Eindexamen biologie havo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Poep moet leven, Een miss met een litteken, Gifkikkers, Hond speurt naar zieke boom, Levertransplantatie, Vissen op zeebaars, Gamma Knife.
Het centraal examen biologie havo 2024, tijdvak 2 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (12), zenuwstelsel en hormonen (7) en bloedsomloop (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 1-3, 5-7, 15, 37, 39-42 | 12 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 10, 34, 43-47 | 7 |
| Bloedsomloop | 8-9, 11, 35-36, 48 | 6 |
| Voeding en vertering | 4, 27-29, 32 | 5 |
| Evolutie | 14, 16-17, 19, 38 | 5 |
| Cellen | 12-13, 30-31 | 4 |
| DNA en eiwitsynthese | 18, 21, 23 | 3 |
| Planten en fotosynthese | 22, 24 | 2 |
| Voortplanting | 20 | 1 |
| Gedrag | 25 | 1 |
| Afweer | 26 | 1 |
| Erfelijkheid | 33 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie havo sinds 2018: dit examen vroeg minder over afweer (2% van de vragen, gemiddeld 11%) en erfelijkheid (2% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Poep moet leven
Jeroen Helmer (projectmedewerker van ARK Rewilding) en Jelmer Buijs (landbouwkundige) onderzochten de poep van paarden en koeien in natuurgebieden. Soms bevat de poep van deze grote grazers resten van de ontwormingsmiddelen die ze als medicijn toegediend kregen. Dit heeft nadelige gevolgen voor de biodiversiteit in het natuurgebied.
In de poep (afbeelding 1) leven behalve bacteriën na een tijdje ook veel larven van mestkevers en strontvliegen. Die eten halfverteerde organische resten die nog in de poep zitten. Deze insecten trekken andere organismen aan, zoals slakken en padden, die weer een prooi vormen voor egels, vogels en dassen.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
In je informatieboek staat de stikstofkringloop weergegeven.
Vraag 1 1 punt
Welke bacteriën breken organische stoffen in de mest af?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Afbeelding 2 is een schematische afbeelding 2 weergave van een kringloop van stoffen waarbij bacteriën, gras, mestkevers en runderen betrokken zijn. Elke pijl stelt het transport van anorganische en/of organische stoffen voor. Drie vakken zijn met de letters S, T en U aangegeven.
In die vakken moeten bacteriën, mestkevers en runderen ingevuld worden.
Vraag 2 2 punten
− Schrijf de letters S, T en U onder elkaar en noteer de bijbehorende organismen erachter.
- Een van de pijlen geeft het transport van alleen anorganische stoffen weer. Noteer het nummer van die pijl.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- de drie letters correct (1)
- (pijl/nummer) 4 (1)
De aanwezigheid van mestkevers in de mest is gunstig voor de groei van de vegetatie in het natuurgebied. De gewone mestkever (Geotrupes molestus) graaft in de bodem verticale tunnels van tientallen centimeters diep, met horizontale zijgangen. Aan het einde van elke zijgang wordt een eitje gelegd en daarna wordt de gang volgestopt met mest. Zaden die in de mest zitten worden zo verspreid. Op deze manier dragen de gangen van de gewone mestkever bij aan de groei van de vegetatie. De gangen van de gewone mestkever kunnen ook op andere manieren bijdragen aan de groei van planten.
Vraag 3 1 punt
Beschrijf zo’n andere manier.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − In de mest zitten voedingstoffen die (na afbraak door reducenten) beschikbaar komen voor planten. − De bodem wordt luchtiger, waardoor plantenwortels goed zuurstof op kunnen nemen. − De hoeveelheid humus in de bodem neemt toe, waardoor meer water beschikbaar is voor de planten. − Water zakt sneller de grond in, waardoor wortels niet gaan rotten. − Regenwater kan via de gangetjes makkelijk de grond in komen en bij de wortels terechtkomen. (1)
Paarden en runderen die buiten lopen, krijgen vaak ontwormingsmiddelen toegediend omdat ze gemakkelijk geïnfecteerd raken met nematoden. Deze kleine wormpjes leven in hun darmkanaal en tasten de darmwand aan door darmvlokken kapot te maken. Geïnfecteerde veulens en kalveren kunnen daardoor een groeiachterstand oplopen.
Vraag 4 1 punt
Verklaar waardoor een afname van het aantal darmvlokken kan leiden tot verminderde groei.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat het herstel van de darmvlokken veel bouwstoffen/energie kost, waardoor er minder over is voor de groei, het scorepunt toekennen.
