Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Snurkgeluid, Remmen met de lichtsnelheid, Practicum met een LDR, Stoomreiniger, Stoomreiniger, Schoonspringen, Heggenschaar, Koepeltent.
Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 telt 39 vragen. De meeste vragen gaan over elektriciteit (10), licht en geluid (9) en krachten en bewegen (9). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Elektriciteit | 13-17, 29-30, 32-34 | 10 |
| Licht en geluid | 1-5, 12, 35-37 | 9 |
| Krachten en bewegen | 6-11, 24-25, 27 | 9 |
| Energie | 18-19, 22-23, 26, 28, 31, 39 | 8 |
| Stoffen en materialen | 20-21, 38 | 3 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over licht en geluid (23% van de vragen, gemiddeld 17%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Snurkgeluid
Merel snurkt. De partner van Merel heeft 's nachts oordoppen in om het snurkgeluid te dempen.
oordoppen de partner van Merel met oordoppen
Over de geluiddemping van de oordoppen staat in de handleiding een diagram.
Het snurkgeluid van Merel heeft een frequentie van 300 Hz. De geluidssterkte van het snurkgeluid is 86 dB.
Vraag 1 2 punten
Bereken de trillingstijd van het snurkgeluid van Merel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule f = 1 / T (1)
- rest van de berekening juist (1)
De oordoppen dempen de geluidssterkte van het snurkgeluid met een frequentie van 300 Hz met 27 dB.
Vraag 2 1 punt
Bij twee andere geluidsfrequenties is de demping ook 27 dB. Op de uitwerkbijlage staat het diagram van de geluiddemping van de oordoppen. Geef in het diagram met drie kruisjes aan waar de geluiddemping
27 dB is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Het scorepunt alleen toekennen als de drie kruisjes juist geplaatst zijn.
- Als de kandidaat meer dan drie kruisjes zet, het scorepunt niet toekennen.
Vraag 3 1 punt
Het diagram begint bij een frequentie van 20 Hz en eindigt bij een frequentie van 20 000 Hz. Waarom is het niet nodig om de demping van de oordoppen bij grotere of kleinere frequenties weer te geven?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het antwoord moet het inzicht bevatten dat dat geluid (lager dan 20 Hz en hoger dan 20 000 Hz) voor mensen niet hoorbaar is. (1)
De partner van Merel heeft de oordoppen in. Hierdoor is het snurkgeluid gedempt.
Vraag 4 2 punten
Vergelijk het gedempte snurkgeluid met het oorspronkelijke snurkgeluid van Merel. Op de uitwerkbijlage staat een tabel. Zet in de tabel in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Vergeleken met het oorspronkelijke snurkgeluid is
gelijk groter kleiner gebleven de amplitude van het X gedempte snurkgeluid de frequentie van het X gedempte snurkgeluid
Vraag 5 2 punten
Voor de geluidssterkte geldt:
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede scorepunt toekennen als het antwoord consequent is met het antwoord van de eerste zin.
Remmen met de lichtsnelheid
Een auto rijdt met een snelheid van 25 m/s.
Vraag 6 1 punt
Noteer deze snelheid in km/h.
Bekijk het antwoord
- (v =) 90 (km/h) (1)
Vraag 7 2 punten
De bestuurder van de auto moet plotseling remmen. Zijn reactieafstand is 20 m. Bereken de reactietijd.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule s(reactie) = v · t(reactie) (1)
- rest van de berekening juist (1)
Sommige moderne auto’s zijn voorzien van een noodremsysteem. Dit systeem vertraagt de auto automatisch zonder reactietijd als de bestuurder zelf niet remt.
Een auto met een noodremsysteem rijdt met een snelheid van 25 m/s. Deze auto nadert een stilstaande file. De bestuurder reageert niet op deze situatie. Het noodremsysteem grijpt in en vertraagt de auto in een tijd van 2,6 s tot stilstand. De vertraging is hierbij 9,6 m/s2.
