Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Handelsakkoord, Je eigen schuld?, De Boskabouter, Sparen voor de fiscus?, Leve de robot?, Rente, rente en nog eens rente!, Hoe belangrijk is Frankrijk?, Hoogwater in Nederland.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (9), internationale handel (8) en arbeidsmarkt (8). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen18-21, 39-439
Internationale handel1-5, 35-378
Arbeidsmarkt14, 22-288
Inkomen en consumptie6-10, 29-307
Productie en kosten11-13, 15-165
Geld en inflatie17, 31-345
Vraag en aanbod381

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Handelsakkoord

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 en 2 in de bijlage.

Robber2, het handelsbedrijf van Robbert, importeert spijkerbroeken vanuit de Verenigde Staten (VS) naar de Europese Unie (EU). Tussen de VS en de EU is geen sprake van volledig vrije handel. De handel wordt op verschillende manieren bemoeilijkt. De producent in de VS die spijkerbroeken aan Robber2 levert, heeft daar last van.

Vraag 1 1 punt

De EU beschermt haar eigen economie door invoerrechten te heffen op importproducten, ook op de spijkerbroeken die Robber2 importeert. Op welke manier beschermen invoerrechten de producenten van spijkerbroeken in de EU?

  1. A Amerikaanse spijkerbroeken worden hierdoor in de EU duurder.
  2. B Amerikaanse spijkerbroeken worden hierdoor in de EU goedkoper.
  3. C Spijkerbroeken uit de EU worden hierdoor in de VS duurder.
  4. D Spijkerbroeken uit de EU worden hierdoor in de VS goedkoper.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Een importbedrijf is dagelijks bezig met het omwisselen van euro’s in dollars. Een verandering van de wisselkoers kan negatieve, maar ook positieve gevolgen hebben voor Robber2.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 2 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2), (3) en (4) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De koers van de dollar is na 27-7-2014 …(1)… (gedaald / gestegen). Daardoor …(2)… (daalt / stijgt) de importprijs in euro’s van spijkerbroeken uit de VS in …(3)… (de EU / de VS). Als Robber2 de consumentenprijs handhaaft, zal zijn brutowinst …(4)… (dalen / stijgen).

Bekijk het antwoord

Opmerking Let op doorwerkfouten.

In de krant leest Robbert een artikel over de handel tussen de VS en de EU.

“De VS en de EU staan op het punt een handelsakkoord te sluiten. Momenteel wordt de handel tussen beide landen geremd door protectionisme, bedoeld om de eigen economieën te beschermen. Het handelsakkoord zal de economische groei van beide landen bevorderen.”

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 3 1 punt

De EU en de VS hebben samen een zeer groot aandeel in de wereldeconomie. Bereken het aandeel van beide economieën samen in procenten van de wereldeconomie. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 12.908 mld + € 12.208 mld = € 25.116 mld € 25.116 × 100% = 45% € 55.812 (1)

Vraag 4 1 punt

Door het handelsakkoord kunnen de gemiddelde inkomens van burgers in de EU toenemen. Hieronder staan drie economische verschijnselen:

1 Werkloosheid in de EU daalt.

2 Werkgelegenheid in de EU stijgt.

3 Exportopdrachten voor de EU stijgen. In welke regel staan de verschijnselen in een zodanige volgorde dat een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A handelsakkoord → 1 → 2 → 3 → hoger gemiddeld inkomen EU- burgers
  2. B handelsakkoord → 1 → 3 → 2 → hoger gemiddeld inkomen EU- burgers
  3. C handelsakkoord → 2 → 1 → 3 → hoger gemiddeld inkomen EU- burgers
  4. D handelsakkoord → 2 → 3 → 1 → hoger gemiddeld inkomen EU- burgers
  5. E handelsakkoord → 3 → 1 → 2 → hoger gemiddeld inkomen EU- burgers
  6. F handelsakkoord → 3 → 2 → 1 → hoger gemiddeld inkomen EU- burgers
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 5 1 punt

Een onderdeel van het handelsakkoord is dat de VS en de EU dezelfde kwaliteitseisen stellen aan producten. Een bedrijf uit bijvoorbeeld India, dat zowel aan de VS als aan de EU levert, kan hier voordeel van hebben. Leg uit dat dit bedrijf uit India hier voordeel van kan hebben.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Dit bedrijf uit India kan dan volstaan met één uitvoering van dat product en hoeft niet meerdere varianten voor verschillende markten te produceren. (1)

Je eigen schuld?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 3 en 4 in de bijlage.

