Eindexamen biologie havo 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Designerkatten, Tuberculose-bacterie speelt verstoppertje, Terug naar de mammoetsteppe?, Witte haai wordt zelf prooi, Het gevaar van mestgassen, Paddentrek.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie havo 2023, tijdvak 2 loopt tot vraag 45. Van 43 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (15), afweer (6) en zenuwstelsel en hormonen (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie havo 2023, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Ecologie20-22, 28-35, 41-4415
Afweer6-7, 9, 11-136
Zenuwstelsel en hormonen14, 25-27, 36, 456
Erfelijkheid1-2, 4-54
Voeding en vertering3, 23, 37-384
DNA en eiwitsynthese15-173
Evolutie18-192
Gedrag39-402
Cellen101

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over ecologie (35% van de vragen, gemiddeld 23%). Minder over bloedsomloop (0% van de vragen, gemiddeld 10%) en planten en fotosynthese (0% van de vragen, gemiddeld 8%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Designerkatten

Romy wil graag een kat. Ze ziet op internet afbeelding 1 advertenties waarin katten worden aangeboden zonder vacht (sfinx-katten, afbeelding 1) en katten met korte poten (munchkin-katten). Deze ‘designerkatten’ zijn speciaal zo gefokt omdat sommige mensen dat mooi vinden. De eigenschappen waarop geselecteerd is, zijn echter erfelijke afwijkingen die nadelig zijn voor deze katten.

Het allel voor haarloosheid is ontstaan door een mutatie in een autosomaal gen dat een rol speelt bij de aanleg van haren. Het allel voor haarloosheid is recessief. De eerste sfinx-kat was Prune. Deze haarloze kater werd in 1966 geboren uit twee behaarde ouders. Toen Prune oud genoeg was, werd hij gekruist met zijn moeder Elisabeth. Elisabeth kreeg een nestje met haarloze en behaarde kittens (afbeelding 2).

[afbeelding 2: zie het originele examen]

Vraag 1 2 punten

− Maak een kruisingstabel van de kruising van Prune en Elisabeth. Gebruik de letters H en h.

  • Omcirkel in de kruisingstabel het genotype van de haarloze kittens en noteer de kans op een haarloze kitten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De kans op een haarloze kitten is ½.

  • h

Opmerking Als de kandidaat in een tabel zoals in het bovenste voorbeeld slechts eenmaal hh omcirkelt, het tweede scorepunt toekennen.

Toen Prune geboren werd, wist men nog niet of de eigenschap haarloosheid autosomaal of X-chromosomaal overerft.

Vraag 2 1 punt

Kan dat uit het nestje van Prune en Elisabeth wel afgeleid worden, of is dat nog steeds niet te bepalen?

  1. A Ja, het is autosomaal want het nestje bevat een haarloos vrouwtje.
  2. B Ja, het is autosomaal want het nestje bevat een haarloos mannetje.
  3. C Nee, het is nog steeds niet te bepalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Romy leest dat sfinx-katten door hun kaalheid per dag meer voedsel nodig hebben dan behaarde katten van gelijke grootte onder gelijke omstandigheden.

Vraag 3 2 punten

Leg uit waardoor een haarloze kat per dag meer voedsel nodig heeft dan een behaarde kat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat alleen noteert dat er energieverlies optreedt, het eerste scorepunt niet toekennen.

Ook de korte pootjes van munchkin- afbeelding 3 katten (afbeelding 3) worden veroorzaakt door een erfelijke aandoening. Het allel dat leidt tot korte poten erft autosomaal over. Embryo’s die homozygoot zijn voor dit allel, sterven in een vroeg stadium in de baarmoeder.

Twee munchkin-katten worden gekruist.

Vraag 4 2 punten

Welk percentage van de kittens die geboren worden uit deze kruising zal korte poten hebben?

  1. A 25%
  2. B 33%
  3. C 50%
  4. D 67%
  5. E 75%
  6. F 100%

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Romy besluit toch geen sfinx- of munchkin-kat aan te schaffen. Ze leest namelijk dat dierenartsen van de Universiteit Utrecht oproepen om het fokken van designerkatten te verbieden, omdat de kenmerkende eigenschappen nadelig zijn voor de kat. Ze onderbouwen hun oproep met biologische argumenten, waarin ze designerkatten vergelijken met normale soortgenoten.

