Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Olieverdamper, Carnavalsoptocht, Fietsen, Geleidende grond, Demonstratieproef, Condensatorproef, Vaatwasser, Gatentang, Hoverboard.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over elektriciteit (15), krachten en bewegen (11) en energie (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Elektriciteit13-19, 26-32, 3515
Krachten en bewegen11, 22, 24-25, 37-4311
Energie6, 12, 20-21, 23, 34, 367
Stoffen en materialen1-5, 336
Licht en geluid7-104

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over elektriciteit (35% van de vragen, gemiddeld 23%). Minder over licht en geluid (9% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Olieverdamper

Een olieverdamper verdampt geurige olie in je huis.

In de olieverdamper zit een kaarsje in een aluminium bakje. Het brandende kaarsje verwarmt de olie in de olieverdamper.

Vraag 1 1 punt

Noteer een materiaaleigenschap die aluminium geschikt maakt voor deze toepassing.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat als antwoord geeft ‘Aluminium is licht’, het scorepunt niet toekennen.

Vraag 2 1 punt

Het aluminium bakje is in een bepaalde vorm geperst waardoor de onderkant niet vlak is. Je ziet een afbeelding van de onderkant van het bakje.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat de lucht(laag) een goede (warmte)isolator is. (1)

Door deze vorm zit er een laag stilstaande lucht onder het bakje als dit op de tafel staat. Noteer de functie van deze laag lucht.

Het kaarsje is gemaakt van paraffine.

Vraag 3 3 punten

Het kaarsje heeft een volume van 32 cm3. Bereken de massa van het kaarsje.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule ρ = m / V (1)
  • noteren van de waarde van de dichtheid van paraffine (0,85 (g/cm3)) (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Het kaarsje wordt aangestoken en de paraffine smelt.

Vraag 4 2 punten

Over de veranderingen tijdens het smelten van 1 cm3 paraffine staat op de uitwerkbijlage een tabel. Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

blijft gelijk neemt af neemt toe

De massa X

Het volume X

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide rijen juist zijn.

Vraag 5 3 punten

Op de uitwerkbijlage staan vier zinnen over smeltende paraffine. Omcirkel in de eerste en vierde zin de juiste mogelijkheid en noteer in de tweede en derde zin de juiste waarden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Het eerste scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn. Als de kandidaat een onjuiste waarde voor de temperatuur in K noteert maar juist omrekent naar °C, voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.

Vraag 6 1 punt

Het brandende kaarsje verwarmt de olie in de olieverdamper. Noteer de letter bij de juiste combinatie van de belangrijkste vormen van warmtetransport.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Carnavalsoptocht

Tijdens een optocht produceren de muziekinstallaties van carnavals- wagens een geluidsniveau van 96 dB. De wagens rijden dicht langs het publiek.

Vraag 7 1 punt

Met welk meetinstrument meet je een geluidsniveau?

  1. A decibelmeter
  2. B luidspreker
  3. C microfoon
  4. D oscilloscoop
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 8 1 punt

In welke zone van gehoorgevoeligheid valt geluid van 96 dB?

  1. A extreem luid
  2. B hinderlijk
  3. C zeer hinderlijk
  4. D zeer luid
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Baby Noud draagt gehoorbescherming tijdens de carnavalsoptocht.

Vraag 9 2 punten

Over het gebruik van gehoorbescherming staan op de uitwerkbijlage twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 10 2 punten

De gehoorbescherming verlaagt het geluidsniveau voor Noud met 21 dB. Voor het geluidsniveau geldt:

Bekijk het antwoord

Opmerking Het tweede scorepunt toekennen in overeenstemming met het aantal keer halveren.

Fietsen

Marja fietst samen met haar vriendin langs een winkelcentrum.

Ze fietsen met een constante snelheid van 4,8 m/s. Marja heeft samen met de fiets een massa van 87,5 kg. Voor een verkeerslicht remt Marja af en komt in een tijd van 2,3 s tot stilstand. De remkracht is 184 N.

Vraag 11 2 punten

Bereken de vertraging.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule a = (v e - v b) / t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 12 4 punten

Bereken de verrichte arbeid tijdens het remmen.

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de waarde van de gemiddelde snelheid (2,4 (m/s)) (1)
  • berekenen en/of noteren van de waarde van de remafstand (5,52 (m)) (1)
  • gebruik van de formule W = F ∙ s (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Geleidende grond

Jasper gaat na of tuinaarde een geleider kan zijn voor elektrische stroom. Je ziet een afbeelding van de schakeling die hij gebruikt.

