Eindexamen biologie havo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Schrik voor een prik, Bon biní na Boneiru (Welkom op Bonaire), Oma’s aan de top, Kiezen voor vegan, De Vel-bloedgroep, Katten bekennen kleur, Paarden voeren zonder brokken.
Het centraal examen biologie havo 2026, tijdvak 2 telt 45 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (10), voeding en vertering (10) en erfelijkheid (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 2, 9, 12-18, 29 | 10 |
| Voeding en vertering | 21-24, 28, 40-41, 43-45 | 10 |
| Erfelijkheid | 19, 30-32, 36, 38-39 | 7 |
| Ademhaling | 4-6, 25 | 4 |
| DNA en eiwitsynthese | 27, 33-35 | 4 |
| Afweer | 1, 3, 8 | 3 |
| Planten en fotosynthese | 10-11, 42 | 3 |
| Bloedsomloop | 7, 26 | 2 |
| Gedrag | 20 | 1 |
| Cellen | 37 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over voeding en vertering (22% van de vragen, gemiddeld 8%) en erfelijkheid (16% van de vragen, gemiddeld 8%). Minder over zenuwstelsel en hormonen (0% van de vragen, gemiddeld 12%) en evolutie (0% van de vragen, gemiddeld 8%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Schrik voor een prik
Sinds 2020 krijgen mensen die ouder zijn dan zestig jaar een uitnodiging voor een vaccinatie tegen pneumokokkenziekte. Mevrouw Hertogs komt naar het vaccinatiespreekuur, waar doktersassistente Vicky de prikken zet.

Pneumokokkenziekte wordt veroorzaakt door de pneumokokbacterie (Streptococcus pneumoniae, zie afbeelding). Veel kinderen en volwassenen hebben pneumokokbacteriën in het slijmvlies van hun neusholte. Zolang mensen gezond zijn, hebben ze geen voordeel of nadeel van deze bacteriën. Ze kunnen de bacteriën wel verspreiden door hoesten of niezen.
Bij ouderen met een verminderde afweer kan de pneumokokbacterie de dekweefselcellen van de luchtwegen passeren. De bacterie komt dan in het inwendig milieu terecht, waar die een ernstige longontsteking kan veroorzaken.
In de neusholte bevinden zich een fysische en een (bio)chemische barrière van de aangeboren afweer tegen het binnendringen van de pneumokokbacterie.
Vraag 1 2 punten
Welke fysische barrière is dit? En welke (bio)chemische barrière? Gebruik je informatieboek.
(bio)chemische barrière (fysische barrière)/(A hoornlaag)
lage pH
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
D (2)
Tussen de mens en de pneumokokbacterie is sprake van symbiose. In het neusslijmvlies is de symbiose anders dan in het inwendig milieu.
Vraag 2 2 punten
Welke vorm van symbiose is het meest passend bij de symbiose die optreedt in het neusslijmvlies? En welke bij die in het inwendig milieu? neusslijmvlies
(inwendig milieu)/mutualisme
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B (2)
Vicky vertelt aan mevrouw Hertogs dat bij gezonde mensen de kans klein is dat de pneumokokbacterie het inwendig milieu bereikt. Bij iemand die een virusinfectie heeft in de luchtwegen is die kans groter.
Vraag 3 1 punt
Verklaar op celniveau waardoor zo’n virusinfectie de kans op binnendringen van de pneumokokbacterie vergroot.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat de (luchtweg)virussen cellen van de luchtwegen kapotmaken (waardoor de bacterie kan binnendringen).
De diffusiesnelheid V van zuurstof vanuit de longblaasjes naar het bloed, kan worden bepaald met de volgende formule:
- D is de diffusieconstante.
V = D ×A × x ( c₂ − c ₁) − A is de oppervlakte van de longblaasjes. − (c₂ – c₁) is het verschil in zuurstofconcentratie tussen bloed en lucht in de longblaasjes.
- x is de diffusieafstand.
In het inwendig milieu van de longen kunnen pneumokokbacteriën een longontsteking veroorzaken. Bij een longontsteking komt er meer vocht met witte bloedcellen in de longblaasjes. Hierdoor verandert de diffusiesnelheid van zuurstof vanuit de longblaasjes naar de longhaarvaten.
Een factor in de formule wordt groter.
Vraag 4 2 punten
Welke factor wordt groter door de slijmvorming? En hoe verandert dat de diffusiesnelheid?
| factor die groter wordt | diffusiesnelheid wordt | |
|---|---|---|
| A | A | groter |
| B | A | kleiner |
| C | (c₂ – c₁) | groter |
| D | (c₂ – c₁) | kleiner |
| E | x | groter |
| F | x | kleiner |
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
F (2)
Wanneer mevrouw Hertogs de naald ziet, raakt ze gestrest. Ze gaat hyperventileren: door activiteit van haar ademcentrum neemt haar ademhalingsfrequentie toe.