Vraag 5 1 punt

Noteer een eigenschap van een designerkat en geef aan welk nadeel deze kat door deze eigenschap ondervindt ten opzichte van normale soortgenoten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − Haarloze katten hebben een grotere kans op huidkanker. − kaal; eerder huidbeschadigingen − Een haarloze kat zal in de winter niet naar buiten kunnen omdat hij dan veel sneller afkoelt dan een kat met een vacht. − Korte poten beperken een kat in zijn bewegingen. − korte poten; kan niet hoog springen − Door het ontbreken van snorharen kunnen haarloze katten minder goed hun omgeving waarnemen in het donker. (1)

Tuberculose-bacterie speelt verstoppertje

Vera gaat een half jaar stage lopen in Indonesië. Een aantal weken voor ze vertrekt, laat ze zich bij de GGD vaccineren. Een van de vaccinaties is tegen tbc.

Tbc (tuberculose) is een dodelijke infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis. Besmetting met de tbc- bacterie vindt meestal plaats via de longen en leidt tot langdurig hoesten. Door het uithoesten van kleine druppeltjes kan de bacterie worden overgedragen. Tegenwoordig is tbc goed te behandelen, maar wereldwijd sterven er elk jaar nog bijna 1,6 miljoen mensen aan.

Als Vera thuis vertelt over de afbeelding 1 vaccinaties, hoort ze dat haar opa tbc had toen hij twaalf jaar was. Voor een diagnose werd toen een röntgenfoto van zijn bovenlichaam gemaakt. In afbeelding 1 is een röntgenfoto van een tbc-patiënt te zien. Met de pijl wordt een lymfeknoop aangewezen die is vergroot als gevolg van een tbc-infectie.

Uit het beeld van de botten op de foto is niet af te leiden of de vergrote lymfeknoop zich links of rechts in de borstholte van de patiënt bevindt. Uit andere informatie op de foto is dit wel af te leiden.

Vraag 6 1 punt

Noteer of de vergrote lymfeknoop zich links of rechts in zijn borstholte bevindt. Noteer ook uit welke informatie op de foto je dit kan afleiden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de lymfeknoop links zit en dat dit kan worden afgeleid uit de positie van het hart / uit de kleinere linkerlong. (1)

Tuberculose kan een chronische ziekte worden als er littekenweefsel in de longblaasjes in het bovenste deel van de longen ontstaat. Door het littekenweefsel is dat deel van de longen minder rekbaar. Een aantal volumes van het ademhalingsstelsel zijn:

1 vitale capaciteit (VVC of VC)

2 totale longcapaciteit (VTC of TLC)

3 dode ruimte

Vraag 7 2 punten

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of het betreffende volume groter of kleiner is geworden door de vorming van littekenweefsel of gelijk is gebleven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 kleiner 2 kleiner 3 gelijk indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)

Vera’s opa werd opgenomen in een sanatorium in de bossen, waar hij moest rusten en schone lucht kon inademen. Samen met andere tbc- patiënten lag hij in een ruimte waar de ramen voortdurend wijd open stonden. Na een verblijf van twee jaar in het sanatorium kon hij naar huis. Het verblijf in een sanatorium was toen de enige behandelmethode voor tbc-patiënten. Om erachter te komen of deze behandelmethode ook echt effectief is, kan een natuurwetenschappelijk experiment worden opgezet met een groep die de behandeling krijgt en een controlegroep. Zo’n experiment is echter nooit uitgevoerd.

Vraag 8 1 punt

Noteer een medisch-ethische reden waarom zo’n experiment niet is uitgevoerd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Uit het antwoord moet blijken dat je (in het geval van een dodelijke infectieziekte) patiënten geen behandeling mag ontzeggen.

Om te testen of iemand tbc heeft, wordt de mantouxtest gebruikt. Hierbij wordt onderhuids een kleine injectie gegeven en wordt na drie dagen gekeken of er een afweerreactie opgetreden is. Als de injectieplek opzwelt, is het immuunsysteem eerder in aanraking gekomen met tbc.

Vraag 9 2 punten

Worden bij de mantouxtest antigenen of antistoffen geïnjecteerd? En zal er bij iemand die al tegen tbc gevaccineerd is wel of geen zwelling ontstaan?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (2)

geïnjecteerd met bij een gevaccineerd persoon

A antigenen wel een zwelling

B antigenen geen zwelling

C antistoffen wel een zwelling

D antistoffen geen zwelling

De arts bij de GGD vertelt dat veel mensen in Indonesië de tbc-bacterie bij zich dragen, maar er niet ziek van worden. Onder bepaalde omstandigheden kan de bacterie zich toch gaan vermenigvuldigen en wordt de besmette persoon alsnog ziek. Onlangs is ontdekt hoe Mycobacterium tuberculosis zich jarenlang kan verstoppen in het menselijk lichaam zonder ziekteverschijnselen te veroorzaken. Normaal gesproken worden bacteriën gefagocyteerd door macrofagen. In een macrofaag komen de bacteriën terecht in blaasjes (fagosomen) die versmelten met lysosomen. Vervolgens worden de bacteriën afgebroken door stoffen uit de lysosomen (afbeelding 2).

