Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Wie is de baas?, Een huis kopen of toch niet?, Dure paaseieren, Gemeente met budgetproblemen, Arbeidsmarkt uit evenwicht, Niet alles is goud wat er blinkt, Einde aan de accijnsverlaging?, Ook twee keer modaal heeft het lastig.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 41. Van 40 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (13), arbeidsmarkt (6) en inkomen en consumptie (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen12, 18-23, 32, 34-37, 4113
Arbeidsmarkt1, 24-286
Inkomen en consumptie6, 8, 29, 38-406
Productie en kosten2-5, 135
Geld en inflatie7, 9-114
Vraag en aanbod14, 16-173
Internationale handel15, 30, 333

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over overheid en belastingen (33% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over internationale handel (8% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Wie is de baas?

Wieke en Zeb hebben beiden het mbo afgerond. Nu zijn ze gediplomeerde meubelmakers. Wieke werkt bij een internationale meubelmaker: Tables du Nord. Zeb is voor zichzelf begonnen, hij is liever eigen baas.

Vraag 1 2 punten

Kies voor elk begrip of dit bij Wieke of Zeb hoort.

Doe het zo: Neem de nummers 1 tot en met 4 over op je antwoordblad en noteer daarachter: Wieke of Zeb.

begrippen:

1 8% vakantiegeld 2 arbeidscontract 3 btw-afdracht 4 ondernemersrisico

Bekijk het antwoord

1 Wieke

2 Wieke

3 Zeb

4 Zeb

indien vier antwoorden juist (2)

indien drie antwoorden juist (1)

indien twee, een of geen antwoord(en) juist (0)

Vraag 2 1 punt

Al snel krijgt Zeb zijn eerste opdrachten. Zijn meubels vallen in de smaak en mensen informeren naar de verkoopprijzen.

Wat moet Zeb weten voordat hij zijn verkoopprijs kan bepalen?

  1. A de inkoopwaarde en de overige bedrijfskosten
  2. B de omzet en de overige bedrijfskosten
  3. C de productiecapaciteit en de inkoopwaarde
  4. D de productiecapaciteit en de omzet
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 3 1 punt

Zeb heeft bij zijn opleiding geleerd hoe hij een bedrijfsplan moet maken en sorteert zijn uitgaven.

→ Wat heeft invloed op de hoogte van de nettowinst van Zeb? Doe het zo: Noteer alleen de nummers van de juiste antwoorden. 1 af te dragen btw 2 de huur van de werkplaats 3 de inkoopwaarde van hout 4 de premies voor de bedrijfsverzekeringen

Bekijk het antwoord

2, 3, 4

indien drie antwoorden juist (1)

indien twee, een of geen antwoord(en) juist (0)

Opmerking

Indien een andere combinatie aan cijfers genoemd is, geen scorepunt toekennen.

Vraag 4 1 punt

Zeb koopt een zaagmachine voor € 3.000. Hij berekent de afschrijvingskosten van deze zaagmachine. Hij verwacht 5 jaar met de machine te kunnen werken. Daarna heeft de zaagmachine nog een restwaarde van € 800.

→ Bereken de jaarlijkse afschrijvingskosten van de zaagmachine. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening: € 3.000 − € 800 = € 440 5

Vraag 5 1 punt

Zeb berekent de vaste en variabele bedrijfskosten. Hij ziet dat de vaste kosten per product dalen bij een grotere productie.

→ Verklaar dat de vaste kosten per product dalen bij een grotere productie.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste verklaring:

Bij een grotere productie worden de vaste kosten verdeeld over een groter aantal producten en dalen de vaste kosten per product.

Vraag 6 2 punten

Zeb rekent voor zijn eigen netto uurloon € 20,50. Wieke zegt tegen Zeb: “Onze meubels zijn goedkoper, maar ik krijg een hoger uurloon!” Wieke verdient € 3.297 netto per maand. Ze werkt 36 uur per week; haar vakanties worden volledig doorbetaald.

