Eindexamen biologie havo 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Pas op voor tekenbeten!, Groenten telen op Mars, Galstenen, Verdachte chrysanten, Zeeslak maakt pijnstiller, Zombieplanten, 18p-tetrasomie, Vleermuizen bedreigd!.
Het centraal examen biologie havo 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 43. Van 41 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (8), afweer (7) en voeding en vertering (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Ecologie | 29-33, 37-39 | 8 |
| Afweer | 3, 5-6, 40-43 | 7 |
| Voeding en vertering | 4, 13-15, 18, 36 | 6 |
| Planten en fotosynthese | 8-9, 11-12, 21-22 | 6 |
| DNA en eiwitsynthese | 10, 20, 26-28 | 5 |
| Erfelijkheid | 19, 23-25, 34 | 5 |
| Bloedsomloop | 16-17, 35 | 3 |
| Evolutie | 7 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens biologie havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over DNA en eiwitsynthese (12% van de vragen, gemiddeld 4%) en planten en fotosynthese (15% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over zenuwstelsel en hormonen (0% van de vragen, gemiddeld 12%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen biologie havo 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen biologie havo 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen biologie havo 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Pas op voor tekenbeten!
Tijdens een introductieactiviteit van de hbo-opleiding Bos- en natuurbeheer spelen Stijn en zijn medestudenten een kennismakingsspel in het bos. Aan het eind van de dag wordt tegen alle studenten gezegd dat ze zich goed moeten controleren op teken.
Teken (Ixodes ricinus, afbeelding 1) wachten in het gras of in laag struikgewas op voorbijkomende dieren of mensen die hun een bloedmaaltijd kunnen verschaffen. Ze hechten zich met hun zuigsnuit (afbeelding 2) aan hun slachtoffer en voeden zich vervolgens met bloed uit de bloedvaten van de huid.
afbeelding 1 afbeelding 2
vergroting 100 x
Vraag 1 1 punt
Noteer een kenmerk van de bouw van de zuigsnuit dat zichtbaar is in afbeelding 2 en geef aan waardoor dit kenmerk de zuigsnuit geschikt maakt voor zijn functie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − weerhaken, daarmee kan de teek zich goed vasthechten − spits, zo kan de huid van de gastheer goed doorboord worden − lang, daardoor kunnen de bloedvaten worden bereikt (1)
De dikte van de opperhuid van een mens is tussen 30 en 2500 micrometer dik, afhankelijk van de plaats op het lichaam.
Vraag 2 3 punten
− Bepaal, aan de hand van afbeelding 2, hoeveel micrometer de zuigsnuit van de teek kan doordringen in de menselijke huid. Noteer je berekening.
- Licht toe dat dit voldoende is om bloedvaten van een mens te kunnen bereiken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een juist antwoord: De lengte van de zuigsnuit op de afbeelding is 22 mm.
22 mm De werkelijke lengte is = 0,22 mm = 220 micrometer. 100 Dit is voldoende om de bloedvaten te bereiken die zich onder opperhuid met een dikte van 30 micrometer bevinden.
’s Avonds bemerkt Stijn dat hij een teek in zijn knieholte heeft. Het speeksel van een teek bevat zowel een verdovende stof als een stof die bloedstolling tegengaat. Door de verdovende stof heeft Stijn de tekenbeet niet gevoeld en door de stollingsremmer kan de teek lange tijd bloed blijven zuigen zonder dat er stolsels ontstaan.
Vraag 3 1 punt
Welke huidlaag moet het speeksel van de teek minimaal bereiken, zodat het zowel verdovend als stollingsremmend kan werken?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Zo’n twintig procent van de teken in Nederland is geïnfecteerd met de borrelia-bacterie (Borrelia burgdorferi) en kan deze bacterie overbrengen op mensen. De bacterie is de veroorzaker van de ziekte van Lyme. Mensen met deze ziekte hebben vaak last van vermoeidheid en gewrichtsproblemen.
Om de kans op besmetting met de borrelia-bacterie zo klein mogelijk te maken, verwijdert Stijn de teek direct met een tekentangetje. Mocht hij toch besmet zijn geraakt, dan zal zijn afweersysteem in actie komen om de bacterie onschadelijk proberen te maken. Als het niet lukt om de borrelia-bacterie onschadelijk te maken, kan de bacterie zich in het lichaam vermenigvuldigen. Dit leidt tot diverse lichamelijke klachten, waaronder koorts. Bij koorts wordt de norm voor de lichaamstemperatuur tijdelijk verschoven van 37 °C naar 38,5 °C of hoger. Vervolgens zullen diverse processen leiden tot een verhoging van de lichaamstemperatuur. Processen die de lichaamstemperatuur beïnvloeden zijn:
1 rillen en klappertanden
2 verhoging van de zweetproductie
3 vernauwing van bloedvaten in de huid
Vraag 4 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of het betreffende proces de lichaamstemperatuur zal laten stijgen of zal laten dalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat symbolen (zoals pijlen, plussen of minnen) juist gebruikt, de scorepunten toekennen naar analogie met het correctievoorschrift.