Leyla uit 4-vmbo maakt een praktische opdracht voor het vak economie. Op het nieuws hoort ze dat twee van de vijf jongeren tussen de 18 en 24 jaar schulden hebben. Daar wil zij meer van weten! Via de sociale media doet zij een oproep:

#Welke jongere met schulden wil mij helpen met mijn onderzoek?

Zo komt ze in contact met Noor, die zegt: “Ik ben een 23-jarige mbo’er, woon op mezelf en heb € 9.000 schuld aan de bank vanwege een lening. Toen ik nog thuis woonde, betaalden mijn ouders bijna alles. Daarna gaf ik te veel geld uit en dacht: lekker makkelijk, ik leen gewoon wat geld. Maar nu zit ik in de problemen….”

Vraag 6 1 punt

Noor heeft € 7.500 geleend van haar bank. Na drie jaar moet ze € 9.000 terugbetalen aan de bank. Waarom moet ze € 1.500 meer terugbetalen aan de bank?

  1. A vanwege administratieve kosten en te betalen rente
  2. B vanwege administratieve kosten en te ontvangen rente
  3. C vanwege aflossing en administratieve kosten
  4. D vanwege aflossing en rente
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Leyla gaat op onderzoek uit en houdt een enquête onder 850 jongeren.

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 7 2 punten

Hoeveel jongeren hebben geantwoord dat ze schulden hebben? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 9% + 4% + 2% + 23% = 38% (1)
  • × 850 = 323 jongeren (1)

Leyla komt erachter dat veel jongeren vaak rood staan bij de bank en dat kost geld.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 8 2 punten

Bereken in twee decimalen de kosten van 25 dagen lang € 300 rood staan bij de ANS Bank. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • per 25 dagen: × 25 = € 2,26 (1) 365

Opmerking Afrondingsverschil (€ 2,25) niet fout rekenen.

Vraag 9 1 punt

Veel jongeren zien rood staan bij een bank niet als lenen, maar met een negatief saldo hebben ze wel een schuld, net als bij een persoonlijke lening. Noem een verschil tussen rood staan en een persoonlijke lening bij een bank. Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist verschil: persoonlijke lening rood staan tevoren afgesproken vast bedrag geen tevoren afgesproken bedrag vast aflossingsplan geen vast aflossingsplan terugbetalen in vaste termijnen geen vaste-termijnterugbetaling (1)

Vraag 10 1 punt

Leyla noemt bij de presentatie van haar praktische opdracht een aantal argumenten om thuiswonende mbo’ers (zoals Noor) kostgeld aan hun ouders te laten betalen. Geef een argument om thuiswonende mbo’ers kostgeld aan hun ouders te laten betalen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist argument: − Jongeren kunnen dan alvast leren om rekening te houden met vaste lasten. − Jongeren moeten leren dat zij niet hun hele inkomen vrij kunnen besteden. (1)

De Boskabouter

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 en 6 in de bijlage.

In Groningen ligt attractiepark De Boskabouter. Het is een park waar veel gezinnen komen voor een gezellig dagje uit. Het park heeft een speeltuin, een kinderboerderij en een snackrestaurant.

Vraag 11 1 punt

Vijftien jaar geleden begon Berend Botje met het park. Het eerste jaar was er alleen een speeltuin en een verkooppunt voor ijsjes en drankjes. De omzet in het eerste jaar was € 75.000. Welke omschrijving van het begrip omzet is juist?