→ Laat met een berekening zien dat Wieke inderdaad een hoger uurloon ontvangt. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • Wieke verdient: € 3.297 (×)/52 12 = € 760,85 per week (1)
  • (€ 760,85)/36 = € 21,13 per uur (dus hoger dan het uurloon van Zeb) (1)

Opmerking

Als de kandidaat het maandloon deelt door 36, geen scorepunten toekennen.

Een huis kopen of toch niet?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 en 2 in de bijlage.

informatiebron 1 begroting van Beau en Liz

informatiebron 1 begroting van Beau en Liz
informatiebron 1 begroting van Beau en Liz

Beau en Liz wonen in een huurhuis, maar willen graag een huis kopen. Ze hebben onderstaand aanbod voor een hypotheek van de DBS-bank gekregen.

hypotheekbedrag€ 370.000
looptijd van de lening360 termijnen
termijnbedrag€ 1.800

Vraag 7 1 punt

Bereken de totale kredietkosten van de lening na 30 jaar. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

een voorbeeld van een juiste berekening is: 360 × € 1.800 − € 370.000 = € 278.000

Vraag 8 1 punt

Liz bekijkt het aanbod nog eens. “Het termijnbedrag van € 1.800 is erg hoog vergeleken met onze huur. We betalen nu maar € 900 huur per maand. Moeten we wel een huis kopen als onze maandlasten zoveel stijgen?”

→ Geef een financieel argument om een huis te kopen in plaats van te huren.

Bekijk het antwoord

een voorbeeld van een juist financieel argument: Je bouwt vermogen op, omdat het huis bezit wordt.

Beau en Liz hebben een huis gekocht. Over vijf maanden krijgen ze de sleutel en gaat de hypotheek in.

Vraag 9 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Beau en Liz weten dat de uitgaven aan de hypotheek hoger zijn dan de uitgaven aan huur. Deze uitgaven horen bij de …(1)… (dagelijkse huishoudelijke uitgaven / incidentele uitgaven / vaste lasten). Besparen op deze uitgaven is …(2)… (makkelijk / moeilijk).

Bekijk het antwoord

(1) vaste lasten

(2) moeilijk

indien beide antwoorden juist (1)

Vraag 10 1 punt

Van welk leenmotief is er sprake bij een hypotheek?

  1. A aanschaf van een duurzaam consumptiegoed
  2. B aanschaf van onroerend goed
  3. C betalen van incidentele uitgaven
  4. D opvangen van een tijdelijk geldtekort
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Beau en Liz zijn blij dat ze een huis hebben gekocht, maar weten ook dat hun financiële situatie hierdoor zal veranderen. Ze hebben een begroting gemaakt.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 11 3 punten

Bereken de bedragen die ontbreken in informatiebron 1.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) tot en met (4) op je antwoordblad. Vul achter de nummers de juiste bedragen in. Schrijf bij elk nummer ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

een voorbeeld van een juiste berekening per nummer is:

(1) € 180 (×)/12 52 = € 780

(2) € 120 = € 40 3

(3) € 1.800 + € 780 + € 715 + € 300 + € 175 + € 100 + € 80 + € 80 + € 40 = € 4.070

(4) € 4.600 − € 4.070 = € 530

juist berekenen van het maandbedrag (1) (1)

juist berekenen van het maandbedrag (2) (1)

juist berekenen van het totaal (3) en het overschot (4) (1)

Opmerking

Let bij de derde deelscore op doorrekenfouten.

Het kopen van een huis heeft ook invloed op de belastingen die Beau en Liz moeten betalen. Ze krijgen te maken met het eigenwoningforfait en de aftrekbare hypotheekrente. Beide hebben invloed op het belastbaar inkomen.

informatiebron 2 financiële gegevens Beau en Liz

bruto-jaarinkomen€ 70.000
aftrekbare hypotheekrente eerste jaar€ 14.300
WOZ-waarde van de woning€ 350.000
eigenwoningforfait0,35%

Dure paaseieren

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 12 2 punten

Bereken het belastbaar inkomen in het eerste jaar. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • eigenwoningforfait is: € 350.000 × 0,0035 = € 1.225 (1)
  • belastbaar inkomen wordt: € 70.000 + € 1.225 − € 14.300 = € 56.925 (1)

Opmerking

Let bij de tweede deelscore op doorrekenfouten.

