Eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: LED there be light, Materiaalonderzoek, Containerschip, Geluid van bromfietsen, Een remmende vrachtauto, Klemmen en knippen, Fluistersloep, LRAD, Kleur van koffiebekers, Ladderlift.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (12), licht en geluid (10) en elektriciteit (8). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Krachten en bewegen11-13, 19-25, 40-4112
Licht en geluid5, 14-18, 32-3510
Elektriciteit1-4, 27-28, 30-318
Stoffen en materialen6-105
Energie29, 36-395
Verbranden261

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over licht en geluid (24% van de vragen, gemiddeld 17%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

LED there be light

Als je met een camper ergens staat, is het prettig om binnenverlichting te hebben als het buiten donker is. Speciaal voor campers en boten is er nu een energiezuinig lampje gemaakt met daarin acht LEDs.

een camper voorzijde lampje

Elke LED in dit energiezuinige lampje werkt op een spanning van 1,5 V. De accu van de camper levert een spanning van 12 V.

Vraag 1 1 punt

In welk schema zijn de LEDs in het lampje juist geschakeld?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

A B

C D

Vraag 2 2 punten

Leg uit wat er gebeurt als het lampje andersom wordt aangesloten.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Omdat een LED de stroom in één richting doorlaat zal het lampje bij het andersom aansluiten niet branden.

Opmerking Bij een conclusie zonder redenering, geen scorepunt toekennen.

Vraag 3 2 punten

Als het lampje brandt, is de stroomsterkte in de toevoerdraad 34 mA. Toon met een berekening aan dat het vermogen van het lampje 0,41 W is.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule P = U · I (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 4 4 punten

De camper wordt met volle accu in de stalling gezet. De eigenaar laat per ongeluk het lampje branden. Een maand (30 dagen) later wil de eigenaar de camper weer uit de stalling rijden. De volle accu van de camper kan 0,96 kWh leveren. De camper start niet als de accu minder dan half vol is. Bereken of er nog genoeg energie in de accu zit om de camper te kunnen starten. Noteer je conclusie.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juist antwoord: De verbruikte energie na 30 dagen is 0,30 kWh / E = 0,30 kWh. Dit is minder dan de helft van de opgeslagen energie in de accu. Conclusie: Na een maand kan de camper nog wel gestart worden.

Opmerking Als de kandidaat eerst de opgeslagen energie in J uitrekent en daarna hoe lang het lampje daarmee kan branden, dit goed rekenen.

Vraag 5 2 punten

Het lampje van 0,41 W geeft evenveel licht als een gloeilampje van 10 W bij dezelfde spanning. In de uitwerkbijlage staan vier zinnen waarin dit lampje wordt vergeleken met een gloeilampje. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Een scorepunt alleen toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Materiaalonderzoek

Moniek onderzoekt tijdens een practicum een metalen blokje. Ze wil weten van welk metaal het is gemaakt.

Moniek neemt het blokje in haar handen en bekijkt het. Het blokje voelt zwaar aan.

Vraag 6 2 punten

Bij haar waarnemingen maakt Moniek gebruik van stofeigenschappen. Zet in de tabel op de uitwerkbijlage een kruisje achter een eigenschap als het over een stofeigenschap gaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • stofeigenschap massa kleur X vervormbaarheid X volume indien vier rijen juist (2) indien drie rijen juist (1) indien twee of minder rijen juist (0) (2)

Vraag 7 2 punten

Het metalen blokje voelt koud aan. Ook vraagt Moniek zich af of het metalen blokje ook stroom geleidt. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over metaal. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • van alle metalen (1)
  • goed (1)

Moniek vult een overstroomglas met water. Daarna laat ze het blokje voorzichtig in het water zakken. Het overstromende water vangt ze op.

Vraag 8 1 punt

Het glaswerk waarin Moniek het water opvangt is voorzien van maatstreepjes waarmee het volume van een vloeistof bepaald kan worden. Wat is de naam van dit glaswerk?

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat in plaats van ‘maatglas’ ‘maatbeker’ / ‘bekerglas’ / ‘maatcilinder’ noteert, dit goed rekenen.

Vraag 9 4 punten

Het glaswerk waarin het overstromende water wordt opgevangen was voor het onderzoek leeg. Je ziet een afbeelding van het glaswerk met het opgevangen water.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De dichtheid van het blokje is 8,5 g/cm3 / ρ = 8,5 g/cm3. Conclusie: het blokje kan van messing gemaakt zijn.

Opmerking Het vierde scorepunt alleen toekennen als er een dichtheid is berekend.

Bepaal van welk metaal het blokje (50 g) gemaakt kan zijn. Bereken eerst de dichtheid van het massastukje. Noteer je conclusie.

