Eindexamen biologie havo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De tetralogie van Fallot, Zwarte kip, Groene energie nog groener, Ademtherapie bij long covid, Project Partridge, Koeientoilet, Kameleon bekent kleur, Nierfalen bij katten.

Kort antwoord

Het centraal examen biologie havo 2025, tijdvak 2 telt 44 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (10), bloedsomloop (5) en ademhaling (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen biologie havo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Ecologie13-15, 24, 26-28, 32-3410
Bloedsomloop1-2, 4, 42-435
Ademhaling3, 11-12, 17, 225
Evolutie6, 31, 35-36, 395
Zenuwstelsel en hormonen23, 29, 38, 40-415
Erfelijkheid5, 7-94
Afweer18-214
Voeding en vertering10, 25, 443
DNA en eiwitsynthese161
Planten en fotosynthese301
Cellen371

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens biologie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over ademhaling (11% van de vragen, gemiddeld 3%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

De tetralogie van Fallot

Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.

Britt is zestien jaar en heeft de tetralogie van Fallot, een aangeboren hartafwijking. Door deze afwijking is ze sneller moe dan haar leeftijdsgenoten. Ze heeft al twee hartoperaties gehad.

De hartafwijking van Britt is al vroeg tijdens de embryonale ontwikkeling ontstaan. Bij de tetralogie van Fallot is de doorgang naar de aorta wijd, en de doorgang naar de longslagader nauw. Ook is er een opening tussen de linkerkamer en de rechterkamer. Zie afbeelding 1.

Tekening van een hart met een wijde aorta, een nauwe longslagader en een opening tussen de linker- en de rechterkamer.
afbeelding 1

In de tekst worden drie verschillen genoemd ten opzichte van een normaal gebouwd hart. In afbeelding 1 is een vierde verschil zichtbaar.

Vraag 1 1 punt

Noteer dit vierde verschil.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de wand van de rechterkamer gespierder/dikker is (dan bij een normaal gebouwd hart).

Toen Britt zes maanden oud was, heeft ze een operatie gehad. Bij deze operatie is de doorgang naar de longslagader wijder gemaakt. De hartchirurg heeft toen de wand van de longslagader opengesneden en opgevuld met een stukje kunststof weefsel (een ‘patch’, afbeelding 2). Het nadeel van zo’n operatie is dat de longslagaderklep niet meer volledig sluit, waardoor bloed kan terugstromen naar het hart.

Hart van voren met de longslagader en de patch die in de wand van de longslagader is aangebracht.
afbeelding 2

Vraag 2 1 punt

Stroomt het bloed bij Britt terug tijdens de systole of tijdens de diastole van de kamers? Verklaar je antwoord. Gebruik je informatieboek.

Bekijk het antwoord

Diastole, met een juiste verklaring. Voorbeelden van een juiste verklaring:

  • Tijdens de diastole wordt de druk in de rechterkamer lager dan in de longslagader.
  • Het bloed stroomt terug tijdens de diastole, omdat de kamer dan ontspannen is.
  • Tijdens de diastole, omdat tijdens de systole de druk in de kamers hoog is.

Als Britt zich inspande, was ze veel eerder moe dan haar leeftijdsgenoten. De slecht sluitende klep was een van de oorzaken. De vermoeidheid werd ook veroorzaakt door de opening tussen haar linker- en rechterkamer. Via deze opening was er menging van bloed uit de linker- en rechterharthelft. Door deze menging werd in de cellen van Britt bij inspanning minder energie geproduceerd dan in die van haar leeftijdsgenoten.

Vraag 3 2 punten

Leg dit uit.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat (door menging van zuurstofrijk en zuurstofarm bloed) het bloed minder zuurstof bevat, en (waardoor) er minder (aerobe) dissimilatie kan plaatsvinden, dus er minder verbranding / minder ATP gevormd kan worden.

Onlangs heeft Britt haar tweede hartoperatie gehad. De hartchirurg verving haar slecht sluitende klep door een longslagaderklep van een orgaandonor. Britt is nu minder snel moe. Tijdens de operatie werd haar hart gekoeld, zodat het nauwelijks meer samentrok. Britt lag daarom aan de hart-longmachine. Een hart-longmachine neemt de functie van het hart en de longen tijdelijk over.

Vraag 4 2 punten

Welke afbeelding geeft de aansluiting van de hart-longmachine op de bloedsomloop, en de stroomrichting van het bloed juist weer?

Vier schema's, A tot en met D, van de bloedsomloop met een hart-longmachine. Pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
  1. A Schema A
  2. B Schema B
  3. C Schema C
  4. D Schema D
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Zwarte kip

Freek fokt kippen. Op een tentoonstelling ziet hij kippen met zwarte veren. Ook hun botten en spieren zijn zwart. Dit heet fibromelanose en komt onder andere voor bij de kippenrassen ayam cemani uit Indonesië (afbeelding 1) en svarthöna uit Zweden (afbeelding 2).

Foto van een zwarte haan van het ras ayam cemani, met zwart verenkleed.
afbeelding 1
Foto van een zwarte kip van het ras svarthöna, met zwart verenkleed.
afbeelding 2

Een zwarte kleur van kippenveren wordt veroorzaakt door het eiwit melanine. Melanine wordt geproduceerd door pigmentcellen: de melanocyten. Tijdens de embryonale ontwikkeling komen de melanocyten terecht op specifieke plekken in de huid, en geven zo de veren hun kleur. Kippen met fibromelanose hebben een mutatie in het autosomale EDN3-gen. Door deze mutatie komen de melanocyten in het gehele lichaam terecht, waardoor deze kippen volledig zwart zijn.

