Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Polsstokhoogspringen, Vuurpijl, Ledlamp, Practicum elektriciteit, Wiel verwisselen, Theremin, Drinkbak, Betonplaten.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (12), elektriciteit (12) en energie (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen1, 3-4, 7, 21, 23-26, 38-4012
Elektriciteit10-20, 3512
Energie2, 22, 32-34, 36-377
Licht en geluid27-315
Verbranden5-6, 83
Stoffen en materialen9, 412

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over stoffen en materialen (5% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Polsstokhoogspringen

Stan doet aan polsstokhoogspringen. Na een aanloop gebruikt hij zijn polsstok om over een lat te springen.

Stan neemt een aanloop met de polsstok in zijn handen (van 1 naar 2). Dan zet hij zich af en beweegt omhoog (van 3 naar 6).

Vraag 1 1 punt

Om de polsstok is ribbelige tape gewikkeld. Stan houdt de polsstok bij de tape vast. De polsstok glijdt daardoor niet uit zijn handen. Welke tegenwerkende kracht wordt door de tape vergroot?

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘wrijving’ noteert, het scorepunt toekennen.

Stan heeft een massa van 60 kg. Hij springt over de lat en valt daarna recht naar beneden tot hij de mat raakt.

Vraag 2 2 punten

Bij het raken van de mat is zijn snelheid 9,0 m/s. Bereken zijn bewegingsenergie.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ebew = 0,5 ∙ m ∙ v2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 3 1 punt

Stan landt op de mat en komt door de tegenwerkende kracht tot stilstand. Op de uitwerkbijlage staat een zin over het landen op de mat. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • omhoog gericht (1)

Vraag 4 3 punten

Bij het afremmen tot stilstand oefent de mat een gemiddelde tegenwerkende kracht van 1,2 kN uit op Stan. Bereken de gemiddelde vertraging.

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de kracht (1)
  • gebruik van de formule F = m ∙ a (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vuurpijl

Elize organiseert vuurwerkshows en koopt daarom regelmatig vuurpijlen.

Vraag 5 1 punt

Vuurwerk bevat buskruit. Buskruit is explosief. Welk veiligheidspictogram geeft het explosiegevaar aan?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B C D

Elize zet een vuurpijl rechtop in een buis en steekt de lont aan. Het buskruit verbrandt. De verbrandingsgassen verlaten met hoge snelheid de opening aan de onderkant van de vuurpijl.

Vraag 6 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een zin over het verbranden van buskruit. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 7 1 punt

Op het moment dat de vuurpijl loskomt van de grond werken er verschillende krachten op de vuurpijl. In welke afbeelding zijn de kracht omhoog, de zwaartekracht en de nettokracht juist getekend?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

A B C

Vraag 8 2 punten

De massa van het buskruit is 30 g. De verbrandingswarmte is 2,9 MJ/kg. Bereken de energie die vrijkomt als al het buskruit verbrandt.

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de massa of de verbrandingswarmte (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Ledlamp

Ria heeft een lamp met vier leds. koelkastdeur met lamp

lamp met 4 leds

De lamp werkt op batterijen. Aan de achterkant van de lamp zit een magneet. Ria bevestigt de lamp aan de deur van haar koelkast.

Vraag 9 1 punt

Welke metalen worden door een magneet aangetrokken?

  1. A ijzer en koper
  2. B ijzer en nikkel
  3. C magnesium en koper
  4. D magnesium en nikkel
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Je ziet een afbeelding van de zijkant van de lamp die door de magneet aan de metalen koelkastdeur is bevestigd.

Vraag 10 1 punt

De noordpool van de magneet is aangegeven met de letter N. Welke magnetische pool is er bij 1 en bij 2?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

bij 1 bij 2

A noordpool noordpool

B noordpool zuidpool

C zuidpool noordpool

D zuidpool zuidpool

Je ziet een afbeelding van het schakelschema van de lamp.