Vraag 10 1 punt

Metalen voorwerpen zijn vaak verchroomd. Het metalen voorwerp ziet er dan mooi glimmend uit. Wat is een andere reden om metaal te verchromen?

  1. A Het is een metaal met een lage dichtheid.
  2. B Het is gemakkelijk te verspanen.
  3. C Het is niet magnetisch.
  4. D Het voorkomt oxidatie.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Containerschip

Een containerschip wordt door een kanaal gesleept.

Vraag 11 3 punten

Het kanaal is 8,8 km lang. De tocht door het kanaal begint om 14:00 uur en eindigt om 14:40 uur. De maximumsnelheid op het kanaal is 12 km/h. Laat met een berekening zien dat het schip te snel gevaren heeft.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

v (gem) = 13,2 km/h (Dit is meer dan de toegestane snelheid.)

  • rest van de berekening juist (1p)

of

s = 8 km bij de maximum snelheid (Dus het schip heeft te snel gevaren.)

Vraag 12 3 punten

Twee sleepboten slepen het containerschip. De sleepboten oefenen krachten F1 en F2 uit. Deze zijn elk 1,5 ∙ 105 N. Je ziet een afbeelding van het bovenaanzicht. Deze afbeelding staat ook in de uitwerkbijlage en is op schaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

(Fres =) 2,7 ∙ 105 (N) (2,5 ∙ 105 N ≤ Fres ≤ 2,9 ∙ 105 N goed rekenen)

Opmerking Als de kandidaat geen juiste constructie maakt, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.

Bepaal met een constructie in de uitwerkbijlage de resultante (resulterende kracht) van F1 en F2. Noteer de grootte onder de afbeelding.

Vraag 13 1 punt

Vanaf een bepaald moment is de sleepkracht (de resultante van F1 en F2) kleiner dan de wrijvingskracht op het containerschip. Welk van de v,t-diagrammen geeft het best weer, wat er dan met de snelheid van het containerschip gebeurt?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Geluid van bromfietsen

In het kader staat een samenvatting van wettelijke regels voor het geluid van bromfietsen.

Bepalingen betreffende geluidsgrenzen van bromfietsen

§ 1. Voor de in dienst zijnde voertuigen mag het in de hierna bepaalde omstandigheden voortgebrachte geluid het volgende niveau niet overschrijden: 85 dB voor de bromfietsen.

§ 2. De metingen worden uitgevoerd in een stille en vrije zone bestaande uit een open ruimte met een straal van 50 m.

§ 3. De microfoon wordt aan de zijde van de uitlaat geplaatst, hij moet gekeerd zijn naar het motorblok en moet zich in een punt bevinden dat gelegen is op een afstand van 1,50 m van het zijvlak en 75 cm boven de grond.

§ 4. De geluidssterkte wordt gemeten met een sonometer waarvan de meetfout niet groter is dan 1 dB.

Vraag 14 1 punt

In welke zone ligt het toegestane geluid van bromfietsen?

  1. A veilig geluid
  2. B gevaarlijk geluid, kans op gehoorbeschadiging
  3. C toenemende kans op gehoorbeschadigingen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 15 2 punten

In § 2 zijn bepalingen opgenomen over de omstandigheden waarin de geluidssterkte gemeten wordt. Anders kan de gemeten geluidssterkte te groot zijn. Geef twee redenen waarom anders een te grote geluidssterkte gemeten kan worden.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − Het moet stil zijn, omdat anders omgevingsgeluid erbij gemeten kan worden. − Als er obstakels in de buurt zijn, kan het geluid van de bromfiets terugkaatsen. voor elk juist antwoord (1) (2)

Vraag 16 1 punt

Waarom is de afstand tussen de microfoon en de bromfiets vastgelegd?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − Bij een grotere/kleinere afstand is de geluidssterkte kleiner/groter. − Om de metingen eerlijk te kunnen vergelijken. (1)

Vraag 17 1 punt

Wat is een ander woord voor sonometer?

  1. A frequentiemeter
  2. B geluidssterktemeter
  3. C oscilloscoop
  4. D toongenerator
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 18 1 punt

Als er meer apparaten tegelijk geluid geven, geldt de volgende regel:

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

Een remmende vrachtauto

Een chauffeur rijdt met een beladen vrachtauto buiten de bebouwde kom. Uit een oprit komt een tractor. De chauffeur trapt hard op het rempedaal.

Vraag 19 3 punten

De vrachtauto heeft een snelheid van 70 km/h. De reactietijd van de chauffeur is 0,93 s. Bereken de reactieafstand.

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de snelheid (1)
  • gebruik van de formule s = v gem · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De vrachtauto heeft een massa van 10 000 kg. De remmen leveren een vertraging van 4,3 m/s2.

