Eindexamen biologie havo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De zeearend moet blijven!, Fanconi-anemie, Een nieuwe groente: eendenkroos, De Bajau, Gevaarlijke sporen, Eieren met spek.
Het centraal examen biologie havo 2025, tijdvak 1 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (9), bloedsomloop (7) en evolutie (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 1-4, 6, 9-10, 25, 41 | 9 |
| Bloedsomloop | 12-14, 28-29, 31, 43 | 7 |
| Evolutie | 5, 26, 32-34 | 5 |
| Erfelijkheid | 7-8, 11, 30, 40 | 5 |
| Cellen | 15, 17, 36-38 | 5 |
| Planten en fotosynthese | 18, 20-23 | 5 |
| Zenuwstelsel en hormonen | 27, 44-47 | 5 |
| Voeding en vertering | 24, 42, 48 | 3 |
| Afweer | 16, 35 | 2 |
| Voortplanting | 19 | 1 |
| DNA en eiwitsynthese | 39 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over cellen (10% van de vragen, gemiddeld 3%). Minder over afweer (4% van de vragen, gemiddeld 10%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
De zeearend moet blijven!
Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.
Thomas van der Es werkt als boswachter voor Staatsbosbeheer in Nationaal Park De Biesbosch. In dit gebied zet hij zich in voor het behoud van de biodiversiteit.
De Biesbosch is een waterrijk natuurgebied met veel wilgenbossen. Sinds 2006 broeden er zeearenden (afbeelding 1). Vanaf 1990 nam de populatie zeearenden in Duitsland toe door een afname van het gebruik van bepaalde insecticiden en door een jachtverbod.
Zeearenden werden al eerder in Nederland waargenomen, maar pas vanaf 2006 vestigden ze zich. Dat kon doordat er steeds meer natte natuurgebieden ontstonden, waar vogels die prooi zijn voor de zeearend, in grote groepen aanwezig zijn. Afbeelding 2 toont de plaatsen waar nu zeearenden broeden in Nederland.
Vraag 1 1 punt
Wat is de biologische term voor een geschikt leefgebied van een soort?
Afbeelding 1: foto van een zeearend op een tak in De Biesbosch. Afbeelding 2: kaart van Nederland met de plaatsen waar zeearenden broeden. Bekijk in Opgaven, pagina 2
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
De zeearend is in Nederland geen exoot.
Vraag 2 1 punt
Verklaar dit.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- De zeearend is op eigen kracht naar Nederland gekomen.
- De zeearend is zonder hulp van de mens hier gekomen.
- Het is een gevolg van migratie.
- Hij komt hier van nature voor.
- De zeearend was hier eerder al uitgestorven.
Insecticiden worden in de landbouw gebruikt om insecten te doden die voedselgewassen aantasten. Bepaalde insecticiden (zoals het verboden middel DDT) zijn een grote bedreiging voor de gezondheid van toppredatoren zoals de zeearend. Voor vogels die insecten eten, vormen deze insecticiden een minder groot gevaar, ondanks dat deze vogels even gevoelig zijn voor het gif als zeearenden.
Vraag 3 2 punten
Leg uit dat de zeearend wél ernstige gezondheidsschade ondervindt van deze insecticiden en de vogels die de insecten eten niet.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- de insecticiden niet worden afgebroken door organismen / de insecticiden zich ophopen in organismen / de insecticiden accumuleren in organismen,
- (waardoor) de concentratie insecticiden in hogere trofische niveaus toeneemt / in de voedselketen toeneemt.
of
(waardoor) de zeearend, die hoger in de voedselketen staat (dan insectenetende vogels) insecticiden in hogere concentraties in zijn lichaam opbouwt.
Opmerking
Als de kandidaat antwoordt dat insecticiden accumuleren in de voedselketen, het tweede scorepunt toekennen.
Afbeelding 3 toont het aantal broedparen van de zeearend in Nederland tot en met 2021.
Vraag 4 2 punten
Hieronder staan uitspraken over deze gegevens.
- 1 In 2006 werd in totaal één zeearend waargenomen.
- 2 Tussen 2006 en 2015 was de groei van het aantal broedende zeearenden in Nederland exponentieel.
- 3 In 2010 werden er geen kuikens grootgebracht.
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak wel of niet ondersteund wordt door de gegevens in afbeelding 3.
Staafdiagram van het aantal broedparen van de zeearend in Nederland per jaar, van 2000 tot en met 2021 (van 0 in 2000 tot 22 in 2021). Bekijk in Opgaven, pagina 3
Bekijk het antwoord
- 1 niet
- 2 niet
- 3 niet
Als er jonge zeearenden uit het ei zijn gekomen, helpt Van der Es met het ringen van de jongen. Die krijgen een ring met een unieke code om hun poot. Zo kunnen onderzoekers inzicht krijgen in paarvorming en migratie van deze vogels. Nederlandse zeearenden blijken bijvoorbeeld ook paartjes te vormen met Duitse zeearenden, en ook met niet-geringde zeearenden waarvan de herkomst onbekend is.
Voor het voortbestaan van een populatie zeearenden is paarvorming met zeearenden uit andere gebieden van belang.
Vraag 5 2 punten
Leg uit waarom het belangrijk is dat er paarvorming is met individuen uit andere gebieden.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- hierdoor de genetische variatie (van de nakomelingen) groter wordt, / de kans op inteelt kleiner wordt,
- (waardoor) de populatie zeearenden beter bestand is tegen verandering van milieufactoren. / (waardoor) de kans op (recessief) overervende aandoeningen kleiner is.