Vraag 5 1 punt
Waar bevindt zich het ademcentrum?

Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A (1)
Voor mensen met prikangst heeft Vicky een speciale app op haar smartphone. Ze laat mevrouw Hertogs via deze app een spelletje spelen. In het spelletje krijgt mevrouw Hertogs opdrachten die ervoor zorgen dat ze meer ontspant. Hierdoor stopt het hyperventileren.
Tijdens het spelen monitort de app stressreacties in het gezicht, zoals transpiratie, pupilgrootte, het bleek of rood worden van de huid en de hartslagfrequentie.
Hieronder staan uitspraken over stressreacties.
1 De pupil wordt groter onder invloed van het orthosympathisch deel van het autonoom zenuwstelsel.
2 Door transpiratie neemt de lichaamstemperatuur toe.
3 Adrenaline stimuleert de hartslagfrequentie.
Vraag 6 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
1 juist 2 onjuist 3 juist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Het bleek worden is het gevolg van het samentrekken van spiertjes van bepaalde bloedvaten in het gezicht.
Vraag 7 1 punt
In welk type bloedvaten trekken spiertjes samen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C (1)
Wanneer mevrouw Hertogs ontspannen is, kan Vicky haar vaccineren. Het vaccin biedt een aantal jaren bescherming tegen de pneumokokkenziekte.
Vraag 8 1 punt
Wat zit er in het vaccin?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A (1)
Bon biní na Boneiru (Welkom op Bonaire)
Destiny is gids op Bonaire, een van de eilanden van Caribisch Nederland. Ze gaat met toeristen kajakken in Lac Cai.
Lac Cai (afbeelding 1) is een beschermd natuurgebied met zeegrasvelden en mangrovebos. Er groeit veel rode mangrove (Rhizophora mangle, afbeelding 2). Deze boomsoort heeft roodbruine wortels die uit de stam groeien.
De bomen staan in ondiep, zout water. Op de bodem bevindt zich een grote hoeveelheid afgevallen dode bladeren tussen de wortels. Dit bladafval leidt ertoe dat de bodem er zuurstofarm is.

Vraag 9 1 punt
Verklaar hoe de grote hoeveelheid bladafval op de bodem leidt tot zuurstofarme omstandigheden.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat het bladafval wordt afgebroken door bacteriën/micro-organismen/reducenten (waarbij zuurstof verbruikt wordt).
Opmerking
Als de kandidaat schimmels noemt in plaats van bacteriën, dit niet aanrekenen.
Destiny laat zien dat de zwarte mangrove (Avicennia germinans) speciale ademwortels heeft die net boven het wateroppervlak uitsteken. Ze vertelt dat via gaatjes in deze ademwortels zuurstof wordt opgenomen en wordt getransporteerd naar de weefsels in de wortels. Daar wordt de zuurstof verbruikt.
Vraag 10 1 punt
Wanneer vindt zuurstofverbruik in de wortels plaats?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C (1)
Destiny plukt bladeren van de zwarte mangrove en laat de toeristen eraan likken. Die bladeren smaken heel zout. Dit komt doordat de bladeren speciale klieren hebben om zout uit te scheiden. Hiermee reguleert de zwarte mangrove de osmotische waarde van de cellen van de bladeren.
Vraag 11 2 punten
Wordt de osmotische waarde van de bladcellen hoger of lager door de uitscheiding van zouten? En via welke vorm van transport worden zoutionen uitgescheiden?
osmotische waarde cellen wordt (uitscheiding via)/(actief transport)
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D (2)
afbeelding 3
De zeegrasvelden (afbeelding 3)

in Lac Cai bestaan grotendeels uit twee soorten zeegras: Thalassia testudinum en Syringodium filiforme. Sinds 2010 groeit ook de zeegrassoort Halophila stipulacea in Lac Cai. Deze soort is waarschijnlijk meegekomen met schepen vanuit de Rode zee.
Vraag 12 1 punt
Geef de biologische term voor een soort die zich door menselijk toedoen vestigt buiten zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied.
Bekijk het antwoord
exoot
Opmerking
Aan het antwoord “invasieve soort” of “uitheemse soort” het scorepunt toekennen.
H. stipulacea kan het inheemse zeegras T. testudinum verdringen. Waarschijnlijk speelt eutrofiëring daarbij een belangrijke rol.