Vraag 5 2 punten

Hieronder staan uitspraken over de kleuring van de twee zwarte kippenrassen.

  • 1 Het EDN3-gen codeert voor melanine.
  • 2 Het EDN3-gen bevindt zich in alle cellen met een kern.
  • 3 De mutatie aan het EDN3-gen ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling.

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.

Bekijk het antwoord

1 onjuist, 2 juist, 3 onjuist. Indien drie nummers correct: 2 punten. Indien twee nummers correct: 1 punt. Indien minder dan twee nummers correct: 0 punten.

Ayam cemani’s en svarthöna’s hebben dezelfde, uiterst complexe, mutatie aan het EDN3-gen. Wetenschappers denken daarom dat de twee rassen afstammen van een gemeenschappelijke volledig zwart-gekleurde voorouder.

Vraag 6 1 punt

Verklaar dat het niet waarschijnlijk is dat de mutatie aan het EDN3-gen bij de ayam cemani’s en die bij de svarthöna’s onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat het onwaarschijnlijk is dat deze (uiterst complexe) mutatie twee keer (in de evolutie) is ontstaan. Opmerking: als de kandidaat antwoordt dat het onwaarschijnlijk is dat een complexe mutatie twee keer ontstaat, het scorepunt toekennen.

Freek wil graag zwarte kippen gaan fokken. Van een bevriende kippenfokker koopt hij een aantal eieren van kippen met fibromelanose. Nadat de eieren zijn uitgekomen, maakt Freek een stamboom van de ouders en de kuikens (afbeelding 3).

121234567891011Legenda:hen met fibromelanosehaan met fibromelanoselichtbruine henlichtbruine haan
afbeelding 3

Freek kiest haan II-5 om verder mee te fokken. Voor het fokken zou het gunstig zijn als de haan homozygoot is voor de autosomaal overervende eigenschap fibromelanose.

Vraag 7 2 punten

Wat is de kans dat haan II-5 homozygoot is?

  1. A $\frac{1}{4}$
  2. B $\frac{1}{3}$
  3. C $\frac{1}{2}$
  4. D $\frac{2}{3}$
  5. E $\frac{3}{4}$
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Om uit te sluiten dat haan II-5 heterozygoot is voor de eigenschap fibromelanose, kruist Freek hem met het lichtbruine hennetje.

Vraag 8 2 punten

  • Noteer de mogelijke fenotypen van de nakomelingen van deze kruising als haan II-5 heterozygoot is.
  • Noteer de verhouding waarin deze fenotypen dan aanwezig zijn.
Bekijk het antwoord

(Licht)bruin en zwart/fibromelanose, en de verhouding 1 : 1 of 50%, 50%. Opmerking: aan de juiste genotypen (in plaats van fenotypen) in de juiste verhouding, in totaal 1 scorepunt toekennen.

Fokkers kruisen vaker broers en zussen onderling om bepaalde gewenste eigenschappen te behouden. Dit heet inteelt. Hierbij is de kans echter ook groot dat recessieve erfelijke afwijkingen tot uiting komen.

Vraag 9 1 punt

Verklaar hoe inteelt leidt tot erfelijke afwijkingen bij de nakomelingen.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat (bij inteelt) de kans groot is dat beide ouders hetzelfde (recessieve) afwijkende allel hebben. / dat beide ouders drager zijn van een (recessief) afwijkend allel.

Groene energie nog groener

Biobrandstoffen kunnen een duurzaam alternatief zijn voor fossiele brandstoffen. Stefan Hol werkt bij Wageningen Universiteit en Research aan onderzoek naar de CO2-uitstoot bij de productie van bio-ethanol uit suikerbieten.

Doordat suikerbieten veel sacharose bevatten, zijn ze erg geschikt voor de productie van bio-ethanol (alcohol). De verse suikerbieten worden gewassen en dan vermalen tot pulp. De pulp wordt verhit om micro-organismen te doden. Als de pulp is afgekoeld, wordt deze in een bioreactor gebracht waarin gistcellen aanwezig zijn. De gistcellen gaan dan ethanol produceren.

Behalve sacharose, bevatten suikerbieten ook veel polysachariden. Daarom worden bepaalde enzymen toegevoegd aan de pulp in de bioreactor. Hierdoor wordt de ethanol-opbrengst hoger.

Vraag 10 2 punten

  • Geef de naam van een enzym dat voor dit doel kan worden toegevoegd.
  • Verklaar hoe toevoeging van dit enzym de ethanol-opbrengst verhoogt.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord:

  • Enzym amylase. Dit enzym breekt polysachariden af tot kleinere sachariden.
  • Enzym cellulase. Polysachariden kunnen niet worden afgebroken door gist. De suikers die ontstaan door de werking van cellulase wel.

Voor de productie van ethanol is het belangrijk dat er geen zuurstof aanwezig is bij de gistcellen.

Vraag 11 1 punt

Noteer de naam van het proces dat in deze gistcellen optreedt waardoor ethanol ontstaat.

Bekijk het antwoord

Anaerobe dissimilatie / (alcohol)gisting / fermentatie.

Als er wel zuurstof aanwezig zou zijn, zouden andere eindproducten ontstaan in de gistcellen.

Vraag 12 1 punt

Geef de namen van de eindproducten die ontstaan bij het proces dat plaatsvindt als zuurstof wel aanwezig is.