Opmerking
Als de kandidaat antwoord geeft aan de hand van een specifiek voorbeeld, scorepunten toekennen naar analogie met het correctievoorschrift.
De broedpogingen van de zeearend zijn niet altijd succesvol: er vliegen dan geen kuikens uit. Soms komt dit door menselijke activiteiten, zoals bij verstoring door het filmen van het nest. In andere gevallen zijn abiotische factoren verantwoordelijk voor een lager broedsucces.
Vraag 6 1 punt
Licht met een voorbeeld toe hoe een abiotische factor een lager broedsucces van zeearenden kan veroorzaken.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- De eieren vallen door de harde wind uit het nest.
- De jonge zeearenden drogen uit door hitte.
- De kuikens worden te koud door te veel regen.
Opmerking
Het antwoord moet een abiotische factor én een toelichting voor een lager broedsucces bevatten.
Bij het ringen wordt het geslacht van de jonge zeearend bepaald. De geslachtsorganen zijn niet uiterlijk zichtbaar. Er zijn wel andere meetbare uiterlijke kenmerken die verschillend zijn bij vrouwtjes en mannetjes. Er zijn twee methodes die eenvoudig in het veld gebruikt kunnen worden.
Methode 1: onderzoekers meten de breedte en dikte van een bepaald bot in de poot. Deze twee gegevens worden met elkaar vermenigvuldigd.
Methode 2: onderzoekers bepalen het gewicht en de vleugellengte.
Bij het testen van deze methodes moest ter controle ook het geslacht van elke gemeten zeearend met zekerheid worden vastgesteld. Dit werd gedaan aan de hand van een huidmonster.
Vraag 7 1 punt
Noteer welk onderzoek werd gedaan aan het huidmonster om het geslacht van de zeearend te bepalen.
Bekijk het antwoord
DNA-analyse / DNA-onderzoek / bepaling van het karyotype/karyogram / aantonen van de geslachtschromosomen
Opmerking
Als een kandidaat het bepalen van de aan- of afwezigheid van het Y-chromosoom noemt, het scorepunt toekennen.
De meetgegevens van methode 1 en 2 staan in afbeelding 4. Elk bolletje in deze diagrammen is een bepaling bij één zeearend.
Uit de diagrammen blijkt welke methode het meest geschikt is voor geslachtsbepaling.
Vraag 8 1 punt
Is methode 1 of is methode 2 het meest geschikt? Verklaar je antwoord.
Afbeelding 4: twee puntendiagrammen. Links methode 1 (breedte x dikte bot in mm², vrouwtje en mannetje). Rechts methode 2 (gewicht in kg tegen vleugellengte in mm, vrouwtje en mannetje). Bekijk in Opgaven, pagina 5
Bekijk het antwoord
methode 1, met als verklaring dat er geen overlap is tussen de waardes van de vrouwtjes en de mannetjes
Tussen 1988 en 1991 werden 41 bevers in De Biesbosch uitgezet. De populatie is gegroeid tot ruim 300 dieren. Bevers (afbeelding 5) knagen met hun scherpe tanden bomen om, zodat ze van de jonge takken kunnen eten. Zeearenden gebruiken zwarte populieren om hun nest in te maken, omdat deze boomsoort stevige takken heeft.
Van der Es bekleedt de stammen van potentiële nestbomen met kippengaas om te verhinderen dat bevers ze omknagen. Hij krijgt hier regelmatig vragen over. Bevers en zeearenden zijn namelijk beide beschermde diersoorten. Van der Es vindt dat in dit geval de keuze voor de zeearend het best is.
Vraag 9 1 punt
Noteer een biologisch argument dat zijn standpunt ondersteunt.
Afbeelding 5: foto van een bever die een boomstam doorknaagt. Bekijk in Opgaven, pagina 5
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- De zeearend is afhankelijk van de populier, terwijl de bever ook andere bomen kan eten.
- Er zijn al heel veel bevers in De Biesbosch.
- Er zijn weinig andere soorten toppredatoren.
- De populatie zeearenden is nog maar klein.
De relatie tussen de zwarte populier en de zeearend kan commensalisme genoemd worden.
Vraag 10 1 punt
Geef een argument voor deze stelling.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- De zeearend heeft voordeel; de populier heeft geen voordeel of nadeel.
- Het maakt voor de populier niet uit dat de zeearend erin nestelt.
Opmerking
Uit het antwoord moet voordeel voor de zeearend blijken, evenals het ontbreken van voordeel én nadeel voor de populier.
Fanconi-anemie
Toen Eileen zes jaar oud was, kreeg ze last van extreme vermoeidheid, infecties en bloedingen. Ze bleek Fanconi-anemie te hebben.
Fanconi-anemie (FA) is een zeldzame erfelijke ziekte waarbij er onder andere een verminderde aanmaak is van de vaste bloedbestanddelen. FA wordt meestal veroorzaakt door een mutatie die aanwezig is in een autosomaal gen, het FANCA-gen. Het mutante allel is recessief. Normaal gesproken regelt het FANCA-gen dat DNA gerepareerd kan worden. Fanconi-anemie kan ook ontstaan door een mutatie die aanwezig is in een gen op het X-chromosoom. Ook dit mutante allel is recessief. Bij Eileen is FA het gevolg van autosomale overerving. In afbeelding 1 staat de stamboom van de familie van Eileen.