Vraag 8 3 punten
Bereken de remweg van deze auto.
Bekijk het antwoord
- berekenen en/of noteren van de waarde van de gemiddelde snelheid (12,5 (m/s)) (1)
- gebruik van de formule s = v(gem) · t (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 9 2 punten
Toon deze vertraging van de auto met een berekening aan.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule a = Δv/Δt (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 10 2 punten
De auto met bestuurder heeft een massa van 1250 kg. Bereken de nettokracht die voor de vertraging nodig is.
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule F = m ∙ a (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 11 1 punt
Tijdens het vertragen van de auto blijft de bestuurder even bewegen met een constante snelheid, tot hij door de veiligheidsgordel wordt tegengehouden. Wat is de naam van het natuurkundig verschijnsel waardoor de bestuurder nog even met constante snelheid blijft bewegen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 12 2 punten
Een noodremsysteem bepaalt de afstand tot de voorliggende auto met behulp van licht. Een ander noodremsysteem kan deze afstand met behulp van geluid bepalen. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de snelheid van licht en geluid. Noteer in de eerste zin de juiste waarde en omcirkel in de tweede zin de juiste mogelijkheden. Gebruik de tabel ‘Veel gebruikte waarden’ in BINAS.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Practicum met een LDR
Bram bouwt een schakeling met een LDR.
Bram sluit de LDR en twee multimeters aan op een batterij. Met de ene multimeter meet hij de spanning over de LDR en met de andere meet hij de stroomsterkte door de LDR. Met deze gegevens berekent hij de weerstand van de LDR.
Vraag 13 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema. Maak het schakelschema compleet met de stroommeter en spanningsmeter.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat één of meer extra componenten en/of verbindingen plaatst, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.
- Als de kandidaat geen gesloten stroomkring tekent, hiervoor
1 scorepunt in mindering brengen.
De LDR staat in het licht.
Vraag 14 3 punten
In het licht meet Bram een spanning van 1,3 V en een stroomsterkte van
11 mA door de LDR. Bereken de weerstand van de LDR bij deze lichthoeveelheid.
Bekijk het antwoord
- omrekenen van de stroomsterkte (1)
- gebruik van de formule R = U / I (1)
- rest van de berekening juist (1)
Bram zet de LDR in het donker.
Vraag 15 2 punten
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de LDR. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- even groot als (1)
- groter dan (1)
Bram ontwerpt een schakeling met een LDR. Hij wil dat er een lamp automatisch gaat branden als het donker wordt. Bij licht gaat de lamp weer uit.
Je ziet het schakelschema dat Bram heeft ontworpen. De lamp ontbreekt nog, die komt op plaats I of II.
Vraag 16 2 punten
Als het donker is loopt er bijna geen stroom door de LDR. Daardoor is de transistor niet ingeschakeld. Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over de werking van deze schakeling in het donker. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
- Als de kandidaat als antwoord ‘wel, m, I’ noteert, hiervoor 1 scorepunt toekennen.
Vraag 17 1 punt
Wat is juist over de stroomsterkte door de LDR? De stroomsterkte door de LDR is
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Stoomreiniger
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 18 2 punten
Water op kamertemperatuur wordt opgewarmd tot het kookt. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het opwarmen en koken van dit water. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Elk scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Stoomreiniger
Een vervuild tapijt kun je goed reinigen met een stoomreiniger.
In de stoomreiniger zit een afgesloten vat dat gevuld is met water en lucht. Het vat wordt verwarmd met een verwarmingselement op netspanning. Als de temperatuur in het vat stijgt, neemt de druk in het vat toe. Onder normale omstandigheden kookt water bij een temperatuur van 100 °C. Bij hogere druk stijgt het kookpunt van het water. Het vloeibare water in het vat kan daarom een temperatuur van meer dan
100 °C hebben.