[afbeelding 2: zie het originele examen]

Vraag 10 1 punt

Van welk celorganel in de macrofaag zijn de lysosomen afgesplitst?

  1. A van de celkern
  2. B van een mitochondrium
  3. C van een ribosoom
  4. D van het golgi-systeem

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Tbc-bacteriën worden echter niet afgebroken door de stoffen uit het lysosoom, doordat ze stoffen uitscheiden die de pH in het fagosoom verhogen.

Vraag 11 1 punt

Verklaar waardoor de bacteriën niet worden afgebroken als de pH in het fagosoom verandert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat de werking van enzymen/lysozymen door de pH beïnvloed wordt. (1)

Een tbc-bacterie die niet wordt afgebroken, kan blijven leven in de macrofaag. Deze macrofaag brengt dan geen immuunreactie op gang.

Vraag 12 1 punt

Hoe komt het dat het specifieke afweersysteem niet reageert op deze macrofaag? De antigenen van Mycobacterium tuberculosis …

  1. A komen overeen met lichaamseigen antigenen.
  2. B worden afgebroken door stoffen uit het lysosoom.
  3. C worden niet gepresenteerd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vera leest in een informatiefolder het advies om in risicolanden in situaties met hoestende mensen vooral door de neus te ademen.

Vraag 13 1 punt

Noteer de naam van een weefsel in de neusholte dat de kans op een longinfectie zoals tbc verkleint.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan het antwoord “slijmproducerende cellen” of “trilhaarcellen”, het scorepunt toekennen.

Terug naar de mammoetsteppe?

In Siberië, ten noorden van de noordpoolcirkel, proberen wetenschappers een groot bebost toendra-gebied om te vormen tot een steppe, met als doel het ontdooien van de permafrost af te remmen. Deze steppe zou ook geschikt kunnen zijn voor de terugkeer van mammoeten.

Permafrost

  • grond die altijd bevroren is
  • komt voor in gebieden waar de temperatuur gemiddeld onder nul is, zoals in Alaska en Siberië. Nu de zomers daar als gevolg van het versterkt broeikaseffect langer duren en warmer zijn, ontdooit de bevroren grond steeds verder. Micro- organismen breken vervolgens de grote hoeveelheden organische resten van planten en dieren af. Hierbij komen onder andere CO2 en CH4 (methaan) vrij.

Het beschreven proces kan worden weergegeven in een regelkring (afbeelding 1) waarin de volgende processen voorkomen:

1 stofwisselingsactiviteit van reducenten

2 versterkt broeikaseffect

3 vrijkomen CO 2 en CH4

[afbeelding 1: zie het originele examen]

Vraag 14 2 punten

− Neem de regelkring over en noteer de nummers van de drie processen op de juiste plaats.

  • Noteer in de cirkels een + voor stimulering of een
  • voor remming.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • voor de drie nummers op de juiste plaats (1)
  • voor de drie plussen (1)

De onderzoekers Sergej en Nikita Zimov willen het toendrabos in Siberië omvormen tot een grassteppe met grote grazers. Ze hebben grote grazers uitgezet die gras en jonge boompjes eten. Deze dieren trappen in de winter de sneeuw plat, waardoor de kou dieper in de bodem door kan dringen en de permafrost zich kan herstellen.

Dit proces zou sneller gaan als er wolharige afbeelding 2 mammoeten (afbeelding 2) zouden rondlopen. Deze zijn echter zo’n 10.000 jaar geleden uitgestorven. Het genoom van de mammoet is wel bekend, doordat DNA is gevonden in de resten van mammoeten in de permafrost. Geneticus George Church werkt aan de terugkeer van de wolharige mammoet. Hij haalde bindweefsel- cellen uit een Aziatische olifant en verving in die cellen enkele genen door genen van de mammoet.

Het is Church gelukt om mammoetgenen voor extra haargroei in te bouwen in bindweefselcellen van een olifant.

Vraag 15 1 punt

Kunnen de genen voor extra haargroei afkomstig zijn uit een spiercel van een mammoet?

  1. A Ja, want elke lichaamscel bevat het complete genoom van het organisme.
  2. B Nee, want cellen uit het spierweefsel bevatten alleen genen die nodig zijn voor de werking van spiercellen.
  3. C Nee, want genen voor extra haargroei komen niet tot expressie in spiercellen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Church heeft ook het gen voor hemoglobine vervangen. Het gen voor hemoglobine van een mammoet verschilt op drie plaatsen van dat van andere olifantensoorten, waardoor mammoet-hemoglobine andere eigenschappen heeft. Om de eigenschappen van mammoet-hemoglobine te onderzoeken werd het gen in een bacterie ingebouwd, waarna deze bacterie mammoet-hemoglobine ging maken.