Vraag 13 2 punten
Beredeneer hoe eutrofiëring zou kunnen bijdragen aan de verdringing van T. testudinum door H. stipulacea. Geef hierbij aan wat eutrofiëring is, en wat de rol is van licht bij de verdringing.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- (door eutrofiëring) meer voedingstoffen/mineralen/stikstofverbindingen beschikbaar zijn, waardoor H. stipulacea sneller kan groeien (dan T. testudinum), (1)
- (waardoor) er concurrentie om licht ontstaat / H. stipulacea het licht wegneemt (en T. testudinum verdrongen wordt). (1)
Op Bonaire gaat de verdringing van T. testudinum door H. stipulacea veel langzamer dan op het buureiland Aruba. Onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat in de zee rondom Bonaire de diversiteit aan vissen groter is dan op Aruba.
Sommige vissoorten eten van het zeegras, waardoor ze de groei van zeegras kunnen beperken.
Om de diversiteit te bepalen, plaatsten de onderzoekers een groot aantal onderwatercamera’s in gebieden bij Bonaire en Aruba. Vervolgens telden ze het aantal vissen en het aantal vissoorten. De resultaten staan in tabel 1.
tabel 1
| totaal aantal vissen | aantal vissoorten | |
|---|---|---|
| bij Bonaire | 566 | 28 |
| bij Aruba | 472 | 14 |
Om de resultaten op Bonaire en Aruba te kunnen vergelijken, selecteerden de onderzoekers gebieden waar de abiotische factoren zoveel mogelijk overeenkomen.
Vraag 14 2 punten
Noteer twee abiotische factoren die in beide onderzoeksgebieden gelijk moeten zijn om de diversiteit aan vissen te kunnen vergelijken.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juiste abiotische factor: − waterdiepte
− watertemperatuur − hoeveelheid nutriënten − zon/lichtsterkte − stromingssnelheid − zuurstofgehalte − zoutconcentratie
per juist genoemde factor (1)
Hieronder staan uitspraken over het onderzoek.
1 De diversiteit aan vissen is groter op Bonaire dan op Aruba.
2 Een grotere diversiteit aan vissen gaat de verdringing van T. testudinum door H. stipulacea tegen.
3 Doordat vissen eten van H. stipulacea, wordt de verdringing van T. testudinum verhinderd.
Vraag 15 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak wel een conclusie of geen conclusie kan zijn uit de resultaten in tabel 1.
Bekijk het antwoord
1 wel (een conclusie) 2 geen (conclusie) 3 geen (conclusie)
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
De toeristen hebben genoten van de prachtige natuur van Lac Cai. Een van hen voelt zich ook een beetje schuldig, omdat bij vliegreizen veel broeikasgassen vrijkomen. Het versterkt broeikaseffect kan leiden tot aantasting van de natuurgebieden van Bonaire.
Vraag 16 1 punt
Verklaar hoe het versterkt broeikaseffect kan leiden tot aantasting van de natuur van Bonaire.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
− Door het versterkt broeikaseffect warmt het water op, waardoor soorten verdwijnen.
− Het leidt tot zeespiegelstijging, waardoor natuurgebieden in Bonaire onder water komen te staan.
Oma’s aan de top
Sophie studeert Kust- en Zee-management. Voor haar stage mariene biologie neemt ze deel aan onderzoek naar orka’s.

Orka’s (Orcinus orca) zijn zeezoogdieren die behoren tot de tandwalvissen. Ze leven in familiegroepen.
Orka’s eten voornamelijk vissen. Ook eten ze inktvissen, zeehonden, kleine walvissoorten en zeevogels. Vissen, inktvissen en kleine walvissoorten voeden zich met zoöplankton.
Zeevogels leven van vis.
Inktvissen, vissen en zeevogels worden gegeten door zeehonden. Algen zijn het voedsel voor zoöplankton.
In de tekst in het bovenstaande informatiekader is een voedselweb beschreven.
Vraag 17 2 punten
− Noteer de producenten uit dit web.
- Noteer de naam van de ecologische relatie tussen de kleine walvissoorten en de inktvis.
Bekijk het antwoord
- algen (1)
- concurrentie (1)
Opmerking
Aan het antwoord “competitie” het tweede scorepunt toekennen.
De orka is onderdeel van het voedselweb in het informatiekader.
Vraag 18 2 punten
Tot welke orde of ordes van consumenten behoort de orka volgens deze informatie?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
E (2)
Bij de meeste diersoorten blijven de vrouwtjes hun hele leven vruchtbaar. Bij de orka en enkele andere tandwalvissoorten hebben de vrouwtjes een menopauze, net als bij de mens. Na de menopauze zijn orkavrouwtjes niet meer vruchtbaar. Deze orka’s worden oma’s genoemd.
