Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Duiken, Boiler, Krachttraining, Misthoorn, Practicum rendement, Elektrische eenwieler, Verlichting zonneklep.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (11), elektriciteit (9) en licht en geluid (8). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen1-2, 9-10, 12-14, 27, 29-3111
Elektriciteit5-6, 8, 32-379
Licht en geluid4, 15-218
Energie3, 7, 11, 22, 26, 286
Stoffen en materialen23, 252
Verbranden241

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over stoffen en materialen (5% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Duiken

Frans is duiker van beroep. Hij duikt tot een diepte van 60 m.

Twee foto's: een duiker zwemt onder water boven een koraalrif, en een duiker met duikbril maakt het oké-teken.

Tijdens zijn duik meet Frans op verschillende dieptes de watertemperatuur, de waterdruk en de lichtintensiteit.

Je ziet twee diagrammen over de temperatuur en de druk tijdens de duik.

0102030405060051015202530diepte (m)temperatuur (°C)
diagram 1
010203040506001020304050607080diepte (m)druk (N/cm²)
diagram 2

Vraag 1 1 punt

Welke van deze diagrammen toont een lineair verband?

  1. A geen van beide diagrammen
  2. B alleen diagram 1
  3. C alleen diagram 2
  4. D beide diagrammen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 2 3 punten

Op een diepte van 35 m kijkt Frans recht omhoog. Het glas van de duikbril heeft een totale contactoppervlakte van 150 cm$^2$ met het water.

Silhouet van een duiker die recht omhoog kijkt. Een accolade geeft aan dat het wateroppervlak 35 m boven hem ligt.

→ Bereken met behulp van diagram 2 de kracht van het water op het glas.

Bekijk het antwoord

$F = 6{,}8 \cdot 10^3$ N / $F = 6750$ N

($6{,}6 \cdot 10^3$ N $\le F \le 6{,}9 \cdot 10^3$ N / 6600 N $\le F \le$ 6900 N goed rekenen)

Vraag 3 2 punten

Frans duikt verder naar een diepte van 40 m.

→ Noteer op de uitwerkbijlage de temperatuur van het water op 40 m diepte in °C en in K.

temperatuur op 40 m diepte
……………… °C……………… K
Bekijk het antwoord

de juist ingevulde tabel:

temperatuur op 40 m diepte
10 °C283 K

Vraag 4 3 punten

Hoe dieper Frans duikt, hoe donkerder het wordt. De lichtintensiteit onder water wordt gemeten als percentage van de lichtintensiteit aan de oppervlakte. De lichtintensiteit aan het wateroppervlak is 100%.

Je ziet een tabel met gegevens van de diepte en de lichtintensiteit.

diepte (m)0825304060
lichtintensiteit (%)10072,136,029,519,58,6

→ Deel op de uitwerkbijlage de verticale as in, zet alle gegevens uit en teken de grafiek.

Leeg ruitjespapier met een horizontale as diepte (m) van 0 tot 60 en een verticale as lichtintensiteit (%) waarop alleen 0 staat.
Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste grafiek:

diepte (m)lichtintensiteit (%)
0100
581
872,1
1554
2044
2536,0
3029,5
3524
4019,5
4516
5013
5510,5
608,6

Opmerking

Als de kandidaat minder dan 2/3 van de verticale as gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen.

Boiler

Jolanda heeft een boiler aangesloten op een netspanning van 230 V. Een boiler verwarmt water en slaat het verwarmde water op in een goed geïsoleerde tank. Als de boiler met warm water gevuld is en je de kraan opent, komt er direct warm boilerwater uit de kraan.

De boiler heeft een schakelaar met twee standen: stand I 'langzaam verwarmen' en stand II 'snel verwarmen'.

Met een thermostaat wordt de maximale watertemperatuur ingesteld tussen 50 °C en 90 °C.

Bedieningspaneel van de boiler: een draaiknop voor de temperatuur met een schaal van 50 tot 90 °C en een schakelaar 'verwarmen' met stand II snel en stand I langzaam.

Je ziet het vereenvoudigde schakelschema van de boiler.

~TLegenda:~wisselspanningsbronschakelaarverwarmingselementTthermostaat

Bij 'snel verwarmen' is de schakelaar gesloten.

Vraag 5 2 punten

Vergelijk de stand 'snel verwarmen' met de stand 'langzaam verwarmen'.

Op de uitwerkbijlage staan hierover drie zinnen.

→ Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

In de stand 'snel verwarmen'

  • is de totale weerstand groter / kleiner dan bij de stand 'langzaam verwarmen'.
  • is de totale stroomsterkte groter / kleiner dan bij de stand 'langzaam verwarmen'.
  • is het totale vermogen groter / kleiner dan bij de stand 'langzaam verwarmen'.
Bekijk het antwoord
  • kleiner, groter
  • groter

Opmerkingen

  • Het eerste scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.
  • Als de kandidaat 'groter, kleiner, kleiner' omcirkelt, voor deze vraag 1 scorepunt toekennen.

Vraag 6 2 punten

Jolanda stelt de boiler in op de stand 'snel verwarmen'.

Elk verwarmingselement heeft een weerstand van 52 $\Omega$.

→ Bereken de vervangingsweerstand van de twee verwarmingselementen.

Bekijk het antwoord

$R_v = 26\ \Omega$

Opmerking

Als de kandidaat $R_v = 52 / 2 = 26\ \Omega$ noteert, beide scorepunten toekennen.

Vraag 7 3 punten

Voor het opwarmen van het water is een energie van 9,0 MJ nodig.

Het afgestane vermogen van de boiler is bij 'snel verwarmen' 2000 W.

→ Bereken de tijd van het opwarmen bij 'snel verwarmen'. Ga ervan uit dat het afgestane vermogen uitsluitend wordt gebruikt voor het opwarmen van het water.

Bekijk het antwoord

$t = 4{,}5 \cdot 10^3$ s / $t = 4500$ s

Vraag 8 1 punt

Als het water de ingestelde temperatuur heeft bereikt, zorgt een sensor in de thermostaat ervoor dat het verwarmingselement uitschakelt.

Welke elektronicacomponent in de sensor reageert op de temperatuur?

  1. A NTC
  2. B reedcontact
  3. C relais
  4. D transistor
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Krachttraining

Casper traint zijn spieren met een apparaat met gewichten.

Trekt Casper het handvat omlaag, dan bewegen de gewichten omhoog.

Het apparaat werkt als een hefboom.

Krachttrainingsapparaat met een stang die om een draaipunt draait. Links hangt aan een kabel het handvat met punt P, op 0,82 m van het draaipunt; rechts zitten de gewichten op 0,60 m van het draaipunt.

Bij het omlaag trekken van het handvat ontstaan er krachten in de kabel en in de stang.

Vraag 9 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over deze krachten.

→ Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

  • In de kabel ontstaan er alleen duwkrachten / alleen trekkrachten / duwkrachten en trekkrachten.
  • In de stang ontstaan er alleen duwkrachten / alleen trekkrachten / duwkrachten en trekkrachten.
Bekijk het antwoord
  • alleen trekkrachten
  • duwkrachten en trekkrachten

De gewichten hebben een totale massa van 80 kg. Casper trekt aan het handvat.

Bij een bepaalde spierkracht is de hefboom precies in balans. Dat is de minimale benodigde spierkracht om de gewichten naar boven te laten bewegen.

Vraag 10 3 punten

Bereken de minimale benodigde spierkracht bij P. Verwaarloos de massa van de stang, de kabel en het handvat.

Bekijk het antwoord

($F$ =) $5{,}9 \cdot 10^2$ N / ($F$ =) 585 N

Opmerking

Voor het toekennen van het tweede en derde scorepunt hoeven de grootheden niet genoteerd te zijn.

Vraag 11 2 punten

De gewichten bewegen 0,35 m omhoog.

→ Bereken de toename van de zwaarte-energie van de gewichten.

Bekijk het antwoord

$E_z = 2{,}8 \cdot 10^2$ J / $E_z = 280$ J

Casper hangt extra gewichten aan het apparaat.

Je ziet een schematische afbeelding van de spierkracht die aangrijpt in punt P van het handvat. De spierkracht van Casper is nu 900 N.

De krachtenschaal is 1 cm ≙ 150 N.

Punt P met daarboven de verticale kabel. Vanuit P loopt werklijn A schuin naar linksonder en werklijn B schuin naar rechtsonder; de pijl F_spier wijst vanuit P recht omlaag.

Vraag 12 1 punt

Toon deze krachtenschaal aan met een berekening.

Bekijk het antwoord

De berekening bestaat uit:

het noteren van de lengte van de vector en vermenigvuldigen met de krachtenschaal / het delen van de waarde van de kracht door de lengte van de vector / het delen van de waarde van de kracht door de schaalverhouding en meten dat de uitkomst gelijk is aan de lengte van de vector.