Vraag 16 1 punt

Noteer de biologische term voor een organisme dat een gen van een andere soort bezit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • transgeen (organisme) / genetisch gemodificeerd/gemanipuleerd (organisme) / ggo / gmo (1)

Vraag 17 1 punt

Verklaar hoe een verschil in enkele nucleotiden in het hemoglobine-gen leidt tot een afwijkend hemoglobine-eiwit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat het (hemoglobine-eiwit) daardoor een andere aminozuurvolgorde heeft / er daardoor (in het hemoglobine-eiwit) andere aminozuren worden ingebouwd. (1)

Bij lage temperaturen blijkt mammoet-hemoglobine makkelijker zuurstof- moleculen af te geven in vergelijking met hemoglobine van andere olifantensoorten. Dat is voordelig in delen van het lichaam die sterk afkoelen, zoals de poten.

Vraag 18 2 punten

Beredeneer hoe evolutie heeft geleid tot afwijkende hemoglobine bij mammoeten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • er mutatie(s) is/zijn opgetreden / er genetische variatie was in het gen voor hemoglobine (1)
  • individuen met afwijkende hemoglobine bij koude een selectievoordeel hebben / bij koude een hogere fitness hebben / bij koude meer nakomelingen krijgen (1)

Stel dat het Church lukt om mammoetachtige olifanten te verkrijgen, dan zijn enkele mannetjes en enkele vrouwtjes nog niet voldoende. Er zijn meerdere mannetjes en vrouwtjes nodig om een gezonde populatie op te bouwen.

Vraag 19 2 punten

Leg uit dat er meerdere mannetjes en vrouwtjes nodig zijn om de overlevingskansen van een populatie te vergroten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • (waardoor) de kans kleiner wordt dat nakomelingen erfelijke aandoeningen zullen hebben (1) of
  • de kans op genetic drift kleiner is (1p)
  • (waardoor) de kans kleiner is dat gunstige allelen verloren gaan (1p)

Opmerking Als een juist antwoord wordt gegeven aan de hand van een concreet voorbeeld, het tweede scorepunt toekennen.

Witte haai wordt zelf prooi

De witte haai is de grootste roofvis ter wereld. In de Valsbaai bij Kaapstad (Zuid-Afrika) worden de laatste tijd veel minder witte haaien gezien. Allison Kock is een van de wetenschappers uit het team dat ontdekte dat de witte haai ten prooi valt aan orka’s.

In de Valsbaai komen van maart tot juni grote scholen sardines en ansjovissen voor, die eten van dierlijk plankton. Het dierlijk plankton leeft van de grote hoeveelheid plantaardig plankton die afbeelding 1 dan aanwezig is. De scholen vis trekken veel roofdieren aan, zoals zeehonden. De zeehonden krijgen hun jongen op een eiland in de Valsbaai. Begin juni gaan de jonge zeehondjes zelf de zee in om zich te voeden met vis. Dat is het moment waarop de jacht van de witte haai op de zeehonden begint (afbeelding 1). Aan deze jacht lijkt een eind te zijn gekomen sinds er orka’s in de baai rondzwemmen, die op de witte haaien jagen.

In de bovenstaande tekst wordt een voedselweb beschreven met zeven soorten of groepen van soorten.

Vraag 20 2 punten

− Teken het beschreven voedselweb.

  • Geef met de pijlen de richting van de energiestroom aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • voor de zeven in de tekst genoemde (groepen van) soorten, elk apart genoteerd, op een juiste wijze verbonden in een voedselweb (1)
  • voor de getekende pijlen in de juiste richting (1)

afbeelding 2 In 2017 spoelden aan de kust bij de Valsbaai vijf karkassen van witte haaien aan die gedood waren door orka’s. Met haar team verrichte Kock metingen aan de karkassen. Hierbij bleek dat bij alle karkassen de buik was opengereten en de lever was verdwenen (afbeelding 2).

De functies van de lever van een haai komen overeen met die van de lever van een mens. Over de lever worden de volgende uitspraken gedaan:

1 De lever produceert spijsverteringsenzymen.

2 De lever produceert niet-essentiële aminozuren.

3 De lever slaat koolhydraten op.

Vraag 21 2 punten

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 onjuist 2 juist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)

De lever van een witte haai is groot: hij weegt ongeveer een zesde van het lichaamsgewicht. Meer dan de helft van de lever bestaat uit vet. De lever van een haai bevat per gram ongeveer 27 kJ aan energie. In tabel 1 zijn enkele gegevens van de orka en de witte haai weergegeven.

