Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Goudblok, Kastlamp, Wielrennen, Kitten, Haardroger, Luchtalarm, Verhuislift.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 telt 38 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (10), energie (9) en licht en geluid (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen9-10, 12-16, 21-22, 3510
Energie6, 8, 11, 17, 20, 26, 36-389
Licht en geluid28-347
Stoffen en materialen1-4, 18-196
Elektriciteit5, 7, 23-25, 276

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over energie (24% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over elektriciteit (16% van de vragen, gemiddeld 25%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Goudblok

In Taiwan ligt het grootste blok van zuiver goud ter wereld.

Vraag 1 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met een aantal zinnen over eigenschappen van het goudblok. Zet een kruisje achter elke zin die over een stofeigenschap gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • stofeigenschap Het goudblok heeft een grote massa. Het goudblok heeft een hoog smeltpunt. x Het goudblok is corrosiebestendig. x Het goudblok is vast bij kamertemperatuur. x indien vier rijen juist (2) indien drie rijen juist (1) indien twee of minder rijen juist (0) (2)

Om een goudblok te maken moet goud verwarmd worden tot boven het smeltpunt.

Vraag 2 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het smeltpunt van goud. Noteer in de tabel het smeltpunt van goud in K en in °C.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een onjuiste waarde voor de temperatuur in K noteert maar deze juist omrekent naar °C, voor deze vraag 1 scorepunt toekennen.

Vraag 3 2 punten

Het gesmolten goud wordt in een vorm gegoten. Het goud koelt af en stolt. Het goudblok koelt daarna af tot kamertemperatuur. Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het afkoelen van het goudblok. Zet in de tabel in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

blijft gelijk neemt toe neemt af

de massa van het goudblok x

het volume van het goudblok x

de dichtheid van het goudblok x

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als rij 2 en rij 3 beide juist zijn.

Vraag 4 3 punten

Het goudblok heeft een massa van 220 kg. Bereken het volume van het goudblok bij kamertemperatuur.

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van de dichtheid van goud (19,30 (g/cm 3)) (1)
  • gebruik van de formule ρ = m / V (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Kastlamp

Mary heeft in een donkere kast een kastlamp opgehangen. Met een schakelaar schakel je de leds van de kastlamp aan of uit.

kastlamp aan kastlamp uit achterkant kastlamp

De kastlamp werkt op een batterij van 4,50 V. In de kastlamp zitten acht leds. Elke led werkt op een spanning van 2,25 V.

Vraag 5 1 punt

Je ziet vier schakelschema’s. Welk schakelschema hoort bij deze kastlamp?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B

C D

De kastlamp staat aan.

Vraag 6 2 punten

In de kastlamp is sprake van een aantal nuttige energieomzettingen. Op de uitwerkbijlage staat een schema. Maak het schema compleet met de juiste nuttige energiesoorten op de juiste plaats.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat ‘licht(energie)’ noteert in plaats van ‘straling(s)(energie)’, dit goed rekenen.

De batterij levert een totale stroomsterkte van 0,20 A.

Vraag 7 3 punten

De capaciteit van de batterij is 1200 mAh. Bereken de tijd die de kastlamp kan branden op deze batterij.

Bekijk het antwoord
  • omrekenen van de capaciteit of de stroomsterkte (1)
  • gebruik van de formule C = I ∙ t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 8 1 punt

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het rendement en de warmteproductie van leds vergeleken met gloeilampen met hetzelfde nuttige vermogen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Wielrennen

Mathieu doet mee aan een wielerwedstrijd.

Mathieu veiligheidshelm

Vraag 9 1 punt

Mathieu draagt een veiligheidshelm. De helm heeft een harde buitenkant en een zachtere binnenkant. Met welke veiligheidsvoorziening van een auto is de harde buitenkant van de helm te vergelijken?

  1. A airbag
  2. B kreukelzone
  3. C kooiconstructie
  4. D veiligheidsgordel
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 10 1 punt

Het begin van de wielerwedstrijd gaat bergopwaarts. Behalve de rolwrijving en luchtwrijving werkt er tijdens de beklimming nog een tegenwerkende kracht op Mathieu en zijn fiets. Wat is de naam van deze kracht?

  1. A duwkracht
  2. B spankracht
  3. C veerkracht
  4. D zwaartekracht
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

De rest van de wielerwedstrijd is op horizontale wegen.