  1. A de opbrengst van de inkopen
  2. B de opbrengst van de verkopen
  3. C de winst na aftrek van de bedrijfskosten
  4. D de winst voor aftrek van de bedrijfskosten
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 12 1 punt

In de beginjaren ging het goed met het park. Berend heeft flink kunnen investeren in het attractiepark en het snackrestaurant. Hierdoor zijn de bedrijfskosten wel gestegen. Welke bedrijfskosten zijn gestegen als gevolg van deze investeringen? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt alleen toekennen als bij het juiste antwoord ook de juiste uitleg is gegeven.

Behalve aan de opbrengst uit entreegelden verdient het attractiepark ook aan het snackrestaurant. Per dag komen er gemiddeld 460 bezoekers naar het snackrestaurant.

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 13 2 punten

Bereken de totale bestedingen in het snackrestaurant op een gemiddelde dag. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: € 5 + € 7 + € 10 + € 12

Het lukt De Boskabouter het laatste jaar niet om winst te maken. Het aantal bezoekers loopt terug en de kosten stijgen. Berend zoekt, samen met zijn vrouw Barbara, naar oplossingen om het park weer winstgevend te maken.

Vraag 14 1 punt

Berend wil het aantal medewerkers beperken. Zo kunnen entreekaartjes ook ‘online’ worden gekocht. Bezoekers betalen online en printen zelf de kaartjes uit. Dat is voordeliger voor het park en er zijn ook voordelen voor de bezoekers. Noem een voordeel voor de bezoekers van de online kaartjesverkoop.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juist voordeel: De wachttijd voor de kassa kan korter worden. (1)

Barbara wil de entreeprijs verhogen, maar Berend wil de prijs juist verlagen. Zij willen meer informatie. Daarom laten ze studenten van het ROC Zuidlaren een onderzoekje uitvoeren over de hoeveelheid bezoekers bij verschillende entreeprijzen.

Gebruik informatiebron 6.

Vraag 15 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden of getallen te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden of getallen in. Kies uit de woorden of getallen die tussen haakjes staan. Barbara: “Stel dat we onze entreeprijs van € 5 met 50% verhogen. Het aantal bezoekers …(1)… (daalt / stijgt) dan met …(2)… (30,4% / 43,8%). De ontvangsten aan entreegelden worden na de prijsstijging …(3)… (€ 2.400 / € 3.450).”

Bekijk het antwoord
  • (1) daalt (2) 30,4% (3) € 2.400 indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Vraag 16 1 punt

De student-onderzoekers voorspellen dat de omzet ook zal stijgen door de prijsstijging van 50%. Wat zal dan, volgens de studenten, het gevolg zijn voor de brutowinst, als de inkoopwaarde van de verkopen gelijk blijft?

  1. A De brutowinst zal dalen.
  2. B De brutowinst zal gelijk blijven.
  3. C De brutowinst zal stijgen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Sparen voor de fiscus?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 7 en 8 in de bijlage.

Paul is boos. Hij vindt de vermogensrendementsheffing (VRH) in box 3 oneerlijk. Paul gaat langs bij Willem, zijn belastingadviseur.

Willem: “Ja, ik begrijp je boosheid wel. Het rendement van 4% waarmee de Belastingdienst rekent, is hoger dan de rente op je spaarrekening. Je hebt dit jaar maar 1,05% rente ontvangen op je spaarrekening, terwijl de inflatie dit jaar uitkomt op 1,4%.”

Vraag 17 1 punt

Bereken in twee decimalen het reële rentepercentage op de spaarrekening van Paul. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen (− 0,34% of

  • 0,36%) niet fout rekenen.

Willem laat een tabel zien met spaarbedragen en rentepercentages in Nederland van de afgelopen jaren.