[tabel 1: zie het originele examen] orka witte haai gemiddelde volwassen lengte 7m 6m gemiddeld volwassen gewicht 4000 kg 800 kg dagelijkse energiebehoefte 900.000 kJ 20.000 kJ

Vraag 22 2 punten

Bereken aan de hand van bovenstaande gegevens, voor hoeveel dagen een orka energie heeft na het eten van een haaienlever. Noteer je berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeelden van een juiste berekening:

  • energie in een haaienlever: (800.000 / 6) × 27 = 3.600.000 aantal dagen energie: 3.600.000 / 900.000 = 4. Dus 4 dagen.
  • Een haai weegt 800.000 gram. De lever weegt 800.000 / 6 = 133.333 gram. Dit levert 133.333 × 27 = 3.600.000 kJ. Dit is genoeg voor 3.600.000 / 900.000 = 4 dagen.

Na het eten van een haaienlever neemt de orka de verteringsproducten van de vetten op in de dunne darm. De verteringsproducten worden weer omgezet in vetten, en via het lymfestelsel en vervolgens via het bloed naar het onderhuids bindweefsel getransporteerd. Het bloedvatenstelsel van een orka komt in bouw en functie overeen met dat van een mens.

Vraag 23 2 punten

Komen de vetten vanuit het lymfesysteem het eerst in de bovenste holle ader of in de poortader? En hoe vaak gaat een vetmolecuul minimaal door het hart op de route naar het onderhuids bindweefsel?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (2)

het eerst in door het hart

A bovenste holle ader 0 keer

B bovenste holle ader 1 keer

C bovenste holle ader 2 keer

D poortader 0 keer

E poortader 1 keer

F poortader 2 keer

Een orka kan bij de lever van een witte haai komen door de haai op zijn rug te draaien. De haai komt dan terecht in een toestand van ‘tonische immobiliteit’ (schijndood, afbeelding 3): de haai is nog wel bij bewustzijn, maar kan zich niet meer bewegen.

[afbeelding 3: zie het originele examen]

Tonische immobiliteit komt voor bij veel dieren, bijvoorbeeld bij vogels en slangen. Men vermoedt dat dit gedrag al vroeg in de evolutie is ontstaan als een verdedigingsmechanisme bij bedreiging.

Over de evolutie van tonische immobiliteit worden de volgende uitspraken gedaan:

1 Vroeg in de evolutie leverde tonische immobiliteit selectievoordeel op.

2 Haaien zijn geëvolueerd uit reptielen die ook tonische immobiliteit vertoonden.

Vraag 24 2 punten

Welke uitspraak is juist?

  1. A geen van beide
  2. B alleen 1
  3. C alleen 2
  4. D zowel 1 als 2

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Witte haaien ademen door te zwemmen met hun bek open. Zuurstofrijk water stroomt dan voortdurend langs de kieuwen en verlaat het lichaam via de kieuwspleten aan de zijkant van de kop (afbeelding 4).

[afbeelding 4: zie het originele examen]

Als de tonische immobiliteit bij een witte haai aanhoudt, raakt het dier na ongeveer een kwartier bewusteloos.

Vraag 25 2 punten

Beredeneer waardoor de haai bewusteloos raakt bij aanhoudende tonische immobiliteit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (als gevolg van het stoppen van de waterstoom) de gaswisseling stopt / de diffusie van zuurstof afneemt / geen zuurstof meer kan worden opgenomen (1)
  • (waardoor) de hersenen geen zuurstof meer krijgen / er in de hersenen geen verbranding meer kan plaatsvinden (en de witte haai bewusteloos raakt) (1)

Tonische immobiliteit is, naast vechten en vluchten, de derde manier van reageren op bedreigingen van buitenaf.

Vraag 26 1 punt

Noteer de naam van het hormoon dat het lichaam aanzet tot een vecht- en/of vluchtreactie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (nor)adrenaline (1)

Ook het orthosympatisch zenuwstelsel beïnvloedt organen om het lichaam in te stellen op vechten of vluchten. Twee van die organen zijn het hart en de maag.

Vraag 27 2 punten

− Schrijf hart en maag onder elkaar en noteer erachter of het betreffende orgaan wordt gestimuleerd of wordt geremd door het orthosympatisch zenuwstelsel.

  • Licht toe dat er hierdoor meer energie beschikbaar komt voor de vluchtreactie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • hart: gestimuleerd maag: geremd (1)
  • voor een toelichting waaruit blijkt dat hierdoor een grotere hoeveelheid bloed/zuurstof/brandstof beschikbaar komt voor de spieren (die gebruikt worden om te vluchten) (1)

Na de orka-aanvallen vermijden veel witte haaien de Valsbaai. Dit zal gevolgen hebben voor soorten die een mutualistische relatie hebben met de witte haai en voor concurrenten van de witte haai.