Vraag 11 2 punten

Op een bepaald moment fietst Mathieu met een snelheid van 11 m/s. De massa van Mathieu met zijn racefiets is 78 kg. Bereken de bewegingsenergie.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ebew = 0,5 ∙ m ∙ v 2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 12 3 punten

Mathieu fietst met constante snelheid. Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding met de vectoren van de rolwrijving en de stuwkracht. De krachtenschaal is 1 cm ≙ 10 N. Teken in de afbeelding de vector van de luchtwrijving vanuit punt P en noteer de grootte van deze kracht onder de afbeelding.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De vector is vanuit punt P naar links gericht met een lengte van 4,2 cm, (Fw,lucht ) = 42 (N)

Opmerking Het derde scorepunt alleen toekennen als er een kracht is getekend.

Vraag 13 1 punt

Door een valpartij van andere renners moet Mathieu plotseling afremmen tot stilstand. Wat is juist? De rijsnelheid heeft

  1. A alleen invloed op reactieafstand.
  2. B alleen invloed op remweg.
  3. C invloed op de reactieafstand én de remweg.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Voor de eindsprint versnelt Mathieu in een tijd van 26 s van een snelheid van 60 km/h naar 72 km/h. Zijn versnelling is 0,13 m/s2.

Vraag 14 3 punten

Toon deze versnelling met een berekening aan.

Bekijk het antwoord
  • omrekenen van de waarde van de snelheden / het snelheidsverschil (1)
  • gebruik van de formule a = Δv / Δt (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 15 2 punten

De massa van Mathieu met zijn racefiets is 78 kg. Bereken de nettokracht die nodig is voor deze versnelling van 0,13 m/s2.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule F = m ∙ a (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 16 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de wrijvingskrachten en de nettokracht bij twee verschillende constante snelheden. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • groter dan (1)
  • gelijk aan (1)

Vraag 17 2 punten

Voor de eindsprint levert Mathieu in een tijd van 26 s een gemiddeld nuttig vermogen van 430 W. Bereken de nuttig geleverde energie.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule E = P ∙ t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Kitten

Omar kit de ruimte tussen zijn raamkozijn en de vensterbank. Om de kit uit de koker te drukken gebruikt Omar een kitpistool.

Voordat Omar gaat kitten leest hij de veiligheidsinformatie op de kitkoker. Je ziet een deel van de informatie.

Irriterend voor de ogen.

Irriterend voor de huid.

Vraag 18 1 punt

Noteer een voorzorgsmaatregel die Omar hoort te nemen tijdens het kitten volgens dit deel van de informatie.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘mondmasker/mondkapje dragen’ noteert, hiervoor het scorepunt toekennen.

Vraag 19 1 punt

Welk veiligheidspictogram hoort bij de omschrijving ‘irriterend’?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A B C D E

Omar gebruikt het kitpistool. Je ziet een schematische afbeelding van het kitpistool. Knijpt Omar bij P, dan ontstaat er een kracht op Q. Q is verbonden met een schijf die de kit uit de koker perst.

D is het draaipunt.

Omar knijpt bij P. Bij Q werkt een kracht van 613 N.

Vraag 20 3 punten

De schijf beweegt 1,5 cm naar voren. Bereken de arbeid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat in de formule W = F · s de afstand in cm noteert, hiervoor ook het eerste scorepunt toekennen.

Vraag 21 2 punten

Door de kracht op Q wordt via een schijf de kit uit de koker geperst. Het contactoppervlak van de schijf met de kit is 30 cm2. Bereken de druk op de kit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule p = F / A (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 22 2 punten

Bereken de benodigde spierkracht Fspier bij P. Gebruik de afbeelding en pas de momentenwet toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool van de grootheden kracht en moment niet genoteerd te zijn.

Haardroger

Dina heeft een haardroger die op netspanning werkt.

Met schakelaar S wordt de haardroger ingeschakeld. De ventilator aan de elektromotor blaast lucht uit de haardroger. Met keuzeschakelaar K is de haardroger in te stellen in twee standen. In stand I blaast de haardroger koude lucht. In stand II wordt een verwarmingselement ingeschakeld en blaast de haardroger warme lucht.

Je ziet het vereenvoudigde schakelschema van de haardroger. Het verwarmingselement is weergegeven als een weerstand.

De netspanning is 230 V. De weerstand van de elektromotor is 140 Ω.

De schakelaar S wordt gesloten.

Vraag 23 3 punten

De keuzeschakelaar K staat in stand I. Bereken het vermogen van de haardroger in deze stand. Noteer eerst de waarde van de stroomsterkte.

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de waarde van de stroomsterkte (1,64 A) (1)
  • gebruik van de formule P = U ∙ I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De keuzeschakelaar K wordt van stand I naar stand II gezet.

