Eindexamen biologie havo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Rifbollen, Longinfecties bij CF-patiënten, fMRI-onderzoek is niet altijd te reproduceren, Bananen bedreigd!, Meeroken?, Zetmeeldieet maakte van de wolf een hond, Poeptransplantatie, Actieplan SOS vuursalamander.
Het centraal examen biologie havo 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 46. Van 45 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (9), afweer (7) en erfelijkheid (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 2-5, 21, 41-43, 46 | 9 |
| Afweer | 6, 8-9, 36-37, 39, 44 | 7 |
| Erfelijkheid | 7, 12-13, 19, 23, 30 | 6 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 14-17, 27, 33 | 6 |
| Evolutie | 22, 29, 34, 45 | 4 |
| Voeding en vertering | 31, 35, 38, 40 | 4 |
| Ademhaling | 10-11, 24 | 3 |
| Planten en fotosynthese | 1, 20 | 2 |
| DNA en eiwitsynthese | 25, 32 | 2 |
| Bloedsomloop | 26, 28 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie havo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Rifbollen
Om de afname van het aantal diersoorten in het Grevelingenmeer te stoppen werd er 15 jaar geleden een kunstmatig rif aangelegd. Al na een paar jaar werd het rif een populaire plek voor duikers.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
NOORDZEE
Brouwersdam Grevelingen-
meer
Oost er sc h e ld e
Legenda: zout water zoet water
[afbeelding 2: zie het originele examen] Na de bouw van de Brouwersdam verdween de getijdenstroom in het Grevelingenmeer (afbeelding 1) waardoor steeds meer van de stenige bodem bedekt raakte met zand en slib. Juist op stenige plekken kunnen holtedieren, sponzen en planten (zoals wieren) groeien, waartussen vissen, kreeften, krabben en andere dieren beschutting en voedsel zoeken. Het kunstmatig rif van betonnen rifbollen (afbeelding 2) biedt deze organismen weer een plaats om te leven.
Rifbollen worden geplaatst op plekken waar het water 5 tot 9 meter diep is.
Vraag 1 2 punten
Leg uit waardoor de groei van wieren op de rifbollen afneemt als deze dieper geplaatst worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat op grotere diepte de temperatuur lager is waardoor de stofwisseling trager verloopt, 2 scorepunten toekennen.
Dat het water bijna altijd helder is, draagt zeker bij aan de populariteit van het Grevelingenmeer in de duiksport. De algenbloei die in mei het water van de Oosterschelde meestal in een troebele groene soep verandert, komt hier niet voor. Er stroomt geen rivierwater naar het Grevelingenmeer, waardoor het water voedselarm blijft: het water bevat relatief weinig nitraat. Hierdoor kunnen kokkels, mosselen en dierlijk plankton de populatiedichtheid van de algen laag houden.
In een laboratorium wordt een experiment uitgevoerd waarbij de groeisnelheid van algenpopulaties wordt bepaald bij verschillende nitraatconcentraties. De algen zijn afkomstig uit het water van het Grevelingenmeer. In afbeelding 3 is het resultaat van dit onderzoek weergegeven.
[afbeelding 3: zie het originele examen] groeisnelheid
P Q R S T nitraatconcentratie
Onder de optimumkromme zijn vijf punten met een letter aangegeven.
Vraag 2 1 punt
Welke letter geeft de nitraatconcentratie van het water in het Grevelingenmeer aan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (letter) Q (1)
Aanvoer van organische stoffen via rivieren veroorzaakt algenbloei in de Oosterschelde.
Vraag 3 2 punten
Leg uit dat door toename van de hoeveelheid organische stoffen de groei van algen kan toenemen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat in het antwoord voor het tweede scorepunt een voorbeeld geeft van een anorganische stof die vrijkomt bij afbraak door reducenten (met uitzondering van CO2), dit scorepunt toekennen.
In een aantal jaren zijn de kale betonnen rifbollen veranderd in een klein ecosysteem. Een deel van de diersoorten die hier worden aangetroffen staat in tabel 1.
[tabel 1: zie het originele examen] diersoort afdeling voedsel zeeanjelier holtedieren dierlijk plankton, visjes en krabbetjes grote zeenaald gewervelden kreeftjes en garnalen zeekreeft geleedpotigen schelpdieren, garnaaltjes, dierlijk aas geweispons sponzen algen en organisch afval mossel weekdieren algen gewone zeester stekelhuidigen mosselen doorschijnende manteldieren algen en dierlijk plankton zakpijp
De organismen in een ecosysteem kunnen worden gerangschikt in een piramide van biomassa (afbeelding 4). Hierin is de hoeveelheid biomassa van de verschillende trofische niveaus weergegeven.