Vraag 11 1 punt

Noteer de functie van de weerstand R in deze schakeling.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − De weerstand verlaagt de stroomsterkte door / de spanning over de leds. − De weerstand verlengt de levensduur van de leds. − De weerstand verlaagt de kans dat de leds doorbranden. − De weerstand voorkomt dat de leds kapot gaan. (1)

Vraag 12 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan vier zinnen over deze schakeling. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Een scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 13 2 punten

De lamp staat aan. Alle leds branden. De totale stroomsterkte door de schakeling is 80 mA. De opgeladen batterijen hebben een totale capaciteit van 1800 mAh. Bereken de tijd die de lamp kan branden op volledig opgeladen batterijen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule C = I ∙ t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 14 1 punt

De vervangingsweerstand van de vier leds is 50 Ω. Elke led heeft dezelfde weerstand. Wat is juist over de weerstand van één led?

  1. A Die is even groot als de vervangingsweerstand.
  2. B Die is groter dan de vervangingsweerstand.
  3. C Die is kleiner dan de vervangingsweerstand.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Practicum elektriciteit

Tahra voert een practicum elektriciteit uit. Ze schakelt een lampje in serie met een weerstand. Als spanningsbron gebruikt ze een variabele spanningsbron. Deze spanningsbron kan ze instellen op verschillende spanningen.

Vraag 15 1 punt

Tahra heeft een meetinstrument dat onder andere spanning en stroomsterkte kan meten. Noteer de naam van dit meetinstrument dat verschillende grootheden kan meten.

Bekijk het antwoord
  • multimeter / universeelmeter (1)

Tahra meet de spanning over en de stroomsterkte door het lampje.

Vraag 16 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding van een deel van het schakelschema. Maak het schakelschema compleet met spanningsmeter en stroommeter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een of meer extra componenten en/of verbindingen plaatst, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.

Tahra stelt de spanning van de spanningsbron in op verschillende waarden. Ze leest vervolgens de spanning over en de stroomsterkte door het lampje af. Je ziet een tabel met haar meetresultaten.

Ulampje (V) 0 2,0 4,0 6,0 8,0 10 12

I (mA) 0 20 32 40 46 51 54

Vraag 17 3 punten

Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Het eerste scorepunt alleen toekennen als minstens 2/3 van elke as is gebruikt.
  • Als de kandidaat één meetpunt niet juist heeft uitgezet, dit niet aanrekenen.

Vraag 18 1 punt

Bepaal met behulp van de meetresultaten of het diagram de stroomsterkte bij een spanning van 6,4 V.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Een waarde 41 (mA) ≤ I ≤ 43 (mA) mag goed gerekend worden.

Vraag 19 4 punten

Tahra stelt de spanningsbron zó in dat de spanning over het lampje 8,0 V is. De stroomsterkte door de schakeling is dan 46 mA. De weerstand R in de schakeling is 150 Ω. Bereken de spanning over de weerstand en noteer de geleverde spanning van de spanningsbron.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de stroomsterkte (1)
  • gebruik van de formule R = U / I (1)
  • rest van de berekening van de spanning over de weerstand juist (1)
  • noteren van de spanning van de spanningsbron (1)

Vraag 20 1 punt

Wat is juist over de weerstand van het lampje bij hogere spanning?

  1. A die neemt af
  2. B die blijft constant
  3. C die neemt toe

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Wiel verwisselen

Janos heeft een auto met versleten banden. Een auto met versleten banden heeft een langere remweg dan een auto met nieuwe banden.

Vraag 21 3 punten

Janos test zijn auto. De auto rijdt met een beginsnelheid van 21,0 m/s. Janos remt tot de auto stilstaat. Na een tijd van 3,6 s staat de auto stil. Bereken de remweg.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een andere waarde voor v gem gebruikt, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.

De auto wordt met een krik omhoog getild om de banden te verwisselen.