Vraag 5 1 punt
Welke relatie bestaat er tussen een kalf en de nematoden in zijn darmkanaal?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Een infectie met nematoden is aan te tonen met mestonderzoek waarbij het aantal nematode-eitjes per gram mest wordt bepaald. Om de nematoden te bestrijden, geven veehouders ontwormingsmiddelen zoals ivermectine aan hun paarden en runderen. Ivermectine doodt echter niet alleen nematoden, maar ook insecten. Voor gewervelde dieren is het middel ongevaarlijk. Helmer en Buijs toonden aan dat in een aantal natuurgebieden ivermectine in de mest van paarden en runderen aanwezig is.
Hoewel ivermectine ongevaarlijk is voor egels, kan de populatiegrootte van egels in een natuurgebied toch afnemen door dit ontwormingsmiddel in de mest.
Vraag 6 1 punt
Verklaar dat het aantal egels afneemt door de aanwezigheid van ivermectine in de mest.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Er is dan minder voedsel voor de egels. − Door de ivermectine gaan de insecten die in de mest leven dood, waardoor er minder insecten zijn voor de egels. − Er zijn dan minder slakken en padden als prooi beschikbaar. (1)
Helmer gaat in gesprek met veehouders die runderen en paarden laten grazen in natuurgebieden. Hij wijst erop dat in veel natuurgebieden ook boerenwormkruid groeit, een plant die de gifstof thujon bevat. Thujon zou helpen om nematoden in de darmen te bestrijden. Runderen en paarden eten vaak boerenwormkruid als ze last hebben van nematoden. In tegenstelling tot ivermectine is thujon biologisch snel afbreekbaar, en dus beter voor het behoud van de biodiversiteit in natuurgebieden.
Met een experiment kan onderzocht worden of grazen in een gebied met boerenwormkruid werkt tegen nematoden bij runderen. Voor dit experiment is het volgende beschikbaar:
- 20 runderen, geïnfecteerd met nematoden
- een natuurgebied waarin veel boerenwormkruid aanwezig is
- hekken en afzetdraad
Vraag 7 3 punten
Beschrijf …
- de opzet van het experiment.
- welke metingen worden gedaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat beschrijft dat meer dan twee stukken natuurgebied worden afgezet, scorepunten toekennen naar analogie van het correctievoorschrift.
Een miss met een litteken
De Amerikaanse atlete Michaela Gagne raakte als 17-jarige tijdens een wedstrijd hordenlopen buiten bewustzijn. Ze bleek het lange-QT- syndroom te hebben, een erfelijke hartritmestoornis. Haar leven nam toen een onverwachte wending.
Bij mensen met het lange-QT-syndroom (LQTS) is de impulsgeleiding van het hart verstoord. Dat is zichtbaar op een ecg (elektrocardiogram, afbeelding 1). Het QT-interval is bij hen langer dan normaal. Het hartritme kan daardoor bij inspanning ontregeld raken. De hartkamers kunnen dan abnormaal gaan samentrekken, wat kan leiden tot duizeligheid, bewusteloosheid of zelfs een acute hartstilstand.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Over de ecg’s in afbeelding 1 worden de volgende uitspraken gedaan:
1 Tijdens het QRS-complex trekken de boezems samen.
2 Bij de gezonde persoon is tijdens de top van de T-golf de aortaklep open.
3 De persoon met LQTS heeft een lagere hartslagfrequentie dan de gezonde persoon.
Vraag 8 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is. Gebruik je informatieboek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Het slagvolume van het hart van de persoon met LQTS (afbeelding 1) is
70 mL.
Vraag 9 2 punten
Bereken hoeveel liter bloed per minuut het hart van deze persoon rondpompt tijdens deze ecg-meting. Rond je antwoord af op één decimaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juiste berekening:
- Een volledige hartslag duurt 0,7 sec. 60 Er zitten dan = 85,7 hartslagen in een minuut. 0,7 Dus er wordt per minuut 85,7 × 0,07 = 6,0 L bloed rondgepompt.
2 × 60 × 70
- = 6000 6,0 1,4
3 × 60 × 70
- = 6000 6,0 2,1
Sommige LQTS-patiënten krijgen bètablokkers als medicijn voorgeschreven. Bètablokkers blokkeren de werking van receptoren die zich op de hartspiercellen bevinden. Bepaalde hormonen kunnen daardoor geen stimulerend effect meer uitoefenen op de samentrekking van hartspiercellen.