Een docent van Stijn heeft de afgelopen jaren al tientallen tekenbeten gehad. Hij heeft onlangs zijn bloed laten onderzoeken. Hij blijkt nu niet besmet met de borrelia-bacterie, maar wel immuun te zijn voor deze bacterie.
Er worden stoffen in zijn bloed aangetoond die aangeven dat hij in het verleden een infectie met deze bacterie heeft gehad.
Vraag 5 2 punten
Welk type stof wordt in het bloed van de docent aangetoond? En is zijn immuniteit actief of passief?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (2)
aangetoonde stof immuniteit
A antigenen van de borrelia-bacterie actief
B antigenen van de borrelia-bacterie passief
C antistoffen tegen de borrelia-bacterie actief
D antistoffen tegen de borrelia-bacterie passief
De docent moet alert blijven op tekenbeten. Door mutaties veranderen de eiwitten op het buitenoppervlak van de borrelia-bacterie. Hierdoor is er een kans dat de docent bij een volgende infectie toch ziek kan worden.
Vraag 6 1 punt
Verklaar waardoor er bij een volgende infectie met een borrelia-bacterie niet direct een specifieke afweerreactie optreedt als de eiwitten op het buitenoppervlak van de borrelia-bacterie veranderd zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat veranderde eiwitten niet herkend worden door de (aanwezige) geheugencellen/antistoffen. (1)
Als een arts de ziekte van Lyme vaststelt bij een patiënt schrijft de arts een antibioticum voor. Artsen zijn echter terughoudend in het voorschrijven van antibiotica. Door veelvuldig gebruik van antibiotica kunnen namelijk resistente bacteriestammen ontstaan. Je krijgt daarom niet bij iedere tekenbeet een antibioticum.
Vraag 7 2 punten
Beredeneer hoe door het gebruik van een antibioticum een resistente bacteriestam kan ontstaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat immuniteit gebruikt in plaats van resistentie, 1 scorepunt in mindering brengen.
Groenten telen op Mars
Wouter onderzoekt voor zijn profielwerkstuk de mogelijkheid om voedselgewassen te verbouwen op Mars. Hij raakte geïnteresseerd nadat hij een nieuws-item zag waarin ecoloog Wieger Wamelink van Wageningen Universiteit vertelt met succes tomaten, bonen, worteltjes en aardappelen te hebben gekweekt op ‘marszand’. Nadat Wouter contact opnam met de onderzoeker, kreeg hij marszand om zelf enkele experimenten mee uit te voeren.
afbeelding 1 Het marszand dat Wouter gebruikt, komt niet echt van Mars, maar is zand van vulkanische bodems op Hawaii. Dit zand vertoont grote gelijkenis met de bodem van Mars die de Marsrover Curiosity (afbeelding 1) analyseerde. Zand op Mars blijkt vooral fosfor, ijzeroxiden en stikstof te bevatten, maar ook enkele zware metalen.
Met een experiment wil Wouter onderzoeken of bonenplanten geteeld op marszand evenveel biomassa produceren als bonenplanten geteeld op potgrond. Bij dit experiment heeft hij de beschikking over de volgende materialen:
- bonen (zaden)
- droogoven
- kweekbakken
- marszand
- potgrond
- water
- weegschaal
Vraag 8 4 punten
Beschrijf…
- de opzet van het experiment.
- hoe de biomassa van de planten wordt bepaald.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Er worden twee (groepen) kweekbakken gebruikt: één met potgrond en één met marszand (1)
- In beide groepen/kweekbakken worden meerdere bonen gezaaid/opgekweekt; het aantal is in de twee groepen/kweekbakken gelijk (1)
- Alle omstandigheden (behalve de grond) in de twee groepen/kweekbakken zijn identiek (1)
- De bonenplanten worden gedroogd en (vervolgens) gewogen (1)
Naast de samenstelling van de bodem zijn er op Mars nog meer abiotische factoren die de plantengroei zullen beïnvloeden. De gemiddelde temperatuur op Mars is –55 °C. De luchtdruk op Mars is zeer laag, waardoor water heel snel zal verdampen via de huidmondjes. Ook de samenstelling van de atmosfeer is anders dan op aarde (tabel 1).
[tabel 1: zie het originele examen] Mars aarde CO2 96,0% 0,05% N2 1,9% 78,1% O2 0,15% 20,9%
Het verschil in abiotische factoren heeft gevolgen voor processen in de plant. Hierover worden drie uitspraken gedaan:
1 Door de samenstelling van de Mars-atmosfeer zullen de huidmondjes van planten op Mars langer open moeten zijn dan op aarde.