[afbeelding 4: zie het originele examen]
C5
C4
C3
C2
C1
P
Vraag 4 2 punten
Welke van de in tabel 1 genoemde diersoorten is of welke zijn onderdeel van laag C1 uit de piramide van afbeelding 4?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- geweispons, mossel, doorschijnende zakpijp voor drie juiste en geen onjuiste organismen genoteerd (2) voor drie juiste en één onjuist organisme genoteerd (1) voor twee juiste en geen onjuiste organismen genoteerd (1) voor alle overige antwoorden (0) (2)
De introductie van de rifbollen veranderde het ecosysteem in het Grevelingenmeer. Hierover worden twee uitspraken gedaan:
1 De introductie van de rifbollen heeft tot een toename van producenten geleid.
2 De introductie van de rifbollen heeft ertoe geleid dat de habitat voor holtedieren groter werd.
Vraag 5 2 punten
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Longinfecties bij CF-patiënten
Wetenschappers hebben mogelijk ontdekt waardoor de longen van patiënten met taaislijmziekte snel geïnfecteerd raken. Deze ontdekking zou kunnen leiden tot een behandelmethode om longinfecties bij deze patiënten te voorkomen.
Patiënten met taaislijmziekte (cystische fibrose, CF) hebben een afwijking in het CFTR-gen waardoor de slijmvliezen in het lichaam dik, taai slijm produceren. Het was tot nu toe onduidelijk hoe dit in de longen leidt tot een verstoorde afweer, bijvoorbeeld tegen bacteriën. Nu blijkt dat bij patiënten met CF de dunne slijmlaag van het longslijmvlies zuurder is dan bij gezonde personen. Hierdoor worden ingeademde bacteriën niet gedood door lysozymen. Dit probleem kan mogelijk in een vroeg stadium worden aangepakt door de slijmlaag minder zuur te maken.
Bacteriën kunnen op verschillende manieren onschadelijk gemaakt worden:
1 Macrofagen verteren de bacteriën in de longblaasjes.
2 Trilharen verplaatsen de bacteriën naar de keelholte. Na het doorslikken worden ze door het maagzuur gedood.
3 T-lymfocyten en B-lymfocyten maken de bacteriën onschadelijk.
4 Lysozymen breken de celwand van bacteriën af.
Vraag 6 2 punten
Noteer de nummers 1, 2, 3 en 4 onder elkaar op je antwoordblad en geef achter elk nummer aan of de bijbehorende manier behoort tot de aspecifieke afweer of tot de specifieke afweer.
Bekijk het antwoord
- 1 aspecifiek(e afweer) 2 aspecifiek(e afweer) 3 specifiek(e afweer) 4 aspecifiek(e afweer) voor vier correct aangevulde nummers (2) voor drie correct aangevulde nummers (1) voor minder dan drie correct aangevulde nummers (0) (2)
Henk Haagsman, hoogleraar moleculaire afweer aan de Universiteit Utrecht, vermoedde een verband tussen de zuurdere slijmlaag en het veel voorkomen van longinfecties bij CF. Zijn hypothese was: de werking van bacteriedodende eiwitten (lysozymen) in het longslijmvlies wordt bij patiënten met CF geremd door de lagere pH. Om deze hypothese te testen werd een experiment uitgevoerd met varkens. Het longslijmvlies van gezonde varkens werd behandeld met een NaCl-oplossing of met CO2. Door de CO2 wordt de pH van het longslijmvlies verlaagd, waardoor deze overeenkomt met de pH van het longslijmvlies van varkens met CF. Met NaCl blijft de pH hetzelfde. Het longslijmvlies van varkens met CF werd behandeld met NaCl of met NaHCO3. Door NaHCO3 wordt de pH verhoogd, zodat de pH van gezonde varkenslongen benaderd wordt. Vervolgens werd bij de vier groepen varkens het longslijmvlies geïnfecteerd met de bacterie Staphylococcus aureus. Hierna werd de sterfte van deze bacteriën bepaald.
Voor het onderzoek heeft men nauw verwante biggen met en zonder CF vergeleken. CF wordt ook bij varkens veroorzaakt door een autosomaal recessief allel van het CFTR-gen. De biggen die in het onderzoek werden gebruikt waren allemaal homozygoot voor het CFTR-gen.
Vraag 7 2 punten
Welke twee ouderdieren zijn voor het onderzoek met elkaar gekruist om onder andere homozygote biggen zonder CF én biggen met CF te verkrijgen?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (2)
zeug (vrouwelijk varken) beer (mannelijk varken)
A drager voor CF (heterozygoot) gezond (homozygoot)
B drager voor CF (heterozygoot) drager voor CF (heterozygoot)
C gezond (homozygoot) met CF
D met CF drager voor CF (heterozygoot)
E met CF met CF
Haagsman concludeerde uit de resultaten van het onderzoek dat zijn hypothese aannemelijk is.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
100 100 sterfte sterfte Staphylococcus Staphylococcus aureus aureus (%) (%)
50 50
0 0
1 2 3 4 1 2 3 4 P Q
100 100 sterfte sterfte Staphylococcus Staphylococcus aureus aureus (%) (%)
50 50
0 0
1 2 3 4 1 2 3 4 R S Legenda: 1: longslijmvlies van gezonde varkens behandeld met NaCl 2: longslijmvlies van gezonde varkens behandeld met CO2 3: longslijmvlies van varkens met CF behandeld met NaCl 4: longslijmvlies van varkens met CF behandeld met NaHCO3
Vraag 8 2 punten
Welk diagram in afbeelding 1 geeft het resultaat weer dat de hypothese van Haagsman ondersteunt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 9 1 punt
Verklaar waardoor lysozymen niet goed werken in de zure slijmlaag bij CF-patiënten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Een lage pH veroorzaakt vormveranderingen van het lysozym waardoor het niet meer kan hechten aan het substraat. − Lysozymen gaan kapot bij een lage pH. − De pH in de zure slijmlaag is niet het optimum voor de werking van de lysozymen. Uit het antwoord moet blijken dat de pH invloed heeft op de vorm van het lysozym / dat lysozym een optimum pH heeft. (1)
Varkens met CF ontwikkelen dezelfde ziekteverschijnselen als mensen met CF. Toch moet het middel ook op mensen worden getest voordat het toegepast kan worden als behandelmethode voor patiënten met CF.
