Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Snelle werper, Bij(de)verwarming, Practicum krachtmeter, Piepschuim snijden, Materiaalonderzoek, Kantelbrug, Sirene hulpdiensten.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 telt 42 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (13), elektriciteit (8) en energie (8). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen1-5, 11-16, 33-3413
Elektriciteit6-8, 10, 20-238
Energie9, 17, 26-30, 358
Licht en geluid36-427
Stoffen en materialen18, 24-25, 31-325
Verbranden191

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Snelle werper

Bij honkbal wordt een bal met hoge snelheid naar de slagman geworpen. Die slaat met zijn honkbalknuppel de bal het speelveld in.

Van de beweging van een bal na de worp, is op verschillende tussentijden de afgelegde weg gemeten. Je ziet een tabel van de gegevens.

t (s) s (m)

0,0 0,0

0,10 4,2

0,20 8,4

0,36 15,0

0,44 18,5

Vraag 1 3 punten

Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat minder dan 2/3 van de verticale as gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen.

Vraag 2 1 punt

Hoe groot is de gemiddelde snelheid van de bal tijdens de beweging na de worp?

  1. A 21 km/h
  2. B 42 km/h
  3. C 135 km/h
  4. D 151 km/h

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 3 1 punt

Je ziet een aantal v,t-diagrammen. Welk diagram hoort bij de beweging na de worp?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

A B C D

Vraag 4 2 punten

Op het moment dat de bal een afstand van 9,0 m heeft afgelegd, begint de slagman zijn honkbalknuppel in beweging te brengen. Bepaal hoeveel tijd de slagman dan nog heeft om de honkbalknuppel in de juiste positie te brengen om de bal te raken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

(t =) 0,23 s (antwoorden van 0,22 s tot en met 0,24 s goed rekenen)

Opmerkingen

  • Beoordeel het antwoord in overeenstemming met de door de kandidaat getekende grafiek.
  • Als de kandidaat met de gemiddelde snelheid de resterende tijd berekent, dit goed rekenen.

Vraag 5 3 punten

De bal heeft een massa van 145 g. De honkbalknuppel geeft de bal een versnelling van 550 m/s2. Bereken de kracht van de honkbalknuppel op de bal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule F = m · a (1)
  • juist omrekenen van de massa (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Bij(de)verwarming

In de winter kun je een elektrische kachel op netspanning als bijverwarming gebruiken.

De kachel heeft twee verwarmingsdraden (R1 en R2). Je ziet het vereenvoudigde schakelschema van deze verwarming.

Vraag 6 3 punten

De verwarmingsdraad R1 wordt ingeschakeld. Bereken het vermogen van deze verwarmingsdraad.

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de waarde van de stroomsterkte door R1 (1)
  • gebruik van de formule P = U ∙ I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Beide verwarmingsdraden worden ingeschakeld.

Vraag 7 2 punten

Bereken de vervangingsweerstand van de twee verwarmingsdraden.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat de berekening uitvoert door de totale stroomsterkte te berekenen en vervolgens gebruik te maken van de formule R v = U / Itotaal , dit goed rekenen.

Vraag 8 2 punten

Over de ingeschakelde verwarmingsdraden staan op de uitwerkbijlage drie zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 9 1 punt

Het energiegebruik van deze kachel hangt onder andere af van het ingeschakelde vermogen. Noteer de grootheid die nog nodig is om het energiegebruik te berekenen.

Bekijk het antwoord
  • tijd (1)

Vraag 10 2 punten

Het aansluitsnoer van de kachel is voorzien van een stekker met randaarde. In de huisinstallatie zit een aantal beveiligingen die de spanning uitschakelen bij een storing. Elke groep heeft een zekering van 16 A. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie afbeeldingen van een mogelijke storing. Zet achter elke beveiliging één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een (extra) kruisje zet achter aardlekschakelaar in de derde kolom, dit niet aanrekenen.

Practicum krachtmeter

Liesbeth en Esmee doen een practicum met krachtmeters, blokjes, een touw en twee statieven.

