Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Afkoelen van kaarsvet, Vrije val, Echoscopie, Pijl-en-boog, Verkeerslichten op windenergie, Heftruck, Vloerverwarming, Afgedankte loodaccu’s, Windmolens, Opladen.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (12), stoffen en materialen (10) en elektriciteit (10). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen7-9, 15-20, 24-2612
Stoffen en materialen1-6, 30, 35-3710
Elektriciteit21-23, 29, 31, 33-34, 40-4210
Licht en geluid10-14, 38-397
Energie27-28, 32, 434

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (23% van de vragen, gemiddeld 12%). Minder over energie (9% van de vragen, gemiddeld 16%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Afkoelen van kaarsvet

Tijdens een practicum krijgen Jolanda en Mahera gesmolten kaarsvet in een reageerbuis.

Ze laten het gesmolten kaarsvet afkoelen en meten regelmatig de temperatuur.

Vraag 1 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het kaarsvet terwijl het afkoelt in de reageerbuis. Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

blijft gelijk neemt toe neemt af

de massa X

het volume X

de dichtheid X

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide rijen juist zijn.

Je ziet een diagram met de grafiek van hun meetresultaten.

Dit kaarsvet is een zuivere stof.

Vraag 2 2 punten

Noteer het smeltpunt van deze zuivere stof in °C en noteer de naam van deze stof.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • noteren van de waarde van het smeltpunt in °C (1)
  • noteren van de juiste zuivere stof (1)

Vraag 3 1 punt

Wat is juist over de temperatuurdaling tussen 12 en 16 min?

  1. A Die is even groot als de temperatuurdaling tussen 0 en 4 min.
  2. B Die is groter dan de temperatuurdaling tussen 0 en 4 min.
  3. C Die is kleiner dan de temperatuurdaling tussen 0 en 4 min.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 4 1 punt

Welke fase(n) heeft dit kaarsvet op t = 6 min?

  1. A alleen de vaste fase
  2. B zowel de vaste als de vloeibare fase
  3. C alleen de vloeibare fase
  4. D zowel de vloeibare als de gasfase
  5. E alleen de gasfase

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 5 1 punt

Wat is juist over het stollen van kaarsvet?

  1. A Dit is een chemische reactie.
  2. B Dit is een natuurkundig proces.
  3. C Dit is zowel een chemische reactie als een natuurkundig proces.
  4. D Dit is geen chemische reactie en ook geen natuurkundig proces.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 6 1 punt

Mahera vraagt zich af of het stolpunt van kaarsvet anders is als zij de proef uitvoert bij een hogere omgevingstemperatuur. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het stolpunt van kaarsvet. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vrije val

Een populaire attractie in een pretpark is de vrije val.

Een ring met inzittenden wordt met een constante snelheid van 1,5 m/s tot een hoogte van 67,5 m gebracht.

Vraag 7 2 punten

Bereken de tijd die nodig is om de ring op deze hoogte te brengen.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule s = v ∙ t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vanaf deze hoogte valt de ring naar beneden. Na de vrije val wordt de ring met inzittenden afgeremd tot stilstand. Je ziet een tabel met gegevens van de valbeweging.

t (s) 0,0 1,0 2,0 3,0 4,0 4,5 5,0

s (m) 0 5,0 20 45 65 67 67

Vraag 8 3 punten

Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle gegevens uit en teken de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat minder dan 2/3 van de verticale as heeft gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen. Als de kandidaat één gegeven niet juist heeft uitgezet, dit niet aanrekenen.

Vraag 9 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een tabel over de soorten bewegingen tijdens de totale rit. Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide rijen juist zijn.

Echoscopie

Femke heeft een knieblessure en gaat naar een fysiotherapeut. De fysiotherapeut maakt tijdens het onderzoek een echo van de knie.

Voor het maken van de echo wordt een apparaat gebruikt dat ultrasoon geluid uitzendt en weer opvangt. Zo’n apparaat heet een echoscoop.

Vraag 10 1 punt

Ultrasoon geluid is een geluid boven de menselijke gehoorgrens. Op de uitwerkbijlage staat een zin over het bereik van het menselijk gehoor. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 11 1 punt

Met welk apparaat is de echoscoop te vergelijken bij het uitzenden van geluid?