Opmerking

Als de kandidaat geen eenheden noteert, dit niet aanrekenen.

Vraag 13 3 punten

Construeer op de uitwerkbijlage de kracht vanuit punt P in werklijn A en noteer de grootte van deze kracht onder de afbeelding.

Dezelfde figuur met punt P, werklijn A, werklijn B en de pijl F_spier, met daaronder de invulregel F_A = ... N.
Bekijk het antwoord

($F_A$ =) 788 (N)

(750 (N) $\le$ ($F_A$) $\le$ 825 (N) goed rekenen)

voorbeeld van een juiste constructie:

Vanuit de punt van F_spier loopt een stippellijn evenwijdig aan werklijn B tot werklijn A. De kracht in werklijn A is getekend als pijl vanuit P tot dat snijpunt.

Opmerking

Als de kandidaat de kracht in werklijn B ontbindt, dit niet aanrekenen.

Vraag 14 1 punt

De stang is inschuifbaar en uitschuifbaar.

Je ziet een afbeelding van het apparaat met een uitgeschoven stang en met een ingeschoven stang. De massa van de gewichten is in beide situaties even groot.

Het krachttrainingsapparaat met een lange stang: het handvat hangt ver van het draaipunt.
situatie I uitgeschoven stang
Het krachttrainingsapparaat met een korte stang: het handvat hangt dichter bij het draaipunt.
situatie II ingeschoven stang

Casper trekt in beide situaties de gewichten via het handvat omhoog.

Wat is juist over de benodigde spierkracht in situatie II?

  1. A Deze is even groot als bij situatie I.
  2. B Deze is groter dan bij situatie I.
  3. C Deze is kleiner dan bij situatie I.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Misthoorn

Een misthoorn is een geluidsbron op een schip die gebruikt wordt bij mistig weer.

Als er op een misthoorn wordt geblazen, horen de kapiteins op andere schepen dat er een schip in de buurt is.

Foto van een schip in dichte mist en foto van een metalen misthoorn met een trechtervormige opening.

Als de misthoorn wordt gebruikt, is op 1 m afstand de geluidssterkte 110 dB.

Vraag 15 1 punt

Noteer de maximale blootstellingsduur aan deze geluidssterkte. Gebruik BINAS.

Bekijk het antwoord

($t$ =) 30 minuten

Vraag 16 1 punt

In welke zone van gehoorgevoeligheid valt deze geluidssterkte? Gebruik BINAS.

  1. A zeer hinderlijk
  2. B zeer luid
  3. C extreem luid
  4. D pijngrens
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 17 2 punten

Het geluid van de misthoorn heeft een frequentie van 228 Hz.

→ Bereken de trillingstijd.

Bekijk het antwoord

$T = 0{,}00439$ s

Vraag 18 2 punten

Behalve dat het mistig is, is ook de luchttemperatuur laag. Dit heeft invloed op de geluidssnelheid.

Een ander schip ligt op een afstand van 1000 m van de misthoorn.

Het geluid van de misthoorn legt deze afstand in een tijd van 2,93 s af.

→ Bereken de geluidssnelheid in deze omstandigheden.

Bekijk het antwoord

$v_{(\mathrm{geluid})} = 341$ m/s

Vraag 19 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het geluid van de misthoorn op een afstand van 1000 m.

→ Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Op een afstand van 1000 m

  • is de amplitude van het geluid even groot als / groter dan / kleiner dan op een afstand van 1 m.
  • is de frequentie van het geluid even groot als / groter dan / kleiner dan op een afstand van 1 m.
Bekijk het antwoord
  • kleiner dan
  • even groot als

Vraag 20 1 punt

Een andere misthoorn maakt een geluid met een andere frequentie.

Wat is juist over frequentie en geluidssnelheid?

  1. A Frequentie heeft geen invloed op de geluidssnelheid.
  2. B Grotere frequentie zorgt voor een grotere geluidssnelheid.
  3. C Kleinere frequentie zorgt voor een grotere geluidssnelheid.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 21 2 punten

Voor de geluidssterkte geldt:

Bij elke verdubbeling van de afstand wordt de geluidssterkte 6 dB lager.

Op 1000 m afstand is de geluidssterkte van de misthoorn 50 dB.

Een geluidssterkte van 20 dB is 'net hoorbaar'.

→ Bereken op welke afstand de geluidssterkte van de misthoorn 20 dB is.