Vraag 10 1 punt
Noteer de naam van zo’n hormoon.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- adrenaline/noradrenaline (1)
Bij Gagne werd een ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator, afbeelding 2) onder de huid geplaatst. Vanuit de ICD is een elektrode via een bloedvat tot onder in de punt van een hartkamer geschoven. Het apparaatje monitort de hartslag. Wanneer het hartritme verstoord raakt, geeft het uiteinde van de elektrode een schokje aan de hartwand. Zo kan het hartritme zich herstellen. Met een röntgenfoto (afbeelding 3) werd gecontroleerd of de elektrode juist was geplaatst.
afbeelding 2 afbeelding 3
Uit de röntgenfoto is af te leiden via welke ader de elektrode in het hart wordt gebracht en in welke hartkamer de elektrode zich bevindt.
Vraag 11 2 punten
Via welke ader gaat de elektrode het hart in? En in welke hartkamer bevindt de elektrode zich? ader hartkamer
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Omdat Gagne moest stoppen met atletiek, zocht afbeelding 4 ze een nieuwe uitdaging: ze schreef zich in voor de missverkiezing in haar staat. Ze won en werd de eerste Miss Massachusetts (afbeelding 4) met een zichtbaar litteken onder haar sleutelbeen. Het litteken valt op doordat het bindweefsel waaruit het litteken bestaat, een iets lichtere kleur heeft dan haar huid.
Afbeelding 5 is een schematische tekening van de huid met een litteken.
[afbeelding 5: zie het originele examen]
Vraag 12 1 punt
Verklaar waardoor het littekenweefsel een lichtere kleur heeft dan de normale huid.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat in het littekenweefsel geen pigmentcellen/melanocyten/pigmentkorrels aanwezig zijn (die voor een donkerder kleur zorgen). (1)
Na haar verkiezing zette Gagne zich afbeelding 6 in om op scholen AED’s te laten plaatsen. Een AED (automatische externe defibrillator, afbeelding 6) kan levensreddend zijn bij een hartstilstand. Het apparaat geeft een elektrische schok, waardoor het hart wordt gereset. Daarna gaat het hart weer regelmatig kloppen doordat een groepje cellen van het hart regelmatig impulsen opwekt.
Vraag 13 1 punt
Noteer de naam van dit groepje cellen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan het antwoord ‘pacemaker’ of ‘natuurlijke pacemaker’ het scorepunt toekennen.
Gifkikkers
Na het zien van een documentaire over het Amazonewoud, raakt Mare geïnteresseerd in gifkikkers. Ze zoekt naar informatie over deze dieren en over de mogelijkheid om zelf gifkikkers te houden.
Mare denkt erover om een terrarium in te richten voor driekleurige gifkikkers (Epipedobates tricolor, afbeelding 1). Op een website leest ze: afbeelding 1 De ideale temperatuur overdag voor de driekleurige gifkikker is 23 °C, in ieder geval tussen de 20 en 25 °C. ’s Nachts mag de temperatuur niet lager worden dan 15 °C. De luchtvochtigheid is minimaal 80 procent. Het terrarium richt je in met klimplanten en bromelia’s, en op de bodem maak je voldoende schuilplaatsen. Je voert de gifkikkers met fruitvliegjes en keverlarven.
Over de driekleurige gifkikkers worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De optimumtemperatuur is 25 °C.
2 De habitat wordt bepaald door de biotische en abiotische factoren.
3 Luchtvochtigheid en temperatuur zijn abiotische factoren.
Vraag 14 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
In hun natuurlijke leefomgeving in Peru eten driekleurige gifkikkers geleedpotige dieren zoals mieren, termieten, kevers en mijten. De huid van de driekleurige gifkikker bevat epibatidine, een gifstof die dodelijk is voor bijna alle predatoren. Epibatidine wordt geproduceerd door giftige planten. Driekleurige gifkikkers verkrijgen epibatidine via prooien die van deze giftige planten eten.
Vraag 15 1 punt
Noteer de naam van het proces waarbij de concentratie gifstof in een driekleurige gifkikker toeneemt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- accumulatie/ophoping (1)
Vraag 16 2 punten
Beschrijf hoe door evolutionaire processen de giftigheid van de driekleurige gifkikker is ontstaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- er door mutatie / door recombinatie / door genetische variatie (voorouders van driekleurige) gifkikkers waren die bestand waren tegen gif/epibatidine. / die giftige prooien konden eten. (1)
- deze gifkikkers minder vaak gegeten werden en daardoor (vergeleken met niet-giftige soortgenoten) een hogere fitness hadden. / deze gifkikkers minder vaak gegeten werden en daardoor meer nakomelingen kregen. (1)
Epibatidine bindt aan receptoren voor de neurotransmitter acetylcholine en remt zo de impulsoverdracht in synapsen. Hierdoor heeft de stof een verlammend effect bij predatoren van de driekleurige gifkikker. Epibatidine bindt op hetzelfde deel van de receptor als acetylcholine.