Dure paaseieren

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 3 in de bijlage.

informatiebron 3 bedrijfskolom chocolade

informatiebron 3 bedrijfskolom chocolade
informatiebron 3 bedrijfskolom chocolade

Gemeente met budgetproblemen

Nederland is de grootste importeur van cacaobonen ter wereld. Van de bonen wordt onder andere chocolade gemaakt. Een deel van deze chocolade wordt door Nederland geëxporteerd.

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 13 1 punt

Bereken de toegevoegde waarde van de chocoladefabrieken in procenten van de inkoopwaarde. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening: € 2,8 miljard − € 1,5 miljard × 100% = 86,7% € 1,5 miljard

Opmerking

Een andere manier van afronden ook goed rekenen.

Vraag 14 1 punt

De prijs van Nederlandse chocolade is afhankelijk van de prijs van cacaobonen. In 2024 was er sprake van een misoogst van cacaobonen. In welke grafiek is het gevolg van de misoogst van cacaobonen juist weergegeven?

Afbeelding bij vraag 14 (opgaven-p6-1.webp).
  1. A grafiek 1
  2. B grafiek 2
  3. C grafiek 3
  4. D grafiek 4
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 15 1 punt

De cacaobonen moeten worden betaald in dollars. De dollarkoers kan veranderen en heeft invloed op de inkoopprijs van de cacaobonen voor Nederlandse bedrijven. De koers van de dollar ten opzichte van de euro daalt.

→ Verklaar dat de inkoopprijs van cacaobonen in euro’s lager wordt door de koersdaling.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste verklaring:

Door de dalende dollarkoers moeten er voor dezelfde hoeveelheid dollars minder euro’s betaald worden.

Chocolatier De Cacaoboon maakt van cacaobonen de heerlijkste chocoladepaashazen en paaseieren. De Cacaoboon maakt zich zorgen om de verkoop van haar chocoladeproducten vanwege het grote aanbod van Belgische chocolade dat online verkocht wordt.

Vraag 16 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Nederlandse klanten kunnen overal in de Europese Unie zonder invoerrechten te moeten betalen producten kopen door het vrije verkeer van …(1)… (goederen en diensten / kapitaal).

De concurrentie tussen de EU-landen is hierdoor …(2)… (afgenomen / toegenomen).

Hierdoor zijn de onderlinge prijsverschillen tussen EU-landen …(3)… (groter / kleiner) geworden.

Bekijk het antwoord

(1) goederen en diensten

(2) toegenomen

(3) kleiner

indien antwoord (1) juist (1)

indien antwoorden (2) en (3) juist (1)

Vraag 17 2 punten

Chocolatier De Cacaoboon wil concurreren met de online aanbieders van Belgische chocolade, zodat de afzet van De Cacaoboon zal stijgen. De Cacaoboon kan haar prijs niet verlagen, omdat dan de winstmarge te laag wordt.

→ Geef een voorbeeld wat De Cacaoboon wel kan doen om haar marktaandeel te vergroten. Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist voorbeeld met uitleg:

  • De Cacaoboon kan de chocolade ook online gaan verkopen. (1)
  • Hierdoor krijgen ze meer klanten (en stijgt het marktaandeel). (1)

of

  • De Cacaoboon moet zorgen voor betere kwaliteit. (1)
  • Hierdoor zullen klanten eerder kiezen voor De Cacaoboon (waardoor het marktaandeel stijgt). (1)

Gemeente met budgetproblemen

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 in de bijlage.

informatiebron 4 de begroting van gemeente Dorpshoek

jaartal20232026
inkomsten (in miljoenen euro’s)
rijksbijdrage (gemeentefonds)228231
lokale heffingen4648
overige inkomsten3135
totale inkomsten305314
uitgaven (in miljoenen euro’s)
onderwijs, sport en cultuur2628
algemene zaken5365
sociale zekerheid7580
natuur, landbouw en milieu7882
jeugd en welzijn7780
totale uitgaven309335
aantal inwoners75.00077.000

Einde aan de accijnsverlaging?