Je ziet een tabel met gegevens van het kookpunt van water bij verschillende druk.
druk (kPa) kookpunt (°C)
100 100
250 128
300 134
420 146
500 152
Vraag 19 3 punten
Deel in het diagram op de uitwerkbijlage de verticale as in. Zet daarna alle gegevens uit de tabel uit en teken de grafiek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als minder dan 2/3 van de verticale as is gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen.
- Als de kandidaat één meetpunt niet juist uitzet, dit niet aanrekenen.
- Als de kandidaat een lijn tekent in het gebied tussen 0-100 kPa, dit niet beoordelen.
Vraag 20 2 punten
De druk in het vat van de stoomreiniger is 350 kPa. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het kookpunt van water bij een druk van 350 kPa. Noteer dit kookpunt in °C en in K. Gebruik hiervoor de gegevens uit de tabel of het diagram.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Het eerste scorepunt ook toekennen als het in overeenstemming is met de getekende grafiek.
- Het tweede scorepunt alleen toekennen als het antwoord consequent is met het antwoord van de eerste zin.
Vraag 21 1 punt
Het tapijt wordt gereinigd met zeer hete stoom. Dit gasvormige water koelt af tot kamertemperatuur. Dit gaat gepaard met een faseovergang. Wat is juist? Het gasvormige water gaat
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Het opgenomen vermogen van de stoomreiniger is 2300 W.
Vraag 22 4 punten
De stoomreiniger wordt per maand 6,0 h gebruikt.
1 kWh kost € 0,45. Bereken de omgezette energie per maand en noteer de energiekosten per maand in euro.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
E = 13,8 kWh / E = 49,6 MJ ; (De energiekosten per maand zijn €) 6,21.
Opmerking Het vierde scorepunt alleen toekennen als er een hoeveelheid energie is berekend.
Vraag 23 2 punten
De stoomreiniger heeft een rendement van 75%. Bereken het afgestane vermogen van de stoomreiniger.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool voor de grootheid rendement niet genoteerd te worden.
- Als de kandidaat de waardes van Paf en Pop omdraait, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.
Schoonspringen
Nuray doet aan schoonspringen. Om een sprong te maken loopt Nuray op blote voeten op een metalen trap en daarna op een kunststof duikplank. De temperatuur van de trap en de duikplank zijn gelijk aan de buitentemperatuur van 20 °C.
Vraag 24 1 punt
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over deze situatie. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
Je ziet een schematische afbeelding van Nuray op de duikplank.
De duikplank werkt als een hefboom: S is het steunpunt en D is het draaipunt.
Nuray heeft een massa van 70 kg.
Vraag 25 3 punten
Bereken de kracht die Nuray veroorzaakt op punt S. Gebruik ook de gegevens uit de afbeelding.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat in plaats van de waarde van de zwaartekracht die van de massa gebruikt, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
- Voor het toekennen van het tweede scorepunt hoeft het woord of symbool voor de grootheden moment en kracht niet genoteerd te worden.
Vraag 26 1 punt
Als Nuray op de duikplank staat buigt de duikplank door. Bij het doorbuigen van de duikplank is zwaarte-energie omgezet in een energie die in de doorgebogen duikplank opgeslagen is. Noteer de naam van de energiesoort die in de doorgebogen duikplank is opgeslagen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘warmte’ of ‘vervormingsenergie’ noteert, dit goed rekenen.
Nuray maakt haar sprong.
Op het hoogste punt heeft het massamiddelpunt van Nuray een zwaarte- energie van 5200 J ten opzichte van het wateroppervlak.
Vraag 27 2 punten
Bereken de hoogte van het massamiddelpunt van Nuray ten opzichte van het wateroppervlak.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule Ez = m · g · h (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 28 2 punten
Nadat Nuray na de sprong het hoogste punt heeft bereikt, valt zij in het zwembad. Zij wordt afgeremd door het water. Haar remweg is 2,3 m. De totale arbeid die het water verricht is 6200 J. Bereken de gemiddelde kracht van het water op Nuray.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule W = F ∙ s (1)
- rest van de berekening juist (1)
Heggenschaar
Nevzat heeft een dubbel geïsoleerde heggenschaar op netspanning waarmee hij de heg knipt.