Vraag 10 1 punt
Licht aan de hand van een mogelijk verschil tussen mensen en varkens toe waarom het nodig is het middel ook op mensen te testen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Bacteriedodende eiwitten van mensen kunnen verschillen van die van varkens waardoor het middel bij mensen beter of slechter werkt. − Varkens hebben mogelijk andere bijwerkingen van de therapie dan mensen. − Longweefsel van mensen met CF reageert mogelijk anders op het medicijn dan dat van varkens met CF. − Omdat mensen en varkens verschillen in grootte, moet de juiste dosering bij mensen worden bepaald. (1)
[afbeelding 2: zie het originele examen] Onderzoek bij patiënten moet uitwijzen of het mogelijk is om de longen minder zuur te maken, zegt Haagsman. Dit kan bijvoorbeeld door met een inhalator (afbeelding 2) NaHCO3 in te ademen zodat het in de longen komt.
Vraag 11 1 punt
Noteer de namen van vier delen van de luchtwegen waar de NaHCO3-deeltjes uit de inhalator doorheen gaan voordat ze de longblaasjes bereiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − mondholte - strottenhoofd - luchtpijp - bronchiole − bronchie - keel - longtrechtertje - luchtpijp voor vier juiste delen van de luchtwegen (niet de neusholte en/of longblaasjes) (1) voor minder dan vier juiste delen van de luchtwegen (0) (1)
Vroegtijdig behandelen van kinderen met CF is mogelijk, omdat de ziekte is opgenomen in het hielprikonderzoek voor pasgeborenen. Bij deze hielprik wordt bloed afgenomen dat onder andere wordt geanalyseerd om te bepalen of de baby wel of geen CF heeft.
Vraag 12 2 punten
Welke bloedbestanddelen bevatten het DNA dat na de hielprik wordt geanalyseerd?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
In de toekomst kunnen longinfecties bij CF-patiënten mogelijk worden voorkomen door behandeling met NaHCO3.
Vraag 13 1 punt
Licht toe dat er bij deze behandeling met NaHCO 3 geen sprake is van genezing van CF.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − De oorzaak van de ziekte wordt niet weggenomen. − Een erfelijke ziekte kan alleen met gentherapie worden genezen. − Bij deze therapie worden alleen de gevolgen van de ziekte behandeld. − Het effect van de behandeling is tijdelijk. − Cellen maken nog steeds taai slijm aan. (1)
fMRI-onderzoek is niet altijd te reproduceren
Vanaf halverwege de vorige eeuw kunnen kleine hersengebieden onderzocht worden door middel van röntgenonderzoek. Sinds 1990 kan met ‘functional Magnetic Resonance Imaging’ (fMRI) vrij precies de hersenactiviteit worden gemeten (afbeelding 1). De conclusies van sommige fMRI-studies staan echter ter discussie.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Bij het onderzoek naar welke gebieden in onze hersenen betrokken zijn bij het uitvoeren van bepaalde functies waren wetenschappers tot 1960 afhankelijk van patiënten die door een ongeluk een beschadiging in hun hersenen hadden opgelopen. Door gedragsobservaties bij deze patiënten konden de hersencentra voor geheugen, herkenning van personen en sociale aanpassing worden gelokaliseerd.
Vraag 14 2 punten
Welk gedeelte van de hersenen is beschadigd bij de patiënten met problemen met geheugen, herkenning van personen en sociale aanpassing?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Met fMRI wordt de doorbloeding van bepaalde hersengebieden bekeken (afbeelding 2), waarbij een resolutie van 2 millimeter kan worden bereikt. Dit betekent dat van een gebiedje van 2 bij 2 millimeter de verandering in hersendoorbloeding kan worden waargenomen. De doorbloeding van een hersengebied is een maat voor de hersenactiviteit van dat gebied.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Hieronder worden drie uitspraken gedaan over de doorbloeding in actieve hersengebieden:
1 Met het bloed worden meer blaasjes met neurotransmitters aangevoerd naar dit gebied.
2 Met het bloed wordt meer ATP aangevoerd naar dit gebied.
3 Met het bloed wordt meer zuurstof aangevoerd naar dit gebied.
Vraag 15 2 punten
Noteer de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar op je antwoordblad en geef achter elk nummer aan of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 juist voor drie correct aangevulde nummers (2) voor twee correct aangevulde nummers (1) voor minder dan twee correct aangevulde nummers (0) (2)
Vraag 16 2 punten
Hoe gedetailleerd is de informatie die met de resolutie van 2 millimeter met fMRI kan worden geanalyseerd?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Met fMRI is het herkennen van klanken en het herkennen van degene die tot je spreekt, onderzocht. Proefpersonen kregen bij dat onderzoek verschillende klinkers (a, i of o) te horen van verschillende sprekers. De hersengebieden die actief zijn
- onafhankelijk van welke klinker uitgesproken wordt
- lijken betrokken bij het identificeren van de spreker.
