Eindexamen biologie havo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Huidcellen als visvoer, Voedsel-allergieën, Biologische wijn, Stamcellen als behandeling voor diabetes, Koraalriffen, Dubbele bypass, Kwieker ouder door genmutatie, Methaan uit koeienwinden: broeikaseffect of duurzame energie?, Zon en hitte.
Het centraal examen biologie havo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 40. Van 38 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (10), zenuwstelsel en hormonen (6) en bloedsomloop (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 1-2, 12-14, 16, 23-24, 26, 37 | 10 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 18, 21-22, 31-32, 39 | 6 |
| Bloedsomloop | 17, 27-30 | 5 |
| Planten en fotosynthese | 9-11, 25 | 4 |
| Evolutie | 3-4, 8 | 3 |
| Afweer | 5-6, 19 | 3 |
| Erfelijkheid | 7, 40 | 2 |
| Cellen | 15, 36 | 2 |
| Voeding en vertering | 35, 38 | 2 |
| DNA en eiwitsynthese | 33 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens biologie havo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Huidcellen als visvoer
In Kangal, Turkije, zijn warmwaterbronnen afbeelding 1 waar je jezelf kunt ‘aanbieden’ als visvoer. Als je een hand of een voet in het water steekt, komen er onmiddellijk kleine visjes aan je huid knabbelen (afbeelding 1). De lokale bevolking schrijft een heilzame werking aan dit gedrag van de visjes toe.
Waarschijnlijk helpen de mensen de vissen (Garra rufa) meer dan dat de vissen de mensen helpen. Dode huidcellen vormen namelijk een noodzakelijke voedselbron voor de vissen. Hun oorspronkelijke voedsel
- algen en kreeftjes
- overleeft minder goed in de warmwaterbronnen. De soort komt van oorsprong voor in kreekjes en meren die in verbinding stonden met de warmwaterbronnen. In de loop van de tijd zijn deze kreekjes en meren gescheiden geraakt van de warmwaterbronnen. De populatie Garra rufa in de kreekjes en meren voedt zich met algen en kreeftenlarven. Als het voedselaanbod beperkt is, eten deze vissen soortgenoten.
Vraag 1 1 punt
Tot welk trofisch niveau behoort Garra rufa in kreekjes en meren?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Uit de tekst blijkt dat de tolerantiecurves van Garra rufa en de kreeftjes die hun voedsel vormen, verschillend zijn. In afbeelding 2 zijn drie diagrammen met tolerantiecurves weergegeven.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vraag 2 2 punten
Welk diagram geeft op de juiste manier de overlevingskansen weer van Garra rufa en van de kreeftjes? Welk nummer geeft in dat diagram de overlevingskans van Garra rufa aan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: F (2)
diagram Garra rufa
A P 1
B P 2
C Q 1
D Q 2
E R 1
F R 2
De vissenpopulatie die nu in de warmwaterbronnen leeft, heeft zich aangepast aan het eten van menselijke huidcellen. Er wordt door wetenschappers gesuggereerd dat de vissen in de warmwaterbronnen als gevolg van hun voedselspecialisatie tot een nieuwe soort zullen evolueren.
Vraag 3 1 punt
Wanneer kunnen de vissen in deze populatie tot een nieuwe soort worden gerekend?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat er sprake is van een nieuwe soort als individuen van deze populatie zich niet meer kunnen voortplanten met individuen van andere populaties / van de oorspronkelijke soort. of er sprake is van een nieuwe soort als er geen vruchtbare nakomelingen meer voortkomen uit paringen tussen individuen van deze populatie en individuen van andere populaties / van de oorspronkelijke soort. (1)
Als deze evolutie plaatsvindt, zullen variatie, isolatie en natuurlijke selectie een rol spelen.
Vraag 4 3 punten
Beschrijf
- de variatie,
- de isolatie,
- en de natuurlijke selectie die zullen bijdragen aan deze evolutie van Garra rufa.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat alleen een grotere overlevingskans van de betreffende vissen noemt, het derde scorepunt niet toekennen.