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 18 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden of getallen te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden of getallen in. Kies uit de woorden of getallen die tussen haakjes staan. Willem: “In de afgelopen zeventien jaar is het rentepercentage op spaargeld in Nederland ongeveer …(1)… (gehalveerd / verdubbeld). Het totale spaargeld in Nederland bedraagt in 2013 ongeveer …(2)… (€ 336 miljoen / € 336 miljard).”

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • (1) gehalveerd (2) € 336 miljard indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Paul: “Voordat ik me echt druk maak … hoeveel moet ik in 2014 eigenlijk betalen aan VRH in box 3?”

  • Paul is alleenstaand.
  • Zijn vermogen, exclusief schulden, bedraagt op 1 januari 2014 € 83.500.
  • Vanwege een lening heeft Paul nog € 20.000 schuld.

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 19 2 punten

Bereken het bedrag dat Paul betaalt aan VRH in 2014. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Paul wil op 14 januari 2015 van zijn spaargeld een nieuwe auto kopen van € 20.000, omdat hij dan jarig is. Willem adviseert hem om de auto al in december 2014 te kopen en te betalen.

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 20 1 punt

Geef een argument voor het advies van Willem.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juist argument: Hij heeft dan op 1 januari 2015 een lager vermogen. Daarover moet hij dan een lager bedrag aan VRH betalen. (1)

Aan het eind van het gesprek zegt Paul: “Ik begrijp best dat de overheid die 4% niet zomaar verlaagt. De belastinginkomsten dalen dan en andere belastingen moeten dan omhoog. Gelukkig is de vrijstelling in box 3 relatief gunstiger voor mensen met een laag vermogen, zoals ik.”

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 21 1 punt

Leg uit dat de vrijstelling in box 3 relatief gunstiger is voor mensen met een laag vermogen vergeleken met mensen met een hoog vermogen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste uitleg: − Belastingplichtigen met een (belastbaar) vermogen lager dan de vrijstelling betalen geen VRH. − Belastingplichtigen met een laag vermogen betalen in verhouding minder heffing dan belastingplichtigen met een hoog vermogen, omdat de vrijstelling een relatief groter deel van hun vermogen uitmaakt. (1)

Leve de robot?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 9 en 10 in de bijlage.

Begin oktober 2014 berichtten kranten in Nederland over de gevolgen van de komst van robots voor onze economie. Vooral in de industrie zijn productierobots enorm in opkomst. Economen vrezen dat deze technologische vooruitgang leidt tot grotere werkloosheid onder mbo- en lager opgeleiden.

Vraag 22 1 punt

Welk soort werkloosheid neemt toe door het gebruik van robots en waarom?

  1. A conjuncturele werkloosheid, want het is een verandering aan de aanbodkant van de economie
  2. B conjuncturele werkloosheid, want het is een verandering aan de vraagkant van de economie
  3. C structurele werkloosheid, want het is een verandering aan de aanbodkant van de economie
  4. D structurele werkloosheid, want het is een verandering aan de vraagkant van de economie
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Er zijn echter ook veel economen die juist de voordelen van robots voor de werkgelegenheid zien.

Vraag 23 1 punt

Hieronder staan vijf economische verschijnselen:

1 Robots vervangen productiemedewerkers in Nederland.

2 De concurrentiepositie van Nederland verbetert.

3 De productiekosten dalen in Nederland.

4 De productie in Nederland groeit.

5 De vraag naar arbeid in Nederland neemt toe. In welke regel staan de verschijnselen in een zodanige volgorde dat ze de gedachtegang van deze economen goed weergeven?

  1. A 1→2→3→4→5
  2. B 1→2→4→3→5
  3. C 1→3→2→4→5
  4. D 1→3→4→2→5
  5. E 1→4→2→3→5
  6. F 1→4→3→2→5
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Een productierobot is een programmeerbare machine, die zelfstandig verschillende taken uit kan voeren. Vooral in de industrie worden veel robots gebruikt om sneller, goedkoper en nauwkeuriger taken uit te voeren.