  1. A met een dB-meter
  2. B met een microfoon
  3. C met een oscilloscoop
  4. D met een luidspreker
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 12 1 punt

In de echoscoop zit een geluidsontvanger. Waar is deze geluidsontvanger mee te vergelijken?

  1. A met een dB-meter
  2. B met een microfoon
  3. C met een oscilloscoop
  4. D met een luidspreker
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 13 3 punten

Het uitgezonden geluid heeft een trillingstijd van 2,9 ∙ 10-7 s. Bereken de frequentie in MHz.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule f = 1 / T (1)
  • rest van de berekening juist (1)
  • juist omrekenen naar MHz (1)

Vraag 14 3 punten

Tussen het uitzenden en het ontvangen van het geluidssignaal zit 3,8 · 10-5 s. De gemiddelde geluidssnelheid in de knie is 1540 m/s. Bereken de afstand tussen de echoscoop en de plaats waar het geluid weerkaatst.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule s = v geluid ∙ t (1)
  • toepassen van de factor 2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Pijl-en-boog

Yvonne doet aan boogschieten. Ze probeert een pijl in het midden van een schijf te schieten.

Yvonne legt de achterkant van de pijl tegen de pees (het koord) en trekt deze pees naar achteren.

Vraag 15 1 punt

In de pees ontstaat een trekkracht. Noteer de naam van de deze kracht.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat als antwoord ‘veerkracht’ of ‘elastische kracht’ noteert, het scorepunt ook toekennen. Als de kandidaat als antwoord ‘trekkracht’ noteert, het scorepunt niet toekennen.

Vraag 16 2 punten

Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over het spannen van de boog. Omcirkel in de tweede en derde zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • toenemen (1)
  • zowel duw- als trekkrachten (1)

Op de uitwerkbijlage staat een vereenvoudigde afbeelding van nét voor het loslaten van de pees. In de afbeelding is de resultante van de krachten in de pees gegeven.

Vraag 17 1 punt

Toon met een berekening aan dat de krachtenschaal 1 cm ≙ 40 N is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De berekening bestaat uit: het noteren van de lengte van de vector en vermenigvuldigen met 40 N. of het delen van de kracht door de lengte van de vector. (1)

Vraag 18 3 punten

Construeer in de afbeelding de kracht in deel A van de pees. Noteer de grootte van deze kracht onder de afbeelding.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat de resulterende kracht niet (juist) heeft ontbonden, voor deze vraag geen scorepunten toekennen. Als de kandidaat de vector van de kracht langs A niet (juist) tekent, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen. Als de kandidaat de kracht niet langs lijn A maar langs de andere lijn heeft ontbonden, dit niet aanrekenen.

Yvonne laat de pees los. De pijl bereikt in een tijd van 25 ms een snelheid van 58 m/s. De gemiddelde versnelling van de pijl is 2320 m/s2.

Vraag 19 3 punten

Toon deze versnelling met een berekening aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule a = (v e - v b) / t (1)
  • juist omrekenen van de tijd (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 20 3 punten

De pijl heeft een massa van 35 g. Bereken de kracht op de pijl die nodig is om deze versnelling te bereiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule F = m ∙ a (1)
  • juist omrekenen van de massa (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Verkeerslichten op windenergie

Op een kruispunt werken de verkeerslichten op elektrische energie. Als het waait, levert een windturbine de elektrische energie. Als het niet waait, werken de verkeerslichten op het elektriciteitsnet.

Een windturbine levert elektrische energie aan de verkeerslichten.

Vraag 21 2 punten

De windturbine wekt elektrische energie op met behulp van een dynamo. Noteer de twee onderdelen in een dynamo die nodig zijn om elektrische energie op te wekken.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘stator en rotor’ noteert, dit goed rekenen.

Vraag 22 3 punten

De verkeerslichten hebben een jaarlijks energiegebruik van 2500 kWh.