Bekijk het antwoord

Koolstofdioxide/CO2 én water/H2O (en ATP).

Bij teelt, transport, opslag en verwerking van suikerbieten komt koolstofdioxide vrij. Deze CO2-uitstoot draagt bij aan het versterkte broeikaseffect. Stefan Hol stelde het volgende model op om deze CO2-uitstoot per kilogram suikerbiet te kunnen berekenen.

\text{Totaal CO}_2 = \text{CO}_2 \text{ teelt} + \text{CO}_2 \text{ transport} + \text{CO}_2 \text{ opslag} + \text{CO}_2 \text{ verwerking}

Stefan Hol gebruikte in zijn berekeningen gemiddelde waarden en ging uit van de situatie zoals die in 2020 was. In de toekomst zullen deze waarden waarschijnlijk lager liggen.

Vraag 13 1 punt

Geef een manier waarop akkerbouwers bij de teelt van suikerbieten de CO2-uitstoot per kilogram suikerbiet kunnen verminderen.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord:

  • Vermindering van het gebruik van kunstmest.
  • Door het gebruik van robots is veel minder (fossiele) brandstof nodig.
  • De trekkers worden elektrisch aangedreven.
  • Gebruik van biobrandstof in tractoren.

Het nadeel van het gebruik van verse suikerbieten is dat deze niet het hele jaar beschikbaar zijn. In plaats van suikerbietenpulp kan suikerbietensap worden gebruikt voor de productie van bio-ethanol. In tegenstelling tot pulp, is het sap lang houdbaar. De productie van sap uit suikerbieten kost echter veel meer energie, waardoor deze manier van ethanol-productie minder duurzaam is. Hieronder staan enkele waarden van de teelt en verwerking van suikerbieten.

opbrengst teelt suikerbieten (ongewassen)94.500 kg per hectare
percentage zand of klei aan de suikerbieten10%
biomassa-gehalte van een gewassen suikerbiet24%
gehalte sachariden0,73 kg per kg biomassa
opbrengst aan bio-ethanol0,52 kg per kg sachariden
CO2-uitstoot bij gebruik pulp0,80 g CO2 per kg bio-ethanol
CO2-uitstoot bij gebruik sap1,31 g CO2 per kg bio-ethanol

Vraag 14 2 punten

  • Bereken hoeveel kilogram bio-ethanol kan worden geproduceerd met de suikerbietenopbrengst van één hectare.
  • Bereken hoeveel kilogram CO2 er minder vrijkomt per hectare aan suikerbieten door gebruik van pulp in plaats van sap.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord:

\text{opbrengst} = 94500 \times (1 - 0{,}1) \times 0{,}24 \times 0{,}73 \times 0{,}52 = 7748 \text{ kg bio-ethanol}

\text{afname aan CO}_2 = 7748 \times (1{,}31 - 0{,}80) = 3{,}95 \text{ kg CO}_2 \text{ per ha}

Bij het verbranden van bio-ethanol komt ook koolstofdioxide vrij. Gebruik van bio-ethanol draagt echter veel minder bij aan het versterkte broeikaseffect dan het gebruik van fossiele brandstoffen.

Vraag 15 1 punt

Verklaar dat het gebruik van bio-ethanol uit suikerbieten minder bijdraagt aan het versterkte broeikaseffect.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de koolstofdioxide (die vrijkomt bij de verbranding van bio-ethanol) recent onttrokken is aan de atmosfeer, of dat het gebruik van bio-ethanol onderdeel is van de korte/snelle koolstofkringloop.

Ademtherapie bij long covid

Jean heeft maanden nadat hij covid (corona) had nog steeds last van vermoeidheid en kortademigheid. Zijn huisarts vermoedt het post-covidsyndroom (long covid).

Na de besmetting met het coronavirus had Jean verkoudheidsklachten. Hij deed een zelftest om te zien of er bepaalde antigenen in zijn neusslijmvlies aanwezig waren. Omdat deze test positief was, liet Jean ook een PCR-test doen. Bij de PCR-test wordt onderzocht of in het neusslijmvlies specifieke stukjes RNA van het coronavirus aanwezig zijn. Deze test gaf ook een positieve uitslag.

Vraag 16 2 punten

Wat wordt aangetoond bij de zelftest? En bij de PCR-test?

  1. A zelftest: bepaald genetisch materiaal; PCR-test: een bepaalde aminozuurvolgorde
  2. B zelftest: bepaald genetisch materiaal; PCR-test: een bepaalde nucleotidenvolgorde
  3. C zelftest: bepaalde eiwitten; PCR-test: een bepaalde aminozuurvolgorde
  4. D zelftest: bepaalde eiwitten; PCR-test: een bepaalde nucleotidenvolgorde
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Toen Jean covid had, had hij veel last van kortademigheid. Kortademigheid kan ontstaan als de diffusiesnelheid van zuurstof van de lucht in de longblaasjes naar het bloed verandert. De diffusiesnelheid (V) in de longblaasjes kun je bepalen met de onderstaande formule.

V = \frac{D \times A \times (c_1 - c_2)}{x}

  • D: de diffusieconstante
  • A: het diffusieoppervlak
  • (c1 - c2): het verschil in zuurstofconcentratie tussen bloed en lucht
  • x: de diffusie-afstand

Als in de longblaasjes meer slijm aanwezig is, verandert de diffusie-afstand. Als er minder longblaasjes zijn, wordt een andere factor uit de formule kleiner.

Vraag 17 2 punten

Is de diffusie-afstand (x) door het extra slijm groter of kleiner geworden? En welke factor is kleiner als er minder longblaasjes zijn?