Vraag 28 2 punten

Welke invloed zal het verdwijnen van de witte haai hebben op de populatiegrootte van soorten met een mutualistische relatie? En op de populatiegrootte van soorten die concurrenten zijn?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (2)

Het gevaar van mestgassen

Simons ouders hebben een veehouderij met bijna tweehonderd koeien. Afgelopen zomer was Simon bijna verongelukt doordat hij bedwelmd raakte door de mestgassen uit de mestkelder.

De poep en urine van de koeien valt via afbeelding 1 speciale spleten in de stalvloer in de mestkelder. In deze spleten zitten kleppen waardoor gassen zoals ammoniak nauwelijks vanuit de mestkelder in de stal kunnen komen. Doordat mestgassen zo ook minder in het milieu terecht kunnen komen, heet dit een emissie-arme vloer (afbeelding 1).

De mest uit de kelder mag alleen in voorjaar en zomer worden geïnjecteerd in de bodem van de akkers. Het is verboden om dit in herfst en winter te doen, omdat het dan meer regent, waardoor de anorganische stoffen afkomstig uit de mest makkelijker uitspoelen.

Vraag 29 1 punt

Noteer een andere oorzaak waardoor er minder uitspoeling zal zijn in voorjaar en zomer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Aan het antwoord “deammonificatie” of “denitrificatie”, het scorepunt toekennen.

Ammoniak-uitstoot en uitspoeling kunnen leiden tot eutrofiëring van natuurgebieden in de omgeving. Dit heeft al op korte termijn een verandering van de soortensamenstelling tot gevolg. Voor deze verandering worden twee verklaringen gegeven:

1 Eutrofiëring beïnvloedt de concurrentie tussen planten.

2 Eutrofiering verandert de tolerantiegrenzen van een plant.

Vraag 30 2 punten

Welke verklaring is juist?

  1. A geen van beide
  2. B alleen 1
  3. C alleen 2
  4. D zowel 1 als 2

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

In de mestkelders wordt door micro-organismen

  • zoals bacteriën en gisten
  • een deel van de organische stoffen uit de mest afgebroken. Hierbij ontstaan gassen. Op de mest kan een korst ontstaan waaronder de gassen zich ophopen. Om korstvorming tegen te gaan afbeelding 2 moet Simon de mest regelmatig mixen (afbeelding 2). Hij raakte bedwelmd toen daarbij mestgassen via het open achterraam zijn trekker binnenkwamen.

In tabel 1 zijn de eigenschappen van mestgassen weergegeven en het gevaar dat deze opleveren.

[tabel 1: zie het originele examen] naam eigenschappen gevaar koolstofdioxide (CO2) zwaarder dan lucht, reukloos verstikking methaan (CH4) lichter dan lucht, reukloos brand, explosie ammoniak (NH3) lichter dan lucht, sterk ruikend brand waterstofsulfide (H2S) zwaarder dan lucht, sterk ruikend vergiftiging blauwzuurgas (HCN) zwaarder dan lucht, sterk ruikend vergiftiging

In de mestkelder kunnen de omstandigheden zuurstofarm of zuurstofrijk zijn. Deze omstandigheden beïnvloeden de dissimilatie door bacteriën en gisten, en beïnvloeden daarmee dus ook welke gassen hierbij ontstaan.

Vraag 31 1 punt

Ontstaat koolstofdioxide bij zuurstofarme omstandigheden, bij zuurstofrijke omstandigheden of bij beide?

  1. A alleen bij zuurstofarme omstandigheden
  2. B alleen bij zuurstofrijke omstandigheden
  3. C bij beide

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Ammoniakgas komt niet voor in urine of in poep, maar ontstaat wanneer urine en bepaalde bacteriën in de poep in de mestkelder samenkomen.

Vraag 32 2 punten

Licht toe hoe de aanwezigheid van urine in de mestkelder leidt tot de vorming van ammoniak.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de kandidaat in plaats van ureum urinezuur noemt, dit niet fout rekenen.
  • Als de kandidaat in het antwoord voor het tweede scorepunt rottingsbacteriën noemt, dit niet fout rekenen.

Waterstofsulfide en blauwzuurgas zijn beide giftige stoffen. Waterstofsulfide (H2S) stinkt naar rotte eieren, maar bij een zeer hoge concentratie ruik je het niet omdat het gas dan de reukzenuw verlamt. Blauwzuurgas (HCN) ruikt naar amandelen en is ook erg gevaarlijk.

De verhouding van eiwitten en koolhydraten in het voer van de koeien is van invloed op de samenstelling van de mestgassen die uit hun mest ontstaan.