1 jaar heeft 365 dagen. Bereken het gemiddeld opgenomen vermogen.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule E = P ∙ t (1)
  • juist berekenen van de tijd (8760 (h)) (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 23 1 punt

Als het hard waait, levert de windturbine meer energie dan nodig is om de verkeerslichten te laten werken. Het overschot aan vermogen wordt dan geleverd aan het elektriciteitsnet. Wat is dan juist over het opgenomen vermogen van de verkeerslichten?

  1. A Dat is even groot als het afgegeven vermogen van de windturbine.
  2. B Dat is groter dan het afgegeven vermogen van de windturbine.
  3. C Dat is kleiner dan het afgegeven vermogen van de windturbine.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Heftruck

Een heftruck wordt gebruikt om zware pakketten te verplaatsen.

Vraag 24 3 punten

Je ziet een schematische afbeelding van de heftruck met een pakket.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat in plaats van de zwaartekracht in de formule M = F ∙ ℓ de massa gebruikt, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen.

Het pakket heeft een massa van 600 kg. Z is het zwaartepunt van het pakket. Bereken het moment van het pakket ten opzichte van de as van het voorwiel. Gebruik het gegeven in de afbeelding.

De heftruck heeft een lift om de pakketten te tillen. Een pakket is verticaal opgetild om te stapelen.

Vraag 25 1 punt

Wat is juist over het moment van het pakket ten opzichte van de as van het voorwiel als het pakket is opgetild?

  1. A Het moment is even groot.
  2. B Het moment is groter.
  3. C Het moment is kleiner.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Het pakket heeft een massa van 600 kg.

Vraag 26 1 punt

De lift tilt het pakket met een constante snelheid omhoog. Wat is juist over de kracht omhoog en de nettokracht op het pakket tijdens het verplaatsen?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

kracht omhoog nettokracht

A 0N 0N

B 0N 6000 N

C 6000 N 0N

D 6000 N 6000 N

Vraag 27 2 punten

Tijdens het optillen is de zwaarte-energie van het pakket toegenomen met

14 000 J. Bereken over welke hoogte het pakket is opgetild.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m ∙ g ∙ h (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De lift van de heftruck werkt op een elektromotor die is aangesloten op een accu.

Vraag 28 1 punt

Welke energiesoort is er opgeslagen in de accu?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • chemische (energie) (1)

Vraag 29 2 punten

Tijdens het optillen van het pakket is de stroomsterkte door de elektromotor 135 A. De capaciteit van de opgeladen accu is 360 Ah. Bereken de maximale tijd dat de accu deze stroom kan leveren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule C = I ∙ t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vloerverwarming

Een kamer kun je comfortabel verwarmen met elektrische vloerverwarming. De vloerverwarming is afgedekt met laminaat.

De vloerverwarming bestaat uit een aantal matjes die in stroken worden gelegd. Elk matje heeft aan de zijkant koperen strips met daartussen banen van grafiet. De vloerverwarming zit tussen kunststof folie.

vloerverwarming met vier stroken een matje

Vraag 30 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met de materialen van de vloerverwarming. Zet achter elk materiaal één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • materiaal geleider isolator grafiet X koper X kunststof X indien drie rijen juist (2) indien twee rijen juist (1) indien een of geen rij juist (0) (2)

Vraag 31 1 punt

De vloerverwarming wordt ingeschakeld met een thermostaat.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

In de thermostaat zit een NTC. Op de uitwerkbijlage staat een zin over de NTC. Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheden.

Vraag 32 2 punten

De vloerverwarming is ingeschakeld. Hierdoor wordt de kamer gelijkmatig verwarmd. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met vormen van warmtetransport. Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voornaamste vorm van warmtetransport

geleiding straling stroming

van de vloerverwarming naar het X laminaat van het laminaat via de lucht naar X het plafond

De vloerverwarming is aangesloten op een netspanning van 230 V. Het vermogen van één strook vloerverwarming is 375 W.

Vraag 33 3 punten

Bereken de weerstand van één strook vloerverwarming.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de waarde van de stroomsterkte (1,63(A)) (1)
  • gebruik van de formule R = U / I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 34 2 punten

De vloerverwarming bestaat uit vier stroken. Je ziet een vereenvoudigd schakelschema.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gelijk aan, kleiner dan, groter dan indien drie keuzes juist (2) indien twee keuzes juist (1) indien een of geen keuze juist (0) (2)

Afgedankte loodaccu’s

Afgedankte loodaccu’s worden in een fabriek verwerkt.