2 Zuurstof vormt op Mars een beperkende factor voor de fotosynthese.
3 De temperatuur vormt op Mars een beperkende factor voor de enzymactiviteit in planten.
Vraag 9 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 juist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Marszand bevat fosfor (P) in de vorm van fosfaat, en het bevat stikstof (N) in de vorm van nitraat en ammonium. Een plant gebruikt fosfor en stikstof bij het maken van bepaalde organische stoffen. Twee voorbeelden van organische stoffen die voorkomen in een plant zijn DNA en aminozuren.
Vraag 10 2 punten
Bevat DNA fosfor en/of stikstof? En bevatten aminozuren fosfor en/of stikstof?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: E (2)
DNA aminozuren
A alleen fosfor alleen stikstof
B alleen fosfor zowel fosfor als stikstof
C alleen stikstof alleen stikstof
D alleen stikstof zowel fosfor als stikstof
E zowel fosfor als stikstof alleen stikstof
F zowel fosfor als stikstof zowel fosfor als stikstof
Wouter denkt dat de teelt van bonen gebruikt kan worden om het nitraatgehalte in de bodem van Mars te verhogen. Bonenplanten leven in symbiose met stikstofbindende knolletjesbacteriën.
Als bonenplanten ondergespit worden, zetten bacteriën in de bodem de stikstofhoudende organische stoffen uit de plantenresten om tot nitraat. Bacteriën die voorkomen in de bodem op aarde zijn:
1 denitrificerende bacteriën
2 nitrificerende bacteriën
3 rottingsbacteriën Bepaalde bacteriën zouden aan de bodem van Mars moeten worden toegevoegd om de omzetting van stikstofhoudende organische stoffen naar nitraat mogelijk te maken.
Vraag 11 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende bacteriën hiervoor wel of niet moeten worden toegevoegd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 wel 3 wel indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Als het lukt om op Mars in verwarmde kassen bonenplanten met de knolletjesbacteriën te telen zal de stikstofbinding door de knolletjesbacteriën minder groot zijn dan op aarde.
Vraag 12 1 punt
Verklaar dit aan de hand van een verschil tussen de samenstelling van de atmosfeer van Mars en die van aarde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − De N2-concentratie op Mars is lager, waardoor knolletjesbacteriën minder makkelijk stikstof kunnen binden. − De O2-concentratie is lager, waardoor in knolletjesbacteriën minder verbranding kan plaatsvinden. − De CO2-concentratie is hoger, waardoor de bodem verzuurt en de enzymen van knolletjesbacteriën minder goed werken. (1)
Galstenen
Noor werkt als radiodiagnostisch laborant in een ziekenhuis. Ze maakt een scan van de buik van een patiënt. Deze patiënt kwam op de spoedeisende hulp met hevige pijn rechtsboven in de buik en met een gelige gelaatskleur. Op de scan afbeelding 1 (afbeelding 1) ziet Noor een witte plek op de lever. Dit bevestigt haar vermoeden dat het galstenen zijn die de buikpijn veroorzaken. Na overleg met de arts wordt de patiënt doorverwezen naar een internist voor behandeling.
Op de scan zijn vier witte plekken met letters aangegeven.
Vraag 13 1 punt
Noteer de letter die de witte plek op de lever aangeeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (letter) Q (1)
Galstenen kunnen ontstaan in de galblaas. Een deel van de galstenen bestaat voornamelijk uit bilirubine. Bilirubine is een afbraakproduct van hemoglobine en wordt met de gal uitgescheiden. Het ijzer (Fe3+) dat vrijkomt bij de afbraak van hemoglobine wordt
- gebonden aan eiwitten in het bloedplasma
- vervoerd naar weefsels waar nieuw hemoglobine wordt geproduceerd.