In Nederland zijn er veel verschillende gemeenten. Elke gemeente in Nederland stelt een eigen begroting op en heft haar eigen belastingen.

Vraag 18 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Een voorbeeld van inkomsten van een gemeente is de …(1)… (motorrijtuigenbelasting / omzetbelasting / onroerendezaakbelasting). Met de gemeentelijke inkomsten worden bijvoorbeeld wegen en speeltuinen aangelegd, dit zijn …(2)… (collectieve / particuliere / sociale) voorzieningen.

Bekijk het antwoord

(1) onroerendezaakbelasting

(2) collectieve

indien twee antwoorden juist (2)

indien een antwoord juist (1)

Alle gemeenten in Nederland samen vormen de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG).

Vraag 19 1 punt

De VNG adviseert gemeenten met een begrotingstekort.

→ Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Bij een begrotingstekort zijn de uitgaven …(1)... (groter / kleiner) dan de inkomsten. Een van de manieren om dit op te lossen is om te …(2)… (bezuinigen / investeren).

Bekijk het antwoord

(1) groter

(2) bezuinigen

indien beide antwoorden juist (1)

De grootste bron van inkomsten voor een gemeente is de bijdrage van het Rijk, het gemeentefonds. In 2023 kreeg de gemeente Dorpshoek € 3.040 per inwoner uit het gemeentefonds.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 20 2 punten

Bereken hoeveel procent de rijksbijdrage per inwoner naar verwachting is gedaald in 2026 ten opzichte van 2023. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • 77.000 inwoners€ 231 miljoen = € 3.000 per inwoner (1)
  • € 3.000 − € 3.040 × 100% = −1,3% (dus een daling van 1,3%) (1)

€ 3.040

Opmerking

Een andere manier van afronden ook goed rekenen.

Vraag 21 1 punt

De gemeente Dorpshoek moet veel taken uitvoeren. Zo keert de gemeente onder andere de bijstandsuitkering uit.

De bijstandsuitkering is een voorbeeld van:

  1. A een sociale verzekering, betaald met premies.
  2. B een sociale verzekering, betaald uit belastingen.
  3. C een sociale voorziening, betaald met premies.
  4. D een sociale voorziening, betaald uit belastingen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Gemeenten mogen, net als de Rijksoverheid, een begrotingstekort hebben. Ze kunnen dan geld lenen bij de Rijksoverheid, maar mogen maximaal 4% van hun inkomsten lenen.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 22 2 punten

Bereken of de gemeente Dorpshoek in 2026 het begrotingstekort volledig kan lenen bij de Rijksoverheid. Schrijf ook je berekening en conclusie op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening en conclusie:

  • begrotingstekort: € 335 miljoen – € 314 miljoen = € 21 miljoen (1)

€ 21 miljoen

  • € 314 miljoen × 100% = 6,7% Dus het begrotingstekort kan niet volledig geleend worden bij de Rijksoverheid. (1)

of voor de tweede deelscore

  • maximaal te lenen bedrag: € 314 miljoen × 0,04 = € 12,56 miljoen Dus het begrotingstekort kan niet volledig geleend worden bij de Rijksoverheid. (1)

Vraag 23 1 punt

De gemeente Dorpshoek denkt dat ze de komende jaren meer inkomsten krijgt. Dit komt voornamelijk omdat de laatste jaren de huizenprijzen zijn gestegen. Door de stijging van de huizenprijzen kan het begrotingstekort kleiner worden.

Hier staan vijf economische verschijnselen.