Liesbeth hangt een blokje met een gewicht van 1,40 N aan een krachtmeter.

Vraag 11 2 punten

Liesbeth bepaalt met een krachtmeter de zwaartekracht op het blokje zo nauwkeurig mogelijk. Op de uitwerkbijlage staan afbeeldingen van drie krachtmeters. Zet een kruisje boven de krachtmeter met het juiste meetbereik bij het practicum en zet een streepje bij de aanwijzing op de schaalverdeling.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat het kruisje niet zet maar wel bij de juiste meter het streepje op de juiste plaats, dit niet fout rekenen.
  • Als de kandidaat in de krachtmeter met een bereik van 10 N het streepje bij 1,4 N zet, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Vraag 12 1 punt

Wat is de massa van dit blokje?

  1. A 0,014 kg
  2. B 0,14 kg
  3. C 1,4 kg
  4. D 14 kg
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 13 1 punt

Wat is de naam van de tegenwerkende kracht in de krachtmeter?

  1. A spierkracht
  2. B veerkracht
  3. C wrijvingskracht
  4. D zwaartekracht
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Liesbeth en Esmee bouwen de volgende opstelling.

Vraag 14 3 punten

Construeer op de uitwerkbijlage de kracht op touw A. Noteer de grootte van de kracht naast de afbeelding. De krachtenschaal is 1,0 cm ≙ 0,40 N.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat de kracht op A niet (juist) heeft getekend, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
  • Als de kandidaat de zwaartekracht niet (juist) heeft ontbonden, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.
  • Als de kandidaat de kracht in tegengestelde richting construeert, dit goed rekenen.

Esmee zet de statieven dichter bij elkaar (situatie 2). Je ziet een afbeelding van beide situaties.

situatie 1 situatie 2

Vraag 15 1 punt

Wat is juist over de spankracht in de touwen?

  1. A In situatie 1 is deze kracht het kleinst.
  2. B In situatie 2 is deze kracht het kleinst.
  3. C De krachten zijn in beide situaties even groot.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 16 2 punten

Esmee ziet dat na het verplaatsen van de statieven de aanwijzing van de krachtmeters weinig veranderd is. Ze willen het practicum zó uitvoeren dat ze de aanwijzing nauwkeuriger kunnen bepalen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met mogelijke aanpassingen. Bij elke aanpassing blijft de hoek tussen de touwen gelijk. Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de aanwijzing is: minder even aanpassing nauwkeuriger nauwkeurig nauwkeurig een krachtmeter met een stuggere veer X gebruiken een gewicht met een grotere massa X gebruiken een langer touw X gebruiken indien drie rijen juist (2) indien twee rijen juist (1) indien een of geen rij juist (0) (2)

Piepschuim snijden

Sam maakt figuren met een zelfgemaakte piepschuimsnijder.

Sam maakte de piepschuimsnijder door een batterij, een schakelaar en een weerstandsdraad in serie aan te sluiten. Sam sluit de schakelaar en de weerstandsdraad wordt heet. Daarmee kan hij door het piepschuim snijden.

Vraag 17 2 punten

Over de nuttige energieomzettingen bij de batterij en bij de draad staat op de uitwerkbijlage een schema. Noteer in dit schema de juiste energiesoorten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • batterij weerstandsdraad (2)

Vraag 18 1 punt

Volgens de fabrikant smelt de weerstandsdraad bij een temperatuur van

1907 oC. Van welk materiaal is de draad gemaakt?