Voedsel-allergieën
Eén hapje van een appel kan bij Marianne al leiden tot jeuk in de mond, lichte zwellingen of zelfs blaren. Zij at dus nooit meer appels. Sinds enige tijd kan Marianne bepaalde appels wel eten.
Soms herkent het immuunsysteem bepaalde stoffen uit de voeding als lichaamsvreemd en gaat daar antistoffen tegen maken. Dit wordt een primaire voedsel-allergie genoemd. Marianne heeft last van appel-allergie. Pollenkorrels van de berk zijn de oorzaak van het ontwikkelen van haar appel-allergie, omdat die pollenkorrels stoffen bevatten die erg lijken op die uit de appel. En omdat Marianne al een allergie tegen berkenpollen (een vorm van hooikoorts) had ontwikkeld, reageert zij ook allergisch op bepaalde appelrassen. Dit wordt een secundaire voedsel-allergie genoemd.
Het immuunsysteem van Marianne is geactiveerd door stoffen uit de berkenpollen. Twee uitspraken over deze activering van het immuunsysteem zijn:
1 Er is een toename van witte bloedcellen die specifiek op berkenpollen reageren.
2 Er is een toename van de productie van antigenen die aan stoffen uit de berkenpollen binden.
Vraag 5 2 punten
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Er is een groot verschil tussen de allergene eigenschappen van verschillende appelrassen. Appels van het ras Santana blijken goed te verdragen door Marianne. Uit onderzoek is duidelijk geworden waar dit verschil tussen appelrassen door wordt veroorzaakt. Kleine verschillen in bepaalde genen leiden ertoe dat genproducten van het ene ras wel allergische reacties oproepen bij mensen met berkenpollenallergie, en van het andere niet.
Vraag 6 1 punt
Welk type stof uit appels veroorzaakt de allergische reactie in de mond?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De Santana wordt veel in de biologische landbouw toegepast omdat het ras resistent is tegen de ziekte appelschurft. De Santana is, zonder gebruik van moderne biotechnologie, ontwikkeld uit de appelrassen Elstar en Priscilla. Elstar heeft een goede smaak maar is niet resistent tegen appelschurft. Priscilla smaakt minder goed, maar is wel resistent tegen appelschurft.
Vraag 7 2 punten
Beschrijf hoe uit de Elstar en de Priscilla de Santana ontwikkeld werd.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor een antwoord als “door kruising en selectie” in totaal 1 scorepunt toekennen.
Er bestaan meerdere secundaire allergieën. Een persoon die allergisch is voor graspollen (hooikoorts), heeft vaak ook een allergie tegen een bepaald voedingsmiddel. Hetzelfde geldt voor allergie tegen de uitwerpselen van de huisstofmijt (huisstofallergie). In tabel 1 staan enkele secundaire allergieën met de bijbehorende primaire allergieën.
[tabel 1: zie het originele examen] secundaire primaire allergie allergie berken graspollen huisstofmijt (hooikoorts) (hooikoorts) (huisstofallergie) aardappel x x appel x x garnaal x hazelnoot x x mossel x selderij x x walnoot x
Uit tabel 1 blijkt dat er steeds een verwantschap bestaat tussen de veroorzaker van een secundaire allergie en de veroorzaker van de bijbehorende primaire allergie.
Vraag 8 1 punt
Welke verwantschap is dit?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat enkel een dier-dier- of enkel een plant-plant- verwantschap noemt, het scorepunt niet toekennen.
Biologische wijn
Biologische wijnboer Bernhard maakt bij de druiventeelt en de productie van zijn wijnen zoveel mogelijk gebruik van natuurlijke processen.
In een biologische wijngaard wordt geen gebruikgemaakt van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Bestrijdingsmiddelen kunnen weliswaar aantasting van de druiven door micro-organismen verminderen, maar veroorzaken ook vervuiling van het grondwater en doden veel bodemorganismen. Bodemleven is juist belangrijk voor de productiviteit van de druivenplanten.