Vraag 33 2 punten

Ontstaat blauwzuurgas bij de afbraak van eiwitten of bij de afbraak van koolhydraten? En waterstofsulfide?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (2)

blauwzuurgas waterstofsulfide

A eiwitten eiwitten

B eiwitten koolhydraten

C koolhydraten eiwitten

D koolhydraten koolhydraten

Tabel 2 laat zien dat de geurdrempel van blauwzuurgas en waterstofsulfide verschilt van persoon tot persoon. Tabel 2 toont ook de wettelijke grenswaarde voor 15 minuten blootstelling. Tot aan deze grenswaarde heeft blootstelling geen negatieve gevolgen voor de gezondheid.

[tabel 2: zie het originele examen] mestgas geurdrempel (ppm) grenswaarde (ppm) blauwzuurgas 2 - 10 9 waterstofsulfide 0,0005 - 0,13 10

Het risico op vergiftiging is bij blauwzuurgas groter dan bij waterstofsulfide.

Vraag 34 1 punt

Verklaar dit aan de hand van de gegevens in tabel 2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat blauwzuurgas door sommige personen pas wordt geroken wanneer de grenswaarde al is bereikt. (1)

Simon is waarschijnlijk bedwelmd geraakt door waterstofsulfide. Dit gas leidt na inademing snel tot verward gedrag doordat de hersenen heel gevoelig zijn voor dit gas. Waterstofsulfide bindt aan bepaalde enzymen in de mitochondriën. Hierdoor wordt de ATP-productie geremd, wat de impulsgeleiding verstoort.

Vier gevolgen van inademing van waterstofsulfide zijn:

1 aantasting van de hersenen

2 binding aan een enzym

3 verward gedrag

4 verstoring van de impulsgeleiding

Vraag 35 2 punten

Schrijf de nummers 1 tot en met 4 onder elkaar en noteer erachter of dit een gevolg is op molecuul-, cel-, orgaan- of organisme-niveau. Gebruik elk niveau één keer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 orgaan(-niveau) 2 molecuul(-niveau) 3 organisme(-niveau) 4 cel(-niveau) indien vier nummers correct (2) indien drie of twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)

Als de giftige gassen de functie van bepaalde hersendelen verstoren, wordt de situatie snel heel gevaarlijk. Je kunt dan namelijk niet meer bedenken dat je om hulp moet roepen. Bovendien wordt de regeling van je ademhaling aangetast. In afbeelding 3 zijn een deel van het ruggenmerg en verschillende delen van de hersenen met letters aangegeven.

[afbeelding 3: zie het originele examen]

Vraag 36 2 punten

− Noteer de letter die het deel aangeeft waarmee je bedenkt dat je om hulp moet roepen.

  • Noteer de letter die het deel aangeeft dat de ademhaling regelt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (letter) P (1)
  • (letter) S (1)

Paddentrek

Floor zit in havo 5 en is vrijwilliger bij een paddenwerkgroep. Ze helpt padden over drukke verkeerswegen te zetten, zodat ze veilig het water kunnen bereiken waar ze zich voortplanten.

Gewone padden (Bufo bufo, afbeelding 1 afbeelding 1) trekken tussen half februari en april naar het water waarin ze zich voortplanten. Ze doen dit op avonden dat de lucht voldoende vochtig is en de temperatuur boven de 6 °C.

Padden hebben geen constante lichaamstemperatuur, maar nemen de temperatuur aan van hun omgeving. Dit heeft gevolgen voor hun stofwisseling: pas bij een temperatuur boven de 6 °C worden ze actief.

Vraag 37 1 punt

Verklaar waardoor de stofwisseling van padden toeneemt bij een verhoging van de temperatuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat (door de hogere lichaamstemperatuur) enzymen beter werken / de enzymactiviteit hoger is / reacties sneller verlopen / moleculen sneller bewegen (waardoor de padden een hogere stofwisseling hebben). (1)

De eitjes van de gewone pad worden in lange snoeren van 2000 tot 6000 stuks in het water afgezet. Bruine kikkers zetten eitjes af in grote klonten van soms wel 2000 eitjes. De embryo’s zijn zichtbaar als zwarte bolletjes (afbeelding 2).

[afbeelding 2: zie het originele examen]

gewone pad bruine kikker

Deze twee legseltypes hebben elk een eigen voordeel. Voor de dissimilatie in de embryo’s is een snoer voordeliger dan een grote klont.

Vraag 38 1 punt

Verklaar dit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − De zuurstofvoorziening is beter. − De diffusie van koolstofdioxide is groter. − Het diffusieoppervlak is groter. − De oppervlakte-inhoud-verhouding is gunstiger. (1)

Het leggen van eitjes in een grote klont heeft ook een voordeel, waardoor de kans groter is dat larven overleven.