  1. A aluminium
  2. B chroom
  3. C nikkel
  4. D staal
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 19 1 punt

Tijdens het snijden smelt een deel van het piepschuim. Een ander deel verbrandt. Noteer de letter bij de juiste combinatie over smelten en verbranden.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Smelten is een Verbranden is een

A chemische reactie chemische reactie

B chemische reactie natuurkundig proces

C natuurkundig proces chemische reactie

D natuurkundig proces natuurkundig proces

Vraag 20 1 punt

Bij het snijden koelt de weerstandsdraad af. Daardoor daalt de weerstand van de draad. Hierdoor veranderen de stroomsterkte door en het vermogen van de draad. De spanning van de batterij blijft gelijk. Noteer de letter bij de juiste combinatie over de stroomsterkte en het vermogen.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

De stroomsterkte Het vermogen

A neemt af neemt af

B neemt af neemt toe

C neemt toe neemt af

D neemt toe neemt toe

De batterij heeft een spanning van 3,2 V. Tijdens het snijden is de stroomsterkte door de draad 410 mA.

Vraag 21 2 punten

Bereken de weerstand van de draad tijdens het snijden.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule R = U / I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 22 2 punten

De capaciteit van de batterij is 1200 mAh. Bereken de tijd die deze batterij maximaal energie kan leveren.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule C = I · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 23 3 punten

Sam vergeet regelmatig de schakelaar uit te zetten. Hij soldeert daarom eerst een weerstand in serie met een led. De weerstand en de led soldeert hij parallel aan de weerstandsdraad. De led brandt als het circuit gesloten is. Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema. Maak het schakelschema compleet.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als er (bij een gesloten schakelaar) geen gesloten stroomkring is, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.
  • Als de kandidaat een of meer extra componenten plaatst en/of verbindingen maakt, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.

Materiaalonderzoek

Anna onderzoekt een glimmend metalen staafje. Je ziet een afbeelding van dit staafje.

Vraag 24 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met een aantal waarnemingen van Anna. Zet een kruisje achter een waarneming als die over een stofeigenschap gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Waarneming Het staafje is glimmend. X Het staafje heeft de vorm van een balk. Het staafje is vast bij kamertemperatuur. X Het staafje geleidt de warmte goed. X indien vier rijen juist (2) indien drie rijen juist (1) indien twee of minder rijen juist (0) (2)

Vraag 25 2 punten

Anna bepaalt de massa en het volume van het staafje. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de meetinstrumenten die Anna hiervoor kan gebruiken. Noteer in elke zin een geschikt meetinstrument.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • weegschaal / balans (1)
  • maatcilinder / liniaal / schuifmaat (1)

Met een valtoestel bepaalt Anna hoeveel energie er nodig is om het staafje te breken. Je ziet drie afbeeldingen van het valtoestel in gebruik.

Anna plaatst het staafje in het valtoestel en tilt het valgewicht 0,80 m omhoog. De massa van het valgewicht is 5,0 kg. De toename van de zwaarte-energie van het valgewicht is daardoor 40 J.

Vraag 26 2 punten

Toon de toename van de zwaarte-energie met een berekening aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m · g · h (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 27 2 punten

Anna laat het valgewicht los. Het valgewicht botst tegen een wig voor het staafje. Het staafje breekt en het valgewicht zwaait door.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule (Ez =) Ek = 0,5 · m · v2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Bereken de snelheid waarmee het valgewicht de wig raakt. Neem aan dat alle zwaarte-energie wordt omgezet in bewegingsenergie.

Je ziet een afbeelding van het staafje voor en na het botsen.

voor het botsen na het botsen

Vraag 28 1 punt

Bekijk de drie afbeeldingen van het valtoestel in gebruik. Waaruit blijkt dat het staafje niet alle bewegingsenergie van het valgewicht heeft opgenomen?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat het valgewicht na het breken van het staafje doorzwaait. (1)

Vraag 29 1 punt

Vóór het loslaten heeft het valgewicht een zwaarte-energie van 40 J. Na de botsing heeft het valgewicht nog 30% van deze energie over. Hoeveel energie was er nodig om dit staafje te breken?

  1. A 12 J
  2. B 15 J
  3. C 20 J
  4. D 25 J
  5. E 28 J

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 30 2 punten

De punt van de wig wordt in de loop van de tijd stomper. Vergelijk een botsing met een stompe wig met een botsing met een nieuwe wig. Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Kantelbrug

Tussen twee kades is een bijzondere loopbrug geplaatst. De brug bestaat uit vijf brugdelen die om een as kantelen.