Hieronder staat de evolutionaire stamboom van tandwalvissen. Deze stamboom is gemaakt op basis van DNA-onderzoek.

Hieronder staan uitspraken over de stamboom van tandwalvissen.
1 Uit de stamboom blijkt dat de voorouder van alle tandwalvissen een menopauze had.
2 De witlipdolfijn is nauwer verwant aan de orka dan aan de bruinvis.
3 Het DNA van de beluga komt het meest overeen met het DNA van de narwal.
Vraag 19 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is op basis van de stamboom.
Bekijk het antwoord
1 onjuist 2 juist 3 juist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Sophie loopt stage bij wetenschappers die de rol van de oma’s in de familiegroepen onderzoeken.
De oma’s hebben veel kennis over het leefgebied. Sophie heeft tijdens haar stage de oma’s binnen één groep orka’s bestudeerd. Zij zag dat de zwempositie van de oma’s samenhangt met de hoeveelheid zalm in de zee. De resultaten van haar observaties zijn in de afbeelding schematisch weergegeven.

De wetenschappers denken dat de populatie orka’s een betere overlevingskans heeft door de kennis en het gedrag van de oma’s.
Vraag 20 2 punten
Beredeneer hoe de zwempositie van de oma’s de overlevingskans van de populatie orka’s vergroot.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- meer oma’s vooraan zwemmen als er weinig voedsel is, (1)
- (waardoor) de populatie meer voedsel kan vinden (en de overlevingskans toeneemt). (1)
Opmerking
Aan een antwoord als “Bij een grote hoeveelheid zalm zwemmen de oma’s achteraan, waardoor de jonge vrouwtjes en jongen meer eten hebben”, in totaal 1 scorepunt toekennen.
Kiezen voor vegan
Michael wil veganistisch (vegan) gaan eten, omdat dat beter is voor het milieu. Hij wil wel voldoende eiwitten binnenkrijgen.
Als je veganistisch eet, eet je geen dierlijke producten. Vlees, vis en zuivel zijn echter een belangrijke bron van eiwitten. Veganisten moeten daarom plantaardige voedingsmiddelen eten met voldoende eiwitten. Ook moeten zij er extra op letten dat ze genoeg mineralen en vitamines binnenkrijgen.

In het spijsverteringskanaal worden eiwitten afgebroken tot aminozuren. Hieronder staan delen van het spijsverteringsstelsel.
- mondholte
- maag
- twaalfvingerige darm
- dunne darm
- dikke darm
Vraag 21 2 punten
In welke van deze delen worden enzymen toegevoegd aan de voedselbrij die betrokken zijn bij de eiwitafbraak? Noteer deze delen. Gebruik je informatieboek.
Bekijk het antwoord
maag – twaalfvingerige darm – dunne darm
indien alleen de drie juiste delen (2)
indien de drie juiste delen en één onjuist deel (1)
indien alleen twee juiste delen (1)
in alle andere gevallen (0)
Hieronder staan uitspraken over aminozuren.
1 Aerobe dissimilatie van aminozuren levert energie op.
2 De hoeveelheid aminozuren in het bloed wordt geregeld door de hormonen glucagon en insuline.
3 Een teveel aan aminozuren wordt in het lichaam als eiwitreserve opgeslagen.
Vraag 22 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
1 juist 2 onjuist 3 onjuist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Michael gaat op zoek naar plantaardige producten die de essentiële aminozuren bevatten die hij nodig heeft voor de opbouw van eiwitten in zijn lichaam.
Vraag 23 1 punt
Verklaar waardoor essentiële aminozuren in de voeding aanwezig moeten zijn.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat essentiële aminozuren niet (in de lever) gevormd kunnen worden.
In dierlijke eiwitproducten zijn essentiële aminozuren meestal in een goede verhouding aanwezig. Voor plantaardige producten geldt dat niet. Door verschillende plantaardige producten te combineren, kan je toch de essentiële aminozuren in een goede verhouding binnenkrijgen. Michael vindt op internet een tabel met informatie over eiwitten en de meest voorkomende aminozuren in witte bonen en rundvlees.
| witte bonen | rundvlees | |
|---|---|---|
| eiwit in g per 100 g | 9,73 | 26,29 |
| percentage energie afkomstig uit eiwit | 28 | 61 |
| aminozuur | percentage van de aanwezige aminozuren | |
| asparagine + asparaginezuur | 12,7 | 9,4 |
| glutamine + glutaminezuur | 16,0 | 15,1 |
| leucine | 8,0 | 7,8 |
| lysine | 6,9 | 8,3 |
Hieronder staan uitspraken over de tabel.