  1. A diffusie-afstand groter; factor D
  2. B diffusie-afstand groter; factor A
  3. C diffusie-afstand kleiner; factor D
  4. D diffusie-afstand kleiner; factor A
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

In de eerste maanden na zijn coronabesmetting had Jean maar een kleine kans om weer corona te krijgen. Zijn bloed bevatte namelijk veel antistoffen tegen het coronavirus.

Vraag 18 1 punt

Noteer de naam van de cellen die antistoffen produceren.

Bekijk het antwoord

Plasmacellen. Opmerking: aan het antwoord (geactiveerde) B-cellen het scorepunt toekennen.

Er zijn ook veel afweercellen aanwezig die cellen kunnen lekprikken die door het coronavirus zijn geïnfecteerd.

Vraag 19 1 punt

Noteer de naam van de cellen van het verworven afweersysteem die geïnfecteerde cellen kunnen lekprikken.

Bekijk het antwoord

Cytotoxische T-cellen / Tc-cellen. Opmerking: aan het antwoord T-cellen geen scorepunt toekennen.

Mensen die immuun geworden zijn na een eerste coronabesmetting kunnen soms kort daarna toch weer corona krijgen. Ze zijn dan besmet geraakt met een gemuteerd coronavirus.

Vraag 20 2 punten

Leg op molecuulniveau uit waardoor het gemuteerde coronavirus niet wordt herkend door het immuunsysteem.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat (door de mutatie) de eiwitten/antigenen aan de buitenkant van het virus anders (van vorm) zijn, en (waardoor) er geen binding optreedt tussen het antigeen(molecuul) en de antistof(fen) en/of de (receptor van) afweercellen/Tc-cellen.

Een deel van de mensen die een besmetting met het coronavirus hebben gehad, houdt langdurig last van vermoeidheid, kortademigheid en concentratieproblemen. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Het RIVM wil weten of deze klachten daadwerkelijk worden veroorzaakt door de besmetting met het coronavirus.

Om dit te onderzoeken vulden een groot aantal mensen direct na een positieve coronatest een vragenlijst in. Deze proefpersonen vulden daarna regelmatig de vragenlijst opnieuw in. De vragenlijsten werden ook afgenomen bij een controlegroep.

Vraag 21 2 punten

Beschrijf voor de controlegroep:

  • aan welke voorwaarde een deelnemer moet voldoen.
  • een voorwaarde waaraan de samenstelling van de groep moet voldoen.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste beschrijving van een voorwaarde voor een deelnemer in de controlegroep: iemand die geen corona heeft gehad, een persoon met een negatieve coronatest, iemand zonder antistoffen tegen corona. Voorbeelden van een juiste beschrijving van een voorwaarde voor de samenstelling van de controlegroep: de mensen moeten gemiddeld ongeveer dezelfde leeftijd hebben als in de onderzoeksgroep, de man-vrouwverdeling moet hetzelfde zijn als in de testgroep, hun leefstijl moet vergelijkbaar zijn, of ze moeten qua gezondheid vergelijkbaar zijn. Opmerking: als de kandidaat op de eerste deelvraag antwoordt dat een deelnemer een gezond persoon moet zijn, het eerste scorepunt niet toekennen.

De huisarts adviseerde Jean om ademtherapie bij een logopedist te gaan doen. Daarbij leerde hij hoe hij efficiënter kan ademen tijdens het spreken. Zo werd Jean zich meer bewust van zijn ademhalingsbewegingen, en heeft hij minder last van kortademigheid.

Als eerste oefening moest Jean – na een inademing – langzaam zover mogelijk uitademen, alsof hij een kaars probeert uit te blazen.

Vraag 22 2 punten

Welke ademhalingsspieren worden tijdens deze diepe uitademing samengetrokken?

  1. A alleen de buikspieren en bepaalde tussenribspieren
  2. B alleen de buikspieren en het middenrif
  3. C alleen bepaalde tussenribspieren en het middenrif
  4. D zowel de buikspieren, bepaalde tussenribspieren als het middenrif
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

De ademhaling wordt automatisch geregeld door het ademcentrum. De afbeelding hieronder is een lengtedoorsnede van de hersenen en een deel van het ruggenmerg. Hierin zijn verschillende delen met letters aangegeven.

Lengtedoorsnede van de hersenen en het ruggenmerg met de delen P, Q, R, S en T aangegeven.

Vraag 23 2 punten

In welk deel vindt de automatische regeling van de ademhaling plaats? En in welk deel word je je bewust van de ademhalingsbeweging?

  1. A automatische regeling: deel Q; bewustwording: deel P
  2. B automatische regeling: deel Q; bewustwording: deel R
  3. C automatische regeling: deel S; bewustwording: deel P
  4. D automatische regeling: deel S; bewustwording: deel R
  5. E automatische regeling: deel T; bewustwording: deel P
  6. F automatische regeling: deel T; bewustwording: deel R
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Project Partridge

Het project Partridge is een project van vijf Europese landen. In dit project proberen ecologen en landbouwers om met eenvoudige maatregelen de biodiversiteit te laten toenemen. De patrijs kan hiervan profiteren.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam de patrijs (Perdix perdix, afbeelding 1) in heel Nederland voor op akkers en graslanden. Door de intensivering van de landbouw nam het aantal geschikte broedplaatsen snel af, waardoor het aantal patrijzen met 95% gedaald is.