Een loodaccu bestaat voornamelijk uit accuzuur, lood en plastic. Deze stoffen worden gerecycled.

Het accuzuur wordt in de fabriek uit de accu’s gehaald en in jerrycans opgeslagen.

Accuzuur bevat bijtend (corrosief) zwavelzuur.

Vraag 35 1 punt

Welk veiligheidspictogram hoort daarom op een jerrycan met accuzuur te staan?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B C D E

Vraag 36 1 punt

Noteer een voorzorgsmaatregel bij het werken met accuzuur.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − beschermende kleding dragen − (veiligheids)handschoenen dragen − veiligheidsbril dragen (1)

Vraag 37 3 punten

Volgens de Arbowet mag een werknemer maximaal een massa van 23 kg tillen. In een gevulde jerrycan zit 16 dm3 accuzuur. De dichtheid van accuzuur is 1,26 kg/dm3. Bereken de massa van het accuzuur en noteer of de werknemer de jerrycan met deze hoeveelheid accuzuur mag tillen. Verwaarloos hierbij de massa van de lege jerrycan.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

maccuzuur = 20 kg (De massa van het accuzuur is 20 kg. Dit is minder dan de toegestane massa van 23 kg.) Deze hoeveelheid accuzuur mag de werknemer wel tillen.

Opmerking Het derde scorepunt alleen toekennen als er een massa is berekend.

Windmolens

In Nederland wordt steeds meer energie uit duurzame energiebronnen opgewekt. Hierdoor besparen we op fossiele brandstoffen.

Het niveau van het geluid dat een windmolen maakt, hangt onder andere af van de windsnelheid. Bij verschillende windsnelheden is het geluidsniveau aan de voet van een windmolen gemeten. Je ziet een tabel met de meetresultaten.

windsnelheid (m/s) 3 4 5 6 7 8

geluidsniveau (dB) 95 98 101 104 107 107

Vraag 38 1 punt

In welke zone van gehoorgevoeligheid ligt het geluidsniveau van de windmolen bij een windsnelheid van 6 m/s?

  1. A extreem luid
  2. B hinderlijk
  3. C zeer hinderlijk
  4. D zeer luid

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 39 3 punten

Voor het geluidsniveau geldt:

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juist berekenen en/of noteren van de waarde van het verschil in geluidsniveau (12 (dB)) (1)
  • inzicht dat er viermaal een verdubbeling optreedt (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Opladen

De accu van een elektrische auto kun je met een thuislader opladen.

In de thuislader zit een transformator. Op het display van de thuislader kun je de spanning over en de stroomsterkte door de primaire spoel aflezen.

Vraag 40 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema van de thuislader. Maak het bovenste deel van het schakelschema compleet met spanningsmeter en stroommeter.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat één of meer extra componenten toevoegt en/of verbindingen maakt, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen. Als de kandidaat geen gesloten stroomkring tekent, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.

Vraag 41 3 punten

Je ziet een afbeelding van een deel van het schakelschema van de transformator in de thuislader met een aantal gegevens.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de waarde van Us (375 (V)) (1)
  • gebruik van de formule P = U ∙ I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De secundaire stroomsterkte is 16 A. Bereken het secundaire vermogen. Ga er bij deze berekening van uit dat de transformator ideaal is. Bereken hiervoor eerst de secundaire spanning van de transformator.

Vraag 42 1 punt

De secundaire spoel in de thuislader levert wisselspanning. De thuislader levert gelijkspanning aan de accu van de auto. Daarom zit er in de lader een elektronica-component die stroom in één richting doorlaat. Welke elektronica-component laat stroom in één richting door?

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord ‘led’ noteert, dit goed rekenen.

Vraag 43 1 punt

De transformator blijkt warm te worden. Welke conclusie over het rendement van de transformator is dan juist?

  1. A Het rendement is gelijk aan 100%.
  2. B Het rendement is groter dan 100%.
  3. C Het rendement is kleiner dan 100%.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2022, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-22-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (12), stoffen en materialen (10) en elektriciteit (10).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-22-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.