Vraag 17 2 punten
In welk type zenuwcellen was bij de proefpersonen in ieder geval impulsgeleiding opgetreden waardoor de spreker werd herkend?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Bij sommige fMRI-studies is de beschrijving van de gebruikte methode niet volledig, waardoor andere onderzoekers de getrokken conclusies niet kunnen controleren. Dit was bij het beschreven gehoor-/herkennings- onderzoek overigens wel mogelijk. Een voorbeeld van een slecht te controleren onderzoek is hieronder beschreven. De paragraaf Materiaal en methode bevat naast gedetailleerde technische methodieken de beschrijving in afbeelding 3.
[afbeelding 3: zie het originele examen] Bij een aantal gezonde proefpersonen, van uiteenlopende leeftijden, met evenveel mannen als vrouwen, werd tijdens het oplossen van een rekenprobleem een fMRI gemaakt.
In de resultaten werd vermeld dat bij 75% van de proefpersonen een verhoogde activiteit werd gemeten in een bepaald hersengebied, waaruit de conclusie werd getrokken dat dit hersengebied een rol speelde bij de onderzochte bezigheid.
De kwaliteit van dit onderzoek is niet vast te stellen, omdat de gegevens voor het bepalen van de betrouwbaarheid en de validiteit onvolledig zijn. Met een hoge betrouwbaarheid wordt bedoeld dat de invloed van toeval op de uitkomst beperkt is. Een onderzoek is valide wanneer geen systematische fouten worden gemaakt; dat wil dus zeggen dat gemeten wordt wat men wil weten.
Twee tekortkomingen in de beschrijving van het onderzoek zijn:
1 Het aantal proefpersonen is niet vermeld.
2 De controleproef is niet beschreven.
Vraag 18 2 punten
Heeft tekortkoming 1 te maken met het bepalen van de betrouwbaarheid of van de validiteit van het onderzoek? En tekortkoming 2?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (2)
Bananen bedreigd!
Onder leiding van Gert Kema doet Plant Research International onderzoek naar schimmelziekten die een grote bedreiging vormen voor de bananenteelt.
De banaan is wereldwijd een belangrijk voedselgewas, met een productie van 100 miljoen ton per jaar. Ongeveer 15% van die bananen komt terecht in supermarkten in de VS en Europa (afbeelding 1).
[afbeelding 1: zie het originele examen]
China India Costa Rica Filipijnen Panama Kameroen Columbia Brazilië Tanzania Equador
Legenda: grootste bananenproducenten grootste bananenexporteurs
Wilde bananen bevatten weinig vruchtvlees en veel harde zaden, en zijn daardoor oneetbaar. Uit de wilde bananensoorten Musa acuminata en Musa balbisiana zijn diverse eetbare rassen ontwikkeld. Veel van deze rassen hebben drie sets chromosomen, waardoor ze zich niet geslachtelijk voortplanten. Deze rassen worden ongeslachtelijk vermeerderd.
Elke plantage is een monocultuur van dezelfde bananenkloon. Hierdoor zijn de planten erg kwetsbaar als een schimmelziekte uitbreekt.
Vraag 19 2 punten
Leg uit dat het gebruik van één bananenkloon een plantage extra kwetsbaar maakt voor schimmelziekten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- er geen/weinig genetische variatie is (1)
- (waardoor) alle individuen even vatbaar zijn voor een ziekte (1)
De Panamaziekte wordt veroorzaakt door een bodemschimmel die de plant via de wortels binnendringt. Daar belemmeren de schimmeldraden (mycelium) het vochttransport, waardoor de bladeren vergelen en de plant verwelkt.
Vraag 20 1 punt
Welke vaten in de bananenplant zijn verstopt door schimmeldraden waardoor deze verwelking optreedt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- houtvaten (1)
[afbeelding 2: zie het originele examen] Bij de schimmel Mycosphaerella fijiensis, die de Zwarte Sigatokaziekte veroorzaakt, verplaatsen de schimmelsporen zich via de lucht en besmetten de plant via de huidmondjes. Het gevolg is dat er vlekken op de bladeren ontstaan (afbeelding 2) en dat de vruchten van de plant versneld rijpen. De Zwarte Sigatokaziekte kan worden bestreden met fungiciden, bestrijdingsmiddelen tegen schimmels. Door grote bananenproducenten worden deze veelvuldig ingezet.