1 Er is meer vraag naar koophuizen in de gemeente Dorpshoek.

2 De OZB-inkomsten nemen toe voor de gemeente.

3 De huizenprijzen stijgen.

4 De WOZ-waarde van de huizen in de gemeente stijgt.

5 Het begrotingstekort wordt kleiner.

In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat er een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A 1 → 2 → 3 → 4 → 5
  2. B 1 → 2 → 4 → 3 → 5
  3. C 1 → 3 → 2 → 4 → 5
  4. D 1 → 3 → 4 → 2 → 5
  5. E 1 → 4 → 2 → 3 → 5
  6. F 1 → 4 → 3 → 2 → 5
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Arbeidsmarkt uit evenwicht

In verschillende bedrijfstakken is sprake van een groot tekort aan personeel, er is een tekort op de arbeidsmarkt. De voorspelling is dat tot 2040 het tekort alleen maar blijft groeien.

Vraag 24 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Een tekort op de arbeidsmarkt noemen we een …(1)… (krappe / ruime) arbeidsmarkt. Het tekort wordt groter doordat de beroepsbevolking …(2)… (minder snel / sneller) groeit dan de werkgelegenheid.

Bekijk het antwoord

(1) krappe

(2) minder snel

indien beide antwoorden juist (1)

Arbeidsparticipatie betekent het aantal mensen van 15 tot 75 jaar dat werkt of actief op zoek is naar werk. In de leeftijdsgroep 67 tot 75 jaar is er geen arbeidsparticipatie van 100% haalbaar, omdat deze mensen de AOW-leeftijd hebben bereikt.

Vraag 25 2 punten

Geef twee redenen waarom een arbeidsparticipatie van 100% ook niet haalbaar is voor andere leeftijdsgroepen.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van juiste redenen: − studie van jongeren

− arbeidsongeschiktheid

− informele arbeid die verricht wordt in de vorm van zorg voor kinderen of ouders

Opmerking

Per juiste reden 1 scorepunt toekennen.

Vraag 26 1 punt

Het tekort aan personeel kan gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid van bepaalde sectoren. Hier staan vijf economische verschijnselen:

1 Er is een tekort aan personeel op de gehele arbeidsmarkt.

2 De arbeidsomstandigheden verslechteren.

3 De werkdruk per medewerker stijgt.

4 Het personeelstekort in een sector stijgt.

5 De sector wordt minder aantrekkelijk om in te werken. In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat er een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A 1 → 2 → 3 → 4 → 5
  2. B 1 → 2 → 4 → 3 → 5
  3. C 1 → 3 → 2 → 4 → 5
  4. D 1 → 3 → 4 → 2 → 5
  5. E 1 → 4 → 2 → 3 → 5
  6. F 1 → 4 → 3 → 2 → 5
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

F

Vraag 27 1 punt

Een hoger loon is een mogelijkheid om de arbeidsparticipatie te verhogen. Een onderzoeker stelt dat een hoger loon niet altijd ervoor zorgt dat het aanbod van arbeid toeneemt.

→ Geef een argument voor de stelling van de onderzoeker.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juist argument:

Mensen zullen zich niet aanbieden bij een hoger loon als ze de baan niet interessant vinden.

Vraag 28 1 punt

Vergrijzing is de grootste oorzaak van een tekort aan arbeid. Vergrijzing kan leiden tot minder welvaart in de toekomst.

Hier staan vijf economische verschijnselen:

1 De vergrijzing neemt toe.

2 De loonheffing op het loon moet omhoog.

3 De koopkracht daalt.

4 De verhouding actieven/inactieven verandert negatief.

5 Er is minder welvaart.

In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat er een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A 1 → 2 → 3 → 4 → 5
  2. B 1 → 2 → 4 → 3 → 5
  3. C 1 → 3 → 2 → 4 → 5
  4. D 1 → 3 → 4 → 2 → 5
  5. E 1 → 4 → 2 → 3 → 5
  6. F 1 → 4 → 3 → 2 → 5
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

E

Niet alles is goud wat er blinkt

Suriname is een land dat rijk is aan grondstoffen zoals goud. Als de goudprijs stijgt, zou Suriname moeten profiteren. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking is € 5.700. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van Nederland is € 53.010.