In de pot met droge tuinaarde zijn twee koperen plaatjes verbonden met de bedrading.

Vraag 13 1 punt

De koperen plaatjes raken de bodem van de pot. Waarom is het belangrijk dat de pot niet van metaal is gemaakt?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat de pot dan stroom gaat geleiden in plaats van de tuinaarde (als de koperen plaatjes de bodem raken). / Het antwoord moet het inzicht bevatten dat er dan kortsluiting ontstaat. (1)

Vraag 14 2 punten

Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema. Maak het schema compleet met accu, schakelaar en spoel met kern.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat in plaats van een aan-uitschakelaar een drukschakelaar tekent, dit goed rekenen. Als er (na het sluiten van de schakelaar) geen gesloten stroomkring is, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen. Als de kandidaat een of meer extra componenten plaatst en/of verbindingen maakt, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.

Vraag 15 1 punt

De schakelaar staat open. Jasper zet een kompasnaald op een voet naast de spoel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat noteert dat de kompasnaald (altijd) naar het noorden wijst, dit goed rekenen.

Jasper geeft de kompasnaald een zetje. De naald draait een paar keer rond en blijft dan in een stand stilstaan. Geeft hij de naald weer een zetje, dan komt deze weer in dezelfde stand tot stilstand.

Waarom gaat de kompasnaald in deze stand staan?

Jasper drukt de schakelaar in. De stand van de kompasnaald verandert niet. Jasper giet een beetje kraanwater op de droge tuinaarde. Op een gegeven moment draait een punt van de kompasnaald naar het uiteinde van de spoel.

Vraag 16 1 punt

Het toevoegen van kraanwater heeft gevolgen voor de weerstand van en de stroomsterkte door de tuinaarde. Noteer de letter bij de juiste combinatie van de gevolgen voor weerstand en stroomsterkte.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

De weerstand wordt De stroomsterkte wordt

A groter groter

B groter kleiner

C kleiner groter

D kleiner kleiner

Je ziet een afbeelding van de stand die de kompasnaald dan inneemt.

Vraag 17 2 punten

Leg uit waarom de kompasnaald in deze stand gaat staan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

(Bij het indrukken van de schakelaar loopt er een stroom via de koperen plaatjes door de vochtige tuinaarde door de spoel.) Rond de spoel ontstaat (daardoor) een magnetisch veld. De kompasnaald richt zich in de stand van het magnetische veld.

Vraag 18 1 punt

Het uiteinde van de kompasnaald (1) is een noordpool. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de kern van de spoel. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide keuzes juist zijn.

Vraag 19 2 punten

Jasper wil de kompasnaald de andere kant op laten wijzen. Hij wisselt daarvoor de aansluitsnoeren bij de accu om en bekijkt het gevolg. Hij zet de snoeren weer terug. Deze handelingen herhaalt hij bij de andere drie onderdelen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het gevolg van het omwisselen van de snoeren bij elk onderdeel. Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De kompasnaald Jasper wisselt de snoeren om bij: draait wel draait niet de + en - van de accu X de koperen plaatjes X de schakelaar X de spoel X indien vier rijen juist (2) indien drie rijen juist (1) indien twee of minder rijen juist (0) (2)

Demonstratieproef

Diederik voert een demonstratieproef uit. Aan een stellage hangt een kogel aan een kabel. Diederik pakt de kogel en doet een paar stappen achteruit.

Diederik brengt de De kogel zwaait naar De kogel komt terug en kogel tegen zijn kin aan de andere kant van de raakt de kin van en laat dan de kogel stellage. Diederik nét niet. los.

De kogel heeft een massa van 15 kg. Bij het tegen zijn kin aanbrengen van de kogel neemt de zwaarte-energie van de kogel toe met 90 J.

Vraag 20 2 punten

Bereken de toename van de hoogte van de kogel bij het optillen.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m · g · h (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 21 2 punten

Na het loslaten wordt de zwaarte-energie van de kogel omgezet in bewegingsenergie. Bereken de maximale snelheid van de kogel.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule (Ez =) Ek = 0,5 · m · v 2 (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Je ziet een afbeelding van de beweging van de kogel vanaf het loslaten bij P via Q naar R. Punt D is het draaipunt aan de stellage.

Vraag 22 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie s,t-diagrammen. Zet in elke rij één kruisje in de kolom die hoort bij de beweging van de kogel tussen de drie posities.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als beide rijen juist zijn.