Vraag 22 2 punten

De auto wordt 0,20 m omhoog getild. Daarvoor is er een gemiddelde kracht van 1150 N nodig. Bereken de geleverde arbeid.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule W = F ∙ s (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De krik staat met de grondplaat op de ondergrond. De krik duwt de auto omhoog vanuit het steunpunt.

Vraag 23 3 punten

De kracht van de grondplaat op de ondergrond is 2300 N. Het contactoppervlak van de grondplaat met de ondergrond is 60 cm2. Bereken de druk op de ondergrond in Pa.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule p = F / A (1)
  • rest van de berekening juist (1)
  • juist omrekenen van de druk naar Pa (1)

Vraag 24 1 punt

Op een zachte ondergrond kan de krik wegzakken in de grond. Hoe kan worden voorkomen dat de krik in de grond wegzakt?

  1. A door het oppervlak van de grondplaat te vergroten
  2. B door het oppervlak van de grondplaat te verkleinen
  3. C door het oppervlak van het steunpunt te vergroten
  4. D door het oppervlak van het steunpunt te verkleinen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Janos heeft de band verwisseld en draait de wielbouten vast met een wielsleutel die in lengte verstelbaar is.

De afstand tussen het handvat van de wielsleutel en het draaipunt van de bout is 0,40 m.

Vraag 25 2 punten

Janos zet de wielsleutel op de eerste wielbout en duwt loodrecht op het handvat. Hij oefent een spierkracht uit van 400 N. Bereken het moment van de spierkracht.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule M = F ∙ ℓ (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Voor het vastdraaien van de tweede bout schuift Janos de wielsleutel verder uit.

Bij het aandraaien met de verlengde wielsleutel is het moment op de tweede wielbout even groot als het moment op de eerste wielbout.

Vraag 26 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de spierkracht die Janos nu uitoefent om de bout vast te draaien. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Theremin

Lydia bespeelt een theremin. Dit is een elektronisch muziekinstrument met twee antennes. Door de afstand van haar hand tot een antenne te variëren, regelt ze de geluidssterkte en de toonhoogte.

Lydia heeft de theremin aangesloten op een luidspreker.

Vraag 27 2 punten

De luidspreker bestaat uit drie onderdelen. De conus is een van deze onderdelen. Noteer de namen van de andere twee onderdelen, die ervoor zorgen dat de conus trilt.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat in plaats van ‘spoel’ als antwoord ‘koperdraad’ noteert, het eerste scorepunt niet toekennen.
  • Als de kandidaat in plaats van ‘spoel’ als antwoord ‘wikkelingen van koperdraad’ noteert, het eerste scorepunt toekennen.

Lydia geeft buiten een concert. Het publiek op de voorste rij zit op een afstand van 8 meter van de luidspreker. De geluidssterkte op deze afstand is 79 dB.

Vraag 28 1 punt

In welke zone valt dit geluid?

  1. A indringend
  2. B hinderlijk
  3. C storend bij telefoneren
  4. D zeer luid
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Voor de geluidssterkte geldt:

Voor elke verdubbeling van de afstand neemt de geluidssterkte met 6 dB af.

Vraag 29 2 punten

Het publiek op de achterste rij zit op een afstand van 32 meter van de luidspreker. Bereken de geluidssterkte in dB op deze afstand.

Bekijk het antwoord
  • inzicht dat er tweemaal een verdubbeling van afstand optreedt (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Bij een bepaald geluid stopt Lydia met het verplaatsen van haar handen. Het geluid van de theremin wordt op dat moment opgevangen met een microfoon en zichtbaar gemaakt op het scherm van een oscilloscoop.

Vraag 30 4 punten

Bereken met behulp van het beeld op het oscilloscoopscherm de frequentie van het geluid. Noteer eerst de trillingstijd.