Over de overeenkomsten tussen acetylcholine en epibatidine worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De moleculen hebben een overeenkomst in ruimtelijke structuur.
2 De moleculen zijn beide neurotransmitters.
3 De moleculen zijn beide organische verbindingen.
Vraag 17 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
De driekleurige gifkikker is ongevoelig voor epibatidine. Dit komt doordat de acetylcholine-receptor van de driekleurige gifkikker een beetje anders is dan die van zijn predatoren. Dat is het gevolg van een puntmutatie in het gen dat codeert voor de acetylcholine-receptor. Door de mutatie bindt epibatidine minder sterk aan deze acetylcholine-receptor. Door een aantal andere mutaties is de sterkte van de binding van acetylcholine aan de receptor onveranderd. Onderzoekers vergeleken het gen voor de acetylcholine-receptor van de driekleurige gifkikker (Epipedobates tricolor) met dat van de gifkikkersoort Allobates zaparo, die wél gevoelig is voor epibatidine. Hieronder is de aminozuurvolgorde van een deel van de receptor van beide soorten gifkikkers weergegeven. positie aminozuur: 107 108 109 110 Allobates zaparo: Tyr - Cys - Asn - Ala Epipedobates tricolor: Tyr - Ser - Asn - Ala In de receptor van E. tricolor is dus op plaats 108 een ander aminozuur ingebouwd.
Vraag 18 1 punt
Welk verschil in het codon van het RNA van E. tricolor leidt ertoe dat serine wordt ingebouwd? Gebruik je informatieboek. Bij E. tricolor is…
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De ouders van Mare vinden haar plan voor een terrarium geen goed idee. Ze zijn bang dat de gifkikkers giftig zullen zijn. Mare beweert dat de driekleurige gifkikkers in haar terrarium niet giftig zullen zijn.
Vraag 19 1 punt
Geef een argument dat Mares bewering ondersteunt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − De prooidieren voor de gifkikkers in het terrarium eten geen giftige planten. − In het terrarium staan geen giftige planten. − De gifkikkers in het terrarium eten geen giftige prooien. − Haar gifkikkers krijgen fruitvliegjes en keverlarven te eten. (1)
Hond speurt naar zieke boom
De Amerikaanse plantenziektekundige Tim Gottwald traint honden om de gele-drakenziekte in een vroeg stadium op te sporen bij citrusbomen.
De gele-drakenziekte wordt veroorzaakt door afbeelding 1 de bacterie Liberibacter asiaticus. Deze bacterie wordt verspreid via bladvlooien (afbeelding 1) die plantensap opzuigen uit de bastvaten van citrus-soorten. De ziekte kan hele sinaasappel- en citroenplantages verwoesten.
Een citrusplantage bestaat meestal uit een monocultuur van citrusbomen die via ongeslachtelijke voortplanting verkregen zijn.
Vraag 20 2 punten
Leg uit dat door deze manier van voortplanting een plantage kwetsbaar is voor infectieziekten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- er weinig/geen genetische variatie is, / de bomen allemaal hetzelfde DNA/genotype hebben, (1)
- (waardoor) alle individuen even vatbaar zijn voor een ziekte. (1)
Als een bladvlo met de bacterie is besmet en hij zijn snuit in een blad van een citrusboom prikt, komen de bacteriën in een bastvat terecht. Citrusbomen zijn tegen verschillende afbeelding 2 ziekteverwekkers beschermd doordat de cellen die zich naast de bastvaten bevinden, eiwit-splitsende enzymen (PLCP-enzymen) produceren. Deze enzymen verhinderen dat ziekteverwekkers zich kunnen vermenigvuldigen. De bacterie L. asiaticus geeft echter een bepaald eiwit (SDE1) af, dat de werking van PLCP- enzymen blokkeert. In afbeelding 2 zijn met nummers drie eiwitten aangegeven die aanwezig zijn in cellen in en rondom een bastvat dat geïnfecteerd is met de bacterie L. asiaticus. Deze eiwitten zijn:
- geïnactiveerd PLCP-enzym
- SDE1
- werkzaam PLCP-enzym
Vraag 21 1 punt
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter welk eiwit met het betreffende nummer in afbeelding 2 is aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 werkzaam PLCP-enzym 2 SDE1 3 geïnactiveerd PLCP-enzym (1)
De bladeren van een citrusboom worden enkele maanden na de infectie geel, waardoor de vruchten niet afrijpen, klein blijven en vroegtijdig van de boom vallen.