Vraag 11 2 punten
Waaruit blijkt dat FA in de familie van Eileen niet X-chromosomaal recessief overerft?
Stamboom van de familie van Eileen. Legenda: man zonder FA, vrouw zonder FA, vrouw met FA. Eileen is de zwarte vrouw onderaan. Bekijk in Opgaven, pagina 6
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Door de erfelijke aandoening heeft Eileen te weinig vaste bloedbestanddelen. Daardoor is ze altijd moe en heeft ze vaak last van infecties en bloedingen. Afbeelding 2 is een microscopisch preparaat van gezond bloed. Hierin zijn verschillende vaste bloedbestanddelen met nummers aangegeven.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel.
Vraag 12 2 punten
- Noteer in de tweede kolom in elk vakje het nummer waarmee het bijbehorende bloedbestanddeel in afbeelding 2 is aangegeven.
- Noteer in de derde kolom in elk vakje het symptoom dat ontstaat door een tekort aan het bijbehorende bloedbestanddeel.
- Kies uit: vermoeidheid – infecties – bloedingen.
| bloedbestanddeel | nummer in afbeelding 2 | symptoom bij tekort |
|---|---|---|
| bloedplaatje | ||
| rode bloedcel | ||
| witte bloedcel |
Microscopisch preparaat van gezond bloed met bloedcellen en bloedplaatjes; de bestanddelen 1, 2 en 3 zijn met lijnen aangewezen. Bekijk in Opgaven, pagina 6
Bekijk het antwoord
| bloedbestanddeel | nummer in afbeelding 2 | symptoom bij tekort |
|---|---|---|
| bloedplaatje | 2 | bloedingen |
| rode bloedcel | 3 | vermoeidheid |
| witte bloedcel | 1 | infecties |
Opmerking
Als de kandidaat meerdere symptomen heeft ingevuld in een vakje, het tweede scorepunt niet toekennen.
In het eerste jaar na de diagnose krijgt Eileen om de paar weken een bloedtransfusie met bloedplaatjes en rode bloedcellen. De toegediende rode bloedcellen zijn bij voorkeur van Eileens eigen bloedgroep. Eileen heeft bloedgroep B en is resuspositief (B+). In noodgevallen zou ze ook rode bloedcellen van andere bloedgroepen kunnen ontvangen.
Het ziekenhuis heeft de volgende andere rode bloedcellen op voorraad: A+, A−, B−, AB+, AB−, 0+ en 0−.
Vraag 13 2 punten
Noteer welke van deze rode bloedcellen veilig aan Eileen kunnen worden toegediend.
Bekijk het antwoord
B−, 0+ en 0−
Opmerking
Als de kandidaat ook B+ noteert, dit niet aanrekenen.
Eileen komt in aanmerking voor een stamceltransplantatie. Eerst ondergaat ze chemotherapie om haar eigen bloedstamcellen te vernietigen. Enkele dagen later krijgt ze gezonde stamcellen van een donor.
Om de bloedstamcellen toe te dienen, wordt bij Eileen een slangetje (katheter) door de huid in een bloedvat aangebracht (afbeelding 3).
De katheter mondt uit in een bloedvat in de buurt van het hart.
Vraag 14 1 punt
In welk bloedvat komt de katheter uit?
Tekening van de romp met een katheter die door de huid in een bloedvat loopt, in de buurt van het hart. Bekijk in Opgaven, pagina 7
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
In de weken na de stamceltransplantatie zullen uit de gedoneerde stamcellen verschillende typen bloedcellen ontstaan die Eileen nodig heeft.
Vraag 15 2 punten
Wat is de naam van het proces waarbij uit de stamcellen verschillende typen bloedcellen ontstaan? En van welk proces is dit het gevolg?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Een gevaar bij stamceltransplantatie is de omgekeerde afstotingsziekte. Die treedt op als de afweercellen die uit de gedoneerde cellen ontstaan, de cellen van Eileen aanvallen en lekprikken. Om dit tegen te gaan is een donor gezocht van wie de membraaneiwitten op de lichaamscellen zo veel mogelijk overeenkomen met die van Eileen.
Vraag 16 2 punten
Welke afweercellen zijn verantwoordelijk voor de omgekeerde afstotingsziekte? En behoort de activiteit van deze cellen tot de aangeboren (niet-specifieke) of de verworven (specifieke) afweer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
De stamceltransplantatie is geslaagd als de gedoneerde stamcellen zich vestigen op de plaats waar ook bij gezonde mensen bloedcellen ontstaan.
Vraag 17 1 punt
Waar zullen de getransplanteerde stamcellen zich dan bij Eileen hebben gevestigd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Een nieuwe groente: eendenkroos
Ingrid van der Meer van Wageningen University & Research onderzoekt de mogelijkheid om eendenkroosplantjes te gebruiken als eiwitrijke groente.
Eendenkroos is een verzamelnaam voor verschillende soorten drijvende waterplantjes van enkele millimeters groot, zoals Lemna minor (afbeelding 1). De plantjes bestaan uit een bladachtig schijfje dat op het water drijft. De huidmondjes bevinden zich aan de bovenzijde van de blaadjes en staan altijd open. Bij sommige eendenkroossoorten zijn wortels aanwezig (afbeelding 2).