Vraag 24 1 punt

Leg uit dat de arbeidsproductiviteit kan stijgen door het gebruik van productierobots.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Door productie met behulp van een robot kan er met minder werknemers hetzelfde (of meer) geproduceerd worden. (De productie per werknemer stijgt hierdoor.) (1)

Door de International Federation of Robotics (IFR) is een groot onderzoek gedaan naar de hoeveelheid productierobots die wereldwijd in gebruik zijn. In 2013 zijn in Nederland 7.400 productierobots in gebruik.

Gebruik informatiebron 9.

Vraag 25 2 punten

Bereken in één decimaal hoeveel procent van het wereldwijde aantal productierobots in Nederland in 2013 in gebruik is. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • totaal aantal robots: (300 + 182 + 168 + 156 + 133 + 393) × 1.000 = 1.332.000 (1)
  • × 100% = 0,6% (1)

Volgens de IFR is het lage percentage productierobots een gevolg van het feit dat Nederland relatief weinig industriële bedrijven kent. In 2013 zijn in Nederland 7.400 productierobots in gebruik.

Gebruik informatiebron 10.

Vraag 26 1 punt

Bereken het aantal werknemers in Nederland dat in 2013 werkzaam was in de industrie. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Een andere manier van afronden ook goed rekenen.

Volgens de IFR is de positie van China opvallend. Met 133.000 robots heeft China een hoge positie. China staat echter qua robotdichtheid slechts op een 28e plaats.

Gebruik informatiebron 9 en 10.

Vraag 27 1 punt

Verklaar dat China, ondanks de grote hoeveelheid robots, toch een lagere positie heeft qua robotdichtheid dan Nederland.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste verklaring: China heeft veel meer werknemers in de industrie dan Nederland (en daarom scoort het lager op het aantal robots per 10.000 werknemers). (1)

Vraag 28 1 punt

De Nederlandse regering ziet ook de nadelige effecten van robots voor de werkgelegenheid in de industrie, maar toch wil zij het gebruik van robots stimuleren. Geef een reden waarom de regering de toename van het aantal robots wil stimuleren.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: Door mee te gaan met deze ontwikkeling in robots kan Nederland de concurrentiepositie vergeleken met andere landen handhaven of verbeteren. (1)

Rente, rente en nog eens rente!

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 11 in de bijlage.

Wobke (kapster, 22 jaar) wil een nieuwe scooter kopen. Zij ziet een goede aanbieding op internet, maar ze heeft te weinig geld op haar rekening staan. Ze heeft wel een oplossing: “Ik probeer een persoonlijke lening te krijgen bij de bank.”

Vespa - Sprint

Bouwjaar: 2014 Kilometers: 0

Prijs: € 3.299,- Kleur: in 5 kleuren

Stuur een e-mail voor vragen over dit product.

Vraag 29 1 punt

Een persoonlijke lening is een voorbeeld van een consumptief krediet. Noem een ander voorbeeld van een consumptief krediet voor de aankoop van een scooter.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist voorbeeld: − doorlopend krediet − koop op afbetaling − huurkoop (1)

Wobke is van plan om € 2.000 te lenen tegen een zo laag mogelijke maandlast.

Gebruik informatiebron 11.

Vraag 30 2 punten

Bereken in één decimaal de kredietkosten in procenten van het te lenen bedrag. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • te lenen: € 2.000 volgens de tabel: (laagste maandlast) € 44,51 × 60 = € 2.670,60 (1)
  • kredietkosten in %: × 100% = 33,5% (1)

Vraag 31 1 punt

Banken bemiddelen tussen de vraag naar geld en het aanbod van geld. Maak van onderstaande zin een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De banken betalen het …(1)… (lagere / hogere) spaarrentepercentage aan de spaarders en ontvangen het …(2)… (lagere / hogere) leenrentepercentage van de leners.

Bekijk het antwoord
  • (1) lagere (2) hogere indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Vraag 32 2 punten

Een lager rentepercentage stimuleert de economie, maar kan ook leiden tot hogere inflatie. Leg uit in twee stappen dat een lager rentepercentage kan leiden tot een hogere inflatie.