Het gebruik van fungiciden in de bananenteelt wordt in discussies gebruikt als argument voor de stelling: Consumptie van bananen in Europa en de VS is niet duurzaam vanuit ecologisch oogpunt.
Vraag 21 1 punt
Geef een tweede argument dat deze stelling ondersteunt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Bij het vervoer van bananen naar Europa en de VS komt veel CO 2 vrij. − Er wordt bij het transport veel fossiele brandstof verbruikt. − Door consumptie van bananen in Europa en de VS zijn de kringlopen niet gesloten. (1)
Een fungicide zoals propiconazool doodt de schimmel, maar werkt vaak niet op de langere termijn. Dit komt doordat de schimmels resistent worden tegen het fungicide.
Vraag 22 3 punten
Leg uit hoe na langdurig gebruik van propiconazool op de plantages, een populatie van Mycosphaerella fijiensis ontstaat die resistent is tegen dit fungicide.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist antwoord:
- In de loop van de tijd ontstaan verschillende varianten van de schimmel doordat mutaties optreden in het DNA. Hierdoor kunnen schimmels ontstaan die bestand zijn tegen het fungicide. Die schimmels overleven beter en planten zich voort.
- Variatie in genotype veroorzaakt een verschil in gevoeligheid voor het fungicide. Schimmels met een lagere gevoeligheid voor het fungicide planten zich meer voort dan schimmels met een hogere gevoeligheid. Hierdoor zullen na enkele generaties schimmels kunnen ontstaan die resistent zijn tegen fungiciden. Doordat deze schimmels zich bij veelvuldig gebruik van fungiciden het meest voorplanten, zal uiteindelijk de hele populatie bestaan uit resistente schimmels.
Opmerking Als de kandidaat beschrijft dat schimmels die minder gevoelig zijn voor het fungicide een hogere fitness hebben, het tweede en derde scorepunt toekennen.
Gert Kema heeft in verschillende landen onderzoeksprojecten opgezet die mogelijk leiden tot oplossingen voor de problemen in de bananenteelt. Een daarvan richt zich op het resistent maken van de bananenplant door genetische modificatie. Daarvoor willen de onderzoekers resistentiegenen uit wilde bananenrassen inbouwen in het DNA van gekweekte rassen.
Vraag 23 1 punt
Verklaar waarom het bij gekweekte bananen niet mogelijk is resistentie te verkrijgen door kruisingen (klassieke veredeling).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat bij kruisingen sprake is van geslachtelijke voortplanting (terwijl gekweekte bananen steriel zijn). (1)
Meeroken?
Ondanks het rookverbod in openbare ruimten en de horeca zijn er nog veel plaatsen waar mensen min of meer gedwongen worden om mee te roken. Dit levert voor veel mensen nadelige gezondheidseffecten op.
Iemand met astma is extra gevoelig voor verblijf in rokerige ruimtes. Astma is een aandoening, waarbij de longen te heftig reageren op bepaalde prikkels, zoals sigarettenrook. Door deze prikkels kan een astma-aanval ontstaan. De luchtwegen worden tijdens zo’n aanval nauwer en dit leidt ertoe dat ademen moeilijker wordt. De patiënt krijgt het benauwd en kan gaan hoesten.
Een astmapatiënt ademt bij een astma-aanval tot 80% minder lucht in en uit dan normaal.
Vraag 24 2 punten
Welke spieren trekken bij een astma-aanval samen waardoor het in- en uitademen van lucht wordt belemmerd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Sigarettenrook bevat naast nicotine een paar duizend andere giftige stoffen, waarvan er ongeveer 40 mutageen zijn.
Vraag 25 2 punten
Wanneer wordt een stof mutageen genoemd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Nicotine kan op verschillende manieren in het lichaam terechtkomen:
- via de huid door een nicotinepleister
- via de longen door (mee) te roken
- via de slijmvliezen van de neus door tabak te snuiven Als nicotine in het lichaam terechtkomt, wordt het snel verspreid door de bloedsomloop. Het duurt gemiddeld zeven seconden voordat de stof in de hersenen terechtkomt.
Vraag 26 2 punten
Bij welke manier van opname kan een nicotinemolecuul het snelst via het bloed in de hersenen terechtkomen? Hoeveel keer gaat het nicotinemolecuul hierbij door het hart?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (2)
manier van opname aantal keer door het hart
A via de huid 1
B via de huid 2
C via de longen 0
D via de longen 1
E via de slijmvliezen van de neus 0
F via de slijmvliezen van de neus 1
Ook mensen met een hoge bloeddruk kunnen meeroken beter vermijden. In de hersenen veroorzaakt nicotine verschillende processen. Een daarvan is het stimuleren van het orthosympatisch zenuwstelsel, waardoor de bijnieren meer van een bepaald hormoon afgeven.
Vraag 27 2 punten
− Welk hormoon is dit?
- Verklaar hoe dit hormoon bijdraagt aan een hogere bloeddruk.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat aldosteron of cortisol noteert met een voor dit hormoon juiste uitleg van de bloeddruktoename, alleen het tweede scorepunt toekennen.