Om de brugdelen gemakkelijk te kunnen kantelen worden contragewichten gebruikt.

Vraag 31 1 punt

Een contragewicht is gemaakt door in een stalen bekisting vloeibaar beton te storten. Over het uitharden van beton na het storten staan op de uitwerkbijlage twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 32 3 punten

Eén van de contragewichten bestaat uit 8,5 ton beton (1 ton = 1000 kg). Bereken het volume van het beton in dit contragewicht.

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van de dichtheid van beton (2,3 (g/cm3)) (1)
  • gebruik van de formule ρ = m / V (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Je ziet een vereenvoudigde afbeelding van een geopend brugdeel. Dit brugdeel is in evenwicht met het contragewicht. D is het draaipunt. De afmetingen in de afbeelding zijn niet op schaal gegeven.

De zwaartekracht van het contragewicht geeft in deze situatie een moment van 1,0 · 105 Nm.

Vraag 33 2 punten

Toon dit moment met een berekening aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule M = F · λ (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 34 2 punten

Bereken met de gegevens in de afbeelding de zwaartekracht in punt Z op het brugdeel rechts van draaipunt D.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool van de grootheid moment niet genoteerd te zijn.
  • Als de kandidaat rekent met de verhoudingen van de afstanden, dit goed rekenen.

Vraag 35 2 punten

Een elektromotor zorgt voor het openen van het brugdeel. De motor levert een gemiddeld vermogen van 400 W. Voor het openen is 1,8 · 104 J energie nodig. Bereken de tijd die nodig is om het brugdeel te openen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule E = P · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Sirene hulpdiensten

Hulpdiensten hebben een sirene die twee tonen maakt.

Ria heeft op haar smartphone een app waarmee ze de geluidssignalen zichtbaar kan maken.

Je ziet een afbeelding van het scherm met één van de twee tonen.

Vraag 36 3 punten

Bereken de frequentie van deze toon.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • bepalen van de trillingstijd (1)
  • gebruik van de formule f = 1 / T (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 37 1 punt

De tweede toon van de sirene klinkt lager en even luid. Wat verandert er aan het signaal op het scherm bij de lagere toon?

  1. A een grotere amplitude
  2. B een kleinere amplitude
  3. C meer trillingen
  4. D minder trillingen

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

De sirene maakt overdag een geluid van 100 dB. ’s Nachts is het geluidsniveau 10 dB minder.

Vraag 38 1 punt

Waarom moet de sirene van een hulpdienst overdag meer geluid maken dan ’s nachts?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat er overdag meer omgevingsgeluid / verkeer aanwezig is. (1)

Vraag 39 1 punt

In welke zone van gehoorgevoeligheid valt het geluid dat de sirene ’s nachts maakt?

  1. A hinderlijk
  2. B zeer hinderlijk
  3. C zeer luid
  4. D extreem luid

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 40 1 punt

Vergelijk het geluid van 100 dB met het geluid van 90 dB. Wat is juist over de maximale blootstellingsduur aan geluid van 100 dB?

  1. A Die is 2x zo groot.
  2. B Die is 2x zo klein.
  3. C Die is 4x zo groot.
  4. D Die is 4x zo klein.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Een hulpdienst rijdt overdag met sirene aan. Door het drukke verkeer staat de hulpdienst even stil.

Ria staat op een afstand van 250 m van de hulpdienst.

Vraag 41 3 punten

De temperatuur is 288 K (15 oC). Bereken de tijd die het geluid van de sirene erover doet om Ria te bereiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van de geluidssnelheid bij 288 K (340 (m/s)) (1)
  • gebruik van de formule vgeluid = s / t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 42 2 punten

Op haar smartphone leest Ria een geluidsniveau van 62 dB af. Voor het geluidsniveau geldt:

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van het aantal malen halveren van het geluidsniveau (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0173-a-21-1-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 telt 42 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (13), elektriciteit (8) en energie (8).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0173-a-21-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.