Vraag 20 2 punten

Bereken de remkracht van deze vrachtauto in kN.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule F = m · a (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 21 4 punten

Bereken de remweg van de vrachtauto bij een snelheid van 70 km/h. Bereken eerst de (rem)tijd.

Bekijk het antwoord
  • juist omrekenen van de snelheid (1)
  • noteren van de (rem)tijd (4,5 (s)) (1)
  • gebruik van de formule s = v gem · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 22 3 punten

Na het lossen is de vrachtauto leeg en rijdt de chauffeur dezelfde weg terug met dezelfde snelheid. Ook nu moet de chauffeur een keer flink afremmen. Over de remweg, de reactieafstand en de stopafstand, vergeleken met de beladen vrachtauto staan in de uitwerkbijlage drie zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Bij deze vraag de consequentieregel niet toepassen.

Klemmen en knippen

Marije maakt graag sieraden. Om een ringetje te klemmen gebruikt ze een platbektang.

Voor het klemmen levert ze een spierkracht van 6,0 N bij de handvatten.

Vraag 23 3 punten

Bereken met de afbeelding hoe groot de kracht bij de bek van de tang op de ring is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als een kandidaat één moment uitrekent, voor deze vraag maximaal

1 scorepunt toekennen.

Vraag 24 1 punt

Marije gebruikt het tangetje nu om een koperdraadje door te knippen. Voor het knippen van het koperdraadje is bij de bek van de tang een 2,5 maal zo grote kracht nodig als bij het klemmen van een ringetje.

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

Wat kun je zeggen over de spierkracht die Marije dan moet leveren? Gebruik voor het bepalen van je antwoord beide afbeeldingen.

A Marije knijpt even hard.

B Marije knijpt harder.

C Marije knijpt minder hard.

Vraag 25 2 punten

Marije wil het koperdraadje alleen een stukje indrukken en niet doorknippen. Ze levert op dezelfde plaats een even grote spierkracht als bij het doorknippen. Leg uit of ze nu het koperdraadje dichter bij het draaipunt of juist verder daar vandaan moet zetten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Het antwoord moet het inzicht bevatten dat de kracht op het draadje kleiner moet worden, terwijl het moment gelijk blijft. Dus moet de arm groter worden, het draadje moet verder van het draaipunt gezet worden.

Fluistersloep

Een sloep is vaak voorzien van een dieselmotor.

Vraag 26 2 punten

Bij de verbranding van dieselolie ontstaan verschillende verbrandingsgassen. Deze verbrandingsgassen hebben gevolgen voor het milieu. In de uitwerkbijlage staat een tabel met een aantal verbrandingsgassen. Zet in de tabel achter elk gas één kruisje bij het belangrijkste milieueffect.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • broeikaseffect zure regen koolstofdioxide X zwaveldioxide X stikstofoxide X indien drie rijen juist (2) indien twee rijen juist (1) indien één of geen rij juist (0) (2)

Er bestaat ook een sloep met een elektromotor. Deze sloep is veel stiller en stoot geen verbrandingsgassen uit.

Vraag 27 2 punten

De motor van de elektrosloep is aangesloten op een accu. Een 24 V accu bestaat uit 12 cellen van elk 2 V. Leg uit hoe de cellen van de accu zijn geschakeld.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste uitleg: Om een spanning van 24 V te krijgen is 12 x 2 V nodig. De cellen moeten dus in serie geschakeld zijn.

Vraag 28 2 punten

De capaciteit van de accu is 400 Ah. De stroomsterkte die de accu levert bij maximale snelheid is 80 A. Bereken de tijd dat er met maximale snelheid gevaren kan worden.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule C = I · t (1)
  • rest van de berekening juist (1)

Vraag 29 2 punten

Tijdens het varen kun je op een display aflezen hoe groot het vermogen is dat de accu aan de elektromotor levert. Het rendement van de elektromotor is 88%. Bereken het nuttig vermogen van de elektromotor op dat moment.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool van de grootheid niet genoteerd te zijn.

Na een dag varen wordt de accu opgeladen met behulp van een 24 V lader. De lader wordt met behulp van een laadsnoer aangesloten op netspanning (230 V). In de lader zit een printplaat. Daarop zit behalve een transformator ook een aantal elektronica onderdelen.

Vraag 30 1 punt

Zonder deze elektronica onderdelen is de spanning die de transformator levert niet geschikt om de accu op te laden. Wat doet de elektronica met de secundaire spanning van de transformator?

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat de lader gelijkspanning moet leveren. Daarvoor is het nodig dat de wisselspanning die de secundaire spoel levert wordt omgezet in een gelijkspanning. (1)

Vraag 31 2 punten

De (ideale) transformator heeft een secundaire spoel met 50 windingen. Neem aan dat de secundaire spanning 24 V is. Bereken het aantal windingen van de primaire spoel.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt hoeft het woord of symbool van de grootheid niet genoteerd te zijn.