Nicotine verlaat het lichaam voor een deel direct via de nieren. Het grootste deel wordt echter afgebroken in de lever, waar nicotine wordt omgezet in cotinine. Deze stof wordt ook door de nieren uitgescheiden. In de nieren vinden verschillende processen plaats:
1 osmose
2 passief transport door de cellen van de nierkanaaltjes
3 reabsorptie (terugresorptie) door actief transport
4 ultrafiltratie in de kapsels van Bowman
Vraag 28 2 punten
Door welk van deze processen komt cotinine in de urine terecht?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Zetmeeldieet maakte van de wolf een hond
Meer dan 10.000 jaar geleden is het voedingspatroon van de voorouders van onze huidige hond veranderd. Dit is een belangrijke stap geweest in de ontwikkeling van de wolf tot huisdier (domesticatie).
Volgens de Zweedse onderzoeker Axelsson is de domesticatie versneld doordat de voorouder van de huidige hond zetmeel beter kon verteren dan de wolf. De onderzoeker koppelt die aanpassing aan de opkomst van de landbouw, zo’n 11.000 jaar geleden. Mensen vestigden zich op vaste plaatsen waar ze granen en peulvruchten gingen verbouwen. Bij die nederzettingen was afval met voedselresten te vinden. Zo ontstond een nieuwe voedingsbron voor de wolf die mogelijk bijdroeg aan de ontwikkeling van de wolf tot hond.
In de loop van 11.000 jaar zijn hond en wolf sterk van elkaar gaan verschillen. Naast mutatie en selectie is er nog een factor die hierin een belangrijke rol heeft gespeeld.
Vraag 29 2 punten
Welke factor is dit?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Axelsson analyseerde het DNA van 12 wolven en 60 honden. De wolven kwamen van verschillende continenten en de honden behoorden tot 14 rassen. Drie uitspraken over deze onderzoeksgroep zijn:
1 Een hond en een wolf die samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen behoren tot dezelfde soort.
2 De 14 hondenrassen onderscheiden zich van elkaar doordat zij elk een kenmerkend fenotype hebben.
3 Bij de honden van één ras is het DNA volledig identiek.
Vraag 30 2 punten
Noteer de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar op je antwoordblad en geef achter elk nummer aan of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 juist 3 onjuist voor drie correct aangevulde nummers (2) voor twee correct aangevulde nummers (1) voor minder dan twee correct aangevulde nummers (0) (2)
Axelsson vond tussen de groep honden en de groep wolven verschillen in tien genen die een rol spelen bij de vertering van zetmeel en vetten. Nadat het onderzoek was opgeschaald tot 136 honden en 35 wolven vond de onderzoeker de volgende resultaten voor het gen voor amylase:
1 Alle wolven hadden twee kopieën van dit gen, terwijl de honden 4 tot
30 kopieën hadden.
2 Bij honden werd elk gen voor amylase gemiddeld 28 keer vaker afgelezen dan bij wolven.
3 Amylase van honden was efficiënter in het ‘knippen’ van zetmeel dan amylase van wolven.
Vraag 31 2 punten
Door welke van deze drie resultaten wordt mede verklaard dat honden beter zetmeel verteren dan wolven?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 32 2 punten
Welke stof wordt gevormd bij het aflezen van een gen, zoals bij resultaat 2?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Uit het onderzoek van Axelsson bleek ook dat er verschillen waren tussen de verdere vertering van zetmeel tot glucose en de opname daarvan in de cellen van de dunne darm en in andere lichaamscellen. Insuline bevordert de opname van glucose uit het bloed door de lichaamscellen.
Vraag 33 2 punten
Leg uit of na een zetmeelrijke maaltijd de concentratie van insuline in het bloed sneller zal stijgen bij een hond of sneller zal stijgen bij een wolf.
Bekijk het antwoord
- bij een hond de afgifte van insuline sneller zal stijgen (dan bij een wolf) (1)
- doordat honden (zetmeel beter verteren waardoor ze) een grotere/snellere opname van glucose in het bloed hebben (1)
Bij mensen heeft het zetmeelrijke dieet geleid tot vergelijkbare aanpassingen. Axelsson vindt zijn resultaten daarom een treffend voorbeeld van evolutie waarbij twee verschillende soorten, onafhankelijk van elkaar, dezelfde aanpassingen ontwikkelen.
Vraag 34 2 punten
Hoe wordt zo’n onafhankelijk ontwikkelde aanpassing genoemd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Poeptransplantatie
De oma van Marah is met een ontsteking aan haar been in het ziekenhuis opgenomen. De ontsteking is daar behandeld met een antibioticum. Toen haar been begon te genezen kreeg oma last van diarree. Na enige tijd werd de diagnose gesteld: een darminfectie met Clostridium difficile.
Het toxine dat Clostridium difficile afgeeft, tast het epitheel (dekweefsel) van de dikke darm aan.
Vraag 35 1 punt
Verklaar hoe door aantasting van het darmepitheel diarree kan ontstaan.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat diarree ontstaat omdat onder invloed van toxines de peristaltische bewegingen toenemen, het scorepunt niet toekennen.