Vraag 22 2 punten
Leg uit waardoor de vruchten klein blijven als de bladeren geel worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- er (in vergeelde bladeren) minder/geen bladgroen aanwezig is, / er minder/geen fotosynthese mogelijk is, (1)
- (waardoor) de hoeveelheid (bouw)stoffen die beschikbaar is (voor de groei van vruchten) kleiner is. (1)
Omdat de vergeling van de bladeren niet direct optreedt, kan pas na enkele maanden met het blote oog worden waargenomen dat de boom geïnfecteerd is. Met DNA-analyse van een bladmonster kan de infectie in een eerder stadium aangetoond worden.
Vraag 23 1 punt
Verklaar dat met DNA-analyse aangetoond kan worden dat een boom geïnfecteerd is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat (door de DNA-analyse) het DNA van de bacterie aangetoond kan worden (in het blad). (1)
Door een infectie met Liberibacter asiaticus verandert de geur van een citrusboom. Mensen kunnen de geurverandering niet waarnemen, maar honden wel. Gottwald trainde vier honden om de geur van geïnfecteerde bomen te herkennen. Hij leerde ze om naast de bomen met die geur te gaan zitten (afbeelding 3). afbeelding 3 Gottwald bepaalde vervolgens met een experiment hoe geschikt de honden waren voor hun taak. Als test liep hij met een hond over een veld met 100 citrusbomen in potten, waarvan sommige bomen waren geïnfecteerd. Gottwald noteerde of de hond een geïnfecteerde boom niet herkende (een vals negatief resultaat) of ging zitten bij een boom die niet geïnfecteerd was (een vals positief resultaat). Elke hond deed de test tien keer. De 100 potten werden na elke test op een andere plaats gezet. De resultaten staan in de onderstaande tabel. aantal fouten hond vals negatief vals positief Akim 1 3 Boby 4 0 Foreszt 0 9 Vera 4 5
Vraag 24 1 punt
Verklaar waarom de potten na elke test op een andere plaats gezet werden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Zo wordt uitgesloten dat de plaats van een geïnfecteerde boom een rol speelt bij de beoordeling. − Anders zou de hond de plaats van een geïnfecteerde boom kunnen onthouden. − De hond leert misschien steeds naar dezelfde plek te gaan waar hij eerder werd beloond, en let niet meer op de boom. (1)
Vraag 25 1 punt
Welke hond is het meest geschikt om als speurhond in te zetten bij het tegengaan van de verspreiding van de gele drakenziekte in een citrusplantage?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Levertransplantatie
Jan heeft een infectie met het hepatitis C-virus gehad, waardoor zijn lever chronisch ontstoken is. Dit heeft geleid tot de vorming van littekenweefsel. Omdat zijn leverfunctie sterk is afgenomen, komt hij in aanmerking voor een levertransplantatie.
Het hepatitis C-virus is een RNA-virus dat hoofdzakelijk wordt overgedragen via bloed-bloedcontact.
De chronische hepatitis C-infectie werd bij Jan aangetoond met behulp van bloedonderzoek. Bij dit bloedonderzoek werd gezocht naar antistoffen tegen hepatitis C.
Vraag 26 2 punten
Welke cellen produceren antistoffen? En behoren deze cellen tot de aangeboren (aspecifieke) afweer of tot de verworven (specifieke) afweer? productie antistoffen afweer
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Door de chronische ontsteking van Jans lever zijn veel levercellen beschadigd geraakt en vervolgens afgestorven. Op deze plaatsen is littekenweefsel ontstaan. Door de vorming van littekenweefsel sterven ook steeds meer niet-geïnfecteerde cellen. Deze toestand van de lever wordt levercirrose genoemd. Omdat de leverfunctie bij Jan hierdoor te veel is afgenomen, is een levertransplantatie nodig.
Vraag 27 1 punt
Wat zal een direct gevolg zijn van een slechte leverwerking?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Voordat Jan een nieuwe lever krijgt, is het belangrijk dat hij helemaal genezen is van hepatitis C. Hij krijgt daarom een behandeling met het medicijn Sofosbuvir. Dit medicijn bevat nucleotiden die op uracil lijken. Als die nucleotiden worden ingebouwd tijdens de vorming van RNA, kan er geen nieuw nucleotide meer aan worden gekoppeld. Het RNA kan dan dus niet langer worden. Jan neemt Sofosbuvir als pil in.