Bekijk het antwoord
  • Een lager rentepercentage kan ertoe leiden dat mensen minder gaan sparen en/of meer gaan lenen (1)
  • Hierdoor kunnen de bestedingen toenemen. (De gestegen vraag kan leiden tot prijsstijgingen) (1)

Vraag 33 1 punt

“Pfff, ingewikkeld hoor”, verzucht Wobke. “De rente is zogenaamd laag, maar ik betaal toch veel geld voor een lening, waardoor de scooter onnodig veel duurder wordt. Kan het niet anders?” Hoe kan Wobke op een voordeliger manier toch de scooter kopen?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een voordeliger manier: − geld gaan sparen (in plaats van lenen) − voordeliger kredietverstrekker zoeken − (onderhands) geld lenen bij een bekende tegen een lager rentepercentage − andere vorm van consumptief krediet afwegen (1)

Hoe belangrijk is Frankrijk?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 12 in de bijlage.

Hany en Twan zitten in 4-vmbo. Zij hebben een opdracht gekregen van de docent economie om uit te zoeken hoe belangrijk Frankrijk is voor de Nederlandse handel. Beide landen zijn lid van de Europese Unie (EU) én van de Europese Monetaire Unie (EMU).

Vraag 34 1 punt

Noem een economisch verschil tussen een land dat alleen lid is van de EU, zoals Denemarken, en een land dat lid is van de EU én van de EMU, zoals Nederland.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − In een EMU-land wordt met de euro betaald, in een niet-EMU-land met de eigen munteenheid. − De samenwerking tussen de EMU-landen gaat veel verder dan de samenwerking tussen de EU-landen. − De EU-landen hebben geen Stabiliteits- en Groeipact, zoals de EMU- landen. − EMU-landen hebben geen onderlinge wisselkoersen, zoals niet-EMU- landen deze wel kennen. (1)

Hany leest op een site dat in 2015 de totale export van Nederland aan goederen € 502,2 miljard bedroeg. Nederland exporteerde in 2015 voor € 36,2 miljard aan goederen naar Frankrijk.

Vraag 35 1 punt

Volgens Twan wordt het voordeel van deze export op de betalingsbalans van Nederland voor een deel weer tenietgedaan door vakantievierende Nederlanders in Frankrijk. Heeft Twan gelijk?

  1. A Ja, voor Nederland is sprake van export als Nederlanders vakantie vieren in Frankrijk.
  2. B Ja, voor Nederland is sprake van import als Nederlanders vakantie vieren in Frankrijk.
  3. C Nee, voor Nederland is sprake van export als Nederlanders vakantie vieren in Frankrijk.
  4. D Nee, voor Nederland is sprake van import als Nederlanders vakantie vieren in Frankrijk.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Kaas is voor Frankrijk een belangrijk exportproduct. Ook Nederland is een belangrijke exporteur van kaas naar, onder andere, Frankrijk.

Vraag 36 1 punt

Van welk concurrentievoordeel voor Nederland is hier sprake?

  1. A De Franse kaas is voordeliger door de lagere wisselkoers.
  2. B De Nederlandse kaas is voordeliger door de lagere wisselkoers.
  3. C Frankrijk biedt een assortiment kaas, dat de Nederlandse consument wenst.
  4. D Nederland biedt een assortiment kaas, dat de Franse consument wenst.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Aan het slot van hun onderzoek bedenken zij enkele stellingen.

Gebruik informatiebron 12.