Vraag 24 2 punten

In stand II is de weerstand van het verwarmingselement 120 Ω. De weerstand van de elektromotor is 140 Ω. Bereken de vervangingsweerstand van de haardroger in stand II.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘1/Rv = 64,6 Ω’ noteert, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Vraag 25 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen waarin stand I en stand II van de haardroger worden vergeleken. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als bij de tweede en derde keuzemogelijkheid beide keuzes juist zijn.

Vraag 26 4 punten

De haardroger is 85 uur gebruikt. Het gemiddeld vermogen is 700 W.

1 kWh kost € 0,28. Bereken de energie in kWh die in 85 uur is omgezet en noteer de energiekosten in euro’s.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het vierde scorepunt alleen toekennen als er een energie is berekend.

Vraag 27 2 punten

Je ziet een afbeelding van een symbool op het typeplaatje van de haardroger.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juist antwoord: De haardroger is volgens het typeplaatje dubbel geïsoleerd. Bij een dubbel geïsoleerd elektrisch apparaat is het uitgesloten dat de buitenkant van het apparaat onder spanning staat. De haardroger heeft dus geen aardedraad nodig.

Luchtalarm

Een luchtalarm is een sirene die de bevolking waarschuwt bij een noodsituatie.

Vraag 28 1 punt

De sirene maakt geluid met verschillende tonen. Vergelijk een hoge toon met een lage toon. Wat is juist? Bij een hoge toon is

  1. A de frequentie groter en de trillingstijd groter dan bij een lage toon.
  2. B de frequentie groter en de trillingstijd kleiner dan bij een lage toon.
  3. C de frequentie kleiner en de trillingstijd groter dan bij een lage toon.
  4. D de frequentie kleiner en de trillingstijd kleiner dan bij een lage toon.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Op een afstand van 25 m is de geluidssterkte van de sirene 105 dB.

Vraag 29 1 punt

In welke zone van gehoorgevoeligheid valt dit geluid?

  1. A zeer hinderlijk
  2. B zeer luid
  3. C extreem luid
  4. D pijngrens
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 30 1 punt

Noteer de maximale duur dat je aan dit geluid blootgesteld mag worden.

Bekijk het antwoord
  • (t =) 1 uur (1)

Lotte hoort het geluid van de sirene op een afstand van 800 m van de bron. De luchttemperatuur is 288 K.

Vraag 31 3 punten

Bereken de tijd die het geluid erover doet om deze afstand af te leggen.

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van de geluidssnelheid bij 288 K (340 (m/s)) (1)
  • gebruik van de formule s = v (geluid) ∙ t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 32 1 punt

Wat is juist over de tijd die het geluid er over doet om de afstand van

800 m af te leggen bij een hogere luchttemperatuur? Bij een hogere temperatuur is het geluid

  1. A een kortere tijd onderweg dan bij een lagere temperatuur.
  2. B een even lange tijd onderweg als bij een lagere temperatuur.
  3. C een langere tijd onderweg dan bij een lagere temperatuur.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 33 2 punten

Vergelijk de toon van de sirene op een afstand van 800 m van de bron met de toon van de sirene op een afstand van 25 m van de bron. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • kleiner dan (1)
  • even groot als (1)

Vraag 34 2 punten

Op een afstand van 25 m is de geluidssterkte van de sirene 105 dB. Voor de geluidssterkte geldt:

Bekijk het antwoord
  • inzicht dat de afstand 5 keer verdubbelt (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Verhuislift

Bram gebruikt een verhuislift om verhuisdozen in een kist naar boven te transporteren. Je ziet een afbeelding van de situatie tijdens het verplaatsen. Punt D is het draaipunt van de ladder en punt Z is het zwaartepunt van de kist.

De massa van de kist met verhuisdozen is 120 kg.

Vraag 35 1 punt

Noteer de zwaartekracht op de kist met verhuisdozen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • (Fz =) 1200 N (1)

Vraag 36 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel over de gevolgen van het omhoog bewegen van de kist. Zet in de tabel in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

blijft neemt neemt gelijk toe af

de zwaartekracht op de kist x

de arm van de zwaartekracht op de kist x

het moment van de zwaartekracht x

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als rij 2 en rij 3 beide juist zijn.

Vraag 37 2 punten

De verhuiskist wordt in totaal 9,0 m omhoog getild. Bereken de toename van de zwaarte-energie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m · g · h / W = F · s (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 38 3 punten

De verhuislift wordt aangedreven met een elektromotor. Het afgegeven vermogen is 1,7 kW. Bereken het opgenomen vermogen van de elektromotor. Gebruik de tabel ‘Rendementen bij energieomzettingen’ in BINAS.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het tweede scorepunt hoeft het woord of symbool van rendement niet genoteerd te zijn.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-24-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 telt 38 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (10), energie (9) en licht en geluid (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-24-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.