In afbeelding 2 is een aantal organen met letters aangegeven.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Vraag 14 1 punt
Noteer de letter van het orgaan in afbeelding 2 waar ijzer uit het bloedplasma wordt opgenomen voor de productie van hemoglobine.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (letter) P (1)
In afbeelding 3 is de galblaas met enkele galstenen getekend. De galgang is geblokkeerd door een galsteen. Gal en stoffen die vervoerd worden via buis X hopen zich hierdoor op. Dit veroorzaakt de pijn bij de patiënt.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
Vraag 15 1 punt
Welke stof hoopt zich op in buis X uit afbeelding 3?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Als de galgang geblokkeerd is, kan bilirubine niet worden uitgescheiden door de lever. Als gevolg hiervan komt de stof in een hoge concentratie in het bloed en in de huid terecht waardoor de patiënt een gele gelaatskleur krijgt. Een aantal bloedvaten zijn:
1 aorta
2 bovenste holle ader
3 haarvaten van de longen
4 haarvaten van het hart
5 leverader
6 leverslagader
7 longader
8 longslagader
9 onderste holle ader
10 poortader
Vraag 16 2 punten
Door welke van deze bloedvaten gaat een bilirubinemolecuul op de kortste weg vanuit de lever naar de huid van het gezicht? Noteer die nummers in de juiste volgorde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 5-9-8-3-7-1 indien alleen de zes juiste nummers in de juiste volgorde (2) indien alleen de zes juiste nummers in een onjuiste volgorde (1) indien alleen de zes juiste nummers in de juiste volgorde met één onjuist nummer (1) indien alleen vijf juiste nummers in de juiste volgorde (1) in alle andere gevallen (0) (2)
De urine van de patiënt was donkergekleurd. Dit duidt op de aanwezigheid van bilirubine.
Vraag 17 1 punt
Door welk proces in de nieren komt bilirubine uit het bloed in de urine terecht?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De internist besluit dat de galblaas van de patiënt moet worden verwijderd. Na de operatie krijgt de patiënt het advies om vette maaltijden te vermijden. Zonder galblaas wordt er namelijk te weinig gal afgegeven na een vette maaltijd.
Vraag 18 2 punten
Leg uit dat door het tekort aan gal niet al het vet verteerd kan worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Door het tekort aan gal is het contactoppervlak tussen vet en spijsverteringssappen kleiner waardoor lipase minder goed vet kan afbreken. − Normaal zorgt gal voor emulgeren van vet. Door emulgeren kunnen enzymen het vet sneller verteren. Bij de patiënt wordt het vet dus niet volledig verteerd. − Gal verdeelt vet in kleine druppels. Enzymen kunnen de vetten dan goed afbreken. Bij de patiënt is dat dus niet het geval. Uit het antwoord moet blijken dat • (door een tekort aan gal bij de patiënt) vet minder geëmulgeerd wordt 1 • (waardoor) enzymen (uit de alvleesklier) vetten minder goed afbreken 1 (2)
Verdachte chrysanten
De van oorsprong gele chrysant wordt in Nederland volop gekweekt. Er zijn witte (afbeelding 1), roze, rode en paarse variëteiten. Sommige hebben grote bloemen, andere juist kleine.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
De verschillende chrysanten-rassen zijn ontwikkeld door klassieke veredeling: dit is veredeling door middel van kruisingen waarbij wordt geselecteerd op gewenste kleuren en vormen. Bij klassieke veredeling spelen
- net als bij evolutie
- selectie en isolatie een rol.
Vraag 19 1 punt
Verklaar dat klassieke veredeling niet mogelijk is zonder isolatie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat (bij klassieke veredeling) moet worden voorkómen dat planten kruisen met andere dan de geselecteerde planten / dat er alleen kruisingen mogen plaatsvinden tussen planten met de gewenste eigenschappen. (1)
Het kost jaren voordat gewenste eigenschappen uiteindelijk via klassiek veredelen in de planten vóórkomen en er sprake is van een nieuw ras. Bij het veredelen van chrysanten wordt gebruikgemaakt van de genetische variatie van de planten. Om het veredelingsproces te versnellen, bestralen veredelaars plantendelen met radioactieve straling. Cellen van bladeren en stengels worden vervolgens op voedingsbodems opgekweekt tot volledige planten.
De radioactieve straling leidt tot extra variatie in het erfelijk materiaal.
Vraag 20 1 punt
Hoe noemen we deze eigenschap van radioactieve straling?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Bij weefselkweek worden hormonen toegevoegd waardoor de cellen andere organen vormen, zoals wortels.
Vraag 21 2 punten
Op welke wijze veroorzaken plantenhormonen differentiatie van cellen tot wortelcellen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Om als nieuw ras te worden geregistreerd moet een variëteit aan drie eisen voldoen:
- Zij moet zich onderscheiden van andere rassen.
- Alle planten moeten op elkaar lijken.
- De kenmerkende eigenschappen blijven na vermeerderen behouden. Als hieraan is voldaan krijgt de veredelaar kwekersrecht. Hiermee kan hij gedurende 25 jaar beslissen wie het ras mag telen.
Kwekerij Flowi heeft ter gelegenheid van de Olympische Spelen de helderrode chrysant ‘Tokio’ gekweekt en hiervoor het kwekersrecht gekregen. Chrysanten van het ras Tokio worden ongeslachtelijk vermeerderd.