De functie van huidmondjes is de opname en afgifte van gassen.
Vraag 18 2 punten
Welk gas wordt netto opgenomen in het licht? En welk gas wordt netto opgenomen in het donker?
Afbeelding 1: foto van een dicht begroeid wateroppervlak met eendenkroos. Afbeelding 2: tekening van een eendenkroosplantje met wortels aan de onderzijde. Bekijk in Opgaven, pagina 9
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Eendenkroos kan zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten. In het voorjaar worden soms bloemetjes gevormd, maar meestal plant eendenkroos zich voort door nieuwe bladschijfjes af te splitsen. Hieronder staan kenmerken van voortplanting.
Vraag 19 2 punten
- 1 Er treedt meiose op.
- 2 De nakomelingen zijn genetisch identiek aan de ouders.
- 3 Recombinatie van de chromosomen is mogelijk.
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of het bijbehorende kenmerk bij geslachtelijke of bij ongeslachtelijke voortplanting hoort.
Bekijk het antwoord
- 1 geslachtelijk(e voortplanting)
- 2 ongeslachtelijk(e voortplanting)
- 3 geslachtelijk(e voortplanting)
Eendenkroos groeit op ondiep, stilstaand of langzaam stromend water in sloten en vijvers. In de periode van mei tot oktober groeit de populatie snel. Als het wateroppervlak geheel met eendenkroos bedekt is, kan een tekort aan zuurstof ontstaan voor dieren die in het water leven. Bij dit proces spelen een aantal gebeurtenissen een rol:
Vraag 20 1 punt
- 1 Aerobe bacteriën breken het organisch materiaal af.
- 2 Er dringt geen licht meer door in het water.
- 3 Er is geen fotosynthese mogelijk bij waterplanten die onder water groeien.
- 4 Er ontstaat een laag afgestorven materiaal op de bodem.
Noteer de nummers van de vier gebeurtenissen waardoor een tekort aan zuurstof ontstaat in de juiste volgorde.
Bekijk het antwoord
2 – 3 – 4 – 1
Voor haar onderzoek kweekt Van der Meer eendenkroos in bakken, onder gecontroleerde omstandigheden (afbeelding 3).
Het water in de bakken bevat onder andere anorganische stikstofverbindingen. De stikstof (N) is nodig voor de vorming van aminozuren en andere organische stoffen.
Enkele organische stoffen zijn:
Vraag 21 2 punten
- 1 cellulose
- 2 chlorofyl
- 3 DNA
- 4 RNA
Schrijf de nummers 1 tot en met 4 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende stof wel of geen stikstof bevat.
Foto van kweekbakken met eendenkroos onder glazen dak. Bekijk in Opgaven, pagina 10
Bekijk het antwoord
- 1 geen
- 2 wel
- 3 wel
- 4 wel
Onder gunstige omstandigheden kan de biomassa van eendenkroos in één dag verdubbelen. Het is belangrijk om de hoeveelheid mineralen in het water goed te doseren, zodat ze geen beperkende factor worden. Ook de concentraties van $\mathrm{O}_2$ en $\mathrm{CO}_2$ worden gemonitord.
Vraag 22 1 punt
Noem nog een andere factor die beperkend kan zijn tijdens de snelle groei van eendenkroos.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- temperatuur (van de lucht / van het water)
- (hoeveelheid) licht
- pH van het water
- grootte van de kweekbak
Opmerking
Aan het antwoord (hoeveelheid) water, het scorepunt toekennen.
Eendenkroos wordt al enkele jaren als veevoer geteeld. Van der Meer onderzoekt of eendenkroos ook geschikt is voor menselijke consumptie, omdat eiwitten zo via de kortst mogelijke voedselketen bij de mens terechtkomen. Dat is gunstig, want bij elke schakel in de voedselketen gaat een groot deel van de energie uit organische stoffen verloren. Oorzaken van dit energieverlies zijn dat dode en niet-eetbare delen niet gegeten worden en dat een deel van de organische stoffen in ontlasting terechtkomt. Er is nog een belangrijke oorzaak van dit energieverlies.
Vraag 23 1 punt
Noteer die oorzaak.
Bekijk het antwoord
dissimilatie/verbranding/warmteverlies
Door het hoge eiwitgehalte is eendenkroos mogelijk geschikt als vleesvervanger. De eiwitten moeten dan wel goed verteerbaar zijn en bepaalde aminozuren bevatten. Van der Meer onderzocht de verteerbaarheid van eendenkroos. De proefpersonen mochten een nacht en een ochtend niets eten, zodat het gehalte aan aminozuren in hun bloed laag werd. Daarna gaf ze de proefpersonen gekookt eendenkroos te eten. Voor en na het eten werd bij de proefpersonen bloed afgenomen. De bloedmonsters werden onderzocht op het gehalte aan essentiële aminozuren.
Vraag 24 2 punten
Leg uit dat voor het bepalen van de verteerbaarheid van eiwitten beter gekeken kan worden naar de toename van de essentiële aminozuren dan naar de toename van niet-essentiële aminozuren.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- de essentiële aminozuren (die een uur na het eten van eendenkroos in het bloed aanwezig zijn) afkomstig moeten zijn uit verteerde eiwitten (van het eendenkroos).