Vraag 29 1 punt

Bereken met hoeveel procent het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van Suriname moet groeien om gelijk te zijn aan dat van Nederland. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening: € 53.010 − € 5.700 × 100% = 830% € 5.700

Vraag 30 1 punt

Een stijgende goudprijs kan bijdragen aan de groei van het nationaal inkomen van Suriname, omdat het goud wordt geëxporteerd. → Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Bij een stijgende goudprijs zal de betalingsbalans van Suriname …(1)… (verbeteren / verslechteren), waardoor er een …(2)… (overschot / tekort) op de betalingsbalans kan ontstaan.

Bekijk het antwoord

(1) verbeteren

(2) overschot

indien beide antwoorden juist (1)

Vraag 31 1 punt

Volgens milieuorganisaties brengt de goudwinning in Suriname veel negatieve externe effecten met zich mee voor zowel de lokale bevolking als het tropische regenwoud.

→ Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

Negatieve externe effecten van het opgraven van goud zijn …(1)… (niet / wel) inbegrepen bij de prijs van het goud. De kosten voor het behoud van het regenwoud worden betaald door de …(2)… (mijnbouwbedrijven / overheid).

Bekijk het antwoord

(1) niet

(2) overheid

indien beide antwoorden juist (1)

De overheid van Suriname wil toerisme stimuleren. Hierdoor zal het inkomen van de bevolking toenemen.

Vraag 32 2 punten

Op lange termijn zullen door toerisme de overheidsfinanciën van Suriname verbeteren.

→ Leg in twee stappen uit hoe toerisme de overheidsfinanciën van Suriname zal verbeteren.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste uitleg:

  • Door het toerisme zullen mensen een inkomen / hoger inkomen krijgen. (1)
  • Hierdoor moeten deze mensen meer belasting afdragen, waardoor de overheidsfinanciën zullen verbeteren. (1)

of

  • Toeristen zullen meer producten kopen in Suriname. (1)
  • Hierdoor stijgen de btw inkomsten van de overheid, waardoor de overheidsfinanciën zullen verbeteren. (1)

Opmerking

In het tweede gedeelte moet een voorbeeld van inkomsten van de overheid zijn verwoord.

Vraag 33 1 punt

Er zijn steeds meer Nederlanders die op vakantie gaan naar Suriname. Hoe wordt de vakantie van Nederlanders naar Suriname genoemd in de economie van Suriname?

  1. A export van goederen
  2. B export van diensten
  3. C import van goederen
  4. D import van diensten
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Einde aan de accijnsverlaging?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 in de bijlage.

informatiebron 5 adviesprijs van € 2,26 voor een liter benzine

augustus 2023

informatiebron 5 adviesprijs van € 2,26 voor een liter benzine augustus 2023
informatiebron 5 adviesprijs van € 2,26 voor een liter benzine augustus 2023

Toelichting:

  • Het bedrag aan accijns is een vast tarief in euro’s per liter.
  • De btw bedraagt 21%.

Ook twee keer modaal heeft het lastig

In 2022 schoten de prijzen van de brandstoffen benzine, diesel en LPG omhoog. Om gezinnen met lage inkomens te helpen om rond te komen, nam de overheid een aantal maatregelen. Een van die maatregelen was het verlagen van de accijnzen per liter op brandstoffen.

Vraag 34 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

De accijns is een …(1)… (belasting op bezit / belasting op inkomen / kostprijsverhogende belasting).

Het uitgangspunt bij de accijnzen is het …(2)… (draagkrachtbeginsel / profijtbeginsel).

Bekijk het antwoord

(1) kostprijsverhogende belasting

(2) profijtbeginsel

indien twee antwoorden juist (2)

indien een antwoord juist (1)

Vraag 35 1 punt

Wat wil de overheid bereiken met het heffen van accijnzen?

  1. A Het aanbod van individuele goederen beperken.
  2. B Het beperken van consumptie.
  3. C Het herverdelen van inkomens.
  4. D Het produceren van collectieve goederen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 36 1 punt

Naast accijnzen op brandstoffen worden er ook op andere producten accijnzen geheven.