Door de activiteit van wormen, die voornamelijk leven van afgestorven plantenmateriaal, wordt de bodem goed belucht. Deze beluchting is belangrijk voor actief transport in plantenwortels.
Vraag 9 3 punten
Leg uit dat beluchting van de bodem belangrijk is voor actief transport door de cellen van de plantenwortels.
Bekijk het antwoord
- (door beluchting meer) zuurstof beschikbaar is (1)
- (waardoor meer) (aerobe) dissimilatie / verbranding kan plaatsvinden (1)
- (waardoor meer) ATP/energie beschikbaar is (voor actief transport) (1)
In een plantenwortel vindt transport plaats van onder andere:
1 CO2
2 water
3 nitraat
Vraag 10 2 punten
Noteer de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar op je antwoordblad en schrijf achter elk nummer of deze stof wel of niet actief wordt getransporteerd over de membraan van wortelcellen.
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 niet 3 wel indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Bernhard maakt gebruik van dierlijke mest en compost in plaats van kunstmest. Daarbij is het belangrijk dat schimmels en bacteriën in de bodem in leven blijven.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat schimmels en bacteriën in de bodem van de wijngaard belangrijk zijn voor een hoge opbrengst.
Bekijk het antwoord
- reducenten organische stoffen uit dierlijke mest en compost omzetten (in anorganische stoffen) (1)
- planten (alleen) anorganische stoffen / mineralen kunnen opnemen (waardoor de groei en opbrengst hoog kunnen zijn) (1)
Naast dierlijke mest en compost maakt Bernhard ook gebruik van groenbemesting. Hiervoor zaait hij klaver, die in symbiose leeft met bacteriën in de wortelknolletjes. Door het onderspitten van de klaverplanten wordt de stikstofvoorraad in de bodem aangevuld.
Vraag 12 2 punten
Welk van de onderstaande beweringen over deze symbiose is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De bemesting is nodig omdat de stikstofkringloop bij druiventeelt niet gesloten is.
Vraag 13 1 punt
Verklaar dat door de wijnproductie stikstof uit de kringloop van de wijngaard verdwijnt.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat door het oogsten van de druiven stikstof uit de wijngaard verdwijnt. (1)
Als de druiven rijp zijn, laat Bernhard deze met de hand plukken. Dit is een arbeidsintensieve manier van oogsten, maar hierdoor worden de druiven nauwelijks beschadigd. Deze druiven hebben zo minder last van schimmel na de oogst. Schimmelvorming is nadelig voor de kwaliteit van de wijn.
Vraag 14 1 punt
Waardoor beschimmelen beschadigde druiven sneller dan niet-beschadigde?
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord − Op de beschadigde plek is de vochtigheid gunstig voor schimmelsporen. − De druivenschil beschermt tegen schimmel. − Het sap dat bij beschadiging vrijkomt, bevat voedingsstoffen voor de schimmel. (1)
afbeelding 1 Bernhard maakt wijn van de geoogste druiven. Nadat hij de druiven geperst heeft, voegt hij gist toe aan het druivensap. De flessen met het mengsel van druivensap en gist sluit hij af met een waterslot (afbeelding 1). Hij zet de flessen op een donkere plaats bij een temperatuur van ongeveer 20 °C. Door gisting ontstaat dan wijn. Die gisting is nogal rumoerig: het borrelt alsof het een werkende vulkaan is. Het waterslot laat het gevormde CO2 ontsnappen en houdt ongewenste micro-organismen buiten de fles.
Vraag 15 2 punten
Bij welk proces ontstaat de grote hoeveelheid CO2 tijdens de wijnbereiding?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Tijdens het proces van wijn maken houdt Bernhard de omstandigheden optimaal.
Vraag 16 1 punt
Noteer twee abiotische factoren, uit de tekst in het kader, die van invloed zijn op de wijnproductie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen De abiotische factoren druk en zuurstofconcentratie goed rekenen. Als de kandidaat van een juiste abiotische factor de waarde in de reactor beschrijft (zoals “20 °C”, “donker” of “gasvorming”), dit goed rekenen.