Over het ras Tokio worden drie uitspraken gedaan:
1 Tokio moet voor alle kenmerkende eigenschappen homozygoot zijn.
2 Tokio heeft alleen maar dominant overervende eigenschappen.
3 Tokio kan niet worden gekruist met planten van een ander chrysantenras.
Vraag 22 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 onjuist 3 onjuist indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Na enige tijd verschenen vrijwel identieke chrysanten onder de naam ‘Red Sun’ op de markt. Om te onderzoeken of dit echt een ander ras is dan de Tokio klopte Flowi aan bij Naktuinbouw (Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw). Deze dienst kan onderzoeken of een kweker planten teelt waarop een andere kweker het kwekersrecht heeft.
Om na te gaan of Tokio en Red Sun afbeelding 2 tot hetzelfde ras behoren, worden ze in kassen opgekweekt en vervolgens vergeleken op de kenmerkende eigenschappen. Daarnaast worden genetische verschillen in kaart gebracht door middel van DNA- onderzoek. Hiermee wordt van elk ras een unieke DNA-fingerprint verkregen. In afbeelding 2 zijn de fingerprints van verschillende rassen weergegeven.
Vraag 23 1 punt
Licht toe waarom Naktuinbouw alleen een goede conclusie kan trekken over kwekersrechten als de planten onder dezelfde omstandigheden zijn opgekweekt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat in een onderzoek maar één variabele anders mag zijn, het scorepunt toekennen.
Vraag 24 1 punt
Door welk verschil in DNA heeft elk chrysantenras een unieke DNA- fingerprint?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Van een tiental andere chrysantenrassen is ook een DNA-fingerprint gemaakt. Deze rassen worden gebruikt als referentierassen. Dat is nodig om te bepalen in welke mate chrysantenrassen normaal gezien van elkaar verschillen.
Uit het onderzoek van Naktuinbouw bleek dat het kwekersrecht van Flowi was geschonden: De verschillen tussen de referentierassen bleken …(1)... de verschillen tussen Tokio en Red Sun. Dit resultaat bevestigt dat Tokio en Red Sun tot …(2)… behoren.
Vraag 25 2 punten
Wat moet worden ingevuld bij 1 en 2?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (2)
Zeeslak maakt pijnstiller
Voor de speurtocht naar nieuwe geneesmiddelen zijn zeeslakken zeer interessant. De gifstoffen die sommige zeeslakken maken, worden al gebruikt als medicijn bij de behandeling van chronische pijn.
De slakken van het geslacht Conus (afbeelding 1) produceren kleine giftige eiwitten die ze met een harpoenachtig orgaan bij hun prooi injecteren. De variatie in gifstoffen binnen de 600 soorten van dit geslacht is zeer groot. Al deze gifstoffen werken als zenuwgif, waardoor ze mogelijk geschikt zijn als medicijn bij zenuwaandoeningen.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Een opvallend kenmerk van de giftige eiwitten is de grootte. De meeste gifstoffen van slangen en andere dieren zijn meer dan 50 aminozuren lang, maar gifstoffen van zeeslakken zijn kleiner. De kleinste bestaat uit slechts 17 aminozuren. Deze eiwitten worden gemaakt op basis van de code in een RNA-keten.
Vraag 26 1 punt
Noteer uit hoeveel nucleotiden het deel van het RNA bestaat dat codeert voor deze 17 aminozuren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (uit 17 x 3 =) 51 (nucleotiden) (1)
Voor het maken van een evolutionaire stamboom van de Conus-slakken werden de aminozuurvolgordes van hun gifstoffen met elkaar vergeleken. Het gif van de slak Conus consors is vergeleken met dat van drie andere slakken (tabel 1).
[tabel 1: zie het originele examen] soort overeenkomst in aminozuurvolgorde met gif van Conus consors Conus consors 100% Conus striatus 86% Conus stercusmuscarum 80% Conus kinoshitai 75%
De stamboom die is opgesteld met deze gegevens is weergegeven in afbeelding 2.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
In de stamboom is Conus consors al aangegeven. De andere drie slakken zijn met nummers aangegeven.
Vraag 27 1 punt
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer achter elk nummer de soort die hiermee is aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Als de kandidaat een spelfout maakt, dit niet fout rekenen.
- Als de kandidaat de geslachtsnaam afkort, dit niet fout rekenen.
De gifstof die door Conus magus wordt geproduceerd, wordt nu al gebruikt als pijnstiller. Het gif blokkeert de Ca2+-kanalen in de uiteinden van axonen. Hierdoor wordt de impulsoverdracht in de synapsen verstoord. Vier stappen in het doorgeven van een pijnprikkel van een perifere zenuwcel naar een cel in de sensorische hersenschors zijn:
1 Blaasjes met neurotransmitters fuseren met het synapsmembraan.
2 De drempelwaarde van een sensorische zenuwcel wordt overschreden.
3 Impulsen worden geleid over een sensorische zenuwuitloper.
4 Neurotransmitters binden aan receptoren van een schakelzenuwcel.
Vraag 28 2 punten
− Noteer de nummers van de stappen in de juiste volgorde achter elkaar.