→ Noem een ander product waarop accijns wordt geheven.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist producten: − sigaretten

− wijn

Het kabinet heeft het plan om de accijnzen op brandstoffen terug te brengen naar het normale tarief van € 0,88 per liter.

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 37 2 punten

Bereken de adviesprijs voor een liter benzine na de geplande accijnsverhoging. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • productiekosten € 0,90 winst € 0,18 accijns € 0,88 + € 1,96 (1)
  • btw: € 1,96 × 0,21 € 0,41 + adviesprijs € 2,37 (1)

Ook twee keer modaal heeft het lastig

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 6 in de bijlage.

informatiebron 6 inkomsten en uitgaven Bart en Anouk

inkomstenuitgaven
januari 2024januari 2025januari 2024januari 2025
nettoloon€ 4.200€ 4.300hypotheek€ 928€ 928
energie€ 190€ 280
overige vaste lasten€ 1.082€ 1.378
incidentele uitgaven€ 350€ 280
dagelijkse huishoudelijke uitgaven€ 1.235€ 1.307
totale inkomsten€ 4.200€ 4.300totale uitgaven€ 3.785€ 4.173

Nieuwssites, kranten en tv-programma’s hebben het steeds vaker over gezinnen die niet kunnen rondkomen met het inkomen. Vroeger ging het over mensen met een uitkering, tegenwoordig gaat het ook over gezinnen met twee keer een modaal inkomen.

Vraag 38 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen.

Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan.

De beloning voor de productiefactoren behoren tot het …(1)… (primair / secundair) inkomen. Een voorbeeld van primair inkomen is het …(2)… (bruto / netto) inkomen.

Bekijk het antwoord

(1) primair

(2) bruto

indien twee antwoorden juist (1)

indien een of geen antwoord juist (0)

Bart en Anouk vormen een huishouden met twee keer een modaal inkomen. Ze kunnen steeds moeilijker rondkomen. Ze proberen hun inkomsten te verdelen volgens de 50-30-20-regel. 50% voor vaste lasten, 30% voor persoonlijke behoeften en 20% voor sparen.

Gebruik informatiebron 6.

Vraag 39 2 punten

Bereken of Bart en Anouk aan de 50% vaste lasten voldoen in januari 2025. Schrijf ook je berekening en conclusie op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening en conclusie:

  • € 928 + € 280 + € 1.378 = € 2.586 (1)
  • € 4.300€ 2.586 × 100% = 60,1%, dus nee ze voldoen niet aan de 50% regel. (1)

of voor de tweede deelscore

  • € 2.586 × 2 = € 5.172, dat is hoger dan hun inkomen van € 4.300 en dus voldoen ze niet aan de 50% regel. (1)

Gebruik informatiebron 6.

Vraag 40 1 punt

Vergeleken met een jaar geleden kunnen Bart en Anouk minder sparen. → Toon met een berekening aan dat Bart en Anouk in januari 2025 minder kunnen sparen dan in januari 2024. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste berekening:

− spaarbedrag in januari 2024: € 4.200 − € 3.785 = € 415 spaarbedrag in januari 2025: € 4.300 − € 4.173 = € 127 − De inkomsten zijn met € 4.300 − € 4.200 = € 100 toegenomen en de uitgaven zijn met € 4.173 − € 3.785 = € 388 toegenomen, dus het spaarbedrag is afgenomen.

Vraag 41 1 punt

Nu ook de gezinnen met twee keer een modaal inkomen in de financiële problemen komen, wordt vaak een beroep gedaan op de overheid. De overheid kan met maatregelen de financiële positie van werkenden verbeteren.

→ Verklaar dat een hogere arbeidskorting de financiële positie van werkenden verbetert.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste verklaring:

− Een hogere arbeidskorting betekent minder belasting betalen en dus een betere financiële positie voor werkenden.

− Een hogere arbeidskorting betekent een hoger nettoloon en dus een betere financiële positie voor werkenden.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Economie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2?

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 41. Van 40 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (13), arbeidsmarkt (6) en inkomen en consumptie (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0233-a-26-2-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.