Vraag 23 1 punt

Welke energiesoort(en) heeft de kogel in punt R?

  1. A alleen bewegingsenergie
  2. B alleen zwaarte-energie
  3. C zowel bewegingsenergie als zwaarte-energie
  4. D geen energie

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 24 2 punten

Op de uitwerkbijlage zie je een vereenvoudigde afbeelding van twee krachten op de kogel in punt R. Construeer de nettokracht op de kogel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat de krachten niet (juist) heeft samengesteld, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.

Vraag 25 1 punt

Na het loslaten van de kogel blijft Diederik rustig staan. Bij het terugkomen van de kogel raakt deze zijn kin nét niet. Wat is de naam van de kracht waardoor dit niet gebeurt?

  1. A nettokracht
  2. B spankracht
  3. C wrijvingskracht
  4. D zwaartekracht

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Condensatorproef

Muhammed doet tijdens de natuurkundeles een practicum met een weerstand en een condensator. Je ziet een afbeelding van het schakelschema dat hij gebruikt.

Muhammed sluit de schakelaar. Er loopt dan een stroom naar de weerstand en de condensator. De condensator laadt op.

Vraag 26 1 punt

Na het sluiten van de schakelaar is de condensator opgeladen. Wat is dan juist?

  1. A De stroomsterkte door de batterij is gelijk aan die door de weerstand.
  2. B De stroomsterkte door de batterij is groter dan die door de weerstand.
  3. C De stroomsterkte door de batterij is kleiner dan die door de weerstand.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 27 3 punten

De batterij levert een spanning van 4,5 V. De grootte van de weerstand is 1,5 kΩ. Bereken de stroomsterkte door de weerstand als de condensator is opgeladen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de weerstand (1)
  • gebruik van de formule R = U / I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 28 2 punten

Als de condensator is opgeladen, opent Muhammed de schakelaar. Geef in het schakelschema op de uitwerkbijlage met pijlen aan, hoe de stroom dan van de condensator via de weerstand loopt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat de stroomrichting verkeerd om tekent, voor deze vraag maximaal 1 scorepunt toekennen. Als de kandidaat de stroomrichting in het circuit via de spanningsbron aangeeft, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen. Als de stroomrichting door de weerstand en de condensator met elkaar in tegenspraak zijn, hiervoor 1 scorepunt in mindering brengen.

Muhammed meet hoe de spanning over de condensator verandert tijdens het ontladen.

Vraag 29 1 punt

Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema van de schakeling. Maak het schakelschema compleet met de spanningsmeter op de juiste plaats.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat een of meer extra componenten toevoegt of een kortsluitverbinding maakt, het scorepunt niet toekennen.

Je ziet een tabel met zijn metingen.

t (s) 0 50 100 150 200 250 300

U (V) 4,5 2,6 1,4 0,7 0,3 0,1 0,0

Vraag 30 3 punten

Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de grafiek.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Als de kandidaat minder dan 2/3 van de verticale as gebruikt, het eerste scorepunt niet toekennen. Als de kandidaat één meetpunt niet juist heeft uitgezet, dit niet aanrekenen.

Vraag 31 1 punt

Bepaal de tijd waarna de condensator nog 50% van de beginspanning heeft. Noteer je antwoord op de uitwerkbijlage.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Beoordeel het antwoord in overeenstemming met de door de kandidaat getekende grafiek.

Vraag 32 2 punten

Muhammed zet de schakelaar open en vervangt de weerstand van 1,5 kΩ door een van 3,0 kΩ. Over de gevolgen van de grotere weerstand meteen na het weer sluiten van de schakelaar, staan op de uitwerkbijlage twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • even groot (1)
  • kleiner (1)

Vaatwasser

Emily heeft een vaatwasser. In de bodem van de vaatwasser zit een reservoir met zout water. Dit zoute water voorkomt kalkaanslag.

de vaatwasser vuldop van het reservoir

De vuldop van het reservoir bevat een venster met daaronder een drijvertje. Bij een reservoir dat nog voldoende zout water bevat, zie je het drijvertje (situatie 1). Als het zoute water is weggespoeld, zakt het drijvertje helemaal in de vloeistof weg en zie je het drijvertje niet meer (situatie 2).

Vraag 33 1 punt

Wat is juist over de dichtheid van het drijvertje?