- essentiële aminozuren niet in het lichaam van de mens gevormd kunnen worden. / niet-essentiële aminozuren in het lichaam van de mens gevormd zouden kunnen zijn.
Van der Meer ziet mogelijkheden om het hele jaar eendenkroos te kweken door middel van verticale landbouw. Bij verticale landbouw worden groenten onder gecontroleerde omstandigheden in meerdere lagen boven elkaar geteeld (afbeelding 4), bijvoorbeeld in leegstaande gebouwen.
Door verticale landbouw is er minder landbouwgrond nodig.
Vraag 25 1 punt
Geef nog een ander argument waardoor de productie van groenten door middel van verticale landbouw ecologisch duurzamer kan zijn dan de productie van groenten via de gangbare akkerbouw.
Foto van verticale landbouw: groenten staan in meerdere lagen boven elkaar in een gebouw, onder kunstlicht. Bekijk in Opgaven, pagina 11
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- Bij verticale landbouw is er geen uitspoeling van meststoffen.
- laag waterverbruik mogelijk
- minder bestrijdingsmiddelen nodig
- minder last van dieren, zoals slakken, die van de planten eten
- minder grote machines nodig die fossiele brandstoffen gebruiken
- minder stikstofbelasting van natuurgebieden
- Er is minder transport nodig omdat de bedrijven dicht bij de consumenten kunnen staan.
De Bajau
De Bajau (afbeelding 1) is een volk van zeenomaden in Indonesië. Ze zijn in staat om lang onder water te blijven zonder hulpmiddelen.
Veel Bajau-mannen vissen met behulp van een harpoen. Ze duiken hierbij zonder duikuitrusting tot wel 70 meter diep en kunnen tien minuten onder water blijven.
Om lang zijn adem in te kunnen houden, kan een duiker vooraf een aantal keer diep in- en uitademen. Dit vergroot de hoeveelheid zuurstof in het bloed niet, maar zorgt ervoor dat de ademprikkel later komt. De duiker kan hierdoor echter buiten bewustzijn raken voordat de ademprikkel ontstaat, en kan zo verdrinken.
Hieronder staan drie uitspraken.
Vraag 26 2 punten
- 1 Door het inhouden van de adem wordt het restvolume van de longen groter.
- 2 De duiker raakt buiten bewustzijn, doordat de $\mathrm{O}_2$-concentratie in zijn bloed te laag wordt.
- 3 De ademprikkel blijft uit, omdat de $\mathrm{CO}_2$-concentratie in het bloed hoog is.
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak juist of onjuist is.
Foto van een Bajau-dorp op palen in zee, met houten boten en enkele mensen. Bekijk in Opgaven, pagina 12
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist
- 2 juist
- 3 onjuist
Uit onderzoek bij zeehonden is bekend dat er een relatie is tussen de grootte van de milt en de maximale duiktijd. Bij zuurstoftekort kan de milt samentrekken om extra rode bloedcellen aan het bloed toe te voegen.
Wetenschappers denken dat het samentrekken van de milt aan het begin van een duik, wordt veroorzaakt door signalen van het deel van het zenuwstelsel dat het lichaam gereedmaakt voor actie.
Vraag 27 1 punt
Welk deel van het zenuwstelsel is dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
De milt kan rode bloedcellen opslaan en speelt een rol bij de afbraak ervan.
Vraag 28 1 punt
In welk ander orgaan worden rode bloedcellen afgebroken?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Bij de afbraak van rode bloedcellen wordt ook het eiwit afgebroken dat zuurstof transporteert.
Vraag 29 1 punt
Noteer de naam van dit eiwit.
Bekijk het antwoord
hemoglobine
Deense onderzoekers vroegen zich af of de uitzonderlijke duikcapaciteit van de Bajau ook een relatie heeft met de grootte van hun milt en of deze aanpassing een genetische basis heeft. Hiervoor onderzochten ze het DNA en de grootte van de milt van 59 Bajau-mannen en van 34 Saluan-mannen. De Saluan leven van akkerbouw en veeteelt in dezelfde regio. De onderzoekers isoleerden het DNA uit cellen van het wangslijmvlies. Met behulp van echografie bepaalden ze de grootte van de milt.
Cellen van de milt zijn moeilijk af te nemen. Dat was ook niet nodig, de onderzoekers isoleerden DNA uit cellen van het wangslijmvlies.
Vraag 30 1 punt
Licht toe dat cellen van het wangslijmvlies gebruikt kunnen worden voor het DNA-onderzoek naar genen die de grootte van de milt beïnvloeden.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat het DNA in alle (lichaams)cellen hetzelfde is / wangslijmvliescellen hetzelfde DNA hebben als miltcellen.
De milt is onderdeel van het lymfevatenstelsel. Met echografie werd de grootte van de milt bepaald. De transductor (afbeelding 2) van het echoapparaat wordt op de plaats op de romp gezet waar zich de milt bevindt. Op een beeldscherm kan de milt dan zichtbaar worden gemaakt.
Vraag 31 1 punt
Op welke plaats op de romp (afbeelding 3) moet de transductor geplaatst worden om een beeld van de milt te kunnen krijgen?