Stamcellen als behandeling voor diabetes
Wekenlang was Sarah zo vermoeid dat zij ’s middags een dutje moest doen. Ook dronk ze enorme hoeveelheden water, maar had dan daarna nog steeds dorst. Omdat ze veel moest plassen, ging ze vaak wel drie keer per nacht haar bed uit. Na een zoektocht op internet las ze dat deze symptomen karakteristiek zijn voor diabetes.
Veel drinken en veel plassen zijn bij diabetes een gevolg van de verhoogde concentratie glucose in de voorurine en daardoor ook in de urine.
Vraag 17 2 punten
Leg uit hoe de hoge glucoseconcentratie van de voorurine leidt tot een grotere hoeveelheid urine.
Bekijk het antwoord
- de osmotische waarde van de voorurine verhoogd is (1)
- (waardoor) minder (terug)resorptie van water kan optreden (1)
Het actief transport van glucose in een deel van de nier bij een gezond persoon wordt in afbeelding 1 weergegeven als een model met trechters en een transportband. Met P is de aanvoer van een vloeistof met glucose weergegeven en met Q de afvoer van een vloeistof. In dit model is de transportband het actief transport van glucose door de membranen heen.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Bij Sarah werd diabetes type 1 geconstateerd. Afbeelding 2 geeft drie modellen weer bij een verhoogde glucoseconcentratie.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vier onderdelen van de nieren zijn:
- gekronkelde nierbuisje
- glomerulus
- haarvat
- verzamelbuisje
Vraag 18 3 punten
− Welk van deze onderdelen wordt door P aangegeven?
- Welk van deze onderdelen wordt door Q aangegeven?
- Welk model uit afbeelding 2 geeft de situatie weer die zich voordeed bij Sarah?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (P:) gekronkelde nierbuisje (1)
- (Q:) haarvat (1)
- (model) 3 (1)
Bij diabetes type 1 valt het eigen immuunsysteem de insulineproducerende cellen in de eilandjes van Langerhans aan en vernietigt deze cellen.
Vraag 19 2 punten
Waardoor worden de cellen van de eilandjes van Langerhans vernietigd?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Sarah deed mee aan een medisch experiment. Hierbij werden eilandjes van Langerhans ingebracht via een infuus in haar poortader. De eilandjes van Langerhans zijn gekweekt uit stamcellen van gezonde donoren. Bij dit experiment wordt onderzocht of het lichaam na de transplantatie zelf opnieuw insuline kan maken.
In het experiment zijn stamcellen gebruikt omdat deze cellen eigenschappen hebben die andere lichaamscellen niet hebben.
Vraag 20 1 punt
Noteer één zo’n eigenschap die stamcellen geschikt maakt in dit experiment.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat stamcellen kunnen uitgroeien tot verschillende typen cellen. / dat stamcellen (nog) niet zijn gedetermineerd/gedifferentieerd/gespecialiseerd. / dat stamcellen zich nog kunnen delen. (1)
Na het inbrengen in de poortader komen de eilandjes terecht in een bepaald orgaan.
Vraag 21 2 punten
Noem twee redenen waarom dit orgaan een goede plaats is voor de functie van de eilandjes.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- de lever (glucoserijk) bloed uit de darmen ontvangt (1)
- de lever op insuline reageert / glucose opslaat (1)
In de periode voorafgaand aan haar behandeling moest Sarah regelmatig insuline inspuiten. Na de behandeling werd de hoeveelheid insuline die Sarah moest inspuiten, opnieuw vastgesteld. Na het eten van een gestandaardiseerde hoeveelheid koolhydraten kreeg Sarah een bepaalde stof toegediend, waarna haar bloedglucosegehalte werd gemeten. Hieruit bleek dat de hoeveelheid insuline die Sarah moet spuiten, omlaag kon.