- Omcirkel het nummer van de stap die als eerste wordt beïnvloed door de gifstof.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- voor de juiste volgorde (1)
- voor omcirkelen van stap 1 (1)
Zombieplanten
‘Plants versus zombies’ is een videospelletje waarin planten vechten tegen zombies. In werkelijkheid zijn sommige planten zelf zombies. Wetenschappers hebben ontdekt hoe bepaalde bacteriën sommige planten tot levende doden transformeren.
Deze bacteriën
- fytoplasma’s genaamd
- kunnen een verscheidenheid aan gewassen besmetten, zoals tomatenplanten en appelbomen. Fytoplasma’s leven en vermenigvuldigen zich in transportweefsel van deze planten. De bacteriën verhinderen de ontwikkeling van bloemen en stimuleren de vorming van extra bladeren. De geïnfecteerde plant kan zich hierdoor niet meer voortplanten en dient als groeiende voedselbron voor de bacteriën, vandaar de term zombieplanten.
Vraag 29 2 punten
Leg uit dat het voor fytoplasma’s gunstig is dat de geïnfecteerde plant bladeren vormt in plaats van bloemen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- er bij de aanleg van bloemen/vruchten energierijke stoffen door de plant gebruikt worden (1p)
- (waardoor) energierijke stoffen dan niet meer beschikbaar zijn voor (leven/groei/voortplanting van) fytoplasma’s (1p)
Opmerking Als de kandidaat antwoordt dat er hierdoor meer weefsel is om te infecteren, hiervoor 1 scorepunt toekennen.
Fytoplasma’s zijn voor hun verspreiding afhankelijk van bepaalde insecten zoals dwergcicaden. Dwergcicaden voeden zich met plantensap. Met hun zuigsnuit prikken ze in een blad waarna ze, minutenlang, energierijk plantensap opzuigen. Wanneer ze een met fytoplasma geïnfecteerde plant aanprikken, zuigen ze ook de bacterie op. Als de dwergcicade hierna een andere plant bezoekt, kan de bacterie via het speeksel van de dwergcicade deze plant ook besmetten.
In afbeelding 1 is een schematische doorsnede van een met fytoplasma’s besmet blad weergegeven.
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Vraag 30 1 punt
Noteer uit welk onderdeel uit afbeelding 1 de dwergcicade zowel energierijke stoffen als fytoplasma’s opzuigt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- bastvaten (1)
De relatie tussen fytoplasma en dwergcicade is een vorm van symbiose.
Vraag 31 3 punten
Beredeneer dat de relatie mutualisme genoemd kan worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat • (bij mutualisme) beide organismen voordeel hebben (van de relatie) 1 • fytoplasma wordt verspreid (door de dwergcicade) (1) • de dwergcicade meer blad tot zijn beschikking heeft (als gevolg van de fytoplasma-infectie bij planten) (1) (3)
Doordat slechts een klein deel van de planten van een soort geïnfecteerd is, zou het gunstig zijn voor de verspreiding van fytoplasma’s als dwergcicaden een voorkeur hebben voor geïnfecteerde planten. In een experiment wordt uitgezocht of de dwergcicaden inderdaad een voorkeur hebben voor geïnfecteerde planten. De onderzoekers richten een kas in met geïnfecteerde en niet-geïnfecteerde tomatenplanten en laten hierin dwergcicaden los.
Vraag 32 1 punt
Noteer met welk resultaat de hypothese van de onderzoekers wordt bevestigd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat er meer dwergcicaden per besmette plant worden geteld (dan per niet-besmette plant) / dwergcicaden (relatief) meer voorkomen op besmette planten. (1)
Onderzoekers van de Wageningen Universiteit hebben ontdekt hoe de fytoplasma’s de ontwikkeling van de planten manipuleren. De bacterie produceert een eiwit (SAP54) waardoor bepaalde planteneiwitten (MTF- eiwitten) afgebroken worden. Normaal activeren deze MTF-eiwitten de bloei-genen die nodig zijn voor het vormen van bloemen aan de plant.
Door de infectie zijn op moleculair niveau veranderingen in de plant waarneembaar. Weefsel waar normaal de bloemvorming start, is onderzocht bij geïnfecteerde en bij gezonde planten. Bepaald is:
1 de hoeveelheid door bloei-genen gecodeerde eiwitten
2 de hoeveelheid RNA van de bloei-genen
3 het aantal verschillende bloei-genen
Vraag 33 2 punten
Wat werd in het weefsel van de geïnfecteerde planten minder aangetroffen dan in het weefsel van de gezonde planten?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
18p-tetrasomie
18p-tetrasomie
Maranja is een meisje van bijna twee jaar oud met het 18p-tetrasomiesyndroom. Door haar ontwikkelingsachterstand heeft Maranja veel zorg nodig.