De oma van Marah krijgt als behandeling opnieuw een antibioticumkuur voorgeschreven. Tijdens de biologieles heeft Marah gehoord dat antibioticagebruik ook nadelige kanten heeft. Ze zoekt op Wikipedia wat voor infectie haar oma eigenlijk heeft en leest het volgende:
Clostridium difficile is een grampositieve, anaerobe, sporevormende staafbacterie die veel voorkomt in de darmen maar daar doorgaans geen problemen veroorzaakt. Bij 80% van de pasgeborenen en bij 9% van de volwassenen is deze bacterie aantoonbaar in de ontlasting (dus ook in hun darmstelsel). Overmatige groei van Clostridium difficile (clostridiumziekte) bij volwassenen kan ontstaan door het gebruik van antibiotica.
Vraag 36 2 punten
Leg uit waardoor antibioticagebruik clostridiumziekte kan veroorzaken.
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat Clostridium difficile als spore kan overleven tijdens antibioticagebruik, het eerste scorepunt toekennen.
Nederlandse huisartsen zijn terughoudend in het voorschrijven van antibiotica. Zo proberen ze een risico te minimaliseren.
Vraag 37 1 punt
Welk risico wordt vergroot bij veelvuldig gebruik van antibiotica?
Bekijk het antwoord
- het ontstaan van resistente (stammen van) bacteriën (1)
De behandeling van clostridiumziekte met antibiotica duurt lang en vaak komen de klachten weer terug. Daarom werd in het AMC in Amsterdam een onderzoek gedaan naar het toepassen van fecale bacterietherapie, ofwel poeptransplantatie, als alternatief voor de antibioticumbehandeling. Internist Max Nieuwdorp legt uit hoe dit in zijn werk gaat: “Gezonde donoren leveren hun ontlasting in. Na menging met een vloeistof en filteren door een zeefje ontstaat een vloeistof die aan patiënten met een Clostridium-infectie kan worden toegediend. Op deze manier wordt de darm voorzien van een gezond bacteriebehang.”
De vloeistof wordt toegediend via een slangetje door de neus naar het spijsverteringskanaal.
Vraag 38 2 punten
Waar in het spijsverteringskanaal zal zich het uiteinde van het slangetje bevinden wanneer wordt gestart met de toediening?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Om de effectiviteit van fecale bacterietherapie te testen is uitgebreid klinisch onderzoek gedaan. Twee groepen patiënten met clostridiumziekte werden behandeld. Groep 1 kreeg een standaardbehandeling met antibiotica. Groep 2 kreeg fecale bacterietherapie. De poeptransplantatie bleek zo succesvol dat het experiment vroegtijdig werd gestopt om ook de patiënten van groep 1 daarmee te behandelen.
Vraag 39 1 punt
Beschrijf een mogelijk resultaat waaruit duidelijk werd dat de poep- transplantatie beter werkte dan de standaardbehandeling met antibiotica.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Patiënten in groep 2 herstellen sneller dan patiënten in groep 1. − Er zijn meer patiënten in groep 2 die herstellen dan patiënten in groep 1. − In de darmen van patiënten in groep 2 wordt minder toxine aangetroffen. − Bij patiënten in groep 1 wordt meer Clostridium difficile aangetroffen. − Patiënten in groep 2 hadden minder last van diarree. (1)
Marah vindt zo’n poeptransplantatie wel een vies idee. Ze vraagt zich af of de bacteriën niet eenvoudig in een laboratorium gekweekt kunnen worden, zodat de patiënten in plaats van poep een bacteriepreparaat toegediend kunnen krijgen. Max Nieuwdorp verwacht dat verder onderzoek inderdaad zal leiden tot een preparaat met specifieke soorten gekweekte darmbacteriën. Bij een kweek moeten de abiotische factoren overeenkomen met de omstandigheden in de dikke darm.
Vraag 40 2 punten
Welke waarden moeten de factoren pH en zuurstofgehalte hebben om aan deze voorwaarde te voldoen?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (2)
Actieplan SOS vuursalamander
Onze meest spectaculaire salamander, de vuursalamander, verkeert in nood en dreigt de eerste amfibie te worden die deze eeuw in Nederland uitsterft. Om dit te voorkomen startte RAVON (reptielen-, amfibieën-, vissenonderzoek Nederland) met het actieplan ‘SOS vuursalamander’.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
De vuursalamander (Salamandra salamandra, afbeelding 1) is in Nederland de enig voorkomende landsalamander. Vuursalamanders leven in de vochtige loofbossen met bronbeekjes van Zuid-Limburg. Het voedsel van de volwassen vuursalamander bestaat vooral uit wormen en naaktslakken. Ook sommige geleedpotigen en hun larven staan op het menu, vooral de wat tragere dieren zoals miljoenpoten, pissebedden en rupsen. De larven van de vuursalamander leven hoofdzakelijk van kleine algen-etende watervlooien. Er is niet veel bekend over natuurlijke vijanden van de volwassen vuursalamander. Oudere exemplaren zijn waarschijnlijk te giftig om door andere dieren gegeten te worden. Jongere exemplaren zijn nog niet zo giftig en vormen een prooi voor loopkevers. De larven van de vuursalamander worden gegeten door de beekforel, libellenlarven, waterkevers en de waterspitsmuis.