Vraag 29 1 punt
Tijdens het werk knipt Nevzat per ongeluk het snoer door. Er ontstaat kortsluiting en de stroomaanvoer stopt onmiddellijk. Waardoor stopt de stroomaanvoer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Nevzat koopt een nieuwe elektrische heggenschaar met accu. Een elektromotor drijft de scharen van de heggenschaar aan. De heggenschaar heeft twee schakelaars. Alleen als schakelaar S1 én schakelaar S2 gelijktijdig zijn ingedrukt worden de scharen aangedreven.
Vraag 30 1 punt
Waarom is het veiliger dat de scharen van de heggenschaar alléén aangedreven worden als beide schakelaars zijn ingedrukt?
Bekijk het antwoord
- Het antwoord moet het inzicht bevatten dat door dit ontwerp van de heggenschaar het onmogelijk is om handen of armen tijdens het knippen van de heg te verwonden. (1)
Vraag 31 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een schema van de energie-omzettingen bij de werkende heggenschaar. Noteer in het schema de juiste nuttige energiesoorten op de juiste plaatsen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- chemische (energie), elektrische (energie), beweging(senergie) indien drie juiste energiesoorten op de juiste plaats (2) indien twee juiste energiesoorten op de juiste plaats (1) indien een of geen energiesoort op de juiste plaats (0) (2)
Vraag 32 1 punt
Je ziet vier schakelschema’s. Welk schakelschema is van de heggenschaar?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
A B
C D
Je ziet een tabel met de gegevens van de heggenschaar en de accu. heggenschaar accu stroomsterkte 2,0 A spanning 20 V geluidssterkte 92 dB maximale capaciteit 1,5 Ah
Vraag 33 2 punten
Bereken de maximale tijd die de heggenschaar bij een opgeladen accu kan werken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule C = I · t (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 34 2 punten
Bereken het vermogen van de heggenschaar.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- gebruik van de formule P = U · I (1)
- rest van de berekening juist (1)
Vraag 35 1 punt
In welke zone van gehoorgevoeligheid valt het geluid van de werkende heggenschaar? Gebruik BINAS.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 36 1 punt
Noteer de maximale blootstellingsduur aan het geluid van 92 dB. Gebruik de tabel ‘Maximale blootstellingsduur’ in BINAS.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- (t =) 6 h (1)
Vraag 37 1 punt
Noteer een oplossing om zonder gehoorbeschadiging langere tijd met de heggenschaar te werken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − het dragen van gehoorbescherming − het vergroten van de afstand tot de heggenschaar (door armen te strekken) (1)
Koepeltent
In de winter is het te koud om buiten te hockeyen. Een opgeblazen kunststof koepeltent biedt uitkomst. De koepeltent is gemaakt van stalen kabels en kunststof doek. Een deel van het doek is bekleed met noppenfolie.
Vraag 38 4 punten
Er worden stalen kabels gebruikt om de koepeltent op zijn plaats te houden. Deze kabels hebben een totale lengte van 7500 m en een oppervlakte van de doorsnede van 0,60 cm 2. Bereken de massa van de stalen kabels. Bereken eerst het volume van de kabels.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
m = 3,5 · 103 kg / m = 3510 kg / m = 3,5 · 106 g / m = 3 510 000 g
Opmerking Als de kandidaat in plaats van het volume de oppervlakte of de lengte van de kabel in de formule ρ = m / V gebruikt, voor deze vraag maximaal
2 scorepunten toekennen.
Vraag 39 1 punt
De stilstaande lucht in het noppenfolie voorkomt warmteverlies. Wat is juist? Het stilstaan van lucht Stilstaande lucht voorkomt is een goede warmtetransport door
A warmtegeleider. straling.
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-25-2-o
Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?
Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 telt 39 vragen. De meeste vragen gaan over elektriciteit (10), licht en geluid (9) en krachten en bewegen (9).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-25-2-c).
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.