Bekijk het antwoord

($s$ =) 32 000 m / ($s$ =) 32 km

Practicum rendement

Albina doet een practicum om een rendement te bepalen. Ze moet water in een maatbeker verwarmen met een gasbrander.

Opstelling: een statief met een bekerglas water boven een gasbrander die op een butaangastank staat. Ernaast staan een maatcilinder en een doosje lucifers.

De gasbrander werkt op butaangas.

Vraag 22 1 punt

Noteer de energiesoort die is opgeslagen in butaangas.

Bekijk het antwoord

chemische (energie)

Albina meet met een glazen maatcilinder een volume van 65 mL water af.

Vraag 23 1 punt

Geef op de uitwerkbijlage het volume water in de maatcilinder met een streepje aan.

Lege maatcilinder van 100 ml met een schaalverdeling van 0 tot 100 ml.
Bekijk het antwoord
Twee goede antwoorden, gescheiden door een schuine streep: een maatcilinder met een rechte streep bij 65 ml en een maatcilinder met een getekende meniscus bij 65 ml.

Albina giet het water over van de maatcilinder naar het bekerglas boven de brander. Ze voert het practicum uit. Je ziet de aantekeningen die Albina maakte tijdens de proef.

gemetenberekend
water in maatbeker: volume en massa65 mL65 g
begintemperatuur water22 °C
eindtemperatuur water42 °C
opgenomen energie van het water5,4 kJ
tijdsduur gasbrander aan37 s
verbruikte hoeveelheid butaangas603 mg232 cm$^3$
energie vrijgekomen bij de verbranding van het butaangas28 kJ
dichtheid van butaangasg/cm$^3$
rendement van het verwarmen van water met de gasbrander in deze proef

Gebruik deze aantekeningen voor onderstaande berekeningen.

Vraag 24 2 punten

Toon de vrijgekomen energie bij de verbranding van het butaangas met een berekening aan. Gebruik de tabel 'Verbrandingswarmte van enkele stoffen' in BINAS.

Bekijk het antwoord

($E_{af}$ =) 28 (kJ) / ($E_{af}$ =) 28002 (J)

Opmerking

Als de kandidaat als antwoord 28 000 (J) noteert, dit niet aanrekenen.

Vraag 25 3 punten

Bereken de dichtheid van het butaangas in g/cm$^3$.

Bekijk het antwoord

$\rho = 0{,}00260$ (g/cm$^3$)

Vraag 26 2 punten

Bereken het rendement van het verwarmen van water met de gasbrander in deze proef.

Bekijk het antwoord

($\eta$ =) 19 % / ($\eta$ =) 0,19

Opmerkingen

  • Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool voor rendement niet genoteerd te zijn.
  • Als de kandidaat $E_{af}$ en $E_{op}$ omdraait, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Elektrische eenwieler

Op een afgesloten parcours rijdt Michel op een elektrische eenwieler. Het dragen van een veiligheidshelm is daar verplicht.

Een jongen met helm staat op een elektrische eenwieler: een plank met één groot wiel in het midden.
Michel met helm
De binnenkant van een helm, bekleed met een laag vervormbaar plastic in een netvormig patroon.
binnenkant van de helm

Michel draagt een veiligheidshelm. De binnenkant van de helm is voorzien van een laag vervormbaar plastic.

Vraag 27 1 punt

Wat is juist over de functie van de veiligheidshelm bij een val?

De helm

  1. A vergroot de remkracht.
  2. B verkort de botstijd.
  3. C verlengt de remweg.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 28 2 punten

De massa van Michel is 70 kg.

Michel rijdt op de eenwieler met een snelheid van 6,0 m/s.

→ Bereken de bewegingsenergie van Michel bij deze snelheid.

Bekijk het antwoord

$E_{bew} = 1{,}3 \cdot 10^3$ J / $E_{bew} = 1260$ J

Michel rijdt van een helling af. In een tijd van 2,0 s versnelt hij van een snelheid van 6,0 m/s naar 9,0 m/s.

Vraag 29 2 punten

Bereken de versnelling.

Bekijk het antwoord

$a = 1{,}5$ m/s$^2$

Vraag 30 1 punt

Wat is juist over de nettokracht?

Bij een constante snelheid van 9,0 m/s is de nettokracht

  1. A even groot als bij een constante snelheid van 6,0 m/s.
  2. B groter dan bij een constante snelheid van 6,0 m/s.
  3. C kleiner dan bij een constante snelheid van 6,0 m/s.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 31 3 punten

Door de achterkant op de grond te drukken remt de eenwieler af.