Bekijk het antwoord
  • noteren van de trillingstijd (0,0030 (s) / 3,0 (ms)) (1)
  • omrekenen van ms naar s (1)
  • gebruik van de formule f = 1 / T (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 31 1 punt

Lydia maakt vervolgens een lagere, even harde toon. Welk oscilloscoopbeeld geeft deze toon juist weer? De instellingen van de oscilloscoop blijven gelijk.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

Drinkbak

Om de koeien in de wei drinkwater te geven, staat er een drinkbak in de wei. Uit de sloot wordt water in de drinkbak gepompt.

De pomp krijgt zijn energie van een accu die wordt opgeladen door een zonnepaneel.

Vraag 32 1 punt

Noteer een reden waarom deze manier van energieopwekking duurzaam is.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord geeft ‘Het is goed voor het milieu.’ of ‘Het is goed voor de natuur.’, dit fout rekenen.

Zonlicht heeft per m2 een gemiddeld vermogen van 800 W.

Vraag 33 2 punten

Zonnepanelen leveren per m2 gemiddeld 128 W aan elektrisch vermogen. Bereken het rendement van zonnepanelen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool voor rendement niet genoteerd te zijn.

Vraag 34 3 punten

De zon beschijnt op een dag het zonnepaneel van de drinkbak gedurende

12 uur. De oppervlakte van het zonnepaneel is 0,24 m2. Bereken de energie die er die dag door het zonnepaneel is opgenomen. Noteer eerst de waarde van het opgenomen vermogen van het zonnepaneel.

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van het opgenomen vermogen (192 (W) / 0,192 (kW)) (1)
  • gebruik van de formule E = P · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 35 2 punten

Het zonnepaneel levert een spanning van 12 V aan de accu. Bij fel zonlicht is het maximale afgegeven vermogen 50 W. Bereken de maximale stroomsterkte die het zonnepaneel aan de accu kan leveren.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule P = U · I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 36 1 punt

Welke energiesoort is er in een accu opgeslagen?

  1. A chemische energie
  2. B elektrische energie
  3. C stralingsenergie
  4. D warmte-energie
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 37 2 punten

Een massa van 80 kg slootwater wordt 2,0 m omhoog gepompt. Bereken de minimale hoeveelheid energie die hiervoor nodig is.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m · g · h (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Betonplaten

In de woningbouw worden voor het aanleggen van een vloer betonplaten gebruikt. Met een hijskraan worden de platen opgetild en verplaatst.

Op de uitwerkbijlage zie je een vereenvoudigde afbeelding van een betonplaat die met twee kabels aan de hijskraan hangt. Op de betonplaat werkt een zwaartekracht van 18 kN. De krachtenschaal is 1 cm ≙ 4,5 kN.

Vraag 38 1 punt

Toon deze krachtenschaal met een berekening aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De berekening bestaat uit: het noteren van de lengte van de vector en vermenigvuldigen met 4,5 kN of het delen van de kracht door de lengte van de vector (1)

Vraag 39 3 punten

Construeer op de uitwerkbijlage de kracht in kabel A en noteer de grootte van die kracht naast de afbeelding.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste constructie:

(FA =) 11 (kN) (10,3 (kN) ≤ FA ≤ 11,7 (kN) goed rekenen)

Opmerkingen

  • Als de kandidaat de zwaartekracht niet (juist) heeft ontbonden, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.
  • Als de kandidaat de vector van de kracht niet (juist) heeft getekend, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
  • Als de kandidaat de kracht langs de andere kabel heeft ontbonden, dit niet aanrekenen.

Vraag 40 2 punten

Tijdens het hijsen van de betonplaat staan de kabels strak en buigt de betonplaat iets door. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de werkende krachten bij het hijsen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • in de eerste zin: alleen trekkrachten (1)
  • in de tweede zin: duw- en trekkrachten (1)

Vraag 41 3 punten

De betonplaat is versterkt met staal. Het staal heeft een volume van 3,6 dm3. Bereken de massa van dit staal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van de dichtheid van staal (7,80 (g/cm3)) (1)
  • gebruik van de formule ρ = m / V (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-23-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (12), elektriciteit (12) en energie (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-23-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.