18p-tetrasomie is een zeldzame afwijking waarbij elke lichaamscel naast de normale set chromosomen een extra chromosoom bevat. Dit extra chromosoom (i18p) bestaat uit twee keer de korte arm van chromosoom
18 (afbeelding 1).
[afbeelding 1: zie het originele examen]
Een aantal genen komt hierdoor vier keer voor in elke cel. Dit verstoort de aanleg van organen tijdens de ontwikkeling van het kind in de baarmoeder.
De diagnose 18p-tetrasomiesyndroom werd bij Maranja bevestigd door haar karyotype te bepalen uit een karyogram. Het karyotype beschrijft per lichaamscel het totale aantal chromosomen, de geslachtschromosomen, en eventuele extra chromosomen.
Vraag 34 2 punten
Wat is het karyotype van Maranja?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Maranja heeft, net als veel andere mensen met 18p-tetrasomie, een opening tussen de twee hartkamers. Hierdoor stroomt bloed van de ene hartkamer naar de andere.
Vraag 35 2 punten
In welke richting stroomt het bloed? En wordt hierdoor de bloeddruk in de longen hoger of lager?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (2)
richting bloeddruk longen
A van linkerkamer naar rechterkamer hoger
B van linkerkamer naar rechterkamer lager
C van rechterkamer naar linkerkamer hoger
D van rechterkamer naar linkerkamer lager
Maranja kan geen vaste afbeelding 2 voeding eten omdat ze niet kan slikken. Via een maagsonde wordt haar voeding direct in de maag gebracht (afbeelding 2). Maranja’s moeder pureert groenten, fruit en vlees. Door de juiste hoeveelheid water toe te voegen is het geschikt als sondevoeding.
De vertering van zetmeel uit de sondevoeding begint bij Maranja pas in de twaalfvingerige darm. Zelfs al zou speeksel van Maranja in haar maag komen, dan zouden de speekselenzymen daar zetmeel niet of nauwelijks kunnen verteren.
Vraag 36 1 punt
Verklaar waardoor speekselenzymen het zetmeel in de maag niet kunnen verteren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat (in de maag) (speeksel)enzym/amylase wordt verteerd / de (speeksel)enzymen niet werken bij een lage pH. (1)
Vleermuizen bedreigd!
In Noord-Amerika werden in 2006 opeens veel dode vleermuizen gevonden. Ze bleken besmet met een schimmel. Onderzoekers doen onderzoek om het uitsterven van vleermuissoorten te voorkomen.
De schimmel Pseudogymnoascus afbeelding 1 destructans tast het huidweefsel van de snuit, oren en vleugels van vleermuizen aan. Doordat de neus wit kleurt (afbeelding 1) wordt de ziekte witteneuzensyndroom (WNS) genoemd. Vleermuizen zijn voor hun voedsel afhankelijk van vliegende insecten. ’s Winters overbruggen vleermuizen deze voedselloze periode door in winterslaap te gaan: ze verlagen hun stofwisselingsniveau waardoor hun lichaamstemperatuur daalt. Gedurende de winterslaap worden ze enkele keren actief, waarbij hun lichaamstemperatuur kortdurend stijgt. Wanneer de lichaamstemperatuur van de vleermuizen laag is, slaat P. destructans toe.
In afbeelding 2 zie je een vereenvoudigd voedselweb waarvan vleermuizen in Noord-Amerika deel uitmaken.
[afbeelding 2: zie het originele examen]
Zoals gebruikelijk ontbreken in dit voedselweb de reducenten zoals P. destructans.
Vraag 37 1 punt
Noteer de naam van het andere trofisch niveau dat ontbreekt in dit voedselweb.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Aan het antwoord planten, geen scorepunt toekennen.
- Aan het antwoord autotrofe organismen of aan het antwoord consumenten van de 5e orde (of hoger), het scorepunt toekennen.
Als de vleermuizen vaak ontwaken tijdens hun winterslaap, raakt hun vetreserve eerder op. Dit zou de waargenomen sterfte kunnen verklaren.
Vraag 38 2 punten
Leg uit hoe het vaker ontwaken leidt tot het eerder opraken van de vetreserve.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat • (bij wakkere vleermuizen) de activiteit / het energieverbruik / het stofwisselingsniveau / de lichaamstemperatuur hoger is (1) • er meer (vet)verbranding is (waardoor de vetreserves eerder opraken) 1 (2)
Canadese onderzoekers vermoedden dat vleermuizen vaker ontwaken als gevolg van een infectie met P. destructans. Hiermee zou deze schimmel ook verantwoordelijk zijn voor de massale sterfte. In Europa komt ook een variant van deze schimmel voor: EUPd. Massale sterfte van Europese vleermuizen blijft echter uit (tabel 1). Uit veldwaarnemingen blijkt dat EUPd niet voorkomt in Noord-Amerika.