Over de behandeling met Sofosbuvir worden de volgende uitspraken gedaan:
1 Door Sofosbuvir worden er minder eiwitten geproduceerd.
2 Door Sofosbuvir wordt de vorming van erfelijk materiaal voor nieuwe hepatitis C-virussen verhinderd.
3 De nucleotiden uit Sofosbuvir moeten eerst worden verteerd om te kunnen worden opgenomen.
Vraag 28 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
- 1 juist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Er is een donorlever voor Jan beschikbaar gekomen, maar deze is niet in goede staat. Vincent de Meyer, transplantatiearts van het Universitair Medisch Centrum Groningen, heeft een methode om de kwaliteit van een slechte donorlever te verbeteren. Eerst koppelt hij de bloedvaten van de lever aan een machine en plaatst hij de lever in een bak met een koude (4 tot 12 °C), zuurstofrijke spoelvloeistof. Via de bloedvaten wordt deze vloeistof door de lever gepompt. Na een uur wordt de vloeistof langzaam opgewarmd tot 37 °C. Ondertussen wordt de werking van de lever regelmatig gecontroleerd. De afbraak van melkzuur in de lever wordt gecontroleerd door de pH te meten van de spoelvloeistof die uit de lever stroomt. Ook wordt gemeten hoeveel gal de lever produceert.
Vraag 29 1 punt
Noteer bij welk celproces het melkzuur is ontstaan.
Bekijk het antwoord
- (bij) anaerobe dissimilatie / (bij melkzuur)gisting (1)
De zuurstof in de spoelvloeistof is bedoeld om een bepaald celorganel in de levercellen aan het werk te zetten. Dit celorganel produceert dan een energierijke stof die nodig is om de celprocessen in andere delen van de cel te laten verlopen.
Vraag 30 2 punten
− Noteer de naam van dit celorganel.
- Noteer de naam van deze energierijke stof.
Bekijk het antwoord
- mitochondrium/mitochondriën/mitochondria (1)
- ATP (1)
Door het opwarmen verlopen de celprocessen in de lever steeds sneller.
Vraag 31 1 punt
Verklaar dit.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de enzymen (die betrokken zijn bij de stofwisseling) sneller/beter werken. / dat moleculen sneller bewegen. / dat moleculen vaker botsen. / dat reacties sneller verlopen. (1)
Gal heeft een belangrijke functie bij de spijsvertering.
Vraag 32 2 punten
Wat is de functie van gal? En aan welk deel van het spijsverteringskanaal wordt gal afgegeven? functie gal afgifte aan
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Helaas lukt het De Meyer niet om de kwaliteit van de donorlever voldoende te verbeteren. Daarom besluit hij deze lever niet te transplanteren. Het is echter ook mogelijk om een deel van de lever van een levende donor te transplanteren. Jans zoon Marco wil graag donor zijn voor zijn vader. Maar dan moeten Jan en Marco wel dezelfde bloedgroep hebben.
Het AB0-bloedgroepensysteem heeft de autosomale allelen IA , IB en i. Bij bloedgroep 0 hoort het genotype ii. Vader Jan heeft bloedgroep AB. Het genotype van de moeder van Marco is IBi. Marco’s bloedgroep is nog niet bekend.
Vraag 33 2 punten
Hoe groot is de kans dat Marco bloedgroep AB heeft op basis van deze gegevens? Licht je antwoord toe met een kruisingstabel.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juist antwoord: Vader Jan heeft IAIB; moeder heeft IBi.
IB i IA IAIB IAi IB IBIB IBi
Uit bloedonderzoek blijkt dat Marco’s bloedgroep ook AB is. Om te controleren of de lever van Marco gezond is, wordt een leverbiopt genomen: met een naald wordt wat leverweefsel afgenomen voor onderzoek.
Tijdens de biopsie moet Marco maximaal uitademen.
Vraag 34 2 punten
Welke spieren moet hij hiervoor aanspannen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Marco’s lever blijkt gezond en twee weken later vindt de transplantatie plaats. De lever van Jan wordt verwijderd en gelijktijdig wordt twee derde deel van Marco’s lever verwijderd. Dit gedeelte wordt in het lichaam van Jan aangesloten op de galbuis en de bloedvaten van de lever. In twee tot drie maanden groeien de levers van Marco en Jan weer uit tot een normale grootte.