Vraag 39 1 punt

Geef dit voordeel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Uit het antwoord moet blijken dat in een klont de eieren (in het midden) beter beschermd zijn tegen predatie/uitdroging. (1)

Floor maakt een evolutionaire stamboom van de verschillende kikker- en paddengeslachten in Nederland (afbeelding 3). Ze geeft daarbij de soorten aan die in Nederland vóórkomen en hoe de eitjes worden afgezet.

[afbeelding 3: zie het originele examen]

Naar aanleiding van de stamboom doet Floor de volgende uitspraken:

1 De bruine kikker en de heikikker behoren tot dezelfde soort.

2 Gedurende de evolutie van de kikkers en padden is het legseltype minstens twee keer veranderd.

3 De gewone pad is nauwer verwant aan de knoflookpad dan aan de boomkikker.

Vraag 40 2 punten

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 1 onjuist 2 juist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)

De brulkikker is een exoot in Nederland. Als brulkikkers worden waargenomen, sporen vrijwilligers en terreinbeheerders ze op om de dieren te verwijderen uit natuurgebieden.

Vraag 41 1 punt

Geef een ecologisch argument voor deze beheermaatregel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Aan een antwoord als “Ze horen hier niet”, geen scorepunt toekennen.
  • Aan een antwoord als “Ze verstoren het ecosysteem”, geen scorepunt toekennen.

Door het steeds drukkere verkeer wordt de overlevingskans van overstekende padden steeds kleiner. Onderzoekers wilden weten wat het effect is van het licht van de lantaarnpalen langs de wegen op de trekroutes van padden. De paddenwerkgroep van Floor werkte mee aan dit onderzoek. Voor het onderzoek zijn de volgende hypotheses opgesteld:

1 Padden worden aangetrokken door licht.

2 Padden zijn minder gevoelig voor rood licht.

Het onderzoek werd in het voorjaar uitgevoerd bij een weg in het bos waar jaarlijks padden oversteken. De opzet, weergegeven in afbeelding 4, was als volgt:

  • In de berm langs de weg werd een scherm geplaatst dat padden tegenhoudt.
  • De berm werd verdeeld in vier vakken van 25 meter, afgescheiden door dwarsgeplaatste schermen.
  • In elk vak werden drie vang-emmers ingegraven.
  • In de vakken werd een groene, witte of rode lamp geplaatst, of geen lamp.

[afbeelding 4: zie het originele examen]

− Elke avond brandden de lampen vanaf het begin van de schemering tot 23.30 uur.

  • Om 23.30 uur werden de padden geteld die in de vang-emmers waren gevallen.
  • Deze padden werden vervolgens veilig de weg overgezet.

De gekleurde lampen werden elke avond in een ander 25 meter-deel geplaatst.

Vraag 42 1 punt

Licht toe waarom het belangrijk is om de lampen steeds van plaats te verwisselen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat antwoord geeft aan de hand van een juist voorbeeld van een andere factor, het scorepunt toekennen.

In afbeelding 5 staan de resultaten van de tellingen.

[afbeelding 5: zie het originele examen]

Door deze resultaten twijfelden de onderzoekers aan hypothese 1.

Vraag 43 1 punt

Noteer welk resultaat hier aanleiding toe gaf.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − In het donkere gedeelte worden meer padden gevangen. − In de gedeeltes met licht worden minder padden geteld. (1)

Voor hypothese 2 werden wel aanwijzingen gevonden.

Vraag 44 1 punt

Licht toe aan de hand van afbeelding 5 dat er wel aanwijzingen zijn dat hypothese 2 juist is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − Het resultaat bij rood licht lijkt het meest op het resultaat bij geen licht. − Padden lijken licht te mijden, maar bij rood licht worden juist veel padden gevonden. (1)

Kikkers en padden nemen, net als mensen, licht waar met behulp van lichtgevoelige cellen in hun netvlies: de staafjes en de kegeltjes. Kikkers en padden kunnen, in tegenstelling tot mensen, ook bij zeer weinig licht nog kleuren waarnemen. Dat komt omdat ze van het type cellen dat het meest gevoelig is voor licht, een extra variant hebben met een andere gevoeligheid.

Vraag 45 2 punten

Welk type cellen is het meest gevoelig voor licht? En waarin zal de gevoeligheid van de extra variant verschillen waardoor kleur kan worden waargenomen bij weinig licht?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1018-a-23-2-o

Andere examens biologie havo

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie havo 2023, tijdvak 2 loopt tot vraag 45. Van 43 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (15), afweer (6) en zenuwstelsel en hormonen (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1018-a-23-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.