Vraag 37 2 punten

Hieronder staan vijf stellingen over de export. Geef van de vijf stellingen aan of deze juist zijn of onjuist. Doe het zo: 1 = juist / onjuist

2 = juist / onjuist

3 = juist / onjuist

4 = juist / onjuist

5 = juist / onjuist

1 De export van Nederland is van alle landen het meest gericht op export naar de EU.

2 De waarde van de Nederlandse export bedraagt ongeveer € 380 miljard.

3 De exportwaarde van Nederland naar EU-landen is hoger dan de exportwaarde van Frankrijk naar EU-landen.

4 De exportwaarde van Frankrijk is lager dan de exportwaarde van Nederland.

5 Frankrijk exporteert in verhouding meer naar EU-landen dan België.

Bekijk het antwoord
  • 1 = onjuist 2 = onjuist 3 = juist 4 = juist 5 = onjuist indien vijf of vier juist (2) indien drie of twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Hoogwater in Nederland

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave hoef je geen gebruik te maken van een informatiebron.

Drinkwater is in Nederland ruim voorradig, met een goede kwaliteit en voor een lage prijs. Wereldwijd, en ook in Nederland, is de vraag naar drinkwater enorm gestegen. Het wordt steeds moeilijker om aan die gestegen vraag te voldoen.

Vraag 38 1 punt

Leg uit dat drinkwater een economisch schaars goed is.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Drinkwater is schaars, omdat er productiemiddelen opgeofferd moeten worden om drinkwater te produceren. (1)

In 2011 is het Deltaprogramma aangenomen door het parlement. Het doel daarvan is de huidige inwoners en de toekomstige generaties van Nederland te beschermen tegen hoogwater. Verder moet het Deltaprogramma ervoor zorgen dat er voldoende zoet water beschikbaar is in de komende decennia. Het Deltaprogramma is een nationaal programma.

Vraag 39 1 punt

Welk ministerie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het Deltaprogramma?

  1. A ministerie van Infrastructuur en Milieu
  2. B ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  3. C ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  4. D ministerie van Veiligheid en Justitie
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Het Deltaprogramma gaat in totaal € 16,572 miljard kosten. Gedurende de 14-jarige looptijd wordt het programma elk jaar in de Rijksbegroting aangeboden aan het parlement.

Vraag 40 1 punt

Bereken in hele euro’s hoeveel euro er gemiddeld per jaar gedurende de looptijd van het programma moet worden gereserveerd op de Rijksbegroting. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 16,572 mld = € 1.183.714.286 14 jaar (1)

Vraag 41 1 punt

Politici hebben verschillende meningen over de financiering van het Deltaprogramma. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Politicus Jack van der Zee zegt: “Het Deltaprogramma zal hoofdzakelijk gefinancierd moeten worden door de collectieve sector. Niet elke Nederlander profiteert evenveel van de ‘droge voeten’ in het Deltaprogramma. Maar toch moet iedereen hieraan in gelijke mate meebetalen. Daarom kies ik voor het …(1)… (profijtbeginsel / solidariteitsbeginsel). Het …(2)… (gelijkheidsbeginsel / profijtbeginsel) toepassen wil ik dus niet.”

Bekijk het antwoord
  • (1) solidariteitsbeginsel (2) profijtbeginsel indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Jack van der Zee vervolgt: “Positief vind ik ook dat het Deltaprogramma zorgt voor werkgelegenheid en dus een financieel voordeel kan opleveren voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).”

Vraag 42 2 punten

Noem een financieel voordeel dat het Deltaprogramma kan opleveren voor het ministerie van SZW. Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juist voordeel:

Politicus Van der Zee beweert: “Beveiliging van Nederland tegen de zee is zeer belangrijk. De overheid geeft het Deltaprogramma een veel te lage prioriteit. In totaal gaat 1,2 miljard euro jaarlijks naar onze beveiliging tegen het zeewater.”

MILJOENENNOTA 2014 in miljarden euro’s totaal

Inkomsten € 246,8 € 259,6 Uitgaven

Vraag 43 1 punt

Bereken in één decimaal het percentage dat in de Miljoenennota van

2014 begroot wordt voor onze beveiliging tegen het zeewater. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Let op: doorrekening vanuit vraag 40 kan ook juist zijn.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Economie 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-18-1-o

Andere examens economie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 telt 43 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (9), internationale handel (8) en arbeidsmarkt (8).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-18-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.