Vraag 22 2 punten
Welke stof werd toegediend? Wat was het resultaat van de meting?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Koraalriffen
Koraalriffen hebben al jaren te lijden van opwarming van het zeewater door het versterkte broeikaseffect.
afbeelding 1 Koraal (afbeelding 1) bestaat uit poliepen, die in kolonies samenleven en een gezamenlijk skelet opbouwen van kalk (CaCO3). Veel koralen hebben een symbiotische relatie ontwikkeld met algen. Deze algen, zoöxanthellen geheten, leven in de cellen van de poliepen en geven de koralen hun prachtige kleuren. Zoöxanthellen produceren organische stoffen waarvan ze het grootste deel aan de poliep afstaan. De zoöxanthellen gebruiken een groot deel van de afvalproducten van de poliepen voor hun stofwisselingsactiviteit.
Vraag 23 1 punt
Welke voedselrelatie bestaat tussen de poliepen en de zoöxanthellen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vier stoffen of groepen van stoffen zijn:
1 chlorofyl
2 glucose
3 koolstofdioxide
4 water
Vraag 24 2 punten
Noteer de nummers 1 tot en met 4 onder elkaar op je antwoordblad en schrijf achter elk nummer of de betreffende stof wel of niet door de zoöxanthel wordt opgenomen uit het cytoplasma van de poliep.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 niet 3 wel 4 wel indien vier nummers correct (2) indien drie nummers correct (1) indien twee of minder nummers correct (0) (2)
Op een gezond koraalrif vinden processen plaats die effect hebben op de CO2-concentratie in de atmosfeer:
1 de dissimilatie in de poliepen tijdens de groei
2 de voortgezette assimilatie in de poliepen
3 de vorming van het kalkskelet door de poliepen
4 het afsterven van de zoöxanthellen in de poliepen
Vraag 25 2 punten
Welk van de genoemde processen draagt bij aan een daling van de CO2-concentratie in de atmosfeer?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
In het kader van klimaatverandering wordt onderzoek gedaan naar de temperatuurtolerantie van koralen. Bekend is dat jonge poliepen verschillende soorten zoöxanthellen kunnen opnemen.
Vraag 26 2 punten
Beredeneer dat het opnemen van verschillende soorten zoöxanthellen de overlevingskans van een poliep vergroot bij temperatuurstijging als gevolg van klimaatverandering.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- verschillende soorten algen een verschillende temperatuurtolerantie zullen hebben (1)
- (door het opnemen van verschillende soorten) er een grotere kans is dat er een soort aanwezig is die een hogere temperatuur tolereert (waardoor de overlevingskans van de poliep groter is) (1)
Dubbele bypass
Bij een bypassoperatie maakt hartchirurg Layla Faysal een omleiding bij een vernauwde of verstopte kransslagader. Als op twee plaatsen op het hart een kransslagader is vernauwd, maakt ze een dubbele bypass (afbeelding 1).
[afbeelding 1: zie het originele examen]
In afbeelding 1 zijn met P, Q, R en S mogelijke plaatsen aangegeven waar vernauwing kan optreden in kransslagaders. Met 1, 2, 3 en 4 zijn stroomrichtingen in de bypasses aangegeven.
Vraag 27 2 punten
− Noteer welke twee letters de juiste plaatsen van de vernauwingen in de kransslagaders aangeven die met deze bypasses worden behandeld.
- Noteer welke twee cijfers de stroomrichtingen van het bloed in de bypasses juist weergeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- P en R (1)
- 1 en 3 (1)
Voor een bypass gebruikt zij meestal een stukje bloedvat van de patiënt zelf.
Vraag 28 1 punt
Verklaar waardoor een bloedvat van de patiënt zelf geschikter is voor deze operatie dan een bloedvat van een donor.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat (bij gebruik van een bloedvat van de patiënt) geen afweerreactie/afstotingsreactie (tegen het bloedvat) zal optreden. / dat de kans op een afweerreactie/afstotingsreactie kleiner is. (1)
Dokter Faysal gebruikt voor het maken van een bypass bij voorkeur een slagader uit de borstkas.