LRAD

Op zee hebben schepen kans lastig gevallen te worden door bootjes met kapers. Om ze zonder geweld te verdrijven is de LRAD (Long Range Acoustic Device) ontwikkeld. Dit is een grote luidspreker.

Met een microfoon aan zijn headset roept een bemanningslid van een patrouilleschip de kapers op weg te blijven.

Vraag 32 2 punten

In de microfoon is sprake van een energie-omzetting. Noteer in het schema op de uitwerkbijlage de juiste energiesoort voor en na de energieomzetting in de microfoon.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de juiste energiesoorten in verkeerde volgorde zijn ingevuld, hiervoor maximaal één scorepunt toekennen.

De LRAD wordt gericht op de kapers. Het apparaat versterkt het stemgeluid. De kapers horen een geluid van 96 dB.

Vraag 33 1 punt

Gehoorschade hangt onder andere af van de geluidssterkte van de bron. Noteer nog een grootheid waar de gehoorschade van af hangt.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat de hoogte van de toon als antwoord geeft, dit goed rekenen.

Vraag 34 3 punten

Bij het negeren van waarschuwingen is de LRAD in te zetten om kapers met een harde toon te verjagen. Je ziet een afbeelding van dit geluid op een oscilloscoop.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • bepalen/aflezen van de trillingstijd (1)
  • gebruik van de formule f = 1 / T (1)
  • rest van de berekening juist (1)

De tijdbasis van de oscilloscoop is ingesteld op 0,1 ms per hokje. Bereken de frequentie van het geluid van de LRAD.

Vraag 35 1 punt

Je ziet een afbeelding uit een folder van de LRAD. Deze geeft een bovenaanzicht weer van de geluidssterkte rond de luidspreker bij het maken van de harde toon.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − gehoorbescherming dragen. − verder van de LRAD gaan staan. − achter een geluidsscherm gaan staan. (1)

Kleur van koffiebekers

Jan wil weten wat de invloed van de kleur van een beker is op het afkoelen van koffie. Om dit uit te zoeken doet hij een proef. Jan vult een witte en een zwarte beker met hete koffie. Daarna meet hij hoe snel de koffie in elke beker afkoelt. De afkoeling meet hij met sensoren die met een computer de meetopstelling van Jan zijn verbonden.

Vraag 36 2 punten

Om de resultaten van beide bekers eerlijk te kunnen vergelijken moet Jan één grootheid veranderen en andere grootheden gelijk houden. Jan gebruikt twee identieke bekers. Noteer twee grootheden die hij gelijk moet houden.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste antwoorden: − De hoeveelheid koffie moet gelijk zijn. − De begintemperatuur moet gelijk zijn. − De omstandigheden van de omgeving moeten gelijk zijn. per juist antwoord (1) (2)

Jan ziet de volgende grafieken op het beeldscherm:

Vraag 37 1 punt

Bepaal bij welke temperatuur de metingen zijn begonnen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • T = 87 ºC (86 ºC ≤ T ≤ 88 ºC goed rekenen) (1)

Vraag 38 1 punt

Jan trekt na het doen van deze proef een conclusie. Welke conclusie kan Jan aan de hand van de resultaten trekken?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Het antwoord moet het inzicht bevatten dat de koffie in een zwarte beker sneller afkoelt dan in een witte beker. (1)

Ladderlift

Een ladderlift wordt gebruikt om (bouw)materiaal omhoog te brengen.

Vraag 39 3 punten

Tijdens een transport brengt de ladderlift de lading met een massa van

80 kg naar een hoogte van 12,5 m. Bereken de toename van de zwaarte-energie in kJ bij het verplaatsen van deze lading.

Bekijk het antwoord
  • gebruik van de formule Ez = m · g · h (1)
  • rest van de berekening juist (1)
  • juiste omrekening (1)

Vraag 40 1 punt

De lading beweegt tijdens het transport met constante snelheid. Op de lading werken tijdens het transport verschillende krachten. Je ziet een drietal afbeeldingen waarin de resultante (resulterende kracht) is weergegeven. Welk van die afbeeldingen geeft de resultante juist weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A B C

Vraag 41 2 punten

De ladderlift werkt als een hefboom. D is het draaipunt en P het steunpunt. Als de lading naar boven wordt gebracht steunt het uiteinde niet tegen de dakrand. Over het transport van de lading staan in de uitwerkbijlage twee zinnen. Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • blijft gelijk (1)
  • neemt toe (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde I 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0173-a-22-3-o

Andere examens natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het centraal examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 telt 41 vragen. De meeste vragen gaan over krachten en bewegen (12), licht en geluid (10) en elektriciteit (8).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0173-a-22-3-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde I vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.