In de bovenstaande tekst wordt een voedselweb beschreven.
Vraag 41 2 punten
− Teken een voedselketen waarvan de larven van de vuursalamander deel uitmaken, bestaande uit vier organismen uit het voedselweb.
- Geef met de pijlen de richting van de energiestroom aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
een juiste voedselketen:
alg
watervlo
(larve van de) vuursalamander
beekforel/libel(lenlarve)/waterkever/waterspitsmuis
Opmerking Als de kandidaat een voedselweb weergeeft, het eerste scorepunt niet toekennen.
Medewerkers van RAVON bepalen jaarlijks de grootte van de vuursalamanderpopulatie door op verschillende plekken:
- larven te zoeken en te tellen in de poelen waarin vuursalamanders zich voortplanten;
- volwassen dieren te tellen langs een vastgesteld traject op het land. Met de gegevens van deze tellingen wordt de ontwikkeling bepaald van de populatie vuursalamanders in het wild (afbeelding 2).
[afbeelding 2: zie het originele examen] populatiegrootte 175 vuursalamanders index (1997 = 100) 150
125
100
75
50
25
0 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 20 19 19 19 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20
20 20 20 20 In 2010 werd alarm geslagen: “De vuursalamander dreigt uit te sterven in Nederland.”
Vraag 42 2 punten
Welk gegeven blijkt uit de grafiek waardoor in 2010 alarm werd geslagen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Met het actieplan SOS vuursalamander wilde RAVON:
- de oorzaak van de achteruitgang vaststellen;
- de laatste vuursalamanders veiligstellen;
- een kweekprogramma opzetten.
Een aantal gezonde vuursalamanders werd daarom door medewerkers van RAVON gevangen om de soort veilig te stellen. Deze vuursalamanders leven nu in gevangenschap.
Hoewel de grafiek in afbeelding 2 anders doet vermoeden, was de vuursalamander in 2015 ook in het wild nog niet uitgestorven in Nederland.
Vraag 43 1 punt
Geef een verklaring voor het verschil tussen de gegevens in de grafiek en de werkelijke situatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de gegevens in de grafiek gebaseerd zijn op een steekproef (waarbij niet alle vuursalamanders gezien worden). (1)
Vanaf 2008 werden steeds vaker dode vuursalamanders gevonden. Omdat veel van deze dode vuursalamanders zweren op hun huid hadden, werd al snel gedacht aan een ziekteverwekker. In 2013 identificeerden onderzoekers de tot dan toe onbekende schimmel Batrachochytrium salamandrivorans, die dodelijk bleek te zijn voor de vuursalamander. Met de identificatie van deze schimmel was de eerste doelstelling van SOS vuursalamander gehaald.
In tabel 1 zijn kenmerken van vier ziekteverwekkers weergegeven.
[tabel 1: zie het originele examen] ziekte- celwand of kernmembraan erfelijk verwekker eiwitmantel materiaal
1 celwand aanwezig DNA
2 eiwitmantel afwezig RNA
3 celwand afwezig DNA
4 afwezig aanwezig DNA
Vraag 44 2 punten
Welke van de vier ziekteverwekkers uit tabel 1 kan Batrachochytrium salamandrivorans zijn?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
[afbeelding 3: zie het originele examen] Onderzoekers ontwikkelden een detectietest om een DNA-volgorde op te sporen die uniek is voor de schimmel. Met een wattenstaafje worden enkele cellen van de huid van gevangen vuursalamanders verkregen (afbeelding 3). Met de detectiemethode kan snel worden bepaald of het monster besmet is. Als dat zo is, wordt de vuursalamander behandeld met een schimmeldodend middel.
Het te onderzoeken monster kan naast cellen van de ziekteverwekker ook cellen van de vuursalamander (1), van algen (2) en van bacteriën (3) bevatten. Afbeelding 4 geeft de evolutionaire stamboom van de organismen op aarde weer.
[afbeelding 4: zie het originele examen]
Vraag 45 1 punt
Van welk van de drie genoemde andere cellen komt het DNA volgens deze evolutionaire stamboom het meest overeen met het DNA van de ziekteverwekker?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- cellen van de vuursalamander / (nummer) 1 (1)
De detectietest kan worden gebruikt bij het beheer van de vuursalamanderpopulaties. Een natuurbeheerder treft in zijn gebied een populatie aan die bestaat uit zowel besmette als niet-besmette vuursalamanders.
Vraag 46 1 punt
Beschrijf een maatregel die de natuurbeheerder kan nemen voor deze populatie, die past bij de doelstellingen van het actieplan SOS vuursalamander.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − enkele gezonde vuursalamanders vangen om te gebruiken voor het kweekprogramma − de besmette vuursalamanders in quarantaine brengen om ze te behandelen (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-1018-a-18-1-o
Andere examens biologie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie havo 2018, tijdvak 1 loopt tot vraag 46. Van 45 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (9), afweer (7) en erfelijkheid (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-1018-a-18-1-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.