In de afbeelding van de lever zijn drie bloedvaten met letters aangegeven.
Vraag 35 2 punten
Schrijf de letters P, Q en R onder elkaar en noteer de naam van het betreffende bloedvat erachter.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- P: leverader Q: poortader R: (onderste) holle ader indien drie letters correct (2) indien twee letters correct (1) indien minder dan twee letters correct (0) (2)
Jan moet vanwege de transplantatie de rest van zijn leven bepaalde medicijnen blijven slikken.
Vraag 36 1 punt
Noteer de belangrijkste functie van deze medicijnen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de afweer moet worden onderdrukt. / dat afstoting (van de getransplanteerde lever) moet worden voorkomen. (1)
Vissen op zeebaars
Het gaat niet goed met de zeebaars. Door overbevissing en verlies van habitat neemt hun aantal steeds verder af. Door het instellen van vangstbeperkingen en het kweken van zeebaars wordt geprobeerd om herstel van de wilde populaties mogelijk te maken.
De Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax, afbeelding 1) is een geliefde consumptievis. De soort komt voor in de zeeën en oceanen rond Europa. Jonge zeebaarzen eten vooral dierlijk plankton, kreeftjes en kleine garnalen. Volwassen dieren voeden zich met kreeftachtigen, wormen, weekdieren en visjes. Zeebaarzen vormen een prooi voor dolfijnen en bruinvissen. De Europese zeebaars wordt afbeelding 1 gemiddeld 50 cm groot. Vrouwtjes worden geslachtsrijp vanaf een grootte van 31 tot 40 cm; mannetjes vanaf 23 tot 30 cm. De voortplanting vindt plaats in diepere delen van de zee.
Een ecosysteem bestaat uit consumenten, producenten en reducenten.
Vraag 37 2 punten
Welke ontbreken in de tekst in het informatiekader?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Er blijken twee groepen Europese zeebaarzen te bestaan. Een daarvan leeft in het koude water van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, de andere in het warmere water in het westelijke deel van de Middellandse Zee. Tussen deze groepen vindt nauwelijks uitwisseling van individuen plaats.
Vraag 38 2 punten
Behoren de twee groepen tot één populatie of tot twee aparte populaties? En zal de selectiedruk in de groepen hetzelfde of verschillend zijn? één of twee populaties selectiedruk
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De Europese Unie stelt jaarlijks vangstbeperkingen voor zeebaars vast. Zo mogen sportvissers van april tot en met december per dag per visser maximaal twee zeebaarzen meenemen, met een minimumlengte van
42 cm.
Vraag 39 1 punt
Verklaar waardoor het herstel van de populatiegrootte van zeebaars langer zou duren wanneer de minimumlengte verlaagd wordt naar 30 cm.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Aan een antwoord als: “de vissen hebben geen tijd gehad om zich voort te planten”, geen scorepunt toekennen.
Een van de oplossingen om overbevissing tegen te gaan, is het kweken van vis. Op verschillende plaatsen in de Middellandse Zee wordt zeebaars gekweekt in grote kooien die in het zeewater drijven (afbeelding 2). De vissen worden gevoerd met brokjes gemaakt van vismeel en visolie.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Het voer dat niet gegeten wordt door de vissen in de kooi, komt terecht op de zeebodem en kan eutrofiëring veroorzaken van de omringende zee. Dit is echter niet de belangrijkste oorzaak van de eutrofiëring door viskweek.
Vraag 40 1 punt
Noteer wat de belangrijkste oorzaak van eutrofiëring door de viskweek is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- uitwerpselen/uitscheiding (van/door de vissen in de kooien) (1)
Het vismeel en de visolie in het voer zijn vaak afkomstig van wilde vis. Wetenschappers onderzoeken of zeebaars ook gevoerd kan worden met plantaardig voer. Het blijkt dat het aandeel visolie in het voer kan worden vervangen door plantaardige olie zonder dat de groei en smaak van de zeebaars worden beïnvloed.
Vraag 41 1 punt
Geef een argument waarom het gebruik van plantaardig voer duurzamer is dan het gebruik van dierlijk voer.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Er is dan minder kans op overbevissing. − Voor de productie van plantaardig eiwit is minder energie nodig. (1)
Om een bacteriële infectieziekte binnen een kwekerij tegen te gaan, worden antibiotica toegediend. Hiermee moet voorzichtig worden omgegaan, omdat daardoor problemen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Het veelvuldig toedienen van antibiotica aan kweekvis kan ertoe leiden dat infecties bij de mens niet met een antibioticum kunnen worden behandeld.