Foto van een patrijs die door een grasveld loopt.
afbeelding 1

Het broedsucces van de patrijs hangt vooral af van de beschutting en de hoeveelheid insecten in de directe omgeving van het nest. Patrijs-kuikens eten alleen maar insecten. Volwassen patrijzen voeden zich vooral met plantaardig materiaal, zoals zaden en groene plantendelen van diverse kruiden die op akkers groeien. Af en toe eten ze een insect. Zie het voedselweb in afbeelding 2.

vosbuizerdpatrijs-kuikenvolwassen patrijsloopkeverbladluisbladhaantjevogelmuurgraskoolzaad
afbeelding 2

Vraag 24 2 punten

Tot welk trofisch niveau behoort een patrijskuiken? En tot welk trofisch niveau behoort een volwassen patrijs? Gebruik het voedselweb in afbeelding 2.

  1. A patrijskuiken: alleen consument 1e orde; volwassen patrijs: alleen consument 1e orde
  2. B patrijskuiken: alleen consument 1e orde; volwassen patrijs: consument 1e orde en hoger
  3. C patrijskuiken: alleen consument 2e orde; volwassen patrijs: alleen consument 1e orde
  4. D patrijskuiken: alleen consument 2e orde; volwassen patrijs: consument 1e orde en hoger
  5. E patrijskuiken: consument 2e orde en hoger; volwassen patrijs: alleen consument 1e orde
  6. F patrijskuiken: consument 2e orde en hoger; volwassen patrijs: consument 1e orde en hoger
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

F

In de onderstaande tabel is te zien dat de voedingswaarde van insecten verschilt van de voedingswaarde van plantaardig voedsel zoals vogelmuur of zaden van koolzaad.

voedingswaarde per 100 gram eetbaar gedeelteenergie (kJ)koolhydraten (g)vetten (g)eiwitten (g)
insecten8402,04,338,0
vogelmuur (hele plant)1324,00,23,3
koolzaad (zaad)20488,145,014,5

Vraag 25 1 punt

Licht toe aan de hand van de tabel dat insecten het meest geschikt zijn als voedsel voor groeiende patrijskuikens.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord: insecten bevatten de meeste eiwitten, die bouwstoffen zijn voor het groeiende kuiken; insecten bevatten vooral eiwitten, en die zijn nodig voor de groei; of: ze bevatten meer vetten en meer eiwitten, die zijn nodig om te groeien. Opmerking: aan een antwoord waarin eiwitten niet zijn genoemd, geen scorepunt toekennen.

In het project Partridge onderzoeken ecologen of de biodiversiteit op akkers vergroot kan worden door het aanleggen van keverbanken. Een keverbank is een strook grond van 50 tot 70 centimeter hoog, met daarop een lage begroeiing van grassen en struikjes. Deze biedt beschutting en voedsel voor de patrijs-kuikens, die in de periode van eind mei tot halverwege juni uit het ei komen. Naast de keverbank ligt een strook grond die onbegroeid (braakliggend) blijft. Zie afbeelding 3.

Dwarsdoorsnede van een akker met een keverbank van 3 meter breed en 50 tot 70 centimeter hoog, naast 3 meter braakliggende grond.
afbeelding 3

Op de braakliggende grond kunnen patrijzen stofbaden nemen. Zo verwijderen ze bloedzuigende mijten van hun huid.

Vraag 26 1 punt

Wat is de naam van de relatie tussen de patrijs en de mijt?

  1. A commensalisme
  2. B mutualisme
  3. C parasitisme
  4. D predatie
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

De hypothese van de ecologen is: een keverbank vergroot de overlevingskans van patrijskuikens. Om dit te testen hebben een aantal akkerbouwers keverbanken aangelegd. De ecologen tellen steeds het aantal insecten op een keverbank en in een controlestrook op een akker zonder keverbank. In het diagram hieronder staan de resultaten van het onderzoek.

6005004003002001000aprilmeijunijuliaugustusseptembergemiddeld aantal insectenkeverbankakker zonderkeverbank

Uit het diagram blijkt dat het aantal insecten op de keverbanken groter is dan op akkers zonder keverbank. Hierdoor is de kans op broedsucces van de patrijs er groter. Om hun hypothese te testen, keken de ecologen naar een bepaald gedeelte van het diagram.

Vraag 27 1 punt

Licht toe welk gedeelte.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de onderzoekers keken naar de periode (eind) mei, juni (en juli), omdat er dan patrijskuikens zijn die insecten eten.

Koeientoilet

Andrea heeft een melkveehouderij naast natuurgebied het Korenburgerveen. Om de zeldzame planten in het natuurgebied te beschermen, neemt ze maatregelen zodat de uitstoot van stikstof van haar bedrijf vermindert.

Urine van koeien bevat ureum. In de ontlasting van koeien komen bacteriën voor die het enzym urease produceren. In de stal komen urine en ontlasting met elkaar in contact. Urease zet ureum dan om in ammoniak. Een gedeelte van de ammoniak komt in de lucht en kan zo in de omgeving neerslaan. Dit kan leiden tot eutrofiëring van natuurgebieden.

Als de koeien in de wei lopen, ontstaat er veel minder ammoniak dan wanneer de koeien in de stal staan.

Vraag 28 1 punt

Geef hiervoor een verklaring.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord:

  • In de wei komt de ontlasting meestal niet op dezelfde plek terecht als de urine.
  • In de bodem wordt ammonium omgezet tot nitraat.
  • Koeien poepen en plassen niet tegelijkertijd.