Close-up van een eenwieler die remt doordat de berijder de achterkant van de plank op de grond drukt.

Michel maakt zo een noodstop met de eenwieler.

De eenwieler heeft een beginsnelheid van 9,0 m/s. De reactietijd van Michel is 0,90 s. De remweg is 8,9 m.

→ Bereken de stopafstand.

Bekijk het antwoord

(stopafstand =) 17 m

Opmerking

Voor het toekennen van het tweede scorepunt hoeft het woord of symbool voor stopafstand niet genoteerd te zijn.

De eenwieler wordt aangedreven door een elektromotor. Een accu met een spanning van 36 V voorziet de elektromotor van energie.

Bij een snelheid van 9,0 m/s levert de accu een stroomsterkte van 12 A aan de elektromotor.

Vraag 32 2 punten

Bereken het geleverde vermogen van de accu bij deze snelheid.

Bekijk het antwoord

$P = 4{,}3 \cdot 10^2$ W / $P = 432$ W

Vraag 33 4 punten

De accu van de eenwieler is volledig opgeladen. De eenwieler rijdt met een constante snelheid van 9,0 m/s. Na een afstand van 12,6 km is de accu leeg.

→ Bereken de capaciteit van de accu in Ah. Bereken eerst de rijtijd.

Bekijk het antwoord

$C = 4{,}7$ (Ah)

Verlichting zonneklep

Melisa gaat naar een feest. Voordat zij de auto start, werkt ze haar make-up bij. Daarvoor gebruikt zij de lamp en de spiegel in de zonneklep.

De lamp werkt op de accu van de auto.

Foto vanaf de bestuurdersstoel van een neergeklapte zonneklep, met de lamp, de dichte schuif en de zonneklep aangegeven.
zonneklep omlaag en schuif dicht: de lamp brandt niet
Dezelfde zonneklep met de schuif open. In de spiegel is het gezicht van Melisa te zien en de lamp brandt.
zonneklep omlaag en schuif open: de lamp brandt wel

In de schakeling zit de lamp met vier leds. Weerstand $R_1$ is in serie geschakeld met de lamp. Je ziet een deel van het schakelschema.

R1lamp met 4 leds

Vraag 34 1 punt

Wat is de reden om een weerstand in serie met de lamp te schakelen?

  1. A het verhogen van de spanning over de leds
  2. B het verhogen van het vermogen van de leds
  3. C het verlagen van de stroomsterkte door de leds
  4. D het verlagen van de capaciteit van de spanningsbron
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 35 3 punten

Alleen als de zonneklep omlaag is getrokken en de schuif voor de spiegel is geopend, brandt de lamp.

  • Schakelaar $S_1$ sluit bij het omlaag trekken van de zonneklep.
  • Schakelaar $S_2$ sluit als de schuif open wordt gezet.

Op de uitwerkbijlage zie je een deel van het schakelschema.

→ Maak het schakelschema compleet met de spanningsbron en de schakelaars $S_1$ en $S_2$. Gebruik voor de spanningsbron het symbool voor een batterij.

Deel van een schakelschema op de uitwerkbijlage: de lamp met 4 leds en weerstand R1, waarvan de uiteinden nog niet verbonden zijn.
Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juist schakelschema:

-+S1S2R1lamp met 4 leds

Opmerkingen

  • Als de kandidaat een of meer extra componenten plaatst en/of verbindingen maakt, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.
  • Als de kandidaat geen gesloten stroomkring tekent, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.
  • Als de kandidaat voor het symbool van schakelaar het symbool voor drukschakelaar gebruikt, dit niet aanrekenen.

Vraag 36 3 punten

De schakeling met de lamp en de weerstand $R_1$ is aangesloten op een accu van 12 V. Als de lamp brandt, is de totale stroomsterkte door de schakeling 0,030 A.

De totale spanning over de lamp is 8,0 V.

→ Bereken de grootte van weerstand $R_1$ in de schakeling.

Bekijk het antwoord

$R_1 = 1{,}3 \cdot 10^2\ \Omega$ / $R_1 = 133\ \Omega$

Vraag 37 1 punt

Een van de vier brandende leds in de lamp gaat stuk.

Hoeveel leds branden er dan nog?

  1. A 0
  2. B 1
  3. C 2
  4. D 3
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Natuur- en scheikunde I 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 37 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (11), elektriciteit (9) en licht en geluid (8).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0173-a-26-1-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.