1 Van de aanwezige aminozuren is in witte bonen het percentage essentiële aminozuren hoger dan in rundvlees.
2 100 gram witte bonen bevat meer leucine dan 100 gram rundvlees.
3 Het grootste deel van de energie in rundvlees wordt geleverd door eiwitten.
Vraag 24 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
1 onjuist 2 onjuist 3 juist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Michael moet erop letten dat hij voldoende ijzer binnenkrijgt. IJzer dat in groenten aanwezig is, wordt namelijk niet altijd goed door het lichaam opgenomen. Hierdoor kan er een tekort aan hemoglobine ontstaan. Dit kan leiden tot klachten zoals vermoeidheid en duizeligheid.
Vraag 25 2 punten
Leg uit hoe een tekort aan hemoglobine kan leiden tot vermoeidheid.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- (door een tekort aan hemoglobine) er minder zuurstof (naar de cellen/weefsels) wordt vervoerd, (1)
- (waardoor) er minder dissimilatie/verbranding/energieproductie/ATPproductie is (wat vermoeidheid tot gevolg heeft). (1)
Michael leest op een forum dat vegan eten beter is voor je nieren. Een vegan dieet bevat vaak meer kalium en minder natrium. Dit heeft een bloeddrukverlagend effect. Een hoge bloeddruk is een van de oorzaken van nierproblemen.
Vraag 26 1 punt
In welk deel van de nieren is de bloeddruk het hoogst?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A (1)
Veganisten kunnen ook een tekort krijgen aan vitamine B12. De meeste veganisten gebruiken voedingssupplementen met vitamine B12. Michael wil weten of die voedingssupplementen wel echt veganistisch zijn.
Op internet leest hij:
Vitamine B12 in supplementen wordt gemaakt door bacteriën in een laboratorium. Hiervoor worden vaak bacteriestammen gebruikt waarin genetische veranderingen zijn opgewekt door blootstelling aan straling of chemicaliën. Soms ontstaat daardoor bij één bacterie toevallig een kleine genetische verandering in een gen waardoor die bacterie meer B12 gaat produceren. Na selectie wordt deze mutante bacterie vermenigvuldigd tot grote aantallen.
Vraag 27 2 punten
Is de mutatie een genoommutatie of een puntmutatie? En is er bij de selectie van de mutante bacterie sprake van kunstmatige of natuurlijke selectie?
type mutatie
(vorm van selectie)/(kunstmatige selectie)
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C (2)
Vraag 28 1 punt
Is het B12-voedingssupplement wel of niet veganistisch? Licht je antwoord toe.
Bekijk het antwoord
wel (veganistisch) met een juiste toelichting
voorbeelden van een juiste toelichting:
− Het supplement is gemaakt door bacteriën en dat zijn geen dieren. − Bij de productie van B12 zijn geen dieren gebruikt.
Michael vertelt aan zijn ouders wat het milieuvoordeel is van veganistisch eten. Hij stelt:
Als iedereen veganistisch zou eten, zou er veel minder landbouwgrond nodig zijn.
Vraag 29 3 punten
Leg de stelling van Michael uit aan de hand van de energiestroom door de voedselketen. Gebruik je informatieboek.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
− Wanneer mensen plantaardig voedsel eten, gaat alle energie uit die producten meteen naar mensen. Eten de mensen vlees, dan gaat een deel van de energie verloren, doordat het dier er zelf een deel van heeft gebruikt voor dissimilatie. Er hoeven minder planten geteeld te worden, waardoor er dus minder landbouwgrond nodig is. − Bij plantaardig voedsel is de voedselketen korter, waardoor er minder warmteverlies is. Er hoeft dan minder voedsel verbouwd te worden om mensen te voeden, waardoor minder landbouwgrond gebruikt hoeft te worden.
- het inzicht dat in elke schakel van de voedselketen energie verloren gaat (1)
- het inzicht dat (vergeleken met niet-veganistisch eten) de voedselketen bij veganistisch eten korter is (1)
- het inzicht dat (bij veganistisch eten) minder productie van planten nodig is (waardoor er minder landbouwgrond nodig is) (1)
Opmerking
Als de kandidaat in het antwoord biomassa gebruikt in plaats van energie, dit niet aanrekenen.