Om urine en ontlasting te scheiden, heeft Andrea in de stal twee koeientoiletten geplaatst. Een koeientoilet is een apart hokje in de stal. Als de koe erin loopt, krijgt ze brokjes te eten en sluit het hokje zich. Vervolgens beweegt een opvangbak (afbeelding 1) zich op en neer tegen de achterkant van de koe op de plaats waar zich een sensorische zenuw bevindt. Dit veroorzaakt een reflex die ervoor zorgt dat de koe gaat plassen. De urine komt in de opvangbak terecht en wordt afgevoerd.

Tekening van een koe met een opvangbak aan de achterkant, die tegen de achterkant van de koe drukt.
afbeelding 1

Vraag 29 2 punten

Hieronder staan uitspraken over de plasreflex.

  • 1 Deze reflex verloopt via de hersenstam.
  • 2 De kern van de betrokken motorische zenuwcel ligt in het ruggenmerg.
  • 3 De betrokken motorische zenuwcel activeert tijdens de reflex de sluitspier van de blaas.

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.

Bekijk het antwoord

1 onjuist, 2 juist, 3 onjuist. Indien drie nummers correct: 2 punten. Indien twee nummers correct: 1 punt. Indien minder dan twee nummers correct: 0 punten.

Het valt Andrea op dat er de afgelopen jaren in het Korenburgerveen steeds minder kleine zonnedauw te zien is. Mogelijk heeft de kleine zonnedauw in het gebied last van de stikstofuitstoot van het bedrijf van Andrea. Kleine zonnedauw (Drosera intermedia, afbeelding 2) is een plantje dat maximaal 10 cm hoog wordt.

Foto van kleine zonnedauw met kleverige druppels op de bladeren en gevangen insecten.
afbeelding 2

Zonnedauw is een groep van vleesetende planten met groene bladeren en bladeren met kleverige druppels. Hieraan blijven insecten plakken. De bladeren scheiden enzymen af, waardoor de insecten worden verteerd. Bij de vertering ontstaan stikstofverbindingen die de plant opneemt voor de groei.

Zonnedauw behoort tot de producenten en niet tot de consumenten.

Vraag 30 1 punt

Verklaar dat zonnedauw tot de producenten behoort.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord: zonnedauw doet aan fotosynthese; deze plant maakt zelf organische stoffen; zonnedauw is autotroof; zonnedauw neemt alleen anorganische stoffen op; in de bladeren van zonnedauw is bladgroen aanwezig.

Onderzoekers in Zweden deden onderzoek naar de invloed van stikstofverbindingen in de bodem op de aanwezigheid van zonnedauw. Zij hebben een veld waar ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) groeit, opgedeeld in vijf delen. Aan deze delen dienden ze jaarlijks verschillende hoeveelheden van een anorganische stikstofverbinding toe. De onderzoekers hebben er vier jaar lang in september en in juni het aantal plantjes zonnedauw per vierkante meter geteld.

Vraag 31 2 punten

Behoort de zonnedauw uit het Zweedse onderzoek tot dezelfde soort als de zonnedauw in het Korenburgerveen? En tot hetzelfde genus (geslacht)?

  1. A zelfde soort: ja; zelfde genus: ja
  2. B zelfde soort: ja; zelfde genus: nee
  3. C zelfde soort: nee; zelfde genus: ja
  4. D zelfde soort: nee; zelfde genus: nee
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

De resultaten van het onderzoek staan in afbeelding 3.

afbeelding 3

tijdstip0,0 gram N/m²/jaar0,5 gram N/m²/jaar1,0 gram N/m²/jaar2,0 gram N/m²/jaar4,0 gram N/m²/jaar
sep jaar 1375335345295320
jun jaar 2510420440335415
sep jaar 2455380405260260
jun jaar 3505575595200195
sep jaar 34004454209580
jun jaar 44204905159595
sep jaar 44004403807045

Vraag 32 2 punten

Hieronder staan drie conclusies.

  • 1 1,0 gram N/m²/jaar is de optimum-waarde voor stikstofbemesting van ronde zonnedauw.
  • 2 Er is geen verband tussen de toegediende hoeveelheid stikstof en het aantal plantjes van ronde zonnedauw.
  • 3 De afname van kleine zonnedauw in het Korenburgerveen wordt veroorzaakt door een verhoogde stikstofuitstoot.

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende conclusie wel of niet getrokken mag worden op basis van het Zweedse onderzoek.

Bekijk het antwoord

1 niet, 2 niet, 3 niet. Indien drie nummers correct: 2 punten. Indien twee nummers correct: 1 punt. Indien minder dan twee nummers correct: 0 punten.

In veel natuurgebieden in Nederland staat op plaatsen waar eerst voornamelijk kleine zonnedauw groeide, nu vooral veenpluis. Dit is het gevolg van de hogere stikstofconcentraties in die gebieden. Veenpluis (Eriophorum angustifolium, afbeelding 4) is een grassoort die maximaal 60 cm hoog wordt.

Foto van veenpluis met witte, pluizige aartjes in een grasveld.
afbeelding 4

De hogere stikstofconcentraties liggen wel binnen de tolerantiegrenzen van kleine zonnedauw.

Vraag 33 2 punten

Beredeneer dat er bij hogere stikstofconcentraties steeds meer veenpluis en steeds minder kleine zonnedauw aanwezig is.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat veenpluis beter kan profiteren van / aangepast is aan de verhoogde hoeveelheid stikstof(verbindingen), en (waardoor) kleine zonnedauw wordt verdrongen / weggeconcurreerd, of kleine zonnedauw minder licht krijgt.