Vraag 42 2 punten
Beredeneer dit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- mensen met de antibiotica in aanraking kunnen komen (door de consumptie van vis of contact met het zeewater), (1p)
Gamma Knife
Jana is verpleegkundige in het Gamma Knife Centrum van het Elisabeth- TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Ze begeleidt patiënten die behandeld worden met een Gamma Knife-bestralingstoestel.
Een van de patiënten die Jana begeleidt, heeft een brughoektumor. Dit is een goedaardig gezwel dat is ontstaan uit de schwanncellen van de gehoor- en evenwichtszenuw, die loopt vanuit het binnenoor met een hoek naar de hersenstam. Als gevolg van de tumor ging hij steeds slechter horen met zijn linkeroor.
Schwanncellen vormen myeline-schedes rondom de uitlopers van zenuwcellen. Myeline-schedes hebben een belangrijke functie bij de impulsgeleiding.
Vraag 43 1 punt
Beschrijf deze functie.
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat alleen isolatie noemt, in plaats van elektrische isolatie, dit niet aanrekenen.
- Als de kandidaat alleen antwoordt dat de myeline-schedes regeneratie van uitlopers mogelijk maken, het scorepunt niet toekennen.
Over hoe de beschadiging van de gehoor- en evenwichtszenuw leidt tot slechter horen, wordt de volgende uitspraak gedaan: Door de beschadiging kunnen de impulsen vanaf de zintuigcellen niet meer goed via de ...(1)... zenuwcellen en de hersenstam naar de …(2)… worden geleid.
Vraag 44 2 punten
Wat moet worden ingevuld bij 1 en bij 2? bij 1 bij 2
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Een brughoektumor kan ontstaan door een erfelijke mutatie in het NF2- gen. De mutatie leidt tot fouten in de aanmaak van merline-eiwit. Dit eiwit remt normaal de celdeling. Door de mutatie is dit eiwit afwezig of niet functioneel. Het mutante NF2-allel erft autosomaal dominant over.
Over de mutatie van het NF2-gen worden de volgende uitspraken gedaan:
1 De mutatie is alleen aanwezig in zenuwcellen.
2 Door de mutatie wordt celdeling geremd.
Vraag 45 2 punten
Welke uitspraak is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
De neurochirurg van het ziekenhuis legt uit dat een brughoektumor een goedaardig gezwel is, maar dat het toch moet worden verwijderd omdat het kan doorgroeien en dan de hersenstam kan beschadigen.
Vraag 46 1 punt
Welke lichaamsfunctie kan worden verstoord door beschadiging van de hersenstam?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Er zijn twee mogelijke behandelingen van een afbeelding 1 brughoektumor. Bij een klassieke operatie wordt een opening in de schedel gemaakt en wordt de tumor operatief verwijderd. Bij een behandeling met de Gamma Knife wordt een tumor zeer nauwkeurig bestraald. Het stralings- apparaat heeft 192 radioactieve bronnen die rondom het hoofd zijn geplaatst en gamma-straling richten op één punt (afbeelding 1). Daar waar de straling samenkomt, wordt het weefsel vernietigd. Zo wordt alleen de tumor ‘weggesneden’. De twee behandelingen worden vergeleken op drie mogelijke voordelen:
1 Er is geen risico op een bacteriële infectie van buitenaf.
2 Er kan behandeld worden op plaatsen in het hoofd die anders moeilijk te bereiken zijn.
3 Het tumorweefsel kan onderzocht worden op andere mutaties.
Vraag 47 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of het betreffende voordeel hoort bij de klassieke operatie of bij de Gamma Knife-behandeling. Enkele dagen na de behandeling kan de patiënt last krijgen van duizeligheid. Jana kan de patiënt dan geruststellen: de duizeligheid wordt meestal veroorzaakt door oedeemvorming. Oedeem is een tijdelijke ophoping van weefselvloeistof en is ontstaan door weefselschade. Bij de regeling van de hoeveelheid weefselvloeistof zijn de volgende processen betrokken:
1 afvoer van vocht via de lymfevaten
2 filtratie van vocht uit de bloedvaten
3 resorptie van vocht naar de bloedvaten
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 Gamma Knife(-behandeling) 2 Gamma Knife(-behandeling) 3 (klassieke) operatie indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Vraag 48 2 punten
Welk proces leidt ertoe dat het oedeem weer afneemt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-1018-a-24-2-o
Andere examens biologie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie havo 2024, tijdvak 2 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (12), zenuwstelsel en hormonen (7) en bloedsomloop (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-1018-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.