Vraag 29 2 punten
Waarom heeft een slagader de voorkeur boven een ader?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Een hartoperatie is complexer dan een blindedarmoperatie. Dit komt niet alleen doordat het hart een vitaal orgaan is, maar ook omdat de chirurg meer moeite moet doen om het hart te bereiken.
Vraag 30 1 punt
Verklaar dat door de ligging van het hart de chirurg meer moeite moet doen het hart te bereiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Het hart ligt in de borstkas waardoor de chirurg door botten zal moeten zagen. − Het hart ligt tussen de longen waardoor de kans groot is dat kwetsbare weefsels worden beschadigd. (1)
Kwieker ouder door genmutatie
De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer.
Bij de ziekte van Alzheimer gaan sommige zenuwcellen in de hersenen en de verbindingen tussen deze zenuwcellen kapot. Hierdoor kunnen de hersenen niet goed meer functioneren. In de eerste fase wordt het geheugen geleidelijk slechter. In latere fasen krijgt de patiënt problemen met taal en ingewikkelde handelingen en uiteindelijk ontstaan problemen met het uitvoeren van eenvoudige taken.
Alzheimer wordt veroorzaakt door beschadiging en afsterven van zenuwcellen.
Vraag 31 2 punten
Aantasting van welk type zenuwcellen veroorzaakt de symptomen in de eerste fase? In welk deel van de hersenen bevinden deze zenuwcellen zich?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (2)
type zenuwcellen deel van de hersenen
A motorische zenuwcellen hersenstam
B motorische zenuwcellen kleine hersenen
C schakelzenuwcellen grote hersenen
D schakelzenuwcellen kleine hersenen
E sensorische zenuwcellen grote hersenen
F sensorische zenuwcellen hersenstam
Er zijn verschillende genen die het risico op alzheimer beïnvloeden. Een van deze genen beïnvloedt de verhouding tussen ‘slecht cholesterol’ (LDL) en ‘goed cholesterol’ (HDL) in het bloed. Dit gen staat bekend als het ‘lang-leven-gen’. Onderzoekers ontdekten een allel van het lang- leven-gen dat een lagere concentratie LDL, en een hogere concentratie HDL veroorzaakt. Ze vroegen zich af of mensen die dankzij dit gunstige allel langer leven, ook langer geestelijk gezond blijven. Om dat te onderzoeken werd vier jaar lang het geheugen getest van proefpersonen die ouder waren dan 70 jaar en bij de start van het onderzoek geen geheugenproblemen hadden. Ook werd bij hen bepaald of ze het normale allel (allel 1) of het afwijkende, gunstige allel (allel 2) van het lang-leven- gen hadden. Alleen bij mensen die twee kopieën van allel 2 hebben, ging het geheugen minder snel achteruit. Van deze groep kregen ook veel minder mensen alzheimer.
Over allel 2 worden vier beweringen gedaan.
Vraag 32 2 punten
Welke bewering is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Allel 2 is ontstaan door een puntmutatie in het DNA. Deze mutatie leidt tot een eiwit met één afwijkend aminozuur: in plaats van isoleucine wordt valine ingebouwd.
Vraag 33 1 punt
Welke verandering in het RNA (mRNA) heeft geleid tot het afwijkende aminozuur?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Een medicijnfabrikant heeft het medicijn torcetrapib ontwikkeld dat hetzelfde effect zou moeten hebben op de verhouding tussen LDL en HDL als het gunstige allel (allel 2). Gebruik van dit medicijn is mogelijk een manier om slagaderverkalking tegen te gaan.