Kameleon bekent kleur

In 1972 kwam er op Oahu, een eiland van Hawaï, een vracht aan met 36 driehoornkameleons uit Kenia. De dieren ontsnapten en nu komt de soort algemeen voor op het eiland Oahu.

Driehoornkameleons gebruiken hun felle kleuren om signalen te geven aan hun soortgenoten. De driehoornkameleons die op Oahu leven, zijn kleurrijker dan de driehoornkameleons die in Kenia leven. Tot 1972 leefden er geen driehoornkameleons op Oahu.

Foto van een driehoornkameleon op een tak.

Een verklaring voor de vestiging en snelle verspreiding van de driehoornkameleons op Oahu, is de afwezigheid van predatoren. Er zullen echter ook andere factoren een rol gespeeld hebben.

Vraag 34 2 punten

  • Verklaar aan de hand van een andere biotische factor dan predatie, dat de driehoornkameleons konden overleven op Oahu.
  • Verklaar aan de hand van een abiotische factor dat de driehoornkameleons konden overleven op Oahu.
Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juiste verklaring met een biotische factor: er is voldoende voedsel aanwezig; er zijn geen ziekteverwekkers aanwezig. Voorbeelden van een juiste verklaring met een abiotische factor: de temperatuur ligt binnen de tolerantiegrenzen; de luchtvochtigheid is gunstig.

De driehoornkameleons uit Oahu en Kenia zijn geografisch gescheiden. Toch is het waarschijnlijk dat zij nog steeds samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen, en daarmee tot dezelfde soort behoren.

Vraag 35 1 punt

Verklaar waarom het niet waarschijnlijk is dat de driehoornkameleons uit Oahu en Kenia geëvolueerd zijn tot twee soorten.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat de tijd (vanaf 1972) dat de populaties gescheiden zijn geweest, te kort is om dusdanig grote verschillen te laten ontstaan dat er geen vruchtbare nakomelingen meer zouden kunnen ontstaan bij kruising van individuen uit de verschillende populaties.

De verschillen in kleur tussen de driehoornkameleons op Oahu en in Kenia worden veroorzaakt door genetische verschillen. Hieronder staan uitspraken die een mogelijke verklaring geven voor de genetische verschillen.

Vraag 36 2 punten

  • 1 De 36 dieren die in 1972 ontsnapten, waren in Kenia geselecteerd op hun fellere kleuren.
  • 2 Het voedsel op Oahu bevat meer natuurlijke kleurstoffen.
  • 3 In Kenia hebben de felgekleurde driehoornkameleons een lagere fitness door de aanwezigheid van predatoren.

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak wel of niet een verklaring kan zijn voor het genetische verschil in kleur.

Bekijk het antwoord

1 wel, 2 niet, 3 wel. Indien drie nummers correct: 2 punten. Indien twee nummers correct: 1 punt. Indien minder dan twee nummers correct: 0 punten.

De kleur van kameleons wordt bepaald door de rangschikking van verschillende moleculen in de cellen van de huid en door stervormige cellen met zwart pigment. Het pigment in de stervormige cellen kan verspreid of geconcentreerd worden, waardoor de huid donkerder of lichter wordt. Hiermee reguleert de kameleon, die koudbloedig is, zijn lichaamstemperatuur. In de ochtend zijn kameleons donkerder van kleur, waardoor ze sneller opwarmen.

Tekening van stervormige pigmentcellen met het pigment verspreid in de donkere huid en geconcentreerd in het midden bij de lichte huid.

Vraag 37 1 punt

Beredeneer dat het voor celprocessen van een kameleon belangrijk is dat hij opwarmt.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord: voor de processen in de cel zijn enzymen nodig die beter functioneren bij een hogere temperatuur; als de kameleon warmer wordt, kunnen zijn enzymen in de cel beter werken; de optimumtemperatuur van enzymen ligt hoger dan de lichaamstemperatuur in de ochtend; de reacties verlopen sneller bij hogere temperaturen. Uit het antwoord moet blijken dat (bij een hogere temperatuur) enzymen sneller/beter werken, of reacties sneller verlopen.

De verspreiding van het pigment in de stervormige cellen wordt aangestuurd door het zenuwstelsel. Bij andere diersoorten die van kleur kunnen veranderen, worden kleurveranderingen meestal veroorzaakt door hormonen.

Vraag 38 1 punt

Noteer een voordeel van aansturing door het zenuwstelsel.

Bekijk het antwoord

Uit het antwoord moet blijken dat aansturing door het zenuwstelsel snelle aanpassing van kleur mogelijk maakt.

Er zijn zo’n 200 soorten kameleons bekend. Deze zijn onderverdeeld in verschillende geslachten (genera). In de stamboom is een aantal van deze geslachten te zien, waaronder ook het geslacht Trioceros waartoe de driehoornkameleon behoort.

6050403020100tijd (in miljoen jaar geleden)BrookesiaArchalusRhampholeonKinyongiaTriocerosFurciferCalummaBradypodion

Hieronder staan uitspraken over deze stamboom.

  • 1 Het geslacht Brookesia is de voorouder van alle andere geslachten.
  • 2 De laatste gemeenschappelijke voorouder van het geslacht Trioceros en het geslacht Kinyongia leefde in de geologische periode Jura.
  • 3 Het geslacht Rhampholeon is meer verwant met het geslacht Kinyongia dan met het geslacht Trioceros.

Vraag 39 2 punten

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is. Gebruik je informatieboek.