De Vel-bloedgroep
Isa, Kate en Mounir werken aan een profielwerkstuk over bloedgroepen. Behalve de resusfactor en de bloedgroep uit het AB0-systeem, wordt tegenwoordig bij een bloedtransfusie ook de Vel-bloedgroep gecontroleerd.
Een op de vijfduizend mensen heeft geen Vel-eiwit op het celmembraan van de rode bloedcellen. Deze personen zijn Vel-negatief.
Na transfusie met Vel-positief bloed kan bij hen een levensgevaarlijke klontering ontstaan.
Het Vel-eiwit werd in 1952 ontdekt toen bloedklontering werd waargenomen na een tweede bloedtransfusie bij een patiënt: mevrouw Vel. Ze had rode bloedcellen ontvangen van een donor met dezelfde AB0- bloedgroep en dezelfde resusbloedgroep.
Isa, Kate en Mounir doen elk een uitspraak over deze tweede bloedtransfusie. Ga ervan uit dat bij de transfusies alleen rode bloedcellen gedoneerd werden.
Isa: De gedoneerde rode bloedcellen bevatten Vel-antigenen. Kate: De rode bloedcellen van mevrouw Vel bevatten antistoffen tegen de Vel-eiwitten.
Mounir: Door de eerste transfusie zijn B-cellen geactiveerd bij mevrouw Vel.
Vraag 30 2 punten
Schrijf de namen Isa, Kate en Mounir onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
Isa: juist Kate: onjuist Mounir: juist
indien drie correct (2)
indien twee correct (1)
indien minder dan twee correct (0)
Het gen dat codeert voor het Vel-eiwit is het SMIM1-gen. Dit gen bestaat uit 237 nucleotiden. Er is ook een variant van het SMIM1-gen die uit 220 nucleotiden bestaat. Dit allel is ontstaan door een mutatie en codeert niet voor een Vel-eiwit.
Normaal komt het SMIM1-gen tot expressie bij de vorming van rode bloedcellen uit bloedstamcellen.
Hieronder staan processen die daarbij plaatsvinden. 1 het aflezen van het DNA 2 het inbouwen van het eiwit in de celmembraan 3 het transport van het mRNA uit de kern 4 het vormen van de keten van aminozuren aan een ribosoom 5 het vouwen van de polypeptideketen
Vraag 31 1 punt
In welke volgorde vinden deze processen plaats? Noteer de bijbehorende nummers in de juiste volgorde.
Bekijk het antwoord
1 – 3 – 4 – 5 – 2
Bloedbanken zijn altijd op zoek naar bloeddonoren met Vel-negatief bloed, omdat er daar maar weinig van zijn. Isa, Kate en Mounir gaan naar de bloedbank om te kijken of zij zo’n bloeddonor kunnen worden. Bij ieder wordt een buisje bloed afgenomen.
In het laboratorium wordt DNA geïsoleerd uit het bloed. Het SMIM1-gen wordt uit het DNA geknipt. Het DNA-fragment met dit gen wordt vermeerderd.
De DNA-fragmenten worden met gel-elektroforese gescheiden op basis van lengte. Hierbij gaan kleinere fragmenten sneller door de gel dan grotere fragmenten. In de afbeelding staan de resultaten van de gelelektroforese van de DNA-fragmenten van Isa, Kate en Mounir.

Vraag 32 2 punten
Wie zou geschikt kunnen zijn als bloeddonor voor een Vel-negatieve persoon? En wie zou geschikt kunnen zijn als bloeddonor voor een Velpositieve persoon?
| voor een Vel-negatieve persoon | voor een Vel-positieve persoon | |
|---|---|---|
| A | Isa | alleen Kate |
| B | Isa | alleen Mounir |
| C | Isa | zowel Isa als Kate als Mounir |
| D | Kate | alleen Kate |
| E | Kate | alleen Mounir |
| F | Kate | zowel Isa als Kate als Mounir |
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
F (2)
Katten bekennen kleur
Voor kattenfokker Benno is het belangrijk om te weten hoe de verschillende kleuren en vachtpatronen bij katten erfelijk bepaald zijn.
Benno fokt albino-katten, die een afbeelding 1 afbeelding 2 witte vacht hebben (afbeelding 1).
Deze katten hebben een mutatie in het gen voor tyrosinase. Dit gen ligt niet op een geslachtschromosoom. Donkergekleurde katten behoren tot het wildtype (afbeelding 2). Tyrosinase is nodig voor de vorming van het pigment melanine.
Tyrosinase zet de stof tyrosine om in de stof dopaquinine (reactie 1).


(reactie 1)
Uit dopaquinine wordt daarna via een aantal vervolgreacties melanine gevormd.