Afbeelding 2: foto van een echo-onderzoek van de buik met een transductor. Afbeelding 3: silhouet van de romp met de plaatsen P, Q, R, S en T. Bekijk in Opgaven, pagina 13
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Uit het onderzoek blijkt dat de milt bij de Bajau-mannen gemiddeld groter is dan bij de Saluan-mannen. Uit dit onderzoek is niet af te leiden of een grotere milt erfelijk is, of dat individuen een grotere milt ontwikkelen tijdens hun leven door het vele duiken. Om dat te bepalen, moet in een vervolgonderzoek de miltgrootte van twee andere groepen met elkaar vergeleken worden.
Vraag 32 2 punten
- Noteer twee groepen waarvan de miltgrootte met elkaar moet worden vergeleken om hier duidelijkheid over te krijgen.
- Beschrijf het resultaat van het vervolgonderzoek waaruit blijkt dat een grotere milt erfelijk is.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- Bajau-vrouwen worden vergeleken met Saluan-vrouwen, en de (gemiddelde) miltgrootte van de Bajau-vrouwen is groter (dan die van de Saluan-vrouwen);
- of: Bajau-kinderen worden vergeleken met Saluan-kinderen, en de (gemiddelde) miltgrootte van de Bajau-kinderen is groter (dan die van de Saluan-kinderen);
- of: niet-duikende Bajau(-mannen) worden vergeleken met niet-duikende Saluan(-mannen), en de (gemiddelde) miltgrootte van de niet-duikende Bajau(-mannen) is groter (dan die van de niet-duikende Saluan-mannen);
- of: duikende Bajau(-mannen) worden vergeleken met niet-duikende Bajau(-mannen), en bij deze groepen de milt (gemiddeld ongeveer) dezelfde omvang heeft.
Opmerking
Het tweede scorepunt kan alleen worden toegekend als het eerste scorepunt is behaald.
Na de analyse van het DNA vonden onderzoekers in een gen op chromosoom 6 een mutatie die samenhangt met de grootte van de milt. Afbeelding 4 laat de relatie zien tussen het genotype (aantal mutante allelen van dit gen) en het fenotype (de miltgrootte bij Bajau-mannen).
Vraag 33 2 punten
Hieronder staan uitspraken over de gegevens in het informatiekader.
- 1 Het mutante allel erft autosomaal over.
- 2 Mensen met één keer het mutante allel hebben een intermediair fenotype.
- 3 De grootte van de milt wordt alleen bepaald door het gen op chromosoom 6.
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter of de bijbehorende uitspraak wel of niet een juiste conclusie is op basis van de gegevens in het informatiekader.
Staafdiagram van de gemiddelde miltgrootte (cm³) per genotype: 0, 1 en 2 mutante allelen. De staven worden hoger naarmate er meer mutante allelen zijn. Bekijk in Opgaven, pagina 14
Bekijk het antwoord
- 1 wel
- 2 wel
- 3 niet
De onderzoekers vermoeden dat de grotere milt van de Bajau-mannen het gevolg is van evolutie.
Vraag 34 3 punten
Beschrijf hoe evolutie tot een grotere milt kan hebben geleid.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- er genetische variatie is in miltgrootte / er mutaties zijn opgetreden die leidden tot een grotere milt.
- mannen met een grotere milt meer voedsel konden verzamelen, / diepere duiken konden overleven,
- (waardoor) deze mannen een hogere fitness hadden. / meer voortplantingssucces hadden.
Opmerking
Als een kandidaat antwoordt dat mannen die diep kunnen duiken aantrekkelijker waren voor vrouwen, het tweede scorepunt toekennen.
Gevaarlijke sporen
Jasper heeft een levensgevaarlijke infectie gehad met een schimmel die resistent is tegen medicijnen. Deze schimmel is waarschijnlijk resistent geworden door het gebruik van schimmelbestrijdingsmiddelen in de akkerbouw.
Aspergillus fumigatus is een schimmel die algemeen aanwezig is in de bodem. Je ademt dagelijks sporen van deze schimmel in (afbeelding 1). Bij gezonde mensen ruimt het immuunsysteem de sporen op. Als gevolg van een ziekte heeft Jasper echter een sterk verlaagde weerstand, waardoor de schimmel een gevaarlijke infectie veroorzaakte. Dit wordt aspergillose genoemd.
De meeste sporen komen niet verder dan de luchtpijp en de bronchiën doordat deze delen van de luchtwegen dekweefsel bezitten met slijmcellen en trilhaarcellen.
Vraag 35 2 punten
Leg uit hoe deze twee celtypen samen tegengaan dat schimmelsporen de longblaasjes bereiken.
Afbeelding 1: schematische weergave van een Aspergillus-schimmel die sporen verspreidt, de weg van de sporen door de luchtwegen, en aspergillose in de longen. Bekijk in Opgaven, pagina 15
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat
- de slijmcellen slijm maken waardoor de sporen blijven plakken. / waardoor de sporen weggevangen worden.
- de trilhaarcellen het slijm (met sporen) afvoeren (richting slokdarm).
Opmerking
Het eerste scorepunt alleen toekennen als zowel de productie als het effect van slijm is benoemd.
Jasper kreeg antischimmel-medicijnen. Toch liet hij korte tijd daarna steeds dingen uit zijn handen vallen en kreeg hij moeite met lopen. Dat was voor Jaspers arts de aanleiding om een hersenscan te laten maken. Op de hersenscan waren enkele verdachte plekken te zien. Daarom nam een neurochirurg hersenweefsel af en bekeek het met een microscoop. Haar vermoeden werd bevestigd: er waren schimmelcellen aanwezig in het hersenweefsel. De medicijnen hadden blijkbaar niet gewerkt.