[tabel 1: zie het originele examen] massale variant van sterfte P. destructans Noord-Amerika ja NAPd Europa nee EUPd
Om te onderzoeken waardoor Noord-Amerikaanse vleermuizen massaal sterven, vingen de onderzoekers niet-geïnfecteerde Noord-Amerikaanse vleermuizen uit een grot in Canada en verdeelden ze in drie groepen van elk 18 vleermuizen.
- Groep 1 werd geïnjecteerd met NAPd in fysiologische zoutoplossing.
- Groep 2 werd geïnjecteerd met EUPd in fysiologische zoutoplossing.
- Groep 3 was de controlegroep.
Om te dienen als controlegroep werd ook groep 3 geïnjecteerd.
Vraag 39 1 punt
Noteer wat de inhoud van de injectievloeistof was bij groep 3.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- fysiologische zoutoplossing (zonder schimmel) (1)
Na de behandeling gingen alle vleermuizen onder gecontroleerde omstandigheden in winterslaap. Tijdens de winterslaap werd bijgehouden hoe vaak de dieren actief werden. Met sensoren op de huid werd de temperatuur van de vleermuizen gemeten en door video-observatie werd geteld hoe vaak de vleermuizen wakker werden. Voor de analyse verdeelden de onderzoekers de winterslaap in drie periodes van 26 dagen. In afbeelding 3 is de gemeten huidtemperatuur van een van de vleermuizen uit de controlegroep weergegeven. In afbeelding 4 staat hoe vaak er dieren per periode wakker werden.
[afbeelding 3: zie het originele examen]
[afbeelding 4: zie het originele examen]
Vraag 40 2 punten
Welk diagram heeft een temperatuurverloop dat kenmerkend is voor een vleermuis die besmet is met EUPd?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: B (2)
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
In afbeelding 5 is weergegeven hoeveel dieren er tijdens het experiment overleefden.
[afbeelding 5: zie het originele examen]
In combinatie met de veldwaarnemingen maakt dit onderzoek het mogelijk om te beoordelen of de schimmel P. destructans verantwoordelijk kan zijn voor de massale vleermuissterfte in Noord-Amerika.
Vraag 41 2 punten
− Kan EUPd verantwoordelijk zijn voor de massale sterfte onder vleermuizen in Noord-Amerika? Licht je antwoord toe.
- Kan NAPd verantwoordelijk zijn voor de massale sterfte onder vleermuizen in Noord-Amerika? Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat • EUPd niet verantwoordelijk kan zijn (voor de massale sterfte), want deze komt niet voor in Noord-Amerika (1) • NAPd wel verantwoordelijk kan zijn (voor de massale sterfte), want deze leidt tot sterfte in het experiment (en komt voor in Noord-Amerika) 1 (2)
Door de lage lichaamstemperatuur is het immuunsysteem van de vleermuizen tijdens de winterslaap minder actief. Onderzoekers hebben aangetoond dat door de infectie met de schimmel het immuunsysteem wordt geactiveerd. Het bleek dat er dan wel sprake was van aspecifieke afweer, maar niet van specifieke afweer.
Drie processen bij afweerreacties zijn:
1 deling van B-cellen
2 fagocytose door macrofagen
3 productie van antistoffen
Vraag 42 2 punten
Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of het betreffende proces wel of niet geactiveerd werd tijdens de winterslaap van geïnfecteerde vleermuizen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- 1 niet 2 wel 3 niet indien drie nummers correct (2) indien twee nummers correct (1) indien minder dan twee nummers correct (0) (2)
Om het uitsterven van vleermuissoorten te voorkomen, zoeken onderzoekers en natuurbeschermers naar een oplossing. Een optie is het tijdelijk inrichten van warmere zones in de grotten waar de vleermuizen overwinteren. Hierdoor zouden besmette vleermuizen immuniteit kunnen opbouwen tegen de schimmel en zou de sterfte kunnen worden voorkómen.
Vraag 43 1 punt
Beargumenteer dat de nakomelingen van deze vleermuizen geen profijt hebben van de immuniteit van hun ouders.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat immuniteit niet wordt doorgegeven aan het nageslacht. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Biologie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-1/ha-1018-a-21-1-o
Andere examens biologie havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker biologie per vraagtype nakijkt, lees je op biologie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen biologie havo 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen biologie havo 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 43. Van 41 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over ecologie (8), afweer (7) en voeding en vertering (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen biologie havo 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van biologie havo 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-1/ha-1018-a-21-1-c).
Hoe oefen ik met het examen biologie havo 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.