Tijdens een onderzoek naar dit medicijn werd de werking getest op 850 patiënten met slagaderverkalking. Een aantal van de proefpersonen kreeg het torcetrapib toegediend gedurende twee jaar, een andere groep kreeg twee jaar een placebo. Gedurende de periode van het onderzoek werd de LDL- en HDL-concentratie en de bloeddruk gemeten. In afbeelding 1 zijn de resultaten van dit experiment weergegeven.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
De medicijnfabrikant stopte na dit experiment met het onderzoek. Redenen om te stoppen kunnen zijn:
1 Het medicijn heeft een ongunstige bijwerking.
2 Het medicijn heeft geen gunstige invloed op de verhouding tussen LDL en HDL.
Vraag 34 2 punten
Wat is de reden of wat zijn de redenen geweest dat de ontwikkeling van torcetrapib werd gestopt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Methaan uit koeienwinden: broeikaseffect of duurzame energie?
Koeien produceren in hun spijsverteringskanaal grote hoeveelheden brandbaar methaangas (CH4). Het opvangen (afbeelding 1) en gebruiken van koeienwinden als duurzame energiebron lijkt dan ook een voor de hand liggende gedachte.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Wetenschappers proberen echter de methaanproductie bij koeien te verkleinen, omdat methaan een zeer sterk broeikasgas is. Hiervoor doen zij onderzoek naar het verband tussen de voerefficiëntie en de methaanproductie van een koe. De voerefficiëntie is de hoeveelheid melk die een koe per kilogram voer produceert. In de pens, de eerste grote maag van een koe, wordt gras afgebroken door micro-organismen. De tussenproducten komen beschikbaar voor de koe. Methaanbacteriën, die zich ook in de pens bevinden, vergisten enkele van die tussenproducten tot methaan. Het methaangas komt vrij via winden en oprispend gas. Per dag produceert een koe honderden liters methaangas.
De celwanden van cellen van gras bestaan uit cellulose. Cellulose wordt afgebroken door cellulase in de pens van de koe.
Vraag 35 1 punt
Tot welke scheikundige groep behoort cellulase?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Om inzicht te krijgen in de manier waarop bacteriën gras afbreken, bekijkt een wetenschapper een monster van de maaginhoud van een koe met een microscoop. Hij ziet diverse volledige cellen, waaronder cellen van gras, bacteriën en dekweefselcellen van de maagwand van de koe.
Vraag 36 2 punten
Welk kenmerk is bruikbaar om met zekerheid te kunnen vaststellen dat een bepaalde cel een bacterie is?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Methaan is een prima brandstof. Bij de verbranding van methaan ontstaat koolstofdioxide en water. Methaan is het hoofdbestanddeel van aardgas dat we voor verwarming van het huis en voor koken gebruiken. Als we in staat zouden zijn om het methaangas uit de koeienmagen te gebruiken als brandstof in plaats van aardgas, zou dat een bijdrage kunnen leveren aan de afremming van het versterkte broeikaseffect.
Vraag 37 2 punten
Beredeneer hoe het verbranden van methaan uit koeienmagen in plaats van methaan uit aardgas het versterkte broeikaseffect afremt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- methaan (uit koeienmagen) door verbranding niet in de atmosfeer terechtkomt (1p)
- methaan een sterker broeikasgas is dan CO2 (1p)
Als de gassen uit de pens van een koe opgevangen worden, is meetbaar hoeveel methaan een koe uitstoot (afbeelding 1). Er blijkt een verband te zijn tussen de methaanuitstoot en de voerefficiëntie. Hoe meer melk een koe per kilogram voer maakt, hoe minder methaan wordt uitgestoten. Naast een effect op het versterkte broeikaseffect heeft een hoge voerefficiëntie ook andere milieuvoordelen.
Vraag 38 2 punten
Beschrijf een ander milieuvoordeel van een hoge voerefficiëntie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een juist antwoord:
- Er is minder land nodig voor de productie van veevoer waardoor minder oerwoud wordt gekapt.
- Als er minder veevoer geproduceerd hoeft te worden zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig.
- Er is minder transport van veevoer nodig waardoor er minder uitstoot is van schadelijke stoffen.
- Koeien hebben minder voer nodig waardoor de mestproductie vermindert.
Zon en hitte
Lisa is met haar vriendinnen Jaimy en Julia naar Chersonissos gegaan om lekker vakantie te vieren in de zon. Zonnen is heerlijk, maar te veel zon kan verbranding en huidkanker veroorzaken. Ook de ogen lopen risico.