Vraag 33 1 punt
Wat is in reactie 1 het substraat en wat is het enzym? Noteer je antwoord als volgt:
substraat: ...
enzym: ...
Bekijk het antwoord
(substraat:) tyrosine (enzym:) tyrosinase
In het tyrosinase-gen van albino-katten ontbreekt op één plaats een nucleotide. Hierdoor kan er geen werkzame tyrosinase ontstaan. In de tabel zie je een gedeelte van de genetische code voor tyrosinase met de bijbehorende aminozuurvolgorde.
| nucleotidevolgorde | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | |
| wildtype | AGG | CUC | CCC | UCC | UCU | GCU | GAU | GUG | GAA | UUU | UGC | CUA | AGU |
| albino | AGG | CUC | CCU | CCU | CUG | CUG | AUG | UGG | AAU | UUU | GCC | UAA | GUC |
| aminozuurvolgorde | |||||||||||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | |
| wildtype | R | L | P | S | S | A | D | V | E | F | C | L | S |
| albino | R | L | P | P | W | W | M | W | N | F | A |
Vraag 34 1 punt
Is in de tabel de nucleotidevolgorde van DNA of van RNA weergegeven? Licht je antwoord toe.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat het RNA is omdat er U/uracil in aanwezig is.
Tyrosinase bij albino-katten is korter dan bij wildtype-katten.
Vraag 35 1 punt
Verklaar hoe de mutatie in het tyrosinase-gen ertoe leidt dat de gevormde tyrosinase korter is.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat door de mutatie (van de laatste base van codon 3) er een stopcodon ontstaat (codon 12).
Een kat met een niet-gemuteerd tyrosinase-allel (T) en een gemuteerd tyrosinase-allel (t) is donkergekleurd. Hieruit blijkt dat het niet-gemuteerde allel dominant is over het gemuteerde allel.
Vraag 36 2 punten
Leg uit hoe bij een heterozygote kat het niet-gemuteerde allel tot uiting komt in het fenotype.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- de kat (door het niet-gemuteerde allel) tyrosinase kan aanmaken, (1)
- (waardoor) melanine gevormd wordt (en de kat donker is). (1)
Er zijn bij katten ook nog twee andere mutaties van het tyrosinase-gen bekend: ts en tb. Deze allelen zijn recessief ten opzichte van het wildtype allel T. De allelen tb en ts coderen voor tyrosinase-enzymen die bij de lichaamstemperatuur van katten (38,5 °C) minder goed werken. Bij een lagere temperatuur werken die enzymen wel. De snuit, oren, poten en staart van katten met deze allelen zijn hierdoor donkerder van kleur.
Vraag 37 1 punt
Verklaar op molecuulniveau waardoor de enzymactiviteit afneemt als de temperatuur hoger wordt dan de optimumtemperatuur.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat eiwitten kapot gaan / dat eiwitten van vorm veranderen (waardoor ze niet meer functioneren).
Verschillende combinaties van allelen van het tyrosinase-gen kunnen leiden tot verschillende kleuringen. In afbeelding 3 staan verschillende kleuringen aangegeven met het bijbehorende genotype.

Siamese mink- Burmese kleuring kleuring kleuring ts ts ts tb tb tb
Hieronder staan uitspraken over de kleuringen.
1 De minkkleuring is een intermediair fenotype.
2 Tyrosinase gecodeerd door ts is beter bestand tegen hoge temperaturen dan tyrosinase gecodeerd door tb.
3 Bij een kat met Siamese kleuring hebben de huidcellen in de staart een ander genotype dan de huidcellen op de buik.
Vraag 38 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
1 juist 2 onjuist 3 onjuist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Mink-gekleurde katten zijn tegenwoordig erg populair. Benno wil daarom een kruising uitvoeren waarbij de kans op mink-gekleurde nakomelingen het grootst is.
Vraag 39 1 punt
Welke katten moet hij dan kruisen? Noteer de fenotypen (afbeelding 3).
Bekijk het antwoord
Siamese kleuring en Burmese kleuring
Paarden voeren zonder brokken
Koen heeft een paardenboerderij. In de wintermaanden voert hij de paarden bij met brokken krachtvoer. Hij onderzoekt of het mogelijk is om de paarden het hele jaar te voeren met gras en hooi (gedroogd gras) van zijn eigen graslanden, omdat dit duurzamer en goedkoper is.

Hooi bevat cellulose en zetmeel. De vertering en opname van deze koolhydraten verlopen bij paarden net als bij mensen. Net als mensen hebben paarden geen eigen enzymen voor de vertering van cellulose. Maar veel van de cellulose wordt verteerd door bacteriën in de blinde darm en dikke darm. De verteringsproducten worden opgenomen door de darmwand.