Hieronder staan enkele onderdelen van cellen.
Vraag 36 1 punt
- 1 bladgroenkorrels
- 2 celkern
- 3 celwand
- 4 vacuole
Welke van deze onderdelen zijn aanwezig bij een schimmelcel? Noteer de nummers.
Bekijk het antwoord
(alleen) 2/celkern én 3/celwand én 4/vacuole
In afbeelding 2 zijn tekeningen van de hersenscans van Jaspers grote hersenen te zien. Het zijn verschillende doorsnedes. De bovenzijde van elke tekening is de voorkant van zijn hoofd. De pijlen wijzen plaatsen aan waar zenuwcellen vernietigd zijn door de schimmel.
Vraag 37 1 punt
Op een van de tekeningen in afbeelding 2 is te zien dat de schimmel het gebied heeft geïnfecteerd dat Jaspers rechterhand aanstuurt.
Op welke tekening is dat?
Afbeelding 2: drie hersendoorsneden (tekeningen 1, 2 en 3) met pijlen naar plekken waar zenuwcellen zijn vernietigd. Bekijk in Opgaven, pagina 16
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
De antischimmelmedicijnen die Jasper kreeg, waren azolen. Azolen remmen de werking van het enzym lanosteroldemethylase. Dit enzym is nodig voor de productie van ergosterol. Ergosterol is een bestanddeel van de celmembraan van schimmels.
Vraag 38 2 punten
Op de uitwerkbijlage staat een schema.
Noteer de volgende woorden op de juiste plaats in het schema: azolen, ergosterol, lanosteroldemethylase.
Noteer in de cirkels een + voor een stimulerende werking of een − voor een remmende werking.
Leeg schema: boven elkaar twee lege vakjes met een pijl en een cirkel op elke pijl, daaronder lanosterol met een pijl naar rechts naar een leeg vakje. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 1
Bekijk het antwoord
het juist ingevulde schema:
- azolen, ergosterol en lanosteroldemethylase op de juiste plaats
- de + en de − op de juiste plaats
Opmerking
Het tweede scorepunt kan alleen worden toegekend als het eerste scorepunt is behaald.
De schimmel in de longen en hersenen van Jasper bleek resistent tegen azolen door een puntmutatie in het gen voor het enzym lanosteroldemethylase. Het codon voor het aminozuur leucine is gewijzigd in een codon voor het aminozuur histidine. Daardoor heeft het enzym een iets andere vorm, met als gevolg dat azolen dit enzym niet meer kunnen remmen. Ondanks de andere vorm is het enzym nog wel werkzaam.
Vraag 39 1 punt
Welke base is gewijzigd, waardoor het codon voor leucine in een codon voor histidine is veranderd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Resistentie van een schimmel tegen een medicijn kan ontstaan na herhaald gebruik van dit medicijn. Jasper was echter nog niet eerder behandeld met azolen. Ook bij andere aspergillose-patiënten komt de resistente Aspergillus fumigatus met dezelfde puntmutatie voor. De overdracht van sporen tussen mensen is niet mogelijk. Artsen vermoeden daarom dat de patiënten de ziekte oplopen door het inademen van resistente schimmelsporen uit het milieu.
Vraag 40 1 punt
Verklaar dat het erg onwaarschijnlijk is dat bij meerdere aspergillose-patiënten dezelfde puntmutatie ontstaat in de schimmel.
Bekijk het antwoord
voorbeelden van een juist antwoord:
- Mutaties zijn toevallig.
- Mutaties ontstaan op willekeurige plaatsen.
- De kans op een mutatie van één base is al klein; de kans op dezelfde baseverandering op dezelfde plek is nog veel kleiner.
In de akkerbouw worden azolen gebruikt om voedselgewassen en bloembollen te beschermen tegen schimmelinfecties. Deze azolen komen met plantenafval terecht op composthopen. Waarschijnlijk is in zo'n composthoop de resistente Aspergillus fumigatus ontstaan.
A. fumigatus komt veel voor in composthopen, en speelt een rol in de kringloop van stoffen.
Vraag 41 2 punten
Tot welke groep behoort A. fumigatus in de kringloop van stoffen? En welke omzetting in de kringloop van stoffen wordt gedaan door A. fumigatus?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
A. fumigatus scheidt amylase uit. Amylase is een enzym dat bepaalde moleculen uit het plantaardig afval afbreekt tot voedingsstoffen die door de schimmel kunnen worden opgenomen.
Vraag 42 1 punt
Noteer een molecuul dat aanwezig is in plantaardig afval én door amylase wordt afgebroken.
Bekijk het antwoord
zetmeel/amylose
Jasper kreeg andere medicijnen toegediend die wel goed werkten tegen de schimmel, waardoor hij herstelde. Maar door de hoge dosering van de medicijnen liepen Jaspers nieren schade op. Als gevolg hiervan heeft Jasper onder andere een grotere kans op een kaliumtekort.
Vraag 43 1 punt
Welk gedeelte van een niereenheid zal zijn aangetast waardoor een kaliumtekort kan optreden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Eieren met spek
Veel mensen vinden de combinatie van eieren met spek lekker. Uit onderzoek blijkt dat dat komt doordat verschillende umami-smaakstoffen in deze voedingsmiddelen elkaar versterken.