  1. A Die is kleiner dan 1,0 g/cm 3 .
  2. B Die ligt tussen 1,0 g/cm 3 en 1,1 g/cm 3 .
  3. C Die is groter dan 1,1 g/cm 3 .
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 34 2 punten

Emily stelt de vaatwasser in op een eco-programma. De vaatwasser verwarmt tijdens dit programma een hoeveelheid water met een begintemperatuur van 15 oC. Als dit water 1 oC in temperatuur stijgt, neemt het 8,4 · 104 J energie op. Bij het verwarmen neemt het water in totaal 2,94 · 106 J energie op. Bereken de temperatuur van het water na het verwarmen.

Bekijk het antwoord
  • berekenen en/of noteren van de waarde van de temperatuurstijging (35 °C) (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De vaatwasser is aangesloten op een netspanning van 230 V. Het gemiddelde vermogen tijdens het eco-programma is 320 W (0,32 kW).

Vraag 35 2 punten

Bereken de gemiddelde stroomsterkte.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule P = U ∙ I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 36 4 punten

Het eco-programma duurt 165 minuten. 1 kWh kost € 0,25. Bereken de energie die wordt omgezet bij een wasbeurt met het eco- programma en noteer de kosten.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen Het vierde scorepunt alleen toekennen als er een energie is berekend. Als de kosten berekend zijn uitgaande van E = 2,94 · 106 J, leidende tot

E = 0,82 kWh, (De kosten zijn) € 0,20, hiervoor maximaal 3 scorepunten toekennen.

Gatentang

Bilal gebruikt een gatentang om een extra gat in zijn riem te maken. De tang heeft snijbuisjes met verschillende diameters.

Bilal gebruikt de gatentang de snijbuisjes

Bilal kiest een snijbuis en legt de riem in de tang. Hij knijpt de handvatten samen. De kracht van de snijbuis op de riem bij het maken van het gat is 35 N.

Vraag 37 2 punten

De snijbuis heeft een contactoppervlak van 0,050 cm2 met de riem. Bereken de druk onder het contactoppervlak.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule p = F / A (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Je ziet een afbeelding met de gegevens bij het samenknijpen van de tang.

D is het draaipunt en bij A wordt de kracht op de riem uitgeoefend. B is de werklijn van de spierkracht.

Vraag 38 3 punten

Bereken de totaal benodigde spierkracht bij B.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool voor de grootheid moment niet genoteerd te zijn.

Vraag 39 1 punt

Bilal maakt een groter gat in de riem. Hij knijpt de handvatten op dezelfde plaats samen. Een snijbuis met een grotere diameter heeft een groter contactoppervlak. Wat is het gevolg voor de benodigde spierkracht?

  1. A Die is groter.
  2. B Die is kleiner.
  3. C Die blijft gelijk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Hoverboard

Meike heeft een hoverboard. Aan elk wiel zit een elektromotor die is aangesloten op een accu. De wielen van het board worden aangedreven als Meike op het board staat en haar voeten kantelt.

Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding van Meike op haar hoverboard. Ze rijdt op topsnelheid. De stuwkracht is dan 18 N.

Vraag 40 2 punten

Teken in de afbeelding op de uitwerkbijlage de stuwkracht op topsnelheid vanuit punt P. Gebruik als krachtenschaal 1,0 cm ≙ 5,0 N.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De vector vanuit P heeft een lengte van 3,6 cm naar rechts gericht (een lengte van 3,5 cm tot en met 3,7 cm goed rekenen).

Vraag 41 1 punt

Meike rijdt op haar hoverboard op topsnelheid over een horizontale weg. Wat is dan de grootte van de nettokracht?

  1. A 18 N in de rijrichting
  2. B 36 N in de rijrichting
  3. C 18 N tegen de rijrichting in
  4. D 36 N tegen de rijrichting in
  5. E 0N

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 42 2 punten

Meike rijdt met een gemiddelde snelheid van 9,0 km/h op haar hoverboard. Na een tijd van 3,5 h gebruik is de accu leeg. Bereken de afstand die Meike heeft afgelegd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule s = v · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 43 1 punt

Tijdens het rijden op haar hoverboard rijdt Meike met verschillende snelheden. Wat is juist over de luchtweerstand bij hogere snelheid?

  1. A De luchtweerstand blijft gelijk.
  2. B De luchtweerstand neemt af.
  3. C De luchtweerstand neemt toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-21-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over elektriciteit (15), krachten en bewegen (11) en energie (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0173-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.