Hieronder staan uitspraken over vertering en opname van koolhydraten.
1 In de maag is de pH optimaal voor de werking van amylase.
2 In de dunne darm worden monosachariden opgenomen in het bloed.
3 Bij de afbraak van cellulose door bacteriën ontstaan organische stoffen.
Vraag 40 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
1 onjuist 2 juist 3 juist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Gras en hooi voor paarden mogen niet te veel fructaan bevatten. Fructaan is een koolhydraat dat is opgebouwd uit de monosachariden fructose en glucose. Wanneer paarden gras met veel fructaan eten, kunnen ze darmproblemen krijgen.
Een gedeelte van de monosachariden die overdag worden geproduceerd bij fotosynthese, wordt opgeslagen als fructaan. Als fructaan wordt omgezet, kunnen de producten worden gebruikt voor de groei van het gras. Een hoog fructaangehalte in gras kan ontstaan als de temperatuur ’s nachts lager is dan 5 °C. In het gras wordt fructaan dan nauwelijks omgezet.
Vraag 41 1 punt
De vorming van fructaan uit monosachariden is een voorbeeld van
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C (1)
Vraag 42 1 punt
Verklaar op molecuulniveau waardoor in koude nachten nauwelijks fructaan wordt omgezet.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat (bij een lage temperatuur) enzymen niet/nauwelijks actief zijn / dat moleculen langzamer bewegen (waardoor stofwisselingsprocessen langzamer verlopen).
Een paard maakt geen enzymen aan voor de vertering van fructaan. De fructaanmoleculen kunnen wel worden omgezet tot monosachariden door bacteriën in de dikke darm. Hierbij komen gassen vrij die zich ophopen en daardoor darmproblemen veroorzaken.
Vraag 43 2 punten
Welk gas komt vrij bij de bacteriële omzetting van fructaan? En gebeurt dit onder aerobe of anaerobe omstandigheden?
| gevormd gas | omstandigheden | |
|---|---|---|
| A | ammoniak (NH₃) | aeroob |
| B | ammoniak (NH₃) | anaeroob |
| C | methaan (CH₄) | aeroob |
| D | methaan (CH₄) | anaeroob |
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D (2)
Door de vorming van monosachariden in de dikke darm kan een paard ook last krijgen van diarree (waterige ontlasting).
Vraag 44 2 punten
Leg uit hoe diarree ontstaat door de vorming van monosachariden in de dikke darm.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- (door de toename van monosachariden) de concentratie (aan opgeloste stoffen) stijgt, / de osmotische waarde stijgt, (1)
- (waardoor) er minder water (uit de voedselbrij) wordt geresorbeerd/onttrokken. (1)
Koen wil weten welke grassoorten hij het best kan inzaaien. Op de website van een graszadenleverancier leest hij dat grassoorten worden ingedeeld in koeiengrassen en paardengrassen.

In het diagram zie je dat het fructaangehalte van grassen afhankelijk is van de grassoort en van het seizoen. Op basis van het fructaangehalte worden grassoorten ingedeeld als koeiengras of paardengras.
In het diagram is één grassoort aangegeven met de letter Q.
Hieronder staan uitspraken over de gegevens in het diagram.
1 De grassoort die in het voorjaar het hoogste fructaangehalte heeft, heeft ook in de zomer het hoogste fructaangehalte.
2 Paardengrassen bevatten zowel in het voorjaar als in de zomer gemiddeld minder fructaan dan koeiengrassen.
3 Gedurende het groeiseizoen neemt het fructaangehalte van soort Q toe.
Vraag 45 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is op basis van het diagram.
Bekijk het antwoord
1 onjuist 2 juist 3 onjuist
indien drie nummers correct (2)
indien twee nummers correct (1)
indien minder dan twee nummers correct (0)
Let op: de laatste vraag van dit examen staat op de volgende pagina.
Koen kiest een mengsel van de volgende grassen:
| Nederlandse naam | Latijnse naam |
|---|---|
| Engels raaigras | Lolium perenne |
| rood zwenkgras | Festuca rubra |
| straatgras | Poa annua |
| timotheegras | Phleum pratense |
| veldbeemdgras | Poa pratensis |
Vraag 46 2 punten
Hoeveel verschillende geslachten (genera) bevat het mengsel? En
Bekijk het antwoord
B (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens biologie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen biologie havo 2026, tijdvak 2 telt 45 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (10), voeding en vertering (10) en erfelijkheid (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-2/ha-1018-a-26-2-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.