Umami (hartig) is de vijfde smaak die mensen kunnen onderscheiden. Elk van de vijf smaken in voedsel veroorzaakt een reactie in specifieke smaakzintuigcellen op de tong.
Reacties in de smaakzintuigcel leiden ertoe dat de smaak uiteindelijk wordt waargenomen in de hersenen.
Vraag 44 1 punt
In welk deel van de hersenen wordt de smaak waargenomen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Afbeelding 1 laat zien hoe binding van umami-smaakstof aan een receptor op een smaakzintuigcel op de tong leidt tot een signaal in een zenuwcel. In de tekst hieronder staan de verschillende stappen in het proces. Op drie plaatsen ontbreekt een woord.
Umami-smaakstoffen binden aan receptoren op de smaakzintuigcel. Na een keten van reacties worden blaasjes met ...(1)... richting het membraan getransporteerd. De inhoud van de blaasjes komt door ...(2)... in de synaps tussen de smaakzintuigcel en de zenuwcel terecht. Dit leidt tot het ontstaan van ...(3)... in de zenuwcel.
Vraag 45 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar. Noteer erachter welk woord op de bijbehorende plaats moet staan.
Kies uit:
- bij 1 hormonen / neurotransmitters
- bij 2 endocytose / exocytose
- bij 3 impulsen / prikkels
Afbeelding 1: schematische tekening van smaakzintuigcellen in de tong met een umami-smaakstof, een receptor, een zenuwcel en de uitloper van de sensorische zenuwcel. Bekijk in Opgaven, pagina 19
Bekijk het antwoord
- 1 neurotransmitters
- 2 exocytose
- 3 impulsen
- 1 Onderzoeker Charlotte Schmidt veronderstelde dat bepaalde
- 2 voedselcombinaties lekker worden gevonden doordat umami-
- 3 smaakstoffen uit beide producten elkaar versterken.
- 4 Uit eerder onderzoek bleek dat bij eieren de umami-smaak vooral wordt
- 5 veroorzaakt door het aminozuur glutaminezuur.
- 6 Bij spek wordt de umami-smaak veroorzaakt door bepaalde nucleotiden.
- 7 Schmidt ontdekte dat wanneer deze nucleotiden aanwezig zijn,
- 8 glutaminezuur sterker wordt gebonden aan de receptor.
- 9 Dit leidt tot een sterker signaal naar de hersenen, zodat de umami-smaak
- 10 sterker wordt waargenomen.
- 11 Schmidt leidde hieruit af dat twee umami-smaakstoffen waarvan de één
- 12 een nucleotide is en de ander een aminozuur, elkaar inderdaad kunnen
- 13 versterken.
Vraag 46 1 punt
In welke regels in de tekst wordt de hypothese van het onderzoek van Schmidt beschreven?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Han en Kees willen voor hun profielwerkstuk onderzoeken of de smaakstoffen van ham en van kaas elkaar op dezelfde manier versterken als spek en eieren. Ze maken drie puddingen waaraan ze verschillende smaakstoffen toevoegen:
Pudding 1: ham-smaakstof, in een concentratie net onder de drempelwaarde.
Pudding 2: kaas-smaakstof, in een concentratie net onder de drempelwaarde.
Pudding 3: beide smaakstoffen, met dezelfde concentratie ham-smaakstof als in pudding 1 en dezelfde concentratie kaas-smaakstof als in pudding 2.
50 leerlingen doen mee aan het onderzoek. Deze proefpersonen proeven elke pudding door er een even grote hap van te nemen. Kees noteert of de proefpersonen wel of niet ham en/of kaas waarnemen. Na elke hap spoelen de proefpersonen hun mond met water.
Vraag 47 1 punt
Op de uitwerkbijlage staat een tabel.
Kruis in de tabel aan met welke resultaten bevestigd zou worden dat beide smaakstoffen elkaar versterken.
| wel smaakwaarneming | geen smaakwaarneming | |
|---|---|---|
| pudding 1 | ||
| pudding 2 | ||
| pudding 3 |
Bekijk het antwoord
| wel smaakwaarneming | geen smaakwaarneming | |
|---|---|---|
| pudding 1 | x | |
| pudding 2 | x | |
| pudding 3 | x |
Om te controleren of de proefpersonen wel in staat zijn om ham- en kaassmaak waar te nemen, laten Han en Kees hun proefpersonen op dezelfde manier extra puddingen proeven.
Vraag 48 1 punt
Noteer wat de samenstelling is van deze extra puddingen.
Bekijk het antwoord
Uit het antwoord moet blijken dat er een pudding is met ham-smaakstof in een concentratie (ruim) boven de drempelwaarde, én een pudding is met kaas-smaakstof in een concentratie (ruim) boven de drempelwaarde.
Opmerkingen
- Als de kandidaat noteert dat de concentraties ham- en kaas-smaakstof in de puddingen hoger moeten zijn dan die in pudding 1 en 2, het scorepunt toekennen.
- Als de kandidaat ook een derde pudding noteert met ham- en kaas-smaakstof in (dezelfde) concentraties boven de drempelwaarde, dit niet aanrekenen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens biologie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2025, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie havo 2025, tijdvak 1 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over ecologie (9), bloedsomloop (7) en evolutie (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2025, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2025, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-1/ha-1018-a-25-1-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.