken.
Luuk verhoogt in stapjes de spanning en Marlou leest bij elke spanning de stroomsterkte af. Ze berekenen bij elke meting het vermogen. Je ziet een tabel met hun resultaten.
U (V) 0 3,0 4,0 6,0 8,0
I (A) 0 0,15 0,20 0,30 0,40
P (W) 0 0,45 0,80 1,80 3,20
Vraag 38 3 punten
Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle resultaten van P en U uit en teken de grafiek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat minder dan 2/3 van de verticale as gebruikt, hiervoor het eerste scorepunt niet toekennen.
Vraag 39 2 punten
Over het verband tussen het vermogen en de spanning staan op de uitwerkbijlage twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- 4,0 (1)
- een ander dan bovenstaande verbanden (1)
Fierljeppen
Fierljeppen is een Friese volkssport. Het doel is om met een polsstok zo ver mogelijk (over water) te springen.
Bij de aanloop (1) rent de springer naar zijn polsstok. Hij springt in de polsstok (2) en klimt (van 3 naar 4) omhoog.
Vraag 40 3 punten
Van 3 naar 4 klimt de springer over een afstand van 240 cm omhoog. De springer heeft een massa van 72 kg. Bereken de arbeid die de klimmer dan minimaal verricht.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeven de grootheid en eenheid niet genoteerd te zijn.
Na de afsprong (van 5 naar 6) landt de springer op de grond. De springer buigt daarbij door zijn knieën.
Vraag 41 1 punt
Wat is juist over de remtijd mét doorbuigen? De remtijd mét doorbuigen is
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 42 1 punt
Wat is juist over de remkracht mét doorbuigen? De remkracht mét doorbuigen is
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 43 1 punt
Met welke veiligheidsvoorziening in een auto komt de functie van de knieën bij het landen overeen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-18-2-o
Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (13), energie (8) en elektriciteit (8).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-18-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.