Bekijk het antwoord

1 onjuist, 2 onjuist, 3 onjuist. Indien drie nummers correct: 2 punten. Indien twee nummers correct: 1 punt. Indien minder dan twee nummers correct: 0 punten.

Nierfalen bij katten

Met Maureens kat Rio gaat het niet zo goed. Rio is erg vermagerd. De dierenarts heeft de urine en het bloed van Rio laten onderzoeken. Daaruit bleek dat ze aan chronisch nierfalen lijdt.

Bij chronisch nierfalen is de nierfunctie sterk verminderd, waardoor afvalstoffen zich ophopen in het bloed. Katten met chronisch nierfalen drinken daardoor veel.

Vraag 40 2 punten

Hieronder staan processen in het lichaam van een kat.

  • 1 De osmotische waarde van het bloed daalt.
  • 2 De osmotische waarde van het bloed stijgt.
  • 3 Het dorstcentrum zorgt dat de kat gaat drinken.
  • 4 Osmoreceptoren geven signalen door.

Wat is de volgorde van deze processen als afvalstoffen zich gaan ophopen in het bloed? Noteer de bijbehorende nummers in de juiste volgorde.

Bekijk het antwoord

2-4-3-1. Indien 4-3-1-2 of 2-3-1-4: 1 punt. In alle andere gevallen: 0 punten.

De dierenarts bepaalt bij het urine-onderzoek de dichtheid van de urine. De dichtheid van water is ongeveer 1000 gram/L. Een zoutoplossing heeft een hogere dichtheid. Als de dichtheid van de urine van katten lager is dan 1035 gram/L, zijn er mogelijk nierproblemen. De urine van Rio blijkt een dichtheid van 1005 gram/L te hebben.

Vraag 41 2 punten

Vindt er in de nieren van Rio te veel of te weinig reabsorptie (terugresorptie) van water plaats? Zal Rio daardoor meer of minder urine produceren dan een gezonde kat?

  1. A reabsorptie te veel; hoeveelheid urine meer
  2. B reabsorptie te veel; hoeveelheid urine minder
  3. C reabsorptie te weinig; hoeveelheid urine meer
  4. D reabsorptie te weinig; hoeveelheid urine minder
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

In het bloed van Rio wordt een te hoog ureum-gehalte gemeten. Ureum wordt in de lever aangemaakt. Hieronder staan enkele bloedvaten.

  • 1 aorta
  • 2 bovenste holle ader
  • 3 leverader
  • 4 leverslagader
  • 5 longader
  • 6 longslagader
  • 7 onderste holle ader
  • 8 poortader

Vraag 42 2 punten

Door welke van deze bloedvaten gaat een ureum-molecuul achtereenvolgens op de kortste weg vanaf de lever naar de nieren? Noteer de bijbehorende nummers in de juiste volgorde.

Bekijk het antwoord

3-7-6-5-1. Indien alleen de vijf juiste nummers in een onjuiste volgorde: 1 punt. Indien de vijf juiste nummers in de juiste volgorde en één onjuist nummer extra op een willekeurige plaats: 1 punt. Indien vier juiste nummers in de juiste volgorde en één onjuist nummer extra op een willekeurige plaats: 1 punt. Indien vier juiste nummers in de juiste volgorde: 1 punt. In alle andere gevallen: 0 punten.

Bij een kat met chronisch nierfalen zijn afwijkingen te zien in een microscopisch preparaat van het nierweefsel. De glomerulus is vergroot, en de ruimte in het kapsel van Bowman is deels gevuld met bindweefsel. Afbeelding 1 is een schematische tekening van het kapsel van Bowman met de glomerulus.

Schematische tekening van het kapsel van Bowman met de glomerulus, met twee stippellijnen die plaats 1 en plaats 2 aangeven.
afbeelding 1

Afbeelding 2 is een foto van een microscopisch preparaat van nierweefsel van een kat met chronisch nierfalen.

Microscopische foto van nierweefsel met een glomerulus, de letters P en Q en bindweefsel.
afbeelding 2

Vraag 43 2 punten

Welke letter in afbeelding 2 geeft het kapsel van Bowman aan? En op welke plaats in afbeelding 1 is de doorsnede gemaakt van de niereenheid waar P en Q bij horen?

  1. A kapsel van Bowman: letter P; plaats doorsnede 1
  2. B kapsel van Bowman: letter P; plaats doorsnede 2
  3. C kapsel van Bowman: letter Q; plaats doorsnede 1
  4. D kapsel van Bowman: letter Q; plaats doorsnede 2
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Maureen geeft Rio voeding met een aangepaste eiwitsamenstelling. Het eten van te veel eiwitten zou namelijk leiden tot de productie van veel ureum, wat schadelijk is voor Rio.

Hieronder staat hoe de grote hoeveelheid ureum ontstaat. Op twee plaatsen ontbreekt een woord.

Bij de vertering van de grote hoeveelheid eiwitten worden veel ...(1)... gevormd, die daarna worden geresorbeerd in de darm. Een groot gedeelte hiervan wordt vervolgens afgebroken door de ...(2)... van Rio. Bij deze afbraak ontstaat ureum.

Vraag 44 2 punten

Schrijf de nummers 1 en 2 onder elkaar. Noteer het woord dat op de bijbehorende plaats moet staan erachter.

Bekijk het antwoord

1: aminozuren. 2: lever(cellen).

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2025, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens biologie havo

Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen biologie havo 2025, tijdvak 2 telt 44 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (10), bloedsomloop (5) en ademhaling (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-2/ha-1018-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.