Tijdens het shoppen ziet Lisa een mooie zonnebril. Ondanks dat deze bril geen uv-bescherming heeft, wil ze hem toch graag kopen. Jaimy zegt dat door het dragen van zo’n bril de ogen beschadigd kunnen raken.
Vraag 39 2 punten
Beredeneer dat Lisa in de felle zon een grotere kans heeft op verlies van gezichtsvermogen met de zonnebril zonder uv-bescherming dan zonder zonnebril.
Bekijk het antwoord
- (door de zonnebril) de pupillen wijder worden / de oogleden minder samengeknepen worden (waardoor meer uv-licht op het netvlies valt) (1)
- zintuigcellen / staafjes en kegeltjes worden beschadigd (door uv-licht waardoor verlies in gezichtsvermogen optreedt) (1)
De meisjes hebben niet allemaal hetzelfde erfelijk bepaalde huidtype. In tabel 1 staat een indeling van de verschillende huidtypen. In de derde kolom staat hoelang iemand onbeschermd in de zon kan verblijven voordat er verbrandingsverschijnselen optreden bij een zonkracht met sterkte 1. De zonkracht kan in Europa variëren tussen 0 en 15. Lisa heeft huidtype 1 en kan volgens tabel 1 bij zonkracht 1 dus 60 minuten onbeschermd in de zon liggen. Bij een sterkere zonkracht moet de maximale tijd bij zonkracht 1 worden gedeeld door de zonkracht. Voor Lisa betekent dit, dat ze bij zonkracht 3 dan 20 minuten onbeschermd kan zonnen. Deze tijd kan verlengd worden als ze zich insmeert met zonnebrandcrème. Crème met een factor 20 die dik genoeg is aangebracht, zorgt ervoor dat je 20 keer zo lang in de zon kunt verblijven zonder te verbranden.
[tabel 1: zie het originele examen] huidtype omschrijving maximale tijd onbeschermd in de zon bij zonkracht 1
1 zeer lichte huid; verbrandt zeer snel; 60 minuten wordt niet bruin
2 lichte huid; verbrandt snel; 100 minuten wordt langzaam bruin
3 licht getinte huid; verbrandt zelden; 200 minuten wordt gemakkelijk bruin
4 getinte huid; verbrandt bijna nooit; 300 minuten bruint zeer goed
Jaimy heeft huidtype 3 en Julia heeft huidtype 2.
Vraag 40 2 punten
Is het genotype voor huidskleur van Jaimy hetzelfde als dat van Julia of verschillend? En het fenotype?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (2)
genotype fenotype
A gelijk gelijk
B gelijk verschillend
C verschillend gelijk
D verschillend verschillend
De meisjes smeren zich regelmatig goed in met een zonnebrandcrème met factor 30. Op hun eerste stranddag is de zonkracht 10.
Vraag 41 1 punt
Bereken hoeveel minuten Julia, volgens tabel 1, maximaal kan blijven zonnen voordat ze verbrandingsverschijnselen krijgt. Noteer je berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als een juiste berekening met het juiste antwoord is gegeven.
Op het strand spelen de vriendinnen een potje beachvolleybal. Het is windstil en de buitentemperatuur is ongeveer 34 ºC. Ze spelen erg fanatiek, maar moeten na enige tijd stoppen omdat Julia zich niet goed voelt door de warmte. Ze wil een ijskoude douche nemen maar Lisa zegt dat ze beter een lauwe douche kan nemen omdat ze dan sneller haar warmte kwijtraakt dan tijdens een ijskoude douche.
Vraag 42 2 punten
Welk effect van een ijskoude douche geeft hiervoor een verklaring?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-3/ha-1018-a-21-3-o
Andere examens biologie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen biologie havo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 40. Van 38 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (10), zenuwstelsel en hormonen (6) en bloedsomloop (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-3/ha-1018-a-21-3-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.